20210309 Bewonersonderzoek afvalbeleid
Tekst van het document
INWONERSPANEL VEENENDAAL PEILING 1 2021 AFVALBELEID Gemeente Veenendaal Januari-februari 2021
1
Colofon Uitgave:
Research 2Evolve Tesselschadelaan 15A 1217 LG Hilversum Tel: (035) 623 27 89 info@research2evolve.nl www.research2evolve.nl
Datum:
Januari-februari 2021
Onderzoek:
Inwonerspanel Veenendaal Peiling 1 2021 Afvalbeleid
Projectnummer:
20201203.01
Opdrachtgever:
Gemeente Veenendaal
Het onderzoek is uitgevoerd door Research 2Evolve. Het marktonderzoeksbureau neemt de richtlijnen van de MOA (Markt Onderzoek Associatie) en ESOMAR (European Society for Opinion and Marketing Research) in acht. Deze richtlijnen zijn bij Research 2Evolve op te vragen. Research 2Evolve is ISO 27001 gecertificeerd en werkt volgens de AVG en de gedragscode voor Onderzoek en Statistiek. Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.
2
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1
Onderzoeksverantwoording
4
1.1
Inleiding
5
1.2
Uitvoering van het onderzoek
5
1.3
Responsoverzicht
5
1.4
Weging
6
1.5
Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
6
1.6
Steekproefsamenstelling
7
1.7
Leeswijzer
7
Resultaten
8
Hoofdstuk 2
3
HOOFDSTUK 1 ONDERZOEKSVERANTWOORDING
4
Onderzoeksverantwoording 1.1
Inleiding
In opdracht van gemeente Veenendaal heeft het onderzoeksbureau Research 2Evolve een onderzoek, over het afvalbeleid van de gemeente Veenendaal, uitgevoerd onder de leden van het inwonerspanel Veenendaal. Niet panelleden van de gemeente Veenendaal hebben tevens de mogelijkheid gekregen om middels de open link de vragenlijst online in te vullen. Gemeente Veenendaal wil een nieuw afvalbeleidsplan gaan maken. In dit plan komt te staan hoe de gemeente samen met inwoners gaat werken aan de doelstellingen. De gemeente wil graag de menig horen van inwoners zodat dit meegenomen kan worden in het plan. 1.2
Uitvoering van het onderzoek
Steekproef
Inwonerspanel Veenendaal
Methode
Online
Uitnodiging Veldwerkperiode Herinnering
1.3
Per e-mail Dinsdag 26 januari – zondag 14 februari 2021 1 keer
Responsoverzicht N
Bruto steekproef
1232
Complete vragenlijsten
875
Respons
71%
Open link
275
5
Onderzoeksverantwoording 1.4
Weging
Als de respons afwijkt op de variabelen leeftijd en/of wijk, is er een weging toegevoegd, zodat de resultaten een juiste afspiegeling vormen van de werkelijke bevolking. Dit is een gangbare werkwijze in statistisch kwantitatief onderzoek. Personen in ondervertegenwoordigde groepen krijgen een gewicht groter dan 1 en tellen relatief zwaarder mee in het totaalresultaat. Personen in groepen met een oververtegenwoordiging krijgen een gewicht kleiner dan 1 waardoor ze minder zwaar mee tellen. Hiermee zijn de resultaten gecorrigeerd om de mogelijke invloed van een niet geheel representatieve steekproef weg te nemen. Doorgaans wordt een maximale weegfactor van 3 gehanteerd. Op dit moment is het inwonerspanel Veenendaal nog niet representatief voor de werkelijke bevolking binnen de gemeente. De jongeren t/m 34 jaar zijn ondervertegenwoordigd en panelleden van 50 jaar en ouder zijn oververtegenwoordigd. Ook tussen de kernen zijn er verschillen zichtbaar tussen het panel en de daadwerkelijke verdeling binnen de gemeente. Daarnaast nemen niet alle panelleden deel aan een onderzoek, daarom wordt er niet alleen gekeken naar de verdeling binnen het panel ten opzichte van de gemeente, maar ook naar de verdeling van de netto respons ten opzichte van de daadwerkelijke verdeling.
Middels het toevoegen van een weging op leeftijd en kern zijn de resultaten gecorrigeerd, waarmee de invloed van een niet geheel representatieve steekproef wordt verkleind.
1.5
Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
Het betrouwbaarheidspercentage geeft de kans aan dat bij herhaling van het onderzoek hetzelfde uit het onderzoek komt. Bij een betrouwbaarheidspercentage van 95% is er 95% kans bij herhaling dat de antwoorden hetzelfde zullen zijn met andere respondenten binnen de doelgroep. De nauwkeurigheid (uitgedrukt in foutmarge) geeft het gebied aan, waarbinnen de werkelijke waarde in de populatie ligt. De foutmarge is het percentage dat het antwoord kan afwijken van de werkelijkheid. Als de foutmarge 4% is, en 47% van steekproef een bepaald antwoord geeft, dan ligt dit percentage in werkelijkheid maximaal 4% boven of 4% onder deze 47%, dus tussen de 43% en 51% (een lagere foutmarge vereist een grotere steekproef). Een betrouwbaarheidsniveau van 95% en een foutmarge van 5% is gangbaar en algemeen geaccepteerd bij (statistisch) kwantitatief onderzoek. Met het aantal respondenten dat heeft deelgenomen (=1150) kan met een betrouwbaarheid van 95% en een foutmarge van 2,9% uitspraken gedaan worden op totaalniveau. Deze marge is kleiner dan de 5% die algemeen geaccepteerd wordt bij (statistisch) kwantitatief onderzoek. De resultaten kunnen niet zondermeer vertaald worden naar de (gemiddelde) mening van de inwoners, maar geven wel een goede indicatie.
6
Onderzoeksverantwoording 1.6
Steekproefsamenstelling
De steekproef is, uitgesplitst naar enkele achtergrondkenmerken, als volgt samengesteld: ONGEWOGEN
GEWOGEN
Leeftijd
N
%
N
%
16 t/m 34 jaar
123
10,7
332
28,9
35 t/m 49 jaar
284
24,7
272
23,7
50 t/m 64 jaar
369
32,1
278
24,2
65 jaar en ouder
369
32,1
262
22,8
Onbekend
5
0,4
5
0,4
Wijk
N
%
N
%
C entrum
127
11,0
96
8,4
Noordoost
264
23,0
236
20,5
Noordwest
143
12,4
167
14,5
West
302
26,3
279
24,3
Zuidoost
214
18,6
249
21,7
Zuidwest
99
8,6
121
10,5
Onbekend
1
0,1
1
0,1
1.7
Voor deze peiling hebben wij gecontroleerd of er een afwijking is ten opzichte van de werkelijkheid op basis van de variabelen leeftijd en wijk. In dit geval zijn met name de leeftijdsgroep 16 t/m 34 jaar ondervertegenwoordigd en krijgen hier een weegfactor groter dan 1.
De respondenten van 50 jaar en ouder zijn oververtegenwoordigd en krijgen een gewicht kleiner dan 1.
Leeswijzer
Daar waar de som van de resultaten niet precies op 100% uitkomt, wordt dit veroorzaakt door afrondingsverschillen of was meer dan één antwoord toegestaan. Waar in de grafieken ongelijke N-en (aantal respondenten) te zien zijn, wordt dit veroorzaakt door het uitsluiten van de antwoordcategorie ‘geen mening/niet van toepassing’’ en/of routing in de vragenlijst. In de rapportage wordt de ongewogen N weergegeven. Als in de rapportage over verschillen wordt gesproken, betekent dit dat dit statistisch niet aan toeval toe te schrijven is en dus betekenisvol kan zijn. In deze rapportage is gekeken of er (significante) verschillen zijn en zijn de opvallende zaken benoemd. De open antwoorden worden letterlijk en onbewerkt opgeleverd en indien er opvallende resultaten zijn, worden deze verwerkt in de rapportage.
Respondenten die via de open link hebben deelgenomen aan het onderzoek beoordelen de afvalinzameling lager dan de respondenten die lid zijn van het inwonerspanel. Ook vinden de respondenten die via de open link hebben deelgenomen (lagere) kosten belangrijker dan de panelleden.
7
HOOFDSTUK 2 RESULTATEN
8
Resultaten
Waar woont u?
Wat is de grootte van uw huishouden?
In een laagbouwwoning (tussen-, hoek-, vrijstaande woning)
80%
917
In een hoogbouwwoning (flat, appartement, bovenwoning)
19%
224
Anders
1%
9
Total
1150
1 persoon
16%
183
2 personen
46%
525
3 personen
12%
136
4 personen
18%
203
5 personen
6%
73
6 personen
2%
19
7 personen of meer
1%
12
Total
1150
9
Resultaten Welke voorzieningen gebruikt u het vaakst voor het oud papier? (N=237*)
Er staat een ondergrondse papiercontainer bij ons wooncomplex
46%
Ik gebruik hiervoor een papierkliko
22%
Het oud papier wordt door de VvE of bewonerscommissie ingezameld bij/in ons wooncomplex
19%
TOP 3 Ik breng het oud papier naar het afvalbrengstation
5%
Ondergrondse papiercontainer Ik breng het naar de kerk / school / vereniging
4%
Papierkliko Ingezameld in wooncomplex
Ik scheid het oud papier niet, ik gooi het bij het restafval
4%
Respondenten jonger dan 35 jaar noemen vaker de de kliko dan respondenten van 50 jaar en ouder.
*Selectie: respondent woont in een hoogbouwwoning
10
Resultaten Welke voorzieningen gebruikt u het vaakst voor groente, fruit en etensresten (GF+E)? (N=237*)
Ik gebruik hiervoor een GF+E zuil bij mijn wooncomplex
59%
Ik scheid het GF+E niet, ik gooi het bij het restafval
20%
Ik gebruik hiervoor een kliko
Ik breng het GF+E naar het afvalbrengstation
16%
TOP 3
GF+E zuil
0%
Bij restafval Kliko
Anders
5%
Respondenten jonger dan 35 jaar noemen vaker de de kliko dan respondenten van 50 jaar en ouder.
*Selectie: respondent woont in een hoogbouwwoning
11
Resultaten Welke voorzieningen gebruikt u het vaakst voor PMD (verpakkingen van plastic, metaal (blik) en drankenkartons)? (N=237*)
Ik gebruik hiervoor een PMD-zak
87%
Ik gebruik hiervoor een PMD-kliko
10%
TOP 3 Ik scheid het PMD niet, ik gooi het bij het restafval
2%
PMD-zak PMD-kliko Bij restafval
Ik breng het naar het afvalbrengstation
1%
Respondenten jonger dan 35 jaar noemen vaker de de kliko dan respondenten van 50 jaar en ouder.
*Selectie: respondent woont in een hoogbouwwoning
12
Resultaten Met welk rapportcijfer beoordeelt u de inzameling van de onderstaande grondstoffen en afval? (N=1150)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Weet niet/geen mening
Gemiddelde
PMD (verpakkingen van plastic, metaal (blik) en drankenkartons)
2%
1%
2%
2%
3%
7%
15%
31%
20%
18%
0%
7,8
GFT (groente-, fruit- en tuinafval en etensresten)
2%
1%
2%
3%
3%
6%
13%
29%
20%
18%
1%
7,8
Oud papier en karton
2%
1%
2%
3%
4%
8%
13%
28%
20%
18%
1%
7,7
Glas
4%
1%
1%
4%
4%
11%
19%
24%
13%
12%
6%
7,2
Textiel
4%
2%
2%
4%
6%
12%
15%
21%
9%
9%
15%
6,8
Restafval
4%
2%
2%
3%
8%
8%
15%
27%
16%
14%
1%
7,2
Afvalbrengstation
7%
3%
5%
5%
10%
12%
13%
19%
9%
8%
9%
6,3
De inzameling van de grondstoffen worden met een voldoende beoordeeld. Textiel en het afvalbrengstation worden iets lager beoordeeld dan de overige grondstoffen. Respondenten ouder dan 50 jaar beoordelen de inzameling van de grondstoffen hoger dan de respondenten jonger dan 50 jaar. De inzameling van GFT, oud papier en karton wordt door respondenten in een laagbouwwoning hoger gewaardeed dan door respondenten met een hoogbouwwoning. Respondenten met een hoogbouwwoning beoordelen de inzameling van glas, restafval en het afvalbrengstation hoger dan de respondenten met een laagbouwwoning.
Laagbouwwoning
Hoogbouwwoning
PMD
7,8
8,0
GFT
7,9
7,3
Oud papier en karton
7,8
7,2
Glas
7,1
7,6
Textiel
6,9
6,5
Restafval
7,2
7,6
Afvalbrengstation
6,2
7,1
Let op: weet niet/geen mening is niet meegenomen in het berekenen van het gemiddelde rapportcijfer
13
Resultaten Alles bij elkaar genomen, hoe tevreden of ontevreden bent u over hoe de gemeente het afval laat inzamelen? (N=1150)
33%
85%
7,1
26%
Laagbouwwoning
7,1
Hoogbouwwoning
7,2
12% 10%
Respondenten ouder dan 50 jaar zijn meer tevreden over de afvalinzameling dan respondenten jonger dan 50 jaar.
15% 7%
3% 1%
1
4% 3%
1% 2
0% 3
4
5
6
7
8
9
10
Weet niet/geen mening
Let op: weet niet/geen mening is niet meegenomen in het berekenen van het gemiddelde rapportcijfer
14
Resultaten In Veenendaal betaalt u per keer dat u uw rest-afvalkliko buiten zet of afval gooit in de ondergrondse container. Geef alstublieft aan of u het eens of oneens bent met de volgende uitspraken.
N
(Zeer) mee eens
Neutraal
(Zeer) mee oneens
Betalen per aanbieding stimuleert mij mijn afval te scheiden
1145
57%
13%
29%
Betalen per keer is eerlijk omdat huishoudens met veel afval meer betalen dan huishoudens met weinig afval
1145
72%
11%
17%
Door betalen per aanbieding ben ik goedkoper uit
976
46%
29%
25%
Betalen per aanbieding leidt tot vervuiling van de openbare ruimte door zwerfafval en dumping van afval
1095
69%
16%
15%
Betalen per aanbieding heeft geen invloed op hoe ik afval scheid
1142
45%
10%
45%
Zeven op de tien vindt betalen per keer is eerlijk, omdat huishoudens met veel afval meer betalen dan huishoudens met weinig afval (72%) en dat betalen per aanbieding leidt tot vervuiling van de openbare ruimte door zwerfafval en dumping van afval (69%). Zes op de tien (57%) is het (zeer) eens met dat betalen per aanbieding stimuleert tot afval scheiden. Bijna de helft vindt dat door betalen per aanbieding men goedkoper uit is (46%) en dat betalen per aanbieding geen invloed heeft op hoe het afval gescheiden wordt (45%). Een even groot aandeel (45%) is het hier niet mee eens.
*Let op: het percentage weet niet/geen mening is niet opgenomen in deze tabel
15
Resultaten Geef alstublieft aan of u het eens of oneens bent met de volgende uitspraken.
N
(Zeer) mee eens
Neutraal
(Zeer) mee oneens
Ik vind het moeilijk om zelf PMD te scheiden omdat niet altijd duidelijk is welk afval PMD is
1148
36%
13%
51%
Ik vind het lastig PMD te scheiden vanwege ruimtegebrek
1148
24%
11%
65%
Zelf PMD scheiden maakt mij meer bewust van de hoeveelheid afval die ik heb
1142
67%
14%
19%
Het geeft mij een goed gevoel zelf PMD te scheiden
1141
60%
22%
18%
Alleen als een fabriek even goed of beter PMD kan scheiden, dan moet het in de fabriek gedaan worden
1113
68%
15%
16%
Als een fabriek even goed of beter PMD kan scheiden moet het daar gebeuren, ook als het duurder is.
1124
33%
22%
45%
Twee derde van de respondenten vindt dat alleen als een fabriek even goed of beter PMD kan scheiden, dat dit dan in de fabriek gedaan moet worden (68%), dat zelf PMD scheiden men meer bewust maakt van de hoeveelheid afval die men heeft (67%) en vindt niet dat het lastig is om PMD te scheiden vanwege ruimtegebrek (65%). Respondenten met een laagbouwwoning vinden het minder lastig om PMD te scheiden vanwege het ruimte gebrek dan respondenten in een hoogbouwwoning. Zes op de tien (60%) vindt dat het scheiden van PMD een goed gevoel geeft. (Bijna) de helft is het oneens met de stelling dat het moeilijk is om zelf PMD te scheiden omdat het niet altijd duidelijk is welk afval PMD is (51%) en vindt niet dat als een fabriek even goed of beter PMD kan scheiden het daar moet gebeuren, ook als het duurder is (45%).
*Let op: het percentage weet niet/geen mening is niet opgenomen in deze tabel
16
Resultaten
Wist u voor dit onderzoek dat etensresten bij het GFT mogen? (N=1150)
In welke mate gooit u uw etensresten in uw GFT-kliko of in de GF+E zuil bij uw wooncomplex? (N=1150)
3%
97%
Ja Nee
Nooit
11%
Soms
13%
Meestal
Vaak
7%
11%
Bijna iedereen (97%) wist voor dit onderzoek dat etensresten bij het GFT mogen. Zeven op tien (69%) gooit etensresten ook altijd of vaak bij het GFTafval. Een kwart (24%) doet dit nooit of soms. Respondenten in laagbouw gooien vaker etensresten bij het GFT-afval dan respondenten in de hoogbouw.
Altijd
58%
17
Resultaten Wat is de reden dat u etensresten bij het restafval gooit? (N=236*)
Ik gooi geen etensresten bij het restafval
33%
Daardoor voorkom ik stankoverlast
32%
Alles bij elkaar is makkelijk
22%
Anders
20%
Ik heb geen GFT-kliko of GF+E zuil bij mijn woning of wooncomplex
12%
Ik wist niet dat het bij het GFT hoort
6%
Van de respondenten die soms of nooit etensresten bij het GFT-afval gooien geeft een derde (33%) aan dit ook niet bij het restafval te gooien. Weet ik niet/niet van toepassing
1%
Een evengroot deel (32%) geeft aan dit wel bij het restafval te gooien om stankoverlast te voorkomen en twee op de tien (22%) doet dit omdat het makkelijk is om alles bij elkaar te doen.
*Selectie: respondent gooit soms of nooit etensresten in de GFT-kliko of in de GF+E zuil
18
Resultaten Kent u de ACV campagne met “Kliekje” om meer etensresten te scheiden en bij het gf(t)+e te gooien? (N=1.150)
22%
78% Twee op de tien (22%) respondenten is bekend met de ACV campagne met “Kliekje” om meer etensresten te scheiden en bij het gf(t)+e te gooien.
Ja
Nee
19
Resultaten De gemeente wil samen met u steeds meer afval recyclen en minder restafval over houden. Welke manier van inzamelen van restafval zou daarbij uw voorkeur hebben? (N=902/N=235*) LAAGBOUW
HOOGBOUW
Zoals het nu is met kliko’s eens per 3 weken
37%
Restafval samen met PMD in één kliko en laten scheiden in de fabriek
Zoals het nu is: gescheiden van PMD in de ondergrondse container
27%
Met kliko’s maar minder vaak, zodat de kosten lager worden (bijvoorbeeld eens per 4 weken)
19%
Wegbrengen naar ondergrondse containers, zodat er een kliko minder in de tuin staat
PMD en restafval samen in de ondergrondse containers en scheiden in een fabriek
26%
11%
Weet niet/geen mening Weet niet/geen mening
62%
12%
6%
Bijna vier op de tien (37%) respondenten in de laagbouw geven aan het liefst het restafval in te zamelen zoals het nu gebeurt: met kliko’ eens per drie weken. Zes op de tien (62%) respondenten in de hoogbouw geven ook aan de voorkeur te hebben voor de huidige manier van inzamelen van restafval: gescheiden van PMD in de ondergrondse container *Selectie: respondent woont in een laagbouwwoning /hoogbouwwoning
20
Resultaten De kosten van het afvalbrengstation worden bepaald door de aanbied- en acceptatievoorwaarden. Deze kosten worden verwerkt in de afvalstoffenheffing die u betaalt. Geef alstublieft aan of u het eens of oneens bent met de volgende uitspraken.
N*
(Zeer) mee eens
Neutraal
(Zeer) mee oneens
Het afvalbrengstation mag 1 of meerdere dagen per week dicht als daardoor de kosten voor het afvalbrengstation omlaag kunnen
1124
57%
15%
28%
Het is eerlijk dat mensen die meer afval brengen daar meer voor betalen dan mensen die weinig afval brengen.
1142
75%
12%
14%
Afval dat waardevol is als grondstof moet onbeperkt gebracht kunnen worden zonder extra kosten.
1142
87%
9%
4%
Afval brengen naar het afvalbrengstation moet altijd gratis zijn, ook als daardoor de afvalstoffenheffing hoger is.
1137
38%
20%
42%
Bijna negen op de tien (87%) vindt dat afval dat waardevol is als grondstof onbeperkt gebracht moet kunnen worden zonder extra kosten. Drie kwart (75%) vindt dat het eerlijk is dat mensen die meer afval brengen daar meer voor betalen dan mensen die weinig afval brengen. Respondenten met een hoogbouwwoning zijn het hier vaker mee eens dan respondenten met een laagbouwwoning. Bijna zes op de tien (57%) vindt dat het afvalbrengstation 1 of meerdere dagen per week dicht mag als daardoor de kosten voor het afvalbrengstation omlaag kunnen. Vier op de tien (38%) is het (zeer) eens over dat afval brengen naar het afvalbrengstation altijd gratis moet zijn, ook als daardoor de afvalstoffenheffing hoger is. Een nagenoeg gelijk deel (42%) is het hier (zeer) mee oneens. Respondenten met een laagbouwwoning zijn het hier vaker mee eens dan respondenten met een hoogbouwwoning.
*Let op: het percentage weet niet/geen mening is niet opgenomen in deze tabel
21
Resultaten De volgende stellingen gaan over zwerfvuil (blikjes, flesjes, snoepverpakkingen e.d. op straat). Geef alstublieft aan of u het eens of oneens bent met de volgende uitspraken.
N*
(Zeer) mee eens
Neutraal
(Zeer) mee oneens
Ik ervaar zwerfafval in mijn eigen straat
1147
58%
13%
29%
Ik ervaar zwerfafval in Veenendaal
1141
85%
9%
6%
Ik raap wel eens zwerfvuil op
1143
61%
14%
24%
Ik doe regelmatig mee aan zwerfvuilacties (bijv. de Veenendaal schoon acties, Team Clean ed.)
1089
6%
16%
77%
Ik zou wel mee willen doen aan zwerfvuilacties (kijk op duurzaamveenendaal.nl/afval)
1074
20%
29%
51%
Ik vind de regel dat winkels het gebied rond hun winkel (tot 25 meter) schoon moeten houden een goede regel.
1140
77%
11%
12%
Bijna negen op de tien (85%) van de respondenten ervaart zwerfafval in Veenendaal. Zes op de tien ervaart zwerfafval in de eigen straat (58%). Respondenten met een hoogbouwwoning zijn het hier vaker mee eens dan respondenten met een laagbouwwoning. Ook raapt zes op de tien wel eens zwerfvuil op (61%). Drie kwart vindt de regel dat winkels het gebied rond hun winkel (tot 25 meter) schoon moeten houden een goede regel. Ook doet drie kwart (77%) niet regelmatig mee aan zwerfvuilacties en de helft van de respondenten (51%) geeft aan dit ook niet te willen. Twee op de tien (20%) zou dit wel willen.
*Let op: het percentage weet niet/geen mening is niet opgenomen in deze tabel
22
Resultaten Hoe belangrijk vindt u kosten, service en milieu bij de afvalinzameling? (N=1150)
Respondenten vinden alle drie de aspecten even belangrijk bij de afvalinzameling.
Kosten:
34%
Jongeren tot 35 jaar vinden kosten belangrijker dan respondenten van 50 jaar en ouder. Respondenten van 35 jaar en ouder vinden het milieu belangrijker dan respondenten tot 35 jaar.
Service:
32%
Milieu:
34%
*Let op: het percentage weet niet/geen mening is niet opgenomen in deze tabel
23
Resultaten Wat moet de gemeente doen om u te helpen meer afval apart te houden? (N=1150)
Scholen meer betrekken bij afvalscheiding en recycling (jong geleerd)
48%
Meer containers voor glas, textiel en oud papier
43%
Betere en/of meer communicatie
35%
TOP 3
Lokale projecten starten gericht op afvalpreventie, scheiding en recycling
Hogere tarieven voor restafval per aanbieding
32%
Scholen meer betrekken
8%
Anders
28%
Meer containers voor glas, textiel en oud papier Betere / meer communicatie
Weet niet/geen mening
9%
Respondenten met een hoogbouwwoning noemen vaker meer containers voor glas, textiel en oud papier dan respondenten met een laagbouwwoning.
24
Resultaten Op welke wijze verkrijgt u informatie over afvalscheiding en recycling? (N=1150)
ACV-app
52%
Website inzamelbedrijf ACV
39%
Gemeentepagina in de lokale krant
31%
Social media gemeente Veenendaal
23%
Landelijke media (tv, krant, radio, social media)
22%
Website gemeente Veenendaal
22%
Andere websites op internet
Social media inzamelbedrijf ACV
9%
7%
Anders
6%
Weet niet/niet van toepassing
7%
TOP 3
ACV-app Website inzamelbedrijf ACV Gemeentepagina lokale krant Respondenten met een laagbouwwoning noemen vaker de ACV-app dan respondenten met een hoogbouwwoning.
25
Research 2Evolve postadres
Postbus 918 1200 AX Hilversum
bezoekadres
Tesselschadelaan 15A 1217 LG Hilversum
telefoon
035 623 27 89
info@research2evolve.nl
website
www.research2evolve.nl
26