3. Bijlage 1 - Adviesaanvraag CvdM
Tekst van het document
10. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursledenin de gelegenheid zijn gesteld telefonisch en/of per e-mailbericht dan wel op de— wijze als in het huishoudelijk reglement voorzien, hun mening te geven. Van een— aldus genomen besluit wordt zoveel als mogelijk onder bijvoeging van d~ ingekomen reacties door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.-11. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van een stem. Voor zover deze statuten geen gekwalificeerde meerderheid voorschrijven, worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte— stemmen. ----- 12. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hijdaarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het— belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Wanneer hierdoorgeen bestuursbesiuit zou kunnen worden genomen, wordt het besluit desalniettemin genomen door het bestuur onder schriftelijke vastiegging van de— overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 13. Indien de stemmen staken bij een stemming, niet een benoeming betreffende, wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarinde beraadslagingen kunnen worden heropend.
Indien bij herstemming de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Wordt bij stemming over personen, een benoeming betreffende, de vereiste meerderheid niet verkregen, dan vindt op een door de voorzitter te bepalen tijdstip herstemming plaats tussen de personen die de meeste stemmen op zich— verenigd hebben, Indien bij deze stemming de stemmen opnieuw staken, dan beslist terstond het lot. 14 Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter of een van de andere bestuursleden een schriftelijke stemming gewenst acht en dit— vóór de stemming kenbaar maakt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. 15. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 16. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de— voorzitter. BESTUURSTAAK - VERTEGENWOORDIGING - ONTSTENTENIS OF BELET
ArLikel9 1.
Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van huntaak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar— verbonden onderneming of organisatie.
vpva VAV PUTTEN VAN APELD00RN .. , . _--••-a
2022.002134.01/SBW
- 5-
2. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van— zijn taak te doen uitvoeren door andere organen van de stichting. 3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen. --- 4. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de stichting— zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk— maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt, doch— uitsluitend indien en voor zover zulks geschiedt in het kader van het sluiten van— een aansluitingsovereenkomst, — 5. De in het vorige lid bedoelde aansluitingsovereenkomst is een overeenkomst die— de stichting sluit met een rechtspersoon die als doel heeft ten behoeve van twee— of meer lokale publieke media-instellingen het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van hun publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die leven in de gemeenten waarop de instellingen zich richten en het ten behoeve van hen geheel of gedeeltelijk verrichten van de activiteiten die nodig zijn om daarmee hun publieke taak te vervullen. en buiten rechte vertegenwoordigd: 6. De stichting wordt in --a. hetzij door het bestuur; b. hetzij door de voorzitter tezamen met de secretaris; c.
hetzij door de voorzitter tezamen met de penningmeester; d. hetzij bij hun belet of ontstentenis hun daartoe door het bestuur uit zijn — — midden aangewezen plaatsvervanger. Artikel 10 1. In geval van ontstentenis of belet van een bestuurder zijn de andere bestuurders— of is de andere bestuurder tijdelijk met het bestuur van de stichting belast. 2. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of van de enige bestuurder• is de persoon die daartoe door de rechtbank, op verzoek van iedere-- — --- — belanghebbende wordt benoemd, tijdelijk met het bestuur van de stichting belast.• 3. In geval van ontstentenis van alle bestuurders of van de enige bestuurder neemtde in het vorige lid bedoelde persoon zo spoedig mogelijk de nodige maatregelenteneinde een definitieve voorziening te doen treffen. 4. Onder belet wordt ten deze verstaan:a. schorsing; b. ziekte, zonder dat gedurende een termijn van vijf (5) dagen de mogelijkheidvan contact tussen de bestuurder en de stichting heeft bestaan; c. onbereikbaarheid; zonder dat gedurende een termijn van vijf (5) dagen de— mogelijkheid van contact tussen de bestuurder en de stichting heeft bestaan;d. een tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 8 lid 12. PROGRAMMABELEID BEPALEND ORGAAN — Artikelll. 1. De stichting kent een programmabeleid bepalend orgaan (pbo). Dit heeft tot taak: a.
het bepalen van het beleid voor het media-aanbod; — b. toetsing van de in het programmabeleid verwoorde uitgangspunten;
2022.002134.01/SBW c. d. 2.
a.
b.
c.
3.
4. 5.
-6 -
het geven van adviezen, gevraagd en ongevraagd, aan het bestuur; het opstellen van een jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid. Het pbo is representatief voor de belangrijkste in de gemeente(n) voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. Het pbo bestaat uit ten minste drie (3) leden die verbonden zijn met - organisaties/instellingen die één van de in lid 2 sub a. genoemde stromingenvertegenwoordigen. Het aantal representatieve leden als hiervoor bedoeld dient te allen tijde een meerderheid te vormen ten opzichte van het aantal leden op persoonlijke titel.-Tot lid van het pbo kan uitsluitend worden benoemd een persoon die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en die woonachtig is in het gebied waarvoor het media-aanbod van de lokale publieke media-instelling is
bestemd. Bij huishoudelijk reglement dan wel afzonderlijk reglement worden nadere regelsgegeven aangaande de samenstelling van het programmabeleid bepalendeorgaan. Het programmabeleid bepalende orgaan wijst uit haar midden een voorzitter aan.De administratie van het pbo wordt verzorgd door het secretariaat van de stichting.
6.
7.
8.
De vergaderingen van het programmabeleid bepalende orgaan worden bijgewoond door een vertegenwoordiger van het bestuur. Deze heeft een - adviserende stem. De leden van het programmabeleid bepalende orgaan worden door het bestuur— benoemd uit een of meer voordrachten, behoudens het bepaalde in het achtste lid van dit artikel. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd het bestuur, de leden van het programmabeleid bepalende orgaan dan wel bij huishoudelijk reglement aan te wijzen organisaties of groepen van organisaties.Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met—
ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van het— programmabeleid bepalende orgaan, genomen in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden van het programmabeleid bepalende orgaan— tegenwoordig is. 9. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit het programmabeleid bepalende orgaanovereenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is het bestuur vrij in de keus. 10. Indien er meer dan een bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die— voordrachten. 11. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het programmabeleid bepalende orgaan zullen de overblijvende leden (of zal het enig overblijvende lid) binnen vier maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming— van een (of meer) opvolgers(s), met inachtneming van het minimumaantal van— drie leden.
vpva VAN PUTTEN VAN APELDOORN
2022.002134.o1/s6w
-7-
12. Mocht(en) in het programmabeleid bepalende orgaan om welke reden dan ook een of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende, ten minste drie, leden, een wettig programmabeleid bepalende orgaan. 13. Met het lidmaatschap van het pbo zijn onverenigbaar: -- een lidmaatschap van de raad van de betrokken gemeente; - de functie van burgemeester of wethouder van de betrokken gemeente, - een lidmaatschap van een van de commissies als bedoeld in Hoofdstuk V van deGemeentewet; - een bestuurslidmaatschap of een betrekking, al dan niet tegen betaling, bij een— commerciële rnedia-instelling; - betrokkenheid bij een productiebedrijf waaraan de lokale publieke media instelling de verzorging van (een deel van) haar media-aanbod heeft uitbesteed.14. Bij reglement kunnen nadere regelen worden gegeven omtrent de samenstelling— en werkwijze van het pbo. EINDE LIDMAATSCHAP PROGRAMMABELEID BEPALEND ORGAAN Artikel 121. Het lidmaatschap van het programmabeleid bepalende orgaan eindigt: a. indien het lid van het programmabeieid bepalende orgaan heeft opgehouden— b. c. d. e. f.
vertegenwoordiger te zijn van een stroming; door bedanken; door overlijden; -door verlies van vrij beheer over zijn vermogen; door het verstrijken van de periode waarvoor het lid van het pbo is benoemd;indien een lid van het pbo: lid wordt van de raad van de betrokken gemeente; de functie van burgemeester of wethouder van de betrokken gemeente— aanvaardt; -lid wordt van één van de commissies als bedoeld in Hoofdstuk V van de—
2.
Gemeentewet; -of lid wordt van het bestuur een betrekking aanvaardt, al dan niet tegenbetaling, bij een commerciële media-instelling;-betrokken is bij een productiebedrijf waaraan de lokale publieke media-instelling de verzorging van (een deel van) haar media-aanbod heeft uitbesteed. Elk lid van het programmabeleld bepalende orgaan treedt uiterlijk vijf jaar na zijnbenoeming af, volgens een door het programmabeleid bepalende orgaan tc maken rooster van aftreding.-
3. De aftredende is terstond herbenoembaar. PROGRAMMASTAF - HOOFDREDACTEUR Artikel 13 1. De stichting kent een programmastaf, bestaande uit medewerkers, onder wie eenhoofdredacteur, belast met de leiding van de programmastaf.
2022.002134.01/SBW
-8-
2. Het redactiestatuut, de taakomschrijving van de programmastaf en de nadere regels ter zake van de verhouding tussen hoofdredacteur, programmastaf en andere organen van de stichting worden goedgekeurd door het bestuur.-3. Voor de inhoud van alle uitzendingen en voor alle werkzaamheden is de hoofdredacteur verantwoording verschuldigd jegens het bestuur. 4. Het bestuur kan zo nodig besluiten een directie te vormen. COMMISSIES EN WERKGROEPEN Artikel 14 — 1. Het bestuur kan commissies en werkgroepen instellen.-2. Bij reglement worden taak, werkwijze, relatie tot andere organen en wijze van benoeming van commissies werkgroepen en in functie benoemde personen vastgelegd. JAARVERSLAG - JAARREKENING EN VERANTWOORDING Artikel 15 1. Het stichtingsjaar is tevens boekjaar en is gelijk aan het kafenderjaar.2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanig aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingenkunnen worden gekend. 3. De administratie van de stichting dient zodanig te worden ingericht dat daaruit— duidelijk blijkt: a. de aard en omvang van de aan de afzonderlijke leden van het bestuur toekomende onkostenvergoedingen en vacatiegelden; b.
C.
d. e.
4. 5.
6. 7.
de aard en omvang van de kosten die door de stichting zijn gemaakt ten behoeve van het beheer van de stichting, waarbij geldt dat deze kosten in redelijke verhouding moeten staan tot de bestedingen van de stichting ten— behoeve van haar doei; de aard en omvang van de andere uitgaven van de stichting dan hiervoor onder b bedoeld; de aard en omvang van de inkomsten van de stichting; de aard en omvang van het vermogen van de stichting, het doel waarvoor hetvermogen wordt aangehouden, alsmede een motivering voor de omvang van-
het vermogen. Per einde van eik boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten. Het bestuur stelt binnen zes maanden na afloop van het stichtingsjaar zijn jaarverslag op en de penningmeester doet, onder overlegging van een balans en— een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het -afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. De jaarrekening wordt opgesteld conform deeisen die het Commissariaat voor de Media stelt en die zijn opgenomen in het Handboek Financiéle Verantwoording Publieke Lokale Media-instellingen. Het bestuur stelt de jaarstukken vast. Na vaststelling kan door medewerkers en pbo-leden kennis worden genomen vanhet jaarverslag, de rapportage van het programmabeleid bepalende orgaan en dejaarstukken.
vpva VAN PUTTEV VAA APEIDOOFN
2022.002134.01/SBW
-9
STATUTENWIJZIGING Artikel 16 1. In de statuten van de stichting kan geen wijziging worden aangebracht dan door— een besluit van het bestuur, genomen in een vergadering waartoe is opgeroepen— met de mededeling dat bij die gelegenheid een wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. 2. Een besiuit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de— bestuurs4eden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet ten minste --- twee/derde van de bestuursleden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt— binnen vier doch niet eerder dan twee weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of-vertegenwoordigde bestuursleden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen. 3. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte— is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd. 4.
De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging,— alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het ---handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken, binnen— het gebied alwaar de stichting haar zetel heeft. ONTBINDING EN VEREFFENING --- -----Artikel 171. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in het tweede lid van artikel 16 van toepassing. 2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening— van haar vermogen nodig is. 3. De vereffening geschiedt door het bestuur.
4.
De vereffenaars dragen er zorg voor dan van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register bedoeld in het vierde lid van artikel 16.
5.
Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel als mogelijk van kracht. Een eventueel batig saldo na vereffening zal ten goede komen aan een, door het— bestuur te bepalen, algemeen nu beogende instelling met een soortgelijke doelstelling als de stichting of aan een buitenlandse instelling die uitsluitend of— nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doestellingals de stichting heeft. De vereffenaars dragen het batig saldo daartoe over. De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting moeten worden bewaard door een door de vereffenaars aan te wijzen natuurlijke of
6.
7.
rechtspersoon, gedurende zeven jaren na de vereffening dan wel de termijn die— de wet alsdan voorschrijft. Bewaarder is degene die door de vereffenaars als zodanig is aangewezen.
- 10 -
2022.002134.01/SBW REGLEMENT
-
Artikel 18 1. Het bestuur stelt een reglement vast waarin die onderwerpen worden geregeld,— welke niet in deze statuten zijn vervat. — 2. Het reglement mag niet in strijd zijn met de wet of deze statuten. 3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaald in het— tweede lid van artikel 16 van toepassing. --SLOTBEPALING Artikel_19 — In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het 4.
bestuur. SLOTVERKLARINGEN Ten slotte verklaarde de verschenen persoon, ter uitvoering van het bepaalde in artikel 6, dat voor de eerste maal tot bestuurders van de stichting worden benoemd:de heer Willem de Vos, geboren te Rheden op zeventien mei negentienhonderd— achtenvijftig en weI in de functie van voorzitter, de verschenen persoon, de heer Ruben Jorgen Landman, en wel in de functie vansecretaris, de heer Hendrik Jan Janssens, geboren te Maarssen op vierentwintig juli negentienhonderd drieëntachtig en wel als bestuurslid. SLOT
-
WAARVAN AKTE is verleden te Wageningen op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. De zakelijke inhoud van de akte is aan de verschenen persoon opgegeven en -toegelicht. De verschenen persoon heeft verklaard tijdig voor het verlijden van de akte van de inhoud ervan te hebben kennisgenomen, daarmee in te stemmen en op— volledige voorlezing ervan geen prijs te stellen. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de— verschenen persoon en vervolgens door mij, notaris. (Voigt ondertekening) =
IJiTGE{2EVE.N LOQR AFSCHRIFT
Stichting Omroep 1 Vallei
Redactiestatuut OMROEP 1 VALLEI
Doelstelling lokale publieke media-instelling Artikel 1 De lokale publieke media-instelling (hierna: de stichting) stelt zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke media-opdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in het verzorgingsgebied waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen. Beginselverklaring Artikel 2 1. De uitgangspunten die betrekking hebben op het samenstellen van het media-aanbod van de stichting zijn neergelegd in de Mediawet, in de statuten van de stichting, in het door het programmabeleid bepalend orgaan (pbo) vastgestelde programmabeleid en in de door de stichting vastgestelde regelingen. De hoofdredacteur en de programmastaf zijn aan deze uitgangspunten gebonden. De desbetreffende stukken worden geacht bij hen bekend te zijn. 2. Dit redactiestatuut beoogt de programmamedewerkers waarborgen te bieden voor het onafhankelijk uitoefenen van de uit het redactiestatuut voortvloeiende taken, zonder rechtstreekse beïnvloeding door of van wie dan ook anders dan op de wijze als in dit redactiestatuut is voorzien. Deze onafhankelijke taakuitoefening houdt in dat de programmamedewerkers bij de 3.
samenstelling van het media-aanbod: zonder vooroordelen te werk gaan en streven naar een zo nauwgezet mogelijke weergave van de werkelijkheid; de informatievoorziening en de uitwisseling van verschillende meningen vooropstellen; zorgvuldige verificatie betrachten van hetgeen zij voornemens zijn te publiceren; een zo herkenbaar mogelijk onderscheid maken tussen feiten, analyses en meningen; betrokkenen de gelegenheid geven tot hoor en wederhoor in die zin dat zij een eerlijke kans krijgen, in tijd en in informatie, om te reageren; zich niet dienstbaar maken aan winst van derden, vermijdbare reclame weren en zich terughoudend opstellen tegenover sponsoractiviteiten; geen (neven)activiteiten verrichten die met hun onafhankelijke taakuitvoering strijdig zijn. Bevoegdheden/verplichtingen betrokken organen De stichting Artikel 3 Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor de vorm en de inhoud van het door de stichting verzorgde media-aanbod. De samenstelling van het media-aanbod is opgedragen aan de hoofdredacteur met inachtneming van het door het pbo vastgestelde media-aanbodbeleid. Het bestuur van de stichting oefent achteraf en met terughoudendheid toezicht uit op de naleving van de statuten, de naleving van het door het pbo vastgestelde media-aanbodbeleid en de naleving van de uit de statuten en het media-aanbodbeleid voortvloeiende regelingen.
De programmamedewerker Artikel 4 De programmamedewerker is de medewerker van de stichting die is belast met werkzaamheden in het kader van de samenstelling van het media-aanbod, voor zover deze een arbeidscontract of medewerkersovereenkomst heeft gesloten. Uitgangspunten voor het beleid bij benoeming, schorsing
Omroep 1 Vallei - Redactiestatuut 2022.docx
1 van 5
Stichting Omroep 1 Vallei
Redactiestatuut
\~ OMROEP 1 VALLEI
of ontslag van de programmamedewerker is vastgelegd in door het bestuur en de hoofdredacteur opgestelde regelingen. De hoofdredacteur Artikel 5 De hoofdredacteur is degene aan wie op grond van het bepaalde in de statuten de samenstelling van
het media-aanbod van de stichting is opgedragen. Uitgangspunten voor het beleid bij benoeming, schorsing of ontslag van de hoofdredacteur zijn vastgelegd in de statuten en het reglement van de stichting. Artikel 6 1. Bij voorziening in een vacature voor de functie van hoofdredacteur wordt, met inachtneming van hetgeen hierover is opgenomen in de statuten, door het bestuur een sollicitatie- en selectiecommissie ingesteld. In de sollicitatie- en selectiecommissie hebben zitting: twee leden van het pbo; twee leden van het bestuur, waaronder het bestuurslid belast met het personeelsbeleid;
een lid, aangewezen door de medewerkersvertegenwoordigng. 3. 4.
Het bestuurslid belast met het personeelsbeleid zit de vergaderingen van de sollicitatie- en selectiecommissie voor. De sollicitatie- en selectiecommissie stelt een voordracht op en legt deze, vergezeld van een verslag van haar werkzaamheden, voor aan het bestuur.
Artikel 7 1. De hoofdredacteur kan worden ontslagen overeenkomstig de betreffende bepalingen in de statuten van de stichting.
2.
De medewerkersvertegenwoordiging is bevoegd een voorstel tot ontslag of schorsing van de hoofdredacteur in te dienen bij het bestuur. Een dergelijk voorstel vereist de instemming van twee-derde van de leden van de medewerkersvertegenwoordiging.
Artikel 8 1. De hoofdredacteur is verantwoordelijk voor de samenstelling van het media-aanbod van de stichting, waaronder begrepen: hij/zij is met betrekking tot het media-aanbod verantwoordelijk voor de naleving van statuten, programmabeleid en regelingen; hij/zij draagt binnen dit kader de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het mediaaanbod; hij/zij heeft de dagelijkse leiding over de programmastaf; hij/zij bepaalt de inzet van menskracht en budget en bindt hieraan eventueel nadere instructies.
2.
De hoofdredacteur woont de vergaderingen van het bestuur bij. Hij/zij heeft bij die gelegenheid een adviserende stem.
De programmastaf en medewerkersvergadering Artikel 9 1. Medewerkers van de stichting zijn diegenen met wie de stichting een (al dan niet tijdelijke) medewerkersovereenkomst heeft gesloten of die betaalde arbeid voor de stichting verrichten.
Omroep 1 Vallei - Redactiestatuut 2022.docx
2 van 5
Stichting Omroep 1 Vallei
Redactiestatuut OMROEP 1 VALLEI
2.
3.
4. 5. 6.
De gezamenlijke programmamedewerkers vormen de programmastaf. De vergadering van de programmastaf tezamen met de andere medewerkers van de stichting is de medewerkersvergaderi ng. Ten minste eenmaal per jaar roept het bestuur alle medewerkers bijeen in een medewerkersvergadering. Tijdens deze vergadering legt het bestuur het beleid en de gang van zaken binnen de omroep uit aan de medewerkers. Voorts vergadert hij telkenmale wanneer de hoofdredacteur dit wenselijk acht of wanneer ten minste één vijfde van de leden van de programmastaf daartoe de hoofdredacteur verzoekt. De oproeping tot de medewerkersvergadering geschiedt door het bestuur. De medewerkersvergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de stichting. In de medewerkersvergadering wordt niet gesproken over het persoonlijk functioneren van medewerkers.
De medewerkersvertegenwoordiging Artikel 10 1. De medewerkersvergadering kiest uit zijn midden een afvaardiging voor de medewerkersvertegenwoordiging (mwv), zodanig dat deze een afspiegeling vormt van de diverse bij de samenstelling van het media-aanbod betrokken geledingen van de programmastaf. 2. De medewerkersvertegenwoordiging bestaat uit minimaal drie en ten hoogste vijf medewerkers. 2. a. De leden van medewerkersvertegenwoordiging zijn na drie jaar aftredend en terstond herkiesbaar. De secretaris van de stichting stelt een rooster van aftreden van de b. medewerkersvertegenwoordiging op. 3. De medewerkersvertegenwoordiging ondersteunt de hoofdredacteur bij de vormgeving van de uitgangspunten van het te voeren redactionele beleid. 4. De medewerkersvertegenwoordiging kiest uit zijn midden een mwv-voorzitter en een mwvsecretaris; de mwv-secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van de medewerkersvertegenwoordiging in de vorm van ten minste een besluitenlijst. 5. De hoofdredacteur kan de vergaderingen van de medewerkersvertegenwoordiging bijwonen; de hoofdredacteur heeft in die vergadering geen stemrecht. 6. De medewerkersvertegenwoordiging kan besluiten vertegenwoordigers van andere geledingen binnen de stichting aan zijn vergaderingen deel te laten nemen. Zij hebben een adviserende stem. 7.
De medewerkersvertegenwoordiging bespreekt onderwerpen met het bestuur en/of het pbo indien daartoe verzocht wordt door de medewerkersvergadering, ofwel het bestuur, ofwel het pbo, of op eigen initiatief. 8. a. De medewerkersvertegenwoordiging heeft recht van advies met betrekking tot aan het beleidsplan gerelateerde onderwerpen. Het advies van de medewerkersvertegenwoordiging dient uiterlijk veertien (14) dagen voor de bestuursvergadering schriftelijk te zijn ingediend bij het bestuur. Indien het advies van de medewerkersvertegenwoordiging niet of niet geheel is b. gevolgd, wordt door het bestuur aan de medewerkersvertegenwoordiging gemotiveerd meegedeeld waarom van dat advies is afgeweken. 9. De medewerkersvertegenwoordiging kan de medewerkersvergadering raadplegen om tot een advies aan bestuur, pbo en/of hoofdredacteur te komen. Deze raadpleging dient per geval
Omroep 1 Vallei - Redactiestatuut 2022.docx
3 van 5
Stichting Omroep 1 Vallei
Redactiestatuut
\~ OMROEP 1 VALLEI
binnen een op dat moment vast te stellen termijn te worden afgerond, om verdere besluitvorming niet te hinderen.
10.
De medewerkersvertegenwoordiging kan op eigen initiatief een onderwerp bespreken met het bestuur en/of het pbo.
Verhouding/samenwerking bestuur, hoofdredacteur en medewerkersvertegenwoordiging Artikel 11 1. Alvorens het bestuur en/of de hoofdredacteur een beslissing neemt/nemen over zaken die van wezenlijk belang zijn voor de werkzaamheden van de programmastaf, wordt de
medewerkersvertegenwoordiging zo tijdig mogelijk geïnformeerd en gehoord. 2.
Zaken van wezenlijk belang zijn in ieder geval:
a.
ingrijpende wijzigingen in statuten, programmabeleid en regelingen, voor zover deze wijzigingen betrekking hebben op het voorbereiden en samenstellen van het mediaaanbod;
b.
ingrijpende wijzigingen in de huisvestingssituatie;
d.
de benoeming van de hoofdredacteur, met inachtneming van het bepaalde daaromtrent in de statuten, in het reglement en in het redactiestatuut;
e.
ingrijpende wijziging in de samenstelling van de programmastaf;
f.
wijzigingen in het redactiestatuut, met inachtneming van het daaromtrent in het redactiestatuut bepaalde;
g.
wijzigingen in de techniek en/of het media-aanbod, voor zover deze ingrijpende
h.
gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de programmastaf; disciplinaire maatregelen ten aanzien van medewerkers van de stichting, voor zover
deze ingrijpende gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de programmastaf. Persoonlijke verantwoordelijkheid programmamedewerker Artikel 12
1.
Wanneer een programmamedewerker ernstige (gewetens)bezwaren heeft tegen een aan hem/haar verstrekte opdracht met betrekking tot het media-aanbod en hij/zij zich niet kan
neerleggen bij een door de hoofdredacteur ter zake te nemen of genomen beslissing, dan kan hij/zij zich wenden tot de medewerkersvertegenwoordiging met het verzoek om een uitspraak.
2.
3.
Wanneer de hoofdredacteur besluit ingrijpende wijzigingen aan te brengen of te doen aanbrengen in een onderdeel van het media-aanbod, dan kan de betrokken programmamedewerker verzoeken om dat onderdeel van het media-aanbod niet uit te zenden. Indien de hoofdredacteur niettemin besluit tot uitzending, dan zal dat onderdeel van het mediaaanbod niet van de naam van de betrokken programmamedewerker worden voorzien. Als de betrokken programmamedewerker het niet met deze beslissing eens is, dan kan hij/zij zich achteraf wenden tot de medewerkersvertegenwoordiging met het verzoek om een uitspraak. Indien de hoofdredacteur een uitspraak van de medewerkersvertegenwoordiging, zoals hierboven in het eerste en het tweede lid bedoeld, niet aanvaardt, dan maakt hij zijn/haar
standpunt gemotiveerd kenbaar aan de medewerkersvertegenwoordiging. 4.
Indien het bestuur van de stichting en/of het pbo ernstige klachten heeft over het gevoerde redactionele beleid of over een uitgezonden onderdeel van het media-aanbod, dan dienen de hoofdredacteur en de betrokken leden van de programmastaf ter zake te worden gehoord. Als het bestuur en/of het pbo daarna de klacht handhaaft, kan het maatregelen ten aanzien van de hoofdredacteur treffen zoals in de statuten voorzien.
Omroep 1 Vallei - Redactiestatuut 2022.docx
4 van 5
Stichting Omroep 1 Vallei
Redactiestatuut
\~ OMROEP 1 VALLEI
Geschillen Artikel 13 Geschillen omtrent dit redactiestatuut of het redactionele beleid worden voorgelegd aan een 1. geschillencommissie. 2. Deze geschillencommissie bestaat uit drie leden: een lid aan te wijzen door de medewerkersvertegenwoordiging, een lid aan te wijzen door het bestuur en een lid aan te
wijzen door medewerkersvertegenwoordiging en bestuur gezamenlijk. 3.
De uitspraken van de geschillencommissie zijn voor alle betrokkenen bindend.
Wijziging redactiestatuut Artikel 14 Met inachtneming van het bepaalde daaromtrent in de Mediawet kan het bestuur het redactiestatuut
wijzigen na raadpleging van het pbo en de medewerkingsvertegenwoordiging. Dit redactiestatuut is vastgesteld door het bestuur van Stichting Omroep 1 Vallei i.o. op 9 februari 2022.
Omroep 1 Vallei - Redactiestatuut 2022.docx
5 van 5
Stichting Omroep 1 Vallei
Huishoudelijk reglement OMROEP 1 VALLEI
Inleiding Artikel 1 1. Dit reglement is opgesteld op grond van artikel 18 van de statuten van de stichting. 2. Als reglement voor de uitvoering van het programmabeleid van de stichting fungeert het redactiestatuut. 3. Als reglement voor het correcte gebruik van het gebouw, de studio's en de apparatuur fungeert het protocol Huisregels. Bestuursamenstelling Artikel 2 1. De hoofdredacteur, leden van de medewerkersvertegenwoordiging en leden van het programmabeleid bepalend orgaan (hierna te noemen: pbo), alsmede zij, die met de stichting een arbeidsovereenkomst zijn aangegaan, kunnen geen deel uitmaken van het bestuur. 2. Onverlet de verantwoordelijkheid van het bestuur als zodanig, behartigt één bestuurslid het beheer van gebouw en inventaris en één bestuurslid de technische voorzieningen. 3. De hoofdredacteur, leden van de medewerkersvertegenwoordiging en leden van het programmabeleid bepalend orgaan (pbo), alsmede zij, die met de stichting een arbeidsovereenkomst zijn aangegaan, kunnen geen deel uitmaken van het bestuur. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de statuten zullen bestuursleden, alvorens te worden benoemd, een periode als kandidaat-bestuurslid doormaken, gedurende een periode van ten minste twee vergaderingen van het bestuur, tenzij het bestuur anders beslist. Van kandidaat-bestuursleden wordt verwacht dat zij, zonder stemrecht, deze 5.
bestuursvergaderingen bijwonen en van de agenda en vergaderstukken kennisnemen, tenzij het bestuur anders beslist. 6. De periode van kandidaat-bestuurslid eindigt op de datum waarop de benoeming in het bestuur is geschied, of de kandidaat zich bij nader inzien terugtrekt, of het bestuur van de voorgenomen benoeming afziet. Bestuursbesluiten Artikel 3 1. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat strijdig is met het belang van de stichting. De betreffende bestuurder is verplicht van een tegenstrijdig belang als in de vorige volzin bedoeld onverwijld mededeling te doen aan de andere bestuurder(s). Wanneer alle bestuurders of de enige bestuurder een tegenstrijdig belang als in de vorige volzin bedoeld heeft, wordt het besluit alsnog genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 2. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
Wordt onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk is geschied, één stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 3. Tot bijwoning van de bestuursvergadering wordt de hoofdredacteur steeds uitgenodigd. Indien de ingebrachte stukken dat noodzakelijk maken, wordt een afgevaardigde van het pbo uitgenodigd. Zij beiden hebben in de bestuursvergadering een adviserende stem.
Omroep 1 Vallei - Huishoudelijk reglement 2022.docx
1 van 3
\1)~
Stichting Omroep 1 Vallei
Huishoudelijk reglement
~
OMROEP 1 VALLEI
Einde bestuurslidmaatschap Artikel 6 1. Het bestuurslidmaatschap van een bestuurder eindigt tevens: a. door ontslag door de overige bestuursleden, zulks met inachtneming van het hierna in dit artikel in lid 2 en 3 bepaalde; indien b. een bestuurder hoofdredacteur, lid van de medewerkersvertegenwoordiging of van het pbo wordt dan wel met de stichting een arbeids- of andersoortige overeenkomst is aangegaan. c. indien een bestuurder aftreedt bij een rechtspersoon waarmee de stichting op bestuursniveau een personele unie heeft. 2. Bestuursleden kunnen te allen tijde met opgaaf van redenen door de overige bestuursleden
worden geschorst en/of ontslagen. Een besluit tot schorsing of ontslag dient te worden genomen in een vergadering waarin alle overige leden van het bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn en met twee/derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
3.
Een gemotiveerd voorstel daartoe kan aan het bestuur worden voorgelegd zowel door leden van het bestuur, door het pbo als door de vergadering van medewerkers. De schorsing eindigt wanneer het bestuur niet binnen drie maanden daarna tot ontslag heeft
besloten. Het geschorste bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de bestuursvergadering te verantwoorden en kan zich daarbij door een raadsman doen bijstaan. Andere organen Artikel 5 1. De hoofdredacteur woont de pbo-vergaderingen bij. Voor het nemen van besluiten, het notuleren van vergaderingen alsmede de wijze van 2. stemmen zijn de bepalingen van de statuten artikel 8, de leden 6 tot en met 16 van
overeenkomstige toepassing op alle commissies, werkgroepen of organen van de stichting als bedoeld in artikel 11 en 14 van de statuten.
Hoofdredacteur, programmastaf, medewerkersvertegenwoordiging Artikel 6 1. De stichting kent in aanvulling op het statutair bepaalde:
a.
een medewerkersvertegenwoordiging; dit is een door de medewerkersvergadering uit zijn midden aangewezen vertegenwoordiging.
b.
2. 3.
een technische dienst, die het bestuur, de hoofdredacteur en de programmastaf ondersteunt bij de werkzaamheden. De leden van deze technische dienst worden door het bestuur benoemd; zij zijn medewerkers van de stichting. De technische dienst staat onder leiding van het bestuurslid dat belast is met de portefeuille techniek, of een door het bestuur te benoemen functionaris. Nadere regelen ter zake van de verhouding tussen hoofdredacteur, programmastaf en andere
organen van de stichting worden door het bestuur vastgelegd in een redactiestatuut. 4.
Medewerkers die een arbeids- of andersoortige (betaalde) overeenkomst hebben met de stichting worden, in samenspraak met de hoofdredacteur, door het bestuur aangesteld en/of ontslagen.
Hoofdredacteur Artikel 7 1. De hoofdredacteur wordt op voordracht van het pbo benoemd en/of ontslagen door het bestuur. Een besluit tot ontslag dient tevoren aan overleg met het pbo en de
Omroep 1 Vallei • Huishoudelijk reglement 2022.docx
2 van 3
Stichting Omroep 1 Vallei
Huishoudelijk reglement OMROEP 1 VALLEI
2.
3.
4.
medewerkersvertegenwoordiging te worden onderworpen, indien het ontslag op journalistieke gronden wordt verleend. Het bestuur kan de hoofdredacteur in de uitoefening van zijn functie voor onbepaalde tijd schorsen. De schorsing vervalt indien niet binnen één maand na het schorsingsbesluit het in het eerste lid van dit artikel bedoelde overleg een aanvang heeft genomen. De vrijwillige leden van de programmastaf worden door de hoofdredacteur benoemd en vervolgens aangesteld door het bestuur. Ontslag wordt hun verleend door het bestuur na overleg met de hoofdredacteur, programmastaf en het pbo. Wil het ontslag op journalistieke gronden verleend kunnen worden, dan behoeft het de voorafgaande instemming van de hoofdredacteur en de medewerkersvertegenwoordiging. De hoofdredacteur is voor het media-aanbodbeleid van de lokale publieke media- instelling, rekening houdend met het in artikel 2.70 van de Mediawet opgenomen programmaaanbodvoorschrift verantwoording schuldig aan het pbo. Voor de overige werkzaamheden aan het bestuur.
Penningmeester Artikel 8 1. Halverwege een lopend kalenderjaar stelt de penningmeester het bestuur op de hoogte van de financiële stand van zaken die de stichting betreffen. 2. De penningmeester doet geen betalingen die niet zijn geverifieerd door middel van op naam van de stichting gestelde facturen of door de penningmeester te accorderen declaraties. 3. Ook in het geval dat zij afwijken van het bepaalde in artikel 16 van de statuten worden de door de subsidiegever(s) en het Commissariaat voor de Media vastgestelde termijnen in acht genomen. Archivering en bewaartermijn Artikel 9 1. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt. 2. Het bestuur is verplicht de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers conform de in artikel 2:10 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde termijn, thans zeven jaren, te bewaren.
Dit huishoudelijk reglement is vastgesteld door het bestuur van Stichting Omroep 1 Vallei i. o. op 9 februari 2022.
Omroep 1 VaUei - Huishoudelijk regtement 2022.docx
3 van 3
l,
!
~1)I
Stichting Omroep 1 Vallei
Huishoudelijk reglement
~
OMROEP 1 VALLEI
Inleiding Artikel 1
1. 2.
Dit reglement is opgesteld op grond van artikel 18 van de statuten van de stichting. Als reglement voor de uitvoering van het programmabeleid van de stichting fungeert het redactiestatuut.
3.
Als reglement voor het correcte gebruik van het gebouw, de studio's en de apparatuur fungeert het protocol Huisregels.
Bestuursamenstelling Artikel 2 1. De hoofdredacteur, leden van de medewerkersvertegenwoordiging en leden van het programmabeleid bepalend orgaan (hierna te noemen: pbo), alsmede zij, die met de stichting een arbeidsovereenkomst zijn aangegaan, kunnen geen deel uitmaken van het bestuur. 2. Onverlet de verantwoordelijkheid van het bestuur als zodanig, behartigt één bestuurslid het beheer van gebouw en inventaris en één bestuurslid de technische voorzieningen. 3. De hoofdredacteur, leden van de medewerkersvertegenwoordiging en leden van het programmabeleid bepalend orgaan (pbo), alsmede zij, die met de stichting een arbeidsovereenkomst zijn aangegaan, kunnen geen deel uitmaken van het bestuur. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de statuten zullen bestuursleden, alvorens te worden benoemd, een periode als kandidaat-bestuurslid doormaken, gedurende een periode van ten minste twee vergaderingen van het bestuur, tenzij het bestuur anders beslist. Van kandidaat-bestuursleden wordt verwacht dat zij, zonder stemrecht, deze 5.
bestuursvergaderingen bijwonen en van de agenda en vergaderstukken kennisnemen, tenzij 6.
het bestuur anders beslist. De periode van kandidaat-bestuurslid eindigt op de datum waarop de benoeming in het bestuur is geschied, of de kandidaat zich bij nader inzien terugtrekt, of het bestuur van de voorgenomen benoeming afziet.
Bestuursbesluiten Artikel 3 1. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een
direct of indirect persoonlijk belang heeft dat strijdig is met het belang van de stichting. De betreffende bestuurder is verplicht van een tegenstrijdig belang als in de vorige volzin bedoeld onverwijld mededeling te doen aan de andere bestuurder(s). Wanneer alle bestuurders of de
2.
enige bestuurder een tegenstrijdig belang als in de vorige volzin bedoeld heeft, wordt het besluit alsnog genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet
3.
hoofdelijk of schriftelijk is geschied, één stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. Tot bijwoning van de bestuursvergadering wordt de hoofdredacteur steeds uitgenodigd. Indien de ingebrachte stukken dat noodzakelijk maken, wordt een afgevaardigde van het pbo
uitgenodigd. Zij beiden hebben in de bestuursvergadering een adviserende stem.
Omroep 1 Vallei - Huishoudelijk reglement 2022.docx
1 van 3
,
\1~1
Stichting Omroep 1 Vallei
Huishoudelijk reglement
~
OMROEP 1 VALLEI
Einde bestuurslidmaatschap Artikel 6 1. Het bestuurslidmaatschap van een bestuurder eindigt tevens: a. door ontslag door de overige bestuursleden, zulks met inachtneming van het hierna in dit artikel in lid 2 en 3 bepaalde; indien een bestuurder hoofdredacteur, lid van de medewerkersvertegenwoordiging of b. van het pbo wordt dan wel met de stichting een arbeids- of andersoortige overeenkomst is aangegaan. c. indien een bestuurder aftreedt bij een rechtspersoon waarmee de stichting op 2.
bestuursniveau een personele unie heeft. Bestuursleden kunnen te allen tijde met opgaaf van redenen door de overige bestuursleden
worden geschorst en/of ontslagen. Een besluit tot schorsing of ontslag dient te worden genomen in een vergadering waarin alle overige leden van het bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn en met twee/derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
3.
Een gemotiveerd voorstel daartoe kan aan het bestuur worden voorgelegd zowel door leden van het bestuur, door het pbo als door de vergadering van medewerkers. De schorsing eindigt wanneer het bestuur niet binnen drie maanden daarna tot ontslag heeft
besloten. Het geschorste bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de bestuursvergadering te verantwoorden en kan zich daarbij door een raadsman doen bijstaan. Andere organen Artikel 5 1. De hoofdredacteur woont de pbo-vergaderingen bij. 2. Voor het nemen van besluiten, het notuleren van vergaderingen alsmede de wijze van stemmen zijn de bepalingen van de statuten artikel 8, de leden 6 tot en met 16 van
overeenkomstige toepassing op alle commissies, werkgroepen of organen van de stichting als bedoeld in artikel 11 en 14 van de statuten.
Hoofdredacteur, programmastaf, medewerkersvertegenwoordiging Artikel 6 1. De stichting kent in aanvulling op het statutair bepaalde:
a.
een medewerkersvertegenwoordiging; dit is een door de medewerkersvergadering uit zijn midden aangewezen vertegenwoordiging.
een technische dienst, die het bestuur, de hoofdredacteur en de programmastaf ondersteunt bij de werkzaamheden. De leden van deze technische dienst worden door het bestuur benoemd; zij zijn medewerkers van de stichting. De technische dienst staat onder leiding van het bestuurslid dat belast is met de portefeuille techniek, of een door het bestuur te benoemen functionaris. Nadere regelen ter zake van de verhouding tussen hoofdredacteur, programmastaf en andere b.
2. 3.
organen van de stichting worden door het bestuur vastgelegd in een redactiestatuut. 4.
Medewerkers die een arbeids- of andersoortige (betaalde) overeenkomst hebben met de stichting worden, in samenspraak met de hoofdredacteur, door het bestuur aangesteld en/of ontslagen.
Hoofdredacteur Artikel 7 1. De hoofdredacteur wordt op voordracht van het pbo benoemd en/of ontslagen door het bestuur. Een besluit tot ontslag dient tevoren aan overleg met het pbo en de
Omroep 1 Vallei - Huishoudelijk regtement 2022.docx
2 van 3
~
Stichting Omroep 1 Vallei
Huishoudelijk reglement
~111
~
OMROEP 1 VALLEI
medewerkersvertegenwoordiging te worden onderworpen, indien het ontslag op journalistieke 2.
3.
4.
gronden wordt verleend. Het bestuur kan de hoofdredacteur in de uitoefening van zijn functie voor onbepaalde tijd schorsen. De schorsing vervalt indien niet binnen één maand na het schorsingsbesluit het in het eerste lid van dit artikel bedoelde overleg een aanvang heeft genomen. De vrijwillige leden van de programmastaf worden door de hoofdredacteur benoemd en vervolgens aangesteld door het bestuur. Ontslag wordt hun verleend door het bestuur na overleg met de hoofdredacteur, programmastaf en het pbo. Wil het ontslag op journalistieke gronden verleend kunnen worden, dan behoeft het de voorafgaande instemming van de hoofdredacteur en de medewerkersvertegenwoordiging. De hoofdredacteur is voor het media-aanbodbeleid van de lokale publieke media- instelling, rekening houdend met het in artikel 2.70 van de Mediawet opgenomen programmaaanbodvoorschrift verantwoording schuldig aan het pbo. Voor de overige werkzaamheden aan het bestuur.
Penningmeester Artikel 8 1. Halverwege een lopend kalenderjaar stelt de penningmeester het bestuur op de hoogte van de financiële stand van zaken die de stichting betreffen.
2.
De penningmeester doet geen betalingen die niet zijn geverifieerd door middel van op naam
3.
van de stichting gestelde facturen of door de penningmeester te accorderen declaraties. Ook in het geval dat zij afwijken van het bepaalde in artikel 16 van de statuten worden de door de subsidiegever(s) en het Commissariaat voor de Media vastgestelde termijnen in acht
genomen. Archivering en bewaartermijn Artikel 9
1.
2.
De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt. Het bestuur is verplicht de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers conform de in artikel 2:10 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde termijn, thans zeven jaren, te bewaren.
Dit huishoudelijk reglement is vastgesteld door het bestuur van Stichting Omroep 1 Vallei i.o. op 9 februari 2022.
Omroep 1 Vallei - Huishoudelijk reglement 2022.docx
3 van 3
4
\`!
OMROEP 1 VALLEI
aanvraag aanwijzing lokale publieke media—instelling Statutaire naam:
Stichting Omroep 1 Vallei
Station-call:
radio: 1vallei; tv: XON
Correspondentieadres: Postbus 4242 6710 EE Ede Studioadres:
Molenstraat 45 6711 AW Ede
Telefoonnummer:
0318-811999
Faxnummer: E-mailadres:
bestuur@1vallei.nl
lnternetadres:
1vallei.nl
Contactpersoon:
R.J. Landman (secretaris)
Telefoonnummer:
06-40465713
Voor de gemeenten:
Renswoude, Scherpenzeel, Veenendaal, Woudenberg
Deze aanvraag gaat vergezeld van: X uittreksel inschrijving bij de Kamer van Koophandel samenstelling programmabeleid bepalend orgaan X notarieel vastgestelde statuten voorstel tot statutenwijziging X redactiestatuut X huishoudelijk reglement - overeenkomst(en) Datum: 5 april 2022
Handtekeninq voorzitter: