20210607 Schriftelijke reactie dhr. Pen (inwoner)
Tekst van het document
1
Deel I: Geluidshinder en gezondheidseffecten van windturbines inclusief juridische implicaties Er is veel kritiek op de geldende geluidsnormen in Nederland. Veel informatie voor dit onderdeel is rechtstreeks ontleend aan: Geluidshinder en gezondheidsschade door windturbines op land, Position Paper Windalarm, januari 2021. Daar staan ook de verschillende bronnen genoemd. 1.
De Nederlandse geluidsnorm voor windturbines behoort bepaald niet tot de strengste in Europa. Allereerst iets over geluid. De wijze waarop geluidsnormen internationaal gedefinieerd zijn, lopen uiteen. In het kort: er zijn twee verschillende maten die gehanteerd worden. Lden en LAeq. •
Lden (Level, day, evening, night) is het gemiddeld geluidsniveau voor de dag-, avond-, en nachtperiode berekend over een geheel jaar. Het gemiddelde geluidsniveau in Nederland is begrensd op 47decibel (dB). Aanvullend wordt hierbij Lnight gebruikt voor het gemiddelde geluidsniveau voor de nachtperiodes gedurende een jaar. Dit is begrensd op 41dB. De tweede maat is LAeq: het equivalente geluidsniveau (LAeq). Deze maat wordt internationaal het meest gebruikt. De maat Lden en Lnight zijn overigens gebaseerd op de LAeq en hierdoor sterk aan elkaar gerelateerd.
•
Omdat er twee verschillende maten zijn, is het lastig deze te vergelijken. Om toch een idee te idee te geven van de verhouding: het toegestane geluidsniveau van 41Lnight in Nederland staat gelijk aan zo’n 43dB tot 45dB LAeq. Naast verschillende methodieken, zijn er nog meer verschillen tussen landen, zoals: • • •
Onderscheid tussen toegestane geluidsniveaus gedurende de dag en de nacht. Onderscheid tussen het platteland en de stad. Onderscheid tussen hoe je naar de stad kijkt. Sommige landen staan in de stad minder geluid toe (want er wonen meer mensen en dat geeft dus meer overlast), waar andere landen juist meer geluid toestaan in de stad want er is al meer geluid in de stad, dus geluid van windturbines (en andere bronnen) valt veel minder op.
Bron: https://www.nwea.nl/kb/wat-zijn-de-geluidsnormen-in-nederland-en-hoe-verhouden-die-zich-tot-hetbuitenland/ Vergelijking is dus lastig. Op basis van verschillende bronnen zijn hieronder enkele nachtnormen in woonwijken herleid tot vergelijkbare grenswaarden: Maximum nachtnorm in woonwijken Vlaanderen 39 db Duitsland 35-40 db Nederland 43-45 db
Voor alle duidelijkheid: bij 40db ligt de concentratiedrempel (Zie Bijlage I). De Nederlandse geluidsnorm voor windturbines is daarmee bepaald te hoog te noemen1. Van een zeer dichtbevolkt land als het onze zou men mogen verwachten dat er veel strengere regelgeving is dan bij onze directe buurlanden. Het tegendeel is helaas waar, zoals ook blijkt uit het volgende: •
Nieuwenhuizen & Köhl berekenden in 2015 hoe ver een bepaalde voorbeeldturbine van woningen verwijderd moet blijven volgens de normen die in Denemarken, Duitsland, Vlaanderen, Wallonië en in Nederland gelden. De resultaten laten zien dat een park van vijf voorbeeldturbines in Nederland op 400 meter van de huizen mag komen te staan; in Wallonië is dat 800 meter, in Vlaanderen 875 meter, in Duitsland ruim 900 meter, en in Denemarken 1050 meter. • Dit is in lijn met de bevindingen van een onderzoek van Arcadis uit 2014.
1
Let op dat een decibel-schaal logaritmisch is! Elke verhoging met 10 decibel betekent een vergroting in vermogen of energie met een factor 10.
2
2.
De Nederlandse geluidsnormen zijn aan de tekentafel bedacht om maximaal windenergie mogelijk te maken. Tegen het advies van RIVM in is de huidige geluidsnorm in 2011 toch ingevoerd. Dus ook al weer 10 jaar oud…. Volgens berekeningen van het ministerie was deze norm in 2013 noodzakelijk om 34GW aan windenergie potentieel te ontsluiten, ‘tegen – net aanvaardbare volksgezondheidseffecten’. Bron: Kaders normering geluid windturbines. Directie Klimaat, Lucht en Geluid van Ministerie Infrastructuur en Milieu, 1 februari 2013. Overigens staat ook in deze bron: ‘Normering is in de eerste plaats een belangenafweging.’ En tevens: ‘Helaas kan je het niet iedereen naar de zin maken!’ Voorzichtig gesteld: wetenschappelijke objectiviteit lijkt hier nogal te ontbreken. Tevens staat er een overzicht in met (toen al) bewezen effecten (zie Bijlage II).
3.
In een studie van TNO uit 2008 blijkt reeds dat de huidige geluidsnormen leiden tot 7-9% ernstig gehinderden binnenshuis en 20% ernstig gehinderden buitenshuis (TNO 2008). Bron: http://publications.tno.nl/publication/34627549/3O8U8q/2008-D-R1051.pdf
4.
De huidige norm gaat geplande hinder opleveren! Het RIVM heeft vastgesteld dat bij de huidige norm (47dB Lden en 41dB Lnight) wordt verwacht dat 8 á 9 procent van de omwonenden ernstige hinder van windturbines zal ondervinden!
5.
De Nederlandse geluidsnorm is gebaseerd op gemiddelden over een jaar. Door uit te gaan van een jaargemiddelde zijn er aanzienlijke periodes (bij veel wind) dat er sprake is van bovenmatige geluidsbelasting, die wordt gecompenseerd door periodes met weinig wind. Het geluidsniveau van de norm wordt dan bijvoorbeeld wel eens vergeleken met een koelkast, maar die vergelijking gaat absoluut niet op. Daarnaast wordt het geluid van een windturbine hinderlijker ervaren door het “zwoep” effect.
6.
In de praktijk kan overlast flink zijn, afhankelijk van de windkracht, windrichting en afstand tot de masten. Windturbines van de geplande omvang produceren een indringend laagfrequent geluid, dat bij sterke wind kan aanzwellen tot 80 decibel. Dat is vergelijkbaar met het geluid van een stofzuiger die naast iemand staat…
7.
De Lden-norm is ook niet geschikt voor de bewaking van pulserende, momentane geluidsbronnen met een aandeel laagfrequent geluid. De Europese richtlijn, waarin de Lden-norm is bepaald, inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai adviseert grenswaarden in te stellen. Deze zijn er niet.
8.
Handhaving is alleen mogelijk op basis van gegevens die door de initiatiefnemer zelf beschikbaar worden gesteld (emissieterm LE). Dit is een berekening van het geluidsniveau aan de hand van karakteristieken van de windturbine, bepaald met een verouderde methode die niet geschikt is voor het huidige formaat windturbines. Dit zijn dezelfde gegevens als bij vergunningverlening. Een windpark voldoet in principe dus altijd aan de norm! Dit betekent dat handhaving in feite een wassen neus is.
9.
Ook houdt de huidige geluidsnorm geen rekening met het cumulatieve karakter van geluid. De gemeente Geertruidenberg verkeert in een vergelijkbare situatie als Veenendaal: buurgemeente Oosterhout wil aan de uiterste grens van haar grondgebied grote windturbines plaatsen. Geertruidenberg heeft daar zeer recent bezwaart tegen ingediend. Zie Bijlage III. Akoestisch onderzoek van de gemeente Geertruidenberg toont aan dat -zelfs op een afstand van ca. 1000 meterer sprake is van ernstige cumulatieve geluidshinder. ‘Naast hinder van laagfrequent geluid laat het akoestische onderzoek zien dat er met het plaatsen van de windturbines (van 220 m) een toename van de geluidsbelasting van 56 dB naar 57 dB verwacht wordt. (…) Wij constateren dat de cumulatie van het geluid van de windmolens en het bestaande omgevingsgeluid zorgt voor een geluidsbelasting van ver boven de voorkeurswaarde van de Rijksoverheid van 50 dB en in sommige gevallen zelfs boven het absolute maximum van 65 dB. Een toename van het huidige geluidsniveau vinden wij dan ook niet verantwoord en het effect hiervan op de volksgezondheid onacceptabel.’
10. Nederland heeft geen speciale norm voor de maximale belasting aan laagfrequent geluid binnenshuis. Zo kent Denemarken wel een norm: 20 dB. 11. Voor het meest hinderlijke laagfrequent geluid zijn er nog helemaal geen wettelijke normen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) deed in 2018 onderzoek naar laagfrequent geluid. Daaruit blijkt dat 8 procent van de bevolking enige hinder ondervindt van bromtonen en ongeveer 2 procent van
3 de bevolking daar ernstig onder lijdt. Normen zijn er helaas niet voor. 12. De ervaren hinder van windturbines is 3 keer groter dan die van wegverkeer, maar dat wordt niet erkend in het bestuurlijk debat. Een veel gebruikt argument van voorstanders van windenergie is dat wegverkeer evenveel hinder oplevert als windturbines. Dit misverstand is afkomstig uit de toelichting bij de wijziging milieuregels windturbines, waar de minister de maximaal toelaatbare norm voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai vergelijkt met de norm voor windturbines. De maximale grenswaarde voor wegverkeer bedraagt 65dB. Op dat niveau is het percentage ernstig gehinderden inderdaad vergelijkbaar. Maar hier wordt voorbijgegaan aan het feit dat de grenswaarde van 65dB alleen in zeer uitzonderlijke situaties wordt gehaald. Voor aanleg van nieuwe wegen bij woningen moet de voorkeursgrenswaarde voor wegen van 48dB in acht worden genomen . Bij deze geluidsintensiteit bedraagt de ernstige hinder door wegverkeer ongeveer 2-3% in vergelijking met 7-9% ernstig gehinderden bij een Lden van 47dB voor windturbines. Het aantal ernstig gehinderden door windturbines is bij een vergelijkbaar geluidsniveau dus 3x zo hoog. 13. Sinds 2009 is de focus van het RIVM verschoven van ‘het aanbevelen van strengere normen’ naar het ‘omgaan met de huidige ruime normen’.
Het RIVM-rapport Health effects related to wind turbine sound: an update, van Kamp & Van den Berg uit 2020 laat een redelijk genuanceerd beeld zien van de effecten op de gezondheid van windturbine overlast. Echter, de verstorende effecten op de slaap en de gevolgen daarvan voor volwassenen zijn in dit rapport en voorgaande rapporten volstrekt onderbelicht, volgens criticasters. Het beeld dat omwonenden in de praktijk ervaren, blijkt niet herkenbaar in het rapport. Daarentegen wordt de nadruk gelegd op het zg. nocebo-effect: een negatief beeld van windturbines zou maken dat omwonenden het geluid als hinderlijk ervaren en er slaapproblemen door ervaren. Niet de geluidsoverlast of de samenstelling van het geluid. Klinkt als: ‘geluidshinder-aanstelleritis’. 14. Als remedie tegen de gezondheidseffecten door geluidshinder wordt daarom in het advies van het RIVM de nadruk gelegd op het verbeteren van het beeld van windturbines door burgerparticipatie in de besluitvormingsfase en financiële participatie in exploitatiefase. Dat burgerparticipatie en financiële participatie zou helpen tegen hinder door windturbines. Dit is echter een aanname die niet gebaseerd is op uitgebreid wetenschappelijk onderzoek.
Er zijn onderzoeken bekend waarin participatie door omwonenden een positief effect heeft op de ervaren hinder, maar de klachten van verstoorde slaap blijven aantoonbaar nog steeds aanwezig (zie hierna). Gezien de terechte, zo blijkt uit de praktijk, waarschuwingen van het RIVM in 2009 voor de norm van 47dB Lden en voldoende casuïstiek waaruit blijkt dat er een serieus probleem speelt, is het onbegrijpelijk en onacceptabel dat het RIVM de aandacht verlegt naar het nocebo-effect. Dit zou beschouwd kunnen worden als (moedwillig?) onjuiste voorlichting aan omwonenden, initiatiefnemers, bevoegd gezag én Raad van State. Er is inmiddels meer dan voldoende wetenschappelijk bewijs voor gezondheidsschade (zie verderop) door windturbines: het voorzorgsprincipe zou hier moeten worden toegepast door de 10- keer-tiphoogte-norm over te nemen. 15. Hoorbaar intermitterend (‘swoepend’ of ‘stampend’) geluid en lage bromtonen zorgen voor een bewezen duidelijke toename in het voorkomen van slaapstoornissen via de verhoging van het stresshormoon Cortisol dat de kans op overgewicht en psychische klachten zoals depressies en suïcidaliteit vergroten . Ook lichtvervuiling door rode signaallichten ’s nachts speelt een rol bij het ontstaan van slaapstoornissen en stress-gerelateerde klachten.
Er worden bovendien causale verbanden gelegd die om nader onderzoek vragen, zoals een toename in de prevalentie van hartinfarcten, vroeggeboorten en suikerziekte. Onhoorbaar, infrasoon geluid, geeft trillingen in het binnenoor die kunnen leiden tot geluids-overgevoeligheid en slechthorendheid. 16. Er is wetenschappelijk bewijs voor de negatieve effecten van (turbine) geluidsoverlast en vooral de hieruit voortkomende slaapstoornissen bij kinderen. Verstoorde slaap als gevolg van geluidsoverlast leidt bij kinderen tot neuronen-verlies, verlies van geheugenfunctie en stagnerende cognitieve vermogens, een toename van gedragsproblemen en verminderd welbevinden. Verder is bekend dat geluidsoverlast door bijvoorbeeld weg- of vliegverkeer significante negatieve gevolgen heeft voor de leerprestaties. In het RIVM-rapport wordt geen analyse gemaakt van beschikbare literatuur over geluidsoverlast en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen. 17. Ook rondom het verschijnsel infrasoon en laagfrequent geluid is steeds meer informatie voor handen. Binnenkort wordt een grote ‘systematic review’ van ruim 300 wetenschappelijke artikelen gepubliceerd door Jan de Laat, audioloog LUMC en vooraanstaand expert, waarin hij de gezondheidseffecten van windturbinegeluid heeft onderzocht. Hij komt tot de conclusie dat de afstand waarop windturbines verantwoord geplaatst kunnen
4 worden ten minste 10 keer de tiphoogte zou moeten zijn. 18. De huidige wind-op-land plannen van de RES kunnen met slechts de wettelijke norm teveel overlast en gezondheidsschade veroorzaken. Bovendien is deze slecht handhaafbaar. Daarom zou tenminste het voorzorgsprincipe gehanteerd moeten worden: het aanhouden van de internationale vuistregel voor afstand van windturbines tot woningen: 10 x de tiphoogte.
De medische zorgen over gezondheidsschade door windturbines worden steeds groter. 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
‘Het geluid kan leiden tot klachten bij omwonenden die op grond van onderzoek nog maar ten dele kunnen worden verklaard’ schrijft het Kennisplatform Windenergie in 2020, een expertgroep van onder meer het RIVM, Rijksuniversiteit Groningen, de Nederlandse Wind Energie Associatie en de landelijke GGD. Die GGD schreef in oktober 2019 al dat ‘klimaatmaatregelen negatieve gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid. Denk aan de geluidsoverlast die windmolens met zich meebrengen voor de direct omwonenden’. En ook dat ‘zonne- en windparken via hinder en ongerustheid impact hebben op de gezondheid’. Bron: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/05/2_Kennisbericht_Geluid_van_windturbines_incl%20bijlage.pdf Bezorgde medici die zich betrokken voelen bij het leefklimaat in Nederland en bij het Nederlandse landschap, signaleren dat de wetenschappelijke kennis over de gevolgen van geluidsoverlast, vooral van laag frequent geluid van windturbines onvoldoende bekend is bij beleidsmakers, artsen en de algemene bevolking. Ruim honderd artsen hebben daarom in maart 2021, en in mei nogmaals uitdrukkelijk gewaarschuwd dat de gezondheidsrisico’s worden onderschat van de windturbines die Amsterdam wil bouwen langs de stadsrand. Het RIVM-onderzoek waardoor het stadsbestuur zich laat geruststellen, zegt volgens hen niets over de Amsterdamse situatie.
Het RIVM-rapport is een literatuurstudie waarin de resultaten van meer dan honderd onderzoeken zijn samengevat. Maar volgens de artsen gaan de onderliggende onderzoeken maar voor een deel over gezondheidseffecten en dan alleen over die van windturbines van 35 tot 120 meter. Ook gaan ze veelal over dunbevolkt gebied en was de afstand tot woningen groter (500 meter tot 10 kilometer) dan in de Amsterdamse plannen. Deze verontruste artsen hebben inmiddels een nieuwe site opgezet: https://www.windwiki.nl/ met als doel het medisch onderzoek naar windturbines voor iedereen toegankelijk te maken. Daarnaast hebben zij fundamentele inhoudelijke kritiek op de geruststellende RIVM-rapporten uit 2019 en 2020. Op basis van de RIVM-adviezen (minimaal 300 meter) besluiten gemeenten en GGD’s tot de plaatsing van turbines dicht bij bewoning. Daarom zijn deze artsen bezig met de voorbereiding van een contra-expertise op de conclusies van het RIVM door een gerenommeerd epidemioloog (status juni 201) Windturbines kunnen tot ernstige chronische geluidshinder leiden bij omwonenden vanwege het intermitterende “zwoep” geluid. Er is daarom toenemende aandacht voor het Wind Turbine Syndroom (WTS): ‘een soort op chronische zeeziekte lijkende’ aandoening.
Er zijn zeer sterke aanwijzingen dat ‘het windturbine syndroom’ ontstaat door prikkeling van de buitenste haarcellen van het binnenoor door blootstelling aan infrasone en laagfrequente trillingen zoals die door windturbines worden opgewekt. Zie Bijlage IV. Zoals met veel onderzoeksresultaten die niet stroken met eigen standpunten, wordt veel deugdelijk onderzoeksmateriaal ook hier ontkend, tegengesproken en geridiculiseerd (net als vroeger met roken). In de medische en juridische literatuur is het aspect schade voor de gezondheid door windturbines nationaal en internationaal echter niet meer te loochenen. Er zijn zelfs Finse studies die een medisch risicobereik van 15 km aantonen, en dat terwijl RIVM zich blijft baseren op verouderde literatuur met kleinere turbines in dun(ner) bevolkte gebieden… Op de beeldvormende avond op 31 mei jl. over windturbines heeft de Veenendaalse huisarts Henk van der Linde (Mediversum) als inwoner van Overberg de gemeenteraad van GUH een dringende waarschuwing gegeven over de medische consequenties van grote windturbines. Terug te zien via het raadsinformatiesysteem van GUH. Tenslotte is het nodige te vinden op https://nlvow.nl/actueel/geluidsafstanden-voor-gezondheid
De overlastregels voor windturbines in Nederland zijn in strijd met het Europees recht. Dit is inmiddels duidelijk geworden door uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie over Wallonië (d’Oultremont – 2016) en Vlaanderen (Nevele – 2020). Op straffe van nietigheid heeft het Europese Hof op 25 juni 2020 (ECLI:EU:2020:503) bepaald dat plannen en programma's (waaronder windturbines) met aanzienlijke milieugevolgen vooraf plan-MER getoetst dienen te worden (richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling - SMB). De Raad van State, als hoogste bestuursrechter, is wettelijk verplicht om bindend (zgn. prejudicieel) advies te vragen aan het Europees Hof van justitie, wanneer een belangrijke Europese kwestie voorligt (artikel 267, VWEU).
5 Om het Europees Hof te ontlasten is ooit de “Acte Claire” ingevoerd. Als een Europese kwestie voorligt, waarvan het overduidelijk is, wat de uitspraak van het Europees Hof zou zijn, dan hoeft de hoogste rechter, in dit geval de Raad van State, geen bindend advies te vragen. De Raad van State zou echter misbruik hebben gemaakt van de “Acte Claire” door in een aantal gevallen te stellen, dat de zaak zo simpel is dat de Europese rechter er niet naar hoeft te kijken. Daarmee gebruiken overheden - bij het verlenen van vergunningen voor windturbines - niet de Europese richtlijnen maar de normen die zijn neergelegd in het zogeheten Activiteitenbesluit. Die algemene regeling geeft een aantal normen voor lawaai, schaduwhinder en gevaar van windturbines. Als aan die normen wordt voldaan, dan kan in principe een vergunning worden verleend. Bij het verlenen van een vergunning voor een windpark op Goeree-Overflakkee stelden tegenstanders van dat windpark al dat het Activiteitenbesluit in strijd is met Europese regels. Voor het vaststellen van de normen in deze regeling had eerst een MilieuEffectRapportage moeten worden gemaakt, krachtens de richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (SMB). Dat heeft de Nederlandse staat niet gedaan. Overheden kunnen door het toepassen van het Activiteitenbesluit voorkomen dat de milieueffecten van windparken uitgebreid moeten worden onderzocht.
Het is een korte route naar vergunningverlening. Maar die regeling staat sinds april jl. op de helling. De Raad van State oordeelde eerder in de zaak Goeree-Overflakkee dat het Activiteitenbesluit niet in strijd is met de Europese regels. Maar het Europese Hof van Justitie maakte vorig jaar met bovengenoemde uitspraak-Nevele gehakt van een vergelijkbare milieuregeling die in België wordt toegepast. De Vlaamse regering moet nu alsnog een uitgebreid onderzoek doen naar milieueffecten van de normen in die Belgische regeling. De Nederlandse regering moet hoogstwaarschijnlijk hetzelfde doen. De Raad van State kan bijna niet anders dan terugkomen op zijn eerdere oordeel dat het Activiteitenbesluit niet in strijd is met Europese regels. Een uitspraak van het Europese Hof is bindend. Lidstaten van de Europese Unie en hun rechters moeten een uitspraak van het Hof volgen. De Raad van State staat nu voor de vraag of het Activiteitenbesluit buiten werking moet worden gesteld. Als de Raad dat doet, dan betekent dit dat bestaande windparken die zijn gerealiseerd met toepassing van de normen van het Activiteitenbesluit opeens zonder een aantal milieunormen draaien… De Raad overweegt daarom nu om het Europese Hof van Justitie om advies te vragen. Het gaat om een zeer principiële zaak, waarbij de milieuregels in Nederland in de nabije toekomst mogelijk nog flink worden opgeschud…
De overheid handelt in strijd met het voorzorgsbeginsel 1.
2.
3.
4.
De RES is een overhaaste besluitvorming in de energietransitie waarbij de overheid zijn burgers onvoldoende beschermt en blootstelt aan onder meer gezondheidsrisico’s. Dit betekent dat de besluitvorming over windturbineparken anders moet. Borging dient plaats te vinden vanuit de artikelen 21 en 22 van de grondrechten uit de Grondwet. Deze grondrechten leggen de overheid zorgplicht op: het voorzorgsbeginsel. Dit betekent dat de overheid moet beschermen tegen gezondheidsrisico’s ook als e.e.a. nog niet onomstotelijk is bewezen. Vanaf 2010 wordt de Nederlandse overheid in toenemende mate verweten onvoldoende invulling te geven aan beide grondrechten en zich te onttrekken aan zijn voorzorgplicht. Dit is vooral het geval ten aanzien van de risico’s waaraan mensen worden blootgesteld die wonen nabij industriële windturbines. Wie (geïnformeerd en dus willens en wetens) het risico neemt om (mogelijk) gezondheidsschade te veroorzaken bij burgers, maakt zich volgens een groot aantal juristen schadeplichtig. Hoe langer de Nederlandse bestuursorganen de toepassing van onder meer de eerdergenoemde EU SMB-richtlijn voor zich uitschuiven, zoveel te meer zal dit doorwerken in de aansprakelijkheidsstelling door de gedupeerde burgers van de overheid en de initiatiefnemers van bijvoorbeeld windturbine- en zonneparken.
Sommige juristen (Tomlow Utrecht) gaan daarbij zover dat “iedere bijdrage aan het faciliteren en realiseren van de plaatsing van de windturbines wordt (…) beschouwd als onrechtmatig handelen (…).” Als een vergunning wordt afgegeven tot het plaatsen van een windturbine en er niet vooraf – op Europese voorschriften vereiste wijze – onderzocht is of de windturbines concreet schade veroorzaken aan de gezondheid van de aldaar wonende bewoners (binnen een straal van tenminste 10 maal de tiphoogte), dan is een eventueel afgegeven omgevingsvergunning voor de bouw van zo’n windturbine onrechtmatig afgegeven en is de gemeente mede
6 aansprakelijk, omdat er medewerking is verleend aan de betreffende plaatsing. Bronnen: • https://www.ad.nl/utrecht/miljoenenclaim-dreigt-voor-utrecht-stichting-boos-op-gemeente-om-plaatsenwindmolens-in-polders~a6bfbc58/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F • https://www.google.com/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=&cad=rja&uact=8&ved=2ahUKEwipu5 DvrOrwAhVD8hQKHTiICAYQFjAAegQIBRAD&url=https%3A%2F%2Fmk0denuklv1c43u9ykp.kinstacdn.com%2Fa pp%2Fuploads%2F2021%2F02%2Fsommatie_gemeente_-_anoniem.pdf&usg=AOvVaw2WsXf4lgGEwr60va466vN (februari 2021)
7
Deel II: Burgerparticipatie in de RES De maatschappelijke context: windenergie op land wordt met de dag controversiëler. Wind-op-land is zeer betwist. Vooraanstaand ‘windmolen-advocaat’ Peter de Lange alleen al heeft momenteel 130 winturbinezaken in portefeuille: een indicatie dat er toch echt iets aan de hand is in Nederland. Hebben we hier – in de nasleep van de Toeslagen-affaire – opnieuw te maken met een overheid die de menselijke maat is vergeten? Wind op land is momenteel zo controversieel dat inmiddels dringend gepleit wordt voor een moratorium door Windalarm en de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW). Volgens deze organisaties is de wind-op-land Klimaatakkoorddoelstelling al gehaald. De additionele EU-doelstelling kan naar zee in lijn met het advies van de studiegroep Green Deal en Stuurgroep Extra Opgave. Bron: Tijd voor een wind-op-land moratorium, Windalarm & NLVOW, 29 april 2021. Deze organisaties hebben ook een open brief naar volksvertegenwoordigers gestuurd. Mogelijk heeft de raad deze reeds ontvangen. Volledigheidshalve is deze open brief nogmaals toegevoegd in Bijlage V. Belangrijkste punten uit dit manifest: • • •
• •
•
Binnen het klimaatakkoord is een doelstelling voor wind-op-land van 21 TWh in 2030 afgesproken. Deze doelstelling is al gehaald als alle reeds vergunde en gesubsidieerde projecten worden meegeteld. De huidige wildgroei van zon en wind op land leidt in toenemende mate tot congestie in het elektriciteitsnet en daaraan gekoppelde hoge investeringen. Wind-op-zee is inmiddels de goedkoopste vorm van duurzame energie, heeft een minimale impact op de visserij en gaat goed samen met de ecologische versterking van de Noordzee. Wind-op-zee heeft een belangrijke rol in de verduurzaming van de industrie. Er is reeds planologisch voldoende ruimte geschapen binnen het Noordzee akkoord. Het opwekpotentieel op zee is dermate groot dat het toevoegen van een relatief kleine additionele wind-op-land doelstelling maar een marginaal effect (+ 5%) heeft op de totale wind-op-zee ambitie. Het advies tot moratorium van verdere groei wind op land wordt ondersteund door het recente (januari 2021) rapport van de studiegroep Bestemming Parijs: wegwijzer voor klimaatkeuzes 2030, 2050, dat stelt “Hoewel extra hernieuwbare elektriciteit via wind en zon op land technisch mogelijk is, kleven er grote onzekerheden en bezwaren aan.” Bijna alle politieke partijen (waaronder VVD, D66 en CDA) hebben in hun verkiezingsprogramma geen verdere verhoging van de doelstellingen voor wind-op-land voorzien.
Alle focus is op wind-op-zee.
Daarbij is in de publieke opinie steeds duidelijker geworden dat energiebedrijven heel veel verdienen met windenergie op land (12 procent winst met staatsgarantie). Daarom hebben energiebedrijven aan de Klimaattafel Elektriciteit zoveel mogelijk ingezet op windturbines op land, op jacht naar winsten die niet op zee gelden. De Commissie Brenninkmeijer heeft reeds concrete adviezen ontvangen voor windenergie op land. Het probleem is dat burgers worden overvallen door zeer ingrijpende RES-plannen, die naar hun oordeel geruisloos en verre van democratisch tot stand zijn gekomen. Als er al inspraak is, komt deze te laat en stelt daardoor te weinig voor. Oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer: “De vraag wordt: zullen we hier een gele cirkel zetten op de kaart, of zullen we het daar doen? Dan neem je de mensen niet mee in het verhaal en kun je dus ook geen gewogen keuzes verwachten. (…) Kleine groepen burgers met extreme meningen gaan daardoor de boventoon voeren, zegt Brenninkmeijer. Het proces raakt dan vast. Het gevolg is een botsing of geen progressie - steeds vaker het laatste.” Bron: https://www.nu.nl/klimaat/6124605/commissie-brenninkmeijer-geef-burger-grotere-rol-bij-duurzame-energie.html Vorige kabinetten kwamen te laat in actie voor het klimaatdoel van 2020. Nu is een enorme inhaalslag nodig.
Zoals de raad ongetwijfeld weet, heeft het demissionaire kabinet daarom de onafhankelijke Commissie-Brenninkmeijer gevraagd te onderzoeken hoe burgers beter betrokken kunnen worden, nu deze stroomversnelling in klimaatbeleid eraan komt. Het advies: laat burgers volwaardig meepraten. In dat kader heeft Stichting Nederwind reeds in februari 2021 een rapport ingediend bij de Commissie Brenninkmeijer met een aantal hele concrete voorstellen voor burgerparticipatie in de besluitvorming. Nederwind is het netwerk van bijna alle burger-organisaties die zich die zich verzetten tegen de bouw van grote windturbines zonder draagvlak. Deze koepelorganisatie vindt dat de overheid na heeft gelaten verantwoordelijkheid te nemen voor het welzijn van haar burgers als het gaat om de energietransitie. Bron: http://nederwind.nl/ De voorstellen aan de Commissie Brenninkmeijer waren: 1. Voeg burgerorganisaties toe aan het Uitvoeringsoverleg Elektriciteit en Gebouwde Omgeving.
8 2. Verruim de keuzes binnen de RES. 3. Voeg burgerorganisaties toe aan de stuurgroep RES. 4. Verleen toegang aan burgerorganisaties tot hoorzittingen commissie Economische Zaken en Klimaat in de Tweede Kamer. 5. Houd een referendum over het RES-voorstel in elke RES-regio. 6. Houd een referendum per project onder omwonenden. 7. De volgende voorstellen werden gedaan m.b.t. financiële burgerparticipatie: - Omwonenden kunnen volwaardig financieel participeren voor 75 procent van de winst tegen hetzelfde rendement als de initiatiefnemers. - Verleen voorrang aan èchte lokale energie-coöperaties van louter omwonenden. Het gehele rapport is te vinden op nederwind.nl/wp-content/uploads/2021/03/WAARACHTIGE-BURGERPARTICIPATIEinput-commissie-Brenninkmeijer.pdf Het lijkt me dat ook in juni deze suggesties nog volledig van kracht zijn. De motie voor draagvlakmeting lijkt al een eerste mooie stap te zijn!
9
Bijlage I: Geluidsdruk en concentratiedrempel
Bron: Schoonenberg, audiciens.
Bijlage II: Bewezen gezondheidseffecten lawaai
10
Bijlage III: protestbrief Geertruidenberg over windturbines aan Oosterhout
11
12
13
Bijlage IV: het Wind Turbine Syndroom (WTS) Zie apart PDF-document Voorkom het windturbine syndroom, nummer 1 van een serie publicaties van het DEI over gezondheid en energietransitie.
14
Bijlage V: open brief van Windalarm en NLVOW
Korte samenvatting van RIVM-rapport (28 mei 2021) Klimaatakkoord: effecten van nieuwe energiebronnen op gezondheid en veiligheid in Nederland. Conclusies van dit rapport Als het gaat om effecten als gevolg van de energietransitie, kunnen de volgende milieu-gerelateerde thema’s een rol spelen: luchtverontreiniging (buiten), binnenmilieu, (laagfrequent) geluid en trillingen en overige effecten. De meest relevante effecten en risico’s voor gezondheid en veiligheid zijn: -
luchtverontreiniging door houtkachels, biomassa-installaties en biobrandstoffen, en geluidhinder door windturbines.
Methode voor meting van effecten op gezondheid: DALY’s Uitganspunt voor RIVM is de beoordelingsmethodiek van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018 (VTV 2018). In deze benadering wordt de ziektelast (Burden of Disease) voor een bepaalde populatie uitgedrukt in Disability Adjusted Life Years (DALY's). DALY’s worden berekend uit ziektejaarequivalenten (het aantal jaren geleefd met een ziekte, gewogen voor de ernst hiervan (Years Lived with Disability; YLD’s) en het aantal verloren levensjaren door vroegtijdige sterfte als gevolg van de ziekte (Years of Life Lost; YLL’s). Op deze wijze kunnen gezondheidseffecten door verschillende oorzaken (bronnen) of voor verschillende typen ziekten vanuit eenzelfde perspectief worden vergeleken. Dit is een wetenschappelijk en door de WHO geaccepteerde aanpak, die veel wordt toegepast in onderzoek ten behoeve van beleid. Op de website Volksgezondheidenzorg.info zijn gegevens te vinden over ziektelast uitgedrukt in DALY's, toegeschreven aan verschillende soorten ziekten dan wel aan verschillende soorten bronnen of oorzaken. De totale ziektelast van de Nederlandse bevolking is geschat op ongeveer 5.000.000 DALY’s (VTV, 2018). Ongeveer 4% daarvan (200.000 DALY’s) wordt toegeschreven aan bronnen en factoren in het milieu (175.000 DALY’s aan buitenmilieu en 25.000 DALY’s aan binnenmilieu).
Omdat het berekenen van DALY’s in het kader van deze studie is omgeven met een aantal onzekerheden, heeft RIVM een indeling gemaakt in vier klassen op basis van orde-grootte. Hiermee ontstaat een soort ‘bandbreedte’. Deze klassen staan in onderstaande tabel. Per klasse is aangegeven hoe de berekende ziektelast zich verhoudt tot de totale ziektelast veroorzaakt door milieufactoren. Als er geen of onvoldoende informatie beschikbaar is, of dusdanig onzeker dat uitdrukken in DALY’s niet is te verantwoorden, dan is het effect beoordeeld op basis van expert judgement: inschatting door deskundigen.
Klasse-indeling gezondheidseffecten % van totale Klasse Aantal DALY’s ziektelast 'milieu' Geen effecten 0 ----A < 1.000 < 0,5% Wel effecten B 1.000 – 10.000 0,5 – 5 % C > 10.000 > 5%
Gezondheidseffecten van windturbines op land De ziektelast veroorzaakt door geluid van windturbines is momenteel nog niet eenvoudig uit te drukken in DALY’s, omdat nog niet eerder alle benodigde parameters zijn vastgesteld. Er is nog een kennis-hiaat. Het RIVM beveelt derhalve aan ‘om de komende jaren goed te blijven volgen welke effecten de nieuwe energiebronnen hebben’.
Er zijn ook toekomstige onzekerheden. Ten eerste neemt het vermogen aan windenergie op land komende jaren toe ten opzichte van het aantal ten tijde van de hindermetingen. -
Niet alleen het aantal windturbines groeit, waardoor ze gemiddeld genomen dichter bij woongebieden kunnen komen te staan; Maar er zullen ook grotere windturbines worden toegepast die mogelijk meer geluidhinder veroorzaken.
Daarnaast zijn niet-akoestische factoren, zoals geluidgevoeligheid, communicatie, vertrouwen in de autoriteiten en verandering van het landschap, van invloed op de gezondheid. Deze factoren zijn niet allemaal verdisconteerd in berekeningen van de ziektelast, maar dragen daar volgens RIVM wel aan bij. Samengevat concluderen de onderzoekers dat op basis van bovenstaande schattingen en rekening houdend met de genoemde onzekerheden de ziektelast veroorzaakt door geluid van windturbines binnen klasse A valt, conform de tabel en - afhankelijk van de ontwikkelingen in de toekomst mogelijk in klasse B. Tevens kan de slagschaduw van windturbines hinder genereren door het stroboscopisch effect, de wisseling tussen wel en geen schaduw. In de milieuwetgeving zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. Via de vergunning zijn windturbines bijna altijd verplicht voorzien van een stilstand-voorziening, die de windturbine uitschakelt op momenten dat slagschaduw op woningen kan optreden. Er bestaan nog geen kwantitatieve gegevens over het gezondheidseffect door visuele hinder. Vanwege de hoogte en omvang van de turbines zijn er ook enkele specifieke arbeidsrisico’s gekoppeld aan windenergie. Andere veiligheidsrisico’s zijn gekoppeld aan het falen van een windturbine zelf.
Bij het vaststellen van de omgevingsveiligheidsrisico’s van windturbines worden vier ongevalsscenario’s genoemd (RIVM, 2020): -
breuk van een windturbineblad; omvallen van een windturbine door mastbreuk, het naar beneden vallen van een gondel en/of rotor of het naar beneden vallen van kleine onderdelen.
Van deze scenario’s geeft een afgebroken blad dat wordt weggeworpen het grootste effect. Dit is onder andere afhankelijk van het vermogen van de turbine. Een blad kan tot meer dan honderd meter ver worden weggeslingerd en kan zo schade aanrichten aan gebouwen of industriële installaties als die worden geraakt (domino-effecten). Er zijn generieke werpafstanden bepaald voor windturbines (met een vermogen tussen 1-5 MW) tot bijna 250 meter bij nominaal toerental. Voor de andere scenario’s geldt dat de effectafstanden kleiner zijn. Bij een mastbreuk is de afstand bijvoorbeeld afhankelijk van de hoogte van de turbine (het risico beperkt zich tot een afstand die gelijk is aan de ashoogte plus de halve rotordiameter).
Jaarlijks vinden er incidenten plaats. Wanneer het aantal turbines significant zal toenemen, zal ook de kans op incidenten toenemen. Qua effecten maakt het uiteraard uit waar deze turbines worden geplaatst en zijn ze voor de omgevingsveiligheid alleen relevant bij windturbines op land. Totaal-overzicht gezondheids- en veiligheidsrisico’s van de klimaatmaatregelen Op pagina 78 van het rapport tonen de onderzoekers onderstaande tabel:
Hier wordt zeer expliciet gesteld dat windenergie op land zich in de risicoklasse A/B bevindt. Daarmee erkent RIVM voor het eerst eenduidig dat windturbines nadelige gezondheidseffecten hebben! Aanbevelingen RIVM De resultaten van deze verkenning laten volgens RIVM zien dat de impact van de meeste maatregelen uit het Klimaatakkoord op de gezondheid en veiligheid beperkt zal zijn. Enkele energiebronnen kunnen echter wèl tot relevante gezondheidseffecten of veiligheidsrisico’s leiden. Juist de ontwikkelfase van de energietransitie biedt mogelijkheden om gezondheids- en veiligheidsaspecten integraal mee te nemen (bijvoorbeeld in de Regionale Energie Strategieën). Zo is
het raadzaam om omwonenden te betrekken bij de besluitvorming over optimalisering van locaties (afstand tot woonbebouwing) en landschappelijke inpassing van windturbines en zonneparken, en hen daarbij van goede, betrouwbare informatie te voorzien. Gedurende de transitie kan worden gemonitord hoe gezondheids- en veiligheidseffecten zich ontwikkelen. Uit het onderzoek blijkt tenslotte dat er voor sommige maatregelen onvoldoende informatie aanwezig is om een goede inschatting van de gezondheids- en veiligheidseffecten te maken. Bij die onderwerpen is er sprake van kennishiaten en is aanvullend onderzoek nodig om de effecten beter in kaart te brengen. Dit gaat vooral om de gezondheidseffecten door verbranding van biomassa en biobrandstoffen en de gevolgen van geluidhinder en andere effecten, zoals hinder van visuele aspecten door windturbines. Tenslotte komt verder naar voren dat bij sommige nieuwe energiebronnen de effecten op de gezondheid en veiligheid zeer beperkt zijn. Dat geldt onder andere voor aquathermie, getijdenenergie en blauwe energie. Deze technieken worden in Nederland nog niet veel toegepast, en zijn nog in ontwikkeling. Vanuit het perspectief van gezondheid en veiligheid is het zeer interessant om verdere (kennis)ontwikkelingen van deze technieken te volgen, aldus de onderzoekers.
Voorkom het windturbine syndroom Dit rapport is nummer 1 van een serie publicaties van het DEI over gezondheid en energietransitie Januari 2021
DEI Democratisch Energie Initiatief
18 januari 2021 | DEI | Voorkom het windturbine syndroom | 1
Woord vooraf Industriële windturbines (IWT’s) en schade voor de gezondheid. Het is een onderwerp dat op dit moment steeds meer in de publiciteit komt. Artikel 21 van de Nederlandse Grondwet legt de overheid de zorgplicht op voor de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Artikel 22 van de Nederlandse Grondwet legt de overheid de plicht op maatregelen te treffen ter bevordering van de volksgezondheid. Beide artikelen zijn opgenomen in het hoofdstuk grondrechten van onze Grondwet. Behalve grondrechten voor de burger houden de artikelen een voorzorgplicht voor de overheid in om te voorkomen dat burgers en milieu worden blootgesteld aan risico’s. Vanaf 2010 wordt de Nederlandse overheid in toenemende mate verweten onvoldoende invulling te geven aan beide grondrechten en zich te onttrekken aan zijn voorzorgplicht. Dit is vooral het geval ten aanzien van de risico’s waaraan mensen worden blootgesteld die wonen nabij industriële windturbines. In de medische en juridische literatuur is het aspect schade voor de gezondheid nationaal en internationaal niet meer te loochenen. In de afgelopen 10 jaren heeft een groot aantal wetenschappers gepleit zorgvuldiger om te gaan met de gezondheid van de mens in de planning en besluitvorming rond de aanleg van windturbine parken. Het tegendeel is in de huidige besluitvorming helaas het geval.
De afstandsnormen in de regelgeving zijn in Nederland sinds 2010 dermate ten ongunste van omwonenden aangepast, dat er geen sprake meer is van daadwerkelijke bescherming tegen gezondheids- en milieuschade. Van effectief onderzoek vooraf aan de besluitvorming over windturbineparken is geen sprake. Ondanks dat EU-richtlijnen, waaronder met name de richtlijn Strategische Milieu Beoordeling (SMB) uit 2001, dit onderzoek aan
2 | 18 januari 2021 | DEI | Voorkom het windturbine syndroom
de Nederlandse overheid wel voorschrijven. Inmiddels wordt in rechtszaken de Nederlandse bestuursorganen nalatigheid verweten en zijn bij onder meer de Raad van State in beroepszaken tegen de planning van windturbineparken prejudiciële vragen opgeworpen aangaande de plicht tot uitvoering van de EU-richtlijnen. Dit mede naar aanleiding van een recente uitspraak op 25 juni 2020 van het Hof van Justitie van de EU. Met dit rapport wil het DEI de inspanningen ondersteunen van onder meer medici, juristen, overheden en bewoners om de gezondheidsschade serieuze aandacht te geven in de besluitvorming. Opdat in de besluitvorming over windturbine parken door de bestuursorganen en de rechtscolleges de stand van de medische inzichten volwaardig meegenomen wordt. Dit rapport is een aanbeveling voor alle bestuursorganen en rechtscolleges om het voorzorgprincipe voor de gezondheid van de mens te plaatsen in het hart van de besluitvorming over met name windturbineparken. Maar ook bij alle andere beslissingen in de energietransitie, waarbij volgens de normstelling van de EU sprake is van aanzienlijke milieugevolgen. Op grond van de normstelling van de EU dient vooraf aan de besluitvorming door onderzoek met wetenschappelijke zekerheid vast komen te staan dat het bestaande beschermingsniveau voor een gebied niet zal worden aangetast door de voorgenomen plannen.
Het nalaten van dit onderzoek zet de deur open dat in alle regio’s en gemeenten de blootstelling van bewoners aan gezondheidsrisico’s verder wordt vergroot. Het doen van onderzoek dat voldoet aan de EU-normen is noodzakelijk om de gezondheidsrisico’s uit te sluiten en het voorzorgprincipe in te vullen. De noodzaak hiertoe is ook actueel in de besluitvorming in het kader van de zogenaamde Regionale Energie Strategieën (RES). Dit rapport staat aan het begin van een traject. Op dit nieuw ingezette spoor om de gezondheidsschade ten gevolge van windturbines
erkend te krijgen bij de overheid zullen meerdere wetenschappelijke publicaties volgen. Het doel van het DEI is dat het rapport niet alleen zal bijdragen aan het terugbrengen van het voorzorgprincipe in de besluitvorming over windturbineparken, maar over de hele linie zal bijdragen aan het herstel van de democratische en rechtstatelijke waarden in de energietransitie. De zorg en voorzorg voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu zijn daarvoor een toetssteen.
drs. Karin Vocking Bioloog, onderzoeker celbiologie-elektronen microscopie drs. Judith Vocking Sociaal geograaf, tekstredacteur De redactie van dit rapport is gevoerd door Karin Vocking en Wilco Alteveer. Naar hen gaat mijn speciale dank uit. Nico Broekema voorzitter DEI
Ook in de juridische inspanningen om de EU-beschermingsrichtlijnen, zoals de SMB-richtlijn van 2001, door de Nederlandse bestuursorganen en rechters gerespecteerd en toegepast te krijgen, is dit rapport van uitermate grote betekenis. We bevelen daarom aan dit rapport onder de aandacht te brengen van alle betrokkenen, met name zij die een rol vervullen in besluitvormingsprocessen en de leden van de rechterlijke macht. Wij nodigen ieder uit om met ons te werken aan een zorgvuldiger en democratisch besluitvor mingsproces waarin de zorg voor de gezondheid van de mens en de bescherming van het milieu centraal staan. Bij het schrijven van dit rapport kregen wij advies van experts uit verschillende delen van de wetenschappelijke wereld. In het bijzonder zijn we erkentelijk voor de waardevolle adviezen en bijdragen van: ing. Wilco Alteveer QHSE-manager, RvA geaccrediteerde testen en metingen Louw Feenstra Prof. (em.) KNO-geneeskunde en filosoof dr. ir. Jan de Laat Klinisch-fysicus – audioloog
18 januari 2021 | DEI | Voorkom het windturbine syndroom | 3
Samenvatting
Summary
De overheid besliste het gebruik van fossiele brandstoffen te beperken en industriële windturbines (IWT’s) te subsidiëren. Al vanaf het begin blijken dieren in de omgeving van IWT’s, zowel op land als in de zee, op de vlucht te slaan en vogels, vleermuizen en insecten door de wieken stuk te worden geslagen. Ook mensen krijgen gezondheidsproblemen: het ‘Windturbine syndroom’. Met dierexperimenteel en ander laboratoriumonderzoek zijn diverse afwijkingen aangetoond. Ook bij mensen zijn meetbare afwijkingen gevonden van het oor en in de hersenen, deels omkeerbaar, mogelijk deels blijvend.
The dutch government decided to reduce fossil fuels consumption and started State-subsidised ‘renewable energy’ such as Industrial Wind Turbines (IWTs). From the beginning this resulted in animals fleeing from the vicinity of IWTs, both on land and at sea. Birds, bats and insects were crushed by the blades and fish abandoned the area. People also developed health problems; the so called ‘Wind Turbine Syndrome’ (WTS). Laboratory animal research presented evidence of alterations of the inner ear and the brain. Studies in humans also indicated temporary, possibly partly permanent disfunctions of hearing and brain.
De gebleken oorzaak van het windturbine syndroom zijn de door IWT’s opgewekte trillingen. Diepgaande evaluaties werden al uitgevoerd in het midden van de jaren 1980-90 door NASA. Ook werd destijds, naar aanleiding van onderzoek in opdracht van en betaald door het Amerikaanse ministerie van Energie over de mogelijke invoering van IWT’s, gerapporteerd over de nadelige gevolgen voor de gezondheid, hoewel deze werden genegeerd door de windenergie producenten en hun voorstanders. De trillingen worden onderscheiden in: (1) niet hoorbaar, infrasoon (IS = 0-20 Hz) en (2) uiterst laag van toon, laagfrequent (LF = 20-125 Hz). De regelgeving rondom deze tot voor enkele decennia onbekende oorzaak-gevolgreactie is onvoldoende. Bewijzen voor de ziekte, de oorzaak en de omvang ervan worden door belangengroepen van de overheid, politici, exploitanten van IWT’s en grondeigenaren stelselmatig niet erkend en genegeerd. Helaas kennen we dit patroon uit het verleden. Artsen die nieuwe ziektebeelden ontdekken en voor hun patiënten opkomen, werden ook in het verleden tegengewerkt door belangengroepen. Denk bijvoorbeeld aan roken.
4 | 18 januari 2021 | DEI | Voorkom het windturbine syndroom
The wind turbine syndrome appears to be caused by exposure to the low frequency (inaudible infrasonic) vibrations generated by the IWTs. In-depth evaluations were carried out as early as the mid-1980s by NASA and research funded by the American Dept of Energy on potential implementation of IWTs also reported adverse health effects, although these were ignored by Wind Energy providers and its proponents. The vibrations are partly within human auditory range in the Low Frequencies, (LF = 20-125 cps), partly not-audible in the infrasonic range (IS = 0-20 cps). It is unfortunate that governments, politicians, IWT providers and landowners are ignoring, or even opposing recognition of the unfortunate consequences of IWTs. Such behaviour is well-known in medical history. ‘New’ diseases, discovered by physicians who try to protect their patients tend to be obstructed by pressure-groups with conflicts of interests. (Smoking would be an example).
Inleiding In dit artikel lichten we ziekteverschijnselen en oorzaken toe van ‘het windturbine syndroom’. Doel is om de kennis hierover te bevorderen. Wij gaan in op de oorzaak van dit syndroom en daarmee op de schadelijke bijwerkingen van de industriële windturbines die de laatste jaren overal in West-Europa zijn verschenen. Als gevolg van het klimaatakkoord en de wens groene energie op te wekken, zijn inmiddels in Nederland steeds grotere industriële windturbines een bekend verschijnsel geworden. Nieuwer nog zijn de plannen voor de bouw van windparken met meer en hogere windturbines. De tip van de omhoog-wijzende wiek van deze turbines (tiphoogte) bereikt inmiddels al 250 meter. De installaties van windturbines en meer nog de wieken zijn de oorzaak van trillingen. Deze worden voortgeleid door de omgevingslucht en via het betonnen fundament van de turbine door de bodemlagen. Er zijn twee soorten trillingen die een rol spelen: infrasone trillingen (IS) en laagfrequente trillingen (LF). Samen worden ze wel ILFN (infrasonic and low frequency noise) genoemd. Infrasone trillingen hebben een frequentie van 0-20 Hz (aantal trillingen per seconde) en kunnen niet door de mens gehoord worden. Laagfrequente trillingen hebben een frequentie van 20-125 Hz en kunnen door sommige mensen gedeeltelijk wel gehoord worden. Beide trillingen worden eerder gevoeld dan gehoord.
Het is inmiddels duidelijk dat mensen die dichtbij windparken wonen gezondheids klachten kunnen krijgen door de IWT’s en dat infrasone en laagfrequente trillingen hier de oorzaak van zijn.
Daarnaast is er een ziektebeeld dat in deze context soms wordt vermeld en vibro-acoustic-disease (VAD) wordt genoemd. Hoewel veel dieren last hebben van de windturbines, zowel op het land als in de zee, en de wieken verschrikkelijke slachtingen aanrichten onder (trek)vogels, vleermuizen en insecten (die óók tot het ‘milieu’ behoren), zullen wij ons hier uitsluitend richten op de schadelijke effecten voor de mens. Dit is een relatief nieuw verschijnsel. De klachten waarmee mensen bij de arts kwamen, konden aanvankelijk niet direct worden verklaard. Het wetenschappelijk onderzoek naar de manier waarop deze klachten ontstaan, is nog in volle gang en is lastig te organiseren doordat daarvoor expertise van verschillende disciplines nodig is. Denk aan geluidsleer, elektrotechniek, subspecia lisaties van biologie en geneeskunde, om maar enkele te noemen. De kennis over dit relatief ‘nieuwe’ verschijnsel van een eertijds onbekende oorzaak en eveneens onbekend ziektebeeld is niet bij iedereen bekend. Ook in het begin was dat niet bekend bij de bouwers van de turbines en bij de financiers van deze industriële installaties. Inmiddels zijn de gevolgen van functionerende IWT’s wel bekend. De politiek wordt vooral door het klimaatakkoord gemotiveerd IWT’s te plaatsen en staat onder grote tijdsdruk. De leveranciers van de windturbines worden door de overheid gesubsidieerd.
De patiënten, hun gezamenlijke slachtoffers, hebben uiteraard andere belangen. Zij streven andere doelen na en spreken vaak niet dezelfde taal. Er ontstaan daardoor conflicten. Ook daar besteden we aandacht aan.
De medische wereld heeft die gezondheids klachten ‘het windturbine syndroom’ gedoopt. Het windturbine syndroom omvat verschillende klachten, is nog niet zo erg bekend, wordt daardoor niet altijd meteen herkend en wordt ook niet altijd meteen gekoppeld aan de oorzaak. We komen daar nog op terug.
18 januari 2021 | DEI | Voorkom het windturbine syndroom | 5
Biologie Evolutionaire ontwikkeling van horen op land 1,2 Zoogdieren, waaronder de mens, hebben een ontwikkeling doorgemaakt van vissen via amfibieën en reptielen tot landdieren. Voorlopers van het gehoorsysteem berustten op de geleiding van drukgolven (zoals trillingen/geluid) in water. Schematische afbeelding Boven van links naar rechts (a) een doorsnede van een vis (‘opa vis’) in het water met een drietal drukgolven, (b) helling met links water en lucht, rechts land en in rood de gang van een geluid. Onder (c) een doorsnede van de huid van een vis met het ‘zijlijnsysteem’ (zie tekst) b
a
c
‘Opa vis’ leefde in het water en bestond grotendeels zelf uit water. Drukgolven in het omringende water konden daarom ongehinderd door ‘opa vis’ heenlopen (a). Deze golven worden in het zijlijnsysteem (2) van de vis door kleine zintuigcellen (3) opgevangen en aan de hersenen van de vis doorgegeven (c). De bovenste, kleine drukgolven worden veroorzaakt door een kleine vis en vertellen ‘opa vis’ dat er een ‘prooi’ in de buurt is. De grootste drukgolven vertellen hem ‘pas op, een vijand!’ Het is voor hem het signaal dat hij moet vluchten. En de middelste drukgolven? Die vertellen hem dat ‘oma vis’ eraan komt en zo is alle ellende begonnen … ( )
😉
6 | 18 januari 2021 | DEI | Voorkom het windturbine syndroom
Op deze manier worden verschillen in het drukgolfpatroon door middel van het zijlijn-zintuig vertaald in passende actie. Dit zintuig is dus erg belangrijk om ‘opa vis’ te waarschuwen voor de aanwezigheid van gevaar, van een prooi of een interessante soortgenoot. Het zintuig is daarom essentieel voor zijn voortbestaan. In de afbeelding (b) geeft de rode pijl aan dat veruit het grootste deel van geluid (99,9%) uit de lucht wordt teruggekaatst door het wateroppervlak. Slechts 0,1% van de geluidsgolven loopt door in het water. Toen nazaten van ‘opa vis’ aan land kwamen en landdieren werden, bestonden hun lichamen nog steeds uit, vooral gebonden, water dat het geluid voor 99,9% terugkaatst en maar voor 0,1% doorgeleidt. Ze hoorden daardoor maar 0,1% en werden dus hardhorend. In de loop van de evolutie kregen mensen een gehoorgang en een middenoor die samen luchttrillingen versterken en voortgeleiden naar het binnenoor. Dat binnenoor bevat nog steeds vocht dat doet denken aan het ‘zeewater’ van ‘opa vis’ met daarin ook het soort zintuigcellen (3) dat drukveranderingen kan opmerken. Het zintuig om veranderingen in drukgolven waar te nemen is bij de mens dus nog steeds functioneel en ontwikkeld tot het menselijk gehoororgaan.
Filosofie “Geluid” komt in “golven” Er bestaat een oude filosofische discussie over de vraag of er sprake is van geluid of niet wanneer een boom in het woud omvalt zonder dat er een levend wezen in de buurt is. Het filosofische antwoord zou kunnen zijn: “geen toehoorder, geen geluid”. Geluid horen veronderstelt immers een waarnemer met een functionerend gehoor. Anders is het antwoord van natuurkundigen. Zij definiëren geluid als trillingen die door een voorwerp worden veroorzaakt, zoals door een aangeslagen stemvork of de vallende boom, en die zich voortplanten via een tussenstof, bijvoorbeeld lucht. De trillingen zijn er en meetbaar als geluid wanneer zij door de mens kunnen worden gehoord. Maar ook zijn trillingen meetbaar die niet worden gehoord, die niet worden waargenomen als geluid. Van trillingen die je niet ‘hoort’ kunnen onwetenden beweren dat die niet ‘bestaan’. Zij weten niet dat er trillingen zijn die natuurkundigen kunnen aantonen, maar die wij niet met onze zintuigen kunnen waarnemen. Zij weten ook niet dat mensen daardoor last kunnen krijgen van het windturbine syndroom. Dergelijke verschillen tussen golven die we wel en die we niet kunnen waarnemen, vinden we ook in het oog! Omdat het oog en de (ver)werking van licht vaak meer bekend is en meer tot de verbeelding spreekt, gebruiken we hier ‘licht’ als voorbeeld. Ook licht heeft verschillende golflengtes.
Mensen kunnen een bepaald deel van die golflengtes zien als licht. Voor andere diersoorten is dit zichtbaar spectrum echter weer anders.
18 januari 2021 | DEI | Voorkom het windturbine syndroom | 7
Natuurkunde Geluid in het licht van licht
Functies van geluid
Licht bestaat net als geluid uit trillingen, energetische golven vanuit een bron. Bij licht bestaat er naast het voor ons zichtbare kleurenspectrum, ook infrarood en ultraviolet licht (uv-licht) die voor de mens niet zichtbaar zijn. Bepaalde diersoorten daarentegen zijn wel gevoelig voor infrarood of uv-licht. Zo hebben insecten een zintuig voor uv-licht en slangen een zintuig voor infrarood licht. We weten dat uv-licht en infrarood licht wel degelijk bestaan, al zien we die niet.
Mensen ‘weten’ wat geluid is. Geluid is het hoorbare deel van allerlei ‘golven’ in onze omgevingslucht, dat we kunnen opvangen met onze oren.
Zo’n zelfde indeling kan men maken voor geluid dat ook een spectrum heeft: • Tussen 0 en 20 Hz: infrasone trillingen. Deze zijn niet hoorbaar, maar hebben wel effect op het lichaam. Het is vergelijkbaar met infrarood licht dat ons opwarmt en het uv-licht dat in de zomer onze huid bruin kleurt. Beide kunnen we niet zien. • Tussen 20 en 125 Hz: laagfrequente trillingen. Deze zijn voor de meeste mensen niet, nauwelijks of slecht hoorbaar, maar voor sommigen wel. • Boven de 50 Hz: hoorbaar geluid. Voor de meeste mensen is dit goed hoorbaar. • Boven circa 8000 Hz: hoorbaar voor de jeugd, niet meer voor ouderen. • Boven 16.000 Hz tot 20.000 Hz: voor enkelen hoorbaar. Deze mensen kunnen zelfs een deel van het hoge gepiep van vleermuizen horen dat deze dieren gebruiken voor echolocatie. Infrasone trillingen worden weliswaar niet gehoord, maar blijken wel te kunnen worden gevoeld. Ze geven bij constante blootstelling een gevoel dat doet denken aan een continu gevoel van lichte zeeziekte waar je knettergek en neerslachtig van kunt worden. Dit is een akelig en alarmerend onderdeel van ‘het windturbine syndroom’.
8 | 18 januari 2021 | DEI | Voorkom het windturbine syndroom
Geluid heeft drie functionele aspecten: 1. Mensen zijn vooral geïnteresseerd in spraak en muziek. Dat noemt men het ‘symbolische aspect’ van geluid. 2. Daarnaast heeft geluid een belangrijkere functie die het ‘waarschuwingsaspect’ wordt genoemd. Waarschuwing door geluid is functioneler dan waarschuwing door zicht. Het gehoor kan immers óók informatie opvangen over wat er achter het lichaam gebeurt, achter een gesloten deur, om de hoek van de straat en in het duister. Een dove kan gevaar niet horen aankomen. Hij loopt daardoor meer risico en zal vaker schrikken. 3. Voorts hebben we het ‘basale aspect’. Dit omvat het voortdurende, maar steeds variërende geluid, dat vaak niet bewust wordt gehoord en dat meestal van geringe sterkte is. Dit geluid op de achtergrond, ofwel omgevingsgeluid, zorgt voor een voortdurend contact met de steeds veranderende omgeving: het ruisen van de wind door de bladeren, het getik van de regen op de ramen, de vertrouwd geworden en veilige geluiden uit de leefomgeving en van de eigen ademhaling. Deze geluiden geven een constant gevoel van in de wereld staan en daarvan deel uitmaken. Wegvallen van deze geluiden zou een doodse stilte betekenen. Meestal zal dit als zeer beangstigend en deprimerend worden ervaren. Maar continu gehoorde geluiden, vooral ook de onregelmatige, kunnen ook als zeer storend worden ervaren.
Continu herhalende geluiden werden zelfs vroeger gebruikt als martelmethode, zoals een druppende kraan. Mensen kunnen er letterlijk gek van worden!
Eigenschappen en effecten van golven: voortplanting, waarneming en stressreactie
kunnen dat gevaar vroeg waarnemen en op tijd op de vlucht slaan.
Geluidsgolven kunnen zich ook voortplanten via andere omgevingen dan lucht. ‘Opa vis’ was een voorbeeld van geleiding van golven via water. Zoals hierboven uitgelegd, wordt geluid dat van boven het water komt onder water slecht gehoord. Anders ligt dat voor de trillingen van zware motoren van schepen die de romp van het schip (metaal!) laten meetrillen. Die trillingen worden direct voortgeleid in het water.
Een duidelijk voorbeeld hiervan werd opgemerkt bij de tsunami in Thailand. Een Nederlands echtpaar verbleef destijds in een hotel aan de Thaise kust. Zij werden ’s ochtends door de plaatselijke tuinman gewaarschuwd dat het verstandig was het hotel te verlaten en zich terug te trekken op een plaats hogerop. De tuinman kon niet goed uitleggen waarom, maar hij voelde een dreiging en wees naar de zee. Gelukkig nam het echtpaar zijn ‘voorgevoel’ serieus. Toen even later de vloedgolf kwam, waren ze blij dat ze naar het onbestemde gevoel van de tuinman hadden geluisterd.
Bekend is ook het verhaal van de indiaan ‘Winnetou’ die zijn oor op de rails legde om te ‘horen’ of er een trein aankwam. Een trein die nog kilometers ver weg, achter de heuvel was, was nog niet hoorbaar. Maar wel via de rails (zie tabel). Dat kan doordat het geluid van de trein zeker een dozijn keer sneller ’reist’ via de metalen spoorbaan dan via de lucht. Er is verschil in de wijze waarop geluidsgolven zich kunnen verplaatsen door de lucht en door de bodem. Ook tussen diverse grondsoorten bestaan verschillen in voortplantingssnelheid en reikwijdte van geluid en van trillingen die niet door de mens kunnen worden gehoord.
Ook is bekend dat daar toen de olifanten (niet gewaarschuwd door de tuinman) op tijd de bergen in zijn gevlucht. Olifanten communiceren onderling met infrasone en laagfrequente trillingen, zij zijn daar gevoeliger voor dan mensen.3,4 De infrasone en laagfrequente trillingen, afkomstig van het natuurgeweld, zorgden bij deze dieren voor een inwendig alarm waardoor ze overleefden.