CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Vragen geluidsnormen evenementenbeleid - sessie 150224

Beeldvormende avond (Raadzaal) 15 februari 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Geluidsnormen / evenementenbeleid (19:30 - 20:30 uur)1.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen vanuit de SGP-fractie t.b.v. gesprek ODRU – 15 februari 2024 Dick Both - 7 februari 2024

Vraag vanuit de griffie: Geluidsnormen / evenementenbeleid Op verzoek vanuit de raad wordt een bijeenkomst belegd waarin de ODRU is uitgenodigd een aantal nadere vragen vanuit de raad over geluid en geluidsnormen te beantwoorden. Enerzijds omdat een aantal vragen die op 9 januari (dialoogavond evenementenbeleid) werd gesteld, niet beantwoord kon worden; anderzijds omdat er nog een aantal vragen openstaan. Het is best een complexe materie waarbij inhoudelijke kennis en achtergrondinformatie van de ODRU welkom is. De raad kan zo ook zijn beeld completer vormen over het thema geluidsnormen ter voorbereiding op de besluitvorming Evenementenbeleid. Met het oog op de voorbereiding ontvangt de griffie graag uiterlijk vrijdag 8 februari (9.00 uur) alle (openstaande) vragen die nog in de fracties leven met betrekking tot het thema geluidsnormen evenementen. De beantwoording van de vragen vindt tijdens de bijeenkomst plaats.

Vragen vanuit de SGP-fractie richting de ODRU 1. Op 9 januari gaf u aan dat de situatie in Veenendaal m.b.t. de Markt een bijzondere is vanwege de dichte bebouwing. Ook voor de ODRU, kijkend naar de situatie in de 15 aangesloten gemeenten. Graag ontvangen we 15 februari een vergelijkend overzicht van het geluidsnormenbeleid in de ODRU-gemeenten, afgezet tegen het voorgenomen beleid – waarover de ODRU heeft geadviseerd – in Veenendaal? 2. Een vraag die nog open staat is wat het geluidsvolume in dBC is bij de bron, dus op en direct bij het podium? 3. De rol van de ODRU is ons onduidelijk in dit dossier. Deze lijkt adviserend te zijn. We horen graag of dit inderdaad zo is. Belangrijker nog is welke uitgangspunten u hanteert in uw advies. • Wat zijn die uitgangspunten? • Wat is de vraag vanuit Veenendaal precies geweest in het najaar? • Veiligheid en overlast lijken in uw verhaal op gespannen voet te staan met beleving. Welke plaats krijgt beleving in het adviseren inzake geluidsbeleid? 4. Op 9 januari is gesproken over de wijze van meten en met name de afstand waarop gemeten wordt. Er wordt door de wethouder gekozen om niet op of bijna op de gevel van de meest nabij gelegen woningen te meten. • Wat vindt de ODRU daarvan? • En waarom vindt dat in veel gemeenten wel plaats? • Kunt u ons uitleggen of er normen zijn m.b.t. het geluidsniveau in woningen? Hoe er gerekend wordt m.b.t.

de geluidsdoorlatendheid van gevels en ramen en wat dit betekent voor de bron buiten.

1

5. Bij de behandeling van het raadsvoorstel ‘Evenementenbeleid’ in oktober 2023 gaf u in reactie op het amendement over de meetnormen aan dat u door de aanwezigheid van bovenwoningen niet voor de woninggevel kunt meten. En dat het risico bestaat dat de bewoners van de woning niet aanwezig zijn of zelfs deel uitmaken van het publiek bij het evenement. De handhaver is dan aan het meten ter plaatse van een ‘lege woning’. […] En een dergelijke benadering zou leiden tot het ‘vergunnen van slechts achtergrondmuziek’. • Wat is de achtergrond van die opmerking en hoe moeten we deze interpreteren? • Conclusie is dat er dus met de voorgestelde normen (veel meer dan ‘slechts achtergrondmuziek’) een veel hogere belasting op veel gevels van woningen in de binnenstad is dan 85 dB(C). Bent u dat met mij eens? En wat is dan voor de ODRU te toelaatbare maximale belasting op de gevel van woningen? • Waarom wordt ingegaan op een bewoner die mogelijk niet thuis is? Speelt dat in beleid een rol? En heeft dit effect op de werkwijze van de ODRU? Met andere woorden: er brand geen licht in het dichtstbijzijnde huis, dan kan de norm wel hoger? 6. Al diverse keren is het geluidsbeleid in Amsterdam aan de orde gekomen. Op 9 januari gaf u aan dat dat het wel wat technisch is om het uit te leggen. En in reactie op een amendement gaf u aan de situatie niet echt te kennen.

Voor de volledigheid sturen we u daarom bij deze mail ook wat achtergrondinformatie. We hebben hierbij enkele vragen: • In A’dam heeft men een aantal uitgangspunten geformuleerd: 1. Beperken waar mogelijk. En 2. Begrenzen van het geluidsniveau. Dit is onmiskenbaar een trend in Nederland. Waarom volgt de ODRU deze trend niet in haar advies? • Zoals u kunt lezen wil Amsterdam omwonenden zoveel mogelijk beschermen tegen onduldbare hinder en zegt het raadsvoorstel: ‘Landelijk wordt een geluidsbelasting van 70 tot 75 dB(A) op de geven min of meer gezien als “standaard” grenswaarde, een waarde waarin duldbaar over gaat in onduldbaar’. Waarom geldt deze ‘standaard grenswaarde’ niet voor de ODRU? • In praktisch elke gemeente wordt de Nota Limburg als uitgangspunt gehanteerd. Hoe staat de ODRU tegenover de richting die deze nota wijst? En in welke ODRU-gemeenten worden de uitgangspunten van deze nota wel gehanteerd? • In uw reactie op amendementen in de Veenendaalse gemeenteraad in oktober 2023 geeft u aan dat als we de geluidsnormen van Amsterdam hanteren ‘het meer voor de hand ligt om dergelijke locaties niet meer aan te wijzen als locaties waar versterkte muziek mag worden geproduceerd’. De reden is dat er dan bepaalde muziekstijlen en evenementen niet meer vergund kunnen worden in de binnenstad. Wat is de reden dat de ODRU dit niet adviseert m.b.t.

bijlage 4 uit de voorliggende Nota Evenementenbeleid, kijkend naar de specifieke situatie in de Veenendaalse binnenstad? En vooral: op welk beleid – anders dan het door de gemeenteraad Veenendaal vastgestelde en vast te stellen beleid – baseert u uw reactie? 7. Er is een convenant Preventie Gehoorschade Muzieksector. Hierin wordt gewaarschuwd voor de grote veiligheidsrisico’s van evenementen met versterkte muziek. Kent de ODRU dit convenant en handelen we conform dit convenant als we het ODRU advies m.b.t. de casus Veenendaal volgen?

2

8. In reactie op het amendement ‘Maximum geluidsnormen’ geeft de heer Van der Sluiszen op 10 oktober schriftelijk het volgende aan: ‘Indien sprake is van een evenement op bijvoorbeeld het Stadsstrand, waarbij muziekgeluid een secondaire rol speelt (zie punt 2 van het amendement), dan wordt geadviseerd om een lagere geluidsnorm in de evenementenvergunning op te nemen, dan de (maximale) grenswaarden voor die locatie in het evenementenbeleid Veenendaal. Het advies van de Omgevingsdienst betreft dan maatwerk en wordt opgesteld door een geluidshinderdeskundige van de ODRU’. • Wat bedoelt u hiermee? • En waarom zou dit gelden voor bijvoorbeeld het Stadsstrand, maar niet voor De Markt? • En p grond waarvan? 9. Afsluitend vragen we de ODRU om kort en bondig te reflecteren op de rol die de ODRU voor zichzelf weggelegd ziet in de Veenendaalse casus m.b.t. geluidsbeleid, welke uitgangspunten en normen de ODRU hanteert (het gaat hier niet om persoonlijke smaak of stijl, maar om ODRU-beleid) en welke toegevoegde waarde de ODRU kan spelen in het komen tot nieuw evenementenbeleid in Veenendaal.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13797524/1