3.a Bijlage 1.1 Bestemmingsplan ‘Dijkstraat 159a’ (regels)
Tekst van het document
bestemmingsplan
DIJKSTRAAT 159A ZORGBOERDERIJ
Dijkstraat 159a zorgboerderij
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
INLEIDENDEREGELS Begrippen Wijze van meten
4 4 11
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4
BESTEMMINGSREGELS Agrarisch met waarden - Zorgboerderij Waarde - Archeologie - Middelhoog
13 13 16
Hoofdstuk3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
ALGEMENEREGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
19 19 20 21 22 24 25 26
Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13
OVERGANGS-EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel
29 29 30
Bijlagen Bijlage 1
2
Beeldkwaliteitseisen
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Regels
bestemmingsplan
3
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Hoofdstuk 1 Artikel 1
INLEIDENDE REGELS
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij met identificatienummer NL.IMRO.0345.Dijkstraat159a-ow01 van de gemeente Veenendaal. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aaneengebouwde woningen
blokken van meer dan twee niet-gestapelde woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar zijn gebouwd. 1.6
achtergevel
een van de weg of openbaar toegankelijk gebied afgekeerde gevel van een (hoofd)gebouw. 1.7
additionele voorzieningen
voorzieningen die een onderdeel vormen van en ondergeschikt zijn aan een bestemming of functie. 1.8
agrarisch medegebruik
extensief beheerd grasland, waarbij de instandhouding en versterking van omliggende en ter plaatse aanwezige natuur- en landschapswaarden voorop staat. 1.9
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens de gemeente, door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.10
archeologisch vooronderzoek
archeologisch vooronderzoek dat kan bestaan uit locatiegericht bureauonderzoek, booronderzoek, geofysisch prospectieonderzoek, het graven van proefsleuven of een combinatie daarvan. De verschillende vormen van onderzoek worden verricht door een erkende partij en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificaties in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De resultaten van het onderzoek worden weergegeven en geïnterpreteerd in een rapport. Op basis daarvan beoordeelt de gemeente of een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend. 1.11
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten in dat gebied.
4
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
1.12
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten. 1.13
balkon
een buiten de gevel stekende constructieve open buitenruimte van een gebouw die niet verbonden is met de begane grond of een aan- of uitbouw. 1.14
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken. 1.15
bebouwingspercentage
een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.16
bedrijf aan huis
het door bewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.17
bedrijfsgebouwen
het geheel aan gebouwen, behorend bij een bedrijf. 1.18
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein, dienend voor de huisvesting van een persoon (en diens huishouden), wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk is. 1.19
beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden. 1.20
beroep aan huis
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig en ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.21
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.22
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.23
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak. 1.24
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
bestemmingsplan
5
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
1.25
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.26
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.27
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.28
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel. 1.29
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten. 1.30
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.31
bouwwerk geen gebouw zijnde
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.32
cultuurhistorischewaarde
de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. 1.33
dakoverstek
het deel van het dakvlak dat uitsteekt boven de gevel. 1.34
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.35
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten gerieve van bedrijven en/of personen, zoals administratie-, reclame-, advocaten-, makelaars-, notaris-, werkbemiddelings-, reis-, advies- en ingenieursbureaus, kappers, medische praktijken en voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie. 1.36
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.37
erkende partij
een dienst, bedrijf of instelling, erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
6
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
1.38
evenement
elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. 1.39
extensief recreatief medegebruik
die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen. 1.40
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.41
geluidbeperkende voorziening
een al dan niet gebouwde voorziening kennelijk bedoeld voor het beperken van geluidhinder, zoals een geluidscherm of een geluidwal. 1.42
hoofdgebouw
een gebouw of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van een perceel en op het perceel naar aard en omvang het belangrijkst is. 1.43
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen drank- en etenswaren, en het bedrijfsmatig verstrekken van logies en/of zaalaccommodatie. 1.44
huishouden
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. 1.45
infrastructuur
voorzieningen ten behoeve van verkeer en waterhuishouding zoals stuwen, bruggen, tunnels, duikers, aanlegsteigers, vlonders, kadewanden, keermuren, lichtmasten, beeldende kunst, openbaar vervoer haltes, overkappingen, stallingsruimten, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeersregelinstallaties en afvalcontainers, alsmede parkeervoorzieningen, en een geluidbeperkende voorziening. 1.46
kamerbewoning
bewoning in de vorm van niet zelfstandige wooneenheden in een woning in de vorm van één of meerdere kamers. 1.47
kantoor
het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, inclusief congres- en vergaderaccommodaties. 1.48
koffiepunt
een kleinschalige aan de zorgboerderij gerelateerde horecaonderneming bestemd voor het in hoofdzaak verstrekken van koffie, thee, frisdrank en gebak, waar geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt, met een sluitingstijd die overeenkomt met datgene dat bepaald is in de Winkeltijdenwet en welke uitsluitend aangeboden wordt door de zorgboerderij. 1.49
kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht moet worden gehouden.
bestemmingsplan
7
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
1.50
laden en lossen
onmiddelijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is. 1.51
landwinkel
verkoop van ter plaatse voortgebrachte of streekeigen producten 1.52
lijst van bedrijfsactiviteiten
de lijst van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering, zoals die lijst is opgenomen als bijlage bij de regels. 1.53
maatschappelijke voorzieningen
voorzieningen ten behoeve van onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg, levensbeschouwing, openbare dienstverlening, en sociaal-culturele activiteiten, alsmede politieke-, belangen- en ideële organisaties, verenigingen en hobbyclubs. 1.54
nutsbedrijf
bedrijf gericht op de productie en/of distributie van een of meer dan één nutsvoorziening. 1.55
nutsvoorziening
voorzieningen ten behoeve van (de aansluiting op) het openbare net van gas, water, elektriciteit, riolering, stadsverwarming, en het telecommunicatieverkeer, of daaraan gelijk te stellen voorzieningen. 1.56
omgevingsvergunning
vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.57
ondergeschikte horeca
horeca die ten dienste staat van een bepaalde functie en die in aard, omvang, exploitatie en openingstijden daar ondergeschikt aan is, zoals een (bedrijfs)kantine. 1.58
ondergronds bouwwerk
een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen beneden peil. 1.59
oorspronkelijk hoofdgebouw
het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. 1.60
openbare ruimte
de op de verbeelding aangewezen grond, die bestemd is voor verkeer, groen en water. 1.61
opgraving
de ontsluiting van een archeologische vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen. Opgravingen worden verricht door een erkende partij, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 45 van de Monumentenwet en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificatie in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.62
overkapping
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en waarvan de steunconstructie uit ten hoogste één wand bestaat.
8
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
1.63
paardenbak
een niet overdekt terrein ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport; 1.64
parkeren
een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen. 1.65
perceel
een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten. 1.66
perceelsgrens
de grens van een perceel. 1.67
productiegerichte paardenhouderij
een paardenhouderij waar in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten en trainen en verhandelen van paarden; 1.68
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.69
risicovolle inrichting
inrichting zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.70
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan een bedrijf voor prostitutie zoals een bordeel. 1.71
transportroute gevaarlijke stoffen
route aangewezen voor het transport van gevaarlijke stoffen zoals bedoeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. 1.72
therapie met paarden
het met behulp van paarden bedrijfsmatig coachen van mensen en het geven van therapie aan mensen 1.73
twee-onder-een-kap woning
een blok van twee aaneen gebouwde woningen. 1.74
verbeelding
de analoge en digitale voorstelling van de in het plan opgenomen digitale ruimtelijke informatie. 1.75
voorgevel
de naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel, erkers en luifels niet meegerekend. 1.76
voorgevelrooilijn
de denkbeeldige lijn waarop de voorgevel(s) van een woning is/zijn geplaatst. 1.77
vrijstaande woning
een niet-aaneengebouwde woning;
bestemmingsplan
9
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
1.78
waarde - archeologie - middelhoog
gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde zoals vermeld op de gemeentelijke archeologische maatregelen/beleidskaart. 1.79
woning
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor huisvesting in een zelfstandige woning van maximaal 1 huishouden. 1.80
zelfstandige woning
een woning met eigen toegang, eigen keuken en toilet. 1.81
zorgboerderij
een zorgfunctie als hoofdtak waarbij de sociaal-medische opvang van personen gecombineerd wordt met agrarische activiteiten, in dié zin dat de personen behulpzaam zijn bij de agrarische of natuurbeherende activiteiten;
10
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afmetingen, diepte en breedte van overige bouwwerken:
tussen de verst van elkaar gelegen punten van die bouwwerken, horizontaal, dan wel verticaal gemeten. 2.2
de afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens:
de kortste afstand tussen de grens van een bouwperceel en enig punt van het op het bouwperceel voorkomende of nog te bouwen gebouw; 2.3
de afstand tussen gebouwen:
de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de brutovloeroppervlakte van een gebouw:
gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; 2.6
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8
de hoogte van een bouwlaag:
de horizontale projectie van de ruimte tussen de harten van de vloeren of balklagen. 2.9
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.10
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.11
de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidingsmuren). 2.12
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.13
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.14
het peil:
a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg;
bestemmingsplan
11
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij b. voor andere gebouwen en overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
12
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
BESTEMMINGSREGELS
Agrarisch met waarden - Zorgboerderij
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Zorgboerderij' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische bedrijvigheid in vorm van een productiegerichte paardenhouderij inclusief pensionstal, voor het houden van maximaal 15 paarden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding paardenhouderij, met dien verstande dat andere agrarische bedrijvigheid niet is toegestaan; b. aan paardenhouderij gerelateerde zorgvoorzieningen in de vorm van dagbesteding voor personen die daarbij zorg en hulp nodig hebben; c. aan paardenhouderij gerelateerd geven van therapie met paarden d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van agrarisch met waarden - paardenbak is een paardenbak toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van agrarisch met waarden - Zorgboerderij – koffiepunt , een die direct en ondergeschikt een verband heeft met de in dit artikel bedoelde voorzieningen en activiteiten; f. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van agrarisch met waarden - Zorgboerderij – veldschuur , een veldschuur ten behoeve van de zorgvoorzieningen g. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' een bedrijfswoning en daarbij behorende aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. h.
beroepsmatige activiteiten in of bij een bedrijfswoning, met dien verstande dat de oppervlakte van de bebouwing die ten behoeve van deze activiteit in gebruik mag zijn een maximum heeft van 45 m²; i. ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden' landschapswaarden in vorm van opgaande streekeigen beplantingen. j. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van agrarisch met waarden - Zorgboerderij - groene contour zijn de activiteiten zoals genoemd onder lid b en c niet toegestaan. k. ter plaatse van de specifieke vorm van agrarisch met waarden - Zorgboerderij – Coulissenlandschap , de handhaving van het coulissenlandschap in de vorm van: - houtwallen; - lange kavels; - groene kamers structuur; - door groen ingepakte bebouwing; - doorzichten naar het reliëf van de Heuvelrug; - (hei)schraal grasland . l. ter plaatse van de specifieke vorm van agrarisch met waarden - Zorgboerderij - karakteristiek verkavelingspatroon, de handhaving van het verkavelingspartroon in de vorm van: - Lange overwegend nood-zuid gerichte kavels Houtwallen langs de lengte richting van de kavels m. instandhouding en herstel van aldaar voorkomende watergangen, sloten, poelen en andere waterpartijen; n.
instandhouding en herstel van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps-, natuuren cultuurhistorische waarden, zoals geomorfologische, bodemkundige, landschapsvisuele, en ecologische waarden, waaronder hier in ieder geval zijn begrepen, bodemreliëf en de landschaps- en natuurwaarden. o. verharde en onverharde paden; p. ter plaatse van de aanduiding parkeren; een niet overdekt parkeerterrein; q. extensief recreatief medegebruik; r. overige met de bestemming verbonden voorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen en bouwwerken
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
bestemmingsplan
13
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij a. b. c. d. e. f.
gebouwen mogen uitsluitend gebouwd worden binnen het bouwvlak; de maximum oppervlakte van het bouwwerk koffiepunt mag niet meer bedragen dan 15 m2. de oppervlakte van de veldschuur niet meer mag bedragen dan 100m2 een bedrijfsgebouw mag ten hoogste één bouwlaag bevatten voor het stallen van dieren; er is één bedrijfswoning toegestaan; de inhoud van een bedrijfswoning mag inclusief aan- en uitbouwen, niet meer bedragen dan 600 m³ of indien de bestaande inhoud meer dan 600 m³ bedraagt, niet meer dan de bestaande inhoud; g. de dakhelling van de bedrijfswoning mag niet minder dan 30o en niet meer dan 52o bedragen; h. bij de bedrijfswoning mogen ten hoogste twee bijgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 50 m² worden gebouwd; i. binnen de functieaanduiding parkeren zijn geen gebouwen en bijbehorende bouwwerken toegestaan. j. de goothoogte van gebouwen en de bouwhoogte van bouwwerken mogen niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: Bouwwerken binnen bouwvlak
max. max. goothoogte bouwhoogte
bedrijfswoningen
3,5 m¹
8 m¹
bijgebouwen bij bedrijfswoningen
3,1 m¹
4,5 m¹
bedrijfsgebouwen met aanduiding paardenhouderij
4,5 m¹
8 m¹
overige bedrijfsgebouwen
3 m¹
5 m¹
koffiepunt
3 m¹
bouwwerken voor mestopslag
-
6 m¹
erf- of perceelafscheidingen op ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn binnen bouwvlak
-
2 m¹
terreinafscheiding ten behoeve van paardenbakken
1,5 m¹
Bouwwerken buiten bouwvlak overige erf- of perceelafscheidingen
-
1,15 m¹
overige bouwwerken
-
2 m
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Een verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is in ieder geval ook: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor de uitoefening van een seksinrichting en/of; b. het gebruik van gronden gelegen buiten de aangegeven bouwvlakken voor: 1. (boog)kassen hoger dan 1 m¹; 2. de opslag van hooirollen en/of; 3. paardenbakken, uitgezonderd de paardenbakken als bedoeld in 3.1 onder d; c. het gebruik van gronden als stand- of ligplaats van onderkomens; d. het gebruik van gronden als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten; e. het gebruik van een aangebouwd of vrijstaand bijgebouw voor bewoning, anders dan voor mantelzorg waarvoor op grond van het wijzigingsplan een omgevingsvergunning is verleend. f. het gebruik van hoofd- of bijgebouwen voor het met regelmaat organiseren van evenementen welke niet in relatie staan met de in dit bestemmingsplan omschreven activiteiten.
14
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
3.3.2
Koffiepunt
Het koffiepunt is bij de zorgboerderij uitsluitend als nevenfunctie toegestaan, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. het koffiepunt is uitsluitend bedoeld voor fietsers en wandelaars die gebruik maken van de fietsroute; b. de exploitatie van het koffiepunt wordt uitgevoerd door de exploitant van de zorgboerderij; c. de activiteiten vinden plaats in de dagperiode; 3.3.3
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik (laten) nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving als niet wordt voldaan aan de verplichting met betrekking tot: a. de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 van de regels opgenomen beeldkwaliteitseisen, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. onder 'beeldkwaliteitseisen' wordt in deze planregels verstaan de 'beeldkwaliteitseisen Dijkstraat 159A' welke als bijlage 1 van de regels is bijgevoegd.
bestemmingsplan
15
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie - Middelhoog
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - Middelhoog', aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming van en onderzoek naar de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden. 4.1.1
Rangorderegeling
Indien strijd ontstaat tussen het belang van het behoud en de bescherming van archeologische waarden als bedoeld in 4.1 en de voor deze gronden geldende andere bestemmingen prevaleert de (dubbel)bestemming 'Waarde - Archeologie - Middelhoog'.
4.2
Bouwregels
Op en in de gronden als bedoeld in 4.1 mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. a. Met uitzondering van het gestelde onder b. mogen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd overeenkomstig de voor deze gronden geldende andere bestemmingen. b. Gebouwen en bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 5.000 m² en waarbij dieper dan 0,5 meter onder peil wordt gegraven en/ of onderheid wordt, mogen uitsluitend worden gebouwd als uit een archeologisch rapport blijkt dat de waarden zoals bedoeld in artikel niet onevenredig (kunnen) worden aangetast en een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige (onder voorwaarden) positief adviseert over dit rapport. c. Een archeologisch rapport als bedoeld onder b. is niet vereist indien het om vervangende gebouwen ofbouwwerken gaat waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en waarbij uitsluitend de bestaande fundering wordt benut. d. Burgermeester en wethouders kunnen op advies van de onder b. genoemde deskundige in ieder geval de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw of bouwwerk: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2.
de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gercertificeerde instantie, volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de KNA en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch PvE. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Omgevingsvergunningplicht
Behoudens het bepaalde in 4.3.2 is het in het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige of verwachte archeologische waarden verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op of in de gronden als bedoeld in 4.1 de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren op een diepte van meer dan 0.50 m onder het peil en over een oppervlakte van meer dan 5.000 m²: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden of grondbewerkingen, het saneren, egaliseren, afplaggen en baggeren van gronden, het roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen
16
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij van drainage, kabels, leidingen en rioleringen; b. het aanbrengen en het verwijderen van diepwortelende beplantingen; c. het ophogen en egaliseren van gronden; d. het verlagen en verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; f. het verwijderen van fundamenten of heipalen; g. het graven, verbreden of verdiepen van watergangen en waterpartijen. 4.3.2
Uitzonderingen
Het in 4.3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. die een oppervlakte van maximaal 5.000 m² beslaan, ongeacht op welke diepte de werkzaamheden plaatsvinden, en in de periode van 24 maanden voor de datum van de voorgenomen werken of werkzaamheden deze bepaling niet van toepassing is geweest op aangrenzende terreinen op een afstand van minder dan 25 meter van het onderhavige terrein; b. die plaatsvinden op een diepte van maximaal 0,5 meter onder peil, ongeacht de oppervlakte die de werkzaamheden beslaan; c. in het kader van archeologisch vooronderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; d. waarmee krachtens een vergunning is of mag worden begonnen op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; e. in het kader van normaal beheer en onderhoud; f. in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; g. die plaatsvinden in bestaande weg- en leidingcunetten.
De bepaling in 4.3.1 op grond waarvan géén omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is vereist voor werken en werkzaamheden over een oppervlakte van 5.000 m² of minder geldt niet indien in de periode van 24 maanden voor de datum van voorgenomen werken of werkzaamheden deze bepaling van toepassing is geweest op aangrenzende terreinen of terreinen op een afstand van minder dan 25 meter van het onderhavige terrein. 4.3.3
Beoordelingsregels omgevingsvergunning
1. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 kan slechts worden verleend indien vooraf door aanvrager een archeologisch rapport wordt aangeleverd waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat: a. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld, b. archeologische waarden door het uitvoeren van de werken en/ of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden, of c. er geen archeologische waarden zijn. 2. Voordat de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 wordt verleend, winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige 4.3.4
Voorschriften omgevingsvergunning
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 4.3.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); c. de verplichting de uitvoering van de werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten
bestemmingsplan
17
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij begeleiden volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). 4.4
Wijzigingsbevoegdheid
1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat: a. het bestemmingsvlak naar ligging wordt verschoven, b. het bestemmingsvlak naar omvang wordt vergroot of verkleind, c. het bestemmingsvlak van de verbeelding wordt verwijderd, of d. aan (een deel van) het bestemmingsvlak een andere archeologische verwachtingswaarde wordt toegekend. 2. Alvorens het plan te wijzigen overeenkomstig het eerste lid, winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.
18
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Hoofdstuk 3 Artikel 5
ALGEMENE REGELS
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan
19
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan onder het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken.
20
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Als gebruik in strijd met de bestemming als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, geldt in ieder geval: a. het gebruik van een bouwwerk voor een seksinrichting; b. de permanente bewoning van recreatiewoningen, kampeermiddelen en andere onderkomens en gebouwen die niet voor permanente bewoning bestemd zijn; c. het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; d. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; e. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; f. het gebruik van niet-bebouwde grond voor het opslaan, storten of bergen van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden;
bestemmingsplan
21
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
8.1
Milieuzone - stiltegebied
8.1.1
Aanduidingsomschrijving
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - stiltegebied' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van het natuurlijk heersende geluidsniveau van 45 db(A). Dit betekent in ieder geval dat onderstaande functies niet zijn toegestaan: a. lawaaisporten; b. nieuwvestiging van intensieve recreatie; c. nieuwvestiging van niet-agrarische bedrijvigheid; d. laagvliegbewegingen; Een geluidsrapport dient te worden overlegd wanneer nieuwe functies zijn gepland binnen het stiltegebied. 8.2
Reconstructiewetzone - Extensiveringsgebied
8.2.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' is omschakeling naar een intensieve veehouderij, uitbreiding van het bestemmingsvlak ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en nieuwvestiging van intensieve veehouderijen niet toegestaan.
8.3
Reconstructiewetzone - verwevingsgebied
8.3.1
Aanduidingsomschrijving
Binnen de voor ´Reconstructiewetzone - verwevingsgebied´ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), onderstaande regels van toepassing: a. b. c. d. e.
nieuwvestiging van intensieve veehouderij is niet toegestaan; vergroting van het bouwvlak wegens uitbreiding van intensieve veehouderij is niet toegestaan; omschakeling naar intensieve veehouderij is niet toegestaan; overname van een bestaande intensieve veehouderij is mogelijk; verplaatsing of vestiging van een rundveehouderijbedrijf is niet toegestaan.
8.3.2
Rangorderegeling
Indien strijd ontstaat tussen het belang van bescherming van de zone als bedoeld in 8.3.1 en het bepaalde in de artikel 3 prevaleert de bestemming 'Reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. 8.4
Veiligheidszone - leiding gas
8.4.1
Bouwregels
Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - leiding gas' is het verboden kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten op te richten. 8.4.2
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming op onderdelen wijzigen teneinde de aanduiding "Veiligheidszone - leiding gas" te wijzigen in die zin dat: a. de aanduiding "Veiligheidszone - leiding gas" vervalt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de risicovolle inrichting buiten werking is gesteld; b. de aanduiding "Veiligheidszone - leiding gas" wordt verkleind, indien uit onderzoek is gebleken dat door een wijziging van de bedrijfsvoering in de risicovolle inrichting de plaatsgebonden risicocontour kleiner is geworden of dat door aangepaste wet- en regelgeving, nieuwe inzichten, danwel nieuwe rekenmethoden een kleinere plaatsgebonden risicocontour geldt. 22
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
bestemmingsplan
23
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Maatvoering
Burgemeester en Wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening van het plan afwijken ten aanzien van: a. de regels van het plan ten behoeve van het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van een bouwgrens ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan, mits het wijzigingen betreft waarbij geen belangen van derden worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding. De afwijking mag ten hoogste 5 meter bedragen; b. de regels van het plan om toe te staan dat openbare nutsgebouwen, wachthuisjes ten behoeve van openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen worden gebouwd, mite inhoud per gebouw niet meer dan 50 m³ bedraagt; c. de regels van het plan ten aanzien van de maximum (bouw)hoogte van gebouwen om toe te staan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische installaties wordt vergroot, mits de vergroting leidt tot een hoogte welke niet meer bedraagt dan 1,2 maal de maximum (bouw)hoogte van het betreffende gebouw; d.
het bepaalde ten aanzien van het bouwen van (hoofd)gebouwen binnen het bouwvlak en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door balkons over maximaal de halve gevelbreedte per wooneenheid, ingangspartijen, luifels, galerijen en noodtrappenhuizen, mits de bouwgrens met niet meer dan 2 meter wordt overschreden. 9.2
Geen onevenredige afbreuk
De in 9.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
24
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Artikel 10 10.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en Wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan wijzigen ten aanzien van: a. het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan met dien verstande dat de afwijking ten hoogste 5 meter mag bedragen, mits het wijzigingen betreft waarbij geen belangen van derden worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding; b. het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere wettelijke regeling, indien deze wordt gewijzigd.
bestemmingsplan
25
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Artikel 11
Overige regels
11.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Behoudens het bepaalde in artikel 11.1.1, is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken en werkzaamheden uit te voeren: werken en werkzaamheden* Gronden met aanduiding:
a
b
c
sa-ol
open landschap
+
+
+
sa-cl
coulissenlandschap
+
+
+
+
+
sa-kvp karakteristiek verkavelingspatroon
+
+
+
+
+
lw
+
+
+
+
+
landschapswaarde
d
e
f
g +
Gronden als bedoeld in artikel: 4
Bos
+
+
+
+
+
5
Natuur
+
+
+
+
+
+
+
* de onderstaande letters worden hierna verklaard; in de tabel is: + = omgevingsvergunning vereist a
aanleggen van verharde wegen en paden, het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
b
verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden;
c
aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen;
d
aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
e
vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben;
f
diepploegen, zijnde het extra diep circa 0,5 m of meer omploegen, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd;
g
bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden.
11.1.1 uitzonderingen Het in artikel 16.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 11.1, bij d, als daarvoor een omgevingsvergunning
26
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij voor de activiteit bouwen is vereist; d. werken en werkzaamheden die passen binnen de "Kaart inrichtingsschets Nieuw op 't Zand" welke als bijlage 2 van de regels is bijgevoegd. e. het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen. 11.1.2 toelaatbaarheid werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden, als bedoeld in artikel 11.1, zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor, danwel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, a. niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel b. de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 11.1.3 in te winnen adviezen Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in artikel 11.1, winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake natuur- en landschapdeskundige, ingeval ze advies nodig achten.
11.2
Voorwaardelijke verplichting parkeren
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden, met inachtneming van het de voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag geldende parkeernormenbeleid, indien: a. bij de aanvraag aangetoond wordt dat het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij op eigen terrein en/of onmiddellijke omgeving bij de ontwikkeling in voldoende parkeergelegenheid voor zowel bewoners als bezoekers wordt voorzien en deze in stand gehouden wordt; b. of aangetoond wordt dat het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; c. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien. Met dien verstande dat de omgevingsvergunning alsdan uitsluitend wordt verleend indien de verwachte effecten inzichtelijk zijn gemaakt en is aangetoond op welke wijze de hinder voor de directe omgeving geminimaliseerd wordt. 11.3
Voorwaardelijke verplicht laad- en losruimte
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden indien: a. bij de aanvraag aangetoond wordt dat het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij op eigen terrein en/of onmiddellijke omgeving bij de ontwikkeling in voldoende mate in de behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen wordt voorzien en deze in stand gehouden wordt. b. of aangetoond wordt dat het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; c. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en losruimte wordt voorzien. Met dien verstande dat de omgevingsvergunning alsdan uitsluitend wordt verleend indien de verwachte effecten inzichtelijk zijn gemaakt en is aangetoond op welke wijze de hinder voor de directe omgeving geminimaliseerd wordt. 11.4
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken met een parkeerbehoefte dan wel een behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen zonder dat hierin in voldoende mate is voorzien conform artikel 11.2 en artikel 11.3.
bestemmingsplan
27
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
28
bestemmingsplan
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
12.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 12.1.2 Vergroten inhoud Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 12.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 12.1.1 met maximaal 10%. 12.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 12.2
Overgangsrecht gebruik
12.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 12.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 12.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 12.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 12.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
bestemmingsplan
29
bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij Behoort bij het besluit van de raad der gemeente Veenendaal d.d. XX XX XXX tot vaststelling van het bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij Mij bekend, de griffier.
30
bestemmingsplan