3.a NIEUW Bestemmingsplan Overgangszone Ambacht - Toelichting (ongewijzigd)
Tekst van het document
Conclusie
Het aspect ecologie lijkt op voorhand geen belemmering te vormen voor dit plan.
4.8
Geluid
4.8.1
Wettelijk kader
Tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh) is een koppeling gelegd. Dat blijkt uit art. 76 en 76a van de Wgh. Dit betekent dat de geluidssituatie binnen het plangebied moet voldoen aan de voorwaarden uit de Wgh. Als nadere invulling van deze voorwaarden heeft de gemeente Veenendaal de beleidsregel hogere waarden Wgh opgesteld. In het kader van de Wet geluidhinder liggen er zones rond wegen en spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Wegen op een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderzoek worden gedaan naar de geluidbelasting. Binnen de geluidszone geldt een voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting ter plaatse van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of terreinen. Hierbij geldt een afzonderlijke toetsing per weg, spoorweg of industrieterrein. Bij overschrijding van de voorkeurswaarde moet worden onderzocht of geluid reducerende maatregelen getroffen kunnen worden, waarbij de volgorde bron- overdracht- en ontvangermaatregelen de voorkeur geniet. Beleidsregel hogere waarden Pas als blijkt dat niet aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan kan het college van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde verlenen (ontheffing van de voorkeurswaarde). Hierbij geldt wel een maximale ontheffingswaarde.
Voordat een hogere waarde vast te stellen dienen bron- en overdrachtsmaatregelen afgewogen te worden. In deze beleidsregel worden randvoorwaarden genoemd voor het toestaan van hogere geluidsbelastingen dan de voorkeurswaarde. De voorwaarden zijn geformuleerd als eis of als inspanningsverplichting. Indien niet aan de inspanningsverplichting kan worden voldaan dient de initiatiefnemer te motiveren waarom dit niet kan of waarom voor een alternatieve oplossing is gekozen. 4.8.2
Toetsing bouwplan
Binnen het plangebied zijn momenteel uitsluitend bedrijven gevestigd. Er is geen enkel geluidsgevoelig object binnen het plangebied aanwezig. Dit blijft met voorliggend plan ongewijzigd. De huidige geluidssituatie is reeds bij het bestemmingsplan 'Ambacht' onderzocht. Met het nieuwe plan wordt de milieucategorie verlaagd en komt er een geluidwerende muur. Eventuele geluidhinder wordt dus juist verminderd door dit plan. Dit is zinvol met het oog op de toekomstige ontwikkelingen binnen het Ambacht, als het gebied ten westen van de Groenveldselaan wordt getransformeerd naar gemengd gebied met onder andere wonen en werken. In het ruimtelijk plan voor dat gebied zal de akoestische situatie voor de geluidsgevoelige objecten binnen dat gebied onderzocht moeten worden. Een akoestisch onderzoek is voor dit plan niet noodzakelijk.
bestemmingsplan
23
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
4.8.3
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor dit plan.
4.9
Bedrijven- en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. De basis hiervoor vormt de Wet milieubeheer. In de VNG handreiking 'bedrijven en milieuzonering' 2009 zijn de aan te houden afstanden opgenomen. Hieraan wordt het plan dan ook getoetst. Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) dienen binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. 4.9.1
Toetsing bouwplan
In het plangebied zijn uitsluitend bedrijven gevestigd. Dit wijzigt niet met dit plan. In het bestemmingsplan 'Ambacht' was een milieucategorie 4.1 opgenomen. Hier mogen bedrijven zich vestigen die vanwege geluid, geur, stof of externe veiligheid op minimaal 200 meter van milieugevoelige objecten, zoals woningen, moeten zijn gevestigd. Voor gemengd gebied, zoals hier het geval, kan adviesafstand worden verkort tot 100 meter. Aan die afstanden wordt in de bestaande situatie voldaan. De verlaging van de milieucategorie en het opnemen van een bouwmogelijkheid voor een geluidbeperkende voorziening zijn bedoeld voor de toekomstige situatie binnen (de zone ten westen van het plangebied in) het Ambacht, waarvoor te zijner tijd een zelfstandig bestemmingplan/ afwijkingsbesluit wordt opgesteld waarin dit aspect voor die nieuwe ontwikkelingen moet worden getoetst. Het verlagen van de milieucategorie heeft uitsluitend positieve gevolgen voor milieugevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied. Toekomstige bedrijven vallen in een lagere milieucategorie, waardoor de geadviseerde afstand tot bijvoorbeeld omliggende woningen wordt vergroot, terwijl de feitelijke afstand gelijk blijft.
Richtafstandentabel uit de Handreiking bedrijven en Milieuzonering (VNG) Nu dit plan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is er ook andersom voor wat betreft
24
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht milieuzonering geen belemmering voor de bestaande bedrijven. Volgens het overgangsrecht mogen deze bedrijven hier aanwezig blijven en zoals gezegd vormen de bestaande afstanden tot milieugevoelige objecten geen bezwaar voor de huidige bedrijven. Komt er in de toekomst in de omgeving van deze bedrijven een nieuwe ontwikkeling die voorziet in nieuwe, milieugevoelige functies, dan moet in dat plan worden onderbouwd dat de bestaande bedrijven geen onevenredig nadelige gevolgen zullen ondervinden door die ontwikkeling. 4.9.2
Conclusie
Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor dit plan.
4.10
Luchtkwaliteit
4.10.1 Wettelijk kader Voor luchtkwaliteit zijn de luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5.2) van de Wet milieubeheer van kracht. Hierin is vastgelegd dat onder meer ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. Deze Wet is nader uitgewerkt in Besluiten en Regelingen, waarvan het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate (nibm), het Besluit gevoelige bestemmingen en de Regeling beoordeling de belangrijkste zijn. Daarnaast is ook het beginsel van een goede en duurzame ruimtelijke ordening van belang. Niet in betekenende mate (nibm) Alleen projecten die ‘in betekenende mate’ bijdragen aan de concentraties luchtvervuiling worden getoetst aan de grenswaarden. Er dient te worden onderzocht of een project ‘in betekenende’ mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Het Besluit nibm bepaalt dat een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtvervuiling als deze minder dan 3% van de grenswaarde, ofwel 1,2 microgram per m3. De Regeling nibm is hier een nadere uitwerking van. Hierin is bepaald dat woningbouwprojecten tot 1.500 woningen en kantoren tot 100.000 m 2 zijn vrijgesteld van toetsing aan de wettelijke grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof. Besluit gevoelige bestemmingen Kinderen, ouderen en zieken zijn gevoeliger voor luchtvervuiling en worden daarom extra beschermd.
Op basis van het Besluit gevoelige bestemmingen gelden voor gevoelige bestemmingen nabij wegen zwaardere beperkingen. Zo mogen binnen 300 meter van rijkswegen en 50 meter vanaf provinciale wegen geen bestemmingen voor langdurig verblijf als kinderdagverblijven, scholen of verzorgingstehuizen worden gebouwd, als de wettelijke grenswaarden worden overschreden. Het Besluit verplicht overheden om onderzoek uit te voeren naar de concentraties stikstofdioxide en fijn stof. Voor gemeentelijke wegen geldt een zwaardere motiveringsplicht. Concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof De Omgevingsdienst heeft de concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof voor het jaar 2015 en 2025 berekenend met het rekenmodel GeoMilieu. De wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde ligt op 40 microgram per m3. De uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide van 200 microgram per m3 wordt overschreden wanneer de concentraties gemiddeld op jaarbasis boven de 60 microgram per m3 uitkomen. 4.10.2 Toetsing bouwplan Omdat het plan niet voorziet in nieuwe ontwikkelingen of gebruiksfuncties en alleen de bouw van een geluidwerende muur mogelijk maakt, kan worden geconcludeerd dat het plan niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. 4.10.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.
bestemmingsplan
25
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
4.11
Mobiliteit
4.11.1 Wettelijk kader Op 26 november 2020 heeft de raad de Notitie parkeernormen Veenendaal 2020 vastgesteld. De parkeernormen zijn hiermee herzien. In het vastgestelde beleid worden flexibelere parkeernormen toegepast, waardoor er meer maatwerk mogelijk is bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Veenendaal. Hierbij wordt meer rekening gehouden met het bestaande stedelijk gebied en met de mogelijkheden om met andere vervoerswijzen te reizen naast de personenauto. Ook worden er fietsparkeernormen geïntroduceerd om de positie van Veenendaal als fietsstad verder te versterken. Tot slot kunnen initiatiefnemers van grote ruimtelijke ontwikkelingen met behulp van een mobiliteitsplan gemotiveerd een reductie op de parkeernormen verdienen door andere vormen van mobiliteit aan te bieden en gebruik te maken van de kwaliteiten die aanwezig zijn in de nabije omgeving van het plangebied. Op 21 april 2023 is de 'Notitie Parkeernormen Veenendaal 2020, herziening 2023' vastgesteld. Dit is een actualisatie en minimale aanpassing/ verbetering van de notitie uit 2020. 4.11.2 Toetsing bouwplan Het plan maakt geen nieuwe bedrijfspanden, woningen of andere verblijfsobjecten mogelijk. De hoeveelheid verkeer en de verkeerssituatie wijzigen niet ten opzichte van de huidige planologische situatie. Per bouwplan zal worden getoetst of aan het huidige parkeerbeleid wordt voldaan.
Die werkwijze wordt nu ook al gehanteerd op grond van het 'Parapluplan 2022' en wijzigt daarmee niet. 4.11.3 Conclusie Het aspect mobiliteit vormt geen belemmering voor dit plan.
4.12
M.e.r. beoordeling
In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) bestaat een belangrijk onderscheid tussen onderdeel C en onderdeel D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit onderdeel C geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden is een m.e.r. niet noodzakelijk. 4.12.1 Toetsing bouwplan De verlaging van de milieucategorie of de bouw van een (geluidwerende) muur staan ook niet genoemd in onderdeel C en D van het Besluit m.e.r. Het opstellen van een (vormvrije) m.e.r. beoordeling is daarom niet vereist. Ook kan worden geconcludeerd dat belangrijke milieugevolgen naar aanleiding van dit plan zijn uitgesloten, omdat er op de bouw van een geluidwerende muur na, geen nieuwe ontwikkelingen met dit plan mogelijk worden gemaakt. Dit bestemmingsplan voorziet uitsluitend in de verlaging van de milieucategorie en de bouw van een geluidwerende muur. Deze wijzigingen hebben hooguit positieve gevolgen voor het milieu. 4.12.2 Conclusie Het aspect m.e.r. vormt geen belemmering voor dit plan.
4.13
Totaalbeeld aspecten
Uit alle gevoerde onderzoeken komt naar voren dat het bestemmingsplan niet op onacceptabele gevolgen of belemmeringen stuit voor de directe omgeving.
26
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Hoofdstuk 5 5.1
JURIDISCHE PLANOPZET
Inleiding
Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat verbeelding en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding Zoals reeds eerder gesteld is de verbeelding gerelateerd aan de regels (en vice versa) en heeft tevens de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Verder kunnen er binnen een bestemming verklaringen zijn aangegeven. Deze hebben juridisch gezien geen enkele betekenis en zijn uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken.
Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. Toelichting De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtsreeks burgers bindende werking.
5.2
De indeling van de planregels
De indeling van de planregels is als volgt: 5.2.1
Inleidende regels (hoofdstuk 1)
Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige planregels goed te kunnen hanteren: begrippen: bevat in het plan gebruikte begrippen die uitleg behoeven; wijze van meten: bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlaktes, percentages, hoogtes, dieptes, breedtes en dergelijke. Hieronder valt tevens de wijze van peilbepaling. 5.2.2 Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Binnen dit plan komt alleen de bestemming 'Bedrijf' voor en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - Middelhoog'. Het plan kent twee soorten gebiedsaanduidingen: - veiligheidszone - bevi - 1 - invloedsgebied - veiligheidszone - bevi - 2 - invloedsgebied In paragraaf 5.3 wordt per bestemming aangegeven wat de gebruiksmogelijkheden en de bouwmogelijkheden zijn.
bestemmingsplan
27
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
5.2.3
Algemene regels (hoofdstuk 3)
Hoofdstuk 3 bestaat achtereenvolgens uit de volgende artikelen: Anti-dubbeltelregel; Algemene bouwregels; Algemene gebruiksregels; Algemene aanduidingsregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene wijzigingsregels; Overige regels. 5.2.4 Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) In hoofdstuk 4 van de regels is het overgangsrecht geformuleerd. De formulering is conform de tekst als in het Bro omschreven. Zonder vergunning opgerichte, dus illegale, bouwwerken vallen niet onder het overgangsrecht. Indien de bouwwerken door wetgeving inmiddels vergunningvrij kunnen worden opgericht, worden deze niet als illegaal beschouwd. In de slotregel wordt genoemd hoe het plan kan worden aangehaald.
5.3
Bestemmingen
Bedrijf Bestemmingsomschrijving Hier wordt omschreven voor welke doeleinden de gronden met deze bestemming mogen worden gebruikt. Veel begrippen uit deze omschrijving worden nader toegelicht in de begripsbepalingen. Toegestaan zijn bedrijven of bedrijfsactiviteiten die vallen onder maximaal milieucategorie 2 zoals genoemd in de bijlage - Lijst van bedrijfsactiviteiten. De toegestane ondergeschikte horeca is bedoeld om een kantine bij een bedrijf mogelijk te maken. Deze mag gebruikt worden voor het bedrijf zelf en is niet extern gericht. Showrooms zijn toegestaan, mits deze niet ten behoeve van detailhande worden gebruikt. Het gaat hier dus om showrooms gericht op de zakelijke klant en niet op de particulier. Ook niet-zelfstandige kantoren als onderdeel van een bedrijf zijn toegestaan. Alleen als dit op de verbeelding is aangegeven met de aanduiding 'kantoor', mag er sprake zijn van een zelfstandig kantoor. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende muur' is een geluidbeperkende voorziening beoogd. Dit met het oog op de toekomstige woningbouw in Het Ambacht, ten westen van dit plangebied. Standaard voorzieningen zoals parkeer- en stallingsvoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructuur en groen en water zijn vanzelfsprekend ook toegestaan binnen deze bestemming. Verder is het begrip additionele voorzieningen opgenomen.
Deze voorzieningen vormen een onderdeel van de bestemming of functie en zijn daaraan ondergeschikt. Met deze ruime omschrijving worden meerdere voorzieningen aan de bestemming gekoppeld om flexibiliteit voor (kleine) bouwwerken/ voorzieningen in het plan mogelijk te maken. Gedacht kan worden aan: in- en uitritten, lichtmasten, opslag, en reclameobjecten en beeldende kunst. Bouwmogelijkheden Hier wordt omschreven wat er waar en binnen welke grenzen mag worden gebouwd. Gebouwen mogen alleen binnen een bouwvlak worden gebouwd. Het hele bouwvlak mag bebouwd worden. De op de verbeelding opgenomen bouwhoogte bedraagt de maximale bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen. Er geldt een basisregel om minimaal 5 meter uit de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen te bouwen. Die regel geldt echter niet volledig voor gebouwen met een oppervlakte van minder dan 1.000 m². Daarvoor geldt dat zij tot in de achterste perceelsgrens mogen worden gebouwd en tot in één van de zijdelingse perceelsgrenzen. Voor de andere zijdelingse grens/ grenzen geldt dus nog wel die minimale afstand van 5 meter. Voor het bouwen binnen de veiligheidszones - bevi - 1 invloedsgebied en bevi - 2 - invloedsgebied zijn regels opgenomen om te voorkomen dat er zeer kwetsbare objecten (binnen Bevi -1) worden gebouwd en dat er kwetsbare, zeer kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd (binnen Bevi - 2).
Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn enkele voorbeelden genoemd met een daaraan gekoppelde maximale bouwhoogte. Voor overige bouwwerken geldt een maximale hoogte van 12 meter, zoals ook in
28
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht het hiervoor geldende plan Het Ambacht was opgenomen. Verder wordt aangegeven dat reclame moet voldoen aan het reclamebeleid zoals dat geldt op het moment dat een aanvraag hiervoor wordt ingediend. Afwijken van de bouwregels Het plan kent meerdere binnenplanse afwijkingsbevoegdheden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1° van de Wabo. Burgemeester en wethouders krijgen hiermee de bevoegdheid om, onder de in het betreffende artikel genoemde voorwaarden, een omgevingsvergunning in afwijking van de bouwregels te verlenen voor: 1) het bouwen van een bedrijfspand van meer dan 1.000 m² in de zijdelingse en achterste perceelsgrens; 2) het bouwen van een fietsenstalling van 20 m² buiten het bouwvlak; 3) het bouwen van een bedrijfspand van maximaal 15 meter hoog (i.p.v. de standaard 12 meter) langs de Industrielaan; 4) het bouwen van niet-zelfstandige kantoren of zeer kwetsbare objecten binnen de veiligheidszone Bevi -1 - invloedsgebied.
Gebruiksmogelijkheden In deze paragraaf is opgesomd welk gebruik in ieder geval als strijdig gebruik wordt gerekend. Detailhandel is hier niet toegestaan, evenals grote lawaaimakers, vuurwerkopslag, zelfstandige horeca, zelfstandige kantoren (wel toegestaan binnen de aanduiding 'kantoor'), risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Bevi, bedrijfswoningen en opslag in de open lucht dat voor de voorgevelrooilijn of buiten het bouwvlak is geplaatst. Binnen de veiligheidszone - Bevi - 1 - invloedsgebied zijn geen zeer kwetsbare objecten als bedoeld in het Bevi. Voor veiligheidszone - Bevi - 2 - invloedsgebied geldt dat zowel kwetsbare, zeer kwetsbare als beperkt kwetsbare objecten niet zonder meer zijn toegestaan. Afwijken van de gebruiksregels Het plan kent diverse bevoegdheden voor burgemeester en wethouders om af te wijken van de gebruiksregels van het plan. Zo kan het volgende gebruik, onder voorwaarden, worden vergund: 1. Vergelijkbare bedrijven; 2. ABC detalilhandel; 3. Productie of reparatiegebonden, ondergeschikte detailhandel; 4. Detailhandel in professionele gereedschappen of grove bouwmaterialen; 5. Webshop met afhaalbalie; 6. Ondergeschikte daghoreca; 7. Beperkt kwetsbare obejcten binnen veiligheidszone - Bevi - 2 Waarde - Archeologie - Middelhoog (dubbelbestemming) Delen van het plangebied liggen in een zone met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
De gronden die in deze zone zijn gelegen zijn beschermd door het opnemen van deze dubbelbestemming. Binnen deze dubbelbestemming geldt een rapportageplicht en een verplichting tot het treffen van technische maatregelen. Binnen de dubbelbestemming is ook een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee de betreffende dubbelbestemming bij het verkrijgen van nadere informatie geheel of gedeeltelijk kan worden verwijderd.
bestemmingsplan
29
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Hoofdstuk 6
FINANCIEEL-ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden bij een bestemmingsplan dat niet voorziet in een nieuwe ontwikkeling, zoals een bouwplan of functiewijziging. Omdat dit plan hier niet in voorziet, is een exploitatieplan overbodig.
30
bestemmingsplan
bestemmingsplan Overgangszone Ambacht
Hoofdstuk 7
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Het gemeentelijke beleid is er op gericht om in de voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure een participatietraject te volgen. Dit vervangt de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Voor dit plan zijn de belanghebbenden met name de bedrijven die binnen het plangebied zijn gevestigd. De bedrijven die een hogere milieucategorie hebben dan met dit plan wordt toegestaan, ondervinden mogelijk toekomstige, nadelige gevolgen aangezien hun bedrijf onder het overgangsrecht komt te vallen. Dit geeft andere rechten dan wanneer de hogere milieucategorie op het perceel zou blijven liggen. Het overgangsrecht regelt dat die bedrijven hun vergunde bedrijfsactiviteiten mogen voortzetten, maar dit gebruik niet mogen veranderen, tenzij de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Ook wordt het gebruik van de hogere milieucategorie verboden als dit gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken. De betreffende bedrijven zijn bekend met de plannen. Voorafgaand aan de opstelling van dit plan hebben zij bericht hierover ontvangen. Ook daarvoor was men bekend met de toekomstige plannen om het gebied ten westen van de Overgangszone, met uitzondering van de woonboulevard, om te vormen naar woon-werkgebied. Met het oog op dit doel heeft de gemeente de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) toegepast op de gronden van de bedrijven in de Overgangszone en een groot deel van Het Ambacht.
Zo worden zij verplicht om de grond bij verkoop eerst aan de gemeente aan te bieden. De grote woningbouwopgave die er ligt in combinatie met het geringe grondgebied van de gemeente Veenendaal maakt dat de gemeente tot dit soort maatregelen overgaat. Zonder het opleggen van de Wvg of het verlagen van de milieucategorie wordt de transformatie van het Ambacht onhaalbaar. De belanghebbenden worden door ons meegenomen in de procedure en kunnen na terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze hiertegen indienen. Deze wordt dan meegewogen bij het definitieve besluit door de gemeenteraad.
7.1
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit omgevingsrecht wordt het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de provincie Utrecht en het Waterschap Vallei en Veluwe. Het plan raakt geen belangen van het Rijk of andere gemeenten.
7.2
Ontwerp ter inzage legging
p.m.
bestemmingsplan
31