CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Schriftelijke reactie Taubah - onderzoek VKA

Raadscommissie 20 juni 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Overige vergaderstukken26.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

150.

Nu als gezegd reeds persoonsgegevens zijn verwerkt luidt de te beantwoorden vraag wat de AVG betreft of de gemeente verwerkingsverantwoordelijke is als het gaat om de in het NTA rapport verwerkte persoonsgegevens. Hiervoor is van belang eerst in te gaan op het onderscheid tussen verwerker en een verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de AVG.

151.

Een verwerkingsverantwoordelijke is (artikel 4 lid 7) ''een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt (…).''

36 Voor het creëren van een wettelijke grondslag voor de verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens

door de NCTV is op 9 november 2021 het wetsvoorstel 'Wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid' ingediend. Daarover heeft de Afdeling advisering van de Raad van State op 2 september 2021 een kritisch advies uitgebracht; zie Kamerstukken II 2021/22, 35958, nr. 4.

37 / 44

152.

Een verwerker is (artikel 4 lid 8) ''een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat ten behoeve van de verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt''.

153.

De AVG schrijft verplichtingen voor, zowel voor de verwerker van persoonsgegevens als voor de verwerkingsverantwoordelijke. De belangrijkste verplichtingen gelden evenwel voor de verwerkingsverantwoordelijke. Dit is immers de partij die bepaalt welke persoonsgegevens worden verwerkt, voor welk doel en met welke middelen.37 Tegen die achtergrond is de verwerkingsverantwoordelijke verplicht passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming plaatsvindt met de AVG. Voorts dient de verwerkingsverantwoordelijke ingevolge de AVG (artikel 15) aan de betrokken persoon op verzoek uitsluitsel te geven over het al dan niet hebben verwerkt van zijn of haar persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens.

154.

Onder verwijzing naar de voorbeeldlijst van de AP die beschikbaar is gesteld als hulpmiddel om te kunnen vast te stellen wanneer sprake is van een verwerker en verwerkingsverantwoordelijke38, is volgens ons goed verdedigbaar dat de gemeente geen verwerkingsverantwoordelijke is. Immers, de gemeente heeft NTA niet primair de opdracht gegevens om persoonsgegevens voor de gemeente te verwerken, maar om op basis van onderzoek een netwerkanalyse op te stellen. Hier komt bij dat het NTA is geweest die heeft bepaald welke persoonsgegevens zijn verzameld en de manier waarop het verzamelen plaatsvond, dus met welke middelen.39 Anders gezegd: NTA heeft zelf de voorwaarden bepaald waaronder en waarmee persoonsgegevens zijn verzameld en hoe deze zouden worden en zijn verwerkt.40 De gemeente heeft slechts de beschikking gekregen over het NTA-rapport. Het rapport en het dossier van NTA waartoe het rapport behoort, is door NTA niet aan de gemeente overgedragen.

155.

Ter vergelijking wordt gewezen op een Afdelingsuitspraak uit 201941, waarin als volgt is overwogen (rov. 4.1): ''4.1 Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, heeft GGD Flevoland de zeggenschap over de voorbereiding en de inhoud van het advies dat hij in het kader van artikel 2.3.2 van de Wmo 2015 aan het college uitbrengt. Ten behoeve van die zelfstandige advisering wordt een dossier aangelegd, waarin zich onder meer het medische dossier en het verslag van het gesprek met [persoon]

37 Zie ook Handleiding Algemene verordening gegevensbescherming, Ministerie van Veiligheid en Justitie,

januari 2018 (hierna: ''Handleiding AVG''), p. 32. 38 https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/algemene-informatie-avg/verantwoordelijke-enverwerker; en dan met name het voorbeeld over het voor advies inschakelen van een advocaat. 39 Vgl. Handleiding AVG, p. 32. 40 Vgl. ABRvS 10 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2514, rov. 4.6. 41 ABRvS 13 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3848.

38 / 44

bevonden. Hoewel dat dossier ten grondslag ligt aan het advies, wordt het dossier zelf, zoals het dagelijks bestuur ter zitting van de Afdeling nog een keer heeft bevestigd, niet overgedragen aan het college. Het college heeft alleen de beschikking over het advies. Dat een advies wordt uitgebracht aan het college maakt het niet, zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld, verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens die in het aan de advisering ten grondslag liggende dossier zijn opgenomen.'' 156.

Goed verdedigbaar is eveneens dat de gemeente ook geen verwerker van persoonsgegevens is geweest.42 Het zij herhaald: een overheidsinstantie is pas verwerker indien dat orgaan persoonsgegevens verwerkt ten behoeve van een andere partij die verwerkingsverantwoordelijke is. Wat het NTA-rapport betreft heeft de gemeente naar onze beoordeling geen persoonsgegevens verwerkt ten behoeve van NTA die gelet op het voorgaande als verwerkingsverantwoordelijke zou kunnen worden aangemerkt.43

157.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de verwerking van persoonsgegevens alleen dan rechtmatig is indien en voor zover aan ten minste één van de volgende voorwaarden is voldaan (artikel 6 lid 1): -

de betrokken persoon heeft toestemming gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke doeleinden;

-

de verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokken persoon partij is, of om op verzoek van de betrokken persoon vóór de sluiting van een overeenkomst maatregelen te nemen;

-

de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;

-

de verwerking is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokken persoon of van een andere natuurlijke persoon te beschermen;

-

de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen;

-

de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de

42 Het is ook goed mogelijk dat een partij geen verwerkingsverantwoordelijke en evenmin verwerker van

persoonsgegevens is; zie https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/algemene-informatieavg/verantwoordelijke-en-verwerker en dan met name het voorbeeld over het voor advies inschakelen van een advocaat. 43 Vgl. Handleiding AVG, p. 33.

39 / 44

betrokken persoon die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokken persoon een kind is. 158.

Ingevolge de AVG gelden verplichtingen voor een verwerkingsverantwoordelijke en een verwerker van persoonsgegevens. Ten aanzien van het rapport van NTA zien wij aanknopingspunten voor de conclusie dat de gemeente geen verwerkingsverantwoordelijke of verwerker is in de zin van de AVG.

159.

Omdat de gemeente wel in het bezit is van het NTA-rapport waarin (bijzondere) persoonsgegevens staan en de gemeente dat rapport digitaal heeft opgeslagen, verwerkt de gemeente persoonsgegevens in de zin van artikel 4 lid 2 AVG (dit is iets anders dan het zijn van verwerker in de zin van artikel 4 lid 8 AVG). Immers persoonsgegevens worden ook verwerkt door een organisatie (in de zin van artikel 4 lid 2 AVG) door bewerking met betrekking tot persoonsgegevens zoals het opslaan, raadplegen, gebruiken en vernietigen van persoonsgegevens. Daardoor geldt voor de gemeente een verantwoordingsplicht dat worden voldaan aan de privacyregels. Het uitgangspunt van de AVG in dat verband is dat persoonsgegevens zo kort mogelijk worden bewaard, in ieder geval niet langer dan noodzakelijk. Dit is het zogenoemde beginsel van opslagbeperking (artikel 5 lid 1 onder e AVG). Door een aantal betrokkenen van de gemeente is toegelicht dat het rapport van NTA nauwelijks nieuwe inzichten bood. Voorts is door NTA in haar offerte aangegeven dat de houdbaarheid van het rapport beperkt is, namelijk slechts één tot twee jaar.

Tegen deze achtergrond, gelet op het tijdsverloop en nu wij menen dat voor het rapport geen wettelijke bewaartermijn geldt (en dus op het beginsel van opslagbeperking dient te worden teruggevallen) zien wij voldoende aanknopingspunten voor de gemeente om te concluderen dat er geen noodzaak bestaat tot het langer bewaren van de persoonsgegevens zoals verwerkt in het NTA rapport. Dus, dat aanleiding bestaat om in ieder geval die gegevens (maar gelet op onze bevindingen zoals verwerkt in dit rapport, het gehele NTA rapport) te vernietigen. In dit verband merken we op dat vernietigen van persoonsgegevens een verwerking is waaraan zowel de (UW)AVG als de Archiefwet 1995 eisen stelt. Wob

160.

Ingevolge de Wob mogen in ieder geval geen bijzondere persoonsgegevens openbaar worden gemaakt door de gemeente (artikel 10 lid 1 sub d Wob jo. art. 9 AVG). Dit betreft een absolute grond tot weigering van verzochte openbaarmaking zodat er geen ruimte voor het maken van een belangenafweging door het college bestaat als het gaat om bijzondere persoonsgegevens.

161.

Hetzelfde geldt voor persoonsgegevens over strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten (artikel 10 lid 1 sub d Wob jo. artikel 10 AVG) als voor het nationaal identificatienummer (artikel 10 lid 1 sub d Wob jo. artikel 87 AVG).

40 / 44

162.

Een andere absolute weigeringsgrond betreft de veiligheid van de Staat. Het verstrekken van informatie dient achterwege te blijven als het de veiligheid van de Staat kan schaden (artikel 10 lid 1 onder b Wob). Blijkens vaste Afdelingsjurisprudentie doet deze weigeringsgrond zich onder andere voor als het verstrekken van informatie zicht kan bieden op het actuele kennisniveau van de AIVD, aangezien verstrekking van dergelijke gegevens het functioneren van de dienst en daarmee de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden.44 Hoewel wij het NTArapport niet integraal hebben beoordeeld met het oog op het door de gemeente ontvangen Wob-verzoek – want die beoordeling maakt als zodanig geen onderdeel uit van onze onderzoeksopdracht – is ons niet voorshands gebleken dat de veiligheid van de Staat in het geding is bij (gedeeltelijke) openbaarmaking van het NTA-rapport door de gemeente.

163.

Voor het overige, dus voor de informatie waarop geen van de in artikel 10 lid 1 Wob beschreven weigeringsgronden van toepassing zijn, dient de gemeente aan de hand van artikel 10 lid 2 en artikel 11 lid 2 Wob te beoordelen per document en veelal per documentonderdeel of openbaarmaking achterwege heeft te blijven, in welk geval vervolgens gemotiveerd moet worden op welke grond openbaarmaking van dat documentonderdeel achterwege wordt gelaten.45 Volgens standaardrechtspraak dient het recht op openbaarmaking op grond van de Wob uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering. Bij de te maken belangenafweging wordt het algemene of publieke belang bij openbaarmaking van de gevraagde informatie afgezet tegen de door de weigeringsgronden te beschermen belangen, maar niet het specifieke belang van de verzoeker.46

164.

We hechten er voorts aan ook in te gaan op de rol van het auteursrecht bij de beoordeling als hiervoor bedoeld. Ingevolge artikel 1 Auteurswet is het auteursrecht het uitsluitende recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens bij wet gestelde beperkingen. Uit Afdelingsrechtspraak waarin wordt verwezen naar de parlementaire geschiedenis van de Wob47 volgt dat de openbaarmakingsregeling van de Wob een beperking vormt op het auteursrecht als bedoeld in artikel 1 Auteurswet. Dit betekent dat het enkele feit dat een werk auteursrechtelijk wordt beschermd, niet in de weg staat aan (gedeeltelijke) openbaarmaking daarvan op grond van de Wob.48

165.

Wel dient auteursrechtelijke bescherming te worden betrokken door het college bij de beoordeling of openbaarmaking van het werk waarop die bescherming rust, zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de bestuurlijke aangelegenheid betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen of derden. In een

44 ABRvS 14 januari 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO1630, rov. 2.6. 45 Zie reeds ABRvS 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:385 rov. 7. 46 ABRvS 7 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:723, rov. 4.1. 47 Kamerstukken II, 1987/88, 19 859, nr. 6, p. 20-21.

48 ABRvS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2302, rov. 4.1.

41 / 44

dergelijk geval kan openbaarmaking worden geweigerd op grond van artikel 10 lid 2 onder g Wob. De enkele omstandigheid dat een werk auteursrechtelijk wordt beschermd maakt volgens de Afdeling bestuursrechtspraak niet zonder meer dat sprake is van onevenredige bevoordeling of benadeling. 166.

Tot slot in verband met de Wob wordt opgemerkt dat ook beoordeeld zal moeten worden door het college of na het weglakken van op grond van de Wob geheim te houden onderdelen uit documenten aangaande het NTA-onderzoek, er nog onderdelen resteren die zelfstandige betekenis hebben ten behoeve van de verzochte openbaarmaking. Het kan hier volgens Afdelingsrechtspraak gaan om standaardgegevens zoals de opmaak van een e-mail, disclaimers en paginanummers waarvan iedere zelfstandige betekenis ontbreekt, in welk geval tot het verstrekken van die informatie geen verplichting bestaat voor het college op grond van de Wob.49

VI.

Afsluiting: concluderende en beschouwende opmerkingen

167.

Onze kernconclusie naar aanleiding van het door ons verrichte onderzoek luidt als volgt: De toegepaste methode van participerend observeren door NTA als vorm van 'noninformed onderzoek' heeft ingehouden dat aan de hand van interactie en dus gesprekken met (sleutel)respondenten binnen die infrastructuur observaties zijn gedaan door NTA, zowel op openbare als op besloten plaatsen waar anderen dan (sleutel)respondenten zich hebben begeven. Hoewel wij niet hebben kunnen vaststellen dat er sprake is geweest van 'undercover-activiteiten', is in het bijzonder als het gaat om aan moskeeën afgelegde bezoeken door veldwerkers van NTA tezamen met (sleutel)respondenten, een vooraf voorzienbare situatie ontstaan waarin vanwege de toegepaste onderzoeksmethode (is geaccepteerd dat) andere moskeebezoekers zijn geobserveerd door NTA, zonder dat die personen zich daarvan bewust waren of konden zijn als zij niet zelf actief navraag zouden doen. Dat ook navraag zou worden gedaan door die derden binnen de vertrouwelijke setting van een moskee alwaar de (sleutel)respondenten wel en de veldwerkers niet bekend waren, is volgens ons niet waarschijnlijk te achten.

Hoewel niet kan worden vastgesteld tot in hoeverre de betrokkenen van de gemeente hiervan op de hoogte waren, was bij de betrokkenen van de gemeente wel vooraf bekend en ook de bedoeling dat het NTAonderzoek niet vooraf (en evenmin achteraf) bekend zou worden. Ook was bij de betrokkenen van de gemeente genoegzaam bekend dat de moskeeën en daarmee de moskeebesturen en -bezoekers, een belangrijke schakel vormen binnen de islamitische infrastructuur in Zoetermeer en zij daardoor een belangrijke rol zouden (kunnen) gaan spelen bij het onderzoek door NTA. Gelet daarop en in acht genomen de kennis vooraf van de betrokkenen van de gemeente en de burgemeester over de

49 ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:642, rov. 12.2; ABRvS 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1595,

rov. 5.1.

42 / 44

methode participerend observeren is daarmee door hen geaccepteerd dat personen onderdeel van de door NTA verrichte observaties zouden kunnen worden (en ook zijn geweest) die daarvan niet op de hoogte konden zijn zonder zelf actief navraag te doen, en op basis van welke observaties persoonsgegevens zouden (kunnen) worden verwerkt. Dat de netwerkanalyse volgens de betrokkenen van de gemeente en volgens NTA plaatsvond op het niveau van organisaties en locaties en niet op het niveau van personen, kunnen wij tot op zekere hoogte wel volgen, maar dat doet aan het voorgaande niet af. Wij beschouwen dat onderscheid tussen organisaties/locaties enerzijds en personen anderzijds, als van meer theoretische aard, welk onderscheid bovendien niet (volledig) wordt ondersteund door de wijze waarop het onderzoek in de praktijk heeft plaatsgevonden, in die zin dat het onderzoek zich in de praktijk toch ook op personen heeft gericht, althans personen in ieder geval in dit onderzoek zijn betrokken. 168.

Voor het in opdracht van de gemeente laten verrichten van een onderzoek op basis van de methode participerend observeren zoals ingevuld door NTA en als onderdeel van de preventieve aanpak tegen radicalisering waarbij de burgemeester als eindverantwoordelijke heeft te gelden, hebben wij geen wettelijke grondslag kunnen vaststellen.

169.

Wij signaleren onder verwijzing naar hoofdstuk III van dit rapport bovendien dat het door een deskundige goed mogelijk wordt geacht om effectief onderzoek te doen naar en binnen netwerken van specifieke samenlevingen waarbij vooraf bij de deelnemers openheid wordt gegeven over het betreffende onderzoek en het doel ervan. Een onderzoek met als centrale onderwerp radicalisering bij voorkeur te verrichten na afstemming over de onderzoeksmethode met de AP en de AIVD, uit te voeren in samenspraak met of na afstemming met een onderzoeker van een onderzoeksinstelling en zo nodig op basis van een vooraf ingewonnen (extern) juridisch advies. De juridische complexiteit van en de ethische aspecten die samenhangen met dergelijke onderzoeken verlangen die zorgvuldige voorbereiding en uitvoering.

170.

Op basis van de afgelegde interviews hebben wij geen aanknopingspunten gevonden dat de betrokkenen van de gemeente er destijds bewust van waren dat voor het onderzoek geen wettelijke grondslag bestond. De afgelegde interviews tonen wel aan dat zij zich onvoldoende hebben gerealiseerd wat het doen van participerende observaties door NTA in de praktijk inhield en wat daar de mogelijke juridische consequenties van konden zijn. De verklaring die hiervoor is gegeven door een aantal betrokkenen van de gemeente houdt verband met het spanningsveld waarbinnen zij zich destijds begaven. Enerzijds voelden zij de druk van het risico op incidenten binnen de gemeente én de verantwoordelijkheid om die incidenten te voorkomen, en anderzijds hadden zij het realiteitsbesef dat er mogelijk blinde vlekken zouden kunnen bestaan die ertoe konden leiden dat incidenten niet tijdig voorkomen zouden worden.

43 / 44

Binnen dit als complex aan te merken krachtenveld hebben zij weliswaar gevoeld dat onderzoek binnen de islamitische samenleving tot verstoring van de bestaande relaties met diezelfde samenleving kon leiden en ook vanuit ethisch oogpunt vragen opwierp, tegelijkertijd vonden zij dat het onderzoek op de wijze zoals dat is verricht door NTA toen eigenlijk onvermijdelijk was ter bescherming van die samenleving en de andere bewoners van Zoetermeer. */*/*

44 / 44

URn DBR FBLTZ advocaten

BIJLAGE

NOTITIE Aan

:

College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer

Van

:

Van der Feltz advocaten

Datum

:

17 november 2021

Onze ref. :

20217425 Gemeente Zoetermeer / NTA-onderzoek

ONDERZOEKSOPZET I.

Onderzoeksvragen1

1.

Beschrijving van de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het NTA-onderzoek in 2017. Daarbij zal tevens worden ingegaan op: a.

b. c. d. e. f. g.

1

de aanleiding voor het onderzoek. Waarbij aandacht wordt besteed aan de vraag waarom in die tijd tot het onderzoek door NTA is besloten vanuit de gemeente, dit gelet op de bestaande samenwerking tussen de gemeente en de moskeebesturen over o.a. het tegengaan van radicalisering; hoe opdrachtverlening heeft plaatsgevonden aan NTA, tegen welke kosten en hoe die kosten zijn gefinancierd; wat is onderzocht door NTA (onderzoeksvraagstelling) en waartoe het onderzoek heeft geleid qua rapportage(s); op welke wijze NTA onderzoek heeft gedaan (methodiek) en wat de onderzoeksperiode was; de betrokkenheid van andere (overheids)organisaties, waaronder de NCTV; de wijze waarop informatie is bewaard c.q. verzameld en met welke externe organisaties het onderzoek (niet) is gedeeld; de rol van de gemeentesecretaris en het gemeentebestuur destijds.

De onderzoeksvragen zijn mede tot stand gekomen op basis van de vragen zoals weergegeven in de Bijlage bij dit document.

1

2.

Is het NTA-onderzoek, gegeven de feiten en omstandigheden zoals beschreven onder I., rechtmatig geweest? Daarbij zal in het bijzonder worden ingegaan op: a.

de inzet van een particuliere organisatie voor het verrichten van het onderzoek;

b.

de wijze van totstandkoming van het onderzoek;

c.

het door NTA verrichten van onderzoek naar specifiek genoemde personen;

d.

de privacywetgeving ten tijde van het onderzoek;

e.

de aspecten proportionaliteit en subsidiariteit;

f.

de rol van de gemeentesecretaris en het gemeentebestuur;

g.

wat er met het NTA-onderzoek is gedaan binnen de gemeente en extern.

3.

Hoe moet de gemeente op basis van de huidige regelgeving, zowel bezien vanuit de AVG als de Wob, heden ten dage omgaan met de informatie betreffende het NTA-onderzoek? Denk hierbij aan aspecten zoals verzoeken om openbaarmaking van informatie, inzage in informatie en het bewaren van informatie.

II.

Planning Het streven van de onderzoekers van Van der Feltz advocaten is om uiterlijk in januari 2022 het definitieve rapport uit te brengen.

III. Proces onderzoeksopzet en uitgangspunten a. b. c. d.

e.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Van der Feltz advocaten, in het bijzonder door mr. W.J. Bosma en mr. M.A.J. West. Zij hebben ruime ervaring in het verrichten van onafhankelijk onderzoek naar en het adviseren over politiek gevoelige (bestuursrechtelijke) dossiers. De onderzoeksopzet en -planning worden besproken met het bestuur van het ILOZ en de voorzitters van de moskeebesturen. Zij kunnen aanpassingsvoorstellen doen. Bespreking dient tevens als kennismaking met de onderzoekers van Van der Feltz advocaten. Na vaststelling van de onderzoeksopzet door het college van burgemeester en wethouders start het onderzoek door de onderzoekers van Van der Feltz advocaten. Indien inzage in (passages van) het NTA-onderzoek wordt gegeven door de gemeente aan direct betrokkenen, dan is dat pas voor het eerst nadat de onderzoekers van Van der Feltz advocaten hun definitieve rapport hebben verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. Dit om de onverstoorde voortgang van het onderzoek te waarborgen. Bij het uitbrengen van het definitieve rapport zullen de onderzoekers van Van der Feltz advocaten een verantwoording geven van de methodologie, dus over de toegepaste onderzoeksmethoden.

2

BIJLAGE Binnengekomen vragen voor het uit te voeren onderzoek naar het NTA-onderzoek Vraag van:

Team OOV

Vraag:

Vraag verwerkt in het volgende onderdeel van de onderzoeksopzet:

Vraag niet verwerkt in de onderzoeksopzet want valt buiten onderzoeksopdracht want bestuurlijk/organisatorisch van aard:

Vragen d.d. 28 oktober 2021: 1. Was de opdracht rechtmatig?

I.2

2. Zo ja, was het laten uitvoeren van dit onderzoek proportioneel?

I.2.e

3. In het geval dat er geen grondslag was voor de gemeente om opdracht te geven voor de krachtenveldanalyse, paste het doen van dit onderzoek in de rol die gemeenten in de periode 20132017 voor zichzelf zagen (gezien de situatie en de vraagstukken in die periode) en die de Rijksoverheid / het Rijk aan gemeenten had toegedicht (zie bijvoorbeeld de toekenningsbrief versterkingsgelden over 2017, Actieplan Jihadisme 2014, etc.)?

I.2

4. Is het proces dat tot opdrachtverstrekking heeft geleid voldoende zorgvuldig geweest?

I.2.a

5. Op welke manier is het onderzoek uitgevoerd: bij welke moskeeën zijn onderzoekers binnen geweest, hoe hebben ze zich bekend gemaakt? Evt. toevoegen methodehoofdstuk aan het rapport.

I.1.c/d

6. Door wie en met welke grondslag is de rapportage gedeeld met de NCTV?

I.2.g

7. Hoe is het (intellectueel) eigendom van de rapportage geregeld?

I.3

8. Was de bestuurlijke borging van de aanpak van radicalisering voldoende geregeld? 3

X

9. Hoe kunnen we in het vervolg borgen dat in dit soort situaties (wel een taak voor de gemeente, mogelijk niet voldoende grondslag, wel urgentie, grote mate van vertrouwelijkheid) voldoende checks and balances binnen de organisatie kunnen worden ingebouwd CDA

X

Vragen interpellatiedebat: 1. Kan het college aangeven hoe de besluitvorming tot het benaderen van NTA tot stand is gekomen? Daarbij onder andere de vraag beantwoorden door wie het college op deze instantie is gewezen.

I.1.a/b

2. Wanneer en op basis van welke signalen heeft het college besloten om undercoveronderzoekers in te zetten bij moskeeën in Zoetermeer?

I.1.a

3. Lag hieraan een officieel collegebesluit ten grondslag, viel dit besluit binnen het mandaat van de burgemeester of is het ambtelijk gemandateerd? Is er überhaupt overleg geweest met de wethouders?

I.1.b

4. Hoe legt het college het combineren van functies (zowel bij de gemeente als bij NTA) uit? Is dit volgens de gedragscode binnen de gemeente?

I.1

I.1.g

En wist de gemeentesecretaris ervan 5. Hoe is het mogelijk dat de gemeente in een reactie aangeeft ‘erg geschrokken te zijn’, terwijl er op het stadhuis toch mensen van moeten hebben geweten?

I.1

Wist de burgemeester (Bezuijen) hiervan bij aanvang van zijn burgemeesterschap? Zo nee, wanneer was de burgemeester ervan op de hoogte en wat heeft hij naar aanleiding ervan gedaan.

I.1.g

Waarom is de raad toen niet al geïnformeerd

I.1.a

6. Van welke periode tot welke periode heeft NTA geïnfiltreerd bij organisaties in Zoetermeer? En tot welke tijd is NTA voor de

4

I.1.d

gemeente actief geweest of verleent NTA nog steeds diensten aan de gemeente? 7. Bij welke organisaties heeft NTA geïnfiltreerd in Zoetermeer en hoe is tot de selectie van organisaties gekomen?

I.1.d

8. Kan het college toelichten of er bewust voor een externe partij (als NTA) is gekozen waarmee de Gemeentewet omzeild kon worden?

I.1.a

9. Is het college zich bewust dat er volgens deskundigen een verboden handelingswijze gebruikt is?

I.1.d X

Hoe reflecteert het college hierop?

PvdA

10. Hoe zit het met de privacy van de getroffen personen en organisaties. Wat is gedaan met deze informatie?

I.2.d/g

11. En wordt deze informatie nog steeds gebruikt? Is het college zich bewust dat we door het handelen mogelijk een boete van de autoriteit persoonsgegevens kunnen verwachten.

I.3

Vragen interpellatiedebat: 1. In hoeverre heeft NTA invloed gehad op het handelen van de gemeente? Dus concreet wat heeft de gemeente met de analyse gedaan (graag volledig en met datums).

I.2.g

2. Waren er ambtenaren bij het onderzoek en de bezoeken aan de moskeeën betrokken of alleen medewerkers van NTA? Wat was hun rol daarbij.

I.1.d/g

3. Heeft de gemeente de rapporten van NTA doorgestuurd naar organisaties zoals de NCTV, AIVD en politie die zelf nooit hadden mogen infiltreren omdat daar geen grondslag voor was? Graag specifiek wat naar wie is gestuurd en of er uiteindelijk door een van deze partijen tot actie is overgegaan naar aanleiding van deze rapporten.

I.2.g

4. Hoeveel van het radicaliseringsbudget dat we van het Rijk hebben gekregen is naar NTA gegaan? En hoeveel hebben de onderzoeken de gemeente gekost?

I.1.b

5

5. Hoeveel kosten waren met het inhuren van NTA gemoeid?

I.1.b

6. Hoeveel rapporten heeft het onderzoek opgeleverd en wie hebben er kennis genomen van de inhoud?

I.1.c/f

7. Heeft het onderzoek relevante informatie opgeleverd waarmee extremisme, radicalisering of uitreizen naar IS daadwerkelijk is voorkomen?

I.2.g

8. Welke actie is er ondernomen op grond van het onderzoek?

I.2.g

9. Met de raad is nooit over de inzet van dit soort undercoveronderzoek gesproken, ook niet vertrouwelijk of geheim. Waarom is de gemeenteraad op geen enkel moment betrokken geweest, zowel niet bij het besluit om hiermee te starten als bij de informatie over de opbrengsten?

I.2.a/b

X

10. Welke afspraken gaat het college met de raad maken rondom zulke besluitvorming en operaties in de toekomst? Vragen gesteld tijdens raadsdebat 25 oktober 2021:

GroenLinks

11. Vragen over ambtenaren, in welke positie zijn zij gebracht (zie vraag 2 hierboven)

I.1.d/g

12. Had de burgemeester de raad moeten informeren?

I.2.f

13. Wanneer kan het onderzoek klaar zijn?

II.

Vragen gesteld tijdens raadsdebat 25 oktober 2021: 1. Ten tijde van de onderzoeken was de gemeente veelvuldig partner van de gemeenschappen en in gesprek in het kader van radicalisering soms zelfs wekelijks. Hoe zag het college dit onderzoek afgezet tegen het belang van vertrouwen in de samenwerking die de radicaliseringsaanpak nodig had. 2. Niet alleen de islamitische gemeenschappen maar ook andere geloofs- of gemeenschappen in de stad zijn ongerust. Is er ook onderzoek naar hen gedaan? 3. Heeft het college een ieder geïnformeerd naar wie onderzoek is gedaan en hen ook geïnformeerd over wat over hen is vastgelegd. Is het college bereid om een onafhankelijk iemand 6

X

I.1.c

X

aan te stellen bij wie inwoners en organisaties terecht kunnen met hun vragen. 4. Is het college bereid om excuses te maken.

X

5. Zitten in een tijd waarin de polarisatie toeneemt. Als gemeente hebben we overal staan dat we voor verbinding en samenwerking willen gaan. Hoe denkt het college hiermee om te gaan na wat er is gebeurd de afgelopen periode.

X

6. Door dit onderzoek is er wantrouwen richting de gemeente. Wat denkt het college dat de impact zal zijn van dit onderzoek op ons veiligheidsbeleid in de stad.

X

I.

7. Wat gaat de burgemeester onderzoeken. 8. Waarom is de raad niet geïnformeerd toen er vragen werden gesteld door de NRC journalist

X

9. Zijn alle mensen die in het onderzoek genoemd zijn inmiddels geïnformeerd en wat er over hen is vastgelegd

X

10. Wat gaat de burgemeester concreet onderzoeken.

I. X

En is hij bereid dit te delen met de raad. 11. Op welke termijn gaat de burgmeester met resultaten komen. D66

II.

Vragen gesteld tijdens raadsdebat 25 oktober 2021: 1. Op welke grondslag zijn deze activiteiten gerechtvaardigd geweest.

I.2

2. In het NRC staat dat de NCTV de risico’s van undercover onderzoek reeds kende. Is de gemeente hierin door de NCTV gekend? Wat is met het risico gedaan en zijn er maatregelen genomen.

I.1.e

3. Wanneer wist het college, in casu de burgemeester van dit onderzoek van het NRC en het verschijnen van het artikel in het NRC.

X

4. Welke taken moeten wij als gemeente en de burgemeester willen uitvoeren.

X

7

5. Hoe verhoudt het inhuren van NTA zich tot de taken die we wel en niet moeten doen en ook moeten willen doen. 6. Hoe krijgen we het vertrouwen tussen de gemeente en betrokken organisaties terug.

X

7. Kan in het rapport worden meegenomen een advies over waar begint en eindigt de verantwoordelijkheid van de burgemeester in het crimefighten, het onderzoeken doen etc.

X

I.2

8. Is het rechtmatig geweest. VVD

Vragen gesteld tijdens raadsdebat 25 oktober 2021: I.2

1. Is het onderzoek binnen de wet uitgevoerd. LHN

Vragen gesteld tijdens raadsdebat 25 oktober 2021: 1. Wie waren er bij het onderzoek van NTA betrokken, welke instanties. 2. Meerdere steden worden genoemd. Is sprake van dezelfde partij die daar onderzoek heeft uitgevoerd? LHN zou in de onderzoeksopzet hier aandacht voor vragen. Is het zo dat meerdere partijen gezamenlijk iets hebben ondernomen en is daar mogelijkerwijs centrale sturing op geweest.

Zoetermeer Vooruit

I.1.d/e X

I.1.d/e

Vragen gesteld tijdens raadsdebat 25 oktober 2021: 1. Heeft de gemeente opdracht gegeven voor undercoveronderzoek.

PVV

I.2

I.1.a/b

Vragen gesteld tijdens raadsdebat 25 oktober 2021: 1. Verzoek om redenatie van college die zij hebben gehanteerd om dit NTA onderzoek te laten uitvoeren.

I.1.a

2. Heeft NCTV geadviseerd om met NTA samen te werken.

I.1.e

3. Welke signalen heeft Zoetermeer specifiek ontvangen.

I.1.a

8

Zó! Zoetermeer

Vragen gesteld tijdens raadsdebat 25 oktober 2021: 1. Wat is er precies gebeurd in 2016 en 2017 (onderzoek is van latere datum).

I.1.a

2. Wie wist hiervan af?

I.

3. Op aanraden van NCTV?

I.1.e

4. Was het legaal

I.2

5. Wat is er precies gebeurd

I. X

6. Wanneer heeft het NRC navraag gedaan naar deze kwestie?

SP

Bestuur ILOZ en voorzitters Moskeebesturen

7. Wanneer mogen we de uitkomst van het onderzoek verwachten

II.

8. Welke periode gaat onderzocht worden?

I.

Vragen gesteld tijdens raadsdebat 25 oktober 2021 1. Waarom is niet gekozen voor de koninklijke weg, de rijksoverheid biedt talloze mogelijkheden om dit uit te voeren.

I.1.a

2. Wie waren er verantwoordelijk, mochten er zaken zijn gebeurd die niet door de beugel kunnen.

I.

Schriftelijke vragen gesteld aan de burgemeester: 1. Hoe is het onderzoek tot stand gekomen?

I.

2. Hoe zijn de gegevens verzameld?

I.1.f

3. Op welke wijze zijn gegevens gebruikt?

I.2.g

4. Wat gaat er nu met de gegevens gebeuren?

I.3

5. De reden van het onderzoek?

I.1.a

6. Hoe is het gedaan

I.1.b/c/d

7. Wat is het resultaat?

I.1.c

8. Hoe is het onderzoek tot stand gekomen?

I.1.c/d

9. Hoe is de vraag vanuit de opdrachtgever geformuleerd?

I.1.b

10. Wie heeft het onderzoek gefinancierd?

I.1.b 9

11. Wat zijn de totale kosten van het onderzoek? 12. Wat is de inhoud van de overeenkomst tussen opdrachtgever en de opdrachtnemer? Wilt u de verstrekte opdracht met ons delen?

I.1.b I.1.b X

13. Waar en hoe is geregistreerd wie onderzocht is en hoe lang blijven deze gegevens bewaard? En bij wie liggen deze gegevens?

I.1.f

14. Wat is er met de informatie gebeurd in beleidsmatige zin?

I.2.g

15. Wie kan nu beschikken over de informatie?

I.1.f

16. Wat moest wanneer geleverd worden?

I.1.b

17. Waarom is er toen niet gekozen om de koepels te betrekken bij het onderzoek aan de voorkant?

I.1.a

18. Waarom niet een openbaar bekendgemaakt onderzoek?

I.1.a

19. Wat is de verhouding en zijn de afspraken tussen NCTV, NTA en de gemeente?

I.1.e

20. Wat is de rol van de burgemeester hierin geweest? Was hij op de hoogte van het onderzoek? Hoe nauw is de burgemeester betrokken in het onderzoek?

I.1.g

21. In hoeverre zijn de belangen van de moskeeën en de moskeeleden betrokken in de besluitvorming? En hoe is dit afgewogen?

I.1.b/c/d

22. Zijn er schriftelijke stukken van het overleg met de NCTV en de NTA vastgelegd?

I.1.e

Bent u bereid deze openbaar te maken?

X

23. Beseft u dat u vertrouwen met lokale moskee/bestuur geschaad hebt? Hoe denkt u deze te herstellen?

10

X

24. Wij eisen openbaarheid van zaken en bij deze vragen wij of de complete stukken gedeeld kunnen worden met betrokken moskeeën?

X

25. Hoe werd de opdracht uitgevoerd?

I.1.c/d

26. Welke moskeeën zijn opgezocht?

I.1.c

27. Aan welke juridische voorwaarden diende het onderzoek te worden voldaan?

I.2

28. Meer specifiek: hoe zijn de rechten voortvloeiende uit de AVG in acht genomen?

I.2.d

29. Waar en hoe is geregistreerd wie onderzocht is en hoe lang blijven deze gegevens bewaard? En bij wie liggen deze gegevens?

I.1.f

30. Wie heeft welke persoonsgegevens verzameld en opgeslagen?

I.1.f

31. Met wie zijn die gegevens vervolgens gedeeld?

I.2.g

32. Wie heeft inzage gehad in de rapporten?

I.1.f/I.2.g

33. Wie heeft inzage in de rapporten?

I.1.f/I.2.g

34. Bent u bereid om het onderzoek te delen met de personen en instellingen die in het rapport voorkomen?

X

35. Wat wordt er gedaan met de resultaten van het onderzoek?

I.2.g

36. Waarom is er geen hoor en wederhoor toegepast?

I.1.a

37. Wordt ook een overleg georganiseerd met de betreffende organisaties

X

38. Door wie is bepaald (welke afdeling) en op basis van welke criteria is bepaald wie er onderzocht werd / onderzocht moest worden?

I.1.b

39. Waarom heeft het NTA zich niet bekend gemaakt in hun veldwerk? Als onderzoeker?

I.1.c/d

40. Wat is de juridische grondslag voor het onderzoek?

I.2

11

41. U stelt dat het u betreurt dat er onrust is ontstaan? Betreurt u het ook dat u deze werkwijze heeft gekozen? 42. Wilt u mededelen welke onderzoeksmethoden zijn toegepast?

X I.1.d

43. Graag een overzicht van de geheime (NTA-)onderzoeken naar islamitische organisaties in Zoetermeer.

X

44. In het NRC-artikel wordt de gemeente Zoetermeer aangehaald: ‘nu niet meer te onderbouwen’, niet meer ‘proportioneel’. Dat klinkt als een zwak excuus: nu even niet, straks weer wel? En het doet geen recht aan het stempel dat een hoogleraar staatsrecht in het artikel op deze onderzoeken drukt: onrechtmatig. Heeft dit ook bij de gemeente tot voortschrijdend inzicht geleid, en wat is dan nu het standpunt?

X

45. Herstel van vertrouwen draait om personen. Met wie zitten we aan tafel, zijn ze te vertrouwen of hebben ze (ook) een verborgen agenda?

12

III.a

Aan De gemeenteraad van Zoetermeer

Zaakid 2022-010296

Van Het college/ Burgemeester Bezuijen

Datum 2 februari 2022

Onderwerp Raadsmemo Reactie van het college op het Van der Feltz rapport d.d. 24 januari 2022, afdoening toezegging 499

Bijlagen 1

Inleiding Op 25 oktober 2021 heeft de gemeenteraad een memo ontvangen naar aanleiding van een artikel in het NRC over onderzoek naar lokale moslimgemeenschappen. In het artikel van het NRC wordt ook verwezen naar de gemeente Zoetermeer. De gemeente Zoetermeer heeft eind 2017 aan NTA (Nuance door Training en Advies) als externe partij opdracht gegeven tot het uitvoeren van een krachtenveldanalyse. De krachtenveldanalyse had als doel om de lokale situatie in beeld te brengen. Dit als reactie op signalen en zorgen over radicalisering, een onderwerp dat op dat moment in 2017 hoog op de agenda stond. Het artikel in het NRC heeft binnen onze gemeente geleid tot reacties, zorgen en vragen. Om recht te doen aan de vragen en bijhorende zorgen over het onderling vertrouwen, achtte het college het van groot belang dat de handelswijze van het in 2017-2018 uitgevoerde onderzoek zorgvuldig in kaart wordt gebracht. Het college heeft de gemeentesecretaris in het najaar van 2021 daarom opdracht gegeven een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren naar de gang van zaken destijds. Rechtmatigheidsonderzoek Om de onderste steen boven te krijgen ten aanzien van de gang van zaken is gekozen voor een onderzoek door een advocatenkantoor van goede naam.

Vanuit hun onafhankelijke positie en gelet op de beroepsvaardigheden van advocaten, zijn deze bij uitstek geschikt om een dergelijk onderzoek uit te voeren. Gekozen is voor een uitgebreid feitenonderzoek waarbij de islamitische organisaties bij de vraagstelling zijn betrokken. Ook alle vragen van de gemeenteraad zijn systematisch in het onderzoek meegenomen. Onderzocht zijn de feiten en omstandigheden die in 2017 hebben geleid tot het NTA-onderzoek, de rechtmatigheid van het NTA-onderzoek en de vraag hoe onder de werking van de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming moet worden omgegaan met informatie over personen zoals die tijdens het onderzoek is verkregen. Tenslotte wordt in het onderzoek van advocatenkantoor Van der Feltz ook ingegaan op de vraag of de vorm van het in 2017-2018 uitgevoerde onderzoek wetenschappelijk gezien verantwoord is. Op 24 januari jl. heeft Van der Feltz advocaten rapport uitgebracht dat hierbij aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Conclusie Van der Feltz advocaten In het rapport staan meerdere conclusies en beschouwingen. De belangrijkste conclusies zijn de volgende: Nr.

168: Voor het in opdracht van de gemeente laten verrichten van een onderzoek op basis van de methode participerend observeren zoals ingevuld door NTA en als onderdeel van de preventieve aanpak tegen radicalisering waarbij de burgemeester als eindverantwoordelijke heeft te gelden, hebben wij geen wettelijke grondslag kunnen vaststellen Nr. 73: Het college en de raad hebben volgens betrokkenen bij het NTA-onderzoek geen rol of daarover wetenschap gehad. Deze organen zijn over een of ander aangaande het NTA-onderzoek door de

burgemeester of vanuit de ambtelijke organisatie niet op de hoogte gesteld. Verwezen wordt hiervoor naar randnummers 32 en 33 van dit rapport. Nr. 85 gedeeltelijk: Hoewel wij niet hebben kunnen vaststellen dat er sprake is geweest van “undercoveractiviteiten”, is in het bijzonder als het gaat om aan moskeeën afgelegde bezoeken door veldwerkers van NTA tezamen met (sleutel)respondenten, een vooraf voorzienbare situatie ontstaan waarin vanwege de toegepaste onderzoeksmethode (is geaccepteerd dat) andere moskeebezoekers zijn geobserveerd door NTA, zonder dat die personen zich daarvan bewust waren of konden zijn als zij niet zelf actief navraag zouden doen. De overige hoofdconclusies zijn opgenomen in paragraaf 167 tot en met 170 van het bijgevoegde rapport. Reactie van het college Het onderzoeksrapport van Van der Feltz advocaten d.d. 24 januari 2022 en de daarin opgenomen conclusies wordt geheel onderschreven door het huidige college. Het college biedt haar oprechte verontschuldiging en excuses aan, aan alle betrokkenen in de Islamitische gemeenschap voor de gang van zaken destijds. Deze actie past absoluut niet in de open en transparante bestuurscultuur die deze gemeente voorstaat. De besluitvorming rondom de gebeurtenissen destijds zijn onzorgvuldig en met te weinig openheid en reflectie genomen.

Voor de opdrachtverstrekking voor het onderzoek door NTA bestond in 2017 geen wettelijke basis. Door de wijze van uitvoering van het onderzoek door middel van participerende observaties is het risico aanvaard dat andere moskeebezoekers zijn geobserveerd door NTA. Dit zonder dat die personen zich daarvan bewust waren of konden zijn. Dat betreurt het college oprecht en had nooit op deze wijze mogen plaatsvinden. Het college realiseert zich dat het vertrouwen met de betrokken islamitische gemeenschappen- en organisaties is geschaad. Dat is betreurenswaardig, daar waar juist de samenwerking zo goed verliep op vele fronten. Wij zullen er dan ook alles aan doen dit vertrouwen terug te winnen. Achtergrond van het onderzoek Het geven van de onderzoeksopdracht aan NTA is in zekere zin door het Rijk aangemoedigd door subsidie beschikbaar te stellen. Dat neemt echter niet weg dat de burgemeester als bevoegd gezag een eigen verantwoordelijkheid heeft. Uit het onderzoeksrapport van Van der Feltz advocaten d.d. 24 januari 2022 blijkt dat er in 2017 geen duidelijke wettelijke grondslag bestond voor de onderzoeksopdracht aan NTA. Destijds was min of meer voorzienbaar dat de methode van participerende observaties zou leiden tot het verwerken van persoonsgegevens.

Uit het rapport van Van der Feltz blijkt dat het in 2017 door NTA uitgevoerde onderzoek, wetenschappelijk gezien ook op een transparante manier had kunnen plaatsvinden. Voor wat betreft de Algemene verordening gegevensverwerking gaat het advies van Van der Feltz er van uit dat het goed verdedigbaar is dat de gemeente geen verwerkingsverantwoordelijke is. Omdat de gemeente opdracht heeft gegeven voor het uitbrengen van het NTA-rapport en in het bezit is van het rapport met daarin (gevoelige) persoonsgegevens heeft de gemeente ook een eigen verantwoordelijkheid. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming mogen de persoonsgegevens maar zo kort mogelijk worden bewaard. Op het vernietigen van het NTA-rapport zijn de Uitvoeringswet Algemene verordening Gegevensbescherming en de Archiefwet van toepassing. Naast de beantwoording van de rechtmatigheidsvraag van het NTA-onderzoek speelt in deze zaak ook de vraag hoe moet worden omgegaan met het Wob verzoek van het NRC tot openbaarmaking van het NTA-rapport uit 2018. Voorts rust op het college een dwingende plicht om de in het rapport genoemde moskeebesturen te informeren over hetgeen in het rapport specifiek over hun eigen organisatie is vermeld. Vervolgacties en agenda voor de toekomst De moskeebesturen zijn uitgenodigd om kennis te nemen van de conclusies uit het rapport van Van der Feltz d.d. 24 januari 2022.

Het college beseft dat het vertrouwen van de betrokken islamitische organisaties is geschaad. Als eerste aanzet voor het herstel van dit vertrouwen zijn burgemeester Bezuijen en wethouder Ter Laak met de betrokken moskeebestuurders en het platform Interbeschouwelijk overleg Zoetermeer (ILOZ) in gesprek gegaan na de publicatie in de NRC (zie ook het memo van 25 oktober 2021). Na het raadsdebat is de burgemeester wederom in gesprek gegaan met de moskeebesturen en het platform ILOZ om te bekijken op welke wijze het vertrouwen hersteld kan worden. In de komende tijd zullen deze gesprekken op bestuurlijk en ambtelijk niveau met de moslimgemeenschap gecontinueerd worden. Gezamenlijk willen we gaan werken aan een agenda voor de toekomst, waarbij gelijkwaardigheid en compassie belangrijke uitgangspunten zijn. Binnen het veiligheidsdomein hebben wij de afgelopen jaren geïnvesteerd in een open en transparante werkwijze en informatievoorziening. We willen deze lijn voortzetten en met de raad en college in gesprek over hoe wij hen kunnen meenemen in de informatievoorziening. Ook binnen de organisatie zelf zijn in de afgelopen jaren bedrijfsvoeringprocessen verbeterd waardoor meer waarborgen zijn ingebouwd om herhaling te voorkomen. Het gaat hierbij om het navolgen van inkoopprocedures en de aanstelling an een privacyadviseur.

Wij onderzoeken de mogelijkheid van een aanvullend protocol om dit in de toekomst te voorkomen. Wet openbaarheid van bestuur Het NRC heeft op grond van de Wet openbaarheid van bestuur een verzoek om openbaarmaking van het NTA-rapport ingediend. Bij meer dan 10 andere gemeenten waaronder Delft en Leidschendam-Voorburg is een dergelijk verzoek ingediend. Op die verzoeken is in een aantal gevallen een besluit genomen tot gedeeltelijke openbaarmaking. Tegen het niet geheel openbaar maken van het NTA-rapport loopt in het land ten minste 1 bezwaarprocedure. Tegenovergesteld daaraan loopt vanuit het NTA (bij een andere gemeente) een procedure tegen het op onderdelen openbaar maken van het NTA-rapport. Het zal enige tijd duren voordat juridisch duidelijkheid ontstaat over wat op grond van de toetsingsgronden van de Wob wel en wat niet openbaar is. Het belang van de zaak is er in tussentijd niet mee gediend dat de gemeente Zoetermeer met spoed een besluit op het Wob-verzoek neemt. We willen dit zorgvuldig doen en ook voor het besluit op basis van de Wob moet overleg plaatsvinden met de aanvrager(s). Over de openbaarheid van het NTArapport en de daarop betrekking hebbende stukken wordt, binnen de grenzen van de wet, binnen afzienbare tijd een besluit genomen.

Inzage betrokken partijen In de raadsvergadering van maandag 25 oktober 2021 is toegezegd “de betrokken partijen te informeren over de gesprekken en inzage te geven in het onderzoek (toezegging 499)”. Na het eerste gesprek met partijen in de week van 1 februari zullen afzonderlijke gesprekken ingepland worden met de betrokken besturen waarin zij inzage krijgen in hetgeen dat over de eigen persoon en/of organisatie is geschreven. Deze inzage betreft alleen de genoemde partijen en geen openbaarmaking op basis van de Wob. Hoewel inzage geven in eerste instantie bij het onderzoeksbureau NTA ligt ziet de gemeente het als daad van moreel belang om dit (alleen) met betrokken partijen te delen. Wij zijn immers in bezit van deze informatie. Hier zal een zorgvuldig proces voor doorlopen worden. Voorgesteld wordt om hiermee de toezegging 499 als afgedaan te beschouwen.

Voor technische vragen kunt u zich wenden tot: Naam : Angelique Schepers Telefoon : +31793468093 E-mailadres : a.schepers@zoetermeer.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11600176/3