3.b Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving - beleidsplan 2021-2025 - bijlagenbundel
Tekst van het document
VTH – beleid 2021-2025 Gemeente Veenendaal
Bijlagenbundel
Inhoudsopgave Bijlagenbundel VTH-beleid 2021 –2025 Bijlage 1: Lijst met veel gebruikte afkortingen ............................................................ 5 Bijlage 2: Begrippenlijst ................................................................................................... 6 Bijlage 3: Reikwijdte VTH-beleid gemeente Veenendaal ...........................................11 Bijlage 4: Wettelijk kader................................................................................................12 Bijlage 5: Bestuurlijk- en beleidskader .........................................................................15 Bijlage 6: Bestuur en organisatie ..................................................................................15 Bijlage 7: De Big-8 Cyclus ..............................................................................................17 Bijlage 8: Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid ......................................................18 Bijlage 9: Omgevingsanalyse Veenendaal ...................................................................20 Bijlage 10: Toelichting Risico analyse en prioritering ................................................23 Bijlage 11: Uitleg/ toelichting ‘Tafel van Elf’ ................................................................25 Bijlage 12: Risicoanalyse per taakveld……………………………………………………………28 Bijlage 13:
Preventiestrategie ........................................................................................30 Bijlage 14: Communicatiestrategie ...............................................................................32 Bijlage 15: Vergunningenstrategie ................................................................................33 Bijlage 16: Handhaving strategieën: een overzicht ...................................................49 Bijlage 17: Toezichtstrategie ..........................................................................................50 Bijlage 18: Sanctiestrategie............................................................................................53 Bijlage 19: Richtlijnen dwangsombedragen en termijnen .........................................69 Bijlage 20: Gedoogstrategie ...........................................................................................78 Bijlage 21: Privaatrechtelijke handhaving....................................................................79 Bijlage 22: Handhaving bij overtreding eigen organisatie of andere overheid......79 Bijlage 23: Toetsingskader slopen, brandveiligheid en milieubelastende activiteiten.
........................................................................................................................79 Bijlage 24: Beleidsregels intrekken vergunningen .....................................................80 Bijlage 25: Werkproces intrekken vergunningen .. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Bijlage 26: Manier van werken bij toezicht en handhaving ......................................82
0
Leeswijzer Het gemeentelijke VTH-beleid bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel geeft op een visuele manier kort de hoofdlijnen wat voor uw gemeente de visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën zijn op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het tweede deel ligt nu voor u. Het is een bijlagenboek waar de onderwerpen uit dit eerste deel gedetailleerd uitgewerkt zijn. Voorafgaand aan de bijlagen worden enkele ontwikkelingen besproken: Wet VTH en de Verordening Kwaliteit VTH In april 2016 is een wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden, waarmee verbeteringen van het VTH-stelsel een wettelijke verankering hebben gekregen. Op grond van de Wet VTH en de daarvan afgeleide Verordening Kwaliteit VTH hebben gemeenten, het college van B&W, de plicht een integraal vergunningen- en handhavingsbeleid te formuleren en dat jaarlijks uit te werken in uitvoeringsprogramma’s. Het college informeert de gemeenteraad en partners over het vastgestelde beleid, de uitvoeringsprogramma’s en doet daar jaarlijks verslag van. Verder evalueert het college de ingezette formatie en middelen. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen In mei 2019 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) door de Eerste Kamer aangenomen. Inwerkingtreding van de wet zal bij koninklijk besluit worden bepaald.
Dit kan voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan op verschillende tijdstippen worden vastgesteld. Door deze wetswijziging wordt een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen geïntroduceerd. Dit betekent dat bouwpartners zelf de kwaliteitsborging dienen te regelen en daarbij zelf maatregelen moeten nemen zodat aan het Bouwbesluit 2012 wordt voldaan. De gemeente beoordeelt als bevoegd gezag niet meer direct op deze aspecten maar wel op de ruimtelijke ordening, omgevingsveiligheid en de welstand van het te realiseren bouwwerk. Op 17 januari 2019 is een bestuursakkoord gesloten tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en de VNG over de implementatie en invoering van de wet. Het akkoord regelt de rol van de gemeente na invoering van de wet en bevat afspraken over de voorwaarden voor inwerkingtreding. Het akkoord gaat uit van invoering per 2022, tegelijk met de Omgevingswet. Die invoering zal gefaseerd plaatsvinden. Er wordt gestart met de seriematige nieuwbouw. Het eindbeeld van het Rijk is dat uiteindelijk alle categorieën bouwwerken overgaan naar de private sector. Afhankelijk van de precieze vorm waarin de voorstellen worden doorgevoerd, leidt dit op middellange termijn tot consequenties voor de gemeente. Met de invoering van de Omgevingswet zal zowel beleidsmatig als op het niveau van de uitvoering hierop worden ingespeeld.
Via de jaarlijkse verslaglegging zal de gemeenteraad hierover worden geïnformeerd. Omgevingswet De Omgevingswet is een fundamentele herziening van het omgevingsrecht en huidige wetgeving. Volgens planning zal de Omgevingswet in 2022 in werking treden. In de Omgevingswet zullen alle wettelijke bepalingen, besluiten en regelingen opgaan die betrekking hebben op de fysieke
1
leefomgeving. De wet heeft als maatschappelijke doelen (artikel 1.3 Omgevingswet) het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Gemeenten, provincies en waterschappen krijgen binnen de Omgevingswet meer ruimte om hun eigen beleid te bepalen. Het bestuur van de provincie stelt daartoe een omgevingsvisie en omgevingsverordening vast. Het bestuur van de gemeente wordt eveneens uitgenodigd om een omgevingsvisie op te stellen, met daarin het gewenste resultaat voor de fysieke leefomgeving. Vervolgens is er voor de gemeente de opdracht om gebiedsdekkende omgevingsplannen, met functietoedeling en met regels voor activiteiten op te stellen. Mede in aansluiting op de omgevingsplannen worden toezichts- en handhavingsinstrumenten ingezet. Dit nieuwe stelsel voor de fysieke leefomgeving heeft meerdere gevolgen voor de taakuitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De gemeente bereidt zich daar via een implementatieprogramma op voor. In dit implementatieprogramma is ook de samenwerking met de Utrechtse partners opgenomen. Voor het vergunningverleningsproces en de dienstverlening heeft de inwerkingtreding van de Omgevingswet aanzienlijke gevolgen.
Een belangrijk aspect is dat de duur van de vergunningenprocedure sterk wordt ingekort; alle aanvragen moeten in principe via de reguliere procedure binnen 8 weken worden afgehandeld. Ook de wijze waarop vergunningaanvragen getoetst worden verandert. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Bij vergunningaanvragen waar meerdere overheden regels voor stellen, wordt er één bevoegd gezag aangewezen als coördinator van het afhandelingsproces. Dit zal meestal de gemeente zijn. De Omgevingswet gaat uit van een gelijkwaardige informatiepositie voor alle betrokkenen, waaronder de initiatiefnemer. Dit houdt in dat de geldende regels begrijpelijk ontsloten moeten worden en dat er zaakgericht gewerkt moet worden. Op die manier kunnen initiatiefnemers het vergunningverleningsproces volgen. Verder wordt participatie bij een vergunningaanvraag verplicht. Deze eis verplicht initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop de belangen van belanghebbenden zijn gehoord en hoe het resultaat daarvan is verwerkt in het plan. Dit alles vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. In het geval van een complexe aanvraag zal dat naar verwachting niet binnen 8 weken kunnen worden doorlopen.
In samenwerking met de Utrechtse partners nemen we deel aan pilots om via het model van de Omgevingstafel een uitgebreider vooroverleg in te richten dat het begeleiden van een aanvraag Omgevingswetproof maakt. De inzet is dat het vooroverleg zich afspeelt via de Omgevingstafel en voordat de formele vergunningaanvraag wordt ingediend en de afhandeltijd van 8 weken gaat lopen. Aan de Omgevingstafel komen (in een of meerdere sessies) de initiatiefnemer en alle betrokkenen bij elkaar. Het initiatief wordt dan besproken vanuit de gedachte om het mogelijk te maken. Vanuit de gemeente en de ketenpartners kunnen bestuurlijke prioriteiten en randvoorwaarden zoals de energietransitie (energiebesparing en -opwekking) aan de orde worden gesteld. De Omgevingstafel levert de initiatiefnemer een integraal advies op, waarmee
2
hij de vergunningaanvraag kan opstellen en indienen. Daarna kan de vergunning in acht weken worden afgehandeld. Veiligheid Op grond van artikel 38b Politiewet dient de gemeenteraad een Integraal Veiligheidsplan (IVP) op te stellen. In dit IVP dient de gemeente tenminste een keer in de vier jaar doelen vast te stellen op het terrein van veiligheid. Het IVP is daarmee een goede basis voor de operationele inzet op lokale veiligheidsprioriteiten door de gemeente, politie en andere organisaties. Omdat de gemeenteraad het IVP vaststelt is de raad in de gelegenheid om sturing te geven aan de uitvoering van het veiligheidsbeleid. Verder heeft de burgemeester op het terrein van het veiligheidsbeleid bijzondere wettelijke bevoegdheden. Hierover legt de burgemeester jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad. In relatie tot het veiligheidsbeleid is ook de afstemming met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) aan de orde. Op grond van artikel 15 lid 2 van de Wet op de veiligheidsregio wordt door de VRU een regionaal risicoprofiel (RRP) opgesteld. Het RRP (2019) wordt in afstemming met de partners actueel gehouden. In het RRP is een overzicht van de risicovolle situaties opgenomen die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden, inclusief een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich kunnen voordoen.
Verder wordt in het RRP een analyse gemaakt waarin de weging en inschatting van de gevolgen van de soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen. Het RRP dient als basisinformatie voor het beleidsplan van de VRU. In het beleidsplan van de VRU worden afwegingen gemaakt over de aanwezige en mogelijk toekomstige risico’s en hoe risico’s en crises kunnen worden beheerst. Het RRP en het VRU-beleidsplan hebben een wisselwerking naar het gemeentelijke veiligheidsbeleid. Op gemeentelijke kaarten zijn in afstemming met de VRU de objecten geïnventariseerd die een mogelijk risico vormen voor de omgeving dan wel een kwetsbare locatie betreft. Op de thema’s externe veiligheid, kwetsbare objecten en cultureel erfgoed en recreatie zijn de risico’s vastgelegd. Ook deze inventarisatie en analyse heeft een directe relatie naar het IVP en raakt het VTH-beleid voor de fysieke leefomgeving. Relevante onderdelen uit het RRP en het VRU-beleidsplan en het IVP zijn integraal afgewogen in dit VTHbeleid.
Gezondheidsbeleid
Gezondheidsbeleid is al een gemeentelijke taak maar wordt met de komst van de Omgevingswet belangrijker. Een van de hoofddoelen van de Omgevingswet is om gezondheid een plek te geven binnen de fysieke leefomgeving. Want de fysieke leefomgeving heeft invloed op de gezondheid van burgers. De inrichting van de omgeving kan hiertoe bijdragen. Denk bijvoorbeeld aan: • een gezondere leefomgeving (bijvoorbeeld levensloopbestendig wonen, meer bewegen, sociale veiligheid, ontmoeten, groen, gezonde lucht, geluidkwaliteit); • het verminderen van gezondheidsverschillen. De Omgevingswet biedt gemeenten en provincies daarvoor de mogelijkheid om expliciet en vroegtijdig gezondheid en (fysieke) veiligheid te betrekken bij ruimtelijke planvorming en beslissingen. Bijvoorbeeld door vergunningen te weigeren vanwege ernstige gezondheidsrisico’s (artikel 5.32 OW).
3
De vraag is nog hoe dat precies gedaan moet worden. Met dit VTH-beleidsplan en de ontwikkeling van omgevingsplannen starten we met de invoering van dit nieuwe aspect van het gezondheidsbeleid.
4
Bijlage 1: Lijst met veel gebruikte afkortingen Wetgeving en besluiten AMvB APV Awb Bor Bro BSBm BWT DVO HUP LHS MDW Mor RO TUO VVGB Wabo Wbb Wet RGT Wet VTH Wgr Wm Wro
Algemene Maatregel van Bestuur Algemene Plaatselijke Verordening Algemene wet bestuursrecht Besluit omgevingsrecht Besluit ruimtelijke ordening Bestuurlijke Strafbeschikking milieu Bouw- en woningtoezicht Dienstverleningsovereenkomst HandhavingsUitvoeringsProgramma Landelijke Handhavingstrategie (project) Marktwerking Deregulering en Wetgevingskwaliteit Ministeriële regeling omgevingsrecht Ruimtelijke Ordening Taakuitvoeringsovereenkomst Verklaring van geen bedenkingen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet Bodembescherming Wet revitalisering generiek toezicht Wet vergunningen, toezicht en handhaving (is de werknaam) Wet gemeenschappelijke regelingen Wet milieubeheer Wet ruimtelijke ordening
Organisaties NVWA HDSR IenM ILT IPO ODRU OM PMO RUD VNG VROM VRU
Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit Hoogheemraadschap ‘De Stichtse Rijnlanden’ Ministerie van Infrastructuur en Milieu Inspectie Leefomgeving en Transport (voorheen VROM Inspectie) Interprovinciaal Overleg Omgevingsdienst Regio Utrecht Openbaar Ministerie Provinciaal Milieuoverleg Regionale Uitvoeringsdienst Vereniging Nederlandse Gemeenten (voormalig) Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Veiligheidsregio Utrecht
5
Bijlage 2: Begrippenlijst Begrip Ambtelijke waarschuwing of constateringsbrief
Beginselplicht tot handhaving
Toelichting Brief naar aanleiding van een controle waarbij wel een overtreding is vastgesteld. In de brief wordt aangegeven welke maatregelen getroffen moeten worden om de overtreding te beëindigen en binnen welke termijn (hersteltermijn) dit moet zijn uitgevoerd. In deze brief worden eventuele sancties aangekondigd. Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te treden bij een geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af te zien. Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb (het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond) en artikelen 39 en verder van het Wetboek van strafrecht (strafuitsluitingsgronden). Uit de rechtspraak volgt voorts dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
Begunstigingstermijn (artikel 5:24 lid 2 en artikel 5:32a lid 2 Awb)
Belangenafweging
Bestuurlijk Omgevingsberaad
Bestuurlijke boete
Bij verzoek om handhaving kan voorlopig van handhaving worden afgezien omdat wegens het bestaan van een redelijk handhavingsbeleid betrokkenen eerst de gelegenheid krijgt om de overtreding ongedaan te maken. Klachten en verzoeken om handhaving worden eveneens getoetst aan dit beleid, hetgeen kan inhouden dat aan laag-prioritaire zaken niet direct aandacht wordt geschonken. Deze zaken moeten wel binnen de beleidsperiode in behandeling genomen. Termijn die wordt gesteld in een bestuursdwang- of dwangsombeschikking waarbinnen de overtreder de overtreding ongedaan kan maken zonder dat de bestuursdwang wordt uitgevoerd of een dwangsom moet worden betaald. Bij de voorbereiding van besluiten moet het bevoegd gezag de betrokken belangen afwegen. Aan de ene kant kunnen dit bijvoorbeeld zijn de persoonlijke, economische en financiële belangen van een overtreder. Aan de andere kant de gemeentelijke taak om toezicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving, veiligheid, voorkomen dat een dergelijke overtreding op meerdere locaties in de gemeente plaatsvindt (precedentwerking) en dergelijke.
Mede op basis van deze belangenafweging bepaalt het bevoegd gezag of er handhavend wordt opgetreden, welke termijn er wordt gehanteerd, of er een sanctie wordt opgelegd Centraal bestuurlijk overleg over het stelsel VTH onder leiding van de Minister van IenM, gericht op afstemming van de verschillende taken en verantwoordelijkheden. Aan het Bestuurlijk Omgevingsberaad doen in ieder geval mee: de ministers van I&M en V&J, drie vertegenwoordigers van de omgevingsdiensten, vertegenwoordigers van de bevoegde overheden en het OM. Een boete die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport.
6
Begrip Bestuurlijke strafbeschikking
Bestuursdwangbeschikking (last onder bestuursdwang) (artikelen 5:21 t/m 5:31c Awb)
Toelichting Een strafrechtelijke boete die bij strafbeschikking wordt opgelegd ter afdoening van relatief eenvoudige overtredingen. De gevallen waarin dit instrument kan worden toegepast zijn opgenomen in het Feitenboekje Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten. Bestuursdwang is het optreden door het bevoegd gezag tegen een overtreding op kosten van de overtreder. De definitie van last onder bestuursdwang in de Awb luidt: ’Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.’
Bevinding
Bevoegd gezag
Dwangsombeschikking (last onder dwangsom) (artikel 5:31d t/m 5:36 Awb)
Artikel 5:25 Awb bepaald dat de kosten van toepassing van bestuursdwang op de overtreder verhaald kunnen worden. Tegen een bestuursdwangbeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van onderzoek tijdens een inspectie wordt gedaan. Na beoordeling ervan kunnen bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen overtreding. Het bestuursorgaan dat bevoegd is een handhavingsbesluit te nemen of een besluit te nemen op een aanvraag om omgevingsvergunning. Doorgaans is dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. Uitzondering is bijvoorbeeld het college van Gedeputeerde Staten (bijvoorbeeld bij provinciale milieu-inrichtingen). Een last onder dwangsom betekent dat een overtreding binnen een bepaalde periode ongedaan moet worden gemaakt. Als dit niet binnen die periode is gebeurd, dan moet de overtreder een boetebedrag (dwangsom) betalen. Een last onder dwangsom is bedoeld om de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding of een herhaling van de overtreding te voorkomen. De definitie van een last onder dwangsom in de Awb luidt als volgt: Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en b.
de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Fysieke leefomgeving
Gedoogbeschikking
Tegen een last onder dwangsombeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de woonwijk/gemeente inclusief de wegen, parken, industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt deels bepaald door de milieukwaliteit. Een schriftelijk besluit van het bevoegde gezag voor het afzien van het gebruik van ter beschikking staande bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten voor een bepaalde termijn.
7
Begrip Geheel of gedeeltelijke intrekking vergunning of ontheffing
Gelijkwaardige oplossing
Handhaven
Handhaving Handhavingsbeleid
Handhavingsuitvoeringsprogramma Integrale handhaving Legalisatie (concreet zicht op)
Motiveringsbeginsel
Nalevingstrategie
Normadressaat Omgevingsdiensten
Overtreding Preventieve handhaving Preventiestrategie Privaatrechtelijke handhaving
Programmatisch handhaven
Rechtvaardigingsgrond
Toelichting Naast een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang kan een bestuursorgaan ook als sanctie de vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken. Door intrekking van een vergunning of ontheffing ontneemt het bevoegde gezag de overtreder de juridische basis van zijn activiteit. Er is sprake van een afwijking van (een of meerdere voorschriften van) een vergunning/ontheffing/vrijstelling, maar het door de rechtsregel beschermde belang wordt in dezelfde mate of beter gewaarborgd. Door toezicht en het toepassen van bestuursrechtelijke, strafrechtelijk of privaatrechtelijke middelen bereiken dat geldende rechtsregels worden nageleefd. Zorgen dat de regels worden nageleefd door voorlichting, toetsing, toezicht en handhaving. Dit is een beleid(snota) voor alle betrokken beleidsvelden. Daarin staat een beschrijving van de gemeentelijke prioriteiten, de doelen, de strategieën en de activiteiten. Het beleid is afgestemd met andere betrokken bestuursorganen (zoals Waterschap, Provincie en dergelijke). Jaarprogramma waarin wordt omschreven welke handhavingsactiviteiten er zullen worden uitgevoerd. Het afstemmen en samenbrengen van handhavingsactiviteiten binnen verschillende taakvelden en/of organisaties. Het vooruitzicht dat een overtreding binnen de geldende regels toegestaan kan worden.
Voorwaarde is dat er door de overtreder concreet om gevraagd moet worden, bijvoorbeeld door het aanvragen van een omgevingsvergunning. In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat besluiten goed gemotiveerd moeten zijn, feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn. Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met welke instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol handhaving daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in ieder geval een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie. Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of voorschrift geldt. Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTH-taken. De Omgevingsdiensten werden eerder ook aangeduid als Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s). Een afwijking van een rechtsregel, waarbij geen sprake is van een gelijkwaardige oplossing (zie artikel 5:1 lid 1 Awb). Het vergunningsproces en het al dan niet vergunninggebonden toezicht op activiteiten en/of gebruik. De strategie is gericht om burgers en ondernemers spontaan wet- en regelgeving te laten naleven. Handhaven op grond van civiel recht in plaats van bestuursen/of strafrecht. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het om eigendomsrecht gaat. Een structurele en integrale aanpak van de handhaving. Daarbij zijn prioriteiten gesteld en de handhavingsactiviteiten op elkaar afgestemd.
Bij een programmatische aanpak worden beleid en uitvoering van beleid opgevolgd door evaluatie en bijsturen. Het bevoegd gezag stelt een dergelijk uitvoeringsprogramma jaarlijks vast. Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen.
8
Begrip Repressieve handhaving
Sanctie Sanctiestrategie
Schulduitsluitingsgrond
Strafuitsluitingsgrond
Strafrechtelijke handhaving Toezicht
Toezichthouder
Toezichtstrategie
Voorlopige maatregel Voornemen last of voorwaarschuwing
Toelichting Met repressie wordt bedoeld het herstellen van situaties die in strijd zijn met de geldende wet- en regelgeving of een verleende vergunning. Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overschreden. Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. De sanctiestrategie omvat ten minste: a. een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde milieunormen; b. een passende reactie op geconstateerde overtredingen; c. een stringentere reactie bij voortduring van de overtreding; d. een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie en andere overheden; e. transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor. Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigheidsgronden en schulduitsluitingsgronden. Zie aldaar. Strafrechtelijke handhaving betekent dat, na het instellen van een proces-verbaal, strafvervolging wordt ingesteld. Preventief toezicht : controle op de naleving van regels/voorschriften zonder concrete aanwijzing dat van een strijdigheid sprake is.
Repressief toezicht is: controle op de naleving van regels/voorschriften ten behoeve van opsporing van strijdigheden, ten einde eventueel daar met een sanctie op te reageren Toezichthouders zijn ambtenaren die door of namens het college benoemd zijn om te controleren of de rechtsregels worden nageleefd. In hun functie als toezichthouder mogen deze ambtenaren elke plaats, met uitzondering van een woning, betreden. Indien noodzakelijk kunnen ze ook met bijzondere toestemming van de burgemeester een woning zonder toestemming van de bewoner betreden, zelfs tegen de wil van de eigenaar of bewoner (op grond van de Algemene wet op het binnentreden). Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Een maatregel opgelegd door de rechter of de officier van justitie ter voorkoming van verdere overtreding van de wet. Schriftelijke waarschuwing van het bevoegde gezag waarin wordt aangekondigd dat, vanwege een geconstateerde overtreding, het voornemens is een bestuursrechtelijke sanctie op te leggen. In dit voornemen wordt een termijn gegeven waarbinnen de overtreder de gelegenheid krijgt om mondeling of schriftelijk zijn zienswijze naar voren te brengen op de voorgenomen bestuursrechtelijke sanctie (artikel 4:8 Awb).
9
Begrip VTH Kwaliteitscriteria
Wraken
Zienswijze (artikel 4:8 Awb e.v.)
Zorgvuldigheidsbeginsel
Toelichting Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Op schriftelijke wijze aangeven dat het bestuursorgaan zich het recht voorbehoudt om handhavend op te treden, maar daar niet per direct aan toe komt. De belanghebbenden kunnen hun visie geven op de vraag of er sprake is van een overtreding, of er goede redenen zijn handhaving (tijdelijk) achterwege te laten en op de vraag welke belangen daarmee gediend zouden zijn. Daarnaast kan gereageerd worden op voorgenomen dwangsombedragen en begunstigingstermijn voor zover deze bij het vragen van een zienswijze al bekend zijn. De zienswijze kan mondeling of schriftelijk worden ingediend bij het bevoegde gezag. In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming.
10
Bijlage 3: Reikwijdte VTH-beleid gemeente Veenendaal Nr. 1.
Taakveld Milieu
2.
Bouwen en wonen
3.
Ruimtelijke ordening
4.
Brandveiligheid
5.
Overige activiteiten
Onderdelen Milieu-inrichtingen Bodem Indirecte lozingen Klimaat Aanleg, bouw- en oprichtingsfase sloop (in de zin van de sloopmelding of vergunning) Verwijdering asbest Monumenten en archeologie BAG/Huisnummers Illegaal gebruik van bouwwerken en gronden Illegale sloop, bouw of aanleg Woonkwaliteit/Onveilige bewoning arbeiders Advies taak Wabo Advies brandveiligheid (waaronder evenementen) Toezicht tijdens de bouw Toezicht gebruik bouwwerken (zorginstellingen, bijeenkomst, onderwijs, sport, industrie, logies, kamerverhuur, winkel) Klachten en meldingen Verzoeken tot handhaving
11
Bijlage 4: Wettelijk kader Inleiding Hieronder staat een beknopte opsomming van landelijke en lokale wet- en regelgeving die een rol speelt in het VTH-beleid 2021-2025.
Gemeentewet Zoals al in de inleidende paragraaf is vermeld, staat in artikel 125 lid 2 en 3 van de Gemeentewet dat het college van B&W of de burgemeester een bevoegdheid heeft om handhavend op te treden. Letterlijk staat er dat het college of de burgemeester een last onder bestuursdwang kan opleggen. Wie een last onder bestuursdwang kan opleggen, mag in plaats hiervan op grond van artikel 5:32 lid 1 Awb ook een last onder dwangsom opleggen. Aan het bestuursorgaan die deze handhavend bevoegdheden heeft, worden in de Awb ook allerlei toezichtsbevoegdheden gegeven. Dit artikel in de gemeentewet vormt dus de wettelijke basis voor het college of de burgemeester om toezicht uit te oefenen en de herstelsancties last onder bestuursdwang en last onder dwangsom op te leggen. Het college heeft de bevoegdheid om toezichthouders aan te stellen. Daarnaast stelt het college op grond van artikel 142 Wetboek van Strafvordering Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) aan. Deze Boa’s hebben opsporingsbevoegdheden binnen het strafrecht. Naast de herstelsancties in het bestuursrecht kent het bestuursrecht ook een bestraffende sanctie. De wettelijke basis voor de raad om in een verordening op te nemen dat op overtreding van wettelijke voorschriften een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, is artikel 154b Gemeentewet.
De Boa’s hebben de bevoegdheid om een bestuurlijke strafbeschikking aan te kondigen. Uiteindelijk legt de officier van justitie de strafbeschikking op. Naast de bestuurlijke boete kunnen gemeentelijke Boa’s ook nog een andere bestraffende sanctie aankondigen. De zogenaamde Mulderbeschikking op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. In vroeger tijden vielen alle verkeersovertredingen onder het strafrecht. De Wet Mulder heeft de meest eenvoudige en veelvuldig voorkomende overtredingen, zoals te hard rijden, bumperkleven, door rood rijden, foutparkeren enzovoorts, overgeheveld naar het bestuursrecht. De bestraffing van verkeersovertredingen valt zodoende niet langer onder de regels van het Wetboek van Strafrecht en -Strafvordering, maar onder die van de Awb. Ook de WvW (Wegenverkeerswet) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens zijn van toepassing op de bestraffing van verkeersovertredingen.
Algemene wet bestuursrecht In de Awb (hoofdstuk 5) worden geen bevoegdheden tot het verlenen van vergunningen of het uitvoeren van toezicht en handhaving toebedeeld aan bestuursorganen, maar worden aan de hiertoe bevoegde bestuursorganen en daartoe aangewezen ambtenaren instrumenten gegeven (een gereedschapskist om mee te werken). De voornaamste handhavingsinstrumenten die beschreven staan, zijn de herstelsancties in titel 5.3 van Hoofdstuk 5 te weten de last onder bestuursdwang (afdeling 5.3.1) en de last onder dwangsom (afdeling 5.3.2). Deze instrumenten bieden een bestuursorgaan de bevoegdheden om zelf de overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of te beëindigen dan wel de overtreder een dwangsom op te leggen om dit zelf te doen. Daarnaast staat in titel 5.4 Awb een bestraffende sanctie opgenomen; te weten een bestuurlijke boete. Deze sanctie beoogt leed toe te voegen aan de overtreder en mag naast een herstelsanctie worden opgelegd.
Wet economische delicten Een toezichthouder kan bij het constateren van bepaalde overtreding ook kiezen voor het strafrechtelijke spoor. In de wet economische delicten staan in artikel 1 en 1a veel verwijzingen naar wetsartikelen. Overtreding van die wettelijke artikelen is een delict in de zin van de Wet economische delicten (Wed). Ook in een lokale verordening kan een verwijzing staan naar de Wed. De gemeente Veenendaal heeft BOA’s die zijn aangewezen als toezichthouder in het kader van deze wet. De BOA’s zijn dan bevoegd om strafrechtelijke bevoegdheden toe te passen bij het uitvoeren van hun toezicht. De BOA’s mogen ook een proces-verbaal opmaken en een sanctie aankondigen. Het OM beslist uiteindelijk of er daadwerkelijke tot vervolging wordt overgegaan en legt mogelijk een sanctie op.
12
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wabo is een kaderwet waarmee bevoegd gezag (bij gemeente meestal het college van B&W) één integraal besluit tot vergunningverlening kan nemen waarbij in een besluit diverse aspecten aan de orde kunnen komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving (zoals ruimte, milieu, natuur alsook aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid). Met deze diverse deelvergunningen beoogt de wetgever diverse belangen te beschermen. In hoofdstuk 5 van de Wabo staan bepalingen over de uitvoering en handhaving van de Wabo. In artikel 5.2 Wabo staat een algemene bepaling opgenomen dat het bevoegde gezag zorg moet dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van bepalingen bepaald bij of krachtens de Wabo en een aantal in de Wabo genoemde wetten. In artikel 5.5. Wabo wordt daaraan toegevoegd dat het college zorg moet dragen voor een goede kwaliteit van de uitvoering en handhaving.
Besluit omgevingsrecht In het BOR wordt onder meer invulling gegeven aan diverse bepalingen van hoofdstuk 5 (Uitvoering en handhaving) van de Wabo. In artikel 5.7 Wabo lid 1 staat dat in een AMvB regels worden gesteld over: 1. een strategische en programmatische uitvoering en handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten door de betrokken bestuursorganen; 2. een onderling afgestemde uitoefening van bevoegdheden met betrekking tot de uitvoering en handhaving, bedoeld onder a, en de daarmee samenhangende werkzaamheden tussen de bij de handhaving betrokken bestuursorganen en de onder hun gezag werkzame toezichthouders alsmede over de afstemming van deze werkzaamheden op de werkzaamheden van de instanties die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten; 3. over de prioriteitstelling bij de uitvoering en handhaving voor zover die prioriteitstelling van bovenregionaal belang is.
In artikel 7.2 lid 5 en 6 van het BOR staat dat het Uitvoerings- en handhavingsbeleid (voor zover handhaving en toezicht valt onder de Wabo) ten minste inzicht moet geven in: - de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de krachtens het eerste en tweede lid voorgenomen activiteiten; - de methodiek die de bestuursorganen gebruiken om te bepalen of de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen worden bereikt; - de daarin opgenomen objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen, en - de werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen.
- de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden; - de wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen te bereiken; - de rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; - de wijze waarop bestuurlijke sancties alsmede de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; - de wijze waarop de bestuursorganen handelen na overtredingen die zijn begaan door of in naam van die bestuursorganen of van andere organen behorende tot de overheid. Voor de basistaken die verplicht worden overgedragen aan een omgevingsdienst moet het Uitvoeringsen handhavingsbeleid bovendien regionaal zijn afgestemd.
Bovenstaande verplichtingen gelden voor de activiteiten waarvan de handhaving verloopt via Hoofdstuk 5 van de Wbo (en bijvoorbeeld niet voor de activiteiten van artikel 2.2 Wabo (kapvergunningen etc..) of handhaving op grond van de APV of de DHW.
VTH-verordening De gemeenteraad heeft op grond van artikel 5.4 lid 1 aanhef en onder b Wabo een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Veenendaal (VTH-verordening) vastgesteld 23 juni 2016.
13
Deze verordening heeft betrekking op de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de wetten (onder andere de Wabo, Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Natuurbeschermingswet) voor wat betreft de taken die de Omgevingsdienst Regio Utrecht uitvoert. En de verordening heeft betrekking op de kwaliteit van de taken die het college aanwijst en die niet door de Omgevingsdienst Regio Utrecht worden uitgevoerd. In de VTH-verordening is verder bepaald dat op de uitvoering en de handhaving van de taken van de Omgevingsdienst Regio Utrecht en de overige aangewezen taken de kwaliteitscriteria van toepassing zijn.
Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet zijn opgegaan de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. In hoofdstuk 7 van deze wet is handhaving geregeld. In dit hoofdstuk staat onder andere welke bestuursorganen zijn belast met toezicht en handhaving. Er worden handhavingsinstrumenten genoemd en een koppeling gemaakt met de Wabo.
14
Bijlage 5: Bestuurlijk- en beleidskader Veenendaal heeft de ambitie zich verder te ontwikkelen tot een duurzame, groene, ondernemende, sociale, veilige en bereikbare gemeente. Veenendaal wil de komende jaren voortvarend aan de slag en wil gaan werken aan de transitie naar een duurzame en groene gemeente, het versterken van de arbeidsmarkt, aan het behouden van de vitale winkelstad, aan de realisatie van Veenendaal als landelijk ICT-centrum voor Food, aan de uitwerking van de Visie Sociaal Domein en aan de verbetering van de bereikbaarheid van Veenendaal. In de begroting van 2021 en verder worden bedragen opgenomen voor de uitvoering van het werk rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er wordt gewerkt binnen dit VTH-beleidskader. Dat is gebaseerd op een risicoanalyse, die van dit beleid deel uitmaakt. De beschikbare financiën zijn voldoende om de taken adequaat uit te voeren, hetgeen blijkt uit de jaarlijkse check hierop door de provincie Utrecht. Dit is het Interbestuurlijke Toezicht (IBT). Elk jaar wordt er een Handhavingsuitvoeringsprogramma en Jaarverslag (UVP/JV) opgesteld.
Bijlage 6: Bestuur en organisatie Besluitvorming op (vergunnings)aanvragen, toezicht en handhaving zijn een kerntaak van de gemeente, die hierin duidelijk haar verantwoordelijkheden heeft en neemt. Bestuur, directie, leidinggevenden en de medewerkers van de teams Toezicht en Handhaving, Ruimtelijke Ordening en Bouwen en Leefbaarheid en Veiligheid hebben ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Het management en de directie hebben onder andere als taak interne processen aan te sturen. Daarvoor is het nodig om het (gewenste) verloop van primaire werkprocessen inzichtelijk te maken, te structureren en te bewaken. Naast de bestuurlijke verantwoordelijkheid, zal duidelijk moeten zijn wie operationeel verantwoordelijk is voor toezicht en handhaving (wie is verantwoordelijk voor de activiteit, (tussen)resultaten en besluitvormingsmomenten). In het kader van deze beleidsnota past het dan ook om de diverse rollen en verantwoordelijkheden van de actoren nader te beschrijven.
De rol van de gemeenteraad Als taken van de gemeenteraad binnen het integraal handhavingsbeleid kunnen worden genoemd: ● het op de politieke agenda plaatsen van het onderwerp toezicht en handhaving; ● het scheppen van randvoorwaarden - zoals formatie en budget - waarbinnen het beleid kan worden ontplooid; ● besluitvorming rondom het Integraal Veiligheidsbeleidsplan; ● het uitdragen van de gemeentelijke handhavingsvisie.
De rol van de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders Voor het handhavingsbeleid is een belangrijke rol weggelegd voor de portefeuillehouder ‘openbare orde en veiligheid’ en ‘handhaving’, uiteraard binnen de verantwoording op het niveau van het college van burgemeester en wethouders. De burgemeester heeft ook een eigen wettelijke verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid. Voorts is de burgemeester bestuurlijk verantwoordelijk voor het verkrijgen van structureel draagvlak en ‘medeaansturing’ van de lokale politie via het zogenaamde driehoeksoverleg. Bovendien is hij eerstverantwoordelijk bij rampen en zware ongevallen. Het college stelt het VTH-beleid, het Jaarverslag en het Jaarprogramma vast.
De rol van de wethouders Actieve steun en betrokkenheid van het hele college bij het handhavingsbeleid is van groot belang. Handhaving heeft namelijk raakvlakken met bijna alle gemeentelijke werkvelden en loopt doorgaans door alle portefeuilles. Dit betekent dat: ● wethouders zich bewust moeten zijn van handhavingsaspecten met betrekking tot hun portefeuille; ● zij ervoor zorgdragen dat ‘handhaving’ doordringt binnen hun portefeuille.
15
De rol van directie en management Toezicht en handhaving hebben raakvlakken met bijna alle gemeentelijke werkvelden. Een actieve bijdrage hiervan is dan ook belangrijk en voor directie en management is dan ook een rol weggelegd, daar waar het betreft: ● het betrekken van het totale management bij het integraal beleid; ● het zorg dragen voor een goede coördinatie en samenwerking tussen de verschillende beleidsvelden; ● het faciliteren van de toezichts- en handhavingstaken.
De rol van samenwerkingspartners Het doel is samen met de ketenpartners, burgers, bedrijven en instellingen verder te werken aan handhaving. Een ieder zal daarom op zijn of haar eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken; elk individu, elke organisatie kan namelijk op eigen wijze in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan een veilige leefomgeving. De samenwerking op verschillende niveaus zal de komende periode worden geïntensiveerd, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande overlegvormen.
Coördinatie en afstemming Bij nieuwe plannen voor bedrijfsvestigingen of het bouwen van bedrijven moeten vaak meerdere vergunningsprocedures worden doorlopen. Daarnaast zal in het bijzonder bij handhavingszaken, duidelijkheid moeten worden gegeven in de achtergronden ten aanzien van de te voeren handhavingstrategie en zullen er in het kader van regionale handhavingsacties, samengewerkt moeten worden. Het is van groot belang dat procedures goed op elkaar worden afgestemd. Via regelmatige overleggen met de andere gemeentelijke disciplines, worden alle te doorlopen procedures op elkaar afgestemd. Dit bevordert de eenduidigheid en daarmee de consistentie van het gemeentelijk beleid tegenover burgers, bedrijven en instellingen. In de regio Utrecht ontmoeten de beleidsmedewerkers of coördinatoren Vergunningen, Toezicht en Handhaving elkaar periodiek rondom thema’s als opleidingen, het VTH-beleid en producten als Jaarverslag en Jaarprogramma. Doel is onderlinge ambtelijke afstemming en doorontwikkeling producten op basis van kwaliteit.
16
Bijlage 7: De Big-8 Cyclus 1. Inleiding De BIG-8 cyclus geeft een spoorboekje voor kwaliteit. Stap voor stap wordt via een zich steeds herhaald proces (dus een cyclus proces) gewerkt aan kwaliteit van beleid en uitvoering van VTH-taken. Dit gebeurt in zeven stappen. Dat klinkt afwijkend. De stap programma en organisatie komt echter in beide cirkels voor en verbindt de cirkels. De BIG 8-cyclus bestaat uit twee cirkels. Hieronder staat een afbeelding van de BIG-8 cyclus.
De linker cirkel is de cirkel voor borging van kwaliteit van beleid, de rechter cirkel staat voor borging van de kwaliteit van uitvoering. De cirkels raken elkaar bij de stap Uitvoering en organisatie waarin het jaarlijkse VTH-uitvoeringsplan wordt opgesteld.
2.2 Overzicht van de stappen Rapportage en evaluatie (stap 1). Hierin worden de omgevingsanalyse, de risicoanalyse, het jaarverslag en evaluatie als het ware samengebracht en vormen input voor het Strategisch beleidskader (stap 2). Strategisch beleidskader (stap 2). Hoofdstukken 2 en 3 van het VTH-beleid. Hierin staan de missie en visie en worden vervolgens doelstellingen vastgelegd die de organisatie wil behalen ten aanzien van deze prioriteiten. Strategie (stap 3). Strategieën worden opgesteld om de gestelde doelen te behalen. In het VTH beleid zijn in hoofdstuk 6 een preventiestrategie, een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie opgenomen, die in diverse bijlagen in de Bijlagenbundel zijn uitgewerkt. Programma en organisatie (stap 4) is de stap die de beide cirkels verbindt. Dit is het jaarlijkse VTHuitvoeringsplan dat is afgestemd op de gemeentelijke organisatie (en formatie). Welke VTH-taken
17
worden er concreet uitgevoerd? Wat is de noodzakelijke formatie en zijn de benodigde financiële middelen? Het VTH-uitvoeringsplan is een apart document en staat niet in het VTH-beleid. Werkwijze (stap 5). Hier worden procedures, protocollen en dergelijke beschreven. Dit wordt uitgewerkt in diverse bijlagen in de Bijlagenbundel en het VTH-uitvoeringsplan. Uitvoering (stap 6): Dit zijn de vergunningen die daadwerkelijk verleend worden en de toezicht- en handhavingstaken die worden uitgevoerd. Monitoring (stap 7): De gemeente monitort met een geautomatiseerd systeem de resultaten en de voortgang van de uitvoering van het beleid en het VTH-uitvoeringsplan. In hoofdstuk 8 van het VTHbeleid wordt naar deze stap verwezen (hoofdstuk 8 VTH-beleid). Evaluatie: periodiek wordt de uitvoering van het VTH-uitvoeringsplan in het daaropvolgende VTHuitvoeringsplan geëvalueerd en beoordeeld of dit aanleiding is tot bijstelling van het VTH-beleid. Dit kan leiden tot bijstelling van de doelen en prioriteiten (paragraaf 5.2 en hoofdstuk 8 VTH-beleid).
Bijlage 8: Evaluatie Vergunningen, toezicht en handhavingsbeleid Gemeente Veenendaal 2015-2020 1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt het VTH-beleid 2015 - 2020 van de gemeente Veenendaal geëvalueerd. In dat beleid worden de algemene beleidsuitgangspunten van deze gemeente geformuleerd. Het beleid beperkt zich tot handhaving van de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals: bouwen, ruimtelijke ordening en milieu. Overige beleidsterreinen zijn buiten beschouwing gelaten. 2. Evaluatie integraal opgepakt Deze evaluatie is tot stand gekomen in samenwerking met de ketenpartners. 3. Relatie tot de Wabo Deze evaluatie is onderdeel van de wettelijk voorgeschreven beleidscyclus (‘Big Eight’). De evaluatie omvat de periode 2015–2020 en is mede gebaseerd op de jaarverslagen met betrekking tot de uitvoering van de handhaving in deze beleidsperiode. 4. Evaluatie VTH-beleid Hieronder worden de belangrijkste evaluatiepunten van het VTH-beleid beschreven. Denk daarbij aan elementen die zeker gecontinueerd moeten worden of onderwerpen die juist in het nieuwe beleid niet of anders geformuleerd moeten worden. Hieronder de evaluatiethema’s die vervolgens in subparagrafen worden uitgewerkt: 1. heroverweging toezichtstrategie (§ 4.1); 2. afwikkeling klachten en verzoeken om handhaving (§ 4.2); 3. investeren in regionale samenwerking (§ 4.3); 4.
beleidsmatige afstemming en organisatorische inbedding beleid (§ 4.4); 4.1 Heroverweging toezichtstrategie Wettelijk gezien moet er integraal toezicht worden gehouden. De wet VTH schrijft toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie voor. In het beleid zijn meerdere vormen van toezicht beschreven. In de praktijk wordt integraal toezicht nog als complex ervaren. Dit betekent dat de doelstellingen reëel moeten zijn maar de ambitie is om, bijvoorbeeld thematisch en projectmatig, intensievere vormen van integraal toezicht na te streven.
18
4.2 Afwikkeling klachten en verzoeken om handhaving Een substantieel deel van de handhavingscapaciteit wordt in beslag genomen door de behandeling van klachten van burgers. Deze klachten vloeien veelal voort uit conflicten tussen buren onderling en niet zo zeer door overige algemene vormen van overlast. Beleidsmatig betekent dit een directe relatie en efficiënte uitvoering tussen risico’s, prioriteiten, capaciteit en doelen. Praktisch gevolg daarvan is besloten om naast de verzoeken om handhaving alleen klachten op te pakken die betrekking hebben op veiligheid. 4.3 Investeren in regionale samenwerking In de afgelopen beleidsperiode is de samenwerking tussen de gemeenten binnen de provincie Utrecht), Omgevingsdienst Regio Utrecht en de VRU geïntensiveerd. Zo is op initiatief van deze samenwerking een provinciaal overleg geïnitieerd. In dit overleg wordt provinciebreed overlegd over nieuwe ontwikkelingen en worden de ‘VTH-cyclusdocumenten’ voorbereid en op elkaar afgestemd. Ambtelijke vertegenwoordigers uit de gemeenten en de Omgevingsdienst Regio Utrecht vormen de ambtelijke kern- of voorbereidingsgroep. Het is wenselijk om bij de samenwerking met deze handhavingspartners vooral te investeren in concrete situaties of projecten. 4.4 Beleidsmatige afstemming en organisatorische inbedding beleid In het nieuwe VTH-beleid moet nog sterker de nadruk liggen op de integrale werkwijze.
Niet alleen met onze handhavingspartners, maar ook met de interne afdelingen. Elk beleidsdocument dat uitvoerend van aard is moet een handhavingsparagraaf bevatten. Dit moet afgestemd worden binnen de taakvelden vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Indien bij uitvoering van werkzaamheden handhaving een rol speelt moet hetzelfde team aangehaakt te worden. Met behoud van de functiescheiding moeten beleid, besluitvorming, toezicht en handhaving wel eenduidig zijn. 5. Samenvatting In de beleidsperiode 2015-2020 is, naar aanleiding van nieuwe wet- en regelgeving, voor het eerst echt ervaring opgedaan met beleidsmatig én integraal toezicht en handhaving. Uit de jaarverslagen en doelstellingen blijkt dat het leren en implementeren niet altijd met die snelheid is verwezenlijkt dan was voorgenomen. In de komende beleidsperiode zal dit proces, ook in regionaal verband, verder worden uitgewerkt.
19
Bijlage 9: Omgevingsanalyse Veenendaal 1. Algemeen De gemeente Veenendaal is met bijna 70.000 inwoners een mooie en groene gemeente, gelegen aan de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei. 4.3 Specificatie per taakveld 4.3.1 Specificatie Milieu Binnen het bedrijvenbestand waarvoor de gemeente bevoegd gezag is, zijn ongeveer 1100 inrichtingen, waarvan 8 BEVI bedrijven en een aantal grote industriële bedrijven. Binnen de gemeente is één BRZO bedrijf (opslag van vuurwerk) aanwezig, waarvoor de provincie Utrecht bevoegd gezag is. Daarnaast is nog een chemisch bedrijf aanwezig die ook onder de bevoegdheid van de provincie Utrecht valt. Inmiddels zijn overal in het land de omgevingsdiensten operationeel en is de provinciale VVGB (verklaring van geen bedenkingen) komen te vervallen. Dit heeft tot gevolg dat het opstellen van het milieudeel van de omgevingsvergunning en toezicht en handhaving van de voormalig provinciale bedrijven sinds 1 januari 2014 dan ook voor rekening van de gemeenten zijn gekomen. Het gaat hierbij in de gemeente Veenendaal om 7 bedrijven. 4.3.2 Specificatie Ruimtelijke ordening en Bouwen In de gemeente Veenendaal worden jaarlijks ongeveer 600 omgevingsvergunningen aangevraagd.
4.3.3 Specificatie Brandveiligheid Het inrichtingenbestand van de gemeente Veenendaal, waarmee de VRU uitvoering geeft aan de Taakuitvoeringsovereenkomst (TUO), bestaat uit vergunning- en meldingsplichtige bouwwerken brandveilig gebruik, evenementen, gebruik brandbeveiligingsverordening en bouwwerken algemeen gebruik. Deze laatste categorie objecten bestaat voor een groot deel uit industriegebouwen welke opgenomen zijn in het Activiteitenbesluit. Het objectenbestand, waarvoor de gemeente als bevoegd gezag verantwoordelijk is, komt voort uit het preventie onderzoek, dat periodiek wordt geactualiseerd. 4.4 Cijfermatige onderbouwing prioriteiten 4.4.1 Methodiek risicomodule Voor het uitvoeren van de risicoanalyse is gebruik gemaakt van de bestaande methodiek die ontwikkeld is door de ANTEA Groep. Met behulp van de Risicomodule is het kwantitatieve deel van de probleemanalyse uitgevoerd. In het onderstaande figuur is de Risicomodule schematisch weergegeven.
Figuur 3: Risicomodule Veenendaal Centraal in de systematiek van de Risicomodule staat de formule: RISICO = KANS maal EFFECT. Deze formule is een internationaal geaccepteerde en veel gebruikte methode om een adequate inschatting te kunnen maken van de benodigde prioriteit van (onder andere) handhavingstaken. Het risico wordt berekend door de scores van het negatief effect te vermenigvuldigen met de kans op niet naleving. De volgende aspecten worden gescoord:
20
● ●
Negatief effect: Hoe groot zijn de negatieve gevolgen als regels niet worden nageleefd? Kans op niet-naleving: Hoe groot is de kans dat een doelgroep de regels niet naleeft?
De elementen [KANS] en [EFFECT] zijn met behulp van Antea Group opgebouwd uit allerlei thema's en variabelen. De thema's zijn standaard van toepassing op elk taakveld, de variabelen binnen een thema zijn per taakveld verschillend. De thema’s die de negatieve effecten omvatten zijn: ● Fysieke veiligheid (o.a. gevaarsindicatie VNG, opslag en gebruik gevaarlijke stoffen); ● Hinder & leefbaarheid (hinder als gevolg van geur, geluid, licht, stof en verkeer); ● Duurzaamheid (bodem, water, afval, verbruik van gas en elektra); ● Volksgezondheid (gebruik toxische stoffen, locatie met asbest, emissie naar lucht). De thema’s die de kans op niet-naleving omvatten zijn: ● Attitude (politieke gevoeligheid, klachten, houding & gedrag); ● Nalevingstabel (spontane naleving van gedragsregels); ● Ervaringscijfers (naleving tijdens toezicht in afgelopen drie jaar). Aan de variabelen zijn scores toegekend die uitdrukking geven aan het risico van een bepaalde taak of object. Op basis van een automatisch rekenmodel komt de totaalscore tot stand. De risico's (conceptprioriteiten) die op basis van de Risicomodule zijn bepaald, zijn voorgelegd aan de medewerkers van de gemeente naar taakveld. Hierbij zijn de onderlinge wegingen aangepast op de praktijksituatie in Veenendaal. Alle criteria kunnen zwaarder of lichter gewogen worden. Dit hangt af van de aanwezigheid van gegevens.
Ontbrekende informatie voor de beoordeling kan niet in de beoordeling worden meegenomen. De Risicomodule wordt om die reden periodiek geëvalueerd en aangepast (zie hoofdstuk Monitoring). Deze totaalscore bepaalt in feite de prioriteit. De risicomodule is uitgevoerd voor de taakvelden milieu, ruimtelijke ordening en bouwen. Per taakveld is de methodiek gevuld met de specifieke gegevens van Veenendaal. Ieder taakveld heeft zodoende eigen prioriteiten. Per risicoanalyse zijn de prioriteiten bepaald. Dat wil niet zeggen dat de hoogste prioriteiten per taakveld automatisch de hoogste prioriteit krijgen in de integrale prioritering. 4.4.2 Indeling prioriteiten In de risicomodule krijgen objecten of taken een kleur toegekend op basis van hun eindscore. Hoe groter de score, des te groter het risico. De prioriteitenstelling uit de risicomodule moet richting geven aan de inzet van mensen, middelen, de frequenties van toezicht en handhaving en de aspecten waarop tijdens het toezicht wordt gelet. De prioriteitenstelling wil zeggen dat overal aandacht aan wordt besteed, alleen met een verschillende handhavingsinzet. Klachten en verzoeken om handhaving worden eveneens getoetst aan dit beleid, hetgeen kan inhouden dat aan laag-prioritaire zaken niet direct aandacht wordt geschonken.
Deze zaken worden, al dan niet projectmatig, op een nader te bepalen moment binnen de beleidsperiode 20215-2024 in behandeling genomen. Uiteraard wordt dit wel met de klager gecommuniceerd. In de risicomodule worden vijf kleuren gebruikt: rood, oranje, geel, lichtgroen en donkergroen. De kleur bepaalt welke inzet gepleegd wordt op dat object of die taak. Hieronder een korte omschrijving wat betreft inzet en behandeling per kleur. Categorie
Omschrijving
Rood = Zeer groot risico Oranje = Groot risico
Structurele toekenning van een volledige capaciteit. Toezicht op en handhaving van overtredingen: proactief beleid Inzet van een gemiddelde capaciteit. Toezicht en handhaving projectmatig, gebiedsen Geel = Beperkt risico steekproefsgewijs. Nader onderzoek naar oorzaak overtredingen. Inzet van een zeer beperkte capaciteit. Registreren en analyseren van incidenten. Verder een gerichte Lichtgroen = Klein risico inzet van de capaciteit op effecten in naleefgedrag met als doel het Donkergroen = Zeer klein risico vergroten van de voorbeeldfunctie (bijv. door vooraankondigingen controles in media en publicatie van uitgevoerde controle- en handhavingsacties).
21
Altijd controle indien er sprake is van een cluster van incidenten. 4.4.3 Bestuurlijke prioriteiten De uitwerking van de bestuurlijke prioriteiten is terug te zien in het overzicht uit de Risicomodule. Omwille van de dynamiek van een risicomodule zijn deze vormgegeven als addenda in het VTH-beleid. Op basis van de jaarlijkse evaluatie kan de risico-analyse, en daarmee ook de prioriteitsstelling aangepast worden vastgesteld.
22
Bijlage 10: Toelichting Risico analyse en prioritering Inhoud Risicomodule De Risicomodule geeft inzicht in risico’s met betrekking tot effecten en naleefgedrag. De volgende criteria zijn in de modules opgenomen: Bouw- en woningtoezicht Fysieke veiligheid / Hinder/ Leefbaarheid ● aantal personen aanwezig ● complexiteit van de constructie ● wijziging in gebruik of functie ● vrijkomen gevaarlijke stoffen bij sloop ● impact op de beeldkwaliteit ● verloedering en sociale onveiligheid ● afval en verstoring ● gevolgen openbare orde/veiligheid/gezondheid Duurzaamheid ● duurzaamheid materiaalgebruik ● levensduur gebouw ● energie- en waterverbruik Volksgezondheid ● gevaarlijke stoffen bij sloop ● toegankelijkheid/bereikbaarheid ● ventilatie ● daglicht Milieu Fysieke veiligheid / Hinder/ Leefbaarheid ● gevaarsindicatie VNG ● BEVI-inrichting ja of nee? ● opslag en gebruik gevaarlijke stoffen ● risicoregistratie RIVM (RRGS) ja of nee? ● geluidsafstanden ● geurafstanden ● stofproductie (luchtkwaliteit) ● lichthinder/ visuele hinder ● verkeersaantrekkende werking Ruimtelijke ordening Fysieke veiligheid / Hinder/ Leefbaarheid ● opslag gevaarlijke stoffen ● veiligheid constructie ● brandveiligheid gebouw ● bereikbaarheid ● aantasting leefomgeving (beeldkwaliteit) ● verloedering ● overlast illegale bewoners/gebruikers ● aantasten woongenot ● toename parkeerdruk/verkeer aantrekkende werking ●
invloed milieucontour Duurzaamheid ● toename bouwwerken/verhard oppervlak ● afname oppervlakte aan water ● schade aan waardevol gebied Volksgezondheid ● ligging binnen zonering ● gezondheidsrisico’s algemeen
23
Naleving Attitude, per taakveld ingevuld: ● politieke gevoeligheid ● fraudegevoeligheid ● klachten ● interne organisatie Tafel van Elf, per taakveld ingevuld: ● kennis van regels ● kosten/baten (kosten vergunning in relatie tot voordeel overtreding) ● mate van acceptatie van regels ● normgetrouwheid doelgroep ● informele controle (kans op controle door niet-overheid) ● informele meldingskans (kans op melding of klacht door derde) ● controlekans (kans op controle door overheid) ● detectiekans (kans op constatering overtreding tijdens controle) ● selectiviteit (kans op thematische controle) ● sanctiekans (kans op sanctie na constatering overtreding) ● sanctie-ernst Ervaringscijfers, per taakveld ingevuld: ● naleefpercentage ● ernst van de overtreding ● snelheid herstelsanctie ● aantal opgelegde dwangsommen Alle criteria kunnen zwaarder of lichter gewogen worden. Dit hangt af van de aanwezigheid van gegevens. Wat je niet weet, kun je ook niet beoordelen. De Risicomodule wordt om die reden periodiek geëvalueerd en aangepast. De volledige lijst met resultaten van de risicoanalyse zijn per taakveld weergegeven. De risico’s zijn ingedeeld in vijf categorieën, van zeer groot tot klein risico. De Risicomodules van de vier taakvelden zijn per taakveld gerangschikt naar prioriteit.