CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Schriftelijke reactie Taubah - onderzoek VKA

Raadscommissie 20 juni 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Overige vergaderstukken26.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

T.a.v. dhr. Kats en de gemeenteraad Gemeente Veenendaal Raadhuisplein 1 3901 GA Veenendaal 14-06-2022

Onderwerp: reactie op het onderzoek uitgevoerd door Verdonck Klooster & Associates Geachte dhr. Kats en raadsleden gemeente Veenendaal, Wij hebben kennis genomen van het onderzoek dat in opdracht van de gemeente Veenendaal is uitgevoerd door Verdonck Klooster & Associates met als publicatiedatum 23 mei 2022. Allereerst willen we aangeven dat we het zeer vreemd vinden dat dit onderzoeksbureau, een onderzoek heeft uitgevoerd wat direct en indirect te maken heeft met meerdere organisaties gevestigd in Veenendaal, maar dat zij geen van de betrokken organisaties op welke wijze dan ook heeft benaderd. En dit met de wetenschap dat deze input van cruciaal belang is voor het vormen van correcte en objectieve conclusies. Verdonck Klooster & Associates schrijft namelijk het volgende in hun onderzoek: ‘’De interviews zijn gehouden met medewerkers van gemeente Veenendaal die ten tijde van de krachtenveldanalyse waren betrokken, ofwel op dit moment verantwoordelijk zijn voor dit onderwerp. Deze medewerkers werken op het betreffende beleidsterrein of de gemeentelijke privacy organisatie. Ook een vertegenwoordiger van NTA is geïnterviewd.’’ 1 Hieruit kunnen we concluderen dat de gedupeerde organisaties, in dit geval stichting Moskee Nasser en stichting Taubah, op geen enkele wijze betrokken zijn in het onderzoek terwijl het onderzoek volledig over hen gaat.

Wanneer we het onderzoek – dat uitgevoerd is door VKA - analyseren en doornemen komen we de volgende passage tegen: ‘’Voor de vaststelling van feiten moet deels worden vertrouwd op herinneringen van betrokken personen. Daar waar constateringen door twee mensen onafhankelijk van elkaar zijn genoemd, of dat constateringen met documentatie kon worden onderbouwd, zijn deze constateringen als feiten in deze rapportage weergegeven.’’ (P. 4) Hieruit kunnen we dus concluderen dat VKA hun onderzoek, feiten en conclusies volledig hebben gebaseerd op verklaringen van medewerkers van de gemeente Veenendaal en het NTA en daarnaast van documentatie die gedocumenteerd is door voorgenoemde partijen. Dit zijn de enige bronnen die geraadpleegd zijn voor het vormen van de conclusies en dit baart ons zeer zorgen omdat dit geen compleet beeld kan geven van een onderzoek en dit geen methode is die doorgaans gehanteerd wordt door een onafhankelijk onderzoeksbureau. Wij zullen in deze brief dan ook een aantal onjuiste conclusies uiteenzetten om zo aan te tonen dat dit onderzoek onvolledig en subjectief is uitgevoerd. Zo schrijft VKA in haar onderzoek de volgende conclusie: ‘’In de analyse worden mensen genoemd die een zichtbare of publieke rol vervullen binnen de diverse religieuze gemeenschappen van gemeente Veenendaal, denk hierbij aan religieuze leiders en bestuursleden.

De namen en rollen van de betreffende personen gelden binnen en buiten de gemeenschap ook als ‘algemeen bekend’’ (P. 7)

1

RAPPORTAGE ONAFHANKELIJK ONDERZOEK Werkwijze krachtenveldanalyse 2018 P. 4

Wij als bestuur van stichting Taubah hebben het onderzoek op onze gemak kunnen lezen en analyseren. Het onderzoek is namelijk aan ons getoond door medewerkers van het NRC. Tijdens het lezen kwamen wij in het onderzoek namen tegen van nietsvermoedende bezoekers die geen zichtbare en/of publieke rol vervullen binnen de organisatie. Ook staan ze niet ‘algemeen bekend’ als religieuze leiders en/of bestuursleden. Het ging hier puur om bezoekers die af en toe de organisaties bezochten. Wij kunnen dan ook stellen dat deze conclusie van VKA incorrect is. Dit laat ook meteen de zwakte van het onderzoek zien. Een onderzoek dat feiten baseert op twee getuigen (van dezelfde organisatie) die iets soortgelijks zeggen is gedoemd te mislukken. VKA geeft zoals eerder gezegd van twee organisaties getuigen te hebben gehoord, namelijk van de gemeente Veenendaal en het NTA. De medewerkers van de gemeente Veenendaal kunnen nooit zo’n conclusie trekken omdat ze hier geen kennis van hebben en dat is ook de reden waarom het NTA überhaupt is ingehuurd. De twee getuigen moeten dus wel van het NTA zijn die deze conclusie hebben getrokken aangezien de genoemde personen niet zichtbaar zijn op openbare bronnen. Dit is dan ook een zeer zwakke methode om te gebruiken tijdens onderzoeken om vervolgens tot conclusies te komen en het ook nog eens als feiten weg te zetten.

Dit had tevens voorkomen kunnen worden door VKA aangezien zij simpelweg de verantwoordelijken van de betrokken organisaties konden benaderen om dit te verifiëren. Hier konden zij vragen stellen over de eventuele functies van de personen die in het onderzoek zijn genoemd. Zoals eerder gezegd verbazen wij ons daarom ook dat dit niet is gebeurd door een organisatie dat zichzelf als professioneel kwalificeert. Verder schrijft VKA het volgende: ‘’In de krachtenveldanalyse zijn foto’s opgenomen van enkele prominente predikers en gezelschapsfoto’s van groepsactiviteiten. Dit zijn foto’s die afkomstig lijken van publieke bronnen (Facebook) of waarvoor overduidelijk is geposeerd door de geportretteerden.’’ (P. 8) Dit wordt als conclusie en feit neergezet in het onderzoek van VKA terwijl zij zelf aangeven dat het om een vermoeden gaat. VKA schrijft namelijk het volgende: ‘’Dit zijn foto’s die afkomstig lijken van publieke bronnen (Facebook)...’’ (P. 7) In dit geval worden de twee ‘’onafhankelijke’’ getuigen en de documentatie niet eens gebruikt en gaat VKA uit van hun eigen vermoedens. Dit is zeer kwalijk en absoluut onacceptabel voor een onderzoeksbureau dat ingehuurd is door de gemeente Veenendaal en betaald wordt middels belastinggeld van burgers.

Verder schrijft het VKA het volgende: ‘’Deze foto’s zijn destijds toegevoegd, omdat de foto’s een illustratie geven van de feitelijke constateringen die de onderzoekers hebben gedaan.’’ (P. 9) Wederom zien we weer een zweer zwakke constatering die nergens op is gebaseerd. In het onderzoek van het NTA is namelijk een zeer kwalijke conclusie getrokken over een buitenactiviteit in de Ardennen die destijds is georganiseerd. Hierin beweert het NTA dat stichting Taubah minderjarigen heeft meegenomen naar een activiteit om hen hier gewelddadige activiteiten aan te leren zoals boogschieten enz. Het NTA heeft hier een conclusie getrokken die volledig ingaat tegen alle feiten en de werkelijke context. Deze activiteit in de Ardennen is ten eerste georganiseerd door ouders van de minderjarigen en volwassen vrijwilligers die allen aanwezig waren. Daarnaast was het een gezellige weekend weg waar we aan verschillende sport- en ontspanningsactiviteiten hebben deelgenomen die werden aangeboden door plaatselijke organisaties. NTA heeft hier bewust misbruik gemaakt van feiten die totaal anders in elkaar zitten dan hoe ze gepresenteerd zijn. Het kwalijke is dat het VKA hierin meegaat zonder bewijsvoering te leveren en dit neerzet als ‘’feitelijke constateringen’’ waarmee zij het gebruik van de foto’s legitimeren.

Wij als organisatie en de betrokken ouders en vrijwilligers walgen dan ook van de handelswijze van het NTA en de ‘’conclusie’’ van VKA.

Verder schrijft het VKA het volgende: ‘’De respondenten die door de onderzoekers zijn geïnterviewd zijn op voorhand geselecteerd op basis van desk research, waarbij gebruik is gemaakt van publieke bronnen. Het is niet zo dat respondenten tijdens het onderzoek willekeurig zijn benaderd of op straat zijn aangesproken. Als op basis van desk research bleek dat de respondenten het krachtenveld goed kenden, zijn zij gevraagd mee te werken aan een interview. De respondenten hebben allemaal inzage gekregen in de verslagen die van deze interviews zijn gemaakt en hebben gelegenheid gehad deze aan te vullen of te corrigeren.’’ (P. 10) Ook hier kunnen we concluderen dat deze informatie verkregen is door interviews te houden met twee medewerkers van het NTA omdat dit niet de taak is van de gemeente Veenendaal. Daarnaast kunnen we ook concluderen dat deze conclusie van het VKA voorkomen had kunnen worden door bestuursleden te spreken van de gedupeerde organisaties. Wij als bestuur kunnen namelijk bevestigen dat er inderdaad mensen binnen de organisatie zijn benaderd met vragen door undercover medewerkers van het NTA. Deze medewerkers van het NTA deden zich namelijk voor als studenten van universiteiten die onderzoeken uitvoeren over specifieke thema’s binnen de Islamitische leer. Zij hadden vragen voorbereid die zij graag wouden stellen aan bezoekers van de stichting.

Wij kunnen dus bevestigen dat zij zichzelf niet direct als medewerkers van het NTA hebben gepresenteerd en dat de ondervraagden geen onderzoeken hebben mogen lezen laat staan dat ze deze mochten corrigeren. Er zijn tijdens willekeurige diensten en activiteiten medewerkers van het NTA langs geweest en die hebben willekeurige mensen vragen gesteld. Één van deze personen die is benaderd behoort namelijk tot onze vrijwilligersteam. Verder hebben wij getuigen die tevens aangeven geen informatie te hebben verschaft. Zij hebben deze ‘’onderzoekers’’ van het universiteit doorverwezen naar de verantwoordelijken van de organisatie. Door ons recente onderzoek binnen onze organisatie zijn we er dus achter gekomen dat er in de afgelopen jaren medewerkers van de NTA undercover tijdens meerdere diensten bij ons in de stichting aanwezig zijn geweest. Eén van deze onderzoekers presenteerde zichzelf als student van een universiteit in Nederland. Voor deze universiteit zou hij onderzoeken uitvoeren en naar aanleiding van deze onderzoeken had hij meerdere vragen. Uit ons onderzoek is gebleken dat deze persoon een medewerker is van het NTA. Wij zijn namelijk in bezit van officiële mails die afkomstig zijn van deze persoon en waarin hij zichzelf aan anderen presenteert als medewerker van het NTA. Tevens hebben wij van gedupeerde moskeeën vernomen dat zij soortgelijke situaties hebben meegemaakt.

Bezoekers die zich voordoen als onderzoekers van een bepaalde universiteit in Nederland en het doel hebben om informatie te verkrijgen van willekeurige bezoekers die geen officiële functies bekleden binnen de organisatie. Deze informatie is vervolgens gebruikt voor de zogenaamde onderzoeksrapporten die opgesteld zijn door het NTA. Hiervoor loopt momenteel een juridisch proces en daarom kunnen wij helaas niet alle details prijsgeven. Verder schrijf het VKA het volgende: ‘’Zoals aangegeven in 1.1 was er in maart 2013 in Nederland veel aandacht voor radicalisering, extremisme en terrorisme. AIVD en NCTV meldden dat zij grote zorgen hadden over de toenemende salafistische invloeden binnen de islamitische gemeenschap. Verschillende aanleidingen hebben geleid tot het besluit om een krachtenveldanalyse uit te voeren: • Gemeente Veenendaal beschikte over diverse relevante signalen dat binnen de moslimgemeenschap sprake zou kunnen zijn van radicalisering. Uit eigen bevindingen van de gemeente en partners was er een sterk vermoeden dat er in gemeente Veenendaal sprake zou zijn van salafistische invloeden. Gemeente Veenendaal had behoefte aan een verdiepend onderzoek naar de salafistische infrastructuur binnen de gemeentegrenzen.’’ (P. 12)

Dat er een sterk vermoeden zou zijn voor de onderzoeken hoorden we tevens terug tijdens de raadsvergaderingen van de gemeente Veenendaal in 2021. Echter zei Dhr. Kats dit helaas zonder inhoudelijk erop in te gaan ondanks dat hier een enorme behoefte voor bestaat bij de gedupeerden. Reden hiervoor zou de staatsveiligheid zijn die hierdoor in het geding kan komen. Voor ons blijft dit één groot raadsel. Vanaf 2015 hebben we als bestuur meerdere gesprekken gevoerd met de burgervader en medewerkers van de gemeente Veenendaal. Dit waren altijd positieve gesprekken waarin we nooit ook maar het vermoeden kregen dat er eventuele radicale signalen aanwezig zouden zijn in Veenendaal. Dat is op zich zeer vreemd omdat deze gesprekken altijd gevoerd werden met mw. C. Jansen (senior beleidsmedewerker veiligheid) en ging het altijd over de veiligheid in Veenendaal. Daarnaast is het algemeen bekend dat wanneer er daadwerkelijk radicale signalen aanwezig zijn in een gemeente, de AIVD en de NCTV enorm veel bevoegdheden hebben om dit te onderzoeken. Dit valt dus niet onder de verantwoordingen van een gemeente en onze vraag tot de dag van vandaag is waarom gemeente Veenendaal deze takenpakket toch op zich heeft genomen.

En om maar als ervaringsdeskundige te spreken die in tegenstelling tot het NTA en VKA zich wel op het speelveld bevindt kunnen we concluderen dat er in de onderzoeksperiode helemaal geen gevaar aanwezig was in de islamitische organisaties die gevestigd zijn in Veenendaal. Het is dus voor de gemeente Veenendaal zeer makkelijk om deze kaart te trekken omdat deze niet verifieerbaar en/of na te trekken is vanwege de reden die dhr. Kats tijdens de gemeente raadsvergadering heeft genoemd, namelijk dat dit niet bekend gemaakt kan worden vanwege de ‘’staatsveiligheid’’. Samenvattend kunnen we zeggen dat het uitgevoerde werk van VKA – met alle respect – meer op een schoolopdracht van een MBO student lijkt dan op een professioneel onderzoek. Zie bijvoorbeeld het onderzoek2 dat het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer heeft laten uitvoeren. Dit lijkt meer op een professioneel onderzoek waarin zaken uitvoerig zijn onderzocht en uiteengezet. Dit onderzoek is uitgevoerd door Van Der Feltz advocatenbureau en heeft o.a. de volgende conclusie getrokken over de handelswijze van het NTA.

Zij schrijven in hun onderzoek namelijk het volgende: ‘’Tegen deze achtergronden concluderen wij dat voor opdrachtverlening door de gemeente aan NTA voor het verrichten van onderzoek op basis van de methode participerende observaties, geen wettelijke grondslag is aan te wijzen.’’ (P. 31) Ook concluderen zij over het onaangekondigd onderzoeken uitvoeren het volgende: ‘’Een (deels) onaangekondigd en (gedeeltelijk) niet-openbaar onderzoek door of in opdracht van een overheidslichaam of bestuursorgaan, zonder dat daarvoor een op de handhaving van de openbare orde gebaseerde grondslag bestaat, heeft primair plaats te vinden door de politie, in de voorfase van opsporing en ook met het oogmerk om uiteindelijk tot opsporing over te gaan. We hechten eraan zekerheidshalve op te merken dat van (een reden tot) opsporingsonderzoek bij opdrachtverlening aan NTA blijkens de afgelegde interviews overigens geen sprake is geweest.’’ (P. 32) Ook concluderen zij over het onderzoeken op persoonsniveau het volgende: ‘’Blijkens de afgelegde interviews en ontvangen documentatie is gebleken dat door de gemeente uitdrukkelijk niet beoogd werd dat NTA op persoonsniveau onderzoek zou gaan verrichten in de gemeente.’’ (P. 34) En zo staan er nog veel meer interessante conclusies die wel een professionele onderzoeksbasis kennen en waar de gemeente Veenendaal en VKA nog veel van kan leren.

2

https://www.zoetermeer.nl/_flysystem/media/bijlage-rapport-van-der-feltz-advocaten.pdf

Concluderend vinden we de opstelling van dhr. Kats en de gemeente Veenendaal vanaf dag één al zeer defensief en verdedigend. Alsof er niks verkeerds is gegaan en niemand fouten heeft gemaakt. Andere gemeenten hadden wel het lef en de rechtvaardigheid om toe te geven dat er wel degelijk fouten zijn gemaakt, maar bij de gemeente Veenendaal zien we niks anders dan verdedigingsgedrag. Ook het onderzoek dat is ingesteld roept bij ons veel vragen en onduidelijkheden op omdat er nu al meerdere gemeentes onderzoeken hebben laten uitvoeren naar de handelswijze van NTA en hier harde conclusies zijn getrokken, namelijk dat het NTA grote fouten heeft gemaakt in hun onderzoeksmethode. Dit onderzoek heeft voor ons dus alleen maar nog meer vragen, onduidelijkheden en wantrouwen opgewekt en ontwikkeld. Wij betreuren het beleid van de gemeente Veenendaal dat in tegenstelling tot andere gemeenten – die vanaf het moment dat het hun duidelijk werd dat er fouten zijn gemaakt - direct hun fouten hebben erkend. De gemeente Veenendaal zou dan ook een voorbeeld moeten nemen aan deze gemeenten en de hand in eigen boezem moeten steken. Hoogachtend, bestuur stichting Taubah

RAPPORT Aan

:

College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer

Van

:

M.A.J. West en W.J. Bosma, advocaten

Datum

:

24 januari 2022

Referentie

:

20217425 Gemeente Zoetermeer / NTA-onderzoek

I.

Onderzoek en verantwoording

1.

Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (hierna: het ''college'') hebben wij onderzoek verricht naar de zogenoemde 'krachtenveldanalyse van de islamitische infrastructuur in Zoetermeer' zoals uitgevoerd door het particuliere, commerciële bureau Nuance door Training & Advies (hierna: het ''NTA-onderzoek''). Directe aanleiding voor dat verzoek is geweest mediaberichtgeving van 15 oktober 2021 over het NTA-onderzoek waarin wordt gesproken over in opdracht van gemeenten verricht 'undercover-onderzoek' door NTA in het kader van onderzoek door gemeenten naar radicalisering binnen de islamitische gemeenschap.1

2.

Het doel van ons onderzoek is tweeledig: enerzijds bestaat de behoefte bij het college naar het verkrijgen van inzicht in de relevante feiten en omstandigheden, en anderzijds bestaat de wens tot het aan de hand van die feiten en omstandigheden verkrijgen van een juridische duiding van opdrachtverlening van de gemeente tot en het laten uitvoeren van het NTA-onderzoek. Daartoe dient dit rapport, waarbij door ons als onderzoeksmethode is gehanteerd bestudering van door de gemeente beschikbaar gestelde documentatie alsmede het afleggen van interviews met betrokkenen van destijds.

3.

Het onderzoek hebben wij verricht in de periode december 2021 tot en met januari 2022 op basis van de als bijlage bij dit rapport gevoegde onderzoeksopzet van 17 november 2021. De onderzoeksopzet is vooraf besproken en afgestemd met - zijdens de gemeente - de gemeentesecretaris, de Manager Juridische aangelegenheden & Bestuursondersteuning en een senior jurist. Voorts is de onderzoeksopzet vooraf besproken en afgestemd met vertegenwoordigers van de besturen van het InterLevensbeschouwelijk Overleg Zoetermeer en de moskeeën El Qibla, Anwar-eAshrafia en HDV-Oranje. De vertegenwoordiger van het bestuur van het Islamitisch centrum Zoetermeer zou aan voornoemde drie andere moskeebesturen hebben aangegeven niet bij de besprekingen over de onderzoeksopzet aanwezig te willen zijn.

DMS01-941078539-492

Dit hebben wij niet kunnen verifiëren. Tot vaststelling van de onderzoeksopzet en tot

1 Zie https://www.nrc.nl/nieuws/2021/10/15/undercover-naar-de-moskee-hoe-gemeenten-al-jaren-een-

bedrijf-inhuren-om-heimelijk-islamitische-organisaties-te-onderzoeken-a4061964.

1 / 44

het door ons te verrichten onafhankelijke onderzoek is op 23 november 2021 besloten door het college.2 4.

Omdat door het college is verzocht een feitenonderzoek te verrichten, hebben wij als onderzoeksmethode gehanteerd zowel bestudering van door de gemeente aan ons beschikbaar gestelde documentatie alsmede het afleggen van interviews met verschillende betrokkenen. In december 2020 hebben wij een zevental interviews afgelegd, aan de hand van een lijst met 32 vragen. Die vragenlijst hebben wij opgesteld op basis van de onder punt I van bijgevoegde onderzoeksopzet beschreven onderzoeksvragen. We hebben zowel betrokkenen van de gemeente als NTA, dus 'beide kanten' geïnterviewd voor een evenwichtig beeld en om hoor- en wederhoor toe te passen. Mede tegen deze achtergronden en omdat NTA in het rapport aangeeft gebruik te hebben gemaakt van een antropologische methode zonder daarvan een verantwoording te geven, is voorts prof. dr. P.J. Pels benaderd en gevraagd in het algemeen zijn visie te geven over methodologie bij onderzoeken naar netwerken binnen samenlevingen. Hij is hoogleraar culturele antropologie en sociologie van Afrika bij de Universiteit Leiden. Gelet op de door ons toegepaste onderzoeksmethode moeten wij een kanttekening plaatsen ten aanzien van de mate en juistheid van de aan ons verstrekte informatie.

Enerzijds kunnen wij wat de ontvangen documentatie betreft geenszins garanderen dat daarmee alle van belang zijnde documentatie is verstrekt, en anderzijds wat betreft de afgelegde interviews kunnen wij evenmin garanderen dat die informatie volledig en juist is. Reeds in laatstgenoemd verband omdat informatie gegeven tijdens de interviews is gebaseerd op de herinneringen van betrokkenen. Tegen deze achtergronden is dit rapport tot stand gekomen op basis van bevindingen naar aanleiding van de ontvangen documentatie en de informatie verkregen via de interviews, alsmede na het maken van een vergelijking daartussen.

5.

Dit rapport bestaat uit de volgende hoofdstukken: 

Hoofdstuk II: Op basis van de afgelegde interviews en de ontvangen documentatie wordt in het tweede hoofdstuk een beschrijving van de feiten en omstandigheden gegeven die zouden hebben geleid tot het NTA-onderzoek.

Hoofdstuk III: In dit derde hoofdstuk wordt een beschouwing over methodologie voor onderzoek naar gemeenschappen gegeven, opgesteld naar aanleiding van een gesprek over methodologie met prof. dr. P.J. Pels, hoogleraar culturele antropologie en sociologie van Afrika bij de Universiteit Leiden.

Hoofdstuk IV: In dit vierde hoofdstuk wordt de vraag beantwoord of opdrachtverlening door de gemeente tot en het laten uitvoeren van het NTAonderzoek op de manier waarop dat heeft plaatsgevonden, gegeven de feiten en omstandigheden zoals beschreven in hoofdstuk II, volgens ons (on)rechtmatig is geweest.

2 Zie besluitenlijst '211123 Besluitenlijst collegevergadering 23 november 2021' d.d. 2 december 2021.

2 / 44

Hoofdstuk V: In het vijfde hoofdstuk van dit rapport wordt de vraag beantwoord hoe de gemeente Zoetermeer op basis van de huidige regelgeving, zowel bezien vanuit de AVG als de Wob, heeft om te gaan met de beschikbare informatie betreffende het NTA-onderzoek.

Hoofdstuk VI: In het zesde tevens laatste hoofdstuk sluiten wij ons rapport af met enkele concluderende en beschouwende opmerkingen. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan het onderwerp methodologie gegeven de beschouwing uit hoofdstuk III van dit rapport.

II.

Feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het NTA-onderzoek

6.

Ten behoeve van het feitenonderzoek hebben wij een zevental interviews afgelegd, aan de hand van een vooraf opgestelde vragenlijst die gebaseerd is op de in bijgevoegde onderzoeksopzet beschreven onderzoeksvragen.

7.

Het gaat om interviews met (voormalig) ambtenaren van de gemeente Zoetermeer die destijds in meer of mindere mate betrokken waren bij opdrachtverlening aan NTA dan wel werkzaamheden uitvoerden die verband hielden met de openbare orde en veiligheid. Ook is met de toenmalige burgemeester gesproken. Daarnaast is een interview afgelegd met een vertegenwoordiger van NTA.3

8.

Hierna worden alle geïnterviewden behoudens de burgemeester steeds tezamen aangeduid als "betrokkenen". Als het alleen gaat om (een aantal) betrokkenen van de gemeente, wordt dat op die manier aangegeven. En indien alleen op de betrokkenheid van NTA wordt gedoeld, wordt in dat verband gesproken over "NTA". Als het (ook) gaat om de burgemeester, dan zal dat steeds separaat als zodanig worden aangegeven. Per onderzoeksvraag worden hierna op basis van de hiervoor omschreven aanduidingen, de uitkomsten van de afgelegde interviews met betrokkenen besproken. Daarmee worden de feiten en omstandigheden geschetst die blijkens de interviews hebben geleid tot het NTA-onderzoek. Daar waar relevant wordt de van de gemeente ontvangen documentatie door ons aangehaald en besproken.

a.

Onderzoeksvraag 1a: aanleiding NTA-onderzoek

9.

Een aantal vragen tijdens de afgelegde interviews is erop gericht geweest inzicht te verkrijgen in de concrete aanleiding voor het NTA-onderzoek. Daarbij hebben we in het bijzonder aandacht besteed aan de vraag waarom in die tijd tot het onderzoek door NTA is besloten vanuit de gemeente. Dit mede gelet op de bestaande

3 Voor zover wij hebben kunnen nagaan is NTA geen particulier recherchebureau als bedoeld in de Wet

particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus ('Wpbr'). Althans, NTA staat niet op de lijst van vergunninghouders in de zin van de Wpbr zoals te raadplegen via https://justis.nl/producten/particulierebeveiliging-en-recherche.

3 / 44

samenwerking tussen de gemeente en de verschillende moskeebesturen over onder andere het tegengaan van radicalisering. 10.

Een aantal betrokkenen van de gemeente hebben in voornoemd verband eerst het volgende toegelicht over hoe de gemeente Zoetermeer (hierna: ''de gemeente'') er destijds qua organisatie uitzag als het gaat om de uitvoering van taken die verband hielden met de openbare orde en veiligheid.

11.

De afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving (hierna: ''afdeling VVA'') binnen de gemeente bestond destijds uit twee teams: enerzijds het team vergunningen, toezicht en handhaving en anderzijds het team openbare orde en veiligheid. De afdeling VVA kende een afdelingsmanager. Binnen het team openbare orde en veiligheid waren naast een teammanager, een informatieanalist, casus regisseurs een aantal netwerkregisseurs actief op een tweetal actuele thema's/clusters. Het cluster 'jeugd' waarbij de netwerkregisseurs met name de verschillende jeugdgroepen in de gemeente in kaart brachten. Binnen het cluster 'radicalisering' hadden de netwerkregisseurs vooral tot taak om door middel van het bouwen en het in stand houden van een actief netwerk binnen - voor een belangrijk deel - de islamitische gemeenschap, mogelijke risico's verband houdende met radicalisering in beeld te brengen en om radicalisering samen met de gemeenschap tegen te gaan. Deze netwerkregisseurs waren in dienst van de gemeente. Een beleidsadviseur van de gemeente had een coördinerende rol als het gaat om de werkzaamheden van de netwerkregisseurs. Deze beleidsadviseur was naast de inhoudelijke coördinatie en aansturing van de medewerkers binnen het cluster, verantwoordelijk voor de bestuurlijke afstemming met en besluitvorming door de burgemeester.

De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor taken met betrekking tot de openbare orde lag (ook) destijds bij de burgemeester.

12.

Vervolgens zijn betrokkenen gevraagd toe te lichten welke zorgen in 2017 of zoveel eerder concreet speelden binnen de gemeente over de islamitische gemeenschap binnen Nederland, en in het bijzonder in Zoetermeer. Wij ontvingen gelijkluidende reacties. Die reacties laten zich als volgt samenvatten.

13.

Er vonden in die periode wereldwijd en met name in de westerse wereld aan religie gerelateerde aanslagen met een terroristisch oogmerk plaats, en de kans op aanslagen in Nederland was reëel. Binnen Nederland betrof 2017 volgens betrokkenen bovendien een periode waarin de invloed van salafistische stromingen groeide en een periode waarin het thema van uitreizende en terugkerende geradicaliseerde jongeren actueel was. In 2017 bestond binnen de gemeente een sterke focus op de aanpak van radicalisering, welke aanpak reeds in 2012 was ingezet. Daar kwam bij dat de gemeente Zoetermeer een relatief groot aantal uitreizigers naar met name Syrië kende. Onduidelijk was evenwel wat maakte dat juist in de gemeente het aantal uitreizigers hoger was dan in de rest van Nederland. De indruk bestond al enige tijd binnen de gemeente dat binnen de islamitische gemeenschap van de gemeente door

4 / 44

een of meerdere personen actief jongeren werden gemobiliseerd om uit te reizen. Gelet op voornoemde omstandigheden bestonden er binnen de gemeente (ook) in 2017 zorgen en onrust vanwege de reële kans op een aanslag binnen de gemeentegrenzen. Aldus waren er zorgen en onrust op het gebied van de handhaving van de openbare orde en in het bijzonder ten aanzien van het effectief kunnen blijven tegengaan van (verdergaande) radicalisering binnen een deel van islamitische gemeenschap in de gemeente. 14.

Vervolgens zijn betrokkenen gevraagd toe te lichten wat de concrete aanleiding is geweest voor de gemeente voor de offerte-uitvraag en de opdrachtverlening aan NTA. Volgens betrokkenen kan opdrachtverlening aan NTA niet los worden gezien van hetgeen is omschreven onder randnummer 13 van dit rapport. Bezien vanuit die bredere context ging het volgens betrokkenen om zorgen van verdere radicalisering binnen de gemeente en dus van radicalisering richting extremisme. In dit verband is door een aantal betrokkenen van de gemeente aangegeven dat de gemeente wilde weten welke krachtenvelden binnen de islamitische gemeenschap actief waren en welke elementen bij radicalisering een rol speelden, en daarmee hoe door de gemeente het beste kon worden ingezet op het tegengaan van verdere radicalisering. Hoewel goede contacten werden onderhouden met de islamitische gemeenschap waaronder de verschillende moskeeën, bestond de angst dat ''niet alles werd gezien'' als het gaat om radicaliserende leden, en dan vooral jongeren, binnen de netwerken van die gemeenschap. Opdrachtverlening aan NTA had tot doel om te laten onderzoeken of inderdaad niet alles werd gezien door de gemeente, waartoe behoort het verkrijgen van kennis over de plekken van samenkomst binnen de regio van de leden van de islamitische gemeenschap uit de gemeente.

Daarmee beoogde de gemeente blijkens een aantal betrokkenen van de gemeente, verdere beleidsmatige invulling te geven aan het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme van het Rijk uit 2014 waarin de thema's risicoreductie, uitreisinterventies en het tegengaan van radicalisering centraal staan.4 Dus, een onderzoek gericht op preventie en signalering van en interventie bij radicalisering door de gemeente.

15.

Over de samenwerking tussen de gemeente en de verschillende moskeebesturen in 2017 gaven een aantal betrokkenen van de gemeente aan dat de indruk bestond dat die samenwerking en dus de verstandhouding goed was. Met name de netwerkregisseurs speelden wat de samenwerking en verstandhouding betreft een belangrijke rol. Zij bezochten de verschillende moskeeën regelmatig en spraken daardoor geregeld met leden van de islamitische gemeenschap binnen de gemeente. Bij navraag werd door hen aangegeven dat de samenwerking ook vanuit preventief oogpunt was gericht op het voorkomen van radicalisering, extremisme en uitreizen, een en ander op basis van wederzijds vertrouwen.

4 Zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2014/08/30/actieprogramma-integrale-aanpak-

jihadisme.

5 / 44

16.

Een aantal betrokkenen van de gemeente gaf tijdens de interviews aan dat de samenwerking tussen de gemeente en de verschillende moskeebesturen op zichzelf bezien geen rol heeft gespeeld bij de opdrachtverlening aan NTA. Bij navraag werd hierover verder toegelicht dat de eerder in het rapport besproken zorgen binnen de gemeente dat mogelijk niet alles werd gezien als het gaat om radicaliserende leden binnen de netwerken van die gemeenschap, niet zozeer gericht was op de verschillende moskeeën. Op de moskeeën zelf zagen de zorgen van de gemeente aldus niet, wel op wat de gemeente buiten de moskeeën mogelijk ook informatie zou missen. Het onderzoek uit te voeren door NTA zoals de gemeente dat voor ogen had was dan ook niet gericht op een onderzoek specifiek naar de moskeeën of moskeebesturen, maar naar de infrastructuur van de islamitische gemeenschap binnen de gemeente waarbinnen de moskeeën logischerwijs wel een centrale plek innemen. Aan deze nuance over opdrachtverlening aan NTA werd door een aantal betrokkenen van de gemeente veel belang gehecht, welke nuance zou ontbreken in de verschenen mediaberichtgeving over het NTA-onderzoek.

b.

Onderzoeksvraag 1b: opdrachtverlening ten behoeve van het NTA onderzoek

17.

Een aantal vragen tijdens de afgelegde interviews is erop gericht geweest zicht te krijgen op de wijze van opdrachtverlening door de gemeente aan NTA, tegen welke kosten en hoe die kosten zijn gefinancierd.

18.

Zoals toegelicht door een aantal betrokkenen van de gemeente in dit verband, vond opdrachtverlening in de regel als volgt plaats binnen de gemeente. Veelal begon het bij een bestuurlijke intentie om iets te doen, bijvoorbeeld een activiteit in de stad. Vervolgens kwam het initiatief ter afhandeling bij de ambtelijke organisatie terecht. De budgetverantwoordelijkheid lag bij het betrokken afdelingshoofd, en de inhoudelijke voorbereiding alsook bestuurlijke afstemming vond plaats door vak- of beleidsadviseurs. Bij bestuurlijke instemming en indien passend binnen een daarvoor beschikbaar gesteld budget, werd doorgaans een akkoord voor het initiatief gegeven door het betrokken afdelingshoofd. De bestuurlijke verantwoordelijkheid lag steeds (en ligt) gelet op het bepaalde in artikel 172 Gemeentewet als het gaat om taken verband houdende met de handhaving van de openbare orde, in beginsel bij de burgemeester.

19.

Specifiek wat de opdrachtverlening aan NTA door de gemeente in 2017 betreft is uit de terugkoppeling van een aantal betrokkenen van de gemeente gebleken dat daaraan niet zozeer een bestuurlijke intentie van de burgemeester voorafging, als wel de wens binnen de ambtelijk organisatie van de medewerkers die zich bezighielden met het tegengaan van radicalisering. Het gaat om de wens om te laten onderzoeken door een bureau of er in dat verband zogenoemde ''blinde vlekken'' zouden bestaan. Het gaat om de zorgen binnen die ambtelijke organisatie zoals beschreven onder randnummers 13 en 14 van dit rapport.

6 / 44

20.

Volgens een aantal betrokkenen van de gemeente en ook NTA zou een eerdere offerte uitvraag van de gemeente in 2016 aan NTA voor het uitvoeren van een netwerkanalyse, niet tot opdrachtverlening hebben geleid wegens het ontbreken van financiële middelen daarvoor. Een netwerkanalyse hield hier in een onderzoek naar de islamitische infrastructuur in de gemeente en daarmee naar de krachtenvelden van de onderlinge relaties binnen die infrastructuur, met het oog op het in kaart brengen van processen rondom radicalisering.

21.

Een aantal betrokkenen van de gemeente heeft aangegeven dat nadien in 2017 in overleg tussen de gemeenten Den Haag, Delft en Zoetermeer en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (hierna: ''NCTV'') afspraken zijn gemaakt over de besteding van door de NCTV beschikbaar gestelde versterkingsgelden. Het gaat om de inzet van die versterkingsgelden door de gemeenten Delft en Zoetermeer ten behoeve van een netwerkanalyse. De gemeente Den Haag zou, zo was het plan destijds, met eigen middelen een dergelijke analyse laten uitvoeren, welke zou worden aangevuld met de regionale componenten uit de netwerkanalyses opgesteld in opdracht van de gemeenten Delft en Zoetermeer. Een en ander met als doel om een regionaal beeld van de islamitische infrastructuur te verkrijgen als basis voor het doorontwikkelen van de aanpak tegen radicalisering. Het zou hierbij gaan om netwerkanalyses op het niveau van organisaties en locaties, niet op het niveau van personen.

22.

NTA was als organisatie reeds bekend binnen de gemeente want had eerder coaching en trainingen gegeven. Ook de NCTV was bekend met en zou eerder opdrachten hebben verleend aan NTA. Of dit zo is, hebben wij niet kunnen vaststellen. NTA is, ook naar eigen zeggen, een specialist op het gebied van onderzoek naar extremisme, elke vorm daarvan. Opdrachtverlening aan NTA vond door de gemeente plaats bij (gerectificeerde) opdrachtbrief van 11 december 2017, naar aanleiding van een offerte van NTA van 8 oktober 2017. Voor het NTA-onderzoek zou de gemeente blijkens die opdrachtbrief EUR € 48.307,07 inclusief btw hebben moeten betalen aan NTA. Dat (die) betaling heeft plaatsgevonden, hebben wij niet kunnen verifiëren. Bekostiging van het NTA-onderzoek zou hebben plaatsgevonden op basis van aan de gemeente Den Haag door de NCTV beschikbaar gestelde versterkingsgelden. Het hiervoor aangehaalde bedrag zou door de gemeente Zoetermeer zijn doorbelast - dus separaat zijn gefactureerd - aan de gemeente Den Haag. De door ons ontvangen documentatie wijzen erop dat het NTA-onderzoek op deze wijze is gefinancierd. Dit hebben we niet kunnen verifiëren omdat niet de daarvoor benodigde (financiële) documentatie is aangeleverd.

23.

Aan de opdrachtverlening door de gemeente aan NTA ligt, zo is toegelicht door een aantal betrokkenen van de gemeente en ook door NTA, een concrete onderzoeksopdracht vanuit de ambtelijke organisatie van de gemeente ten grondslag. Die onderzoeksopdracht zou alleen mondeling uitgebreid zijn besproken met NTA en

7 / 44

neerkomen op het verzoek om de islamitische infrastructuur in de gemeente in kaart te brengen, waartoe ook behoort het verkrijgen van inzicht in de krachtenvelden van de onderlinge relaties binnen die infrastructuur, opdat de processen rondom radicalisering in beeld konden worden gebracht. De opdracht wordt kort beschreven in de offerte van NTA van 8 oktober 2017. De gedachte was ook, zo omschreef een aantal betrokkenen van de gemeente en ook NTA, dat mede op basis van die kennis de samenwerking tussen de gemeente en de verschillende moskeeën kon worden verbeterd. Die kennis kon namelijk mogelijk bepaalde kwetsbaarheden wegnemen waardoor de weerbaarheid van de samenwerking zou worden vergroot. Er bestond voorts de sterke wens, zo volgt uit de interviews, dat het NTA-onderzoek duidelijk zou maken wat de plekken van samenkomst in de regio zijn van leden van de islamitische gemeenschap uit de gemeente. Dit met het oog op het kunnen vormen van een regionaal beeld van de islamitische infrastructuur samen met Delft en Den Haag zoals beschreven onder randnummer 21 van dit rapport. Dit met als doel het doorontwikkelen van de aanpak tegen radicalisering in de regio. c.

Onderzoeksvraag 1c: wat is onderzocht door NTA, waartoe heeft het onderzoek geleid en wie waren van het onderzoek binnen de gemeente op de hoogte

24.

Een aantal vragen tijdens de afgelegde interviews is erop gericht geweest te achterhalen wat volgens betrokkenen is onderzocht door NTA, waartoe het onderzoek heeft geleid qua rapportages en welke personen binnen de gemeente bekend waren met opdrachtverlening aan NTA alsmede met de onderzoeksresultaten.

25.

Uit de reacties van een aantal betrokkenen van de gemeente en ook NTA, volgt dat NTA het onderzoek heeft verricht op basis van de onder randnummer 23 besproken onderzoeksopdracht van de gemeente. Het gaat om het uitvoeren van een krachtenveldanalyse van de islamitische infrastructuur zoals vaker door NTA zou zijn uitgevoerd, maar dan binnen en in opdracht van andere gemeenten. Het maken van een dergelijke analyse zou aldus behoren tot de kernexpertise van NTA.

26.

Binnen de gemeente waren de medewerkers van het cluster radicalisering bekend met en (in meer of mindere mate) betrokken bij opdrachtverlening aan NTA. Ook was de burgemeester daarvan in ieder geval via een beleidsadviseur op de hoogte gebracht, onder meer op basis van een vertrouwelijk memo. Ook het afdelingshoofd en de teammanager waren met de opdrachtverlening en het proces daartoe bekend. Dit volgde niet alleen uit de interviews met de betrokkenen van de gemeente en de burgemeester, dit is ook af te leiden uit de documentatie die we van de gemeente hebben ontvangen.

27.

NTA heeft in augustus 2018 een vertrouwelijk rapport uitgebracht aan het cluster radicalisering naar aanleiding van het verrichte onderzoek. NTA heeft in juni 2018 aan dat cluster een presentatie gegeven over het rapport. Van het rapport zijn twee versies beschikbaar. Op een eerste versie is, zo blijkt ook uit ontvangen documentatie,

8 / 44

gereageerd door een aantal medewerkers binnen het cluster. Dit vooral ter correctie van een aantal feitelijke onjuistheden, zo werd door een aantal betrokkenen van de gemeente tijdens de interviews toegelicht. Naar aanleiding van die opmerkingen heeft NTA een tweede versie van het rapport beschikbaar gesteld aan het cluster. 28.

Door een aantal betrokkenen van de gemeente en ook door de burgemeester is aangegeven dat de burgemeester het rapport niet zou hebben ontvangen, en daar evenmin op enig moment naar zou hebben gevraagd. Vanuit het cluster zou grote aarzeling hebben bestaan om de burgemeester op de hoogte te stellen van het door NTA uitgebrachte rapport. De belangrijkste reden voor die aarzeling zou verband houden met het initiële bezwaar van de burgemeester voor een onderzoek door NTA. Daarbij speelde ook een rol het door de betrokken medewerkers van het cluster radicalisering destijds gedeelde standpunt dat het rapport van NTA nauwelijks nieuwe inzichten bood. Het aanvankelijke bezwaar van de burgemeester hield voorafgaand aan het uitgevoerde onderzoek niet zozeer verband met de wijze van onderzoek, maar zou voortkomen uit zijn sterke terughoudendheid als het gaat om het uitgeven van overheidsgelden. Daarbij speelde toen een belangrijke rol dat de burgemeester een noodzaak voor een onderzoek uit te voeren door een externe partij in eerste, tweede en derde instantie (etc.) niet onderschreef. Hij wilde niet bijdragen aan de 'radicaliseringsaanpak industrie' die hij in die tijd dacht te zien ontstaan.

Uiteindelijk heeft de burgemeester toch een bestuurlijk akkoord gegeven voor het NTAonderzoek, vanwege de meermaals geuite ambtelijke wens daartoe vanuit het cluster en mede tegen de destijds ook door hem onderschreven achtergronden zoals omschreven onder randnummers 13 en 14 van dit rapport.

29.

Uit de gevoerde gesprekken volgt voorts dat met de betrokkenen van de gemeente vooraf niet concreet met NTA zou zijn besproken welke organisaties door NTA zouden worden onderzocht, en met wie precies zou worden gesproken door NTA. Gelet op de onderzoeksopdracht en de daarover met NTA gevoerde gesprekken was wel bekend bij de betrokkenen van de gemeente dat de verschillende moskeeën en hun bezoekers logischerwijs een rol zouden gaan spelen in het onderzoek. Welke rol en wie precies, zou evenwel niet bekend zijn geweest.

30.

Ook mede tegen deze achtergrond zou een aantal betrokkenen van de gemeente de ethische aspecten hebben besproken die verband hielden met het NTA-onderzoek. In dat kader zou ook zijn gesproken over het risico dat de relatie met de moskeebesturen en de leden van de verschillende lokale gemeenschappen beschadigd zou kunnen raken als zou uitkomen dat NTA onderzoek aan het verrichten was of zou hebben verricht binnen de islamitische gemeenschap in de gemeente. Omdat het onderzoek uit te voeren door NTA zoals de gemeente dat voor ogen had, uitdrukkelijk niet gericht was op een onderzoek specifiek naar de moskeeën of moskeebesturen en evenmin naar personen, maar naar de infrastructuur van de islamitische gemeenschap binnen de gemeente waarvan de moskeeën 'slechts' onderdeel uitmaken, werd

9 / 44

voornoemd risico door hen geaccepteerd. Daarbij speelde een rol dat niet de verwachting bestond noch beoogd werd dat publiekelijk bekend zou worden dat NTA onderzoek zou gaan verrichten of zou hebben verricht binnen de islamitische gemeenschap van de gemeente. 31.

Een juridische beoordeling van de wijze waarop het NTA-onderzoek zou worden uitgevoerd zou volgens een aantal betrokkenen van de gemeente mede tegen die achtergronden destijds niet zijn gemaakt door of in opdracht van de gemeente.

32.

Uit de met betrokkenen gevoerde gesprekken is niet gebleken dat het college of de gemeenteraad is geïnformeerd over de opdrachtverlening aan NTA. Evenmin over het uiteindelijk door NTA uitgebrachte rapport.

33.

Omdat het rapport van NTA volgens een aantal betrokkenen van de gemeente voor het cluster radicalisering nauwelijks nieuwe inzichten bood, is daaraan intern geen opvolging gegeven. Het rapport bevestigde dat het team openbare orde en veiligheid en dan in het bijzonder het cluster radicalisering een en ander goed in beeld had en dat in dat verband waardevolle contacten werden onderhouden binnen de islamitische gemeenschap.

d.

Onderzoeksvraag 1d: wijze van onderzoek door NTA en de onderzoeksperiode

34.

Een aantal vragen tijdens de afgelegde interviews is erop gericht geweest inzicht te verkrijgen in de wijze waarop NTA onderzoek heeft gedaan, dus over de methodiek alsmede het antwoord op de vraag wat de onderzoeksperiode is geweest. Specifiek aan dit onderwerp is tijdens de afgelegde interviews veel aandacht besteed. Dit in het bijzonder gelet op de mediaberichtgeving waarin gesproken wordt over 'undercoveronderzoek' en welke mediaberichtgeving als gezegd de aanleiding is geweest voor de opdracht tot het uitbrengen van onderhavig rapport over het NTA-onderzoek.

35.

Het NTA-onderzoek is volgens betrokkenen uitgevoerd direct na opdrachtverlening, dus in de periode eind 2017 tot begin 2018. Een exacte periode hebben betrokkenen niet kunnen noemen. In de (gerectificeerde) opdrachtbrief van 11 december 2017 wordt het eerste kwartaal van 2018 genoemd als het moment waarop de werkzaamheden van NTA hebben moeten starten, en het derde kwartaal van 2018 als het moment voor oplevering van het eindresultaat door NTA.

36.

De terugkoppeling van een aantal betrokkenen van de gemeente die in meer of mindere mate kennis hadden over de wijze van onderzoek door NTA, laat zich als volgt omschrijven.

37.

Door een aantal betrokkenen van de gemeente werd aangegeven dat de moskeeën/moskeebesturen in de gemeente, niet vooraf en evenmin achteraf zijn ingelicht over het NTA-onderzoek. Pas toen in 2021 bekend werd dat de NRC over het NTA-onderzoek zoals verricht in onder de gemeente Zoetermeer zou gaan schrijven, is

10 / 44

vanuit de gemeente daarover contact gelegd met de verschillende moskeebesturen voordat het artikel werd gepubliceerd. 38.

Wat de wijze van het onderzoek betreft, wordt het volgende opgemerkt. Binnen het cluster radicalisering zou bekend zijn geweest dat NTA door middel van 'participerende observaties' onderzoek zou gaan verrichten. Deze onderzoeksmethode zou volgens een aantal betrokkenen van de gemeente (alsook NTA) inhouden dat vooraf niet kenbaar zou worden gemaakt door NTA (noch door de gemeente) dat onderzoek zou worden uitgevoerd, en evenmin achteraf. Verder zou deze onderzoeksmethode inhouden dat NTA aan activiteiten binnen de islamitische gemeenschap in de gemeente zou meedoen maar niet actief zou sturen, niets zelf zou organiseren en tijdens activiteiten evenmin zou doorvragen. Anders gesteld, NTA zou volgens hen ''meedoen en kijken wat er gebeurt''.

39.

Dit zou ook volgens een aantal betrokkenen van de gemeente (alsook NTA) een gebruikelijke wijze van onderzoek door NTA zijn en bovendien ook nodig zijn, namelijk om zuivere onderzoeksresultaten te kunnen krijgen. Als binnen de islamitische gemeenschap van de gemeente destijds bekend zou worden dat NTA bezig was met het onderzoek, dan zou het risico bestaan dat geen of alleen (sociaal) wenselijke antwoorden zouden worden gegeven. En dan zou niet die informatie verkregen worden door NTA waarop de onderzoeksopdracht van de gemeente nu juist gericht was. NTA zou deze onderzoeksmethode hebben gepresenteerd aan een aantal betrokkenen van de gemeente. Uit ontvangen mailcorrespondentie uit die periode blijkt dat het cluster radicalisering achter die onderzoekswijze stond.

40.

De onderzoeksmethode zou volgens een aantal betrokkenen van de gemeente voorafgaand aan opdrachtverlening zijn besproken met de burgemeester. Ook zou de burgemeester hierover door middel van een vertrouwelijk memo zijn geïnformeerd. De burgemeester bleek bij navraag hierover tijdens het interview zich niet te herinneren dat is gesproken over de wijze van onderzoek, en de term participerende observaties zei hem tijdens het interview niets. De wijze van onderzoek zou volgens hem geen discussieonderwerp zijn geweest. De burgemeester zou destijds hebben aangenomen dat het onderzoek één was zoals alle andere onderzoeken, niets afwijkends dus. Vanuit het cluster radicalisering zou volgens de voormalig burgemeester ook nooit enige twijfel zijn geuit over de wijze van het onderzoek. Het zou gaan om een betrouwbaar bureau dat bekend was bij de NCTV en reeds vergelijkbare onderzoeken had verricht voor andere gemeenten.

41.

In een door ons ingezien memo van 13 juli 2017 gericht aan de burgemeester met het onderwerp 'Regionale netwerkanalyse' valt over de onderzoeksmethode het volgende te lezen: -

''Een in andere gemeenten beproefde methode om een krachtenveldanalyse te maken van gemeenschappen, is het doen van participerende observaties.''

11 / 44

-

''Deze methode komt uit de antropologie. Onderzoekers die zijdelings deel uitmaken van de gemeenschappen, participeren in de gemeenschap en observeren wat er gebeurt. Om onderzoeksresultaten niet te beïnvloeden, kan niet worden aangegeven dat er een onderzoek wordt uitgevoerd. Wel participeren onderzoekers met hun eigen identiteit, het is dus geen undercover-operatie. De onderzoekers nemen deel aan reguliere bijeenkomsten en leggen op die manier verdere contacten, waardoor ze steeds meer inzicht krijgen in het krachtenveld binnen de gemeente en de relaties met de regio.''

-

''De onderzoekers zullen het beeld dat door de gemeente Zoetermeer is opgesteld als uitgangspunt gebruiken. De informatieanalist draait in het desktop-deel van het onderzoek mee. Na afloop van het onderzoek is het van belang dat het onderzoek zelf en de uitkomsten vertrouwelijk behandeld worden.''

-

''Het onderzoek zal worden uitgevoerd door NTA, (…).''

-

''Voor de gemeente Zoetermeer levert het onderzoek een beeld op de van de dynamiek binnen de lokale gemeenschappen, de krachten die daarin een rol spelen en de relaties met (boven)regionale gemeenschappen en locaties.''

42.

Het memo waaruit wordt geciteerd, is blijkens een beschikbaar gestelde mailwisseling die dag besproken en per mail gedeeld met de burgemeester. Als reactie op die mail en dus mede naar aanleiding van de bespreking over het laten uitvoeren van een onderzoek door NTA, heeft de burgemeester op 14 juli 2017 per mail een akkoord gegeven.

43.

Tijdens de gevoerde interviews heeft een aantal betrokkenen van de gemeente aangegeven dat zij na opdrachtverlening aan NTA geen zicht hebben gehad op het door NTA uitgevoerde veldwerk ten behoeve van het NTA-onderzoek. Dat was volgens NTA nodig ten behoeve van bronbescherming, zo gaven zij aan. Bekend is alleen blijkens twee facturen uit 2018 dat NTA 164 uur aan veldwerk heeft gedeclareerd. Waaraan die tijd concreet is besteed door NTA, zou niet bekend zijn geworden.

44.

Eén van de betrokkenen van de gemeente zou een veldwerker van NTA desalniettemin hebben gesproken. Deze veldwerker van NTA zou hebben aangegeven dat tijdens de participerende observaties (toch) niet de eigen naam zou worden gebruikt. Of dit klopt, en zo ja, waar en op welk moment dat contact plaatsvond, hebben we niet kunnen vaststellen. Volgens deze betrokkene van de gemeente was dit wel een moment waarop binnen het cluster radicalisering werd afgevraagd of het gebruik van een andere naam door de veldwerkers van NTA tijdens de participerende observaties, wel is toegestaan. Omdat NTA vergelijkbare onderzoeken in andere gemeenten had uitgevoerd, zou door het cluster radicalisering uiteindelijk zijn aangenomen dat dit goed zat en is er geen verdere actie ondernomen.

45.

Tijdens het interview met NTA, is de door NTA toegepaste onderzoeksmethode als volgt toegelicht.

12 / 44

46.

Benadrukt werd eerst door NTA dat de term 'undercover-onderzoek' of een term van die strekking in de mediaberichtgeving alsook in een aantal vragen van het interview, suggestief is, en dat dat niet de wijze is waarop NTA onderzoek verricht. NTA past antropologische methoden toe, zo ook in de gemeente, aldus NTA.

47.

Tijdens intakegesprekken met de gemeente – dus voorafgaand aan opdrachtverlening – zou door NTA zijn vastgesteld dat bij de gemeente de behoefte bestond om de infrastructuur binnen de islamitische gemeenschap in de gemeente in beeld te krijgen, dit om de processen rondom radicalisering helder te krijgen. Als methode hanteert NTA voor dat soort onderzoeken zo bleek bij navraag, zogenoemde 'informed onderzoeken' en 'non-informed onderzoeken'. Vanuit de behoeftevraag van de gemeente is in samenspraak met de gemeente gekozen voor non-informed onderzoek door NTA, omdat anders de beoogde onderzoeksresultaten niet bereikt konden worden.

48.

Non-informed onderzoek houdt volgens NTA in dat het onderzoek niet publiekelijk wordt aangekondigd, om te voorkomen dat een onvolledig beeld wordt verkregen tijdens het onderzoek. Respondenten worden bij non-informed onderzoek wél geïnformeerd over de vraag met wie van NTA wordt gesproken, waarom zij in gesprek gaan met NTA en wie de opdrachtgever van NTA is. Daarbij wordt door NTA aan de respondenten een anonimiteitsgarantie verstrekt. Dit houdt in, zo werd toegelicht, dat NTA garandeert dat de identiteit van de respondenten door NTA niet bekend worden gemaakt aan derden buiten NTA.

49.

Het onderzoek van NTA is volgens NTA gericht geweest op krachtvelden, om discrepanties vast te stellen tussen formele en informele krachtvelden binnen de islamitische gemeenschap in de gemeente. Het onderzoek is volgens NTA dus niet gericht geweest op personen of op bepaalde entiteiten zoals moskeebesturen.

50.

Ten behoeve van het onderzoek is door NTA, zo werd aangegeven, eerst een nulmeting verricht. Een nulmeting wordt verricht op basis van openbaar toegankelijke informatie en gesprekken met professionals. Welke professionals zijn gesproken, is ons niet duidelijk geworden. Vervolgens vond door NTA verificatie plaats naar volledigheid en juistheid. Deze verificatie vond zoals gebruikelijk plaats door middel van veldonderzoek. Daarbij werd door NTA gebruik gemaakt van de methode van 'observerende participatie' of 'participerende observaties'. Deze termen werden door elkaar gebruikt.

51.

Participerende observaties houden volgens NTA niet in dat onderzoek naar personen wordt verricht, maar dat wel onderzoek plaatsvindt naar het krachtenveld binnen de infrastructuur. Aan de hand van interactie en dus gesprekken met respondenten binnen die infrastructuur worden volgens NTA observaties gedaan. Dit betekent volgens NTA dus niet dat personen feitelijk ter plaatse worden geobserveerd vanaf de zijlijn. Het zou gaan om gesprekken en de conclusies die uit gesprekken met

13 / 44

respondenten kunnen worden getrokken door NTA. De gesprekken vinden plaats in een vertrouwelijke setting, waarbij de respondenten er vooraf over zouden zijn geïnformeerd dat NTA in opdracht van de gemeente onderzoek doet, en waarnaar. 52.

Volgens NTA is de wijze van onderzoek alleen mondeling gedetailleerd besproken met de gemeente. Een verantwoording van de methodologie en vermelding van bronnen ontbreken in het door NTA uitgebrachte rapport.

53.

Bij het onderzoek voor de gemeente zouden volgens NTA twee veldwerkers actief zijn geweest.

54.

Door middel van 'snowball sampling', zo werd toegelicht, wordt door NTA getracht (verdere) toegang tot de infrastructuur te krijgen. Het onderzoek bij een respondent wordt tegen die achtergrond altijd beëindigd met de vraag naar de introductie van nieuwe personen en dus nieuwe respondenten. Hierdoor kan NTA verdere toegang tot de infrastructuur verkrijgen. En op deze manier wordt door NTA toegang verkregen tot zogenoemde 'sleutelrespondenten' binnen de gemeenschap. Dit zijn personen binnen de gemeenschap met een bepaalde formele rol, een rol die niet per se naar buiten toe kenbaar hoeft te zijn. Een sleutelrespondent hoeft dus niet ook moskeebestuurder te zijn. Op de vraag hoeveel (sleutel)respondenten betrokken waren in Zoetermeer, heeft NTA aangegeven dat vanuit dataretentie binnen één jaar na het afronden van het onderzoek de onderliggende data is verwijderd. Daardoor zijn er volgens NTA thans geen exacte aantallen meer bekend. Het zullen volgens NTA tenminste 25 respondenten zijn geweest, maar niet meer dan 45. In het NTA rapport wordt aangegeven dat gesprekken zouden zijn gevoerd "met sleutelfiguren, waarnemers en moskeegangers in Zoetermeer".

55.

Bij het onderzoek voor de gemeente hebben volgens NTA meerdere sleutelrespondenten uit de islamitische gemeenschap van Zoetermeer medewerking verleend aan en dus gesproken met NTA. Ook deze respondenten zouden ervan op de hoogte zijn geweest dat onderzoek werd verricht door NTA, en dat het onderzoek in opdracht van de gemeente plaatsvond. Aan hen is een anonimiteitsgarantie verstrekt door NTA. Dit houdt als gezegd in dat NTA nooit zal prijsgeven wie de (sleutel)respondenten zijn. NTA heeft tijdens het interview tegen die achtergrond niets gezegd over wie de (sleutel)respondenten waren in de gemeente.

56.

Het veldwerk door NTA is steeds gestart op het moment dat de veldwerker van NTA de gemeente binnenkomt. Het veldwerk houdt dus niet één-op-één verband met een eventueel bezoek van een veldwerker aan een moskee of andere besloten plaats. En als werd gesproken met een moskeebezoeker, betekent dat niet ook zonder meer dat zo'n gesprek in de moskee plaatsvond, aldus NTA.

57.

Daarnaast betekent veldonderzoek volgens NTA niet ook dat NTA fysiek toegang dient te krijgen tot bepaalde (besloten) plaatsen. Het gaat vooral om de gesprekken met

14 / 44

(sleutel)respondenten. Dit zijn als gezegd leden van de islamitische samenleving en veelal ook moskeebezoekers. Deze gesprekken kunnen overal plaatsvinden. Gelet daarop is het volgens NTA ook onmogelijk dat de (sleutel)respondenten er niet van op de hoogte waren dat zij in een onderzoek van NTA betrokken waren. Blijkens de door NTA afgegeven en ook door de (sleutel)respondenten gevraagde anonimiteitsverklaring, hebben zij hun betrokkenheid bij het NTA onderzoek niet met derden willen delen. Dat zouden zij volgens NTA nog altijd niet willen doen, uit angst voor de eventuele gevolgen daarvan. Tijdens het NTA-onderzoek waren de respondenten bereid om openheid van zaken te geven op basis van vertrouwelijkheid, omdat zij hebben willen laten zien dat het binnen hun lokale gemeenschap goed gaat als het gaat om het tegengaan van radicalisering en het voorkomen van extremisme. Op basis van de afgelegde interviews kan niet met zekerheid worden vastgesteld of aan de (sleutel)respondenten een (concept)uitwerking van hun bijdrage c.q. antwoorden is voorgelegd door NTA. Er bestaan sterke indicaties dat dit niet is gebeurd. 58.

De veldwerkers van NTA zouden volgens NTA ook altijd hun eigen naam in het onderzoek hebben gebruikt. Dit kon ook niet anders volgens NTA, niet alleen wettelijk bezien maar ook praktisch niet omdat het om een kleine gemeenschap zou gaan.

59.

Op dit punt, dus over de wijze waarop de veldwerkers van NTA zich hebben gepresenteerd tijdens hun onderzoek, hebben wij gelet op het vorige randnummer 58 en het beschrevene onder randnummer 44, tegenstrijdige verklaringen ontvangen tijdens de interviews. Door ons is niet vast te stellen welke verklaring (on)juist is.

60.

Een veldwerker zou nooit op eigen initiatief, zonder (sleutel)respondent aan de betreffende moskeeën een bezoek hebben gebracht, aldus NTA. De veldwerkers van NTA hebben alle vier de moskeegemeenschappen/organisaties binnen de gemeente gesproken volgens NTA, en zij hebben aan drie van vier moskeeën met (sleutel)respondenten één of meerdere bezoeken gebracht. Aan de Anwar-e-Ashrafia moskee zou door NTA geen bezoek zijn gebracht. Een en ander hebben wij niet kunnen verifiëren.

61.

En, zo gaf NTA aan, als een moskee werd bezocht was dat vaak op een moment waarop er weinig andere moskeebezoekers aanwezig waren en op een plek waar überhaupt niet veel andere moskeebezoekers kwamen. Denk aan een bestuursruimte of een leslokaal. In die setting, dus als een veldwerkers van NTA met een (sleutel)respondent en dus met een bekende van de betreffende moskee in de moskee was, zou het niet gebruikelijk zijn (geweest) dat aan de veldwerker werd gevraagd ''wie ben jij''. Er werd veelal alleen gegroet, aldus NTA.

62.

Gelet op deze uitleg door NTA over de toegepaste onderzoeksmethode in de gemeente, stellen wij vast dat de methode van participerende observaties (mede) inhield dat andere personen dan respondenten zoals moskeebezoekers, feitelijk

15 / 44

geobserveerd konden worden en dus deel van het NTA-onderzoek konden uitmaken, en daarvan ook onderdeel hebben uitgemaakt zowel op openbare als besloten plaatsen. Dit evenwel zonder dat deze andere personen – toch – daarvan op de hoogte waren of zonder uitdrukkelijke navraag door henzelf bij de veldwerker of de (sleutel)respondent konden zijn. Zie hierover uitgebreider hierna, in het bijzonder onder randnummers 75 en 85. 63.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11600176/3