3.b NIEUW Bestemmingsplan Overgangszone Ambacht - Regels
Tekst van het document
bestemmingsplan
OVERGANGSZONE AMBACHT
Overgangszone Am bacht
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten
4 4 10
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
BESTEMMINGSREGELS Bedrijf Waarde - Archeologie - Middelhoog
11 11 16
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
18 18 19 20 21 22 23
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel
24 24 25
Bijlagen Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten
27 28
2
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Regels
bestemmingsplan
3
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Hoofdstuk 1 Artikel 1
INLEIDENDE REGELS
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.2
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.3
additionele voorzieningen
voorzieningen die een onderdeel vormen van en ondergeschikt zijn aan een bestemming of functie. 1.4
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens de gemeente, door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.5
archeologisch vooronderzoek
archeologisch vooronderzoek dat kan bestaan uit locatiegericht bureauonderzoek, booronderzoek, geofysisch prospectieonderzoek, het graven van proefsleuven of een combinatie daarvan. De verschillende vormen van onderzoek worden verricht door een erkende partij en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificaties in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De resultaten van het onderzoek worden weergegeven en geïnterpreteerd in een rapport. Op basis daarvan beoordeelt de gemeente of een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend. 1.6
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten in dat gebied. 1.7
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten. 1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken. 1.9
bedrijfsgebouwen
het geheel aan gebouwen, behorend bij een bedrijf. 1.10
bedrijfsvloeroppervlakte
de brutovloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen. 1.11
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein, dienend voor de huisvesting van een persoon (en diens huishouden), wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk is. 1.12
beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen
een object, zoals aangewezen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (artikel , lid 1, onder b) die bescherming geniet tegen externe veiligheidsrisico's
4
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
1.13
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.14
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.15
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16
bodemingrepen
werken en werkzaamheden, waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten. 1.17
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.18
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.19
bouwmarkt
detailhandelsvestiging waar met name bouwmaterialen en doe het zelf producten aan zowel vakman als particulieren te koop worden aangeboden. 1.20
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel. 1.22
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten. 1.23
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.24
bouwwerk geen gebouw zijnde
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25
daghoreca
horecabedrijf categorie 1 met openingstijden op werkdagen tussen 9:00 en 19:00 uur, zoals een lunchroom, broodjeszaak, cafetaria en snackbars. 1.26
dakoverstek
het deel van het dakvlak dat uitsteekt boven de gevel. 1.27
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
bestemmingsplan
5
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
1.28
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.29
erkende partij
een dienst, bedrijf of instelling, erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.30
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.31
geluidbeperkende voorziening
een al dan niet gebouwde voorziening kennelijk bedoeld voor het beperken van geluidhinder, zoals een geluidscherm of een geluidwal. 1.32
groepsrisico
de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid nabij een risicobron en een ongewoon voorval bij die risicobron waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. 1.33
grove bouwmaterialen
materialen voor de ruwbouw van gebouwen en dergelijke, zoals stenen, zand, beton, bestratingsmateriaal en hout. 1.34
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen drank- en etenswaren, en het bedrijfsmatig verstrekken van logies en/of zaalaccommodatie. 1.35
horeca categorie 1
detailhandel-ondersteunende horecabedrijven, overwegend gebonden aan de openingstijden zoals die gelden voor detailhandel conform de Winkeltijdenwet en de eventuele gemeentelijke regelgeving aangaande winkeltijden, zoals lunchrooms, broodjeszaken, koffie- en theehuizen, en ijssalons, inclusief overige aan de detailhandelsfunctie gerelateerde horeca zoals automatieken, cafetaria's en snackbars. 1.36
huishouden
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. 1.37
infrastructuur
voorzieningen ten behoeve van verkeer en waterhuishouding zoals stuwen, bruggen, tunnels, duikers, aanlegsteigers, vlonders, kadewanden, keermuren, lichtmasten, beeldende kunst, openbaar vervoer haltes, overkappingen, stallingsruimten, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeersregelinstallaties en afvalcontainers, alsmede parkeervoorzieningen, en een geluidbeperkende voorziening. 1.38
invloedsgebied
het gebied tot daar waar nog 1% van de aanwezigen kan komen te overlijden als gevolg van een ongewoon voorval bij die risicobron waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. In het invloedsgebied van een buisleiding of inrichting dient het groepsrisico berekend te worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen nabij transportroutes dient het groepsrisico enkel berekend te worden indien de afstanden kleiner dan of gelijk is aan 200 meter. 1.39
kantoor
het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, inclusief congres- en vergaderaccommodaties.
6
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
1.40
kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen
een object, zoals aangewezen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (artikel 1, lid 1, onder l) die extra bescherming geniet tegen externe veiligheidsrisico's. 1.41
laden en lossen
onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is. 1.42
lijst van bedrijfsactiviteiten
de lijst van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering, zoals die lijst is opgenomen als bijlage bij de regels. 1.43
niet zelfstandig kantoor
een kantoorruimte als niet-zelfstandig onderdeel van het bedrijf en waarbij de kantoorruimte niet meer dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte uitmaakt en niet meer dan 2.000 m² beslaat. 1.44
nutsbedrijf
bedrijf gericht op de productie en/of distributie van een of meer dan één nutsvoorziening. 1.45
nutsvoorziening
voorzieningen ten behoeve van (de aansluiting op) het openbare net van gas, water, elektriciteit, riolering, stadsverwarming, en het telecommunicatieverkeer, of daaraan gelijk te stellen voorzieningen. 1.46
omgevingsvergunning
vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.47
ondergeschikte horeca
horeca die ten dienste staat van een bepaalde functie en die in aard, omvang, exploitatie en openingstijden daar ondergeschikt aan is, zoals een (bedrijfs)kantine. 1.48
ondergronds bouwwerk
een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen beneden peil. 1.49
openbare ruimte
de op de verbeelding aangewezen grond, die bestemd is voor verkeer, groen en water. 1.50
opgraving
de ontsluiting van een archeologische vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen. Opgravingen worden verricht door een erkende partij, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 45 van de Monumentenwet en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificatie in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.51
oriëntatiewaarde
Een richtwaarde waarnaar moet worden gekeken bij de verantwoording van het groepsrisico. De uitkomst van een groepsrisicoberekening moet worden vergeleken met deze oriëntatiewaarde om af te kunnen wegen of het externe veiligheidsrisico acceptabel is. 1.52
overkapping
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en waarvan de steunconstructie uit ten hoogste één wand bestaat.
bestemmingsplan
7
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
1.53
parkeren
een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen. 1.54
PDV locaties
Locaties waar perifere detailhandel is toegestaan buiten de centrum- en buurtwinkelgebieden. In Veenendaal zijn dit uitsluitend de locaties Groeneveldselaan en Grote Beer. 1.55
perceel
een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten. 1.56
perceelsgrens
de grens van een perceel. 1.57
perifere detailhandel
vestiging van detailhandel in ABC-goederen (auto's, boten, caravans, tenten en motoren), bouwmarkten, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair alsmede woninginrichting waaronder meubels, die vanwege de omvang en aard van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstraling (en uit dien hoofde niet binnen de aangewezen winkelconcentratiegebieden gevestigd kunnen worden), niet zijnde detailhandel in electro-, sport-, en foodmarkten, speelgoed, outdoorsport en recreatieve producten. 1.58
plaatsgebonden risico
het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. 1.59
plan
het bestemmingsplan Overgangszone Ambacht met identificatienummer NL.IMRO.0345.bpOvergangAmbacht-ow01 van de gemeente Veenendaal. 1.60
productiegebonden bedrijf
bedrijf waar ter plaatse goederen worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces. 1.61
productiegebonden detailhandel
detailhandel in goederen, die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.62
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.63
risicovolle inrichting
inrichting zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.64
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan een bedrijf voor prostitutie zoals een bordeel. 1.65
showroom
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting bestemd is voor het tonen van artikelen en/of materialen.
8
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
1.66
verbeelding
de analoge en digitale voorstelling van de in het plan opgenomen digitale ruimtelijke informatie. 1.67
voorgevel
de naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel, erkers en luifels niet meegerekend. 1.68
voorgevelrooilijn
de denkbeeldige lijn waarop de voorgevel(s) van een hoofdgebouw is/zijn geplaatst. 1.69
waarde - archeologie - middelhoog
gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde zoals vermeld op de gemeentelijke archeologische maatregelen/beleidskaart. 1.70
webshop
verkoop van goederen waarvan de handel via internet plaatsvindt 1.71
woning
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor huisvesting in een zelfstandige woning van maximaal 1 huishouden. 1.72
zelfstandige woning
een woning met eigen toegang, eigen keuken en toilet.
bestemmingsplan
9
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afmetingen, diepte en breedte van overige bouwwerken:
tussen de verst van elkaar gelegen punten van die bouwwerken, horizontaal, dan wel verticaal gemeten. 2.2
de afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens:
de kortste afstand tussen de grens van een bouwperceel en enig punt van het op het bouwperceel voorkomende of nog te bouwen gebouw; 2.3
de afstand tussen gebouwen:
de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de brutovloeroppervlakte van een gebouw:
gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; 2.6
de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidingsmuren). 2.7
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9
het buitenwerks meten van maten
voor het buitenwerks meten van maten geldt dat uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing blijven, zoals bij dakgoten, dakoverstekken, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren en kleine schoorstenen. 2.10
het peil:
a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
10
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
BESTEMMINGSREGELS
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven en bedrijfsactiviteiten maximaal tot en met de milieucategorie zoals aangeduid op de verbeelding en zoals die zijn opgenomen in de lijst van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1); b. ondergeschikte horeca; c. een aan de bedrijfsvoering gerelateerde showroom, niet ten behoeve van detailhandel; d. niet zelfstandig kantoor, uitsluitend buiten de 'veiligheidszone - bevi - 1, invloedsgebied; e. zelfstandig kantoor, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; f. een geluidbeperkende voorziening ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding geluidwerende muur', voor zover deze voorziening, op basis van een akoestisch onderzoek noodzakelijk geacht wordt ten behoeve van woningbouw ten noordwesten van deze aanduiding; g. parkeer- en stallingsvoorzieningen; h. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel perifeer' tevens voor perifere detailhandel; i. nutsvoorzieningen; j. infrastructuur; k. groen en water; l. additionele voorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1
Algemeen
Uitsluitend mogen worden opgericht gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde die ten dienste staan van de omschrijving in artikel 3.1 en tevens voldoen aan de voorwaarden in artikelen 10.1 en 10.2 ten behoeve van parkeren en laad- en losruimte. 3.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de op de verbeelding aangeduide maximum bouwhoogte; c. de minimale afstand tot de achterste en zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt 5 meter; d. in afwijking van het gestelde onder c. geldt voor gebouwen met een oppervlakte van maximaal 1.000 m² dat deze mogen worden gebouwd tot in de achterste perceelsgrens en tot in één van de zijdelingse perceelsgrenzen; e. gebouwen aangeduid als kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) mogen niet worden gebouwd binnen de aanduiding 'veiligsheidszone-plaatsgebonden risicocontour'; f. gebouwen aangeduid als kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) mogen niet worden gebouwd binnen de aanduiding 'veiligheidszone-invloedsgebied'. 3.2.3
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2,5 meter; b. de maximale bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten bedraagt 10 meter; c. de maximale bouwhoogte van silo's bedraagt 12 meter; d. de maximale bouwhoogte van de geluidwerende muur ter plaatse van de aanduiding 'geluidwerende muur' bedraagt 6,5 meter; e. de maatvoering van reclame-uitingen dient te voldoen aan het reclamebeleid zoals geldt voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag; f. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde bedraagt 12 meter.
bestemmingsplan
11
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Bouwen in zijdelingse en achterste perceelsgrens 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 voor het bouwen van een bedrijfsgebouw van meer dan 1.000 m² in de achterste perceelsgrens en één zijdelingse perceelsgrens, mits: a. dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering en er geen andere beschikbare ruimte is op het perceel; b. de functionele en ruimtelijke structuur niet onevenredig worden aangetast en dit stedenbouwkundig aanvaardbaar wordt geacht; c. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de verkeersveiligheid, brandveiligheid en brand- en rampenbestrijding gewaarborgd blijft. 3.3.2 Fietsenstalling buiten bouwvlak 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 voor het bouwen van een fietsenstalling bij een bedrijfspand buiten het bouwvlak, mits: a. de fietsenstalling een maximale oppervlakte heeft van 20 m²; b. de fietsenstalling een maximale hoogte heeft van 2,5 meter; c. dit noodzakelijk is om te voldoen aan het gestelde in artikel 11; d. dit stedenbouwkundig aanvaard wordt geacht; e. dit geen nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid heeft. 3.3.3 Hogere bouwhoogte langs Industrielaan 1.
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 voor het toestaan van bedrijfsgebouwen langs de Industrielaan met een maximale bouwhoogte van 15 meter, mits: a. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheen van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. dit stedenbouwkundig aanvaardbaar wordt geacht. 3.3.4 Bouwen binnen veiligheidszones 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder e, mits: a. het gaat om een beperkt kwetsbaar object zoals aangeduid in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) én er een zwaarwegend belang ten grondslag ligt én; b. er wordt voldaan aan artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen én; c. er wordt voldaan aan Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de effecten van een ongeval. 2. Burgemeesters en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder f, mits: a. er wordt voldaan aan artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen én; b. er wordt voldaan aan Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de effecten van een ongeval. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. detailhandel; b. gebouwen aangeduid als kwetsbaar object in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) ter plaatse van de aanduiding ‘veiligheidszone-plaatsgebonden risicocontour’. '; c. kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi - 2 - invloedsgebied'; d. grote lawaaimakers; e. vuurwerkopslag; f. zelfstandige horeca; g. zelfstandige kantoren, anders dan ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; h. risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
12
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht i. bedrijfswoningen; j. opslag in de open lucht voor de voorgevelrooilijn of buiten het bouwvlak. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1
Toestaan vergelijkbare bedrijven
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 ten behoeve van: a. de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf dat is opgenomen in een hogere categorie van de lijst van bedrijfsactiviteiten als de effecten op de omgeving naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met de toegestane bedrijven zoals bedoeld in artikel 3.1; b. de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf dat gelijkwaardig is aan de categorie zoals bedoeld in artikel 3.1, maar niet in de lijst van bedrijfsactiviteiten wordt genoemd. c. een omgevingsvergunning als bedoeld onder a. en b. kan alleen worden verleend als er wordt voldaan aan artikel 10 en er geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor de omgeving, waarbij ten minste de volgende aspecten worden betrokken: geluid; geur; stof; gevaar; lucht- en bodemverontreiniging; bedrijfstijden van het bedrijf; de verkeersaantrekkende werking van het bedrijf. 3.5.2 ABC detailhandel 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van: a. detailhandel in auto's, boten, caravans, tenten en motoren; b. detailhandel in nevenartikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen die rechtstreeks in verband staan met de hiervoor onder a.
omschreven detailhandel, tot een maximum van 15% van de bedrijfsvloeroppervlakte van het pand en maximaal 150 m² 2. Medewerking verlenen aan de afwijkingsbevoegdheden als genoemd onder lid 1a. en 1b. kan alleen als: a. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt; c. er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid en/of de bereikbaarheid van percelen; d. er geen onevenredige verstoring van een evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur plaatsvindt; e. er voor wat betreft reclame-uitingen wordt voldaan aan het op dat moment geldende reclamebeleid. 3.5.3 Productie- of reparatiegebonden, ondergeschikte detailhandel 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van het toestaan van productie- of reparatiegebonden, ondergeschikte detailhandel, mits: a. de bedrijfsvloeroppervlakte van deze ondergeschikte detailhandel niet meer bedraagt dan 30% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte en niet meer bedraagt dan 200 m²; b. er geen sprake is van verkoop van food-producten; c. er geen sprake is van een combinatie met een showroom gericht op de zakelijke markt; d.
hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; e. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt; f. er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid en/of de bereikbaarheid van percelen; g. er geen onevenredige verstoring van een evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur plaatsvindt; h. er voor wat betreft reclame-uitingen wordt voldaan aan het op dat moment geldende reclamebeleid.
bestemmingsplan
13
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
3.5.4 Detailhandel in professionele gereedschappen of grove bouwmaterialen 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van het toestaan van ondergeschikte detailhandel in professionele gereedschappen of grove bouwmaterialen of daarmee vergelijkbare volumineuze artikelen, mits: a. er geen sprake is van een bouwmarkt of van detailhandel vallend onder het thema wonen; b. de activiteit in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan een volgens artikel 3.4.1 toegestande hoofdfunctie; c. de detailhandel dermate beperkt is in bedrijfsmatige of ruimtelijke omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm duidelijk overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; d. het geen bedrijf betreft dat passend is voor vestiging in de (kern)winkelgebieden of de bestaande PDV-locaties; e. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; f. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt; g. er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid en/of de bereikbaarheid van percelen; h. er geen onevenredige verstoring van een evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur plaatsvindt; i.
er voor wat betreft reclame-uitingen wordt voldaan aan het op dat moment geldende reclamebeleid. 3.5.5 Webshop met afhaalbalie 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van het toestaan van een webshop met afhaalbalie, mits: a. het afhaalgedeelte maximaal 10 m² beslaat; b. er geen sprake is van een combinatie met een showroom gericht op particulieren; c. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt; e. er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid en/of de bereikbaarheid van percelen; f. er geen onevenredige verstoring van een evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur plaatsvindt; g. er voor wat betreft reclame-uitingen wordt voldaan aan het op dat moment geldende reclamebeleid. 3.5.6 Ondergeschikte daghoreca 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van het toestaan van ondergeschikte daghoreca welke zich richt op het personeel van het betreffende bedrijventerrein, mits: a. het horeca betreft dat zich richt op het eigen personeel van het bedrijventerrein; b. de horecafunctie ondergeschikt is aan de hoofdfunctie op dit perceel; c.
de horeca een directe link heeft met de bedrijfsactiviteiten die plaatsvinden in het bijbehorende bedrijfspand; d. er geen sprake is van detailhandel, zoals het (laten) afhalen of bezorgen van producten; e. er geen promotie-activiteiten worden uitgevoerd die zich richten op het binnenhalen van klanten buiten het omliggende bedrijventerrein; f. er geen onevenredige verstoring van een evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur plaatsvindt; g. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; h. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt. 3.5.7 Beperkt kwetsbare objecten binnen veiligheidszone-Bevi-2 invloedsgebied 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 en artikel 3.2.2 onder f ten behoeve van het toestaan van beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi - 2 - plaatsgebonden risicocontour', mits hier een zwaarwegend belang van het beperkt kwetsbaar object aan ten grondslag ligt. Bij de afweging spelen de volgende aspecten een rol: a. het extensief gebruik van terreinen;
14
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht b. bij vervangende nieuwbouw de voorwaarde dat het object tussen de 10-5 en 10-6 PR contour ligt en de situatie na nieuwbouw niet verslechtert ten opzichte van de situatie voor de afwijking. 3.6 Wijzigingsbevoegdheid Bevi - 1 en Bevi - 2 aanduidingen 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat de aanduiding 'Veiligheidszone - bevi - 1 - invloedsgebied' en/ of de aanduiding 'Veiligheidszone - bevi - 2 plaatsgebonden risicocontour': a. vervalt, indien uit nader onderzoek blijkt dat het gebruik van de bevi-inrichting is beëindigd en beëindigd zal blijven; b. verandert, indien uit nader onderzoek blijkt dat het gebruik van de bevi-inrichting blijvend is aangepast.
bestemmingsplan
15
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie - Middelhoog
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde – Archeologie – Middelhoog', aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming van en onderzoek naar de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden. 4.1.1
Rangorderegeling
Indien strijd ontstaat tussen het belang van het behoud en de bescherming van archeologische waarden als bedoeld in 4.1 en de voor deze gronden geldende andere bestemmingen prevaleert de (dubbel)bestemming 'Waarde – Archeologie – Middelhoog'. 4.2
Bouwregels
Op en in de gronden als bedoeld in artikel 4.1 gelden voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken de volgende regels: a. Met uitzondering van het gestelde onder b. mogen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd overeenkomstig de voor deze gronden geldende andere bestemmingen. b. Gebouwen en bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 5.000 m² en waarbij dieper dan 0,5 meter onder peil wordt gegraven en/ of onderheid wordt, mogen uitsluitend worden gebouwd als uit een archeologisch rapport blijkt dat de waarden zoals bedoeld in artikel 4.1 niet onevenredig (kunnen) worden aangetast en een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige (onder voorwaarden) positief adviseert over dit rapport. c. Een archeologisch rapport als bedoeld onder b. is niet vereist indien het om vervangende gebouwen of bouwwerken gaat waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en waarbij uitsluitend de bestaande fundering wordt benut. d. Burgermeester en wethouders kunnen op advies van de onder b. genoemde deskundige in ieder geval de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw of bouwwerk: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2.
de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gercertificeerde instantie, volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de KNA en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch PvE. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Omgevingsvergunningplicht
Behoudens het bepaalde in artikel 4.3.2 is het in het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige of verwachte archeologische waarden verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op of in de gronden als bedoeld in artikel 4.1 de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden of grondbewerkingen, het saneren, egaliseren, afplaggen en baggeren van gronden, het roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage, kabels, leidingen en rioleringen; b. het aanbrengen en het verwijderen van diepwortelende beplantingen; c. het ophogen en egaliseren van gronden; d. het verlagen en verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; f. het verwijderen van fundamenten of heipalen; g. het graven, verbreden of verdiepen van watergangen en waterpartijen.
16
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
4.3.2
Uitzonderingen
Het in artikel 4.3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. die een oppervlakte van maximaal 5.000 m² beslaan, ongeacht op welke diepte de werkzaamheden plaatsvinden, en in de periode van 24 maanden voor de datum van de voorgenomen werken of werkzaamheden deze bepaling niet van toepassing is geweest op aangrenzende terreinen op een afstand van minder dan 25 meter van het onderhavige terrein; b. die plaatsvinden op een diepte van maximaal 0,5 meter onder peil, ongeacht de oppervlakte die de werkzaamheden beslaan; c. in het kader van archeologisch vooronderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; d. waarmee krachtens een vergunning is of mag worden begonnen op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; e. in het kader van normaal beheer en onderhoud; f. in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; g. die plaatsvinden in bestaande weg- en leidingcunetten. 4.3.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 kan slechts worden verleend indien vooraf door aanvrager een archeologisch rapport wordt aangeleverd waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat: a.
de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld, b. archeologische waarden door het uitvoeren van de werken en/ of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden, of c. er geen archeologische waarden zijn. 2. Voordat de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 wordt verleend, winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige 4.3.4
Voorschriften omgevingsvergunning
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 4.3.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); c. de verplichting de uitvoering van de werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). 4.4 Wijzigingsbevoegdheid 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat: a. het bestemmingsvlak naar ligging wordt verschoven, b. het bestemmingsvlak naar omvang wordt vergroot of verkleind, c. het bestemmingsvlak van de verbeelding wordt verwijderd, of d. aan (een deel van) het bestemmingsvlak een andere archeologische verwachtingswaarde wordt toegekend. 2. Alvorens het plan te wijzigen overeenkomstig het eerste lid, winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.
bestemmingsplan
17
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Hoofdstuk 3 Artikel 5
ALGEMENE REGELS
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
18
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
1. Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken geldt dat deze uitsluitend toegestaan zijn binnen de bouwvlakken; 2. In afwijking van het gestelde onder 1. geldt voor ondergeschikte bouwdelen, putten en voorzieningen ten behoeve van de watervoorziening, waterberging en -infiltratie of de verzameling van water en rioolstoffen dat die ook buiten de bouwvlakken zijn toegestaan.
bestemmingsplan
19
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Als gebruik in strijd met de bestemming als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval aangemerkt: a. het gebruik van gronden of bouwwerken voor een seksinrichting; b. permanente bewoning van bedrijfspanden en andere gebouwen die niet voor permanente bewoning bestemd zijn; c. het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; d. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; e. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; f. het gebruik van niet-bebouwde grond voor het opslaan, storten of bergen van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden.
20
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijkingsbevoegdheden
1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit plan ten behoeve van: a. het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van een bouwgrens ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding. De afwijking mag ten hoogste 5 meter bedragen; b. het bouwen van openbare nutsgebouwen, wachthuisjes voor het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, mits de inhoud per gebouw niet meer dan 50 m³ bedraagt; c. plaatselijke verhogingen op gebouwen, zoals luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische installaties, mits de totale hoogte daardoor niet meer bedraagt dan 1,2 maal de maximum (bouw)hoogte van het betreffende gebouw. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld onder 1. kan slechts worden verleend als: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
bestemmingsplan
21
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Artikel 9 9.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en Wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan wijzigen ten aanzien van: a. het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan met dien verstande dat de afwijking ten hoogste 5 meter mag bedragen, mits het wijzigingen betreft waarbij geen belangen van derden onevenredig worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding; b. het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere wettelijke regeling, indien deze wordt gewijzigd.
22
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Artikel 10 10.1
Overige regels
Voorwaardelijke verplichting parkeren
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van bouwwerken en gronden, met inachtneming van het de voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag geldende parkeernormenbeleid, indien: a. bij de aanvraag aangetoond wordt dat het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij op eigen terrein en/of onmiddellijke omgeving bij de ontwikkeling in voldoende (fiets)parkeergelegenheid voor zowel bewoners als bezoekers wordt voorzien en deze in stand gehouden wordt; b. of aangetoond wordt dat het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; c. voor zover op andere wijze in de nodige (fiets)parkeer- of stallingruimte wordt voorzien. Met dien verstande dat de omgevingsvergunning alsdan uitsluitend wordt verleend indien de verwachte effecten inzichtelijk zijn gemaakt en is aangetoond op welke wijze de hinder voor de directe omgeving geminimaliseerd wordt. 10.2 Voorwaardelijke verplichting laad- en losruimte Burgemeester en wethouders verlenen slechts een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van bouwwerken en gronden, met inachtneming van het de voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag geldende parkeernormenbeleid, indien : a.
bij de aanvraag aangetoond wordt dat het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij op eigen terrein en/of onmiddellijke omgeving bij de ontwikkeling in voldoende mate in de behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen wordt voorzien en deze in stand gehouden wordt. b. of aangetoond wordt dat het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; c. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en losruimte wordt voorzien. Met dien verstande dat de omgevingsvergunning alsdan uitsluitend wordt verleend indien de verwachte effecten inzichtelijk zijn gemaakt en is aangetoond op welke wijze de hinder voor de directe omgeving geminimaliseerd wordt. 10.3 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken met een parkeerbehoefte dan wel een behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen zonder dat hierin in voldoende mate is voorzien conform artikel 10.1 en artikel 10.2.
bestemmingsplan
23
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
11.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 11.1.2 Vergroten inhoud Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 11.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 11.1.1 met maximaal 10%. 11.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
11.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 11.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 11.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 11.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
24
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Overgangszone Ambacht Behoort bij het besluit van de raad der gemeente Veenendaal d.d. XX XX XXX tot vaststelling van het bestemmingsplan Overgangszone Ambacht Mij bekend, de griffier.
bestemmingsplan
25
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
26
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Bijlagen
bestemmingsplan
27
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten
28
bestemmingsplan
Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten Bron: Handreiking VNG 'Bedrijven en milieuzonering ' - definitief maart 2009 OMSCHRIJVING
151 152 152 152 152 152 152 1531 1531 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1541 1541 1541 1542 1542 1542 1543 1543 1543 1551 1551 1551 1551 1552 1552 1561 1561 1561 1561 1562 1562 1562 1571 1571 1571 1571 1572 1581 1581 1581 1582 1583 1584 1584 1584 1584 1585 1586 1586 1587 1589 1589.1 1589.2 1589.2 1589.2 1589.2 1591 1592 1592 1592 1596 1597 1598 16 16 160 17 17 171 172 172 172 173 174, 175 1751 176, 177 18 18 181 183 19 19 191 192 193 20 20 2010.1 2010.2 2010.2 2010.2 202
108 102 102 102 102 102 102 1031 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 104101 104101 104101 104102 104102 104102 1042 1042 1042 1052 1051 1051 1051 1052 1052 1061 1061 1061 1061 1062 1062 1062 1091 1091 1091 1091 1092 1071 1071 1071 1072 1081 10821 10821 10821 10821 1073 1083 1083 108401 1089 1089 1089 1089 1089 1089 110101 110102 110102 110102 1105 1106 1107 12 12 120 13 13 131 132 132 132 133 139 1393 139, 143 14 14 141 142, 151 15 15 151, 152 151 152 16 16 16101 16102 16102 16102 1621
8 0 2 3 4 5 6 0 1 2 0 1 2 3 4 5 0 1 2 0 1 2 0 1 2 0 3 4 5 1 2 0 1 2 0 1 2 0 3 5 6 0 1 2 0 0 2 4 5 0 2
0 1 2 0 1 2
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - slachterijen en pluimveeslachterijen - bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m² Visverwerkingsbedrijven: - conserveren - roken - verwerken anderszins: p.o.> 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van aardappelproducten - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: - jam - groente algemeen - met koolsoorten - met drogerijen - met uienconservering (zoutinleggerij) Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Margarinefabrieken: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Zuivelprodukten fabrieken: - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j - melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j - overige zuivelprodukten fabrieken Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² - consumptie-ijsfabrieken: p.o.
<= 200 m² Meelfabrieken: - p.c. >= 500 t/u - p.c. < 500 t/u Grutterswarenfabrieken Zetmeelfabrieken: - p.c. < 10 t/u - p.c. >= 10 t/u Veevoerfabrieken: - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water - mengvoeder, p.c. < 100 t/u - mengvoeder, p.c. >= 100 t/u Vervaardiging van voer voor huisdieren Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens - v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken Suikerfabrieken: Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² - Suikerwerkfabrieken met suiker branden - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² Deegwarenfabrieken Koffiebranderijen en theepakkerijen: - theepakkerijen Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden Vervaardiging van overige voedingsmiddelen Bakkerijgrondstoffenfabrieken Soep- en soeparomafabrieken: - zonder poederdrogen - met poederdrogen Bakmeel- en puddingpoederfabrieken Destilleerderijen en likeurstokerijen Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: - p.c. < 5.000 t/j - p.c. >= 5.000 t/j Bierbrouwerijen Mouterijen Mineraalwater- en frisdrankfabrieken
- VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 0 Weven van textiel: 1 - aantal weefgetouwen < 50 2 - aantal weefgetouwen >= 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont - VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederfabrieken Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen 0 Houtconserveringsbedrijven: 1 - met creosootolie 2 - met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken
0 0 0 0 0 0
100 C 100 C 100 C 50 C 50 50
50 R 50 R 50 R 30 10 10
CATEGORIE
GROOTSTE AFSTAND
100 300 100 50 30 50
GEVAAR
0 1 3 4 5 6 7
GELUID
10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101 101 101, 102
STOF
15 151 151 151 151 151 151 151
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-CODE 2008
nummer
SBI-CODE
100 D 300 100 50 50 50
3.2 4.2 3.2 3.1 3.1 3.1
50
0
50
10
50
3.1
200 300 300 100 50
0 0 10 10 10
100 C 50 C 50 C 50 30
30 0 30 30 10
200 300 300 D 100 50
4.1 4.2 4.2 3.2 3.1
300 50
30 10
200 C 50
50 R 50 R
300 50
4.2 3.1
50 50 100 300 300
10 10 10 10 10
100 C 100 C 100 C 200 C 100 C
10 10 10 30 10
100 100 100 300 300
3.2 3.2 3.2 4.2 4.2
200 300
30 50
100 C 300 C Z
30 R 50 R
200 300
4.1 4.2
200 300
10 10
100 C 300 C Z
100 R 200 R
200 300
4.1 4.2
100 200
10 10
200 C 300 C Z
30 R 50 R
200 300
4.1 4.2
50 100 50 50 10
0 0 50 0 0
100 C 300 C Z 300 C 100 C 30
50 50 50 50 0
100 300 300 100 30
3.2 4.2 4.2 3.2 2
200 100 50
100 50 100
300 C Z 200 C 200 C
100 R 50 R 50
300 200 200 D
4.2 4.1 4.1
200 300
50 100
200 C 300 C Z
30 R 50 R
200 300
4.1 4.2
300 200 300 200
100 50 100 100
200 C 200 C 300 C Z 200 C
30 30 50 R 30
300 200 300 200
4.2 4.1 4.2 4.1
30 100 100
10 30 10
30 C 100 C 100 C
10 30 30
30 100 100
2 3.2 3.2
100 300 100 50
30 30 30 30
50 50 50 10
30 30 R 30 R 10
100 300 100 50
3.2 4.2 3.2 3.1
100 200 200 200
10 30 30 50
30 50 50 50
10 10 30 50 R
100 200 200 D 200
3.2 4.1 4.1 4.1
100 300 200 300
10 50 50 30
50 50 50 200 C
10 50 R 30 30
100 300 200 300
3.2 4.2 4.1 4.2
200 300 300 300 10
30 50 30 50 0
200 C 300 C 100 C 100 C 100
30 50 50 30 50
200 300 300 300 100
4.1 4.2 4.2 4.2 3.2
200
30
50 C
30
200
4.1
10
50
100
30
100
3.2
10 10 50 10 100 0
10 30 0 0 30 10
100 300 50 50 200 50
0 50 10 10 10 10
100 300 50 50 200 50
3.2 4.2 3.1 3.1 4.1 3.1
30 50
0 10
50 10
0 10
50 50
3.1 3.1
300 50 50
30 10 10
100 30 50
10 10 10
300 50 D 50
4.2 3.1 3.1
0
50
100
50 R
100
3.2
200 10 100
30 30 30
50 50 100
10 10 10
200 50 100
4.1 3.1 3.2
Z
R R R R
R R R R
Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten Bron: Handreiking VNG 'Bedrijven en milieuzonering ' - definitief maart 2009 OMSCHRIJVING
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
0 0
100 50
3.2 3.1
50 R
200
4.1
30 50 100 30
R R R R
50 200 300 100
3.1 4.1 4.2 3.2
100 C 200 C Z
30 R 30 R
100 200
3.2 4.1
0 0
100 C 100
10 10
100 100
3.2 3.2
100 0 0 0 10
1500 C Z 100 100 200 100
1500 30 50 50 1500
R R R R
1500 100 300 300 D 1500 D
6 3.2 4.2 4.2 6
200
0
200 C
200 R
200 D
4.1
100
30
300 C
300 R
300 D
4.2
300
10
200 C
300 R
300 D
4.2
100 200
0 0
200 C 300 C Z
100 R 200 R
200 300
4.1 4.2
300
0
200 C
100 R
300
4.2
300
30
200 C
300 R
300 D
4.2
200
10
200 C
300 R
300
4.2
50 300 300
10 100 30
50 200 C 50 C
50 R 100 R 50 R
50 300 300
3.1 4.2 4.2
100 50 50 200 300
10 10 10 30 30
100 100 50 100 C 300 C
50 50 50 200 200
100 100 50 200 D 300
3.2 3.2 3.1 4.1 4.2
300
50
300 C
100 R
300
4.2
50 200 100
10 50 10
30 100 50
30 50 R 50 R
50 200 100 D
3.1 4.1 3.2
200 300 50
50 50 30
100 100 50
100 R 200 R 30
200 300 50
4.1 4.2 3.1
30 30 300 10
30 100 100 30
100 300 C Z 100 50
30 50 R 30 10
100 300 300 50
3.2 4.2 4.2 3.1
30 30 50
50 200 200
100 200 200
30 30 100 R
100 200 200
3.2 4.1 4.1
30
200
200
30 R
200
4.1
30
200
200
30 R
200
4.1
10 10
100 100
200 300
30 30
200 300
4.1 4.2
10 30 50
50 200 50
100 300 100
30 30 30
100 300 100
3.2 4.2 3.2
10 30
50 200
100 300
Z
10 10
100 300
3.2 4.2
10 30
50 200
100 300
Z
50 R 200 R
100 300
3.2 4.2
10 10 10 10
30 30 100 30
100 50 300 50
0 0 10 10
100 D 50 300 50 D
3.2 3.1 4.2 3.1
300
100
100
30
300
4.2
100 200 50 100 200
200 100 50 50 100
300 C Z 100 C 100 200 300 Z
30 50 50 30 50
300 200 100 D 200 300
4.2 4.1 3.2 4.1 4.2
GELUID
0 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout 1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 - VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN Vervaardiging van pulp 0 Papier- en kartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u 2 - p.c. 3 - 15 t/u 3 - p.c. >= 15 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken 0 Golfkartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u 2 - p.c. >= 3 t/u - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) - AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN Aardolieraffinaderijen A Smeeroliën- en vettenfabrieken B Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie C Aardolieproduktenfabrieken n.e.g. Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven - VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 0 Vervaardiging van industriële gassen: Kleur- en verfstoffenfabrieken 0 Anorg. chemische grondstoffenfabrieken: 1 - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" A0 Organ. chemische grondstoffenfabrieken: A1 - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" B0 Methanolfabrieken: B1 - p.c. < 100.000 t/j B2 - p.c. >= 100.000 t/j 0 Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.): 1 - p.c. < 50.000 t/j 0 Landbouwchemicaliënfabrieken: Verf, lak en vernisfabrieken 0 Farmaceutische grondstoffenfabrieken: 1 - p.c.
< 1.000 t/j 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 1 - formulering en afvullen geneesmiddelen Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken Parfumerie- en cosmeticafabrieken 0 Lijm- en plakmiddelenfabrieken: 1 - zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken A Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken B Overige chemische produktenfabrieken n.e.g. Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken - VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF Rubberbandenfabrieken 0 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 1 - vloeropp. < 100 m2 2 - vloeropp. >= 100 m2 Rubber-artikelenfabrieken 0 Kunststofverwerkende bedrijven: 1 - zonder fenolharsen 2 - met fenolharsen 3 - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen - VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Glasfabrieken: 1 - glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j 2 - glas en glasprodukten, p.c. >= 5.000 t/j 3 - glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 t/j Glasbewerkingsbedrijven 0 Aardewerkfabrieken: 2 - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW A Baksteen en baksteenelementenfabrieken B Dakpannenfabrieken 0 Cementfabrieken: 0 Kalkfabrieken: 1 - p.c. < 100.000 t/j 0 Gipsfabrieken: 1 - p.c. < 100.000 t/j 0 Betonwarenfabrieken: 1 - zonder persen, triltafels en bekistingtrille 2 - met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 100 t/d 0 Kalkzandsteenfabrieken: 1 - p.c.
< 100.000 t/j 2 - p.c. >= 100.000 t/j Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken 0 Betonmortelcentrales: 1 - p.c. < 100 t/u 2 - p.c. >= 100 t/u 0 Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: 1 - p.c. < 100 t/d 2 - p.c. >= 100 t/d 0 Natuursteenbewerkingsbedrijven: 1 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² 2 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² 3 - met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j Slijp- en polijstmiddelen fabrieken A0 Bitumineuze materialenfabrieken: A1 - p.c. < 100 t/u B0 Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol): B1 - steenwol, p.c. >= 5.000 t/j B2 - overige isolatiematerialen C Minerale produktenfabrieken n.e.g. D0 Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur D1 - asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur - VERVAARDIGING VAN METALEN 0 Ruwijzer- en staalfabrieken:
STOF
203, 204, 205 162 203, 204, 205 162 21 17 21 17 2111 1711 2112 1712 2112 1712 2112 1712 2112 1712 212 172 2121.2 17212 2121.2 17212 2121.2 17212 22 58 22 58 2221 1811 2222 1812 23 19 23 19 2320.1 19201 2320.2 19202 2320.2 19202 2320.2 19202 233 201, 212, 244 24 20 24 20 2411 2011 2412 2012 2413 2012 2413 2012 2414.1 20141 2414.1 20141 2414.1 20141 2414.1 20141 2414.1 20141 2414.2 20149 2414.2 20149 242 202 243 203 2441 2120 2441 2110 2442 2120 2442 2120 2451 2041 2452 2042 2462 2052 2462 2052 2464 205902 2466 205903 2466 205903 247 2060 25 22 25 22 2511 221101 2512 221102 2512 221102 2512 221102 2513 2219 252 222 252 222 252 222 252 222 26 23 26 23 261 231 261 231 261 231 261 231 2615 231 262, 263 232, 234 262, 263 232, 234 264 233 264 233 2651 2351 2652 235201 2652 235201 2653 235202 2653 235202 2661.1 23611 2661.1 23611 2661.1 23611 2661.2 23612 2661.2 23612 2661.2 23612 2662 2362 2663, 2664 2363, 2364 2663, 2664 2363, 2364 2663, 2664 2363, 2364 2665, 2666 2365, 2369 2665, 2666 2365, 2369 2665, 2666 2365, 2369 267 237 267 237 267 237 267 237 2681 2391 2682 2399 2682 2399 2682 2399 2682 2399 2682 2399 2682 2399 2682 2399 2682 2399 27 24 27 24 271 241
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-CODE 2008
nummer
SBI-CODE
0 0
30 30
100 50
200
100
200 C
50 100 200 30
30 50 100 30
50 C 200 C Z 300 C Z 100 C
30 50
30 30
30 30 1500 50 300 300 10
Z
R R R R
Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten Bron: Handreiking VNG 'Bedrijven en milieuzonering ' - definitief maart 2009 OMSCHRIJVING
0 1 2 3 A -
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: - p.o. < 2.000 m2 - p.o. >= 2.000 m2 - met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektromotoren- en generatorenfabrieken incl. reparatie Schakel- en installatiemateriaalfabrieken Elektrische draad- en kabelfabrieken Accumulatoren- en batterijenfabrieken Lampenfabrieken Koolelektrodenfabrieken