3.b9 Schoolstraat 100 Toelichting Bijlage 9 Natuurtoets
Tekst van het document
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan
projectnummer 0468964.100 definitief revisie 00 22 maart 2021
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan projectnummer 0468964.100 definitief revisie 00 22 maart 2021
Auteurs L. de Jong, MSc.
Opdrachtgever Wilma Wonen Nederland B.V. Groenewoudsedijk 61 3528 BG UTRECHT
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave 22-03-2021
beschrijving revisie 00 definitief
goedkeuring Matthijs Höppener
vrijgave Anthony van Dongen
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
1 1 2 2
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
3
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Provinciaal beleid Bescherming van houtopstanden
3 3 4 4 5 6
3
Methodiek
7
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
7 7 8 8
4
Resultaten
9
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland en Groene Zone
9 10 10 12 13 14 14 14
5
Toetsing
16
5.1 5.2 5.2.1 5.3 5.3.1 5.3.2
Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Groene contour
16 16 16 17 17 17
6
Bronnen
18
Bijlagen Bijlage 1: Wettelijk kader
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Veenendaal
Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: PDOK via QGIS, 2021.
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Conclusies en advies De Wilma Wonen is voornemens om ter hoogte van de Schoolstraat 100 te Veenendaal woningen te realiseren. Deze ontwikkeling is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets.
Conclusies: Beschermde gebieden Op circa 1,8 kilometer afstand van het plangebied is het Natura 2000-gebied ‘Binnenveld’ gelegen. Binnen 10 kilometer afstand van het plangebied komen ook enkele overige Natura 2000-gebieden voor. Effecten ten gevolge van stikstofdepositie kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Om deze reden dienen deze effecten in kaart gebracht middels een separaat op te stellen AERIUS-berekening. Zie ook Tabel 01. In het plangebied is geen NNN-gebied of Groene zone aanwezig. Het planvoornemen zal ook niet leiden tot aanvullende verstoring. Er is zowel van indirecte als directe aantasting van de NNN en Groene dan ook geen sprake. Significant negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is daarom geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing. Zie ook Tabel 01. Het plangebied bevindt zich volledig binnen de bebouwde kom. Van onder de Wnb beschermde houtopstanden is derhalve geen sprake. Tabel 01. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000
NNN
Groene zone
Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Ja
Nee
Nee
Effecten?
Mogelijk AERIUS-berekening, mogelijk overige vervolgstappen Afhankelijk van uitkomsten AERIUS berekening
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Algemene broedvogels (potentiële nestplaatsen). In Tabel 02 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 02. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soort (groep)
Algemene broedvogels
Essentieel leefgebied in plangebied?
Ja, potentiële nestplaatsen in bomen
Is er sprake van een overtreding?
Nee, mits soortspecifieke maatregelen genomen worden
Is een ontheffing noodzakelijk
Nee
Is het plan uitvoerbaar?
Ja, mits gewerkt wordt buiten het broedseizoen of overige maatregelen worden getroffen om verstoring van broedgevallen te voorkomen
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De Wilma Wonen is voornemens om ter hoogte van de Schoolstraat 100 te Veenendaal woningen te realiseren. Deze ontwikkeling is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (oranje gemarkeerd). Bron achtergrond: Kadastralekaart.nl.
1.2
Planvoornemen De initiatiefnemer is voornemens ter hoogte van de Schoolstraat 100 te Veenendaal woningen te realiseren. De nadere invulling van het plangebied is nog niet bekend. Het is nog niet bekend of op de locatie appartementen zullen worden gerealiseerd, of dat sprake is van laagbouw. Wel staat vast dat het huidige pand zal worden gesloopt. Mogelijk krijgt het huidige parkeerterrein ook een andere invulling. De exacte grenzen van het plangebied zijn nog niet vastgesteld. Hiertoe dienen de perceelsgrenzen nog nader te worden vastgesteld. Het plangebied betreft globaal de in Figuur 1.1 gemarkeerde oppervlakte. Uit de nadere vaststelling van de perceelsgrens moet blijken of de begroeiing aan de zuidwestelijke zijde (zie Figuur 1.1) behoort tot het plangebied. In dat geval is mogelijk sprake van kleinschalige kap- en snoeiwerkzaamheden.
Blad 1 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
1.3
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
1.4
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.
Blad 2 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen).
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 5) aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).
Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet
Blad 3 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B(1 en 2) en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan.
Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Utrecht bevoegd gezag. In de provincie Utrecht gelden geen uitzonderingen op de landelijk vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13). In de provincie geldt voor deze landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.
2.3
Gebiedsbescherming
2.3.1
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
Blad 4 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
2.3.2
Provinciaal beleid Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 Provincie Utrecht (Herijking 2016) zijn regels voor het NNN opgenomen in Artikel 2.4. Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe1.
Het ‘nee, tenzij’-principe betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeginsel van het NNN staat in de PRV (Herijking 2016) in Artikel 2.4 lid 3 uiteengezet. Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Utrecht geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer er binnen de grenzen van het NNN gewerkt wordt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden. Groene contour In de provincie Utrecht zijn gebieden aangewezen als Groene Contour. In de Groene Contour wil de provincie Utrecht landbouwgronden omvormen tot natuurgebied om daarmee het Natuurnetwerk Nederland te versterken. Het gaat om een totale omvang van 3000 hectare. Na realisatie wordt de nieuwe natuur opgenomen in het NNN.
Voor de Groene contour-gebieden geldt dat ontwikkelingen zijn toegestaan, mits deze onder andere in samenhang worden ontwikkeld met de natuur. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als Groene contour bevat geen bestemmingen en regels die tot gevolg hebben dat natuurontwikkeling in gebieden die van belang zijn voor het functioneren van het Natuur Netwerk Nederland onmogelijk wordt (Artikel 3.15 PRV), tenzij: a. de ingreep voortkomt uit een groot openbaar belang, en b. het verlies aan mogelijkheden om natuur te ontwikkelen kwantitatief en kwalitatief gelijkwaardig wordt gecompenseerd met de inrichting van natuur elders binnen de Groene contour of in aansluiting op het Natuur Netwerk Nederland, en c. aard en omvang van deze natuurcompensatie evenredig zijn met het verlies aan natuurontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van de ingreep, en 1
Naast ‘de route’ van de Nee tenzij-afweging kan er sprake zijn van twee andere routes, namelijk een kleinschalig ontwikkeling of een NNN(EHS)-saldobenadering waarbij er geen onderbouwing aan de orde is van het dwingende belang en/of van alternatieven. Indien relevant wordt bekeken of deze van toepassing zijn voor het plan.
Blad 5 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
d.
behoud en beheer van de ter compensatie ingerichte natuur blijvend zijn verzekerd.
Weidevogels Voor de weidevogels heeft de provincie Utrecht weidevogelkerngebieden aangewezen. Voor deze gebieden zijn geen specifieke beleidsregels opgesteld in de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 Provincie Utrecht (Herijking 2016). In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (Herijking 2016) (provincie Utrecht, 2017) is echter wel een beleidstekst opgenomen. Het onderstaande is hierin beschreven. De kerngebieden voor weidevogels zijn in provincie Utrecht bekend. Ze zijn gebaseerd op de provinciale weidevogelvisie (2012) en in overleg met de agrarische collectieven geactualiseerd op basis van recente inventarisaties (2014 en 2015 ). Naast een goed beheer van deze gebieden zijn ook ruimtelijke aspecten als openheid, rust en goede inrichting voor weidevogels van groot belang. Ontwikkelingen waarbij deze aspecten worden aangetast zijn derhalve onwenselijk. Hierbij kan gedacht worden aan de aanleg van wandel- en fietspaden, uitbreiding van bebouwing etc. In afwachting van de nadere invulling van de provinciale taken in de nieuwe Wet natuurbescherming en in relatie tot de ontwikkeling van het agrarisch natuurbeheer blijft regulier agrarisch gebruik mogelijk. Ook uitbreiding van veehouderij binnen de bestaande bouwpercelen blijft, mits er wordt voldaan aan de toepasselijke wettelijke eisen, mogelijk.
Voor de weidevogels vraagt provincie Utrecht gemeenten in hun planvorming en bij het toestaan van activiteiten in en nabij deze gebieden, rekening te houden met de effecten op weidevogels. In de omgeving van Veenendaal zijn geen weidevogelgebieden aangewezen. Een nadere toetsing aan weidevogelgebieden is derhalve niet aan de orde.
2.3.3
Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m2. Een nadere toetsing aan de Wnb Houtopstanden is derhalve niet aan de orde. Bescherming van houtopstanden binnen de bebouwde kom is een taak van de gemeentelijke overheid en is vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Bij kapwerkzaamheden is mogelijk een vergunning noodzakelijk.
Blad 6 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het planeffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende plan. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2016-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZK of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.
Blad 7 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
3.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 1 maart 2021 is vanaf circa 14:30 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij onbewolkt weer met een temperatuur van circa 12 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet belopen.
3.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 8 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.
4.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt ten zuiden van de Bevrijdingslaan en ten Noorden van de Schoolstraat te Veenendaal. Aan de oostzijde van het plangebied is een winkelpand aanwezig, aan de westzijde van het plangebied zijn een appartementencomplex en overige woningen aanwezig. Het plangebied is gelegen in het centrum van Veenendaal (gemeente Veenendaal, Provincie Utrecht). Het plangebied is bebouwd met een winkelpand, welke voorheen in gebruik was als meubelzaak. Het pand is rechthoekig van vorm en heeft een bitumen plat dak. De wanden van het pand bestaan uit metalen platen. Momenteel wordt het pand gebruikt als (tijdelijke) vaccinatielocatie van de GGD. De hoofdingang van het pand is gelegen aan de noordzijde en heeft een metalen overkapping. Het overige deel van het plangebied is verhard en in gebruik als parkeerterrein, waarbij het westelijke deel van het plangebied de meeste parkeerruimte biedt. De perceelsgrenzen zijn bij het opstellen van deze natuurtoets niet volledig in kaart gebracht. Aan de zuidwestelijke rand van het plangebied is een kleine groenstrook aanwezig met bedekking van klimop en enkele bomen. Indien dit deel bij het perceel behoort, wordt dit deel bij het plan betrokken. In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het plangebied, inclusief de kleine groenstrook.
Blad 9 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Noordelijke wijze van het pand, met hoofdingang en overkapping.
Westzijde van het pand, gezien vanaf de parkeerplaats.
Zuidzijde van het pand, gezien vanaf de Schoolstraat.
Detail dakrand.
Groenstrook aan de zuidwestelijke zijde van het plangebied. Figuur 4.1. Impressie van het plangebied.
4.2
Beschermde soorten
4.2.1
Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1.
Blad 10 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2016-2021).
Soortgroep
Vogels met een jaarrond beschermd nest*
Zoogdieren
Amfibieën Reptielen Insecten - Dagvlinders Insecten - Libellen Vissen
Planten
Soort
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw Bever Boommarter Das Eekhoorn Steenmarter Vleermuizen** Wild zwijn Heikikker Poelkikker Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Kleine ijsvogelvlinder
JRB
HR
A/B
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
Geen waarnemingen
Grote modderkruiper Akkerogentroost Dreps Drijvende waterweegbree Geel schorpioenmos Glad biggenkruid Groot spiegelklokje Korensla Schubvaren Wilde weit
X X X X X X X X X X
Geen waarnemingen Overige soortgroepen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: baardvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis.
Blad 11 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.
4.2.2
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Aangezien het plangebied een beperkte omvang heeft, grotendeels verhard, gecultiveerd en bebouwd is, niet aansluit op grote natuur(lijke)gebieden, in een verstoorde omgeving ligt, geen open water bevat en het verspreidingsgebied van een aantal soorten niet tot aan het centrum van Veenendaal loopt, zijn niet alle biotoop-kritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de beschermde (sub)soortgroepen: (land/water)zoogdieren (bever, boommarter, das, steenmarter, wild zwijn), amfibieën (heikikker, poelkikker), reptielen (hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang), vissen (grote modderkruiper), vlinders (kleine ijsvogelvlinder), libellen en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken). Er is voor deze soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het plangebied. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, zoogdieren (vleermuizen en eekhoorn) en flora.
Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Deze komen niet voor, omdat het plangebied geen grote bomen, oeverranden, hoge gebouwen, hoge overige structuren of bebouwing met dakpannen bevat en niet aansluit op geschikt leefgebied. De bebouwing is opgetrokken uit metalen platen, waardoor eventuele kieren of gaten bovendien geen gunstig microklimaat bieden. Het plangebied biedt geen geschikt habitat voor vogels met een jaarrond beschermd nest. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest ( categorie 5) Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen.
Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) Deze komen mogelijk voor in het plangebied, omdat de groenstrook (weliswaar in beperkte omvang) potentie biedt voor algemene vogelsoorten om tot broeden te komen. Tijdens het terreinbezoek zijn geen vogels in het plangebied waargenomen en zijn geen nesten waargenomen. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.
Blad 12 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Zoogdieren Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In het voorliggende plangebied zijn geen ruimtes, kieren en betimmeringen aanwezig die geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. De bebouwing is opgetrokken uit metalen platen, waardoor eventuele kieren of gaten bovendien geen gunstig microklimaat bieden. Het plangebied biedt geen geschikte verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen omdat geschikte gaten, holen en scheuren in bomen voor deze soorten ontbreken. Gezien het plangebied overwegend verhard is en geen lijnvormige elementen bevat, worden ook essentieel foerageergebied en vliegroutes in het plangebied niet verwacht. Door deze aspecten is essentieel leefgebied voor vleermuizen op basis van (veld)ervaring en kennis van de geschiktheid van de elementen voor vleermuizen uit te sluiten van het plangebied. Eekhoorn De eekhoorn komt in Veenendaal met name voor in de buitenwijken, op grotere afstand van het plangebied.
In het centrum van Veenendaal zijn geen waarnemingen van de eekhoorn bekend (NDFF, 2016-2021). Aan de rand van het plangebied zijn enkele bomen aanwezig. De eekhoorn maakt nesten in bomen, echter zijn dergelijke nesten tijdens het terreinbezoek niet waargenomen. Zodoende kan de aanwezigheid van beschermd habitat van de eekhoorn in het plangebied worden uitgesloten. Flora Tijdens het terreinbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden gezien het sterk gecultiveerde karakter van het plangebied (vrijwel het gehele plangebied is bebouwd of bestraat) en de biotoop-specifieke eisen die die planten aan hun standplaats stellen, ook niet verwacht. Voor zover sprake is van beplanting, aan de rand van het plangebied, betreft het enkele jonge bomen met een bodembedekking van klimop en overige algemene planten. Het plangebied biedt geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten.
4.2.3
Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.
Soort Algemene vogelsoorten
Beschermingsregime
Aanwezigheid
Toelichting
Mogelijk
De groenstrook aan de rand van het plangebied betreft potentieel broedgebied voor algemene vogelsoorten
Artikel 3.1
Blad 13 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
4.3
Beschermde gebieden
4.3.1
Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Binnenveld’ ligt op circa 1,8 kilometer afstand ten zuidoosten van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden, die binnen 10 kilometer afstand van het plangebied liggen, zijn ‘Veluwe’, ‘Rijntakken’ en ‘Kolland & Overlangbroek’. De genoemde Natura 2000-gebieden bevatten stikstofgevoelige habitattypen. Zie ook Figuur 4.2.
Figuur 4.2. Natura 2000 gebieden (geel, groen en blauw) in de omgeving van het plangebied (rood gemarkeerd). Bron achtergrond: PDOK via QGIS, 2021.
4.3.2
Natuurnetwerk Nederland en Groene Zone In het plangebied is geen NNN-gebied en/of Groene zone aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN- of Groene zone-gebied is op ten circa 1,5 kilometer van het plangebied gelegen, aan de rand van de bebouwde kom van Veenendaal. Zie ook Figuur 4.3.
Blad 14 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Figuur 4.3. NNN- en Groene zone-gebieden in de omgeving van het plangebied (rood gemarkeerd). Bron achtergrond: Webkaart NNN, Provincie Utrecht.
Blad 15 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
5
Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).
5.1
Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: De aanwezige bebouwing wordt gesloopt; De locatie wordt bouwrijp gemaakt; Mogelijk is sprake van (kleinschalige) kap- en snoeiwerkzaamheden. De nieuwe inrichting van het plangebied is nog niet bekend. Wel is bekend dat het plangebied zal worden ingericht als woongebied. In de huidige situatie zijn de natuurwaarden van het plangebied beperkt. Herinrichting van het plangebied biedt mogelijkheden om de natuurwaarden van het gebied te versterken of ontwikkelen, bijvoorbeeld door de aanplant van bomen, heggen, struiken en groenstroken. Dit kan bovendien bijdragen aan een prettig leefklimaat voor toekomstige bewoners.
5.2
Toetsing effect op beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat het plangebied een potentieel geschikt biotoop biedt voor algemene vogelsoorten (zie ook Tabel 4.2). Om deze reden is er enkel op deze soortgroep een potentieel effect aan de orde. De onderstaande effectbeoordeling richt zich alleen op deze soortgroep. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten en ondervinden geen effect van het voornemen.
5.2.1
Vogels Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kapwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli2)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie). Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet 2
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 16 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.
5.3
Effecten op beschermde gebieden
5.3.1
Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat binnen 10 kilometer afstand van het plangebied diverse Natura 2000-gebieden liggen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Binnenveld’ ligt op circa 1,8 kilometer afstand van het plangebied. De Natura 2000-gebieden liggen buiten het invloedsgebied van het plan wat betreft effecten als gevolg van bijvoorbeeld verdroging, geluid- en lichtverstoring. Gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden kunnen enkel effecten van vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie niet op voorhand worden uitgesloten. Vanwege de geringe omvang van de werkzaamheden in het plangebied zijn overige effecten op soorten, habitats van soorten of habitattypen in het Natura 2000-gebied uitgesloten. Als gevolg van het voornemen kunnen significante negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op nabij gelegen Natura 2000-gebieden niet bij voorbaat met zekerheid uitgesloten worden. Om deze reden dient een (separate) AERIUS-berekening te worden uitgevoerd deze effecten nader in kaart te brengen. Om een betrouwbare AERIUS-berekening uit te kunnen voeren, dient de nieuwe inrichting van het plangebied verder te worden uitgewerkt.
5.3.2
Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Groene contour Voor wat betreft de NNN is bij directe aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevindt zich geen NNN binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. NNN-gebieden liggen op grote afstand van het plangebied. Ook significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN in de nabijheid van het plan kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling in het plangebied heeft geen effect op de directe omgeving van het plangebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Het NNN-beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Ook gebieden die behoren tot de Groene zone liggen op grote afstand van het plangebied. Ook significant negatieve effecten op deze Groene zone zijn uitgesloten. Het beleid dat betrekking heef top de Groene zone staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
Blad 17 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
6
Bronnen Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Overig: NDFF PDOK via QGIS Webkaart NNN, Provincie Utrecht
Blad 18 van 18
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Bijlagen
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.
Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.
2.
3.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam
Amfibieën
Dagvlinders
Haften
boomkikker
hamster
geelbuikvuurpad
otter
heikikker
bever
kamsalamander
Zoogdieren
knoflookpad
landzoogdieren lynx
rugstreeppad
noordse woelmuis
vroedmeesterpad
wilde kat
poelkikker
wolf
moerasparelmoervlinder
baardvleermuis
apollovlinder
bechsteins vleermuis
boszandoog
bosvleermuis
donker pimpernelblauwtje
brandts vleermuis
grote vuurvlinder
franjestaart
pimpernelblauwtje
gewone grootoorvleermuis
tijmblauwtje
grijze grootoorvleermuis
zilverstreephooibeestje
grote hoefijzerneus
oeveraas
grote rosse vleermuis
brede geelrandwaterroofkever
Kevers
Libellen
Nachtvlinders Reptielen
gestreepte waterroofkever juchtleerkever
Zaadplanten
vleermuizen
kleine dwergvleermuis kleine hoefijzerneus laatvlieger
mercuurwaterjuffer
meervleermuis
bronslibel
mopsvleermuis
gaffellibel
noordse vleermuis
gevlekte witsnuitlibel
rosse vleermuis
groene glazenmaker
ruige dwergvleermuis
noordse winterjuffer
tweekleurige vleermuis
oostelijke witsnuitlibel
vale vleermuis
rivierrombout
watervleermuis
sierlijke witsnuitlibel
gewone dwergvleermuis
teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad
walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis
gladde slang
gestreepte dolfijn
muurhagedis
gewone dolfijn
zandhagedis
gewone spitsdolfijn
geel schorpioenmos
grijze dolfijn
kleine vlotvaren
Weekdieren
ingekorven vleermuis
Zoogdieren
vermiljoenkever
Sporenplanten tonghaarmuts Vissen
hazelmuis
steur
Zoogdieren
zeezoogdieren
kleine zwaardwalvis narwal orka
houting
tuimelaar
bataafse stroommossel
witflankdolfijn, witsnuitdolfijn
platte schijfhoren
noordse vinvis, potvis
liggende raket, zomerschroeforchis
butskop
drijvende waterweegbree
dwergvinvis
groenknolorchis
griend, witte dolfijn
kruipend moerasscherm
spitsdolfijn van gray
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Tabel B (1). “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep
Amfibieën
Nederlandse naam
Soortgroep
Nederlandse naam
Alpenwatersalamander
Beekdonderpad
Bruine kikker*
Beekprik
Gewone pad*
Elrits
Kleine watersalamander*
Europese rivierkreeft
Meerkikker*
Vissen
Gestippelde alver
Middelste groene kikker*
Grote modderkruiper
Vinpootsalamander
Kwabaal
Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder
Aardmuis*
Bruin dikkopje
Boommarter
Bruine eikenpage
Bosmuis*
Donker pimpernelblauwtje
Bunzing**
Duinparelmoervlinder
Damhert
Gentiaanblauwtje
Das
Grote parelmoervlinder
Dwergmuis*
Grote vos
Dwergspitsmuis*
Grote vuurvlinder
Edelhert
Grote weerschijnvlinder
Eekhoorn
Iepenpage
Egel*
Dagvlinders Kleine heivlinder
Gewone bosspitsmuis*
Kommavlinder
Gewone zeehond
Pimpernelblauwtje
Grote bosmuis
Sleedoornpage Spiegeldikkopje
Reptielen
Libellen
Eikelmuis
Kleine ijsvogelvlinder
Zoogdieren
Grijze zeehond Haas*
Veenbesblauwtje
Hermelijn**
Veenbesparelmoervlinder
Huisspitsmuis*
Veenhooibeestje
Konijn*
Veldparelmoervlinder
Molmuis
Zilveren maan Adder
Ondergrondse woelmuis*
Hazelworm
Rosse woelmuis*
Levendbarende hagedis
Steenmarter
Ringslang
Tweekleurige bosspitsmuis*
Beekkrombout
Veldmuis*
Bosbeekjuffer
Veldspitsmuis*
Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel
Vos* Waterspitsmuis
Gewone bronlibel
Wezel**
Hoogveenglanslibel
Wild zwijn
Kempense heidelibel
Woelrat*
Speerwaterjuffer
Ree*
Kevers
Vliegend hert
Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Tabel B (2). Per provincie vrijgestelde “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. (aangegeven met een ‘x’ of ‘*’). Provincie Soort
Friesland Groningen Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht
Noord- ZuidNoordFlevoland Zeeland Limburg Holland Holland Brabant
Aardmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bastaardkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bruine kikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bunzing
x
x
x
x
x
x
Dwergmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Dwergspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x x
Eekhoorn
(*)
Egel
x
x
x
Gewone bosspitsmuis
x
x
x
Gewone pad
x
x
x
Haas
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Hazelworm
(**)
Hermelijn
x
x
x
x
x
Huisspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Kleine watersalamander
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Levendbarende hagedis Meerkikker
x (***)
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Molmuis
x
Ondergrondse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ree
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Rosse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Steenmarter
x
Tweekleurige bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Vos
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
(****)
x
x
Wild zwijn Woelrat
x x
x
x
x
x
x
(*) = vrijgesteld maart–april en juli t/m november (**) = vrijgesteld in juli t/m september, (***) = 15 aug t/m 15 okt, (****) = 15 aug t/m feb (Wijzigingsverordening, provincie Limburg, 2017)
x
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep
Planten
Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis
Nederlandse naam
Nederlandse naam
Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk
Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Natuurtoets Schoolstraat 100 Veenendaal projectnummer 0468964.100 22 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.