CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.a. Vaststelling bestemmingsplan Dennenlaan 23 tot 73 - Toelichting

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Dennenlaan 23 tot 7326.364 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

26

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73 podzolbodem wel deels intact is aangetroffen. DVoor deze twee delen van het plangebied adviseert Vestigia om de bestaande dubbelbestemming Waarde –Archeologie - Middelhoog in stand te houden. Echter wordt dit deel met de nieuwbouwplannen verstoord en gezien de vrijstellingsgrens van 5.000m2 is er geen nader onderzoek noodzakelijk en is er geen reden meer om deze dubbelbestemming in stand te houden. Voor de rest van het plangebied geldt op basis van het uitgevoerde verkennend booronderzoek een lage archeologische verwachting. Eventuele archeologische waarden uit dit deel van het plangebied zullen in de recente tijd verstoord zijn geraakt. Vestigia adviseert daar dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ); de dubbelbestemming kan hier worden verwijderd. 5.4.3

Conclusie

De archeologische dubbelbestemming zal komen te vervallen. Er zijn geen verdere beperkingen voor de ontwikkeling.

5.5

Cultuurhistorie

5.5.1

Wettelijk kader

In 2010 is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.

5.5.2

Cultuurhistorische kenmerken

In 2018 is de cultuurhistorische waardenkaart door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. De cultuurhistorische waardenkaart bestaat uit kenmerkenkaarten voor de disciplines landschap en gebouwde omgeving, uit waardenkaarten voor diezelfde aspecten, uit een viertal themakaarten en uit een integrale ensemblekaart, waarop de gebieden die staan die – samen met de sectorale landschappelijke en gebouwde kaarten – het palet aan cultuurhistorisch erfgoed van de gemeente Veenendaal laten zien. De thema’s waarop in het bijzonder ingezoomd is, zijn vervening, industrie, religie en militair erfgoed. Deze vier thema’s vormen een belangrijk deel van het ‘verhaal van Veenendaal’, waarvan in wisselende hoeveelheden ook nog relicten in het huidige Veenendaal – ondergronds, landschappelijk of gebouwd – terug te vinden zijn. 5.5.3

Toetsing bouwplan

De panden aan de Dennenlaan hebben geen cultuurhistorische waarden. 5.5.4

Conclusie

Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling.

5.6

Conventionele explosieven

Het is bekend dat in de gemeente Veenendaal tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen zijn geweest. Dit houdt in dat er op plaatsen mogelijk conventionele explosieven in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Uit de praktijk is gebleken dat circa 10% van de afgeworpen bommen niet is geëxplodeerd en in de bodem is achtergebleven als blindganger. De gemeente Veenendaal heeft in mei 2018 beleid ten aanzien van conventionele explosieven vastgesteld. Door het vaststellen van een gemeentelijk beleid wordt geborgd dat activiteiten met betrekking tot CE binnen de gemeente worden getoetst en daar waar nodig beheersmaatregelen kunnen worden genomen en/of voorgeschreven. Het beleid is tevens bedoeld om eenieder die van plan is grondroerende werkzaamheden binnen de gemeente uit te voeren, te verplichten de benodigde acties te ondernemen met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid en risico's van CE op de

bestemmingsplan

27

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73 betreffende locatie. Het opsporen en verwijderen van (mogelijke) CE wordt alleen uitgevoerd om het risico met betrekking tot CE weg te nemen, en daarmee een veilige werkomgeving en leefomgeving te creëren tijdens uit te voeren werkzaamheden of activiteiten. Dit is ook de reden dat de gemeente Veenendaal altijd ingelicht moet worden als er projectmatig bodemroerende activiteiten plaatsvinden binnen gebieden die als verdacht zijn aangemerkt. Vanwege voortschrijdende inzichten in de gebeurtenissen tijdens de Tweede Oorlog heeft er in 2020 een update van de bodembelastingkaart Conventionele Explosieven plaatsgevonden.

5.6.1

Toetsing bouwplan

Het plangebied aan de Dennenlaan wordt in het uitgevoerde vooronderzoek niet als verdacht aangemerkt. Nader onderzoek naar conventionele explosieven is daarom niet noodzakelijk. 5.6.2

Conclusie

Vanuit het aspect conventionele explosieven zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling, omdat de locatie niet als verdacht gebied wordt aangemerkt.

5.7

Ecologie

5.7.1

Wettelijk kader

Voor ecologie moet er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met soortbescherming gericht en met gebiedsbescherming. De natuurbescherming in Nederland is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming zorgt voor een goede natuurbescherming van planten- en diersoorten, natura 2000-gebieden, en bossen. Sommige plant- en diersoorten worden beschermd omdat ze als kwetsbaar worden gekenmerkt. De Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet, en de Flora- en Faunawet zijn vanaf 1 januari 2017 opgenomen in de Wet natuurbescherming. De provincie is het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierin worden de soortbescherming en de gebiedsbescherming nader belicht omdat beide voor het bestemmingsplan van belang zijn. De regels die voorheen in de Boswet waren opgenomen zijn binnen het plangebied niet van toepassing omdat het gehele gebied binnen de bebouwde kom ligt. Een nadere beschrijving van dit deel van de wet is dan ook niet opgenomen. Soortbescherming Een belangrijk doel van de wet is het beschermen van alle soorten planten- en dieren die in het wild in Nederland voorkomen. De wet gebiedt dat alle in het wild levende dieren en planten in principe met rust worden gelaten, wat is vastgelegd in de algemene zorgplicht. In de regelgeving heeft de gunstige staat van in stand houding van soorten een prominentere plek gekregen.

De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen: Strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de tweede categorie staan andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. Provincies hebben de mogelijkheid om voor bepaalde soorten aanvullende maatregelen vast te stellen. De provincie Utrecht heeft hiervoor al een lijst opgesteld met prioritaire soorten en aanvullende maartregelen per soort. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is van toepassing op natuurgebieden die door de overheid zijn aangewezen in het kader van de vogelrichtlijn en/of de habitatrichtlijn. De Habitatrichtlijn richt zich op de bescherming van natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen planten- en dierensoorten. De Vogelrichtlijn richt zich op de bescherming van leefgebied van beschermde vogelsoorten. Belangrijk is dat ruimtelijke projecten niet zonder meer mogen worden gerealiseerd in beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Projecten die in de nabijheid van beschermde natuurgebieden (inclusief de Habitatrichtlijngebieden) worden geprojecteerd, dienen te worden getoetst op de mogelijke negatieve effecten die zij op deze gebieden kunnen hebben (externe werking).

28

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

Indien een negatief effect vermoed wordt dan moet bij de Provincie een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd worden. De Provincie zal naar aanleiding van de aanvraag een beschikking opstellen. De beschikking kan een verbod van het project betekenen of voorwaarden verbinden aan de uitvoer. De Wet natuurbescherming beschermt geen gebieden buiten de natura 2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland Naast de volgens de wet aangewezen gebieden kent Nederland het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Het NNN is bedoeld voor het ontwikkelen van ecologische zones tussen verschillende natuurgebieden zodat populaties met elkaar in verbinding blijven en versnippering van natuur wordt tegen gegaan. Het is uiteraard niet wenselijk dat een ontwikkeling een verstorende werking heeft op de functie van deze verbindingszones. Deze zones zijn niet beschermd volgens de Wet natuurbescherming maar krijgen planologische bescherming doordat deze in bestemmingsplannen worden opgenomen. Projecten en bestemmingsplannen worden getoetst aan dit provinciale beleid.

5.7.2

Toetsing bouwplan

Onderzoek Wet natuurbescherming Voor het plangebied is een flora en fauna onderzoek uitgevoerd en bleek er een ontheffing nodig in het kader van de Wnb. Deze ontheffing is verleend Bijlage 4. In het plangebied zijn nesten van gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen aangetroffen. Deze zullen met de ontwikkeling worden aangetast. Daarom zijn er tijdelijke mitigerende maatregelen genomen voor tijdens de sloop en de nieuwbouw en in de nieuwbouw komen er weer definitive plaatsen terug waar deze dieren gebruik van kunnen maken. Het voorgestelde plan van aanpak is akkoord bevonden door de Provincie Utrecht. Onderzoek stikstofdepositie Voor de ontwikkeling is een stikstofdepositieberekening gemaakt Bijlage 5. In de gebruiksfase is geen stikstofdepositie berekend van afgerond meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Negatieve effecten op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn hiermee uitgesloten. Aangezien er geen negatieve effecten worden gevonden op natuurgebieden die binnen de 5 kilometer liggen van het plangebied, zijn hiermee effecten buiten de 5 kilometer ook uitgesloten. Omdat tijdelijke emissies van bouwprojecten zijn vrijgesteld voor het onderdeel stikstofdepositie in de wetgeving voor natuur, zijn hiermee alle mogelijke effecten van de planontwikkeling op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden uitgesloten. 5.7.3

Conclusie

Vanuit flora en fauna en stikstof zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling, mits de voorwaarden uit de ontheffing worden nagevolgd.

5.8

Geluid

5.8.1

Wettelijk kader

Tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh) is een koppeling gelegd. Dat blijkt uit art. 76 en 76a van de Wgh. Dit betekent dat de geluidssituatie binnen het plangebied moet voldoen aan de voorwaarden uit de Wgh. Als nadere invulling van deze voorwaarden heeft de gemeente Veenendaal de beleidsregel hogere waarden Wgh opgesteld. In het kader van de Wet geluidhinder liggen er zones rond wegen en spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Wegen op een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderzoek worden gedaan naar de geluidbelasting. Binnen de geluidszone geldt een voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting ter plaatse van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of terreinen. Hierbij geldt een afzonderlijke toetsing per weg, spoorweg of industrieterrein. Bij overschrijding van de voorkeurswaarde moet worden onderzocht of geluid reducerende maatregelen getroffen kunnen worden, waarbij de volgorde bron- overdracht- en ontvangermaatregelen de voorkeur

bestemmingsplan

29

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73 geniet. Beleidsregel hogere waarden Pas als blijkt dat niet aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan kan het college van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde verlenen (ontheffing van de voorkeurswaarde). Hierbij geldt wel een maximale ontheffingswaarde. Voordat een hogere waarde vast te stellen dienen bron- en overdrachtsmaatregelen afgewogen te worden. In deze beleidsregel worden randvoorwaarden genoemd voor het toestaan van hogere geluidsbelastingen dan de voorkeurswaarde. De voorwaarden zijn geformuleerd als eis of als inspanningsverplichting. Indien niet aan de inspanningsverplichting kan worden voldaan dient de initiatiefnemer te motiveren waarom dit niet kan of waarom voor een alternatieve oplossing is gekozen. 5.8.2

Toetsing bouwplan

Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de Kerkewijk, daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd Bijlage 6. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting ten gevolge van verkeer over de Kerkewijk niet tot een overschrijding van de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB leidt. De hoogst berekende waarde is 36 dB inclusief correctie art. 3.4 uit het RMG 2012. Hierom zijn aanvullende maatregelen niet nodig voor deze weg. De geluidsbelasting op de gevels van de geplande woningen door het verkeer over de 30 km/uur wegen bedraagt ten hoogste 52 dB inclusief aftrek conform artikel 3.4 uit het RMG 2012. Dit is hoger dan de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Dit betreft echter geen wettelijke toets doordat 30 km/u wegen zijn uitgezonderd van wettelijke zonering. Wel zullen de gevels voldoende geisoleerd moeten worden om een goed akoestisch binnenniveau te waarborgen. De berekende geluidsbelasting ter plaatse van de woningen ten gevolge van railverkeer bedraagt ten hoogste 45 dB (Lden). De ten hoogste toelaatbare waarde van Lden 55 dB uit de Wet geluidhinder wordt niet overschreden. Hiervoor is geen aanvullende actie nodig. 5.8.3

Conclusie

Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plekke van de Dennenlaan.

5.9

Bedrijven- en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Der basis hiervoor vormt de Wet milieubeheer. In de VNG handreiking 'bedrijven en milieuzonering' 2009 zijn de aan te houden afstanden opgenomen. Hieraan wordt het plan dan ook getoetst. Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) dienen binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen.

5.9.1

Toetsing bouwplan

Het project heeft betrekking op vervanging van bestaande woningen door nieuwe woningen/appartementen. Er worden in de toekomstige situatie meer woningen gerealiseerd. Realisatie daarvan vindt echter plaats binnen al toegestane woonfunctie. Voor aspecten bedrijven en milieuzonering is alleen bestemming Maatschappelijk gelegen tegenover van de nieuwe woningen van belang. Omdat de nieuwe woningen op plaats van bestaande woningen worden gerealiseerd is er geen sprake van verandering dat kan leiden tot verandering van afstanden. Er kan aangenomen worden dat de toekomstige woonkwaliteit niet afwijkt van bestaande situatie. Uitbreiding van woongebouwen aan de achterkant bevindt zich niet in de nabijheid van bedrijfsbestemmingen. 5.9.2

Conclusie

Er is geen relevante wijziging in de situatie van de bedrijven- en milieuzonering. Er zijn geen belemmeringen voor het planvoornemen.

30

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

5.10

Luchtkwaliteit

5.10.1 Wettelijk kader Voor luchtkwaliteit zijn de luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5.2) van de Wet milieubeheer van kracht. Hierin is vastgelegd dat onder meer ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. Deze Wet is nader uitgewerkt in Besluiten en Regelingen, waarvan het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate (nibm), het Besluit gevoelige bestemmingen en de Regeling beoordeling de belangrijkste zijn. Daarnaast is ook het beginsel van een goede en duurzame ruimtelijke ordening van belang. Niet in betekenende mate (nibm) Alleen projecten die ‘in betekenende mate’ bijdragen aan de concentraties luchtvervuiling worden getoetst aan de grenswaarden. Er dient te worden onderzocht of een project ‘in betekenende’ mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Het Besluit nibm bepaalt dat een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtvervuiling als deze minder dan 3% van de grenswaarde, ofwel 1,2 microgram per m3. De Regeling nibm is hier een nadere uitwerking van. Hierin is bepaald dat woningbouwprojecten tot 1.500 woningen en kantoren tot 100.000 m 2 zijn vrijgesteld van toetsing aan de wettelijke grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof. Besluit gevoelige bestemmingen Kinderen, ouderen en zieken zijn gevoeliger voor luchtvervuiling en worden daarom extra beschermd.

Op basis van het Besluit gevoelige bestemmingen gelden voor gevoelige bestemmingen nabij wegen zwaardere beperkingen. Zo mogen binnen 300 meter van rijkswegen en 50 meter vanaf provinciale wegen geen bestemmingen voor langdurig verblijf als kinderdagverblijven, scholen of verzorgingstehuizen worden gebouwd, als de wettelijke grenswaarden worden overschreden. Het Besluit verplicht overheden om onderzoek uit te voeren naar de concentraties stikstofdioxide en fijn stof. Voor gemeentelijke wegen geldt een zwaardere motiveringsplicht. Concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof De Omgevingsdienst heeft de concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof voor het jaar 2015 en 2025 berekenend met het rekenmodel GeoMilieu. De wettellijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde ligt op 40 microgram per m3. De uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide van 200 microgram per m3 wordt overschreden wanneer de concentraties gemideld op jaarbais boven de 60 microgram per m3 uitkomen.

5.10.2 Toetsing bouwplan De gewenste ontwikkeling kan gezien worden als project wat 'niet in betekende mate' van belang is voor de luchtkwaliteit, waardoor het effect van het project op de luchtkwaliteit niet getoetst hoeft te worden. Andersom gezien wordt navolgend in beeld gebracht wat de luchtkwaliteit ter plekke van het plangebied is. In de tabel wordt een overzicht gegeven van de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) en van de waarden ter plekke van het plangebied. Daaruit blijkt dat de huidige bekende achtergrondconcentraties en de verwachte achtergrondconcentraties ruim lager zijn dan de grenswaarden. Concetratie 2018 Dennenlaan

Concetratie 2030 Dennenlaan

Grenswaarde

NO2

16-18 µg/m3

10-12 µg/m3

40 µg/m3

PM10

20-21 µg/m3

17-18 µg/m3

40 µg/m3

PM2,5

12,5-13 µg/m3

10-10,5 µg/m3

25 µg/m3

Tabel 4.1: Grensw aarden luchtkw aliteit en w aarden ter plekke van het plangebied (bron: Geoloket)

De World Health Organisation (WHO) en Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) hanteren advieswaarden voor fijn stof en zeer fijn stof van respectievelijk 20 µg/m3 en 10 µg/m3. Dit ligt duidelijk lager dan de wettelijke grenswaarden. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, is zal de jaargemiddelde

bestemmingsplan

31

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73 concentratie van (zeer) fijn stof verder afnemen in de toekomst. De toekomstige concentratie van PM10 voldoet in 2030 aan de advieswaarde. De huidige en toekomstige waarden zijn acceptabel voor een goed woon- en leefklimaat. 5.10.3 Conclusie Door de beperkte omvang van de ontwikkeling, is het 'niet in betekende mate' van belang voor het effect op de luchtkwaliteit. Ook blijkt dat voldaan wordt aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Er zijn dan ook geen belemmeringen vanuit het aspect luchtkwaliteit.

5.11

Mobiliteit

5.11.1 Wettelijk kader Op 26 november 2020 heeft de raad de Notitie parkeernormen Veenendaal 2020 vastgesteld. De parkeernormen zijn hiermee herzien. In het vastgestelde beleid worden flexibelere parkeernormen toegepast, waardoor er meer maatwerk mogelijk is bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Veenendaal. Hierbij wordt meer rekening gehouden met het bestaande stedelijk gebied en met de mogelijkheden om met andere vervoerswijzen te reizen naast de personenauto. Ook worden er fietsparkeernormen geïntroduceerd om de positie van Veenendaal als fietsstad verder te versterken. Tot slot kunnen initiatiefnemers van grote ruimtelijke ontwikkelingen met behulp van een mobiliteitsplan gemotiveerd een reductie op de parkeernormen verdienen door andere vormen van mobiliteit aan te bieden en gebruik te maken van de kwaliteiten die aanwezig zijn in de nabije omgeving van het plangebied. 5.11.2 Toetsing bouwplan In de parkeernormennotite 2020 wordt Veenendaal opgedeeld in vijf zones waarin verschillende parkeernormen gelden. De Dennenlaan is gelegen in zone 4. Er worden 14 appartementen gerealiseerd, 28 appartementen <60m2 en 28 benedenbovenwoningen. Onderstaand is dit uitgewerkt in een tabel. Appartement (Sociale huur)

14 stuks

1,1 pp

15,4

woning <60m2

28

0,8 pp

22,4

benenden bovenwoning (sociale huur)

28

1,1 pp

30,8

totaal

70

68,6

De totale hoeveelheid benodigde parkeerplaatsen is daarmee 69. Er worden in het plangebied 70 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd en er zijn 15,6 parkeerplaatsen aan de Dennenlaan beschikbaar voor het bezoekersparkeren. Er zijn dus voldoende parkeerplaatsen beschikbaar voor de ontwikkeling. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie kan gebruikgemaakt worden van de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Daarin wordt de de gemiddelde verkeersgeneratie van een sociaal huurappartement geschat op 3,6 mvt/etmaal in de rest bebouwde kom van matig stedelijk gebied. Met voorliggend bestemmings worden er 18 extra woningen gerealiseerd, waardoor de toekomstige verkeersgeneratie wordt vergroot met 64,8 mvt/etmaal. Deze toename wordt opgevangen in het heersende verkeersbeeld, is niet in betekende mate en leidt niet tot onevenredige milieuhinderhinder. Het plan gaat nu uit van 64 woningen dus er worden 12 extra woningen gerealiseerd waardoor de toekomstige verkeersgeneratie wordt vergroot met 43,2 mvt/etmaal. Deze toename wordt opgevangen in het heersende verkeersbeeld, is niet in betekende mate en leidt niet tot onevenredige milieuhinderhinder. 5.11.3 Conclusie Het plan voldoet aan de notitie parkeernormen 2020 en het verkeer vormt slechts een beperkte toename. Het aspect mbiliteit levert geen belemmeringen voor de ontwikkeling op.

32

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

5.12

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r) in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de procedure voor de vormvrije m.e.r.- beoordeling. Voor een aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, zal door de initiatiefnemer een aanmeldnotitie opgesteld moeten worden. Na het indienen van de aanmeldnotitie dient het bevoegd binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbeslissing te nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. Vervolgens moet de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is vereist als een besluit wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en de besluiten (kolom 4) die daaraan zijn gekoppeld, in gevallen waarin de omvang van activiteiten onder de drempelwaarden (kolom 2 van de D-lijst) liggen. 5.12.1 Toetsing bouwplan De voorgenomen ontwikkeling komt voor op de D-lijst onder de categorie D.11.2 van het Besluit m.e.r. De genoemde drempelwaarde bij deze activiteit bedraagt 2.000 of meer. De toename in woningen van de voorgenomen activiteit blijft met een aantal van 18 onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van onderdeel D. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht.

Er dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Door de initiatiefnemer is een aanmeldingsnotitie opgesteld die wordt beoordeeld door het bevoegd gezag (Bijlage 7). Voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd dient het bevoegd gezag een besluit te nemen. Kenmerken van de activiteit Gelet op alle kenmerken van het project ten opzichte van de referentiesituatie en de uitkomsten van de daarbij verrichte onderzoeken, kan worden uitgesloten dat het verschil tussen de milieueffecten, van het nieuwe plan, en de milieueffecten, van de referentiesituatie, belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Locatie van het project De realisatie van het project heeft geen negatieve gevolgen voor flora en fauna, de natuurlijke kenmerken van het Natura-2000 gebied(en) Binnenveld en/of invloed op waardevolle structuren of elementen in het gebied. Door het treffen van diverse maatregelen is de invloed van het project op de omgeving zeer gering. Soort en kenmerken van het potentiële effect Gelet op alle kenmerken van het project ten opzichte van de huidige situatie en de uitkomsten van de daarbij verrichte onderzoeken, kan worden gesteld dat het verschil tussen de milieueffecten van de aangevraagde situatie en de milieueffecten van de huidige situatie geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben.

Er zijn geen essentiële milieueffecten, die door middel van een milieueffectrapport nader onderzocht moeten worden. Voor de verschillende milieueffecten kan op basis van beschikbare onderzoeken behorende bij het bestemmingsplan beoordeeld worden of er sprake is van potentiele effecten. Er is derhalve geen m.e.r.-procedure noodzakelijk. 5.12.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals omschreven in het Besluit milieueffectrapportage onder D 11.2. De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling blijft weliswaar onder de aangegeven drempelwaarden uit kolom 2, maar op grond van de nieuwe wetgeving is alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. De conclusie van de m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied zelf en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Geconcludeerd wordt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht en dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk wordt geacht.

bestemmingsplan

33

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

5.13

Totaalbeeld aspecten

Uit alle gevoerde onderzoeken komt naar voren dat het bestemmingsplan niet op onacceptabele gevolgen of belemmeringen stuit voor de directe omgeving.

34

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

Hoofdstuk 6 6.1

JURIDISCHE PLANOPZET

Inleiding

Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat verbeelding en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding Zoals reeds eerder gesteld is de verbeelding gerelateerd aan de regels (en vice versa) en heeft tevens de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Verder kunnen er binnen een bestemming verklaringen zijn aangegeven. Deze hebben juridisch gezien geen enkele betekenis en zijn uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken.

Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. Toelichting De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtsreeks burgers bindende werking.

6.2

De indeling van de planregels

Het gemeentelijk beleid is vertaald in de planregels. Het deelplan bevat normatieve regels, die bindend zijn voor zowel de overheid als de burger. Daarbij is geprobeerd een flexibel stelsel van regels te ontwikkelen zonder daarbij tekort te doen aan eisen van rechtszekerheid. Gekozen is daarom om het aantal bestemmingen op de verbeelding te beperken tot datgene wat noodzakelijk wordt geacht. Het is voor beide partijen van groot belang, dat de verbeelding en de planregels duidelijke informatie verschaffen. Door het aantal bestemmingen met een minimum te beperken wordt de leesbaarheid en duidelijkheid van zowel de verbeelding als de planregels vergroot. Een leesbaar en duidelijk plan zorgt bovendien voor een plan dat handhaafbaar is. De indeling van de planregels is als volgt: 6.2.1

Inleidende regels (hoofdstuk 1)

Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige planregels goed te kunnen hanteren: begrippen: bevat in het plan gebruikte begrippen die uitleg behoeven; wijze van meten: bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlaktes, percentages, hoogtes, dieptes, breedtes en dergelijke. Hieronder valt tevens de wijze van peilbepaling. 6.2.2 Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Binnen dit plan komen de volgende bestemmingen voor:

bestemmingsplan

35

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

Groen Wonen

G W

6.3 wordt er per bestemming aangegeven wat de gebruiksmogelijkheden en de bouwmogelijkheden zijn. Indien bestemmingsspecifieke flexibiliteitsregels aan de orde zijn worden deze per artikel opgenomen. Algemene flexibiliteitsregels zijn in hoofdstuk 3 opgenomen. 6.2.3

Algemene regels (hoofdstuk 3)

Hoofdstuk 3 bestaat achtereenvolgens uit de volgende artikelen: Anti-dubbeltelregel; Algemene bouwregels; Algemene gebruiksregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene procedureregels; Overige regels. 6.2.4 Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) In hoofdstuk 4 van de regels is het overgangrecht geformuleerd. De formulering is conform de tekst als in het Bro omschreven. Zonder vergunning opgerichte, dus illegale, bouwwerken vallen niet onder het overgangsrecht. Indien de bouwwerken door wetgeving inmiddels vergunningvrij kunnen worden opgericht, worden deze niet als illegaal beschouwd. In de slotregel wordt genoemd hoe het plan kan worden aangehaald.

6.3

Bestemmingen

De bestemmingen bestaan uit een opsomming van omschrijvingen die aangeven hoe een bepaalde plek gebruikt mag worden en wat er op een bepaalde plek gebouwd mag worden. Dit wordt respectievelijk opgesomd in de bestemmingsomschrijving en de bouwregels. Hieronder wordt de voor dit plan geldende bestemming toegelicht. Er wordt aangegeven wat de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn. Groen - G Gebruiksmogelijkheden De voor 'Groen - G' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, watervoorzieningen, voetpaden, beeldende kunst, en speelvoorzieningen. Fietspaden en parkeerplaatsen vallen onder de bestemming Verkeer en vallen niet onder de bestemming Groen. Dit type groen bevat bos, perken, water, plantsoenen, en overige groenvoorzieningen. Speelvoorzieningen en hondenuitlaatvoorzieningen, worden ook mogelijk geacht binnen de bestemming.

Bouwmogelijkheden Op de gronden mogen in principe alleen gebouwen van algemeen nut en overige bouwwerken gebouwd worden. Uitsluitend ter plaatse van een bouwvlak mogen gebouwen, niet zijnde de gebouwen van algemeen nut, met een maximum bouwhoogte van 5 meter gebouwd worden. Afwijken ten behoeve van wegreconstructies Voor het gebruiken van gronden voor niet-ingrijpende herinrichting van het openbaar gebied zoals voor wegreconstructies is het mogelijk om binnen de groenbestemming flexibiliteit toe te staan.Het kan bijvoorbeeld gaan om het toevoegen van een aantal parkeerplaatsen in een groenstrook, het verleggen van trottoirs of het aanbrengen van groenvoorzieningen. Op deze manier wordt de groenbestemming beschermd, maar is er voor het college een mogelijkheid om wegreconstructies doorgang te laten vinden. Een voorwaarde hiervoor is groencompensatie.

Wonen - W

36

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

Gebruiksmogelijkheden Op de gronden met de bestemming 'Wonen - W' mag natuurlijk gewoond worden. Daarnaast is het direct toegestaan om beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen in hoofd- of bijgebouw tot een maximum van 45 m². Dit gebruik is echter wel aan voorwaarden onderhevig, de voorwaarden worden in specifieke gebruiksregels binnen de bestemming opgenomen. Binnen het plangebied zijn de volgende woningtypen toegestaan: 1. ter plaatse van de aanduiding [gs] mogen alleen gestapelde woningen worden gebouwd; Hoewel wonen in een vrijstaand bijgebouw niet toegestaan is geldt er een uitzondering ten behoeve van mantelzorg. Deze is wettelijk geregeld (bijlage II van het Besluit omgevingsrecht). Hierover is daarom geen regeling in het bestemmingsplan opgenomen. Bouwmogelijkheden Ten opzichte van de oude bestemmingsplannen voor de woongebieden is de bestemmingssytematiek zoals vastgelegd op de verbeelding en de regels ingrijpend gewijzigd. Het gedeelte van een woonperceel waarop hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken kunnen worden gebouwd is bedekt met een bouwvlak. Voorheen werd slechts het gedeelte waarop het hoofdgebouw kon worden gebouwd met een bouwvlak aangeduid. Op de bestemming erf waren vervolgens bijgebouwen toegestaan. De gewijzigde sytematiek houdt verband met de uitgangspunten: uniformering en verruiming van de bouwmogelijkheden.

Nu wordt in de bestemmingsregeling onderscheid gemaakt tussen twee zones: het bouwvlak; gebied voor de voorgevel. Het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gebouwd worden. Er zijn twee uitzonderingen waarbij het gebied voor de voorgevel (dus buiten het bouwvlak) wel bebouwd mag worden. Deze uitzonderingen zijn: 1. de erker- en luifelregeling; 2. het geval dat er in de bestaande situatie bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel gesitueerd zijn, deze mogen worden gehandhaafd. Er is een regeling opgenomen voor bijbehorende bouwwerken, waarin de maximum oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken als volgt is gerelateerd aan de grootte van het bouwperceel: 1. in geval van een bouwperceel kleiner dan of gelijk aan 200 m2: 25% van dat bouwperceel; 2. in geval van een bouwperceel groter dan 200 m2: 50m², vermeerderd met 20% van het deel van het bouwperceel dat groter is dan 200 m2, tot een maximum van in totaal 120m². Dit betekent ten opzichte van de oude regeling een aanmerkelijke verruiming van de mogelijkheden voor met name de grotere percelen. Daarnaast is er een ruimere regeling opgenomen voor aanbouwen aan de zijgevel van hoofdgebouwen. Bijbehorende bouwwerken mogen vanaf 1 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd worden. Bij gestapelde woningen zijn de maximale bouwhoogten op de verbeelding aangeduid.

Bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan tot 3,3 meter (goothoogte) en 5 meter (bouwhoogte). Additionele voorzieningen: gedacht kan worden aan: parkeerplaatsen, tuinen, vijvers, garages, carports, erven etc. Overgangsrecht In hoofdstuk 4 is het overgangrecht geformuleerd. De formulering is conform de tekst als in het Bro omschreven. Zonder vergunning opgerichte, dus illegale, bouwwerken vallen niet onder het overgangsrecht. Indien de bouwwerken door wetgeving inmiddels vergunningvrij kunnen worden opgericht, worden deze niet als illegaal beschouwd.

bestemmingsplan

37

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

Hoofdstuk 7

FINANCIEEL-ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden bij een bestemmingsplan met alleen conserverende bestemmingen of wijzigingsbevoegdheden. Een exploitatieplan hoeft ook niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin het kostenverhaal is vastgelegd.

38

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

Hoofdstuk 8

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

Het gemeentelijke beleid is er op gericht om in de voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure een participatietraject te volgen. Om in het voortraject inspraak te kunnen hebben worden belanghebbenden uitgenodigd om te participeren in de totstandkoming van het bestemmingsplan. Dit vervangt de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Met de burgerparticipatie wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van het plan en te reageren op de inhoud. Op 28 oktober was er een inloopbijeenkomst over de nieuwbouwplannen op de Dennenlaan. Hier kwamen ruim 100 geïnterseerden langs. Hier zijn verschillende vragen gesteld over de ontwikkeling. De ontwikkelaar heeft deze vragen beantwoord en middels een brief aan alle omwonenden verstuurd. Direchte omwonenden zijn nogmaals uitgenodigd voor een gesprek.

8.1

Burgerparticipatie

Voorafgaand aan de procedure voor de bestemmingsplanherziening heeft burgerparticipatie plaatsgevonden. De bewonersavonden waren op 28 oktober 2021 en 7 juli 2022. De verslagen zijn bijgevoegd.

8.2

Ontwerp ter inzage legging

Het ontwerpbestemmingsplan ''Dennenlaan 27 tot 73'' heeft met ingang van donderdag 4 mei 2023 gedurende zes weken, tot en met woensdag 14 juni 2023, ter inzage gelegen. Tijdens deze periode bestond gelegenheid voor een ieder hiertegen een zienswijze in te dienen.

bestemmingsplan

39

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

40

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan

41

bestemmingsplan Dennenlaan 27 tot 73

Bijlage 1 Bodemonderzoek

42

bestemmingsplan

BOOT organiserend ingenieursburo bv. Alle opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd overeenkomstig de AV-BOOT 2018.

Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Nader bodemonderzoek conform NTA 5755 LOCATIE

Veenendaal – Dennenlaan/Sparrenlaan KADASTRALE GEMEENTE

Veenendaal SECTIE

OPDRACHTGEVER

C, NUMMERS 1307, 1360, 2245

Stichting Patrimonium Woonservice Postbus 91 3900 AB Veenendaal

DATUM

20 juli 2021

DOCUMENTNUMMER

P20-0541-125

OPGESTELD DOOR

ing. E. Janssen

GEAUTORISEERD

ing. E.A. van Dam

PROJECTLEIDER

ing. E.A. van Dam

GEZIEN

BOOT organiserend ingenieursburo bv Plesmanstraat 5 3905 KZ Veenendaal WEBSITE

www.buroboot.nl

E-MAIL

info@buroboot.nl

Titelpagina Verkennend bodemonderzoek NEN 5740

SOORT ONDERZOEK

Verkennend bodemonderzoek NEN 5707 Nader bodemonderzoek NTA 5755 Dennenlaan/Sparrenlaan

ONDERZOEKSLOCATIE

Veenendaal Stichting Patrimonium Woonservice

OPDRACHTGEVER

Postbus 91 3900 AB Veenendaal Telefoon: 0318-557911 CONTACTPERSOON

De heer D. de Kramer

UITGEVOERD DOOR

BOOT organiserend ingenieursburo bv Plesmanstraat 5 3905 KZ Veenendaal

CONTACTPERSOON

ing. J.R. van Rees

DATUM VOORONDERZOEK

December 2020

DATUM VELDWERK

15 en 16 december 2020 30 maart 2021

DATUM PEILBUISBEMONSTERING

5 januari 2021

VELDWERK DOOR

de heer J.H.J Janssen van Doorn de heer E. Mendels de heer T. Guijt de heer M. Megens (VCMi)

2001/2002/2018

PROJECT

2 / 33

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Veenendaal - Dennenlaan / Sparrenlaan P20-0541-125 20 juli 2021

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ............................................................................................................................................ 5 1.1

AANLEIDING ....................................................................................................... 5

1.2

DOELSTELLING .................................................................................................... 5

1.3

AFBAKENING ....................................................................................................... 5

1.4

LEESWIJZER ......................................................................................................... 6

2

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK............................................................................. 7 2.1

AANLEIDING EN ONDERZOEKSVRAGEN ...................................................................... 7

2.2

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................... 7

2.3

TERREINVERKENNING ............................................................................................ 8

2.4

BODEM EN GEOHYDROLOGIE................................................................................... 8

2.5

BESCHIKBARE DOSSIERINFORMATIE ONDERZOEKSLOCATIE ............................................. 9

2.6

CONCLUSIES VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE ......................................................... 12

2.7

CONCEPTUEEL MODEL NADER BODEMONDERZOEK ..................................................... 13

3

VELDWERKZAAMHEDEN........................................................................................................... 15 3.1

UITVOERING VELDWERK ....................................................................................... 15

3.2

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................. 15

3.3

NORMERING ..................................................................................................... 18

3.4

KWALITEITSBORGING .......................................................................................... 18

4

ONDERZOEKSRESULTATEN VERKENNEND EN NADER ONDERZOEK ............. 19 4.1

BODEMOPBOUW EN GRONDWATER ......................................................................... 19

4.2

VELDWAARNEMINGEN ......................................................................................... 19

4.3

LABORATORIUMONDERZOEK EN TOETSING............................................................... 21

4.4

RESULTATEN LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................... 23

4.5

TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESE ....................................................................... 24

4.6

BEPALING VOORLOPIGE VEILIGHEIDSKLASSE .............................................................. 24

5

ONDERZOEKSRESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK ASBEST ... 26 5.1

VELDONDERZOEK ............................................................................................... 26

5.2

LABORATORIUMONDERZOEK EN TOETSING ............................................................... 27

5.3

BEPALING ASBESTCONCENTRATIE EN TOETSING......................................................... 28

5.4

RESULTATEN LABORATORIUMONDERZOEK EN VELDONDERZOEK .................................... 29

5.5

TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESE ....................................................................... 29

5.6

BEPALING VOORLOPIGE VEILIGHEIDSKLASSE .............................................................. 29

6

ONDERZOEKSRESULTATEN NADER ONDERZOEK..................................................... 30 6.1

RESULTATEN LABORATORIUMONDERZOEK EN VELDONDERZOEK .................................... 30

6.2

SANERINGSNOODZAAK EN SPOEDEISENDHEID ........................................................... 30

6.3

INTERPRETATIE SANERINGSNOODZAAK EN SPOEDEISENDHEID ....................................... 31

6.4

INTERPRETATIE ONDERZOEKSVRAGEN CONCEPTUEEL MODEL ........................................ 31

6.5

BEPALING VOORLOPIGE VEILIGHEIDSKLASSE .............................................................. 31

7

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................ 32 7.1

CONCLUSIES ..................................................................................................... 32

PROJECT

3 / 33

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Veenendaal - Dennenlaan / Sparrenlaan P20-0541-125 20 juli 2021

7.2

AANBEVELINGEN ................................................................................................ 33

Bijlagen A.1

: Topografische ligging

A.2

: Situatietekening verkennend bodemonderzoek

A.3

: Situatietekening verkennend bodemonderzoek asbest

A.4

: Situatietekening nader bodemonderzoek

B

: Beschrijving bodemopbouw

C

: Verklaring analysepakketten, analysecertificaten

D

: Analyse- en toetsresultaten

E

: Normering en certificering

F

: Verklaring onafhankelijkheid

G

: Gegevens vooronderzoek

H

: Voorlopige veiligheidsklasse conform CROW 400

PROJECT

4 / 33

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Veenendaal - Dennenlaan / Sparrenlaan P20-0541-125 20 juli 2021

1

Inleiding In opdracht van Stichting Patrimonium Woonservice is door BOOT organiserend ingenieursburo een verkennend bodemonderzoek incl. asbest en een nader bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel aan de Dennenlaan/Sparrenlaan in Veenendaal. De onderzoeksoppervlakte heeft een grootte van circa 7.250 m². Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage A, blad 2. Het onderzoek is uitgevoerd in drie fasen. In de eerste fase is een vooronderzoek (conform NEN 5725) uitgevoerd. Aan de hand hiervan is de onderzoeksstrategie bepaald. In de tweede fase is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740 en NEN 5707. In de derde fase is een nader bodemonderzoek uitgevoerd (conform NTA 5755) Het veldwerk is uitgevoerd onder erkenning van de BRL SIKB 2000. De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd conform AS 3000.

1.1

Aanleiding Aanleiding voor dit onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en de hiermee gemoeide (grond)werkzaamheden en vergunningaanvraag. In het kader hiervan is het gewenst inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.

1.2

Doelstelling Doel van het verkennend bodemonderzoek is na te gaan of de bodem (met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit van de bodem) geschikt is voor het huidig en/of toekomstig gebruik of dat mogelijk een bedreiging van de volksgezondheid kan optreden. Doel van het verkennend bodemonderzoek asbest is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een bodemverontreiniging met asbest aanwezig is. Op basis van de berekende asbestconcentratie kan een indicatieve uitspraak worden gedaan over het asbestgehalte in de bodem. Het nader onderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de aard, omvang en ernst van de aangetroffen verontreiniging(en). In geval van een ernstig geval van verontreiniging wordt aan de hand van een risico-inventarisatie de spoedeisendheid voor sanering vastgesteld.

1.3

Afbakening Het uitgevoerde onderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek en verkennend bodemonderzoek asbest. Bij een verkennend onderzoek wordt middels vooronderzoek, bestaande uit een historisch onderzoek en terreininspectie, in beeld gebracht of en zo ja waar verontreinigingen worden verwacht. Op basis hiervan wordt een strategie opgesteld voor het veldwerk. Het veldwerk bestaat uit een aantal boringen en asbestinspectiegaten, waarbij de visuele waarnemingen worden vastgelegd en een aantal representatieve mengmonsters worden samengesteld. Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd of de verwachting uit het vooronderzoek juist is. Indien daartoe aanleiding is, dient aanvullend onderzoek te worden gedaan om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van een verontreiniging en wat de omvang daarvan is.

PROJECT

5 / 33

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Veenendaal - Dennenlaan / Sparrenlaan P20-0541-125 20 juli 2021

Middels een verkennend onderzoek wordt beoordeeld of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik en/of een verontreiniging wordt verwacht. Het vaststellen van de bodemkwaliteitsklasse van de bodem/bodemlagen voor toepassing elders maakt hiervan geen onderdeel uit. Het onderzoek is op een zorgvuldige wijze en door gekwalificeerd personeel uitgevoerd. De betrouwbaarheid van het onderzoek wordt hierbij beïnvloed door:

 Beschikbaarheid van historische informatie. Onvolledige historische informatie kan leiden tot een onjuiste onderzoeksstrategie.

 Het onderzoek wordt uitgevoerd conform een gestandaardiseerde methode. Op basis hiervan worden middels een steekproef boringen gedaan en monsters genomen. Doordat de steekproefomvang afgeleid is van de norm wordt een betrouwbaar beeld van de bodemkwaliteit verkregen. Lokale afwijkingen van de bodemkwaliteit kunnen niet volledig worden uitgesloten.

 Het onderzoek betreft een momentopname. Eventuele toekomstige bodembedreigende activiteiten, calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. 1.4

Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de resultaten van het vooronderzoek. De opzet van het veld- en laboratoriumonderzoek volgen in hoofdstuk 3. De resultaten van veldwerkzaamheden, laboratoriumonderzoek en de verontreinigingssituatie staan beschreven in hoofdstuk 4, 5 en 6. In hoofdstuk 7worden conclusies en eventuele aanbevelingen beschreven.

PROJECT

6 / 33

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Veenendaal - Dennenlaan / Sparrenlaan P20-0541-125 20 juli 2021

2

Milieuhygiënisch vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het kader van het vooronderzoek vastgesteld en relevante onderzoeksvragen voor zover als mogelijk beantwoord. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017. Het vooronderzoek heeft betrekking op de gehele onderzoekslocatie, Dennenlaan 26 t/m 34, Dennenlaan 27 t/m 73 en Sparrenlaan 27 en 29 te Veenendaal. Het bodemonderzoek is gericht op de woonblokken. Het openbaar gebied (trottoirs, parkeervakken en wegen) maakt geen deel uit van de onderzoekslocatie. Als eerste stap wordt de aanleiding van het vooronderzoek vastgesteld. Bij vervolgstappen volgt de afbakening van de onderzoekslocatie, het verzamelen van informatie en beantwoorden van relevante onderzoeksvragen en tot slot het trekken van conclusies en opstellen van een hypothese. In bijlage G is de bronvermelding van de verzamelde informatie weergegeven.

2.1

Aanleiding en onderzoeksvragen In de NEN 5725 is een aantal standaard aanleidingen en onderzoeksvragen geformuleerd. De volgende aanleiding is voor onderhavig onderzoek van toepassing:

 het opstellen van de hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uitvoeren van een bodemonderzoek.

 het opstellen van de hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van de arbeidshygienische risico’s. Op basis van de aanleiding(en) van het vooronderzoek zijn voor deze aanleiding(en) een aantal onderzoeksvragen vastgesteld. De onderzoeksvragen zijn beschreven in de NEN 5725 en worden gebruikt als leidraad bij het vooronderzoek. 2.2

Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen in de wijk Gezonken Hoek, binnen de bebouwde kom van Veenendaal. De X-coördinaat op de Topografische Kaart van Nederland is voor de onderzoekslocatie 166.168 en de Y-coördinaat is 447.253. Een topografisch overzicht en een weergave van de situatie is weergegeven in bijlage A. Huidig en toekomstig gebruik De onderzoekslocatie is in gebruik als woonwijk met grondgebonden woningen en bovenwoningen. De achterpaden zijn voorzien van een tegelverharding. De tuinen zijn veelal voorzien van een tegel- of klinkerverharding. De voorgenomen werkzaamheden bestaan uit sloop- en nieuwbouw van woningen. Het toekomstige gebruik van de locatie blijft gelijk.

PROJECT

7 / 33

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Veenendaal - Dennenlaan / Sparrenlaan P20-0541-125 20 juli 2021

Historisch kaartmateriaal De bebouwing is vanaf 1958 op kaartmateriaal zichtbaar. Voor 1958 is de onderzoekslocatie in agrarisch gebruik en gelegen in het dorp Kerkwijk. Vanaf 1965 neemt de bebouwing van Veenendaal toe en wordt Kerkwijk een deel van Veenendaal. Van 1958 tot heden hebben geen grootschalige veranderingen plaatsgevonden op de onderzoekslocatie. Locatiebezoek Op 4 december 2020 is een locatiebezoek uitgevoerd. Hierbij is geconstateerd dat enkele achtertuinen niet vrij toegankelijk zijn en zijn afgesloten met een poort. In de tuinen van Dennenlaan 29 en 43 is een houten schuurtje aanwezig met golfplaat dakbedekking. Op basis van een asbestinventarisatie in november 2020 blijkt dat de golfplaat dakbedekking asbesthoudend is. 2.3

Terreinverkenning De terreinverkenning is direct voorafgaand aan het veldwerk uitgevoerd op 15 en 16 december 2020 en 30 maart 2021. De locatiegegevens zoals genoemd in paragraaf 2.2 is tijdens de terreinverkenning geverifieerd. Tijdens de terreinverkenning op 15 december 2020 zijn de houten schuurtjes in de tuinen van Dennenlaan 29 en 43 niet meer aangetroffen. Het noordelijke terreindeel is compleet opgeschoond waarbij alle beplanting, verhardingen en overige spullen zijn verwijderd.

2.4

Bodem en geohydrologie De onderzoekslocatie is gelegen tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. De bovengrond bestaat uit zwak tot matig humeus zand. De ondergrond bestaat uit matig fijn humusloos zand. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1,5 meter beneden maaiveld. De regionale grondwaterstromingsrichting van het freatisch grondwater is noordoostelijk gericht. De lokale grondwaterstroming kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van (gedempte) watergangen, kabel-, leiding en/of rioolsleuven en grondwateronttrekkingen in de directe omgeving. In onderstaande tabel is een weergave gegeven van de regionale bodemopbouw. Tabel 2.1 Schematische weergave van de regionale bodemopbouw

PAKKET

DIEPTE (M -MV)

SAMENSTELLING

Formatie van Boxtel

0 – 11

Zand, zeer fijn tot matig fijn, siltig, lichtgeel tot donkerbruin.

Formatie van Woudenberg

11 – 12,5

Veen, hoofdzakelijk bestaande uit veen en met weinig klei en zandige klei

Formatie van Drente

12,5 - 26,75

Zand, matig fijn tot matig grof/uiterst grof, grindig, grijsblauw tot bruingrijs.

Formatie van Drente

26,75 – 32

Klei, sterk siltig en gelaagd, stevig, donkergrijs tot donkerbruin.

Gestuwde afzetting

32 - 35

Hoofdzakelijk bestaande uit een afwisseling van grof en midden zand, met weinig klei.

Formatie van Waalre

35 – 50 (eind verk.)

Zand, uiterst fijn tot uiterst grof, plaatselijk sterk grindig, grijs tot grijswit.

PROJECT

8 / 33

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Veenendaal - Dennenlaan / Sparrenlaan P20-0541-125 20 juli 2021

2.5

Beschikbare dossierinformatie onderzoekslocatie In onderstaande tabel is de beschikbare informatie uit het vooronderzoek weergegeven. Tabel 2.2 Verzamelde informatie Bron

Bijzonderheden

Informatie opdrachtgever

Asbestinventarisatie door BOOT, bronnenoverzicht 2020, kenmerk P17-0630039, d.d. 17 november 2020. In de achtertuinen van Dennenlaan 29 en 43 is op de schuren een asbesthoudende golfplaat dakbedekking aangetroffen. Verder zijn in de geïnspecteerde woningen asbesthoudende toepassingen aanwezig, zoals rioolbuis, asbesthoudende zwarte pasta in de mofverbinding in de asbesthoudende riolering, (restanten) vloerzeil

Informatie gemeente

Omgevingsdienst Regio Utrecht

Veenendaal Omgevingsdienst

Historisch bodembestand

Regio Utrecht

Ter plaatse van onderzoekslocatie geen informatie aanwezig.

Geoloket Taxuslaan 12, Hbb-melding bekend. Betreft een melding over bedrijfsactiviteit “gebreide en gehaakte stoffenfabriek” en “lederwarenindustrie (excl. kleding en schoeisel”. Taxuslaan 3 Hbb–melding bekend. Betreft een melding over bedrijfsactiviteit “autodetailhandel (geen reparatie)” Coniferenlaan 2 Hbb-melding bekend. Betreft een melding over bedrijfsactiviteit “veevoeder- en meststoffengroothandel”.

Bodemlocaties en bodemonderzoeken Omgevingsdienst Regio Utrecht Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen bodemlocaties en bodemonderzoeken bekend. Bodemonderzoeken RUD Utrecht Ten noorden en westen van de onderzoekslocatie is een Wbb locatie bekend: 

Wbb locatie UT034500009 Status: ernstig, urgentie niet bepaald. Vervolg Wbb: voldoende gesaneerd.

Ondergrondse tanks Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen ondergrondse tanks bekend. Slootdempingen Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn drie gedempte watergangen bekend. Grenzend aan oostzijde is ter plaatse van de Bosboomlaan ook een gedempte watergang bekend. Dempingen/ophogingen Ter plaatse van onderzoekslocatie geen dempingen/of ophogingen bekend. Boomgaarden Ter plaatse van onderzoekslocatie geen boomgaarden bekend. Ten zuiden van de onderzoekslocatie is boomgaard bekend. Deze is echter gelegen op > 25 meter afstand van de onderzoekslocatie. Bodemkwaliteitskaarten Loodverwachtingskaart: minder dan 100 mg/kg

PROJECT

9 / 33

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Veenendaal - Dennenlaan / Sparrenlaan P20-0541-125 20 juli 2021

Bron

Bijzonderheden Bodemfunctieklasse: Wonen Bodemkwaliteitszone: Wonen II (Veenendaal centrum 1940) Toepassingskaart BG: Wonen Toepassingskaart OG: Landbouw/Natuur Ontgravingskaart BG: kwaliteit niet bekend, altijd verkennend bodemonderzoek uitvoeren Ontgravingskaart OG: Hergebruik mogelijk in zone wonen. Altijd verkennend bodemonderzoek uitvoeren.

Nota bodembeheer Lokale Maximale Waarden (LMW): ter plaatse van voormalige boomgaarden zijn voor bestrijdingsmiddelen (OCB) LMW opgenomen in Nota Bodembeheer. Gebiedsspecifiek beleid PCB: Ten aanzien van PCB geldt een verhoogde achtergrondwaarde van 0,040 mg/kg ds.

PFAS Achtergrondgehalten De achtergrondgehalten voor PFAS (PFOA, PFOS en overige PFAS) zijn per gemeente weergegeven op de PFAS achtergrondgehaltekaart. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt tussen toe te passen grond afkomstig van binnen gemeentegrens en ote te passen grond van buiten de gemeente. Bodemloket

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen bodeminformatie aanwezig.

Op noordelijk aangrenzend perceel is locatie UT034500009 (Sparrenlaan e.o.) bekend. Ook de smalle ZW/NO gerichte locatie ten westen van Groenelaan heeft code UT034500009. RUD Utrecht

Wbb locatie UT034500009 Saneringsevaluatie Locatie: Sanering Sparrenlaan fase 4 Door: Grontmij Oost BV Datum: 30 november 1995 Rapportnr.: 13.3550/HM Ter plaatse van: Hoek Kerkewijk/Spoorlaan. De saneringslocatie is gelegen circa 500 meter ten noordwesten van de Dennenlaan.

Aanvullend bodemonderzoek Locatie: Sparrenlaan, fase 3 Door: Grontmij Utrecht Datum: September 1994 Rapportnr.: 93/7131-02 Ter plaatse: De onderzoekslocatie van het aanvullend bodemonderzoek fase 3 is gelegen tussen Dennenlaan en Middellaan. Aan oostzijde van de voormalige scheidingssloot bevinden zich de achtertuinen van huizen gelegen aan de Groenelaan. Het onderzochte tracé is gelegen vanaf Groenelaan 42 tot aan Middellaan. Conclusie: Volume van bodemmateriaal boven interventiewaarde is naar

PROJECT

10 / 33

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Veenendaal - Dennenlaan / Sparrenlaan P20-0541-125 20 juli 2021

Bron

Bijzonderheden verwachting groter van 25 m³ waardoor sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Opmerking BOOT 10-12-2020: Tekening ontbreekt (groter dan A3-formaat). Zonder tekening is het rapport niet goed te lezen omdat verwezen wordt naar raaien.

Nader onderzoek fase 3 Locatie: Sparrenlaan, fase 3 Door: Grontmij Advies en Techniek Datum: 6 augustus 1993 Rapportnr.: 111/3201/LH Doel onderzoek: Verzamelen van informatie waaruit blijkt over welke afstand en in welke mate de gedempte scheidingssloot in zuidelijke richting verontreinigingen bevat, die in relatie kunnen worden gebracht met de weggenomen verontreinigingen op de gesaneerde locatie Sparrenlaan (hoek Kerkewijk/ Spoorlaan). Ter plaatse: Ten zuiden van de Dennenlaan. Conclusie: De verontreiniging neemt min of meer vanaf de Dennenlaan in zuidelijke richting af van een een sterke verontreiniging (t.p.v. raai 14 en 15) tot een licht tot matige verontreiniging (t.p.v. raai 17, 18, 19). De bron van de verontreiniging bevindt zich vanaf Spoorlaan (saneringslocatie Sparrenlaan) tot de Dennenlaan. Dit is bepaald door middel van laboratoriumonderzoek en zintuiglijke waarnemingen (blauw/groen verfresten). Opmerking BOOT 10-12-2020: Tekening ontbreekt (groter dan A3-formaat). Zonder tekening is het rapport niet goed te lezen omdat verwezen wordt naar raaien.

Nader onderzoek fase 1 en 2 Locatie: Sparrenlaan, fase 1 en 2 Door: Grontmij Advies en Techniek Datum: 22 maart 1993 Rapportnr.: 111/1222/LH Doel onderzoek: Verzamelen van informatie waaruit blijkt over welke afstand en in welke mate de gedempte scheidingssloot in zuidelijke richting verontreinigingen bevat, die in relatie kunnen worden gebracht met de weggenomen verontreinigingen op de gesaneerde locatie Sparrenlaan (hoek Kerkewijk/ Spoorlaan). Ter plaatse: Tracé gedempte scheidingssloot tussen saneringslocatie Sparrenlaan (Hoek Kerkewijk / Spoorlaan) en Dennenlaan. Conclusie: De sliblaag in het gehele gedempte slootprofiel tussen saneringslocatie Sparrenlaan (Hoek Kerkewijk / Spoorlaan) en Dennenlaan is sterk tot zeer sterk verontreinigd met cadmium, zink en olieën afkomstig van plantaardige en dierlijke vetten. Opmerking BOOT 10-12-2020: Tekening ontbreekt (groter dan A3-formaat). Zonder tekening is het rapport niet goed te lezen omdat verwezen wordt naar raaien.

Instemmen saneringsplan Locatie: Grond en grondwatersanering Sparrenlaan Door: Provincie Utrecht Datum: 28 mei 1990

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13494799/2