CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.b Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving - beleidsplan 2021-2025 - bijlagenbundel

Gemeenteraad 16 september 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: VTH-beleidsplan32.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Verscherpt toezicht Verscherpt toezicht als interventie betreft het naar aanleiding van een inspectie meer of intensiever toezicht houden op de normadressaat. Een bestuurlijk gesprek zal hier vaak aan vooraf gaan. Verscherpt toezicht moet worden aangekondigd, als ook onder welke voorwaarden het verscherpt toezicht weer zal worden opgeheven. Last onder dwangsom – LOD Een last onder dwangsom is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van overtredingen en/of het voorkomen van verdere/herhaalde overtreding. De normadressaat krijgt een verplichting (een last) opgelegd om binnen een gegeven termijn de overtreding te beëindigen door iets te doen of na te laten op straffe van het verbeuren van een dwangsom wanneer de last niet tijdig wordt uitgevoerd. De op te leggen dwangsom moet voldoende hoog zijn om de overtreding te beëindigen. Een last onder dwangsom kan alleen worden opgelegd als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat. Het opleggen van een last onder dwangsom (LOD) gebeurt volgens zorgvuldig te volgen stappen. Binnen het werkgebied van de gemeente gelden bij de interventie LOD en LOB de volgende stappen: 1. Bestuurlijke waarschuwing; dit is een voornemen om een last onder dwangsom op te leggen. In het voornemen wordt geen hersteltermijn opgenomen maar enkel een termijn genoemd om zienswijzen bekend te maken. 2.

Sanctiebeschikking, dat wil zeggen het opleggen van een last onder dwangsom. 3. Verbeuren dwangsom. Last onder bestuursdwang – LOB Een last onder bestuursdwang is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van een overtreding waarbij de handhavingsinstantie, wanneer de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, op kosten van de overtreder, een overtreding beëindigt door zelf daadwerkelijk in te (laten) grijpen. Een last onder bestuursdwang kan alleen worden toegepast als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat. Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde zorgvuldig te doorlopen stappen als voor de last onder dwangsom. Ook hier kan, bijvoorbeeld in spoedeisende situaties, van deze stappen worden afgeweken: 1. Bestuurlijke waarschuwing; dit is een voornemen om een last onder bestuursdwang op te leggen. In het voornemen wordt geen hersteltermijn opgenomen maar enkel een termijn genoemd om zienswijzen bekend te maken. 2. Sanctiebeschikking, dat wil zeggen het opleggen van een last onder bestuursdwang. 3. Uitvoeren bestuursdwang en verhalen kosten uitvoering. In spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen is de last onder bestuursdwang de meest geschikte bestuursrechtelijke interventie. De handhavingsinstantie kan verzoeken om onmiddellijke

67

beëindiging van de overtreding. Als blijkt dat de normadressaat niet bereid is aan dit verzoek te voldoen, kan de handhavingsinstantie zelf en in spoedeisende gevallen zonder voorafgaande last feitelijk optreden. Wel moet de handhavingsinstantie zo spoedig mogelijk nadien alsnog een formele sanctiebeschikking uitvaardigen. Tijdelijk stilleggen Tijdelijk stilleggen betekent dat activiteiten of voertuigen als gevolg van de overtreding tijdelijk worden stilgelegd, tot de overtreding is hersteld en van naleving sprake is. Er kan aanleiding zijn om bij tijdelijk stilleggen beleid en/of politiek te informeren. Tijdelijk stilleggen kan onder de LOB vallen. Voortdurende overtredingen Wanneer sprake is van (een) voortdurende overtreding(en) bestaat de mogelijkheid om opnieuw een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang op te leggen.

2. Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling van een geldsom en kan naast een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van het boeterapport gebeurt door de toezichthouder/handhaver, maar de kennisgeving, beschikking en inning gebeuren door het boetebureau (o.a. CJIB). De maxima en bandbreedtes van boetebedragen zijn veelal vastgelegd in de wetgeving. Een belangrijk verschil met de BSBm is dat bezwaar en beroep bij het bestuursorgaan dienen te worden aangetekend, terwijl de normadressaat tegen de BSBm in verzet kan komen bij het OM. Schorsen of intrekken vergunning, certificaat of erkenning Als de normadressaat houder is van een begunstigend besluit (vergunning of ontheffing), dan kan het geheel of gedeeltelijk intrekken van dat besluit een passende interventie zijn.

Deze interventie is met name passend als de normadressaat niet in actie komt naar aanleiding van eerdere correctieve interventies, zoals een last onder dwangsom. Het geheel of gedeeltelijk intrekken van een begunstigend besluit is een vergaande interventie die zorgvuldig moet worden voorbereid. Exploitatieverbod, sluiting Voor niet vergunningplichtige normadressaten bestaat de mogelijkheid op basis van de Fraudewet om het bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden. Ook dit zijn vergaande interventies die zorgvuldig moeten worden voorbereid en waarbij het informeren van beleid en politiek noodzakelijk is.

3. Strafrecht Bestuurlijke strafbeschikking milieu – BSBm De bestuurlijke strafbeschikking milieu is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die daartoe bevoegde handhavingsinstanties zonder tussenkomst van het OM kunnen opleggen. Voor feiten uit het zogenoemde ‘Feitenboekje Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu- en Keurfeiten’ wordt een combibon uitgeschreven (geldboete) die ter afdoening wordt gezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De BSBm kan los van (óf óf), parallel met (én én) of volgtijdelijk aan (eerst…dan…) op herstel gerichte interventies worden ingezet. De BSBm is bedoeld voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij er over de schuldvraag geen twijfel bestaat. De ‘Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingbevoegdheid milieu- en keurfeiten’ geeft in paragraaf 2.7 de beleidsvrijheid binnen gestelde grenzen aan en in paragraaf 2.8 de contra-indicaties voor het uitvaardigen van een BSBm. Als geen BSBm kan worden uitgevaardigd is in veel gevallen overleg met het OM noodzakelijk. Proces-verbaal (PV) BOA’s die een strafbaar feit vermoeden of constateren, kunnen een PV opmaken. Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden dat in deze landelijke handhavingsstrategie is geregeld.

Een PV is de basis voor het verdere optreden van het OM dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie van het vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring.

68

Bijlage 19: Richtlijnen dwangsombedragen en termijnen

Richtlijnen dwangsombedragen en termijnen

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

2

2.

Dwangsom en modaliteit

2

3.

Hoogte van dwangsom

2

4.

Begunstigingstermijn

2

5.

Richtlijnen voor het verlengen van de begunstigingstermijn

2

6.

Vaststelling hoogte dwangsom volgens de interventiematrix LHS

3

7.

Recidive

3

8.

Uitwerking Richtlijnen dwangsommen en termijnen

4 4 4 6 7 7 8

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6

9.

Overtredingen algemeen Overtredingen milieu Overtredingen aanleggen, bouwen en slopen Overtredingen planologisch gebruik Overtredingen brandveiligheid Overtredingen Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

Invordering dwangsom

8

10. Matigen dwangsom

9

11. Betalingsregeling

9

69

Richtlijn dwangsombedragen en termijnen 1. Inleiding In de onderstaande tabel zijn voor de meest voorkomende overtredingen de maximale dwangsombedragen en de maximale lengte van de (begunstigings)termijnen opgenomen. De tabel geeft een richtlijn aan en biedt enig houvast bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn. De tabel is niet uitputtend bedoeld. Voor overtredingen die niet in deze tabel zijn opgenomen wordt de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn per specifieke situatie nader bepaald. Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval kan gemotiveerd worden afgeweken van de in de tabel genoemde waarden.

2. Dwangsom en modaliteit De dwangsom dient voldoende prikkelend te werken om de overtreding te (laten) beëindigen. De dwangsombedragen dienen in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. Het opleggen van een last onder dwangsom geschiedt in verschillende wettelijk voorgeschreven vormen (modaliteiten). Deze modaliteiten zijn vastgelegd in artikel 5:32b, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht: een bedrag ineens; een bedrag per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd dan wel per overtreding van de last. Het bestuursorgaan komt beleidsvrijheid toe bij de keuze voor een van deze modaliteiten. In beginsel worden in de gemeente Veenendaal de dwangsommen ineens of in twee keer verbeurd.

3. Hoogte van de dwangsom Hoe de hoogte van een dwangsom zich precies laat berekenen, kan niet voor iedere situatie concreet worden vastgelegd. Duidelijk is dat de hoogte van een dwangsom afhankelijk is van: 1. de (geschatte) kosten die de overtreder moet maken om de overtreding op te heffen of met andere woorden, de dwangsom moet hoger zijn dan het (geschatte) financiële voordeel; het wegnemen van ongerechtvaardigd voordeel dat de overtreder heeft genoten; 2. de dwangsom moet voldoende dwang tot gevolg hebben om de overtreding op te heffen c.q. te beëindigen; 3. voorkoming van herhaling, beperking van schade en herstel in de oorspronkelijke toestand; 4. de bevestiging van normen gesteld in het bestuurlijk belang. De onderstaande bedragen en termijnen betreffen veel voorkomende overtredingen en zijn indicatief. Dat betekent de termijnen en bedragen richtlijnen zijn waarvan in specifieke gevallen kan worden afgeweken. In spoedeisende situaties zal gekozen kunnen worden tussen het opleggen van een last onder bestuursdwang of wordt een korte(re) begunstigingstermijn gehanteerd.

4. Begunstigingstermijn Een last onder dwangsom omvat naast de te nemen herstelmaatregelen ook een termijn, waarbinnen de overtreder de door het bestuursorgaan opgelegde lastgeving kan uitvoeren zonder dat deze het dwangsombedrag verbeurt. Deze begunstigingstermijn mag niet wezenlijk langer worden gesteld dan noodzakelijk om de overtreding te kunnen opheffen. In beginsel worden in de gemeente Veenendaal de dwangsommen ineens of in twee keer verbeurd.

5. Richtlijnen voor het verlengen van de begunstigingstermijn In een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom wordt een termijn gesteld waarbinnen de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat de dwangsom verbeurt. De begunstigingstermijn is op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Dit houdt in dat de termijn voldoende lang is om de opgelegde last te kunnen uitvoeren en in de omstandigheden van het geval redelijk is. Uitgangspunt is dan ook dat de begunstigingstermijn niet verlengd zal worden. In enkele gevallen kan overgaan worden tot verlenging: 1. Indien de overtreder om een verlenging van de begunstigingstermijn verzoekt en aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk kan maken dat hij de opgelegde last niet binnen de daartoe gestelde termijn kan uitvoeren. Hierbij moet de overtreder tevens een concrete termijn geven waarbinnen hij de opgelegde last wel kan uitvoeren. Indien een overtreder zelf te laat is begonnen met het aanvragen van offertes of het geven van een opdracht, wordt de begunstigingstermijn niet verlengd.

70

2. Indien de overtreder aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk maakt dat opheffing van de illegale situatie – bijvoorbeeld door bedrijfsverplaatsing/ omzetting van de bedrijfsvorm/pensionering – in het vooruitzicht ligt. Ook hierbij geldt dat de overtreder een concrete termijn voor het opheffen van de illegale situatie moet geven. Het voorgaande houdt in dat een begunstigingstermijn niet automatisch wordt verlengd als de overtreder een bezwaarschrift (eventueel met verzoek om een voorlopige voorziening) indient. Een dergelijke automatische verlenging verhoudt zich namelijk niet met het uitgangspunt dat de oorspronkelijke begunstigingstermijn zorgvuldig tot stand is gekomen en in principe niet wordt verlengd. Bovendien schept een dergelijk automatisme een ongelijke situatie ten opzichte van overtreders die in bezwaar niet om verlenging van de begunstigingstermijn verzoeken.

6. Vaststelling hoogte dwangsom volgens de interventiematrix LHS De vaststelling van de hoogte van de dwangsom wordt afhankelijk gesteld van de gepositioneerde bevinding in de interventiematrix volgens de Landelijke Handhavingsstrategie. Er zijn drie bevindingen te onderscheiden: - De bevinding is gepositioneerd in de lichte segmenten van de interventiematrix (A1, A2, A3, B1, B2 en C1). In die situatie wordt de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding vastgesteld op (plusminus) één derde van het maximumbedrag; het te stellen maximum is het in de tabel opgenomen maximumbedrag. Als de modaliteit ‘ineens’ is omschreven blijft het dwangsombedrag ‘ineens’ gelijk aan het maximumbedrag. Een voorbeeld ter illustratie: in de tabel is een maximumbedrag van € 5.000 opgenomen voor een overtreding die binnen de lichte segmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per week’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 5.000 / 3 = ± € 1.667 per week met een maximum van € 5.000. -

De bevinding is gepositioneerd in de middensegmenten van de interventiematrix (A4, B3, B4, C2, D1 en D2). In die situatie wordt de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding vastgesteld op de helft van het maximumbedrag; het te stellen maximum is het in de tabel opgenomen maximumbedrag. Als de modaliteit ‘ineens’ is omschreven blijft het dwangsombedrag ‘ineens’ gelijk aan het maximumbedrag. Een voorbeeld ter illustratie: in de tabel is een maximumbedrag van € 4.000 opgenomen voor een overtreding die binnen de middensegmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per overtreding’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 4.000 / 2 = € 2.000 per overtreding met een maximum van € 4.000.

-

De bevinding is gepositioneerd in de zware segmenten van de interventiematrix (C3, C4, D3 en D4). In die situatie wordt de dwangsom (per tijdseenheid, per overtreding of ineens) vastgesteld op het maximumbedrag. Een voorbeeld ter illustratie: in de tabel is een maximumbedrag van € 3.000 opgenomen voor een overtreding die binnen de zware segmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per week’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 3.000 per week waarbij een maximum geldt van € 3.000.

7. Recidive Na het bereiken van het maximale bedrag kan besloten worden om een nieuwe last onder dwangsom, dan wel een last onder bestuursdwang op te leggen. Indien sprake is van herhaling van een overtreding – door dezelfde overtreder op een bepaald perceel – waarvoor in het verleden (binnen de afgelopen twee jaren) reeds een dwangsombeschikking is afgegeven, wordt de te stellen dwangsom verhoogd met 100%.

71

8. Uitwerking Richtlijnen dwangsommen en termijnen 8.1 Overtredingen algemeen Taakveld Algemeen

Overtreding Modaliteit Geen medewerking verlenen aan per overtreding toezichthouder Ontbrekende onderzoek zoals ineens preventieonderzoek, bodemonderzoek, energiebesparingsonderzoek, akoestisch onderzoek etc. Overleggen ontbrekende ineens gegevens, zoals logboek, administratie, energienota, lekdichtheid, registratie, rapportage etc.

Maximum € 10.000

Termijn direct

5.000

8 weken

1.000

4 weken

Maximum € 5.000 5.000 5.000

Termijn 4 weken 4 weken 4 weken

5.000

4 weken

4.000

8 weken

2.000

4 weken

400/m2 2.000/bak 2.000 4.000

8 weken 4 weken 4 weken 4 weken

3.000

4 weken

3.000 3.000

4 weken 4 weken

Maximum € 20.000

Termijn 1 week

10.000

4 weken

12.000

4 weken

4.000

1 week

5.000

4 weken

8.2 Overtredingen milieu Taakveld Afval

Bodem

Taakveld Bodem (vervolg)

Overtreding Modaliteit Opslag niet conform voorschriften per week Afval niet correct afvoeren per overtreding Scheiding afval niet conform per overtreding voorschriften Afvalstoffen op/in de bodem per overtreding brengen Keuring onder- of bovengrondse per week tank niet uitgevoerd Kathodische bescherming of per week peilbuis niet gecontroleerd Vloer niet vloeistofdicht per week Vloeistofdichte (lek)bak ontbreekt per week/bak Geen financiële zekerheid per week Opslag vaste mest zonder per overtreding voorzieningen Ontbreken (KIWA-)certificaat per week mestopslag Foliebassin niet gekeurd per week Mestbassin niet conform de per week bouwtechnische richtlijnen Overtreding Modaliteit Geen melding Besluit mobiel ineens breken bouw- en sloopafval Afgifte van grond/bouwstoffen per overtreding aan een onbevoegde be-/ verwerker Toepassen van per overtreding grond/bouwstoffen op locatie zonder juiste keuringen en kwaliteitsverklaringen Geen melding Besluit ineens bodemkwaliteit Toepassing niet conform de per week voorschriften en/of voorgeschreven voorzieningen niet aangebracht.

72

Taakveld (Externe) veiligheid

Geluid

Lucht

Vuurwerk

Water

Overig (milieu)

Overtreding Brandscheiding niet op orde

Modaliteit per week

Opslag gevaarlijke stoffen niet per overtreding volgens voorschriften Opslag kluis/ kast ontbreekt per overtreding Gasflessen niet tegen omvallen per overtreding beschermd Keuring gastank verlopen per week Keuring gasfles verlopen per week Hekwerk bij gastank per overtreding ontbreekt/niet tegen aanrijden beschermd Geluidnorm overschreden per overtreding Geluidbegrenzer niet conform per overtreding verzegeling Gedragsvoorschiften niet naleven per overtreding In werking buiten vergunde uren per overtreding Overschrijding emissie-eisen per overtreding Metingen niet (juist) uitgevoerd per overtreding Afvoerpijp niet op hoogte per week Niet juist gebruiken of ontbreken per overtreding emissiebeperkende apparatuur (zoals (stof)filters, ontgeuringsinstallatie) Geen keuring of onderhoud per week stook- of koelinstallatie Niet naleven voorschriften stook- per week of koelinstallatie Niet afgedekte mestsilo per overtreding Emissiearm stalsysteem niet per week geplaatst, en/of niet onderhouden en/of werking niet correct Opslag van vuurwerk niet conform per overtreding de voorschriften en er kan direct aan de voorschriften worden voldaan Illegale lozing ineens Afscheider, controleput of per week zuiveringstechnische voorziening ontbreekt of niet conform voorschriften In werking zonder vergunning ineens (milieu) Geen melding (milieu) ineens Ongewoon voorval niet gemeld ineens (milieu)

73

Maximum € 1.000

Termijn 8 weken

10.000

1 week

4.000 1.000/fles

6 weken 1 week

2.000/tank 1.000/fles 2.000

8 weken 4 weken 4 weken

10.000 5.000

direct direct

2.000 10.000

direct direct

10.000 1.000 5.000 5.000

4 weken 4 weken 8 weken 8 weken

2.500

8 weken

2.000/ installatie 2.000 5.000

4 weken 2 weken 4 weken

10.000

direct

5.000 3.000

1 week 6 weken

10.000

6 weken

3.000 5.000

4 weken 1 week

8.3 Overtredingen aanleggen, bouwen en slopen Taakveld Algemeen

Aanleggen

Bouwen

Bouwen (vervolg)

Overtreding Modaliteit In strijd met stillegging bouw of per overtreding sloop bouwwerk Aanleggen, bouwen of slopen in per week strijd met (planregels) bestemmingsplan Aanleggen zonder of in afwijking per week van een omgevingsvergunning kwalificatie licht: zoals kabels en leidingen, ophogen etc. Aanleggen zonder of in afwijking per week van een omgevingsvergunning kwalificatie middel: zoals heiwerkzaamheden, bodem verlagen, gronden afgraven etc. Aanleggen zonder of in afwijking per week van een omgevingsvergunning kwalificatie zwaar: zoals watergangen, oppervlakteverhardingen van wegen, regels t.a.v. archeologie etc. Bouwen zonder of in afwijking van per week omgevingsvergunning, kwalificatie licht: zoals erfafscheiding, tuinmeubilair, vlaggenmasten, schotelantennes, zonweringen etc. Bouwen zonder of in afwijking van per week omgevingsvergunning kwalificatie middel: zoals aanbouw aan bestaand hoofdgebouw, bijgebouw, overkapping, paardenbak, regels t.a.v. archeologie, afwijking van vergunning t.a.v. woning of bedrijfsgebouw, etc. Bouwen zonder ineens omgevingsvergunning kwalificatie zwaar: zoals een woning, bedrijfsgebouw etc. Bouwen in strijd met het per week Bouwbesluit, kwalificatie licht: zoals technische voorschriften bruikbaarheid etc. Bouwen in strijd met het per week Bouwbesluit, kwalificatie middel: zoals technische voorschriften energiezuinigheid etc.

Bouwen in strijd met het per week Bouwbesluit, kwalificatie zwaar: zoals technische voorschriften veiligheid, gezondheid etc. Bouwen in strijd met het per week Bouwbesluit, kwalificatie middel: zoals technische voorschriften energiezuinigheid etc.

74

Maximum € 50.000

Termijn direct

20.000

8 weken

10.000

6 weken

15.000

6 weken

20.000

6 weken

10.000

8 weken

20.000

8 weken

100.000

8 weken

10.000

8 weken

15.000

8 weken

20.000

8 weken

15.000

8 weken

Taakveld Slopen

Monumenten

Overtreding Modaliteit Slopen zonder of in afwijking van per week omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie licht: zoals het slopen van een bijgebouw zonder asbest etc. Slopen zonder of in afwijking van per week omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie middel: zoals slopen zonder asbest (overig) Slopen zonder of in afwijking van per week omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie zwaar: zoals slopen met (waarschijnlijk) asbest Verandering aan, op, in of bij een per week monument zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Verandering in beschermd stad- per week en dorpsgezichten zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.

Maximum € 5.000

Termijn 6 weken

10.000

6 weken

30.000

6 weken

25.000

4 weken

20.000

4 weken

Maximum € 10.000

Termijn 8 week

20.000

10 weken

Overtreding Modaliteit Geen omgevingsvergunning voor ineens brandveilig gebruik Geen melding voor brandveilig ineens gebruik Niet naleven voorschrift per week omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik Ontbreken document over ineens adequate toepassing constructieonderdeel Overschrijden totaal onechte per overtreding en/of ongewenste meldingen brandmeldinstallaties Ontbreken voorzieningen of niet per week volgens eisen, kwalificatie licht: zoals rookmelder, blustoestel, vluchtrouteaanduiding, zelfsluitende deur, etc.

Maximum € 15.000

Termijn 8 weken

5.000

8 weken

3.000

8 weken

3.000

1 week

5.000

direct

3.000

2 weken

Ontbreken voorzieningen of niet per week volgens eisen, kwalificatie middel:

6.000

4 weken

8.4 Overtredingen planologisch gebruik Taakveld Overtreding Modaliteit Strijdig gebruik Gebruik in strijd met per week bestemmingsplan zoals verkeerd gebruik grond/erf, illegale handelingen buitengebied etc. Strijdig gebruik bestemming: per week wonen of bedrijfsmatige activiteiten waar niet toegestaan, etc.

8.5 Overtredingen brandveiligheid Taakveld Brandveilig gebruik

Voorschriften Bouwbesluit

75

Taakveld

Overtreding Modaliteit zoals brandweeringang, brandmeldinstallatie, aankleding ruimten, verbindingsweg, etc. Ontbreken voorzieningen of niet per week volgens eisen, kwalificatie zwaar: zoals ontruimingsinstallatie, bluswatervoorziening etc.

Maximum €

Termijn

10.000

8 weken

Maximum € 2.500

Termijn 1 week

3.000

1 dag

3.000

6 weken

2.500

1 week

5.000 5.000

direct 1 dag

5.000

1 week

5.000

direct

10.000

direct

20.000

direct

5.000

4 weken

10.000

direct

3.000

direct

8.6 Overtredingen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Taakveld Algemeen

Evenementen

Kappen

Kansspelen

Sluitingstijden

Overtreding Modaliteit Voorwerpen op of aan de weg in per overtreding strijd met de publieke functie (zoals bloembakken, borden, containers) Reclame(bord) zonder ineens vergunning Maken of veranderen van uitweg ineens zonder vergunning Langdurig parkeren van per overtreding voortuigen zoals caravans, aanhangwagens, vrachtwagens Verbranden van afval per overtreding Standplaats innemen zonder per overtreding vergunning Geluidsapparatuur/ toestel in per week werking zonder of in afwijking ontheffing Evenement zonder of in afwijking per overtreding van vergunning; klein evenement (tot 50 personen) Evenement zonder of in afwijking per overtreding van; middelgroot evenement (50100 personen) Evenement zonder of in afwijking per overtreding van; groot evenement (100 of meer personen) Zonder of in afwijking per week omgevingsvergunning kappen dan wel het niet naleven herplantplicht Kansspelautomten en/of per overtreding speelgelegenheid aanwezig zonder vergunning Niet houden aan regels of per overtreding ontheffing t.a.v. sluitingstijden

9. Invordering dwangsom Indien de verbeurde dwangsommen niet vrijwillig worden betaald door de overtreder, kunnen deze via een dwangbevel worden ingevorderd. Artikel 5:35 Awb bepaalt dat de bevoegdheid tot invordering van verbeurde bedragen verjaart door verloop van 12 maanden na de dag waarop zij zijn verbeurd. Indien de dwangsombeschikking een jaar lang van kracht is zonder het verbeuren van een dwangsom, kan deze op verzoek van de overtreder worden ingetrokken (5:34 Awb). Wordt een zodanig verzoek niet gedaan, dan verdient het uit een oogpunt van zorgvuldigheid en rechtszekerheid aanbeveling de dwangsom ambtshalve in te trekken. Een brief waarin het bevoegd gezag bericht dat niet tot invordering van een verbeurde dwangsom wordt overgegaan is geen besluit, maar een mededeling van feitelijke

76

aard14. De invordering van kosten gemaakt voor bestuursdwang en verbeurde dwangsommen wordt verzorgd door de team Financiën van de gemeente Veenendaal.

10. Matigen van een dwangsom Indien een overtreder na het verstrijken van de begunstigingstermijn aan de opgelegde last geen gehoor heeft gegeven, verbeurt de dwangsom van rechtswege. Het dwangsombedrag is altijd op een zorgvuldige wijze vastgesteld, volgens de hiervoor genoemde richtlijnen. Een verbeurde dwangsom kan in uitzonderlijke gevallen op verzoek van de overtreder gematigd worden. Hieronder staan situaties waarin de dwangsom gematigd kan worden: 1. Tijdens de looptijd van de begunstigingstermijn heeft de overtreder een begin gemaakt met het voldoen aan de last. Door bijzondere omstandigheden, die de overtreder concreet moet aantonen, is het niet gelukt binnen de termijn geheel aan de opgelegde last te voldoen. Korte tijd na het verstrijken van de begunstigingstermijn –binnen de helft (50%) van de oorspronkelijke begunstigingstermijn– is alsnog volledig aan de last gehoor gegeven; 2. De overtreding is na het verbeuren van de dwangsom gedeeltelijk gelegaliseerd, waardoor de verhouding tussen de hoogte van de dwangsom en (het niet legaliseerbare deel van) de overtreding in een nieuw licht komt te staan; 3.

Na het verbeuren van de dwangsom blijkt uit –door de overtreder aan te dragen– nieuwe, objectieve gegevens dat inning van het gehele verbeurde bedrag bijzonder ingrijpende gevolgen heeft voor de persoonlijke en/of bedrijfsmatige omstandigheden van de aangeschrevene (bijvoorbeeld: faillissement). Voorwaarde hierbij is dat de opgelegde last korte tijd na het verstrijken van de begunstigingstermijn alsnog is uitgevoerd. Matiging kan tot maximaal 90% van het totaal verbeurde bedrag, met een minimum van € 100,=, om het effect van de opgelegde dwangsommen niet volledig ongedaan te maken. Uitzondering is de matiging van dwangsommen die zijn opgelegd aan overtreders aan wie een tweede last onder dwangsom en/of last onder bestuursdwang bekend is gemaakt. De matiging bedraagt in dat geval maximaal 50% van het totaal verbeurde bedrag. Er zal dus niet overgegaan worden tot het kwijtschelden van de verbeurde dwangsom. Voor het definitief maken van de matiging geldt de voorwaarde dat de overtreding ongedaan is gemaakt. We gaan bovendien slechts over tot matiging indien de overtreder: ● afziet van bezwaar en beroep en eventuele lopende bezwaar- en beroepschriften dan wel verzoeken om een voorlopige voorziening intrekt, en; ● bereid is de dwangsom binnen een maand te betalen.

11. Betalingsregeling De hoofdregel is dat een overtreder binnen de daarvoor gestelde termijn de kosten van toepassing van bestuursdwang of de verbeurde dwangsom worden betaald. Indien een overtreder (natuurlijk persoon of rechtspersoon) concreet aantoont dat hij de verbeurde dwangsom niet in zijn geheel of ineens kan betalen, kan een betalingsregeling getroffen worden. Hiervoor gelden dezelfde criteria als voor het matigen van een dwangsom. Om in aanmerking te komen voor een betalingsregeling moet de overtreder een schriftelijk verzoek indienen bij de gemeente. Na overleg tussen het team Toezicht en Handhavingd en het team Financiën kan een volgende betalingsregeling worden opgesteld: 1. voor bedrijven: voor maximaal 4 maanden; 2. voor particulieren: voor maximaal 12 maanden. Indien bedrijven of particulieren de betalingsregeling niet naleven wordt de invorderingsprocedure voortgezet en uit handen gegeven.

14

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State, 10 januari 1995 (AB 1995 nr. 516)

77

Bijlage 20: Gedoogstrategie 1. Inleiding Gedogen is het bewust afzien van sancties in geval van overtredingen. Het is alleen toegestaan als het actief gebeurt en er moet een gedoogbeslissing van het bestuursorgaan aan ten grondslag liggen. Volgens de lijn in de rechtspraak is een gedoogbeslissing geen appellabel besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Ook tegen de weigering om te gedogen en tegen de intrekking van een gedoogbeslissing kunnen geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen worden aangewend. Een derde kan bij het bestuursorgaan evenwel in degelijke situaties een verzoek om handhaving indienen en tegen het besluit op dat verzoek kan wel bezwaar of beroep worden ingesteld. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen moet worden afgeweken van de benadering, inhoudende dat beslissingen omtrent gedogen geen besluiten zijn en ook niet kunnen worden gelijkgesteld met een besluit. Voor het maken van een uitzondering is en blijft in elk geval ruimte in de situatie beschreven in de uitspraak van 9 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP7160. Die uitspraak betrof een coffeeshophouder. Vanwege de grotere kans op ontneming van zijn vrijheid wordt de intrekking van de gedoogbeslissing voor de coffeeshophouder, in de situatie zoals beschreven in die uitspraak van 9 maart 2011, om redenen van rechtsbescherming met een besluit gelijkgesteld.

Slechts in uitzonderingsgevallen en onder zorgvuldige belangenafweging kan besloten worden een situatie te gedogen. Het gedogen moet ook in omvang en tijd beperkt zijn. Het college acht gedogen – met in achtneming van de volgende uitgangspunten– aanvaardbaar: 1. als handhaving apert onredelijk is; 2. als de te handhaven regel niet in verhouding staat tot de gevolgen van handhavend optreden (disproportioneel); 3. als er expliciet wordt gedoogd, moet de gedoogbeschikking duidelijke en concrete voorschriften bevatten en voldoen aan de vereisten (voor het nemen) van een besluit (Algemene wet bestuursrecht en het zorgvuldigheidsbeginsel). 2. Situaties die mogelijk voor gedogen in aanmerking komen Op basis van de jurisprudentie kunnen de volgende inhoudelijke en procedurele voorwaarden worden onderscheiden om te gedogen: ● de te gedogen activiteit is verantwoord uit het oogpunt van bescherming van de fysieke leefomgeving; ● er bestaat concreet uitzicht op legalisatie van de te gedogen activiteit. De termijn of gedoogperiode zal daarbij beperkt zijn; ● indien vooruitlopend op besluitvorming over vergunningverlening wordt gedoogd, is een ontvankelijke vergunningaanvraag ingediend.

Er is tevens een inschatting gemaakt dat de activiteit vergunbaar is; ● er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die gedogen in het concrete geval rechtvaardigen; ● er vooraf overeenstemming is over de voorwaarden van de gedoogbeschikking. De voorwaarden zijn er op gericht om tot een verantwoorde situatie te komen. In geval van overmacht zijn de eerste drie aandacht voorwaarden niet van toepassing. 3. Situaties die van gedogen zijn uitgesloten Er wordt niet tot gedogen overgegaan in de volgende situaties: ● indien aan de zijde van de overtreder - naar mening van de gemeente - sprake is van recidiverend dan wel calculerend gedrag; ● indien blijkt dat de te gedogen activiteit strijdig is met enig andere bij of krachtens wettelijk voorschrift gestelde regel en kenbaar is gemaakt dat met bestuurlijke handhavingsinstrumenten tegen deze overtreding zal worden opgetreden, eventueel ook door een ander bevoegd gezag.

78

Bijlage 21: Privaatrechtelijke handhaving In aanvulling op de hiervoor behandelde bestuurlijke handhavingsbevoegdheid heeft de gemeente ook privaatrechtelijke handhavingsmogelijkheden. De overheid mag in principe alleen dan gebruik maken van de privaatrechtelijke weg indien geen bestuursrechtelijke weg voorhanden is waarmee een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt of indien een ander belang gediend wordt dan het publiekrechtelijke belang. Onder bepaalde omstandigheden kan privaatrechtelijk worden opgetreden, indien de gemeente als rechtspersoon optreedt. Dit kan in geval van: 1. het plegen van een onrechtmatige daad door een natuurlijk- of rechtspersoon jegens de gemeente; 2. het niet-nakomen van een overeenkomst met de gemeente door een natuurlijk- of rechtspersoon; 3. de eigenaarsbevoegdheid van de gemeente, zoals ingebruikneming van gemeentegrond.

Bijlage 22: Handhaving bij overtreding eigen organisatie of andere overheid Handhaving van voorschriften bij een object van een andere overheid of van een onderdeel van de eigen organisatie is niet anders dan handhaving van voorschriften bij derden. Als er sprake is van een incident, ongewoon voorval of overtreding door de eigen organisatie, dan heeft dit echter in principe altijd prioriteit. Afhankelijk van de aard en de effecten kan er worden besloten kortere termijnen of hogere dwangsombedragen te hanteren. Ook kan er voor spoed of super spoed bestuursdwang gekozen worden. Als er matige spoed is, kan ook worden gekozen voor een last onder dwangsom met een korte termijn met het achterwege laten van de constateringsbrief. Voor meer informatie over de incidenten, ongewone voorvallen en overtredingen door de eigen organisatie wordt verwezen naar die protocollen.

Bijlage 23: Toetsingskader slopen, brandveiligheid en milieubelastende activiteiten. 1.Sloopmeldingen (inclusief eventuele asbestverwijdering) De gemeente heeft de taak risico's die kunnen ontstaan bij de sloop van bouwwerken en asbestverwijdering beheersbaar te houden. Mensen die dergelijke activiteiten willen uitvoeren zijn wettelijk verplicht dit minimaal vier weken van te voren te melden conform het Bouwbesluit 2012 art. 1.26 en/of het Asbestverwijderingsbesluit 2005. De gemeente beoordeelt de meldingen in ieder geval op de aanwezigheid van plannen voor de te nemen sloopveiligheidsmaatregelen, onderzoeksrapporten naar de aanwezigheid van asbest in het te slopen bouwwerk en certificaten waarmee de uitvoerders dienen aan te tonen dat ze gekwalificeerd zijn om het asbestgevaar te beoordelen en/of het sloop- en verwijderingswerk uit te voeren. Op basis hiervan stelt de gemeente de melder op de hoogte van de uitkomst van de toets die op de melding is uitgevoerd. Vanaf 1 maart 2017 zijn gecertificeerde partijen in de asbestketen, verplicht om met het Landelijk Asbest Volgsysteem (LAVS) te werken. Het LAVS maakt het mogelijk om informatie over de aanwezigheid van asbest én de genomen maatregelen vast te leggen in een centraal systeem. Ook kan vanuit het LAVS de benodigde sloopmelding voor asbestverwijdering worden gedaan.

2. Toetsingskader voor Brandveilig gebruik De taak op het gebied van brandveiligheid wordt uitgevoerd door de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). De veiligheidsregio Utrecht doet namens de gemeente de inhoudelijke toets op de relevante wet- en regelgeving (zoals de Wabo, het Bouwbesluit 2012 en de APV) op het terrein van onder meer bouwen,

79

ruimtelijke ordening, vuurwerkopslagplaatsen en evenementen. Het voornaamste doel van advisering en toezicht op het gebied van brandveiligheid is het streven naar minder branden, minder slachtoffers en minder schade. Hierbij zijn vooral het voorkomen van de calamiteiten (preventie) en het creëren van de mogelijkheid om aanwezige personen veilig te kunnen laten vluchten, van essentieel belang.

3. Toetsingskaders voor de beoordeling van milieubelastende activiteiten Het doel van het verlenen van vergunningen is, door het toetsen van aanvragen en het opleggen van voorschriften, bijdragen aan een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu. Op milieugebied is de beleidsruimte voor het voeren van een eigen VTH-beleid beperkt. Vanuit Europese (NEC en IPPCrichtlijnen) en landelijke (Wabo, Wet VTH, diverse AMvB’s) wet- en regelgeving wordt bepaald welke procedures gevolgd moeten worden en welke voorschriften gelden voor inrichtingen, activiteiten en toestellen en installaties. Ook worden er eisen gesteld aan het actueel hebben en houden van de vergunningen en daarin opgenomen voorschriften. Dit houdt ook in het intrekken van vergunningen voor niet meer in gebruik zijnde bedrijven. In de wet VTH is bepaald dat een belangrijk deel van de milieugerelateerde taken (de zogenaamde basistaken) niet door de gemeente maar door de Omgevingsdienst Regio Utrecht moet worden uitgevoerd. In het Besluit omgevingsrecht is vervolgens bepaald dat de partners die deel uitmaken van Omgevingsdienst Regio Utrecht gezamenlijk het VTH-beleid opstellen voor de taken die door Omgevingsdienst Regio Utrecht worden uitgevoerd. De gemeente oefent, via haar vertegenwoordiging in de ambtelijke werkgroepen en het bestuur van de Omgevingsdienst Regio Utrecht, invloed uit op de na te streven kwaliteitsniveaus.

In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s is opgenomen bij welke soort inrichtingen in dat betreffende jaar een toets naar de actualiteit van (de voorschriften van) de vergunning plaatsvindt.

Bijlage 24: Beleidsregels intrekken vergunningen 1. Intrekken vergunningen en ontheffingen Na het verlenen van een vergunning of ontheffing wordt vaak snel gevolg gegeven aan de uitvoering of ingebruikname. Het komt ook voor dat geen of pas na lange tijd gebruik wordt gemaakt van een verleende vergunning of ontheffing. Het kan daardoor voorkomen dat ongebruikte vergunningen of ontheffingen jaren geleden zijn verleend en niet zijn ingetrokken. De houder van de vergunning of ontheffing behoudt nog steeds het recht om hiervan gebruik te maken. Om uiteenlopende redenen is het ongewenst om verleende vergunningen en ontheffingen in stand te laten zonder dat daar binnen een bepaalde termijn gebruik van wordt gemaakt. Voor de rechtszekerheid van omwonenden en belanghebbenden is het ongewenst oude vergunningen en ontheffingen in stand te houden. Doordat de bekendmaking van deze besluiten lang geleden kunnen hebben plaatsgevonden, kunnen zij alsnog verrast worden door de activiteiten. Ook vanuit administratief oogpunt is het gewenst dat het gemeentelijke (bouw)archief zoveel mogelijk overeenstemt met de feitelijke situatie. Ook voor het beheer van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is een actuele administratie nodig. Aanleiding voor het intrekken van vergunningen of ontheffingen kan zijn handhaving, waarbij het intrekken van een vergunning als sanctie wordt gezien.

Intrekken op verzoek van de vergunninghouder of belanghebbende. Ook kan ambtshalve de procedure tot het intrekken van vergunningen of ontheffingen worden gestart. 1.1 Voorbereidingsprocedure Op basis van de Wabo kan het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk de omgevingsvergunning intrekken via een reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure. In artikel 3.15 Wabo staat de procedure van intrekking beschreven. Onderscheid moet worden gemaakt tussen het op verzoek van vergunninghouder of ambtshalve (gedeeltelijk) intrekken van de omgevingsvergunning. Uitgangspunt is dat het ambtshalve intrekken van een omgevingsvergunning dezelfde procedure kent als het verlenen ervan. 1.2 Intrekkingsgronden Burgemeester en wethouders kunnen onder bepaalde omstandigheden een omgevingsvergunning intrekken, artikel 2.33 Wabo. De intrekkingsgronden zijn onderverdeeld in imperatieve en facultatieve

80

intrekkingsgronden. Bij imperatieve intrekkingsgronden kan de gemeente geen gebruik maken van haar beleidsvrijheid, in het geval van facultatieve intrekkingsgronden kan een omgevingsvergunning alleen worden ingetrokken voor zover het nodig is om aan de grond tot intrekking te voldoen. 1.3 Termijnen Een omgevingsvergunning kan worden ingetrokken wanneer gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. Voor bouwen, slopen of aanleggen geldt een termijn van 26 weken of een in de omgevingsvergunning opgenomen termijn. Na verstrijken van die termijn kan de intrekkingsprocedure actief worden opgestart als er een wijziging heeft plaatsgevonden in de grondslagen van de verleende vergunning zoals wijzingen in het bestemmingsplan, eisen bouwbesluit. Indien de vergunninghouder niet reageert op het voornemen tot intrekking, wordt besloten de omgevingsvergunning sowieso in te trekken. Indien door de vergunninghouder gronden worden aangevoerd waarom er nog geen uitvoering is gegeven aan de omgevingsvergunning zal goed onderzocht en afgewogen moeten worden. In familiaire kwesties (scheiding, ziekte, overlijden) kan, indien door de vergunninghouder de reden goed kan worden beargumenteerd worden afgezien van intrekking.

Wanneer er een gegronde reden is om af te zien van intrekking zal een periode van maximaal 1 jaar worden gesteld waarbinnen de vergunninghouder alsnog van de vergunning gebruik dient te maken. 1.4 Uitsluiting overige intrekkingsgronden Deze beleidsregel laat de besluitvorming over de overige in artikel 2.33 van de Wabo of andere wetgeving opgenomen intrekkingsgronden onverlet. 1.5 Intrekken overige vergunningen en ontheffingen Behalve in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn ook in andere wetgeving regels opgenomen voor het intrekken van vergunningen of ontheffingen. Net als voor omgevingsvergunningen geldt voor andere vergunningen en ontheffingen in het algemeen dat voorkomen moet worden dat regels en inzichten doorkruist worden door oude vergunningen of ontheffingen. Het is daarom nodig na verloop van een bepaalde periode overige vergunningen en ontheffingen geheel of gedeeltelijk in te trekken. Tenzij wettelijk een andere minimumtermijn is bepaald, worden overige vergunningen en ontheffingen na een termijn van één jaar ingetrokken. De stappen en overwegingen in de besluitvorming vinden plaats op dezelfde wijze als omschreven bij omgevingsvergunningen, met inachtneming van de geldende wettelijke voorschriften.

81

Bijlage 26: Manier van werken bij toezicht en handhaving 1. Algemeen Doordat we controles uitvoeren, kunnen we overtredingen en illegale activiteiten opsporen en vaststellen. Van de controle maken we een notitie, die in het digitale systeem wordt opgeslagen. Als de toezichthouder bij de controle een overtreding vaststelt, dan handelt de toezichthouder dit naar prioritering af. De werkwijze in Veenendaal is gebaseerd op het beginsel dat toezicht in eerste instantie een preventieve werking moet hebben die eruit bestaat dat wettelijke voorschriften worden nageleefd zonder sanctionering. Overtredingen kunnen zo al in een vroegtijdig stadium worden voorkomen. In de praktijk blijkt dat in veel gevallen toezichthouders met aansporingen en waarschuwingen ervoor (kunnen) zorgen dat bestuursrechtelijke sanctie-instrumenten niet hoeven te worden ingezet. Daarbij staat de burger centraal, wat betekent dat onze dienstverlening altijd gericht is op klantvriendelijkheid richting de burger. Indien er, na afweging van alle belangen, niet hoeft te worden opgetreden doen we dat niet. De manier van werken bij toezicht & handhaving krijgt vorm in een soort controle. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in preventief, actief en reactief toezicht. 2. Omgevingsdienst Regio Utrecht De Omgevingsdienst Regio Utrecht verzorgt voor de gemeente de (milieu)controles.

In verband met de grote verscheidenheid aan type bedrijven/ activiteiten zijn in overleg met gemeente voor de inrichtingen waar de gemeente bevoegd gezag is, onderscheid gemaakt in 4 categorieën, waarbij categorie 1 het minst complex is en categorie 4 het meest complex. De complexiteit heeft invloed op de controlefrequentie. De Omgevingsdienst Regio Utrecht gaat steeds meer over op risico gestuurde en informatie gestuurde handhaving. Dit houdt in dat de inzet van middelen wordt gebaseerd op analyses, zodat het toezicht wordt gehouden dáár waar nodig is. Hiermee wordt zo effectief en efficiënt omgegaan met de middelen die de gemeenten beschikbaar stellen en is de winst voor de gezonde duurzame fysieke leefomgeving het hoogst. Tevens gaat de Omgevingsdienst Regio Utrecht over op programmatisch toezicht. Dit is een probleemgerichte aanpak waarbij het gedrag van de mensen (doelgroepen) als uitgangspunt wordt genomen voor de te bepalen toezicht- en handhavingsstrategie. Door op een systematische manier de doelgroepen en hun naleefgedrag te bepalen kunnen de meest effectieve handhavingsinstrumenten worden toegepast. Dit leidt tot een verhoging van de kwaliteit van de dienstverlening van de Omgevingsdienst Regio Utrecht en de effectiviteit en efficiëntie van toezicht en handhaving.

Het programmatische karakter maakt het mogelijk dat de Omgevingsdienst Regio Utrecht voor al haar gemeenten een zo veel mogelijke uniforme werkwijze kan realiseren. Dit komt het gelijke speelveld en het rechtsgevoel van de inwoners ten goede. Door informatie gestuurd en met meetbare doelstellingen te werken kunnen wij in een jaarlijkse cyclus het effect meten, rapporteren en onze capaciteit zo doelgericht mogelijk aanpassen en inzetten. De gemeenten en de Omgevingsdienst Regio Utrecht kunnen samen de indicatoren bepalen die in het jaarverslag worden opgenomen. Dit stelt de Omgevingsdienst Regio Utrecht in staat om in het gemeentelijke jaarverslag een rapportage op basis van outcome te geven, zodat duidelijk wordt in hoeverre de beleidsdoelen worden gehaald. Wraken Het kan voorkomen dat een overtreding wordt geconstateerd waarbij op basis van de prioritering niet direct actie wordt ondernomen bijvoorbeeld door gebrek aan beschikbare capaciteit. In dat geval kan een wrakingsbrief worden gestuurd. Hierin wordt de overtreder in kennis gesteld van de overtreding waarbij hij/zij op zijn/haar eigen verantwoordelijkheid wordt gewezen om de overtreding ongedaan te maken. Tevens wordt hiermee het recht uitgesproken om in de toekomst alsnog sanctionerend op te treden.

Zodra in de uitvoering of beleidsmatig aan deze overtredingen meer prioriteit wordt gegeven, dan wordt bepaald of tegen die overtredingen alsnog wordt opgetreden. Integrale aanpak

82

Controles worden zoveel mogelijk integraal uitgevoerd (zie ook bijlage 16). Welke vorm van integraal toezicht gehanteerd wordt, hangt sterk af van de situatie van de inwoner of het bedrijf. Deze integrale aanpak ligt in lijn met het uitgangspunt dat er zo min mogelijk (administratieve) lasten zijn voor bewoners, ondernemers, etc. Ook wordt hiermee tegemoetgekomen aan de eisen in de Wabo aan het toezicht worden gesteld waarin is voorgeschreven dat het bestuursorgaan zijn controles moet afstemmen en coördineren om te voorkomen dat gemeentelijke toezichthouders en andere toezichthouders (bijvoorbeeld de Omgevingsdienst Regio Utrecht) onwetend van elkaar bedrijven bezoeken. Indien gecoördineerd toezicht niet mogelijk is, blijven de controles vanuit de verschillende vakgebieden uitgevoerd worden.

83

0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10466925/1