3.b4 Schoolstraat 100 Toelichting Bijlage 4 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek Schoolstraat 100 - Veenendaal - Gemeente Veenendaal
projectnummer 468964 revisie 00 30 maart 2021
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek Schoolstraat 100 - Veenendaal - Gemeente Veenendaal projectnummer 468964 revisie 00 30 maart 2021
Auteurs V. Uffink A.J. Brokke
Opdrachtgever Wilma Wonen Nederland B.V. Groenewoudsedijk 61 3528 BG UTRECHT
datum vrijgave 30-3-2021
beschrijving revisie 00 Voor te leggen aan het bevoegd gezag
goedkeuring A.J. Brokke
vrijgave M. Höppener
Inhoudsopgave
Blz.
Samenvatting
2
1
Inleiding
3
2
Beschrijving onderzoekslocatie
4
2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen
4 4 5 5 9
3
Bekende waarden
12
3.1 3.2
Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden
12 14
4
Archeologische verwachting
15
4.1 4.2
Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting
15 16
5
Conclusies en advies
18
5.1 5.2
Conclusies (Selectie)advies
18 18
Literatuur en geraadpleegde bronnen
19
Lijst met afbeeldingen
21
Bijlagen 1 2
Archeologische perioden AMZ-cyclus
Kaartbijlagen 468964-ARCHIS
Gegevens uit ARCHIS
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kaartblad Coördinaten Opdrachtgever Uitvoerder Datum uitvoering Projectteam
468964 4979058100 Utrecht Veenendaal Veenendaal Schoolstraat 100 32O en 39O 166714/449194 Wilma Wonen Nederland B.V. Antea Group Maart 2021 M. Höppener (projectleider) V. Uffink (projectarcheoloog)
Vrijgave conform KNA A. Brokke (senior KNA-archeoloog) Bevoegd gezag Gemeente Veenendaal Deskundige Bevoegd gezag Beheer documentatie Antea Group
Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied.
Blad 1 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Samenvatting In augustus 2020 heeft Antea Group in opdracht van Wilma Wonen een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Directe aanleiding voor het bureauonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van een perceel aan de Schoolstraat 100 in Veenendaal. Wilma Wonen heeft de locatie eind 2020 aangekocht en is voornemens de bestaande bebouwing volledig te slopen om vervolgen nieuwbouw te ontwikkelen. In het plangebied kunnen resten worden verwacht uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Dit op basis van de bekende archeologische waarden die in de omgeving zijn aangetroffen en onderzoeken die in de omgeving zijn uitgevoerd. De verwachting voor het westelijke deel van het plangebied, op de (overgang naar de) stuwwal, is hoog; voor het oostelijke deel, op de vlakte met deels verspoelde dekzanden, is de verwachting middelhoog. Archeologische resten uit de prehistorie worden verwacht in de top van de dekzandafzettingen. Tevens kunnen in de top van het veen archeologische resten worden aangetroffen uit de bronstijd tot en met de nieuwe tijd. Dergelijke resten bevinden zich dan vermoedelijk direct onder maaiveld. Advies Omdat in het plangebied een middelmatige tot hoge kans is op het aantreffen van archeologische resten, adviseert Antea Group om binnen deze delen van het plangebied een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren.
De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1) de aard van bodemopbouw en 2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen. Bovenstaande is een advies; het hierop nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze gemeente Veenendaal. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.
Blad 2 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
1
Inleiding In augustus 2020 heeft Antea Group in opdracht van Wilma Wonen een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Directe aanleiding voor het bureauonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van een perceel aan de Schoolstraat 100 in Veenendaal. Wilma Wonen heeft de locatie eind 2020 aangekocht en is voornemens de bestaande bebouwing volledig te slopen om vervolgen nieuwbouw te ontwikkelen. Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan Centrum (onherroepelijk 26-6-2014) en het Parapluplan 2020 (vastgesteld op 25-06-2020).1 Binnen het plangebied zijn twee verschillende dubbelbestemmingen van toepassing: Waarde – Archeologie – Middelhoog in het oostelijke deel van het plangebied en Waarde – Archeologie – Hoog in het westelijke deel van het plangebied.2 Respectievelijk geldt hier dat bij graafwerkzaamheden met een omvang groter dan 5.000m2 en 1.000 m2 en dieper dan 0,5 m-mv archeologisch onderzoek verplicht is. Hierbij geldt dat de strengste oppervlaktegrens wordt aangehouden in het bepalen van de onderzoeksplicht. Op basis van de contouren van de dubbelbestemmingen zijn de dubbelbestemmingszones beperkt tot het westelijke en het oostelijke deel van het plangebied. De vrijstellingsgrenzen op de gemeentelijke maatregelenkaart komen overeen met die in het bestemmingsplan.
Onderhavig plangebied overschrijd de genoemde grenzen waardoor archeologisch onderzoek verplicht is. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Waar kunnen we wat verwachten? Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische onderzoeken en waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de BRL 4000, protocol 4002 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Voor de KNA-protocollen 4001 (PvE), 4002 (bureauonderzoek), 4003 (inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).
1 In de toelichting wordt aangegeven dat op basis van archeologisch onderzoek in 2018 een nieuwe archeologische
beleidskaart is opgesteld. Het parapluplan is de juridisch planologische vertaalslag van deze beleidskaart. 2 www.ruimtelijkeplannen.nl
Blad 3 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
2
Beschrijving onderzoekslocatie
2.1
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen onderzoeksgebied enerzijds en plangebied anderzijds. Het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de in de inleiding genoemde plannen betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord. Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen over de mogelijk aanwezige archeologische sporen in het plangebied. Het onderzoeksgebied is veelal groter dan het plangebied. Het plangebied betreft het een perceel dat is gelegen aan de Schoolstraat 100 te Veenendaal. De locatie ligt tussen de Schoolstraat en Bevrijdingslaan. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6.340 m2. Een onderzoeksgebied van 500 m rondom het gehele plangebied wordt voldoende geacht om een indruk te krijgen van het archeologisch potentieel van het plangebied. Voor bepaalde aspecten zal het echter nodig zijn om ook buiten dit onderzoeksgebied gegevens te verzamelen.
2.2
Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Op dit moment staat er op het perceel nog een gebouw waar voorheen de Seats and Sofa’s gevestigd was. Het overige deel van het terrein is deels bestraat met klinkers en tegels en voor een deel geasfalteerd (zie afbeelding 2).
Afbeelding 2. Luchtfoto met rood omlijnd het plangebied (Bron: ESRI Nederland).
Blad 4 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Consequenties toekomstig gebruik De huidige bebouwing zal worden gesloopt in het kader van herontwikkeling van het perceel. Het definitieve bouwplan ligt nog niet vast. Verwacht wordt dat de nieuwe bebouwing circa 65% van het terrein in beslag zal nemen. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal de bodem naar schatting in ieder geval tot circa 1 m -mv worden verstoord.
2.3
Archeologisch beleid Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan Centrum (onherroepelijk 26-6-2014) en het Parapluplan 2020 (vastgesteld op 25-06-2020).3 Binnen het plangebied zijn twee verschillende dubbelbestemmingen van toepassing: Waarde – Archeologie – Middelhoog in het oostelijke deel van het plangebied en Waarde – Archeologie – Hoog in het westelijke deel van het plangebied.4 Respectievelijk geldt hier dat bij graafwerkzaamheden met een omvang groter dan 5.000m2 en 1.000 m2 en dieper dan 0,5 m-mv archeologisch onderzoek verplicht is. Hierbij geldt dat de strengste oppervlaktegrens wordt aangehouden in het bepalen van de onderzoeksplicht. Op basis van de contouren van de dubbelbestemmingen zijn de dubbelbestemmingszones beperkt tot het westelijke en het oostelijke deel van het plangebied. Deze dubbelbestemmingen zijn gebaseerd op de archeologische beleidskaart en de vrijstellingsgrenzen op deze kaart komen overeen met die in het bestemmingsplan. Onderhavig plangebied overschrijdt de genoemde grenzen waardoor archeologisch onderzoek verplicht is.
2.4
Landschappelijke situatie In dit hoofdstuk zijn kaarten en bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de opbouw van het landschap en de landschappelijke gesteldheid in het plangebied, zoals bijvoorbeeld de geomorfologische kaart, de bodemkaart en het AHN. De archeologische verwachting volgt voor een groot gedeelte uit de opbouw van het landschap. De verspreiding van archeologische vindplaatsen heeft namelijk een duidelijk verband met de landschappelijke gesteldheid. Geologie5 Het plangebied ligt in het Utrechts-Gelders zandgebied. Tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, bereikte het landijs Nederland. Hierdoor werden sedimenten die eerder door rivieren afgezet waren, opgestuwd. Één van de ijstongen van de gletsjer sleet ter plaatse van de Gelderse vallei en het IJsseldal een diep glaciaal bekken uit. Voor en tussen de ijstongen werd het bestaande sediment opgestuwd en vormden zo de stuwwallen aan de randen van de bekkens, zoals de Utrechtse heuvelrug en de Veluwe. De gletsjer zette daarnaast keileem af (Formatie van Drente). Daarnaast werd in de Gelderse vallei opgevuld door sedimenten uit gletsjermeren. In de tussenijstijd, het Eemien, steeg de zeespiegel door het afsmelten van het landijs. De zee drong het land binnen in het IJsseldal en de Gelderse Vallei en zette zand en klei af, die gerekend worden bij de Formatie van Eem.
3
In de toelichting wordt aangegeven dat op basis van archeologisch onderzoek in 2018 een nieuwe archeologische beleidskaart is opgesteld. Het parapluplan is de juridisch planologische vertaalslag van deze beleidskaart. 4 www.ruimtelijkeplannen.nl 5 Berendsen, 2004. De Mulder e.a., 2003.
Blad 5 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien, werd het opnieuw koud. De zeespiegel daalde door de vorming van landijs, dat Nederland niet dit keer niet bereikte. In de warmere perioden, interstadialen, vestigden dennen en berkenbossen zich op de hoger gelegen delen van het landschap en vond in de lagere delen van het landschap veen vormen. In de koude perioden was er sprake van een toendralandschap met weinig vegetatie waarin de wind vrij spel had. De droogliggende zanden van de stuwwallen en het Noordzeebekken werden door de wind verspreid. De dekzanden en het veen worden gerekend tot de Formatie van Boxtel. In het dekzand zijn drie afzettingsfasen te onderscheiden die overeenkomen met de koude perioden in het laat pleistoceen, namelijk het oude dekzand uit het Pleniglaciaal, het jong dekzand I uit de Vroege Dryas en jong dekzand II uit de Late Dryas. Het oude dekzand is goed te herkennen aan de compactheid en de aanwezigheid van kryoturbatie. De jonge dekzanden zijn amper van elkaar te onderscheiden. In het Holoceen steeg de temperatuur en ontstond een vegetatiedek waardoor de wind minder invloed kreeg op de ondergrond en de verstuivingen stopten. Door de stijging van de zeespiegel steeg ook het grondwaterniveau. Hierdoor vond op slecht gedraineerde, lagere delen van het landschap, zoals dekzandvlakten en beekdalen, veenvorming plaats.
Dit veen wordt tot de Formatie van Nieuwkoop gerekend. Dit veen is door turfwinning, ontwatering en oxidatie op de meeste plekken weer geheel verdwenen. Door de intensieve landbouw in de middeleeuwen raakte de arme zandgronden uitgeput en verdween de vegetatie. Hierdoor begon het fijnste zand van het dekzand weer te verstuiven en ontstonden plaatselijk stuifduinen. Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket van Kootwijk, Formatie van Boxtel. Geomorfologie en AHN Op de geomorfologische kaart van Nederland is het plangebied ongekarteerd (afbeelding 3). Op basis van extrapolatie van gegevens uit de omgeving zijn echter enkele geomorfologische eenheden te onderscheiden, welke tevens binnen het plangebied voor kunnen komen. Het gaat hier om een stuwwal (code: 11B11y), een dekzandrug (code: 3B53yc), een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss (code: 2M53), een gordeldekzandvlakte (code: 2M52) en een gordeldekzandrug (code: 3B56). Op de AHN-kaart is goed te zien dat het plangebied voor een klein deel is gelegen op de overgang van het dekzandgebied naar de stuwwal en grotendeels op de wat lager gelegen vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (afbeelding 4). In de noordwestelijke hoek ligt het plangebied op circa 8 m-NAP. In het oostelijke deel van het gebied ligt het maaiveld op circa 7 m-NAP.
Bodem en grondwater Op de bodemkundige kaart van Nederland is het plangebied ongekarteerd. Op basis van extrapolatie van gegevens uit de omgeving zijn echter enkele bodemkundig eenheden te onderscheiden, welke tevens binnen het plangebied voor kunnen komen (afbeelding 5). Het gaat om Gooreerdgronden (code: pZn21), Veldpodzolgronden (Hn30), Meerveengronden op zand zonder humuspodzol (code: zVz), Moerige eerdgronden met een moerige bovengrond op zand Moerige eerdgronden met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand (code: vWz/zWz) en hoge zwarte enkeerdgronden (code: zEZ21). De grondwatertrap in het plangebied is naar verwachting II, III of VI (zie tabel 1). Grondwatertrap II III
Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (m-mv) <0,40 <0,40
Blad 6 van 21
Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (m-mv) 0,50-0,80 0,80-1,20
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
VI
0,40-0,80
>1,20
Tabel 1. Grondwatertrappen.
Stuwwal (code: 11B11y) Dekzandrug (code: 3B53yc)
Gordeldekzandvlakte (code: 2M52) Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss (code: 2M53) Gordeldekzandrug (code: 3B56)
Afbeelding 3. Uitsnede van de geomorfologische kaart met in het rood omlijnd het plangebied (bron: pdok).
Blad 7 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Stuwwal
Afbeelding 4. Uitsnede van het AHN met in het rood omlijnd het plangebied (bron: www.ahn.nl) (legenda: van blauw (laag) naar rood (hoog)).
Afbeelding 5. Uitsnede van de bodemkaart met in het rood omlijnd het plangebied (bron: pdok).
Blad 8 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
2.4.1
Historische situatie en mogelijke verstoringen Veenwinning en het ontstaan van Veenendaal Het plangebied ligt in de Geldersche vallei. Deze vallei werd vanaf de 11e eeuw in cultuur gebracht. Ter hoogte van Veenendaal werd vanaf de 16e eeuw turf gewonnen. Veenendaal ontstond en diende in eerste instantie als veenkolonie. Voor de afvoer van de turf werd de zogenaamde Bisschop Davisgrift gegraven. Gedurende de 16e eeuw kreeg de Grift ook een aantal zijtakken waarlangs bebouwing was gevestigd. Veenendaal groeide hiermee uit dot een brinkdorp met lintbebouwing. Het veenkoloniale karakter van Veenendaal bleef tot het midden van 19e eeuw bestaan. Daarna ontstond een industrialisatie welke bleef bestaan tot de eerste helft van de 20e eeuw.6 Op de kaart van Justus Broekhuizen uit 1705 is te zien dat veenontginningsassen op relatief kleine afstand van het plangebied lagen (afbeelding 6). Het is goed mogelijk dat ook in het plangebied veen is gewonnen. Historische situatie Op de kadastrale minuut (1911-1932)7 ligt het plangebied buiten de bebouwde kom van Veenendaal. Rond 1870 is de hoeveelheid bebouwing rondom het gebied toegenomen maar de planlocatie ligt nog steeds buiten de bebouwde erven en bestaat voornamelijk uit weide- en/of akkergrond (afbeelding 7). Pas van vanaf 1962 lijk er ook enige bebouwing in het plangebied zelf aanwezig te zijn (afbeelding 8).
Het is niet duidelijk wat de aard hiervan is. Vanaf circa 1994 wordt een nieuw pand binnen het gebied geplaats, welke het centrale deel van het terrein beslaat. Hiermee ontstaat de situatie die gelijk is aan de huidige indeling van het perceel (afbeelding 9).
Afbeelding 6. De globale locatie van plangebied oranje omlijnd op de kaart van Justus Broekhuizen uit 1705. Het centrum van Veenendaal is aangegeven met een rode lijn. 6
Haanemaaijer, 2020.
7 Beeldbank.cultureelerfgoed.nl /
https://hisgis.fa.knaw.nl/?db=zzvs&layer=050Gelderland1832%20gebouwen&layer=050Gelderland1832%20percelen&sty le=0&style=0&x0=149166.40413&x1=149234.422694&y0=487370.999695&y1=487302.981131
Blad 9 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1870 met in het rood omlijnd het plangebied (bron: www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1962 met in het rood omlijnd het plangebied (bron: www.topotijdreis.nl).
Blad 10 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1994 met in het rood omlijnd het plangebied (bron: www.topotijdreis.nl).
Mogelijke verstoringen Op die plaatsen binnen het plangebied waar bebouwing staat of heeft gestaan, is de bodem waarschijnlijk verstoord geraakt. Denk hierbij aan verstoringen die ontstaan zijn bij het funderingsproces of bij de aanleg van kabels- en leidingen. Eventuele archeologische niveaus kunnen hierdoor verstoord zijn geraakt, een verkennend booronderzoek kan dit uitwijzen. Verder kunnen veenontginningen, welke mogelijk ook in het plangebied hebben plaatsgevonden, ook enige verstoring van de bodem hebben veroorzaakt.
Blad 11 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
3
Bekende waarden
3.1
Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (Archis) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 300 m rondom het plangebied opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 468964–ARCHIS in de kaartenbijlage). Gegevens uit Archis: AMK-terreinen Circa 150 meter ten zuidoosten van het plangebied ligt een archeologisch monumententerrein met een hoge waarde (monumentnummer 12205). Het betreft een terrein met sporen van bewoning. Het gaat hier om de dorpskern van Veenendaal met mogelijke archeologische resten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd. Gegevens uit Archis: archeologische waarnemingen Circa 200 meter ten noordoosten van het plangebied zijn tijdens een archeologische begeleiding aardewerkscherven en een muur uit de nieuwe tijd aangetroffen (zaakid 4545115100). Op een afstand van circa 300 meter ten zuiden van de planlocatie werd bij archeologisch proefsleuvenonderzoek en archeologische begeleiding aardewerk, houten palen, glas, dierlijk bot en een waterput uit de middeleeuwen en nieuwe tijd gevonden (zaakid 2444720100 en 137860100. Even ten westen hiervan werd tijdens niet archeologische graafwerkzaamheden een muntschat aangetroffen, daterende uit de nieuwe tijd.
Tevens werd een vingerring en aardewerk uit die periode gevonden (zaakid 3147436100). Circa 350 meter ten zuidwesten van het plangebied werd tijdens een begeleiding eveneens hout en aardewerk uit de nieuwe tijd aangetroffen (zaakid 4631972100). Gegevens uit Archis: eerdere onderzoeken Op een afstand van circa 75 meter ten oosten van de planlocatie is in 2020 door Transect een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (zaakid 4926594100). Het rapport is nog niet via reguliere bronnen beschikbaar gesteld. Even ten noorden van het onderzoek van Transect is door Synthegra in 2017 (zaakid 4545115100). Er bestond een verwachting voor het aantreffen van een veenpakket op een verspoelde dekzandlaag. Tijdens de begeleiding zijn enkele sporen van oude kademuren en vondstmateriaal uit de middeleeuwen en nieuwe tijd gevonden. In één van de werkputten werd verstoorde dekzandafzettingen met daarboven resten van ontgonnen veen aangetroffen. De top van het geroerde dekzand bevond zich hier op circa 5,5 m NAP. De hoge archeologische waarde voor de omgeving van het onderzoeksgebied blijft behouden.8 Op min of meer de zelfde locatie als het onderzoek van Synthegra is door Archeologisch Advies in 2016 een bureauonderzoek uitgevoerd (zaakid 4003962100). Op basis van het onderzoek is bekend dat het gebied deels binnen de gedempte watergang van de “Boveneindse Grift” lag. 8 Hogervorst, 2018.
Blad 12 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Dit was een veenontginningskanaal uit de nieuwe tijd. In de top van het dekzand kunnen archeologische resten vanaf de prehistorie aanwezig zijn. De verwachting hierop is echter laag omdat de top van het dekzand hier waarschijnlijk verstoord is geraakt door veenontginning. Er bestaat tevens een kans op het aantreffen van historische bebouwing, of sporen gerelateerd aan veentonginning. Deze resten worden direct onder het maaiveld verwacht. 9 Ongeveer 240 meter ten noordoosten van de planlocatie is door ADC in 2007 een bureau- en archeologisch booronderzoek gedaan (zaakid 2157154100). Archeologische resten uit alle perioden werden in eerste instantie verwacht op eventueel boven het veen uitstekende dekzandruggen/koppen. Ten tweede werden op de locatie van de lintbebouwing langs de voormalige Grift sporen uit de middeleeuwen en nieuwe tijd verwacht. Verwacht werd tevens dat de bodem verstoord kon zijn door de aanleg van historische bebouwing en veentontginning. Het booronderzoek heeft duidelijk gemaakt dat de bodem tot in de top van het dekzand verstoord is. Er werden ook geen archeologische indicatoren gevonden. Hierdoor werd geen vervolgonderzoek aanbevolen. 10 Circa 60 meter ten noorden van het plangebied is door ADC voor een vrij groot gebied een bureauonderzoek gedaan (zaakid 4901134100).
Op basis van het onderzoek worden westen van het plangebied stuwwalafzettingen worden verwacht met een verwachting voor archeologische resten uit het paleolithicum tot en met de late middeleeuwen. In het midden van het plangebied wordt een dekzandvlakte verwacht met een lage verwachting voor sporen uit alle perioden. In het oostelijke deel worden dekzandwelvingen verwacht met mogelijk resten uit het paleolithicum tot en met het neolithicum. Eventuele resten bevinden zich hier net onder maaiveld. Vanaf het Neolithicum vernatte het gebied en trad veenvorming op. In de top van het veen kunnen mogelijk nog resten uit de bronstijd tot en met de late middeleeuwen aanwezig zijn. Er werd een inventariserend veldonderzoek middels boringen aanbevolen. 11 In 2021 werd het vervolgonderzoek door ADC uitgevoerd (zaakid. 4935309100). Een intacte veenbodem werd slecht in twee boringen aangetroffen. Overige boringen lieten een verstoord pakket tot in de top van de c-horizont zien. Er werden geen archeologische indicatoren aangetroffen en vervolgonderzoek werd afgeraden.12 Circa 80 meter ten westen van het plangebied werd in 2015 door ADC een archeologische begeleiding uitgevoerd (zaakid 3298242100). Er was een verwachting vanuit het bureauonderzoek voor archeologische sporen uit de nieuwe tijd die gerelateerd kunnen worden aan de veenontginningen in het gebied.
Er was tevens een lage verwachting voor vondsten uit de prehistorie in de top van het dekzand. Er waren zeer weinig archeologische waarden nog in het gebied aanwezig. Op uitzondering van het stuk muurwerk zijn er zijn geen archeologische sporen of vondsten aangetroffen. Een vrij groot deel van de bovenlaag is verstoord geraakt door recente werkzaamheden, evenals het bovenste deel van het natuurlijke dekzand. Hierdoor zijn archeologische resten uit zowel de nieuwe tijd als ook de prehistorie niet of nauwelijks meer aanwezig.13 Op een afstand van ongeveer 230 met ten zuidwesten van de planlocatie is in 2011 door Sweco een archeologische begeleiding gedaan (zaakid 2322718100). Er was een verwachting op het aantreffen van sporen uit alle perioden.
9 Torremans, 2016. 10
Stiekema, 2007.
11 Hanemaaijer, 2020. 12 Hanemaaijer, 2021. 13 Van Boekel, 2016.
Blad 13 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Tijdens het onderzoek zijn enkele bruggenhoofden uit de nieuwe tijd aangetroffen. Binnen grote delen van het gebied was de oorspronkelijke bodemopbouw tot diep in de c-horizont verstoord geraakt door recente bebouwing.14 Circa 250 meter ten zuidwesten van het plangebied is door RAAP in 2018 en 2019 een bureauonderzoek en archeologische begeleiding gedaan (zaakid 4602293100 en zaakid 4631972100). Op basis van het bureauonderzoek geldt een verwachting voor resten uit de prehistorie in de top van het dekzand. De verwachting is echter dat de bodem vergraven is door de aanleg van een 16e-eeuwse turfvaart. Vanaf de bronstijd tot en met de late middeleeuwen was het gebied vermoedelijk te nat voor bewoning waarop de kans op aantreffen van vondsten uit deze periode laag is. Er geldt tevens een hoge verwachting voor resten uit de nieuwe tijd die samenhangen met de turfvaart.15 Tijdens de archeologische begeleiding zijn enkele delen van de beschoeiing van de turfvaart (De Grift) aangetroffen. De vindplaats wordt echter als niet behoudenswaardig geschat en daarmee werd vervolgadvies afgeraden.16
3.2
Ondergrondse bouwhistorische waarden Er wordt binnen het plangebied geen geregistreerde bouwhistorische waarden in de ondergrond verwacht.17
14 Bex, 2013. 15 Conradi, 2008, 16 De Groot, 2019.
17
Atlasleefomgeving.nl
Blad 14 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
4
Archeologische verwachting
4.1
Bestaande verwachtingskaarten Provinciale verwachtingskaart Op de provinciale verwachtingskaart van de gemeente Utrecht ligt het plangebied niet binnen een gebied met een specifieke verwachting.18 Gemeentelijke verwachtingskaart Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Veenendaal ligt de planlocatie binnen archeologisch gebied categorie 3 (hoge verwachting) en categorie 4 (middelhoge verwachting) (afbeelding 10). De verwachting is voornamelijk gerelateerd aan de landschappelijke kenmerken van de zone, waarbij de zone welke het dichts tegen de stuwwal in het westen aanligt een hogere verwachting heeft.19
Afbeelding 10. De locatie van het plangebied (zwart omlijnd) op de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Veenendaal. (bron:decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/images/Veenendaal/i57522.pdf).
18 Cultuurhistorische Atlas Provincie Utrecht, zie: https://utrecht.maps.arcgis.com/ . 19 Zie: Archeologienota Gemeente Veenendaal. RAAP-Rapport 3472.
Blad 15 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
4.2
Gespecificeerde archeologische verwachting Datering In het plangebied kunnen resten worden verwacht uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Dit op basis van de bekende archeologische waarden die in de omgeving zijn aangetroffen en onderzoeken die in de omgeving zijn uitgevoerd. Complextype Uit het paleolithicum tot en met het laat neolithicum kunnen resten verwacht worden die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk en/of periodiek bewoond werden. Dergelijke vindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteenconcentraties en haardkuilen. Vanaf het laat neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen kunnen resten van grotere huizen/nederzettingen worden verwacht, net als schuren, spiekers en opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen, zoals perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven. Uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen bewoningssporen en sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen. Uit de nieuwe tijd kunnen tevens sporen gerelateerd van veenontginning worden verwacht Omvang De omvang kan variëren van puntvondsten tot nederzettingen van enkele honderden vierkante meters.
Diepteligging Archeologische resten uit de prehistorie worden verwacht in de top van de dekzandafzettingen. Op basis van onderzoek uit de omgeving wordt de top van dekzand in ieder geval verwacht boven 5m NAP. Tevens kunnen in de top van het veen archeologische resten worden aangetroffen uit de bronstijd tot en met de nieuwe tijd. Dergelijke resten bevinden zich dan vermoedelijk direct onder maaiveld. Locatie Archeologische sporen en resten kunnen binnen het gehele plangebied voorkomen, aangezien de bodemopbouw in het plangebied grotendeels onbekend is. Op basis van de ligging van het terrein op de overgang van de stuwwal in het westen en een vlakte met ten dele verspoelde dekzanden in het oosten kan wel gesteld worden dat de verwachting in het westelijke deel van het terrein hoger is dan de verwachting in het oostelijke deel. Derhalve geldt voor het westelijke deel, op de (overgang naar) stuwwal, een hoge verwachting en voor het oostelijke deel een middelhoge verwachting. Uiterlijke kenmerken Paleolithicum tot laat-neolithicum: vuursteenspreiding, indicaties van de bewerking van vuursteen, halffabricaten, productieafval, productiegereedschap. Indicaties voor kortdurende nederzettingen/kampen: haardkuilen, verbrand vuursteen. Indicaties voor jacht/voedselverzameling en -bereiding: werktuigen, spitsen, bijlen, schrabbers, stekers, etc.
Blad 16 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Laat-neolithicum tot en met vroege middeleeuwen: resten en structuren die wijzen op een sedentair, agrarisch bestaan. Nederzettingen: paalgaten (huizen, spiekers, opstallen, schuren), greppels, waterputten en afvalkuilen. Middeleeuwen en nieuwe tijd: nederzettings- en ontginningssporen en resten van agrarische landinrichting. Mogelijke verstoringen Op die plaatsen binnen het plangebied bebouwing heeft staat of heeft gestaan, is de bodem waarschijnlijk verstoord geraakt. Denk hierbij aan verstoringen die ontstaan zijn bij het funderingsproces of bij de aanleg van kabels- en leidingen. Eventuele archeologische niveaus kunnen hierdoor verstoord zijn geraakt, een verkennend booronderzoek kan dit uitwijzen. Verder kunnen veenontginningen, welke mogelijk ook in het plangebied hebben plaatsgevonden, ook enige verstoring van de bodem hebben veroorzaakt.
Blad 17 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
5
Conclusies en advies
5.1
Conclusies In het plangebied kunnen resten worden verwacht uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Dit op basis van de bekende archeologische waarden die in de omgeving zijn aangetroffen en onderzoeken die in de omgeving zijn uitgevoerd. De verwachting voor het westelijke deel van het plangebied, op de (overgang naar de) stuwwal, is hoog; voor het oostelijke deel, op de vlakte met deels verspoelde dekzanden, is de verwachting middelhoog. Archeologische resten uit de prehistorie worden verwacht in de top van de dekzandafzettingen. Tevens kunnen in de top van het veen archeologische resten worden aangetroffen uit de bronstijd tot en met de nieuwe tijd. Dergelijke resten bevinden zich dan vermoedelijk direct onder maaiveld.
5.2
(Selectie)advies Omdat in het plangebied een middelmatige tot hoge kans is op het aantreffen van archeologische resten, adviseert Antea Group om binnen deze delen van het plangebied een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren. De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1) de aard van bodemopbouw en 2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen. Bovenstaande is een advies; het hierop nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze gemeente Veenendaal. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.
Antea Group Capelle aan den IJssel, maart 2021
Blad 18 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Literatuur en geraadpleegde bronnen Barends et al., 1986: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Bex, J., 2013: Archeologisch onderzoek kernwinkelgebied Veenendaal, archeologische begeleiding. Grontmij Archeologische Rapporten 1055. Boekel, D., van, 2016: Nieuweweg Veenendaal. Een archeologische begeleiding. ADC-rapport 4243. Conradi, N.L.A., 2008: Plangebied Zandstraat in Veenendaal, gemeente Veenendaal; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-notitie 6386. Groot, R.W., de, 2019: Rioolvervanging in de Zandstraat, gemeente Veenendaal; Een opgraving, variant archeologische begeleiding. RAAP-notitie 3944. Hanemaaijer, M., 2020. Herinrichting wijk De Pol, Veenendaal (gemeente Veenendaal). Een bureauonderzoek. ADC-rapport 5284. Hanemaaijer, M., 2021. Herinrichting wijk De Pol, Veenendaal (gemeente Veenendaal). Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-rapport 5354. Hogervorst, M., 2018: Archeologische begeleiding Prins Bernhardlaan/rotonde Bevrijdingslaan te Veenendaal. Synthegra rapport S170009. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. TNO, Utrecht. Stiekema, M.
2007: Veenendaal, Zorgcentrum 't Boveneind, gemeente Veenendaal (Utr.). Bureauonderzoek en IVO in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-Rapport 981. Torremans, R., 2016: Veenendaal, Prins Bernhardlaan-Bevrijdingslaan, rotonde (gemeente Veenendaal). Een archeologisch bureauonderzoek. Archeologisch Advies Rapport 40.
Kaarten • Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, STIBOKA/Alterra, Wageningen • Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen • Geomorfologische kaart 1:50.000, Alterra, Wageningen • Kadastrale kaarten 1811-1832 (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl) • Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Internet
Blad 19 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
• • • • • • • •
ahn.maps.arcgis.com beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.aardeopdekaart.nl www.archis.cultureelerfgoed.nl www.atlasleefomgeving.nl www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl
Blad 20 van 21
Antea Group Archeologie 2021/68 Bureauonderzoek projectnummer 468964 30 maart 2021 revisie 00 Wilma Wonen Nederland B.V.
Lijst met afbeeldingen Afbeelding 2. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied. Afbeelding 2. Luchtfoto met rood omlijnd het plangebied (Bron: ESRI Nederland). Afbeelding 3. Uitsnede van de geomorfologische kaart met in het rood omlijnd het plangebied (bron: pdok). Afbeelding 4. Uitsnede van het AHN met in het rood omlijnd het plangebied (bron: www.ahn.nl) (legenda: van blauw (laag) naar rood (hoog)). Afbeelding 5. Uitsnede van de bodemkaart met in het rood omlijnd het plangebied (bron: pdok). Afbeelding 6. De globale locatie van plangebied oranje omlijnd op de kaart van Justus Broekhuizen uit 1705. Het centrum van Veenendaal is aangegeven met een rode lijn. Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1870 met in het rood omlijnd het plangebied (bron: www.topotijdreis.nl). Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1962 met in het rood omlijnd het plangebied (bron: www.topotijdreis.nl). Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1994 met in het rood omlijnd het plangebied (bron: www.topotijdreis.nl). Afbeelding 10. De locatie van het plangebied (zwart omlijnd) op de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Veenendaal. (bron: decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/images/Veenendaal/i57522.pdf).
Bijlagen Archeologische perioden Beschrijving van de archeologische perioden AMZ-cyclus Beschrijving en weergave van de Archeologische Monumentenzorg Kaartbijlagen 468964-ARCHIS:
Waarnemingen, onderzoeken en archeologische monumenten
Blad 21 van 21
Bijlage 1: Archeologische perioden
Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.
Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.
Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.
Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.
Bijlage 2: Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.
Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)
Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.
Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.
De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.
Kaartbijlagen
,000000
,000000
2409761100
166000
166500
,000000
167500
,000000
2063007100
4630595100
450500
167000
,000000
168500
,000000
,000000
1082246 3260074100
2063104100
2216243100
4582619100 1200683
168000
,000000
,000000
165500
,000000
! (
2391058100
! ( 4553661100 4553653100
3214406100
! ( 1082057
2162792100
3214399100
! (
450500
165000
1082056
1082059 3214422100
! (
2188494100
3293528100
,000000
,000000
3293269100
450000
450000
4674595100 2210087100 2263759100 2684238100
2383485100
,000000
1119603
449500
! (
2157154100
3298242100
4876300100
2269072100
,000000
448500
,000000
2334852100 2306550100
449000
! (
( 2419432100 !
2444720100 ! (
! (
! (
2137860100 4755270100
2322718100
! (
! ( 1099470 3282155100
1058191 3148773100 2294400100
Vondstlocaties
! (
1056866 2950947100
! (
Vondstmeldingen 4894153100
Onderzoeksmeldingen
Monumenten
D0
WAARDE
4876300100 2846498100 ! ( 1105560
Terrein van zeer hoge archeologische waarde
,000000
Definitief
DATUM
165500
,000000
2244350100
N. Hendrikx PROJECTLEIDER
4678564100
166000
,000000
M. Höppener
PROJECTOMSCHRIJVING
! (
Archeologisch bureaonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal monumenten
2244407100 0468964.100-ARCHIS 4884863100
2277383100
166500
,000000
167000
,000000
167500
,000000
SCHAAL
1:10.000 FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
5-3-2021
2299220100 ! ( KAARTTITEL 1097903 Waarnemingen, onderzoeken en archeologische KAARTNUMMER
GET.
GIS SPECIALIST
Wilma Wonen
% NH
WIJZIGING
OPDRACHTGEVER
4895717100
Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
165000
! (
5-3-2021
1113391 3995337100
Terrein van hoge archeologische waarde
2393245100
NR
1099439 3281297100
2277520100
Terrein van archeologische waarde 2034803100
0 50100 200 300 400 2089925100 Meters
4724822100
,000000
Legenda
! (
1057276
4876399100
448500
! ( 4602293100
1 van 1
Definitief
D0
www.anteagroup.nl
448000
,000000
449000
4631972100
! (
,000000
4003962100
4894704100
Plangebied
448000
4545115100 ! (
2448122100
Esri Nederland, Community Map Contributors
168000
168500
C:\Users\d10288\OneDrive - Antea Group\Projecten\0468964.100\0468964.100-ARCHIS.mxd
,000000
,000000
449500
,000000
4901134100
,000000
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Rivium Westlaan 72 2909 LD CAPELLE A/D IJSSEL Postbus 8590 3009 AN ROTTERDAM T. (0102) 35 17 45 ISSN: 1570-6273 Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.
www.anteagroup.nl