CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.b2 Schoolstraat 100 Toelichting Bijlage 2 bodemonderzoek

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Schoolstraat 10026.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal

projectnummer 0464698.101 definitief revisie 00 16 december 2020

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal

projectnummer 0464698.101 definitief revisie 00 16 december 2020

Auteur T. Burgers, BSc.

Opdrachtgever Wilma Wonen Nederland B.V. Groenewoudsedijk 61 3528 BG UTRECHT

datum vrijgave 16 december 2020

definitief revisie 00 definitief

goedkeuring T. Burgers, BSc.

vrijgave Ing. A. de Jong

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

2

2

Vooronderzoek

3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Algemeen Locatiegegevens Bekende gegevens Asbest PFAS Terreinverkenning Bodemopbouw en geohydrologie Conclusie vooronderzoek en hypothese

3 3 5 5 5 6 6 6

3

Verrichte werkzaamheden

7

3.1 3.2

Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek

7 7

4

Onderzoeksresultaten

9

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.3

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond Grondwater Asfalt Fundering Veiligheid

9 9 9 11 12 12 12 13

5

Samenvatting en conclusies

14

Bijlagen 1. Toelichting op bodemonderzoek, verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000 2. Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen 3. Toetsing grondmonsters aan Wet bodembescherming 4. Toetsing grondwatermonsters aan Wet bodembescherming 5. Normen grond Wet bodembescherming 6. Normen grondwater Wet bodembescherming 7. Toetsing grondmonsters aan Besluit bodemkwaliteit 8. Normen Besluit bodemkwaliteit 9. Toetsing analyseresultaten PFAS grond 10. Toetsing samenstelling en uitloging Besluit bodemkwaliteit voor niet-vormgegeven bouwstoffen 11. Analysecertificaten

Tekening 0464698.101-S1

Situatietekening met boringen en peilbuis

Blad 1 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

1

Inleiding In opdracht van Wilma Wonen Nederland B.V. is door Antea Group in november en december 2020 een verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd op het terrein aan de Schoolstraat 100 te Veenendaal. Aanleiding, situatie en doel Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen aankoop en toekomstige herontwikkeling van het perceel inclusief de daarbij behorende aanvraag van een omgevingsvergunning. De locatie ligt aan de Schoolstraat 100 te Veenendaal en heeft een oppervlakte van ongeveer 6.340 m2. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Veenendaal, sectie H en nummer 3389. De locatie is momenteel voor circa 2/3e deel bebouwd met een winkelpand. Het onbebouwde deel is in gebruik als wegen en parkeerterrein en is verhard met klinkers, tegels en asfalt. Het voornemen bestaat om de huidige bebouwing te slopen en op het terrein 128 appartementen en 166 parkeerplaatsen te realiseren. Het doel van het onderzoek is nagaan of de bodemkwaliteit (grond en grondwater) een belemmering vormt voor de voorgenomen aankoop van het perceel en aanvraag van een omgevingsvergunning.

Onderzoeksstrategie en kwaliteit Voor de specifieke invulling van het onderzoek zijn de volgende protocollen en richtlijnen gehanteerd: • bodemonderzoek conform de NEN 5725 en NEN 5740; • asbestonderzoek gebaseerd op de NEN 5897; • asfaltonderzoek gebaseerd op de CROW 210; • voorlopige veiligheidsklassen volgens CROW 400. Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.

Blad 2 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

2

Vooronderzoek

2.1

Algemeen Bij toepassing van de NEN 5740 en NEN 5897 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Voor het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is het ‘opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’. De onderstaande onderzoeksvragen worden in dit hoofdstuk beantwoord: • wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? • is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? • is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? • wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? • is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja,

welke beïnvloeding en waar? • wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? • is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? • welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigde stoffen)? In tabel 2.1 zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Website, contactpersoon of archief Omgevingsdienst Regio https://www.odru.nl/geoloket/ Utrecht (Geoloket) RUD Utrecht www.rudutrecht.nl/diensten/bodem/bodeminformatie/ Gemeente Veenedaal www.veenendaal.nl Bodemloket www.bodemloket.nl Topotijdreis www.topotijdreis.nl Bagviewer https://bagviewer.kadaster.nl/

2.2

Datum raadplegen 17-08-2020 17-08-2020 17-08-2020 17-08-2020 18-08-2020 27-11-2020

Locatiegegevens De locatie ligt aan de Schoolstraat 100 te Veenendaal, staat kadastraal bekend als gemeente Veenendaal, sectie H en nummer 3389 en heeft een oppervlakte van ongeveer 6.340 m 2. De locatie is momenteel voor circa 2/3e deel bebouwd met een winkelpand, in gebruik door een vestiging van Seats and Sofa’s. Het onbebouwde deel is in gebruik als wegen en parkeerterrein en is verhard met klinkers, tegels en asfalt. Het voornemen bestaat om de huidige bebouwing te slopen en op het terrein 128 appartementen en 166 parkeerplaatsen te realiseren.

Blad 3 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

Figuur 2.1: Globale ligging onderzoekslocatie (bron: Cyclomedia, 2019)

Op basis van de beschikbare gegevens blijkt dat het pand in 1970 is gebouwd, daarvoor was het gebied in gebruik voor agrarische doeleinden en/of openbaar groen. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat op het terrein een sloot is gedempt. De sloot is gedempt omstreeks 1910 en is derhalve niet verdacht op het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Verwacht wordt dat de sloot is gedempt met gebiedseigen materiaal.

Figuur 2.2: Ligging locatie 1909 (bron: Topotijdreis)

Figuur 2.3: Ligging locatie 1910 (bron: Topotijdreis)

Figuur 2.4: Ligging locatie 1968 (bron: Topotijdreis)

Figuur 2.5: Ligging locatie 1993 (bron: Topotijdreis)

De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven op tekening 0464698.101-S1.

Blad 4 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

2.3

Bekende gegevens Er zijn geen gegevens bekend met betrekking tot potentieel bodembedreigende activiteiten of eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie. In de directe omgeving van de locatie hebben wel enkele verdachte activiteiten plaatsgevonden: • Nieuweweg 30: timmerfabriek en schildersbedrijf; • Schoolstraat 11: metaalmeubelfabriek; • Scheepjeshof ong.: gasfabriek. In de directe omgeving zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Ten westen van de locatie zijn enkele onderzoeken uitgevoerd in verband met nieuwbouw. Hierbij zijn in grond en grondwater maximaal licht verhoogde gehalten gemeten. Ter plaatse van het schilders- en timmerbedrijf aan de Nieuweweg 30 is een eindsituatie bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn geen noemenswaardige verontreinigingen gemeten. Ten zuiden van het perceel was een gasfabriek aanwezig. Er zijn verschillende onderzoeken en saneringen uitgevoerd op dit terrein, waarbij onder andere verontreinigingen met cyanide, minerale olie, zink, VOCl en aromaten in grond en grondwater zijn aangetoond. Het grootste deel van de verontreinigingen is inmiddels gesaneerd. De laatste sanering (afgerond medio 2019) betrof een leeflaagsanering. Op basis van de beschikbare informatie zijn er geen gegevens dat de verontreinigingen in de grond de bodemkwaliteit op de Schoolstraat 100 nadelig hebben beïnvloed.

Er bestaat wel de mogelijkheid dat eventuele restverontreinigingen in het grondwater zich hebben verspreid tot op de huidige onderzoekslocatie. Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de regio Zuidoost Utrecht blijkt dat de locatie ligt in zone “Wonen II”. In deze zone voldoet de bovengrond aan de kwaliteitsklasse Wonen en voldoet de ondergrond aan de Achtergrondwaarden (AW2000). In de boven- en ondergrond grond wordt gemiddeld een licht tot matig verhoogd gehalte aan PCB verwacht. Daarnaast worden in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan kwik, lood en PAK verwacht. Plaatselijk (P95) kunnen sterk verhoogde gehalten worden aangetroffen.

2.4

Asbest Er zijn geen gegevens bekend met betrekking tot verdachte activiteiten die mogelijk verdacht zijn op het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Er wordt wel verwacht dat onder de aanwezige asfaltverharding een funderingslaag aanwezig is die bestaat uit puin.

2.5

PFAS Op 8 juli 2019 is door het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat een brief en bijbehorend Tijdelijk Handelingskader ten aanzien van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie aan de Tweede kamer aangeboden (8 juli 2019, kenmerk: IENW/BSK-2019/131399). Hierin staat beschreven dat bij het aanbieden en verwerken van grond inzichtelijk dient te zijn in hoeverre deze PFAS-houdend is. Op 2 juli 2020 is de recentst geactualiseerde versie van het Tijdelijk Handelingskader verschenen, welke een aantal vragen beantwoordt uit de vorige versie. Tevens zijn de toepassingsnormen van PFAS-houdende grond verhoogd, voor gebieden waar geen gebiedsspecifiek PFAS bodembeleid is opgesteld. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (<25m) zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Voor de definiëring van PFAS-puntbronlocaties is tabel 1 en bijgaande tekst in het Handelingskader voor PFAS van Expertisecentrum PFAS (Expertisecentrum PFAS (2018, 25 juni) “Een handelingskader voor PFAS”, beschikbaar via https://www.expertisecentrumpfas.nl/documenten.html) gehanteerd. Gezien de afwezigheid van

Blad 5 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

op PFAS verdachte puntbronlocaties in de directe omgeving, wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden.

2.6

Terreinverkenning Op 1 december 2020 is door de heer P. Aarts een terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreininspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging.

2.7

Bodemopbouw en geohydrologie Voor de plaatselijke bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.1. De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland (DGV-TNO) en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden. Ten aanzien van de bodemopbouw en geohydrologie kan het volgende worden vermeld: • freatische grondwaterstand: circa 2,0 m –mv.; • regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket: zuidwestelijk; • voorkomen van oppervlaktewater in de directe omgeving: ja, sloot westzijde; • voorkomen van brak/zout grondwater: nee; • ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied: nee; • ophogingen/dempingen/bodemvreemde lagen bekend: nee; • is het grondwatersysteem beïnvloed door menselijk handelen: onbekend.

2.8

Conclusie vooronderzoek en hypothese De verzamelde informatie geeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van voormalige bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Er wordt verwacht dat de grond en het grondwater over het algemeen licht verontreinigd zijn. Plaatselijk kunnen matige tot sterke verontreinigingen aanwezig zijn. Het terrein wordt onderzocht conform de NEN 5740+A1, volgens de strategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie met een heterogeen voorkomende bodemverontreiniging (VED-HE-NL). PFAS Het onderzoek naar PFAS is alleen uitgevoerd om de grond naar een geëigende verwerker af te kunnen voeren, niet omdat de locatie specifiek verdacht is ten aanzien van PFAS. Het aanvullend onderzoek naar PFAS wordt uitgevoerd conform de NEN 5740+A1, volgens de strategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie met homogeen voorkomende bodemverontreiniging (VED-HONL) waarbij alleen de kwaliteit van de grond is vastgesteld. Asbest Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de locatie als onverdacht ten aanzien van asbest wordt aangemerkt omdat er geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten waarbij asbest op of in de bodem terecht is gekomen. Uitzondering hierop vormt een eventuele funderingslaag onder de asfaltverharding. Deze laag wordt onderzocht op basis van de NEN 5897+C2, volgens de strategie voor een kleinschalige locatie.

Asfalt Het asfaltonderzoek is uitgevoerd conform de CROW 210. Op basis een vooraf uitgevoerde locatie-inspectie is gebleken dat sprake is van één onderzoeksvak met een oppervlakte van 1.470 m2. Het uiteindelijk aantal uitgevoerde analyses is bepaald op basis van de constructieopbouw van het asfalt.

Blad 6 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

3

Verrichte werkzaamheden

3.1

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 1 en 2 december 2020 en het grondwater is bemonsterd op 10 december 2020 door de heer P. Aarts van Antea Group. Het veldwerk is uitgevoerd volgens de protocollen 2001 en 2002 en eventuele aanvullende NEN-/NPR-normen conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Antea Group is volgens dit SIKB-procescertificaat gecertificeerd (zie verder bijlage 1). Verspreid over de onderzoekslocatie zijn geplaatst: • 3 boringen tot 0,65 m -mv.; • 18 boringen tot 2,00 m -mv.; • 1 peilbuis tot 3,50 m -mv. De situering van de boringen en peilbuis is weergegeven op situatietekening 0464698.100-S1.

3.2

Laboratoriumonderzoek In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek Monsternaam Traject (m -mv) Asfalt 005-1 0,00-0,13

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)

Laboratoriumanalyse

005 (0,00-0,13)

Constructie opbouw en PAK detector PAK in asfalt (CROW210) Constructie opbouw en PAK detector PAK in asfalt (CROW210) Constructie opbouw en PAK detector Constructie opbouw en PAK detector PAK in asfalt (CROW210) Constructie opbouw en PAK detector

009-1

0,00-0,14

009 (0,00-0,14)

011-1 012-1

0,00-0,10 0,00-0,15

011 (0,00-0,10) 012 (0,00-0,15)

013-1 Fundering MMF1

0,00-0,13

013 (0,00-0,13)

0,13-0,20

Samenstelling en uitloging

amm1-1

0,13-0,20

005 (0,15-0,20) 007 (0,13-0,20) 009 (0,14-0,20) 011 (0,13-0,20) 012 (0,15-0,20) 013 (0,13-0,20) 005 (0,15-0,20) 007 (0,13-0,20) 009 (0,14-0,20) 011 (0,13-0,20) 012 (0,15-0,20) 013 (0,13-0,20)

Grond MM1

0,04-0,50

Standaardpakket grond

MM2

0,30-0,80

003 (0,04-0,50) 004 (0,04-0,50) 006 (0,04-0,50) 008 (0,04-0,50) 010 (0,04-0,50) 017 (0,08-0,50) 005 (0,30-0,80) 007 (0,30-0,80) 009 (0,30-0,80) 011 (0,30-0,80) 012 (0,30-0,80)

Blad 7 van 15

Asbest Puin NEN5898

Standaardpakket grond

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

Monsternaam

Traject (m -mv)

MM3

0,04-0,50

MM4

0,90-1,50

MM5

1,00-1,60

MM6

0,15-0,65

MMP1

0,04-0,50

MMP2

1,50-2,10

Grondwater 001-1-1

2,50-3,50

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv) 013 (0,30-0,80) 001 (0,04-0,30) 002 (0,04-0,50) 014 (0,08-0,50) 015 (0,08-0,50) 018 (0,04-0,50) 019 (0,04-0,50) 001 (1,00-1,30) 002 (1,00-1,50) 008 (1,00-1,50) 011 (0,90-1,40) 014 (1,00-1,50) 016 (1,00-1,50) 019 (1,00-1,50) 003 (1,40-1,60) 004 (1,00-1,50) 006 (1,00-1,50) 020 (0,15-0,65) 021 (0,15-0,65) 022 (0,15-0,65) 002 (0,04-0,50) 004 (0,04-0,50) 008 (0,04-0,50) 014 (0,08-0,50) 016 (0,08-0,30) 017 (0,08-0,50) 019 (0,04-0,50) 001 (1,60-2,10) 003 (1,60-2,00) 006 (1,50-2,00) 010 (1,50-2,00) 012 (1,50-2,00) 013 (1,50-2,00) 017 (1,50-2,00)

Laboratoriumanalyse

001 (2,50-3,50)

Standaardpakket grondwater en cyanide (vrij en totaal)

Standaardpakket grond

Standaardpakket grond

Standaardpakket grond

Standaardpakket grond

PFAS (28) en organische stof

PFAS (28) en organische stof

Toelichting: - Standaardpakket grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC), lutum en organische stof; - Standaardpakket grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC); - Pakket samenstelling en uitloging: Minerale olie + PCB(7) + PAK(10), Schudproef + eluaat pakket II (15 metalen+4 anionen) en aromaten (BTEXN); - PFAS: poly- en perfluoralkylstoffen (28 verbindingen).

Op het analysecertificaat van het asbestmonster staat aangegeven dat de aangeboden monsterhoeveelheid niet voldoet aan de eis conform de NEN 5898. In het betreffende monster is zowel zintuiglijk als analytisch geheel geen asbest aangetoond. Het resultaat wordt als representatief beschouwd, derhalve wordt dit niet als een kritieke afwijking beoordeeld. Enkele parameters in het onderzoek naar de samenstelling en uitloging van het funderingsmateriaal zijn verhoogd in verband met noodzakelijke verdunning van het monster. Gezien de resultaten van het onderzoek heeft de verdunning geen invloed op de uiteindelijke conclusie en aanbevelingen.

Blad 8 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 2. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodemopbouw tot de maximaal geboorde diepte van 3,5 m -mv. hoofdzakelijk uit matig fijn zand bestaat. Plaatselijk is rond 1 à 1,5 m -mv. een 0,3 à 0,5 m dikke veenlaag aanwezig. In de opgeboorde bodem zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Tevens zijn geen overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Het asfalt op de locatie is circa 10 tot 15 cm dik. Onder het asfalt is een funderingslaag aanwezig die bestaat uit gebroken puin en kiezels met een dikte van 5 tot 7 cm. In tabel 4.1 zijn de gegevens van de veldmeting van het grondwater weergegeven. Tabel 4.1: Veldgegevens grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filter, m -mv) (m -mv) 001 (2,50-3,50) 1,58

Belucht? nee

pH (-) 7,30

EC (µS/cm) 350

Troebelheid (NTU) 25

De zuurgraad (pH) en het elektrische geleidingsvermogen (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. De troebelheid wordt als verhoogd beschouwd (> 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. Dergelijke stoffen zijn in dit onderzoek niet onderzocht. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.

4.2

Analyseresultaten

4.2.1

Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De getoetste analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in bijlage 3 en 4. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 11. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 5 en 6. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 1. Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl een stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2). In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I).

Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt.

Blad 9 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek die op het standaardpakket grond zijn geanalyseerd, zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 7. In bijlage 1 is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen. De toetsingswaarden zijn opgenomen in bijlage 8. PFAS In het kader van de Wet bodembescherming is tot op heden geen beleid opgesteld. Wegens het ontbreken van een toetsingskader worden de grenswaarden als rapportagegrens aangehouden. Wanneer gehalten boven de grenswaarde van 0,1 µg/kg ds worden gemeten, is formeel gezien sprake van een verontreiniging. De provincie Utrecht is bevoegd gezag in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Op 18 december 2019 zijn de lokale achtergrondwaarden en toepassingsnormen gepubliceerd (‘Rapport achtergrondgehalte PFAS provincie Utrecht’) waarin uitgangspunten zijn opgenomen omtrent verontreinigingen met PFAS. De gemeente Veenendaal is gelegen binnen het gebied waar gemiddeld lage gehalten aan PFAS voorkomen.

In het beleid zijn onderstaande toepassingsnormen opgenomen. Tabel 4.2: Toepassingsnormen voor hergebruik van grond en bagger in Utrecht Landelijke generieke waarden Binnen grens gemeente (P95) in µg/kg in µg/kg PFOS 3 2,1 PFOA 7 1,3 Overige PFAS 3 0,8

Van buiten gemeente (P80) in µg/kg 1,0 0,8 0,8

De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 9. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 11. De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals bovenstaand aangegeven. Asfalt De resultaten van het asfalt zijn getoetst aan de grenswaarde voor PAK voor recycling (warm hergebruik) die 75 mg/kg ds. bedraagt. Boven deze grenswaarde wordt het asfalt beschouwd als teerhoudend en niet geschikt voor recycling en/of ander hergebruik. Fundering In bijlage 10 zijn de analyseresultaten (samenstelling en uitloging) van het funderingsmateriaal getoetst aan het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De bij deze toepassing behorende toetsingswaarden zijn opgenomen in tabel 1 en 2 van bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit. Het toetsingskader is ook opgenomen in bijlage 10. De analyseresultaten van het asbestmonster zijn opgenomen in bijlage 11 en zijn getoetst aan het huidige beleid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Blad 10 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

4.2.2

Grond In tabel 4.3 zijn de parameters weergegeven, die de betreffende achtergrond- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond Monster Boring Grondsoort en (m -mv) (m -mv) veldwaarneming

Overschrijdingen > AW > AW & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig -

MM1 003 (0,04-0,50) Zand, (0,04-0,50) 004 (0,04-0,50) 006 (0,04-0,50) 008 (0,04-0,50) 010 (0,04-0,50) 017 (0,08-0,50) MM2 005 (0,30-0,80) Zand, kobalt, lood, (0,30-0,80) 007 (0,30-0,80) nikkel 009 (0,30-0,80) 011 (0,30-0,80) 012 (0,30-0,80) 013 (0,30-0,80) MM3 001 (0,04-0,30) Zand, (0,04-0,50) 002 (0,04-0,50) 014 (0,08-0,50) 015 (0,08-0,50) 018 (0,04-0,50) 019 (0,04-0,50) MM4 001 (1,00-1,30) Zand, (0,90-1,50) 002 (1,00-1,50) 008 (1,00-1,50) 011 (0,90-1,40) 014 (1,00-1,50) 016 (1,00-1,50) 019 (1,00-1,50) MM5 003 (1,40-1,60) Veen, (1,00-1,60) 004 (1,00-1,50) 006 (1,00-1,50) MM6 020 (0,15-0,65) Zand, (0,15-0,65) 021 (0,15-0,65) 022 (0,15-0,65) Toelichting : geen bijzonderheden/geen overschrijding AW, I, i : AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index

>I (i > 1) sterk -

Indicatieve toetsing besluit bodemkwaliteit Achtergrondwaarde

-

Achtergrondwaarde

-

Achtergrondwaarde

-

Achtergrondwaarde

-

Achtergrondwaarde

-

Achtergrondwaarde

De grond is aanvullend onderzocht op PFAS. In tabel 4.4 zijn de conclusies van de toetsing van de in de grond gemeten gehalten aan PFAS weergegeven. Voor de toetsing wordt verwezen naar bijlage 9. Tabel 4.4: Overschrijdingstabel PFAS in grond Monster Boring Grondsoort en (m -mv) (m -mv) veldwaarneming MMP1 002 (0,04-0,50) Zand, (0,04-0,50) 004 (0,04-0,50) 008 (0,04-0,50) 014 (0,08-0,50) 016 (0,08-0,30) 017 (0,08-0,50) 019 (0,04-0,50) MMP2 001 (1,60-2,10) Zand, (1,50-2,10) 003 (1,60-2,00) 006 (1,50-2,00) 010 (1,50-2,00)

Overschrijdingen licht verhoogd PFOS

sterk verhoogd -

Toetsing beleid provincie Utrecht Landbouw/natuur

-

-

Landbouw/natuur

Blad 11 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

Monster (m -mv)

Boring (m -mv) 012 (1,50-2,00) 013 (1,50-2,00) 017 (1,50-2,00)

Toelichting: :

4.2.3

Grondsoort en veldwaarneming

Overschrijdingen licht verhoogd

Toetsing beleid provincie Utrecht

sterk verhoogd

Geen veldwaarnemingen/geen van de onderzochte stoffen overschrijdt de betreffende toetsingswaarde.

Grondwater In tabel 4.5 zijn de parameters weergegeven, die de betreffende streef- of interventiewaarde overschrijden. De gehalten aan cyanide (vrij en totaal) zijn lager dan de detectiegrens. Tabel 4.5: Overschrijdingstabel grondwater Monster Peilbuis Overschrijdingen (filter, m -mv) >S > S & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig 001-1-1 001 (2,50 - 3,50) : geen overschrijding S, I, i : S = streefwaarde, I = interventiewaarde, i = index

4.2.4

>I (i > 1) sterk -

Asfalt Het asfalt op de locatie is circa 10 tot 15 cm dik en bestaat uit een laag dicht asfalt beton (DAB) op een laag grind asfalt beton (GAB). Met de PAK-marker zijn geen teerverdachte lagen aangetoond. In tabel 4.6 zijn de resultaten van het onderzoek naar het PAK-gehalte aangegeven. Het tonnage is berekend op basis van de gemiddelde dikte van de asfaltkernen en uitgaande van een dichtheid van het asfalt van 2.500 kg/m3. Tabel 4.6: Analyseresultaten asfalt (GCMS-analyses) Vak

Oppervlakte (m2)

Tonnage

(Meng)monster en traject in (m -mv.)

Kernnummer

Gehalte aan som PAK (10) (mg/kg ds)

1.

Ca. 1.470

Ca. 441

005-1 (0,00-0,13)

005

<18,0

009-1 (0,00-0,14)

009

<18,0

012-1 (0,00-0,15)

012

<18,0

Uit de resultaten van de PAK-analyses blijkt dat de kernen geen PAK bevatten (het weergegeven gehalte van 18 mg/kg is de som van de detectiegrenzen). Derhalve is al het asfalt geschikt voor warm hergebruik.

4.2.5

Fundering In tabel 4.7 zijn de toetsingsresultaten ten aanzien van samenstelling en emissie samengevat.

Tabel 4.7: Toetsingsresultaten samenstelling en emissie Monster (m -mv.)

MMF1 (0,13-0,20)

Deelmonsters

005 (0,15-0,20) 007 (0,13-0,20) 009 (0,14-0,20)

Parameters overschrijden samenstelling voor

Parameters overschrijden emissie voor

PAK

PCB

Minerale olie

BTEX

Niet-vormgegeven bouwstoffen

Maatgevende parameter

IBC-bouwstoffen

Maatgevende parameter

-

-

1,48x

-

-

-

-

-

Blad 12 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

Monster (m -mv.)

Deelmonsters

Parameters overschrijden samenstelling voor PAK

PCB

Minerale olie

Parameters overschrijden emissie voor BTEX

Niet-vormgegeven bouwstoffen

Maatgevende parameter

IBC-bouwstoffen

Maatgevende parameter

011 (0,13-0,20) 012 (0,15-0,20) 013 (0,13-0,20) Toelichting: - : Geen van de onderzochte stoffen overschrijdt de betreffende toetsingswaarde.

Uit de indicatieve toetsing van de analyseresultaten aan de normen en rekenregels uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit blijkt dat de funderingslaag onder de asfaltverharding niet herbruikbaar is op basis van het gehalte aan minerale olie. Het funderingsmateriaal is tevens onderzocht op asbest. In tabel 4.8 is een overzicht gegeven van het analyseresultaat van het onderzochte puinmonster. Tabel 4.8: Analyseresultaten asbest in fijne fractie puin (in mg/kg ds.) Monstercode (m – mv.)

Gat(en)

amm1-1 (0,13-0,20)

005 (0,15-0,20) 007 (0,13-0,20) 009 (0,14-0,20) 011 (0,13-0,20) 012 (0,15-0,20) 013 (0,13-0,20)

Grondsoort en veldwaarnemingen

Gemeten gehalte serpentijn

amfibool

totaal

Los puin en kiezels (funderingslaag)

<1,1

0,0

<1,1

Gewogen gehalte <1,1

In het monster van de funderingslaag is visueel en analytisch geen asbest is aangetoond.

4.3

Veiligheid Conform de CROW 400 zijn de voorlopige veiligheidsklassen voor werken in verontreinigde bodem vastgesteld. De resultaten hiervan zijn samengevat in tabel 4.9. Deze dienen uiteindelijk door de aannemer vertaald te worden naar de definitieve veiligheidsklassen en uitgewerkt te worden in het V&G- dan wel uitvoeringsplan. Als uitgangspunt voor de toetsing wordt in eerste instantie uitgegaan van onvoldoende ventilatiemogelijkheden (worst-case). Over het algemeen zijn de ventilatiemogelijkheden bij werkzaamheden in een sleuf onvoldoende, bij graafwerkzaamheden met een grotere breedte zijn de ventilatiemogelijkheden mogelijk wel voldoende. Bij dit onderzoek is er geen verschil in de toetsing bij voldoende en onvoldoende ventilatiemogelijkheden. Tabel 4.9: Bepaling veiligheidsklassen conform CROW 400 Monsternaam Monstertype Veiligheidsklasse met maatgevende stof(fen) Vluchtige stoffen Niet-vluchtige stoffen MM1 grond basishygiëne basishygiëne MM2 grond basishygiëne basishygiëne MM3 grond basishygiëne basishygiëne MM4 grond basishygiëne basishygiëne MM5 grond basishygiëne basishygiëne MM6 grond basishygiëne basishygiëne MMP1 grond basishygiëne basishygiëne MMP2 grond basishygiëne basishygiëne amm1-1 grond niet getoetst basishygiëne 001-1-1 grondwater basishygiëne basishygiëne -

Blad 13 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

5

Samenvatting en conclusies In opdracht van Wilma Wonen Nederland B.V. is door Antea Group in november en december 2020 een verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Schoolstraat 100 te Veenendaal. Aanleiding en doel Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen aankoop en toekomstige herontwikkeling van het perceel, inclusief de daarbij behorende aanvraag van een omgevingsvergunning. Het doel van het onderzoek is nagaan of de bodemkwaliteit (grond en grondwater) een belemmering vormt voor de voorgenomen aankoop van het perceel en aanvraag van een omgevingsvergunning. Vooronderzoek De verzamelde informatie geeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van voormalige bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Er wordt verwacht dat de grond en het grondwater over het algemeen licht verontreinigd zijn. Plaatselijk kunnen volgens de bodemkwaliteitskaart matige tot sterke verontreinigingen aanwezig zijn, alhoewel hier vanuit de bekende gegevens geen aanwijzingen voor zijn. Grond De bodemopbouw bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 3,5 m -mv. uit hoofdzakelijk matig fijn zand bestaat. Plaatselijk is in de ondergrond een veenlaag aanwezig (dikte van 0,3 tot 0,5 m). In de bodem zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een verontreiniging.

Op basis van de toetsing aan de Wet bodembescherming blijkt dat de grond onder de asfaltverharding en funderingslaag licht verhoogde gehalten aan kobalt, lood en nikkel bevat. De boven- en ondergrond op het overig deel van het terrein bevatten geen verhoogde gehalten aan onderzochte parameters. Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de grond voldoet aan de Achtergrondwaarden (AW2000; schone grond). Grondwater Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters (incl. cyanide) zijn gemeten. Asfalt Het asfalt op de locatie is geschikt voor warm hergebruik. Fundering Het funderingsmateriaal onder de asfaltverharding is indicatief niet herbruikbaar op basis van het gehalte aan minerale olie. In het funderingsmateriaal is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. Resumé Uit de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat er vanuit bodemhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn met betrekking tot de voorgenomen eigendomstransactie en toekomstige herontwikkeling van de locatie. Bij de toekomstige herontwikkeling dient er wel rekening mee te worden gehouden dat de aanwezige funderingslaag onder de asfaltverharding niet zondermeer herbruikbaar is en dient afgevoerd te worden naar een verwerker (totaal ca.

Blad 14 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020 revisie 00

0,06 x 1.470 = ca. 100 m3). Overigens kan overwogen worden om tijdens het bouwrijp maken van het terrein het funderingsmateriaal tijdelijk in depot te zetten en nogmaals te onderzoeken. Indien bij de werkzaamheden een grondoverschot ontstaat, wordt geadviseerd deze grond binnen het werk te hergebruiken. Indien dit niet mogelijk is, is dit (indicatieve) onderzoek niet geschikt om een definitieve uitspraak te doen over de hergebruikmogelijkheden van de grond buiten de regio Zuidoost Utrecht. De grond kan wel elders binnen het gebied van de bodemkwaliteitskaart van de regio Zuidoost Utrecht worden toegepast. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Antea Group Almere, december 2020

Blad 15 van 15

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020, revisie 00

Bijlage 1 Toelichting op bodemonderzoek, verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020, revisie 00

Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).

Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Hierbij wordt opgemerkt dat werkzaamheden verricht conform de NEN 5707 vallen onder de BRL SIKB 2000, protocol 2018. Werkzaamheden verricht conform de NEN 5897 vallen buiten de certificatieregeling. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000' is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000' staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een RvA geaccrediteerd laboratorium.

Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema (AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht. Asbest Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group is uitgevoerd volgens de NEN 5740. Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020, revisie 00

het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.

Toelichting op het uitgevoerde onderzoek Verkennend bodemonderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd met als richtlijn de NEN 5740+A1. Doorgaans is bij een onderzoek voor NUTS-bedrijven op basis van het vooronderzoek gekozen voor een onderzoeksstrategie voor een lijnvormige locatie (verdacht of onverdacht). Voor tracé's met een beperkte lengte kan de strategie verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern ('VEP') zijn toegepast, wegens de geringe omvang van het graafwerk. Bij de keuze voor strategie 'VEP' zijn wel de criteria voor boordiepte en plaatsing van een peilbuis voor lijnvormige locaties aangehouden. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn boringen verricht. De opgeboorde grond is beoordeeld op het voorkomen van verontreinigingen, beschreven en bemonsterd. Indien het grondwater zich nabij of binnen de ontgravingsdiepte van de werkzaamheden bevindt, is een peilbuis geplaatst ten behoeve van de monstername van het grondwater. De peilbuis is direct na plaatsing grondig afgepompt en minimaal één week later, na nogmaals goed afpompen, bemonsterd voor laboratoriumonderzoek. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid gemeten.

Voor het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit is de grond onderzocht op het standaard stoffenpakket. Dit betreft analyses op: • Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, molybdeen, koper, kwik, lood, nikkel en zink); • Polychloorbifenylen (PCB's; som 7); • Minerale olie (GC; inclusief voorbehandeling); • Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-totaal, 10 stuks volgens VROM); • Percentages lutum, organische- en droge stof. De selectie van de grond(meng)monsters is gebaseerd op monsterdiepte, bodemtype en veldwaarnemingen. Voor het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit is het grondwater onderzocht op het standaard stoffenpakket. Dit betreft analyses op: • Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, xylenen, styreen en ethylbenzeen) en naftaleen; • Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCL); • Minerale olie (GC).

Bepaling veiligheidsklassen Vooral hetgeen in branchepublicaties is aangegeven wordt door de Inspectie SZW beschouwd als 'de stand der techniek' en dient derhalve zorgvuldig te worden nagekomen. De veiligheidsklasse die in dit onderzoek is vastgesteld, betreft de voorlopige veiligheidsklasse. Bij het vaststellen van de voorlopige veiligheidsklasse zijn aannamen gedaan met betrekking tot de omstandigheden tijdens de uitvoer van de werkzaamheden. Wanneer het werk een geraamde duur van meer dan 30 mensdagen beslaat en er meer dan 20 werknemers op de locatie tegelijk werkzaam zijn, of indien de geraamde duur van het werk meer dan 500 mensdagen beslaat, dan dient eveneens via een kennisgeving aan Inspectie SZW het voornemen tot het tot stand brengen van het werk te worden gemeld.

Toelichting op de toetsingskaders Toetsingskader achtergrond-, streef- en interventiewaarden Hieronder wordt uitgebreider op de begrippen achtergrond-, streef- en interventiewaarden en hun betekenis ingegaan.

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020, revisie 00

Bij de toetsing wordt een uitspraak gedaan op parameterniveau én op monsterniveau. Met betrekking tot het bepalen van de achtergrondwaarden kan in sommige gevallen de overall-conclusie op monsterniveau afwijken ten opzichte van de conclusie op parameterniveau als gevolg van de toetsregel die in artikel 4.2.2 van de Regeling bodemkwaliteit staat. In dit artikel wordt beschreven wat onder het overschrijden van de achtergrondwaarden wordt verstaan. De achtergrondwaarden (AW) zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit omdat in dergelijke gronden geen belasting door lokale verontreinigingsbronnen aanwezig wordt geacht. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging. De interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau in de grond, waterbodem of grondwater aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant en dier heeft, in ernstige mate kunnen zijn verminderd.

In het overheidsbeleid wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging, indien de gemiddelde concentratie aan één stof de interventiewaarde overschrijdt in tenminste 25 m³ grond/slib of voor het grondwater in tenminste 100 m³ bodemvolume. Over de hoeveelheid grond/slib of grondwater waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde zich voordoet kan in een eerste onderzoek meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Daarom kunnen op basis van de resultaten van dit eerste onderzoek dan ook geen conclusies worden getrokken ten aanzien van het al dan niet ernstig zijn van het verontreinigingsgeval. Bij de getoetste waarden is tevens een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW (of S) ) / (I - AW (of S) ). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde. Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding tot het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek.

Met een nader bodemonderzoek kunnen de ernst en de spoedeisendheid van het geval worden vastgesteld. Een nader onderzoek kan worden uitgevoerd als er een duidelijke indicatie bestaat dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Een geval van ernstige bodemverontreiniging kan zich ook voordoen zonder dat de interventiewaarden worden overschreden. Als een verontreiniging zich zodanig in een ander milieucompartiment (bijv. het grondwater) of objecten (bijv. consumptiegewassen) verspreidt dat daar schadelijke effecten kunnen optreden, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ook als het bij puntbronnen van verontreinigingen (bijv. op grond van berekeningen) waarschijnlijk is dat zonder maatregelen op korte termijn (binnen maximaal enkele maanden) een verontreiniging van eerder genoemde 25 of 100 m³ bodemvolume kan optreden, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij de toetsing worden de gemeten gehalten in grondmonsters aan de hand van geanalyseerde of geschatte gehalten organisch stof en lutum gevalideerd omgerekend middels BOTOVA naar zogenaamde standaardbodemcondities (bodem met 10% organische stof en 25% lutum).

Indien de gehalten of concentraties in grond- en grondwatermonsters lager zijn dan de gerapporteerde rapportagegrens worden deze gevalideerd herberekend middels BOTOVA tot een gestandaardiseerde meetwaarde (gerapporteerde rapportagegrens maal 0,7). Deze gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) worden vergeleken met de normwaarden. Barium In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 is aangegeven dat de norm voor barium tijdelijk is ingetrokken. Gebleken is namelijk dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (voor standaardbodem). Analyses op barium dienen wel nog te worden uitgevoerd, maar de resultaten hoeven dus niet meer getoetst te worden, tenzij een duidelijke antropogene bron aanwezig is. Het gemeten gehalte aan barium is conform de circulaire bodemsanering per 1

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020, revisie 00

juli 2013, niet getoetst aan de voormalige interventiewaarde. Dit in verband met het voor deze parameter ontbreken van een aanwijsbare antropogene bron. Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit De gemeten gehalten in een partij grond worden getoetst aan de maximale waarden en rekenregels uit het Besluit- en de Regeling bodemkwaliteit, specifiek de regels die gelden voor het volgens het generieke kader toepassen op landbodem. De mate van overschrijden van de bovengenoemde maximale waarden bepaalt tot welke klasse een toe te passen partij grond of de ontvangende landbodem behoort. Deze classificatie is echter alleen mogelijk indien de monsterneming en het laboratoriumonderzoek zijn uitgevoerd door bij regeling van Onze Ministers bepaalde methoden alsmede door een persoon of instelling die daarvoor beschikt over een erkenning. De op basis van de bovenstaande maximale waarden in te delen klassen zijn: Achtergrondwaarde De landbodem dan wel een toe te passen partij grond wordt geclassificeerd als 'voldoet aan de achtergrondwaarde' (oftewel schoon), wanneer de gemeten gehalten de achtergrondwaarden niet overschrijden. In artikel 4.2.2 van de Regeling is beschreven wat onder het overschrijden van de achtergrondwaarden wordt verstaan.

Kwaliteitsklasse 'wonen' De kwaliteit van een partij grond die op landbodem wordt toegepast, wordt beoordeeld als de kwaliteitsklasse 'wonen', wanneer de gemeten gehalten de bovengenoemde achtergrondwaarden overschrijden maar lager zijn dan de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse 'wonen' (zie artikel 4.4.1 van de Regeling). De kwaliteit van de ontvangende landbodem wordt beoordeeld als de kwaliteitsklasse 'wonen', wanneer de gemeten gehalten de bovengenoemde achtergrondwaarden overschrijden maar lager zijn dan de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse 'wonen'. In artikel 4.10.2 van de Regeling is beschreven wat onder het overschrijden van de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse 'wonen' wordt verstaan. Kwaliteitsklasse 'industrie' De kwaliteit van de ontvangende landbodem alsmede van een partij grond die op landbodem wordt toegepast, wordt beoordeeld als de kwaliteitsklasse 'industrie' wanneer de gemeten gehalten de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse 'wonen' overschrijden, maar lager zijn dan de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse 'industrie' (zie artikel 4.4.1 en 4.10.2 van de Regeling).

Niet toepasbare grond Wanneer de gemeten gehalten in een partij grond de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse 'industrie' overschrijden (en wordt geclassificeerd als 'niet toepasbaar > industrie' of 'niet toepasbaar > interventiewaarde'), dan komt deze grond niet in aanmerking voor hergebruik volgens het generieke toetsingskader of verwerking in een grootschalige bodemtoepassing. In dat geval dient te worden nagegaan of mogelijk wordt voldaan aan de voorwaarden voor het gebiedsspecifieke toetsingskader (art. 44 t/m 53 van het Besluit).

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020, revisie 00

Bijlage 2 Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen

Projectnaam: Schoolstraat 100 te Veenendaal Projectnr. 0464698.101

Boring:

001

Datum:

1-12-2020

Boring:

002

Datum:

Boormeester:

1-12-2020

Pepijn Aarts

Boormeester:

Pepijn Aarts

X-coördinaat:

166708,86

X-coördinaat:

166753,08

Y-coördinaat:

449176,52

Y-coördinaat:

449173,27

GWS (cm -mv): 200

Z (m t.o.v. NAP): 7,044

Z (m t.o.v. NAP): 6,885 (04 ) 4

0 2 3

11 12

50 4

(26) 30 (20) 50

13 (80)

100 5

(04 ) 4

0 Edelmanboor, tegel

Edelmanboor, tegel

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor, 30x30x50 Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebruin, Edelmanboor

2

6

3

(30) 160

7 200

(50)

Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

8 (100)

150 5

Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor

16

Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor

100

4 Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak kiezel houdend, donker grijsbruin, Edelmanboor

7

100

14 15

(46) 50

50

130

150

6

9 200

200

8 250

(190)

9 300 10 350

350

Boring:

003

Boring:

004

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Pepijn Aarts

Boormeester:

Pepijn Aarts

X-coördinaat:

166782,29

X-coördinaat:

166780,48

Y-coördinaat:

449175,39

Y-coördinaat:

449197,50

Z (m t.o.v. NAP): 6,86

Z (m t.o.v. NAP): 7,012 (0 44 )

0

(0 44 )

0 Edelmanboor, tegel

2

(96)

50 3

4

9

5

10

6

11

(96)

3

(40) 140 (20) 160 (40) 200

7 100

100 Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Edelmanboor

4

8

5 200

(50)

Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Edelmanboor

150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor, 30x30x50

6

50

100

200

2

8

100

150

Edelmanboor, tegel

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebruin, Edelmanboor, 30x30x50

7

9

(50)

Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

200

Projectleider: Tomas Burgers Schaal: 1: 50

Getekend volgens NEN 5104

Projectnaam: Schoolstraat 100 te Veenendaal Projectnr. 0464698.101

Boring:

005

Boring:

006

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Pepijn Aarts

Boormeester:

Pepijn Aarts

X-coördinaat:

166770,56

X-coördinaat:

166750,97

Y-coördinaat:

449213,51

Y-coördinaat:

449207,14

Z (m t.o.v. NAP): 7,057 0

Z (m t.o.v. NAP): 7,042 0 (15) 5) (150 2

1

(04 ) 4

0 Kernboor, asfalt

Edelmanboor, tegel

Edelmanboor, los puin met kiezels/mm1 (60)

50

2

5

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebruin, Edelmanboor

1

(96)

50 2

80

100

(60)

3

6

Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor, 30x30x50

5

6 100

100 3

7

(50)

Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Edelmanboor

140

150 (60)

4

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor

150

150

7

4 200

200

8

Boring:

007

Boring:

008

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Pepijn Aarts

Boormeester:

Pepijn Aarts

X-coördinaat:

166737,64

X-coördinaat:

166717,80

Y-coördinaat:

449211,00

Y-coördinaat:

449210,75

0

Z (m t.o.v. NAP): 6,989 0 (13) (173) 20

1

(04 ) 4

0 Kernboor, asfalt

Edelmanboor, tegel

Edelmanboor, los puin met kiezels/mm1 (60)

50

2

5

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebruin, Edelmanboor

1 50 2

100

(60)

6

Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor, 30x30x50

5 (96)

80

3

Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

200

200

Z (m t.o.v. NAP): 6,97

(50)

6 100

100 3

Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

7

140

150 (60)

4

Zand, matig fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor

(100)

150

7

4 200

200

8 200

200

Boring:

009

Boring:

010

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Pepijn Aarts

Boormeester:

Pepijn Aarts

X-coördinaat:

166698,33

X-coördinaat:

166679,06

Y-coördinaat:

449217,88

Y-coördinaat:

449210,55

Z (m t.o.v. NAP): 7,095 0

Z (m t.o.v. NAP): 7,145 0 (14) 4 (1 260)

1

Edelmanboor, tegel

Edelmanboor, los puin met kiezels/mm1 50

2

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebruin, Edelmanboor

5

(0 44 )

0 Kernboor, asfalt 1

2

Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, 30x30x50 Zand, matig fijn, zwak siltig, beigebruin, Edelmanboor

6 (100)

100 3

(46) 50

50

(120)

100

5

6 3

7

140

150 (60)

4 200

Zand, matig fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor

150

150

7

4 200

200

8

(50)

Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

200

Projectleider: Tomas Burgers Schaal: 1: 50

Getekend volgens NEN 5104

Projectnaam: Schoolstraat 100 te Veenendaal Projectnr. 0464698.101

Boring:

011

Boring:

012

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Pepijn Aarts

Boormeester:

Pepijn Aarts

X-coördinaat:

166667,09

X-coördinaat:

166646,74

Y-coördinaat:

449207,19

Y-coördinaat:

449198,63

Z (m t.o.v. NAP): 6,889 0

Z (m t.o.v. NAP): 6,894 0 (13) 1 ( 73) 20

1

0

0 (15) 5) (150 2

1

Kernboor, asfalt Edelmanboor, los puin met kiezels/mm1

(60)

50

2

5

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebruin, Edelmanboor

Edelmanboor, los puin met kiezels/mm1 (60)

50

3

7

80

3

100

(60)

6

5

8

(120)

150 (60)

7

6 200

200

200

200

013

Boring:

014

Datum:

1-12-2020

Datum:

2-12-2020

Boormeester:

Pepijn Aarts

Boormeester:

Pepijn Aarts

X-coördinaat:

166673,81

X-coördinaat:

166645,36

Y-coördinaat:

449173,85

Y-coördinaat:

449213,14

Z (m t.o.v. NAP): 7,02

Z (m t.o.v. NAP): 6,844 0 (13) (173) 20

1

0 (8) 8

0 Kernboor, asfalt Edelmanboor, los puin met kiezels/mm1

(60)

50

2

5

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor

100

5

(42)

Edelmanboor, klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, beigebruin, Edelmanboor, 30x30x50

50

50

80

3

Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

9

Boring:

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

140

150 4

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebruin, Edelmanboor

80

Zand, matig fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor

100

Kernboor, asfalt

2

6

3

7

4

8

Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

100

6

(150)

(120)

150

150 4

7 200

200

200

200

Boring:

015

Boring:

016

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Pepijn Aarts

Boormeester:

Pepijn Aarts

X-coördinaat:

166653,65

X-coördinaat:

166660,54

Y-coördinaat:

449210,08

Y-coördinaat:

449191,04

Z (m t.o.v. NAP): 6,932

Z (m t.o.v. NAP): 7,039 0 (8) 8

0 2

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigebruin, Edelmanboor, 30x30x50

6

0 (8) 8

0 Edelmanboor, klinker

50

1

6

2

7

50 3

7

(142)

3

100 4

8

5 200

9

(50)

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor

150

5 200

Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

9

150 Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigebruin, Edelmanboor, 30x30x50

50

(100)

4 150

Edelmanboor, klinker

30 (20)

8

100

150

(22)

10

(50)

Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

200

Projectleider: Tomas Burgers Schaal: 1: 50

Getekend volgens NEN 5104

Projectnaam: Schoolstraat 100 te Veenendaal Projectnr. 0464698.101

Boring:

017

Boring:

018

Datum:

1-12-2020

Datum:

2-12-2020

Boormeester:

Pepijn Aarts

Boormeester:

Pepijn Aarts

X-coördinaat:

166671,79

X-coördinaat:

166683,83

Y-coördinaat:

449195,10

Y-coördinaat:

449176,21

Z (m t.o.v. NAP): 6,924

Z (m t.o.v. NAP): 6,976 (08 ) 8

0 1

(04 ) 4

0 Edelmanboor, klinker

Edelmanboor, tegel

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigebruin, Edelmanboor, 30x30x50

5

50

1

5

6

(142)

2

100

(100)

7

3 150

150 4

8

(50)

7 150

150 Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

200

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

6

100 3

Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor

50

50 2

(46)

4

8

(50)

Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

200

200

Boring:

019

Boring:

020

Datum:

2-12-2020

Datum:

10-12-2020

Boormeester:

Pepijn Aarts

Boormeester:

Pepijn Aarts

X-coördinaat:

166699,50

Y-coördinaat:

449171,90

Z (m t.o.v. NAP): 6,809 (04 ) 4

0 1

5

Edelmanboor, tegel

0 (15) 15

Kernboor, beton

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebruin, Edelmanboor, 30x30x50

(50)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, oranjebruin, Edelmanboor

0

(96)

50

1

2

50 65

2

6 100

100 3

7

(50)

Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

150

150 4

8

(50)

Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

200

200

Boring:

021

Boring:

022

Datum:

10-12-2020

Datum:

10-12-2020

Boormeester:

Pepijn Aarts

Boormeester:

Pepijn Aarts

0

1

2

0 (15) 15

Kernboor, beton

(50)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, oranjebruin, Edelmanboor

50

0

1

2

0 (15) 15

Kernboor, beton

(50)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, oranjebruin, Edelmanboor

50 65

65

Projectleider: Tomas Burgers Schaal: 1: 50

Getekend volgens NEN 5104

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020, revisie 00

Rapport Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Schoolstraat 100 te Veenendaal projectnummer 0464698.101 16 december 2020, revisie 00

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14150800/1