2. Raadsbesluit RvO gemeenteraad Veenendaal
Tekst van het document
Raadsbesluit tot vaststelling van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal De raad van de gemeente Veenendaal; gelezen het voorstel van de agendacommissie van 25 februari 2024, nummer 2084768; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; - beeldvormende vergadering: een bijeenkomst waarin (schaduw-)raadsleden zich een beeld kunnen vormen van een onderwerp; - fractievoorzitter: voorzitter van een fractie; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; - motie: een korte en gemotiveerde verklaring over een geagendeerd onderwerp waardoor een oordeel, wens, opdracht of verzoek wordt uitgesproken; - motie vreemd aan de orde van de dag: een motie over een niet geagendeerd onderwerp waarin een oordeel, wens, opdracht of verzoek wordt uitgesproken; - (bijzondere) raadscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 2 van de Verordening op de raadscommissies; - raadsinformatiesysteem: digitale weergave van alle informatie van de raad en raadscommissie, zoals agenda’s, voorstellen, verslagen en besluiten, te raadplegen via de gemeentelijke website; - raadsperiode: de periode opgenomen in artikel C4 van de Kieswet, zijnde vier jaren; - schaduw-raadsleden: lid van een raadscommissie als bedoeld in artikel 5 van de Verordening op de raadscommissie, niet zijnde een
raadslid; - subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; - vergadercyclus: het maandelijkse besluitvormingsproces van beeld-, oordeels- en besluitvorming; - voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; - wet: Gemeentewet. Artikel 2. De voorzitter De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel 3. De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van de raad en het fractievoorzittersoverleg aanwezig. 2. De griffier kan, indien daartoe door de raad uitgenodigd, aan de beraadslagingen, bedoeld in dit reglement, deelnemen.
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
Artikel 4. De secretaris 1. De raad kan het college verzoeken de secretaris in de raadsvergadering aanwezig te laten zijn. 2. De secretaris kan, indien daartoe door de raad uitgenodigd, aan de beraadslagingen, bedoeld in dit reglement, deelnemen. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Aan het begin van de nieuwe raadsperiode stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad die de geloofsbrieven van benoemde raadsleden onderzoekt. Deze commissie blijft gedurende de raadsperiode in functie. 2. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde leden van de raad. 3. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 4. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 5. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6.
In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de commissie, bedoeld in artikel 5 eerste lid, de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de te benoemen wethouders. 2. De commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. Artikel 7. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam.
Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De fractie geeft de namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger zo spoedig mogelijk door aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. De naam van de nieuwe fractie, bedoeld in lid 4, begint met het woord ‘Fractie’ aangevuld met de achternaam van het lid of één van de leden. 6. De nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering.
Pagina 2 van 12
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
Artikel 8. Fractievoorzittersoverleg 1. Er is een fractievoorzittersoverleg, dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De griffier ondersteunt het fractievoorzittersoverleg. 2. In het fractievoorzittersoverleg, dat in de regel driemaal per jaar bijeenkomt, worden zaken als cultuur en verhoudingen besproken zonder dat er besluiten worden genomen. 3. Door het fractievoorzittersoverleg worden jaarlijks twee fractievoorzitters aangewezen die het overleg voorbereiden en de vergadering voorzitten. 4. Voor het fractievoorzittersoverleg kunnen ook anderen worden uitgenodigd. 5. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het fractievoorzittersoverleg vervangt. 6. De griffier stelt van de overleggen een beknopt verslag van de gesprekspunten op. Artikel 9. Zitplaatsen 1. De voorzitter, de raadsleden en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met de fractievoorzitters bij aanvang van iedere nieuwe raadsperiode aangewezen. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling van de vaste zitplaatsen herzien na overleg met de fractievoorzitters. 3. De voorzitter wijst een zitplaats aan voor de wethouders, de secretaris en anderen die voor de raadsvergadering zijn uitgenodigd.
Hoofdstuk 2 Planning vergaderingen en werkzaamheden Artikel 10. De agendacommissie 1. De raad heeft een agendacommissie. 2. De agendacommissie bestaat uit maximaal vijf raadsleden en de voorzitter. De griffier of de plaatsvervangend griffier is in elke vergadering van de agendacommissie als adviseur aanwezig. 3. De raad benoemt de leden van de agendacommissie voor een periode die gelijk is aan de duur van de raadsperiode. 4. Een lid van de agendacommissie kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. 5. De raad kan een lid van de agendacommissie ontslaan. 6. De agendacommissie streeft naar consensus. Als er gestemd moet worden, hebben de voorzitter en de leden van de agendacommissie één stem. Als de stemmen staken, beslist de voorzitter. 7. De besluitenlijsten worden na de vergadering gepubliceerd voor de raadsleden en de schaduwraadsleden. 8. De voorzitter zit de agendacommissie voor. Bij diens afwezigheid zit het lid, dat het langst raadslid is, de agendacommissie voor. 9. De voorzitter kan voorstellen anderen uit te nodigen voor een vergadering van de agendacommissie. Artikel 11. De werkzaamheden van de agendacommissie 1. De leden van de agendacommissie zitten de vergaderingen van de (bijzondere) raadscommissie voor. 2. De agendacommissie regelt de werkzaamheden van de raad en van de (bijzondere) raadscommissie.
De agendacommissie kan daarbij voorstellen doen over de: a. vergaderfrequentie van de (bijzondere) raadscommissie; b. vergaderlocatie van de (bijzondere) raadscommissie en van de raad; c. voorlopige agenda, eventueel inclusief tijdsindeling, voor de vergadering van de (bijzondere) raadscommissie en voor de vergadering van de raad; d. planning van andere bijeenkomsten van de raad; e. procedure voorbereiding, onderzoek, behandeling en vaststelling kadernota, begroting, bestuursrapportages en jaarrekening & jaarverslag;
Pagina 3 van 12
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
3.
4.
5.
6.
7.
f. behandeling en vaststelling van de raadsplanning, bedoeld in artikel 12; g. organisatie van de werkzaamheden van de raad en van de (bijzondere) raadscommissie. De agendacommissie stelt ook jaarlijks voor het volgende kalenderjaar een vergaderschema op. Bij het opstellen van dit schema wordt uitgegaan van een vergadervrije week per vergadercyclus en twee politieke avonden per week. Van dit uitgangspunt kan de agendacommissie gemotiveerd afwijken. Aan de agendacommissie kunnen verzoeken voor extra politieke vergaderingen gemotiveerd worden voorgelegd. De agendacommissie beoordeelt vervolgens aan de hand van het verzoek of een bijeenkomst wordt belegd en welke overlegvorm daarbij het beste past. Daarbij kan het gaan om het inplannen en organiseren van een (bijzondere) raadscommissie. De agendacommissie kan besluiten parallelle sessies van de beeldvormende of oordeelsvormende vergaderingen van de raadscommissie te houden. De agendacommissie verdeelt de onderwerpen over de vergaderingen. Bij het vaststellen van de voorlopige agenda’s van de (bijzondere) raadscommissie en van de raad kan de agendacommissie een behandeladvies aan de raadscommissie geven, indien na (marginale) toetsing blijkt dat bij raadsvoorstellen aan een aantal procesvoorwaarden, die vooraf met de raad en het college zijn gedeeld, niet is voldaan.
Dit behandeladvies kan inhouden dat een voorstel bij het college wordt teruggelegd. Dit kan betekenen dat het betreffende onderwerp voor een volgende vergadercyclus wordt geagendeerd. De agendacommissie is verder belast met de taken genoemd in de artikelen 12, 13, 14, 18, 40 en 45.
Artikel 12. Planning 1. De agendacommissie ontvangt jaarlijks voor 1 januari van het vergaderjaar waarvoor zij dient van het college een planning van de te behandelen onderwerpen, op basis van de programmabegroting, ten behoeve van de vergaderingen en werkzaamheden van de raad. 2. Voor de omvangrijke, complexe(re) of politiek majeure onderwerpen voegt het college aparte procesvoorstellen toe aan de planning welke voorzien in de uitwerking van het model van beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming, de betrokkenheid van de raad en de wijze van participatie. 3. De agendacommissie stelt op grond van de planning en de procesvoorstellen, bedoeld in de leden 1 en 2, een raadsplanning op waarin wordt bepaald: a. wanneer welke onderwerpen worden besproken in de raad dan wel kunnen worden besproken in een (bijzondere) raadscommissie of beeldvormende vergadering en wat het karakter is van de bespreking; b. welke onderwerpen met een procesvoorstel worden opgepakt, waarbij de agendacommissie een keuze maakt uit de procesvoorstellen aangedragen door het college dan wel zelf een of meerdere (andere) onderwerpen daarvoor aandraagt; 4. De agendacommissie legt de raadsplanning ter vaststelling aan de raad voor. 5. De agendacommissie bewaakt gedurende het vergaderjaar de raadsplanning en kan indien nodig de raad voorstellen wijzigingen in de raadsplanning aan te brengen. 6.
Voor iedere vergadering van de agendacommissie informeert het college de agendacommissie over de stand van zaken van de raadsplanning en kan het wijzigingen voorstellen in de raadsplanning.
Hoofdstuk 3 Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 13. Vergaderfrequentie 1. In de regel vinden de vergaderingen van de raad eenmaal per maand plaats op een donderdag.
Pagina 4 van 12
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
2.
3.
De vergaderingen van de raad beginnen om 19.30 uur en eindigen om 23.00 uur, tenzij de raad anders bepaalt. De vergaderingen vinden in het gemeentehuis plaats, tenzij de agendacommissie anders bepaalt. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg in de agendacommissie.
Artikel 14. Oproep en agenda 1. De voorzitter roept ten minste vijf dagen voor de vergadering de leden schriftelijk op door publicatie van de voorlopige agenda op het raadsinformatiesysteem, onder vermelding van de dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de raadsleden digitaal beschikbaar gesteld. 3. In spoedeisende gevallen kan de agendacommissie na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aanvullende agendapunten aan de voorlopige agenda toevoegen. De daarbij behorende stukken worden gelijktijdig aan de raadsleden digitaal beschikbaar gesteld. 4. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 15, tweede lid, van toepassing. 5. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een raadslid of de voorzitter kan de raad bij vaststelling van de agenda agendapunten aan de agenda toevoegen of afvoeren, of de volgorde van behandeling wijzigen. Artikel 15. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep van de voorzitter beschikbaar gesteld in het raadsinformatiesysteem. De stukken zijn ook bij de griffie in te zien. 2.
Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft onder berusting van de griffier en wordt tevens in het raadsinformatiesysteem geplaatst zodanig dat alleen raadsleden deze informatie kunnen raadplegen. 3. In aanvulling op lid 2 wordt deze informatie verstrekt aan de schaduw-raadsleden, door ze de mogelijkheid te bieden het raadsinformatiesysteem te raadplegen, tenzij het in strijd is met het openbaar belang. 4. De raad kan ook de in lid 2 genoemde informatie verstrekken aan anderen dan de in lid 3 genoemde schaduw-raadsleden, door ze de mogelijkheid te bieden het raadsinformatiesysteem te raadplegen, indien: a. het delen van de informatie een gericht doel dient; b. degene die de informatie ontvangt heeft aangegeven de geheimhouding te respecteren; en c. het delen van de informatie niet in strijd is met het openbaar belang. 5. Indien de in lid 2 bedoelde informatie is verstrekt door het college of de burgemeester dan kunnen deze de informatie met anderen delen als dit voor het (dagelijks) bestuur van de gemeente noodzakelijk is. Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 16. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst van de raadsvergadering die genummerd en op alfabetische volgorde is. 2.
Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder raadslid de presentielijst. 3. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt de presentielijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Pagina 5 van 12
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
Artikel 17. Aantal spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of een voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. De eerste termijn is gericht op het uitwisselen van informatie ten behoeve van het politieke debat, waarna in de tweede termijn het politieke debat plaatsvindt tussen de raadsleden. 3. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 4. Een raadslid voert in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 5. Het vierde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 6. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 18. Spreektijden 1. Iedere fractie heeft een basisspreektijd voor de eerste raadszetel binnen deze fractie van 8 minuten. 2. De basisspreektijd van de fractie wordt verhoogd met één minuut voor ieder geagendeerd raadsvoorstel bij een lichte agenda, met anderhalve minuut bij een middelzware agenda en met twee minuten bij een zware agenda. 3. De agendacommissie maakt voorafgaande aan de raadsvergadering een inschatting van de zwaarte van de agenda. 4.
Het college en de burgemeester beschikken samen over in totaal maximaal een kwart van de totale aan de raadsfracties toegekende spreektijden. 5. Niet ten laste van de spreektijd van een fractie, het college of de burgemeester komen de bespreking van besluitenlijsten, voorstellen van orde, de reactie(s) op een interruptie en de behandeling van de lijst van ingekomen stukken. 6. De agendacommissie kan bij bijzondere vergaderingen afwijkende spreektijden vaststellen. 7. De voorzitter kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de spreektijden. 8. Zodra voor de fractie de spreektijd is verstreken, verzoekt de voorzitter de spreker het betoog af te ronden waarbij de spreker terstond gevolg geeft aan dit verzoek. Artikel 19. Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen van dit reglement te herinneren; of b. een lid hem interrumpeert. 2. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interruptie zijn betoog zal afronden. 3. Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde agendapunt, een andere spreker herhaaldelijke interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige agendapunt het woord ontzeggen. 4. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel 20. Beraadslaging 1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een raadslid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een raadslid of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door de voorzitter te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de raadsleden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
Pagina 6 van 12
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
Artikel 21. Deelname aan de beraadslagingen door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslagingen. 2. Een beslissing daartoe wordt door de raad genomen alvorens met de beraadslagingen ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel 22. Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder raadslid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen. 2. Een voorstel van orde betreft uitsluitend de orde van de vergadering. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 23. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder raadslid het recht zijn stemgedrag kort te verklaren. Artikel 24. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht en besproken, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 25. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. Na het sluiten van de beraadslaging wordt het voorstel in stemming gebracht. Over een voorstel dat in stemming wordt gebracht kan elektronisch worden gestemd. 2.
De voorzitter kan de raadsleden vragen of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 3. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen in de vergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de wet zich van stemming te hebben onthouden. 4. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 5. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen lid en verloopt verder door de oproeping op alfabetische volgorde. 6. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 van de wet moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 7. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, onder vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Artikel 26. Stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.
Pagina 7 van 12
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. 5. Als meerdere moties over eenzelfde onderwerp zijn ingediend, wordt eerst over de meest verstrekkende motie gestemd. Artikel 27. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of (het opstellen van) voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet op grond van artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5.
Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid, bedoeld in artikel 30 van de wet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die raadsleden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk stembriefje wordt verstaan: a. een blanco stembriefje; b. een ondertekend stembriefje of een stembriefje waaruit te herleiden is wie het heeft ingevuld; c. een stembriefje waarop meer dan één naam vermeld is, tenzij bepaalde stemmingen zijn samengevat op één briefje; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een ander persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na de vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 28. Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd.
Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatsvinden. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist het lot. Artikel 29. Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.
Pagina 8 van 12
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Paragraaf 4. Verslaglegging en ingekomen stukken Artikel 30. Besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor de besluitenlijst van de raadsvergadering. 2. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst van de vergadering, zo spoedig mogelijk na de vergadering, openbaar gemaakt door plaatsing in het raadsinformatiesysteem. 3. De besluitenlijst bevat: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de raadsleden en de wethouders, allen voor zover aanwezig alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. de besluiten van de raad; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden, of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. vermelding van ingediende (sub)amendementen en moties. 4. Bij het begin van de vergadering wordt, indien mogelijk, de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 5.
De leden van de raad, de voorzitter, de griffier, de wethouders, de secretaris en anderen die het woord hebben gevoerd, hebben het recht een voorstel tot verandering van de besluitenlijst te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. 6. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en griffier ondertekend. Artikel 31. Geluids- en beeldopname 1. De openbare vergaderingen van de raad worden digitaal in beeld en geluid vastgelegd. 2. De beeld- en geluidopnames van een vergadering zijn digitaal via het raadsinformatiesysteem toegankelijk. Artikel 32. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden door de griffier op een lijst geplaatst waarbij de griffier bij ieder stuk voorstelt op welke wijze het desbetreffende stuk procedureel wordt afgehandeld. 2. Deze lijst wordt aan de raadsleden digitaal toegezonden en in het raadsinformatiesysteem geplaatst. 3. De raad neemt een besluit over de wijze van afdoening van de ingekomen stukken. Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 33. Algemeen 1. Op besloten vergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. 2. Van besloten vergaderingen worden geen geluids- en beeldopnamen gemaakt, als bedoeld in artikel 31. Artikel 34. Verslag en besluitenlijst besloten vergadering 1.
In afwijking van artikel 30 lid 1 draagt de griffier naast de besluitenlijst ook zorg voor een verslag van de besloten vergadering.
Pagina 9 van 12
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
2. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid maar berusten bij de griffier en worden in het raadsinformatiesysteem geplaatst zodanig dat alleen raadsleden deze informatie kunnen raadplegen. 3. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 4. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 35. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Paragraaf 6. Toehoorders en pers Artikel 36. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare raadsvergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel 37.
Geluid- en beeldregistratie Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.
Hoofdstuk 4 Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 38. Amendementen 1. Ieder raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen een (sub)amendement digitaal bij de voorzitter indienen. 2. Er kan alleen beraadslaagd worden over (sub)amendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 3. Intrekking, door de indiener(s) van een (sub)amendement is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 39. Moties 1. Ieder raadslid kan ter vergadering een motie digitaal bij de voorzitter indienen. 2. Er kan alleen beraadslaagd worden over moties die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp plaats. 4. De behandeling van een motie vreemd aan de orde van de dag vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 5. Intrekking, door de indiener(s) van de motie (vreemd aan de orde van de dag), is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 40. Initiatiefvoorstel 1. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel digitaal, via de griffier, bij de voorzitter indienen.
Pagina 10 van 12
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
2. De agendacommissie plaatst het initiatiefvoorstel op de voorlopige agenda van de eerstvolgende raadscommissievergadering en daarmee op de voorlopige agenda van de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij door de initiatiefnemer anders wordt verzocht. 3. De agendacommissie verzoekt het college, gelijk met de plaatsing op de voorlopige agenda van de eerstvolgende raadsvergadering, binnen 10 werkdagen, schriftelijk zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan de raad. Artikel 41. Voorstellen 1. Een raadsvoorstel van het college of de burgemeester dat is overgedragen aan de griffier wordt niet ingetrokken of teruggegeven zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college of de burgemeester, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 42. Interpellatie 1. Ieder raadslid kan, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering een verzoek tot het houden van een interpellatie digitaal, via de griffier, bij de voorzitter indienen. 2. Het verzoek bevat in ieder geval een duidelijke omschrijving van het onderwerp en de te stellen vragen. 3. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college.
Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 4. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden fractiegewijs, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 43. Schriftelijke vragen 1. Ieder raadslid kan schriftelijke vragen digitaal bij de griffier indienen. 2. De schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen van een toelichting worden voorzien. 3. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de voorzitter, de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht en dat de vragen in het raadsinformatiesysteem worden geplaatst. 4. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. 5. Als beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de raad hiervan schriftelijk gemotiveerd in kennis, waarbij tevens wordt aangegeven binnen welke termijn schriftelijke beantwoording zal plaatsvinden. 6.
Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden en in het raadsinformatiesysteem geplaatst. Artikel 44. Vragenhalfuurtje 1. De reguliere vergadering van de raad start met een vragenhalfuurtje waarin maximaal drie onderwerpen aan de orde kunnen worden gesteld en waarbij elk onderwerp maximaal 10 minuten in beslag mag nemen. 2. Ieder raadslid kan in het vragenhalfuurtje vragen stellen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat politiek, actueel en urgent is. 3. Het raadslid dat tijdens het vragenhalfuurtje vragen wil stellen, meldt dit onder een nauwkeurige aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering, via de griffier, bij de voorzitter.
Pagina 11 van 12
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal
4. De voorzitter kan besluiten een onderwerp tijdens het vragenhalfuurtje niet aan de orde te stellen als het onderwerp : a. niet voldoende nauwkeurig is omschreven; b. niet politiek, actueel en urgent is; of c. in dezelfde vergadering al aan de orde is. 5. De voorzitter bepaalt de volgorde van de onderwerpen tijdens het vragenhalfuurtje. 6. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om maximaal drie vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 7. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om korte aanvullende vragen te stellen. 8. Tijdens het vragenhalfuurtje kunnen geen moties (vreemd aan de orde van de dag) worden ingediend en laat de voorzitter geen interrupties toe. Artikel 45. Inlichtingen 1. Ieder raadslid kan een verzoek tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet digitaal bij de griffier indienen. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk gegeven, via de griffier, aan de raad, in ieder geval binnen dertig dagen nadat het verzoek is binnengekomen. 4.
Indien de verlangde inlichtingen niet binnen deze termijn beschikbaar zijn, stelt het college of de burgemeester de raad hiervan schriftelijk gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen de verlangde inlichtingen schriftelijk beschikbaar zijn. 5. Het verzoek en de gegeven inlichtingen vormen een agendapunt. De voorzitter bepaalt in overleg met de agendacommissie de vergadering waarin het agendapunt aan de orde is.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 46. Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 47. Intrekking Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Veenendaal 2016 Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Veenendaal 2016, vastgesteld door de raad op 22 september 2016, wordt ingetrokken. Artikel 48. Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking de dag na de publicatie. Artikel 49. Citeertitel Dit reglement kan worden aangehaald als ‘Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal’. Vastgesteld in de openbare vergadering van 21 maart 2024,
Peter van Vugt, griffier
Gert-Jan Kats, voorzitter
Pagina 12 van 12