2. Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040 definitief
Tekst van het document
22 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Veenendaal wil in 2050 een circulaire stad zijn. Dat betekent dat we grondstoffen zoveel mogelijk hergebruiken om nieuwe producten te maken. We hebben in Veenendaal ook bedrijven die deze opgave kunnen realiseren. Dit betekent wel dat we op sommige locaties ruimte moeten maken voor opslag en bewerking van materialen voor hergebruik en om de levensduur te verlengen.. Duurzaam ook over klimaatadaptatie. De gevolgen van klimaatverandering gaan niet aan Veenendaal voorbij. In grote delen van de stad is sprake van hittestress en bij hevige regenval ook van wateroverlast. Om klimaatveiligheid te garanderen gaan we grotere delen van de openbare ruimte vergroenen en ruimte maken voor waterberging. Tenslotte is het in dit kader van belang dat we duurzaam bouwen. Dat betekent dat we, waar mogelijk, gebruik maken van hernieuwbare materialen, zorgen voor maximale energie-efficiëntie van gebouwen en uitstoot van co2 beperken. Veilig Prettig wonen en werken kan alleen in de omgeving waarin men zich veilig voelt. Voor elke inwoner van Veenendaal is dit dan ook een belangrijk thema. Veiligheid richt zich op verschillende onderwerpen die een relatie hebben met de omgevingsvisie: • Sociale veiligheid. • Klimaat- en energieveiligheid. • Verkeersveiligheid. • Omgevingsveiligheid. Sociale veiligheid gaat over het veiligheidsgevoel dat inwoners hebben in de openbare ruimte.
Belangrijk is dat we de ruimte zo inrichten dat ongure plekken worden voorkomen. Ook ontmoetingsplekken in de openbare ruimte kunnen bijdragen aan een gevoel van sociale veiligheid. Tevens draagt goed beheer van de openbare ruimte ertoe bij dat deze niet uitnodigt tot criminaliteit. Dat kan door leegstand te voorkomen, de openbare ruimte vandalismebestendig in te richten en verloedering tegen te gaan. Klimaatveiligheid betekent dat we de openbare ruimte zo inrichten dat hittestress en wateroverlast zoveel mogelijk worden voorkomen. Ook het thema energie heeft met veiligheid te maken. Grote stroomstoringen maken duidelijk dat dit voor levensbedreigende situatie kan zorgen, vooral ook omdat we digitaal steeds kwetsbaarder worden. Daarnaast werken we voortdurend aan verbetering van de verkeersveiligheid, met aandacht voor kwetsbare verkeersdeelnemers. Elk verkeersslachtoffer is er een te veel. De opkomst van (toekomstige) snelle vervoersmiddelen vraagt om een doordachte en veilige inrichting van de ruimte. In dit kader is het ook van belang dat locaties onder alle omstandigheden toegankelijk blijven voor hulpdiensten. Tenslotte vormt omgevingsveiligheid een belangrijk veiligheidsthema. Dit gaat over het voorkomen van risico’s die samenhangen met het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen of de risico’s die bepaalde leidingnetwerken met zich meebrengen.
Om als deze redenen nemen we veiligheid vanaf het begin mee in keuzes over de inrichting van onze stad. In de hoofdstukken groen en klimaatadaptatie en maatschappij en gezondheid wordt deze thema’s verder uitgewerkt.
5.2 Bestaande ruimtelijke kwaliteiten en inzichten als basis voor verdere groei Aan de huidige omgevingsvisie gaat een lange geschiedenis vooraf die de stad heeft gevormd tot wat zij nu is. In die zin is de visie maar een momentopname. Er zullen er nog velen volgen, allen met andere accenten die passen bij het betreffende tijdsgewricht en de inzichten van dat moment.
23 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Alvorens de belangrijkste ruimtelijke keuzes tot 2040 te beschrijven is het daarom van belang om een aantal kenmerken en kwaliteiten van de stad te benoemen die verder gaan dan een periode van 15 jaar. Deze vormen de basis voor de verdere groei van de stad en verdienen het om zorgvuldig mee om te gaan. Alleen dan ontstaat een goede balans tussen continuïteit en verandering en vindt het rijke verleden van de stad zijn weerklank in toekomstige ontwikkelingen.
24 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Opbouw van de stad Veenendaal bestaat uit verschillende wijken met daarbinnen weer diverse kleine subwijken en buurten. De wijken en bedrijventerreinen zijn gebouwd in verschillende perioden, ieder gebaseerd op een eigen stedenbouwkundige visie. Wijken en bedrijventerreinen hebben daardoor elk een eigen karakter. De kracht van Veenendaal is niet zozeer gelegen in de samenhang tussen gebieden, maar in de diversiteit van de gebieden. Behouden en versterken van de onderscheidende kwaliteiten is een ruimtelijk uitgangspunt bij ruimtelijke aanen inpassingen. Cultuurhistorie Kenmerkend voor Veenendaal zijn de zogeheten historische linten. Zij geven de stad een eigen karakter en kwaliteit. De gemeente hecht grote waarde aan de herkenbaarheid van deze structuren, zoals beschreven in de welstandsnota 2017. Door in te zetten op het behouden en versterken van cultuurhistorische identiteit is een goede balans mogelijk tussen het behoud van waardevolle elementen uit het verleden en de noodzakelijke vernieuwing voor de toekomst. Buiten de centrumring ligt de focus voor de historische linten op het behouden van de ‘korrel’ en ruimte tussen de bebouwing. Er is een duidelijke voorkeur om de schaal van de bebouwing niet te vergroten, om zo de historische en ruimtelijke kwaliteit van de linten te behouden.
Binnen de centrumring is de herontwikkeling van panden een belangrijk onderdeel van de centrumvisie 2030. Het uitgangspunt hierbij is het behoud van de historische waarde van gebouwen, terwijl nieuwe functies en gebouwen passend geïntegreerd moeten worden in de bestaande stad, onder meer langs de historische linten. Er is aandacht voor de omgeving van monumenten. Niet alleen het monument, vaak een gebouw, is belangrijk om te beschermen, ook de omgeving van het monument verdient aandacht bij het behouden van cultuurhistorie. Openbare ruimte en ondergrond Een belangrijk onderdeel van een vitale stad is een aantrekkelijke openbare ruimte gericht op ontmoeting en verblijf. Bij de inrichting van de openbare ruimte kiezen we voor het motto: “groen, tenzij . . .” Dat vraagt om het combineren van de nodige technische inrichting (verharding, kabels en leidingen etc.) met ruimte voor vergroening en ontmoeting. Door water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, kunnen we in Veenendaal ook in de toekomst met een ander en grillig klimaat blijven leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, met een gezonde bodem en voldoende en schoon water. Hoogbouw Onder hoogbouw worden gebouwen met een minimale bouwhoogte van 30 meter verstaan. Het voordeel van hoogbouw is dat veel woonruimte kan worden gerealiseerd op een relatief klein oppervlakte.
Bovendien kan hoogbouw, mits goed uitgevoerd, bijdragen aan de beeldkwaliteit van de stad. De hoogte van de bebouwing moet passen binnen de ruimtelijke structuur en de betekenis van de betreffende locatie. Per situatie wordt beoordeeld wat op de betreffende locatie passend en proportioneel is. We benoemen in de visie geen maximale bouwhoogten maar hanteren onderstaande richtlijnen bij nieuwe ontwikkelingen: • • •
•
•
Hoge bebouwing ligt aan structuurdragers, structurerende lijnen, entrees en kan dienen als stedenbouwkundige accenten. Structurerende lijnen zijn de Wageningselaan/Industrielaan, de centrumring en radialen (linten) die van buiten tot in het centrum lopen. Entrees waar hoogteaccenten gewenst zijn, betreffen de entrees aan de A12 (o.a. de ontwikkeling nabij de Melmseweg) en de Stadsentrees vanaf de Rondweg Oost bij aansluiting op de Prins Clauslaan (reeds hoogbouw aanwezig) en de Wageningselaan (nog ontwikkelingen mogelijk) alsmede de entrees naar het centrum. Stedenbouwkundige hoogte accenten kunnen aan de orde zijn bij inbreiding / herstructureringslocaties en nieuwe ontwikkelingen in bestaande woongebieden. Bijvoorbeeld om een door de gemeente gewenst type bebouwing te realiseren en/ of een stedenbouwkundig belangrijke plek te markeren. Bij initiatieven tot hoogbouw is het van belang dat de initiatiefnemer aantoont op welke wijze de ontwikkeling bijdraagt aan de leidende principes uit de omgevingsvisie: Vitaal, Duurzaam en Veilig.
25 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Buitengebied Door de compacte opbouw liggen zowel het centrum als buitengebied op korte afstand van woon- en werkgebieden. Het buitengebied is een belangrijke ‘groene’ contramal van het verstedelijkte Veenendaal en biedt mogelijkheden voor recreatie en behoud van landschappelijke kwaliteiten. Voor het buitengebied geldt in het algemeen het behouden en versterken van landschappelijk waarden en de wens tot meer recreatief medegebruik. De “inprikkers” in het stedelijk gebied spelen een rol bij het verbinden van woongebieden met omliggend landschap voor mens, flora en fauna. Dat betekent bijvoorbeeld zorgen voor paden die aansluiten op (klompen)paden en fietspaden die deels buiten gemeentegrenzen liggen. Ruimtelijke kwaliteit Het zal duidelijk zijn dat er vele opgaven liggen in de schaarse ruimte. Zeker in deze periode ligt het gevaar op de loer dat Veenendaal zich vooral concentreert op het bouwen van woningen en andere opgaven veronachtzaamt. Daarom is het belangrijk om voortdurend te blijven sturen op de ruimtelijke kwaliteit, waarbij gaat het om een balans tussen: • • •
Gebruikswaarde (functionaliteit): de omgeving moet optimaal gebruikt kunnen worden voor het beoogde doel. Belevingswaarde (esthetiek): de omgeving moet aantrekkelijk en prettig zijn om te zien, met aandacht voor de (unieke) identiteit van de plek. Toekomstwaarde (duurzaamheid): de omgeving moet robuust en toekomstbestendig zijn, met oog voor de lange termijn.
Bij ieder bouwproject en/of inrichting van de openbare ruimte zijn keuzes nodig over gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde. De relatie met de omgeving en de inrichting van die omgeving zijn van groot belang. Het gaat niet alleen om het bouwen van woningen, maar om het maken van een woonomgeving met kwaliteit. Daarom zijn de hieronder gepresenteerde ruimtelijke strategische keuzes niet gericht op het 'stapelen van stenen' maar op het bouwen van leefgemeenschappen!
5.3 Groeien in balans: ruimtelijke strategische keuzes Veenendaal 2040 In deze paragraaf worden de belangrijkste ruimtelijke strategische keuzes samengevat die Veenendaal tot 2040 maakt. De keuzes vormen een afweging tussen de verschillende sectorale belangen en invalshoeken. Dat betekent niet dat het 'van alles wat' is. De keuzes zijn gericht op een stad die in balans groeit. Dat wil zeggen dat we enerzijds oog hebben voor de behoefte om nieuwe woningen en werkgelegenheid toe te voegen maar dat wel doen op een manier die de stad ook voor toekomstige generaties aantrekkelijk en leefbaar houdt. 1. We realiseren 10.700 woningen door een combinatie van in- en uitbreiding Veenendaal heeft een woningbouwopgave van 10.700 woningen (Woonvisie 2022 en Woondeal 2025). 5500 tot 6000 woningen worden door inbreiding gebouwd binnen de gemeentegrenzen. Voor de rest van de woninbouwopgave wordt samen met de gemeenten Ede, Rhenen en Renswoude gezocht naar locaties op grondgebied van deze gemeenten. Het binnenstedelijke programma heeft voor nu prioriteit. Tegelijkertijd worden voorbereidingen getroffen om vanaf circa 2030 uitbreidingslocaties te ontwikkelen in samenwerking met de buurgemeenten. Van de woningen die binnen de gemeente worden gebouwd concentreert Veenendaal een groot deel van het woningbouwprogramma in de Spoorzone (ca 3500 woningen).
Zo worden de meeste nieuwe woningen gebouwd op locaties dicht bij het station en voorzieningen. Waar mogelijk, zoals bij het Ambacht, worden woon- en werkfuncties met elkaar gecombineerd. In Groenpoort worden ca. 1000 woningen gerealiseerd. Verdeeld over de rest van de stad wordt via een kleinschaliger programma de overige opgave gerealiseerd. Hierdoor blijven de buitenwijken grotendeels onbelast waardoor het daar ruim en rustig wonen blijft. Bovendien blijven door verdichting in het centrum belangrijke natuurlijke en agrarische gebieden rond de stad onaangetast.
26 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Het is belangrijk dat het woningaanbod gevarieerder wordt waardoor doorstroming op gang wordt gebracht. Hierdoor kunnen inwoners een wooncarrière doorlopen in hun eigen wijk of directe omgeving. Van belang is om het woningaanbod in bestaande woonwijken te verbreden en aan te vullen met woningtypen die ontbreken in die wijk. Daarbij is speciale aandacht nodig voor woningen die inspelen op de vergrijzende bevolking. Dus goed toegankelijke, gelijkvloerse, woningen met een ruim balkon/ ruime buitenruimte, dicht bij voorzieningen en met voldoende aandacht voor ontmoeting. Hierdoor kan doorstroming op gang worden gebracht waardoor ook starters op de woningmarkt meer kans maken op woonruimte. Om tegemoet te kunnen komen aan woonwensen maken we gebruik van diverse woonbehoefte onderzoeken. 2. We benutten de ruimte optimaal door passende hoogbouw en meervoudig ruimtegebruik Om te kunnen inbreiden binnen de schaarse ruimte krijgt hoogbouw op een aantal locaties de ruimte. Per gebied en locatie wordt vastgesteld welke hoogtes passend zijn en bijdragen aan de betekenis en functie van de betreffende locatie. Daarnaast zet Veenendaal in op meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld door woonen werkruimtes te combineren of door een combinatie van (maatschappelijke) voorzieningen binnen een pand.
Waar mogelijk zal op bestaande locaties woon- en/of werkruimte worden toegevoegd door 'optoppen, aanplakken en uitplinten'. 3. We houden de stad optimaal bereikbaar met schone en slimme mobiliteit De auto neemt circa 50% van de openbare ruimte in beslag. Bovendien maken inwoners circa 30% van de ritten binnen de stad per auto. Bij een sterk groeiend aantal inwoners gaat dit leiden tot verslechtering van de bereikbaarheid en leefbaarheid. Daarom zet Veenendaal, vooral in het centrum, in op het optimaliseren van verbindingen voor de voetganger en de fietser. Dit draagt bij aan goede bereikbaarheid van alle voorzieningen, minder geluid en schonere lucht. Daarnaast zal voor nieuw te ontwikkelen locaties worden onderzocht of de parkeerfunctie meer gecentraliseerd kan worden in bovengrondse parkeergarages of -hubs. Op locaties in de stad waar sterk wordt verdicht met woningbouw wordt per locatie beoordeeld welke parkeernorm gewenst is en welke vorm van regulering passend is. De omgeving van station centrum zal worden opgewaardeerd om het beter te verbinden met het centrum en de openbare ruimte aantrekkelijker te maken voor reizigers, voetgangers en fietsers. Door het gebied rond Veenendaal-De Klomp in de toekomst te transformeren tot een woon-werk gebied realiseren we voldoende vervoerswaarde voor de trein waardoor het treinstation als intercitystop behouden blijft.
Een deel van de inwoners is voor hun mobiliteit afhankelijk van hun auto. Uiteraard blijven de voorzieningen voor de automobilist in Veenendaal op een hoog niveau. Hiervoor wordt een aantal knelpunten gericht aangepakt. 4. We hanteren water en bodem als sturende principes Door het steeds intensievere landgebruik staat het water- en bodemsysteem onder druk. Door verstening door gebouwen en verhardingen komen de essentiële functies van de bodem als afwatering en infiltratie, sponswerking, groeiplaats voor groen, hittestress en biodiversiteit in het gedrang. Om de opgaven op het gebied van woningbouw te kunnen realiseren is het belangrijk dat per locatie de kenmerken van het water- en bodemsysteem in kaart worden gebracht. Door water en bodem sturend te maken voor ruimtelijke ordening beschermen we onze watervoorraden en (grond)waterkwaliteit en passen we de stad beter aan op het veranderende klimaat. Dit betekent concreet dat we met het ruimtegebruik zoveel mogelijk proberen aan te sluiten op de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. Niet de bouwopgave is leidend, maar de waterhuishouding, de bodemgesteldheid en de natuurlijke processen in een gebied. Zo kunnen we opgaven op een verantwoorde wijze combineren en bewaken we de leefbaarheid van onze stad voor toekomstige generaties. 5. We sturen op een gezonde, groene, leefomgeving
27 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Veenendaal groeit, vooral door inbreiding en intensivering. De grootste uitdaging bij inbreiding is het realiseren van een leefbare en aantrekkelijke omgeving. Om dit te realiseren nemen we thema’s die in dit kader van belang zijn tijdig en volwaardig mee in ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Denk aan principes als water en bodem sturend, een minimum aandeel groene ruimte en klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. Dit is nodig om hittestress en wateroverlast te voorkomen en biodiversiteit te bevorderen. Met name hittestress vormt een serieuze bedreiging voor de vergrijzende bevolking van de stad. Bovendien biedt een stad met aantrekkelijke groenvoorzieningen meer ruimte voor Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten (BOSS). Tenslotte neemt door vergroening de verblijfsaantrekkelijkheid en de waarde van vastgoed toe. In de relatief versteende binnenstad voegen we waar mogelijk groen en schaduw toe. Dit houdt de binnenstad leefbaar. Zo mogelijk creëren we schaduw met bomen, zo nodig met ‘kunstmatige ingrepen’ zoals schaduwdoeken. Ook voegen we groen toe op daken en langs gevels. Dit verbetert het leefklimaat. Van sommige groenstructuren verbeteren we de gebruikswaarde waardoor het beter benut kan worden. Een soortgelijke aanpak passen we toe in wijken waar inwoners het meeste risico lopen op het gebied van hittestress en wateroverlast.
Tot slot onderzoeken we of we een streefpercentage van 30% groen bij nieuwe ontwikkelingen of reconstructies kunnen hanteren. 6. We bouwen aan een duurzame stad De duurzame ambitie van Veenendaal bestaat uit drie pijlers: energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. De laatste wordt gerealiseerd door vergroening van de openbare ruimte (zie punt 4 en 5). Voor wat betreft de energietransitie wordt bij elke nieuwe ontwikkeling gezocht naar mogelijkheden voor zonnepanelen op daken en langs infrastructuur. Per wijk of bedrijventerrein wordt de ruimtevraag voor energiesystemen in kaart gebracht waarbij de opgave vanaf het begin een plek krijgt in ruimtelijke plannen. We vullen de motivering van het Omgevingsplan aan met een energieparagraaf en maken daarin waar nodig én mogelijk ook regels die gaan over bijvoorbeeld energieopwekking of -opslag. Onze handreiking netbewuste nieuwbouw helpt om gebouwen en systemen te ontwerpen met een zo laag mogelijke energie impact. Veenendaal wil in 2040 voor 75% circulair zijn op weg naar 100% circulariteit in 2050. Dit betekent dat diverse bedrijven in Veenendaal zullen worden gefaciliteerd om reststromen voor hergebruik geschikt te maken. Dit vraagt ruimte voor opslag en bewerking. De ambitie is om de woningbouwopgave te realiseren volgens circulaire principes.
Om dit goed te borgen wordt het puntensysteem herzien en geven we ontwikkelaars eisen mee voor MPG scores. Dit laatste stemmen we goed af met de markt om te voorkomen dat een stapeling van eisen leidt tot vertraging van de woningbouwproductie. 7. We realiseren een goede balans tussen wonen, werken en voorzieningen Een stad die alleen woningen bouwt zonder werkgelegenheid verliest haar dynamiek. Veenendaal heeft een sterke economie en wil die verder ontwikkelen en versterken. Daarvoor zetten we in op drie pijlers: ICT, een sterke binnenstad en toekomstbestendige MKB werklocaties. Veenendaal profileert zich in Foodvalley verband als een sterke ICT stad. De ambitie is om op termijn een ICT campus te ontwikkelen bij Veenendaal-De Klomp. Bovendien wordt het voormalige SKF terrein getransformeerd tot een campus waar start- en scale ups op het gebied van ICT, Food en biotechnologie de ruimte krijgen. Door inzet van een (elektrische) flexbus door het Binnenveld zal een goede verbinding worden gerealiseerd met de WUR in Wageningen. Veenendaal beschikt over uitstekende bedrijventerreinen. Waar mogelijk wordt planologische ruimte benut om deze terreinen verder te intensiveren, bij voorkeur met bedrijven die zorgen voor veel werkgelegenheid.
Om in te spelen op nieuwe vormen van stedelijk werken zoeken we naar mogelijkheden om op bepaalde plekken in de stad wonen en werken te combineren, met name in de strook Spoorzone-Centrum-de Klomp, waarvan verwacht mag worden dat deze verbinding in de toekomst een nadrukkelijkere toegangsroute naar het centrum gaat vormen. Ook rond station Veenendaal-West worden mogelijkheden onderzocht om wonen en werken te combineren. De binnenstad van Veenendaal trekt jaarlijks ruim 5 miljoen bezoekers, waarvan de helft van buiten Veenendaal. Deze belangrijke economische motor versterken we door de openbare ruimte te vergroenen en aantrekkelijke ontmoetingsplekken te creëren. We versterken de infrastructuur en voorzieningen voor
28 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
voetganger en fietser waardoor de binnenstad ook in de toekomst goed bereikbaar blijft. Het station centrum krijgt een impuls door opwaardering van de openbare ruimte en betere verbinding met het centrum. Tenslotte betekent groeien in balans ook dat we moeten bewaken dat Veenendaal een hoog voorzieningenniveau behoudt. Op een aantal vlakken is ruimte nodig om het voorzieningenniveau hoog te houden, bijvoorbeeld op het gebied van medische zorg en sport.
Afbeelding 8: Impressie vogelvlucht: Veenendaal 2040
29 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Afbeelding 9: Integrale visiekaart
29 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema’s In hoofdstuk 5 zijn de belangrijkste integrale keuzes voor Veenendaal 2040 gepresenteerd. Deze komen voort uit afwegingen tussen de verschillende onderliggende ruimtelijke beleidsthema’s. In dit hoofdstuk worden deze thema’s nader uitgewerkt. Achtereenvolgens wordt ingegaan op: 1. Veenendaal in de Regio Foodvalley. 2. Bodem en ondergrond. 3. Groen, blauw en klimaatadaptatie. 4. Wonen 5. Economie 6. Mobiliteit 7. Energietransitie 8. Circulariteit. 9. Maatschappij, gezondheid en onderwijs 9a. Sociale en omgevingsveiligheid Afgezien van paragraaf 6.1 worden steeds de volgende onderwerpen beschreven: 1. De belangrijkste opgaven waar Veenendaal met betrekking van dit thema tot 2040 voor staat. 2. De visie die Veenendaal heeft op het betreffende thema. 3. De belangrijkste keuzes en maatregelen die genomen worden tot 2040 (nader uit te werken in omgevingsprogramma's). 4. Een kaart waarop de belangrijkste ontwikkelingen met betrekking tot het thema worden verbeeld. 5. De onderliggende onderzoeken en documenten waarop de beschrijving van het thema is gebaseerd.
6.1 Veenendaal in de Regio Foodvalley Veenendaal is de op één na grootste stad binnen de Regio Foodvalley, een samenwerkingsverband van acht gemeenten in het hart van Nederland. De regio zet in op het versterken van de Agrifood-sector, het verbeteren van de leefomgeving en het realiseren van een duurzame toekomst. Binnen dit netwerk speelt Veenendaal een strategische en verbindende rol. Zo draagt Veenendaal bij aan de regionale woningbouwopgave door groei van de stad te faciliteren met oog voor leefkwaliteit. Er wordt ingezet op grote gebiedstransformaties zoals rondom het station en op verouderde industrieterreinen waarbij woningen voor diverse doelgroepen worden gerealiseerd. Om de leefkwaliteit voor haar inwoners te versterken zet Veenendaal actief in op een vitaal platteland door de versterking van natuur-, recreatie- en cultuurhistorische gebieden in en rondom de stad. Als schakel tussen stad en land verbindt Veenendaal stedelijke ontwikkeling met landschappelijke kwaliteit. Dankzij de gunstige ligging aan de A12 en drie treinstations is Veenendaal een regionaal mobiliteitsknooppunt. Dit versterkt de economische dynamiek en vergroot de bereikbaarheid van woon- en werklocaties. Op economisch gebied profileert de stad zich als innovatieve ICT-hub binnen de regio.
Deze sector, in combinatie met een sterke aanwezigheid van MKB-bedrijven, zorgt voor de praktische toepassing van innovaties uit de AgriFood-sector. De nabijheid van kennisinstellingen zoals Wageningen University & Research versterkt deze rol. De gemeente stimuleert daarnaast, in samenwerking met andere partijen, het verduurzamen van bedrijventerreinen en circulair werken. Tenslotte streeft Veenendaal met het Opgaveperspectief Duurzaamheid naar een energieneutrale stad in 2050, in lijn met de regionale ambitie. Samen met de andere Foodvalley-gemeenten bouwt Veenendaal aan een gezonde, bereikbare en toekomstbestendige regio. De Regio Foodvalley maakt deel uit van de NOVEX-regio Arnhem-Nijmegen-Foodvalley, één van de gebieden waar Rijk en regio intensief samenwerken aan grote ruimtelijke opgaven zoals woningbouw, bereikbaarheid, natuur en economie. Binnen deze ontwikkelregio onderzoekt Veenendaal de mogelijkheden om circa 10.700 nieuwe woningen te realiseren, in en direct rondom de stad. Dit draagt bij aan de grotere woningbouwopgave waar de gehele regio Foodvalley voor staat. Het realiseren van de woningen gebeurt dan ook in samenwerking met de buurgemeenten en vraagt om keuzes op het gebied van ruimtegebruik, infrastructuur en de
Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
30
leefomgeving. De ambitie is om groei mogelijk te maken zonder concessies te doen aan natuur, landschap en de kwaliteit van wonen, werken en leven in de regio. Als concrete locaties voor woningbouwontwikkeling noemt de verstedelijkingsstrategie het gebied direct ten noorden van Veenendaal en ten zuidoosten van Veenendaal. Daarnaast noemt de verstedelijkingsstrategie het belang van een groene schil om de stad, bestaande uit het bos Kwintelooijen, het Binnenveld en het gebied rondom Fort aan de Buursteeg. We zetten ons in om deze gebieden, ook in onze buurgemeenten, te behouden en waar mogelijk uit te breiden en kwalitatief te verbeteren. Veenendaal neemt binnen Regio Foodvalley een actieve rol in als innovatieve, ondernemende en verbindende gemeente. Door te investeren in woonkwaliteit, duurzaamheid en bedrijvigheid is Veenendaal een spil in de regio en draagt de stad actief bij aan een sterke, veerkrachtige regio die klaar is voor de toekomst.
Afbeelding 10: Regiokaart
Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
31
6.2 Bodem en ondergrond 6.2.1 Opgaven Bodemkwaliteit: • •
De bodemkwaliteit gaat niet achteruit en wordt waar mogelijk en/of nodig verbeterd. De leefomgeving beschermen tegen blootstelling aan schadelijke stoffen en effecten van bodemverontreiniging.
Water en bodem sturend (WBS): • •
Zorgdragen voor een klimaatbestendige ontwikkeling van Veenendaal. Het in beeld brengen en organiseren van de kennis van bodem en ondergrond in Veenendaal.
Organisatie van de ondergrond: • •
Het doelmatig beschermen en optimaal benutten van de potentiële waarden van de ondergrond voor drinkwater, warmteopslag en –winning en chemische kwaliteit. Versterking van de regie op de inrichting van de ondergrond zodat belemmeringen voor bovengrondse ontwikkelingen worden weggenomen.
Drinkwater: • •
Het op peil houden en faciliteren van het drinkwaterbedrijf om de drinkwaterwinning en leveringszekerheid van drinkwater voor Veenendaal te waarborgen. Terugbrengen van het drinkwatergebruik per hoofd van de bevolking en toe werken naar een maximaal gebruik van 100 liter per dag in 2035 (momenteel 125 l/pppd).
6.2.2 Visie Bodemkwaliteit We zorgen ervoor dat bestaande bodemverontreinigingen zo min mogelijk risico's veroorzaken bij nieuwe ontwikkelingen. Ook zorgen we ervoor dat de bodemkwaliteit niet achteruitgaat en waar mogelijk wordt verbeterd. Hiertoe ontwikkelen we het bodem- en bouwstoffenbeleid in nauwe samenwerking met de omliggende gemeenten en omgevingsdiensten. Daarmee is ons beleid goed afgestemd op het beleid uit de regio. Water en bodem sturend (WBS): De uitgangspunten/principes van Water en Bodem Sturend (WBS) geven handvatten voor tal van uitvoeringsaspecten. In de komende jaren zullen wij deze handvatten concreet benutten bij de inrichting van de openbare ruimte. In overleg met betrokken partijen zullen we expliciet maken op welke onderdelen afwegingen en keuzes noodzakelijk zijn. Er wordt nadrukkelijk invulling gegeven aan het uitgangspunt ‘comply or explain’ om onze keuzes naar de toekomst te verantwoorden. Wij streven ernaar een robuust water en bodem-systeem in te richten zodat er ook bij veranderende uitgangspunten en omstandigheden voldoende mogelijkheden zijn tot aanpassingen. Doel is de veiligheid van mens en samenleving te waarborgen en extreme schade te voorkomen. Organisatie van de Ondergrond De ondergrond van Veenendaal wordt met de nieuwe opgaven rond inbreiding steeds belangrijker (energietransitie, waterwinning, warmteopslag e.a.).
Onze eerste opdracht vanuit de gemeente is dat het beschikbaar ondergrondse potentieel optimaal gebruikt wordt. Bij nieuwe plannen en projecten focussen we op het optimaliseren van het gebruik van de ondergrond. Dit krijgt onder andere vorm in de afspraken met Vitens over het aanpassen van de drinkwateronttrekking en het aanpassen van de boringsvrije zone zodat de ondergrond (tot ca. 80 m-mv) geschikt gemaakt wordt voor warmteopslag en andere functies.
Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
32
Met Provincie en Waterschap gaan we in gesprek over de hoeveelheden te onttrekken grondwater voor onder andere industrieel gebruik, hergebruik van water, het instandhouden van kwel in de natuurgebieden en het voorkomen van wateroverlast. Drinkwater: Veenendaal is voor een belangrijk deel zelfvoorzienend met haar eigen drinkwaterwinning. Dit willen we graag zo houden, maar vereist aandacht. De technische levensduur van een winning is niet oneindig en bovendien is Veenendaal minder goed aangesloten op het Utrechtse drinkwaternetwerk. De ontwikkeling, het ontwerp en de organisatie rond de drinkwaterwinning heeft de Gemeente niet in eigen hand waardoor een intensieve samenwerking met Vitens, het waterschap en de Provincie essentieel is. Voorts is de leveringszekerheid van drinkwater randvoorwaardelijk voor het ontwikkelen van Veenendaal zelf en de voorgenomen uitbreidingen in de directe omgeving. Op de korte termijn ligt het gevaar op de loer van ‘drinkwatercongestie’ als gevolg van de beoogde groei en de huidige staat van de winning in Veenendaal. In samenwerking met Vitens en de overige waterpartners wordt actief ingezet op het hoogwaardig gebruik van de beschikbare drinkwatercapaciteit. Tenslotte wordt in overleg met partners ingezet op een betere en dus flexibelere aansluiting van Veenendaal op het drinkwaternetwerk van Vitens.
6.2.3 Strategische keuzes en maatregelen Bodemkwaliteit 1. Het vooralsnog beleidsneutraal implementeren van het ‘oude’ bodembeleid (WBB) in de Omgevingsvisie en in het Omgevingsplan in samenwerking met de Omgevingsdiensten Utrecht. 2. We kiezen voor een nauwe samenwerking met de omgevingsdienst rond het te voeren bodembeleid. 3. We anticiperen op nieuwe verontreinigende stoffen in de bodem (ZZS, PFAS e.a.). 4. Voor specifieke projecten en/of gebieden creëren we, binnen de kaders van de regelgeving, de mogelijkheid af te wijken, teneinde effectieve ontwikkelingen te ondersteunen. Water en bodem sturend (WBS) 1. We implementeren de principes uit Water en Bodem Sturend binnen de grenzen van Veenendaal op respectievelijk stads-, gebieds-, wijk- en projectniveau, toegespitst op de respectievelijke thema’s als extreem weer (wateroverlast, droogte, hittestress), robuuste groenvoorzieningen, biodiversiteit etc. 2. De bodem en ondergrond worden zo veel mogelijk benut om bij te dragen aan de gezonde, duurzame en veilige leefomgeving, zoals warmtewinning. Hierbij maken we een weloverwogen afweging tussen de bijdrage aan maatschappelijk nut en mogelijke risico’s. Organisatie van de Ondergrond 1. Voor 2030 wordt samen met gemeenten en kennispartijen de ondergrond in kaart gebracht en wordt gewerkt aan een volwaardige afweging van bodem en ondergrond in het Omgevingsplan. 2.
We geven prioriteit aan hoogwaardig gebruik. Hiervoor ontwikkelen we een beleids-/afwegingskader. 3. In samenwerking met Vitens wordt de laatste ondiepe drinkwaterput naar het tweede watervoerende pakket verplaatst, o.a. ter bescherming van de drinkwaterkwaliteit. 4. In samenwerking met Vitens wordt de boringsvrije zone ter bescherming van de waterwinning verlaagd van 30 m-mv naar circa 80 m-mv ten behoeve van onder andere warmteopslag. Drinkwater
1. In samenwerking met Vitens maken we het huidige waterwinveld robuust door actualisatie van de bestaande vergunning.
2. Ten behoeve van het zekerstellen van de bestaande wincapacteit wordt nabij het huidige winveld grond ter beschikking gesteld voor het bijplaatsen van extra drinkwaterbronnen.
3. We ondersteunen actief het uitbreiden van de wincapaciteit in verband met de beoogde bevolkingsgroei, het openen van een nieuw winveld en het organiseren van een betere aansluiting binnen het hoofdleidingnet drinkwater.
Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
33
4. We gaan het laagwaardig drinkwatergebruik zoveel mogelijk voorkomen en ondersteunen initiatieven van de waterpartners rond het besparen van drinkwater, vooral door het stimuleren van waterbewust gedrag. 5. Ten behoeve van het beschermen van de drinkwaterwinning en grondwaterstanden wordt in nauw overleg met de grondwaterpartners het afgeven van nieuwe vergunningen voor laagwaardige toepassingen kritisch beoordeeld. 6. We participeren actief in de bestuurlijk opgezette Drinkwaterraad rond het project Regioplan Drinkwater Utrecht, een initiatief van Provincie Utrecht ter bevordering van de leveringszekerheid van drinkwater in de toekomst. Oppervlaktewater
1. Samen met het waterschap zorgen voor afkoppeling van schoon regenwater van het vuilwaterriool. Hierdoor kan vuilwater efficiënter gezuiverd worden op de rioolwaterzuivering en daarmee de kwaliteit van het oppervlaktewater verbeterd worden. 2. We stimuleren ook private partijen regenwater af te koppelen, vast te houden en te hergebruiken.
Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
34
6.2.4 Kaart Bodem & ondergrond
Afbeelding 11 : Kaart Bodem- watersystemen en ondergrond, gemeente Veenendaal
35 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
6.2.5 Onderliggende documenten
• • •
Uitvoeringsafspraken Omgevingswet Regio Utrecht (2023). Kamerbrief 2022 Water en bodem sturend (MinI&W 25 november 2022). Kamerbrief 2024 Water en bodem sturend (MinI&W 22 oktober 2024).
36 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
6.3 Groen, blauw en klimaatadaptatie 6.3.1 Opgaven Klimaatbestendig •
Voorkomen van hittestress, overlast en droogte.
Groen • • • • •
Realiseren van een robuuste ecologische groenstructuur, zowel binnenstedelijk als tussen stad en buitengebied. Herstel van biodiversiteit (minimaal basiskwaliteit natuur) en natuurrijk groen. Groenstructuren mee laten groeien met de groei van de stad. Zorgen voor groene routes naar te ontsluiten recreatief uitloopgebied. Stimuleren van vergroening van particuliere ruimte.
Water • •
Een gezond nat ecosysteem dat bijdraagt aan biodiversiteit in Veenendaal en daarbuiten. In 2040 houden we meer water in het gebied vast en onttrekken we minder water dan nu.
6.3.2 Visie op groen, blauw en klimaatadaptatie De waarde van groen en blauw voor een leefbare stad Groen vormt de basis voor een gezonde, klimaatbestendige en aantrekkelijke leefomgeving. Groen draagt bij aan verkoeling in warme zomers, houdt water vast bij piekbuien en biedt leefruimte aan planten, dieren en mensen. Het verbindt stad en landschap, mensen met elkaar en met hun omgeving en maakt onze leefomgeving gezonder, mooier en veerkrachtiger. Groen en water maken onderdeel uit van een veel groter systeem dat allerlei ‘diensten’ levert waar wij dagelijks van profiteren, vaak zonder dat we het doorhebben. Denk aan bomen die schaduw geven en verkoeling brengen tijdens hete zomerdagen. Aan een goed doorwortelde bodem met veel bodemleven, die meer water kan opvangen en vasthouden. Aan insecten die zorgen voor de bestuiving van ons voedsel en aan dieren die plagen bestrijden (eikenprocessierups, muggen, etc.). Aan het vastleggen van CO2 waardoor klimaatverandering wordt tegengegaan. En aan natuurvriendelijke oevers die water bergen en de waterkwaliteit verbeteren. Dat zijn geen luxe extra’s, maar basisvoorwaarden voor een gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving. Hiermee draagt een groene leefomgeving ook bij aan lagere zorgkosten en minder ziekteverzuim. Onmisbare bouwstenen De ruimtelijke keuzes van nu zijn bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van de toekomst.
Het vergroenen van de gemeente is als een soort belegging. Het effect van een boom planten is pas op de lange termijn zichtbaar, voelbaar en merkbaar. Groen is geen vertragende factor bij verstedelijking of economie, maar juist een slimme investering. Want hoe gezonder de natuur, hoe gezonder de mens. Of je nu voor het klimaat, de gezondheid, de economie of de leefbaarheid gaat: een groene omgeving is altijd een goed idee. Een groeiende stad kan alleen aantrekkelijk en leefbaar blijven als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de openbare ruimte. Daarom krijgen groen en blauw een vaste plek in alle ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Verbinding tussen stad en omgeving De kracht van groen en blauw ligt in Veenendaal vooral rondom de stad. Met de Utrechtse Heuvelrug en het Binnenveld hebben we unieke droge en natte natuurgebieden binnen handbereik. Via groene inprikkers en het Valleikanaal trekken we de natuur de stad in vanuit het groene buitengebied. Zo verbinden we onze dichtbevolkte stad met de natuur.
37 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
De waarde van groen verhogen, met focus op buurten waar dat het meest nodig is Binnenstedelijk zetten we vooral in op het verbinden van groenstructuren, op het verwijderen en voorkomen van overbodige verhardingen en op het omvormen van groen en oevers met een lage natuurwaarde naar een hoge natuurwaarde. We zorgen ook voor goede groeiplaatsen voor bomen, zodat deze gezond oud kunnen worden en daarmee maximaal bijdragen aan koelte, CO2 opname, biodiversiteit en beeldkwaliteit. In de meest versteende buurten en wijken, die kwetsbaar zijn voor hittestress en wateroverlast, zetten we in op vergroening en ontstening en creëren we meer schaduw, zo mogelijk met groen, zo nodig met andere ingrepen. In de binnenstad zetten we ook in op vergroening, onder andere door meer groene daken en gevels. De pleinen in onze stad veranderen we zo veel mogelijk in groene ontmoetingsplaatsen waar ook in warme zomers mensen graag willen zijn.
6.3.3 Strategische keuzes en maatregelen Om de groen-blauwe structuren in Veenendaal te versterken maken we tot 2040 de volgende keuzes: 1. We werken de visie op groen en water uit de omgevingsvisie 2040 in de omgevingsprogramma's uit in concrete ambities en normen en verankeren deze zo nodig en mogelijk in ruimtelijk instrumentarium. Hierdoor sturen we bij nieuwe ontwikkelingen op een robuuste, gezonde en veilige leefomgeving. 2. We ontwikkelen een groen-blauwe hoofdstructuur voor Veenendaal in 2050 inclusief kaartmateriaal. Waar mogelijk combineren we deze hoofdstructuur met belangrijke fiets- en wandelroutes. 3. We stellen een inspiratiedocument op voor initiatiefnemers met plannen, waarin we voorbeelden opnemen voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen. 4. We nemen het creëren van koele plekken mee in de planvorming van nieuwbouw van publieke gebouwen.
5. We zetten educatieprogramma's op om het bewustzijn over biodiversiteit en klimaatadaptatie te vergroten
6.
7.
8. 9.
en stimuleren en/of organiseren groene bewonersinitiatieven (buurttuinen, gevelgroen. We stimuleren ook private partijen regenwater af te koppelen, vast te houden en te hergebruiken.) en andere (particuliere) initiatieven om te vergroenen en waterbewust gedrag te bevorderen. We actualiseren het bomenbeleid en verhogen daarmee het aantal, de waarde en de bescherming van bestaande (oude) groenstructuren en oude, waardevolle bomen, op zowel openbaar als particulier terrein. Wij erkennen de ecologische en functionele waarden van deze oude bomen die zowel solitair als in groenstructuren (lanen en houtwallen) voorkomen. Dit zien wij als een belangrijke bijdrage om te komen tot een gezonde en leefbare woon- en werkomgeving. We verhogen de ecologische (verbindings-)waarde van zowel onze groenstructuur als waterstructuur door deze zones anders aan te leggen en door waar mogelijk barrières weg te nemen. Hiermee dragen we bij aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water. We verhogen de natuurwaarde van ons groen door ecologisch (of natuurlijk) beheer. Waar mogelijk ontstenen we de openbare ruimte en zorgen we voor nieuwe beplanting. We planten nieuwe bomen in duurzame groeiplaatsen.
38 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
6.3.4 Kaart Groen, Blauw en Klimaatadaptatie
Afbeelding 12: Kaart Groen & Blauw, gemeente Veenendaal Disclaimer: de kaart Groen, Blauw en Klimaatadaptatie is een concept; een definitieve kaart wordt nog uitgewerkt.
39 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
6.2.5 Onderliggende bronnen en documenten • • • • • • • • • • •
Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal 2024. Programmaplan Groene Groei en klimaatbestendig. Groenstructuurplan 2002 en studie actualisatie 2019. Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025. Geschiktheidskaart Provincie Utrecht en Utrechtse waterschappen. Geschiktheidskaart voor nieuwe woon- en werklocaties – HDSR. Nationaal Dashboard Toekomstbestendige Leefomgeving: NDTL | Nationaal Dashboard. Toekomstbestendige Leefomgeving. Kamerbrieven Water en Bodem Sturend 2022 en 2024. Klimaateffectatlas Vallei en Veluwe: Klimaat Vallei en Veluwe. GroenGroeitMee Pact 2022. Verstedelijkingsstrategie regio Arnhem-Nijmegen en Foodvalley "Meer landschap, meer stad".
40 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
6.4 Wonen 6.4.1 Opgaven • • • • •
Realiseren van 10.700 woningen, deels binnenstedelijk, deels samen met buurgemeenten buiten de gemeentegrenzen. Woonaantrekkelijkheid verder verbeteren. Goede spreiding van een gevarieerd woningaanbod. Woningaanbod voor ouderen versterken. Doorstroming op de woningmarkt stimuleren.
6.4.2 Visie op wonen Veenendaal is een zeer aantrekkelijke woongemeente, gunstig gelegen tussen Utrecht en Arnhem. Vanwege haar compacte karakter zijn alle voorzieningen snel bereikbaar. De kwaliteit van het woningaanbod is over het algemeen hoog, de woningvoorraad is divers en de woningen zijn verhoudingsgewijs jong. Het woningaanbod is nu nog niet optimaal afgestemd op de verschillende doelgroepen en zal goed moeten gaan aansluiten op de demografische ontwikkelingen. Om onze goede positie te behouden is het van belang dat we inzetten op een gevarieerd woningaanbod. We leggen daarom een sterk accent op woningen voor ouderen, waardoor de doorstroming op de woningmarkt wordt gestimuleerd. De regio Foodvalley heeft een woningbouwopgave van 45.000 woningen tot en met 2040. In de regionale woondeal is afgesproken dat Veenendaal daarvan 10.700 woningen realiseert: deels binnenstedelijk en deels in samenwerking met, en op grondgebied van, buurgemeenten. De uitdaging voor de komende jaren is om de juiste woningtypen toe te voegen aan onze bestaande regionale woningvoorraad. Onderstaand schema laat zien aan welke woningtypen de komende jaren vooral behoefte is. De vraag naar kleinere woonvormen neemt vanwege het toenemende aantal alleenstaanden aanzienlijk toe.
Figuur 2: STEC-woningbehoefte onderzoek (2024): huishoudens ontwikkeling in regio Foodvalley
Gevolgen wet Versterking regie volkshuisvesting In heel Nederland is een groot woningtekort. Om dit in te lopen is de landelijke overheid de Wet Versterking regie volkshuisvesting aan het voorbereiden. Deze wet moet de overheid handvatten geven om de woningbouwopgave te versnellen. Zo zijn volgens deze wet het Rijk, de provincie en gemeenten op de basis van de wet verplicht een volkshuisvestingsprogramma op te stellen. Daarin zal staan hoeveel, waar en voor welke specifieke doelgroepen men gaat bouwen en hoe we deze woningen betaalbaar maken en houden. Leidend daarbij zijn de wettelijke percentages en niet meer de lokaal bepaalde verdelingen. Oftewel: het Rijk zet de lijnen uit en stelt normen, provincies coördineren en gemeenten sturen op lokaal niveau. De omgevingsvisie biedt het beleidskader op basis waarvan de uitvoering in het volkshuisvestingsprogramma verder zal worden uitgewerkt. Het beleid in de omgevingsvisie en het volkshuisvestingsprogramma vervangen daarmee de Woonvisie. Op basis van de lokale woningvoorraad bepaalt de wet welke woningen er vooral bij moeten worden gebouwd. Dit wordt per gemeente beoordeeld en dient in de regio onderling te worden afgestemd zodat gemiddeld aan de wettelijke percentages wordt voldaan. Hierbij gaat het dan voornamelijk over sociale huurwoningen, voldoende betaalbare woningen en de huisvesting van aandachtgroepen.
41 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Belangrijkste wettelijke verplichtingen voor Veenendaal De wet Versterking regie volkshuisvesting doet wat de naam al zegt: de regie overnemen op de uitgangspunten voor woningbouw. Daardoor ontstaat er voor alle partijen duidelijkheid met als doel sneller en meer te kunnen bouwen. Voor Veenendaal betekent dit onder andere het volgende: Minimaal 40% betaalbare woningen bij relatief veel sociale huurwoningen Gemeenten die minder dan 27% sociale huurwoningen hebben dienen minimaal 30% sociale huur te plannen in de nieuwbouw. Voor Veenendaal geldt dit niet, daarom dienen wij mimimaal 40% betaalbare woningen te plannen. Dit zijn woningen in de middenhuur en in de koop tot en met de landelijke betaalbaarheidsgrens. Veenendaal heeft besloten dat wij toch ook 30% sociale huur willen blijven bouwen. Daarmee komt het totaal van sociaal en betaalbaar op 70%. Of er voldoende sociale huur wordt gebouwd wordt als gemiddelde over de gehele regio beoordeelt en moet dus in Foodvalley verband worden afgestemd.
Figuur 3: STEC-woningbehoefte onderzoek (2024): huidige voorraad in regio Foodvalley (SH = sociale huur, egw = eengezinswoning, mgw = meergezinswoning (appartement), VSH = vrije sector huur)
Regionale afstemming woonbeleid Al jaren werken we in Foodvalley verband samen met zeven andere gemeenten, ook op het gebied van wonen. Deze onderlinge samenwerking krijgt door de wet Regie meer gewicht en wordt als verplichting opgelegd. De huisvesting van alle wettelijk genoemde doelgroepen wordt daarmee niet meer lokaal, maar regionaal opgepakt en verantwoord. In de komende jaren gaat het hierbij voor Veenendaal met name over de invulling van de inbreidingslocatie Spoorzone en de uitbreidingslocaties Veenendaal- De Klomp (Ede) en De nieuwe Meent (Rhenen). De provincie ziet daarbij toe op een juiste uitvoering en monitort of de opgelegde doelen gehaald worden. Zij krijgt daarbij het recht om indien nodig in te grijpen. Aangezien wij in onze regio met twee provincies van doen hebben is de vraag hoe dit in de praktijk uitgevoerd gaat worden. Huisvesting ouderen Inwoners op leeftijd nemen de komende jaren in aantal fors toe, leven langer en zijn vaker alleen. Dit zorgt ervoor dat er de komende decennia met name uit deze doelgroep een grote vraag naar passende huisvesting zal zijn. We worden dan ook verplicht om een aanzienlijk deel van het bouwprogramma op deze vraag af te stemmen, waarbij de nadruk ligt op het realiseren van nieuwe (gemengde) woon(zorg)vormen tussen thuis en het verpleeghuis.
Hierbij moet er aandacht zijn voor levensloop- en zorggeschikt wonen, huisvesting nabij voorzieningen en het realiseren van woonzorgzones. Dit sluit aan bij het gedachtegoed van zorgzame gemeenschappen. Levensloop- en zorggeschikte woningen zijn geen zorgwoningen, maar reguliere woningen die, indien nodig, eventueel inzetbaar zijn voor (een toenemende mate van) zorgverlening. Ouderen die verhuizen naar een dergelijke woning zorgen voor meerdere vervolgverhuizingen, kunnen langer thuis blijven wonen en hebben vooral de zekerheid dat men later niet nog een keer moet verhuizen. Waar mogelijk willen we ook in alle bestaande wijken dergelijke woningen toevoegen zodat inwoners in hun eigen wijk kunnen blijven wonen. Met name centraal in de wijken West en Noord is dit nodig om aan de vraag te voldoen. Dat kan door middel van nieuwbouw maar ook door het anders benutten van bestaande woningen of andere gebouwen. Door de juiste maatregelen te nemen om de doorstroming te bevorderen zorgen wij ervoor dat alle inwoners
42 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
(beter) passend wonen. Zo kunnen in de woningen die ouderen achterlaten, jonge gezinnen zich huisvesten, die op hun beurt een huis voor starters achterlaten. Ouderen zoeken hierbij naar een gelijkvloerse, zelfstandige woonruimte met een grote buitenruimte. De zekerheid dat zorgverlening in de toekomst beschikbaar is in deze woning is voor hen ook van groot belang. Daarnaast is een groene en veilige woonomgeving met voorzieningen op loopafstand een belangrijke voorwaarde. In 2019 is kwantitatief onderzoek gedaan naar de woonwensen van ouderen en in 2024 is dit ook kwalitatief onderzocht. Hiermee is een goede basis gelegd om te kunnen voldoen aan de toekomstige vraag. Huisvesting aandachtsgroepen In de wet Regie zal iedere gemeente in het lokale volkshuisvestelijke woonprogramma de verplichte taak krijgen tot de ontwikkeling van samenhangende zorg, begeleiding en welzijnsafspraken voor aandachtgroepen. Aandachtsgroepen zijn bijvoorbeeld uitstromers uit instellingen als maatschappelijke opvang of andere intramurale instellingen, arbeidsmigranten, jongeren, statushouders, mantelzorg en woonwagenbewoners. Ook ouderen met een behoefte aan een betaalbare zorggeschikte woning in een woon-zorgcomplex behoren tot de aandachtsgroepen. Iedere gemeente dient bij te dragen aan de huisvesting van deze groepen, dus ook de kleinere gemeenten.
Daarbij geldt een verplichting tot het vaststellen van een Huisvestingsverordening met urgentieregeling; waarbij het rijk diverse aandachtsgroepen als wettelijke urgentiecategorie opneemt. Dit maakt dat er vanuit wonen ook aandacht is voor de veerkracht en leefbaarheid in de wijken. We willen een bijdrage leveren aan het versterken van het woonklimaat en voorkomen dat buurten of wijken waar reeds veel uitdagingen bestaan verder verslechteren. Dit kan door bewust te sturen op de juiste verdeling van woningbouw segmenten en typologieën; evenals de toewijzing van huurwoningen en nieuwbouw betaalbare koopwoningen (gerelateerd aan de Huisvestingsverordening). Gemengd wonen concepten kunnen eveneens een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren en versterken van zorgzame gemeenschappen. Koppeling realiseren tussen volkshuisvestingsprogramma en Wmo-beleidsplan Wanneer de Wet versterking regie volkshuisvesting in werking treedt moeten gemeenten een volkshuisvestingsprogramma opstellen met een visie op wonen en zorg die in lijn is met het Wmo-beleidsplan; dit is in Veenendaal het Integraal Beleidskader Sociaal Domein. Omdat de optelsom van lokale visie en inzet in het verleden vaak niet leidde tot de invulling van de woonbehoefte van aandachtsgroepen, vraagt de nieuwe wet gemeenten regionaal af te stemmen over hun gezamenlijke invulling van woon(zorg)beleid.
Deze gezamenlijke afspraken worden vervolgens verankerd in de regionale afspraken voor woningbouw en de regionale inkoopkaders voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen en voor de Wet langdurige zorg. In de praktijk betekent dit dat de woonzorgvisie een onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma wordt. Daarbij dienen (regionale) beleidsvoornemens en afspraken over de invulling van de woonopgave van alle aandachtsgroepen en ouderen te worden opgenomen. 6.4.3 Uitvoering van beleid Op basis van deze Omgevingsvisie zal het Volkshuisvestingprogramma worden opgesteld om tot uitvoering van beleid te komen. Hierbij zetten we in op het zoveel als mogelijk betaalbaar maken en houden van woningen, het toevoegen van woningtypen die het meest ontbreken in de huidige woningvoorraad en op doorstroming. Binnen de 40% betaalbaar die Veenendaal dient te realiseren is reeds bepaald dat 10% “goedkoop betaalbaar” moet worden. Het volkshuisvestingprogramma is tevens het onderliggende stuk voor het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties en zorg- en welzijspartijen. De 30% sociale huurwoningen worden mede gerealiseerd door toepassing van het “Vereveningsfonds sociale woningbouw Veenendaal”. 6.4.4 Strategische keuzes en maatregelen Om de opgaven op het gebied van Wonen tot 2040 te realiseren maken we de volgende keuzes: 1. In totaal bouwen we tot 2040 circa 10.700 woningen. 2.
Tot 2030 zetten we in op inbreiding, daarna zetten we in op samenwerking met buurgemeenten om woningbouw buiten de gemeentegrenzen te realiseren. 3. We concentreren het binnenstedelijk woningbouwprogramma in het centrum van de stad, met name in de spoorzone.
43 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
4. Om in te spelen op demografische ontwikkelingen realiseren we een substantieel deel van het woningbouwprogramma voor ouderen. Deze concentreren we zoveel mogelijk rond OV knooppunten en voorzieningen. 5. We zetten in op doorstroming; we brengen (lange) verhuisketens op gang en zorgen daarmee dat alle inwoners zo passend mogelijk wonen. 6. Om verhuizingen te stimuleren en doorstroming te realiseren is het voornemen om een wooncoach in te zetten. 7. We zorgen per gebied voor een gevarieerd woningaanbod en voorkomen concentraties van bepaalde woningcategorieën en prijsklassen. 8. Waar nodig passen we hoogbouw toe waarbij per locatie wordt beoordeeld wat passend en proportioneel is. 9. We hebben aandacht voor de leefbaarheid en veerkracht van onze wijken; we gaan van het bouwen van woningen naar het bouwen van gemeenschappen. 10. We gebruiken het sociale vereveningsfonds om sociale woningbouw in gebouwen samen te kunnen voegen. 11. We zetten ons in voor het op een goede wijze huisvesten van aandachtsgroepen, al dan niet door gebruik te maken van alternatieve woon(zorg)concepten 12. Bij woningbouwontwikkelingen sturen we er zo veel mogelijk op dat de openbare ruimte aantrekkelijk en toegankelijk/levensloopbestendig is.
44 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
6.4.5 Kaart Wonen
Afbeelding 13, Kaart Wonen, gemeente Veenendaal
45 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
6.4.6 Belangrijkste onderliggende documenten • • • • • • •
Woonvisie 2022-2025. STEC woonbehoefte onderzoeken 2020 en 2024. Afsprakenkader ouderenhuisvesting regio Foodvalley 2024-2030. Huisvestingsverordening Veenendaal 2024-2027. Advies van verzorgingshuis naar geclusterd wonen raad van ouderen juni 2025. Regionaal actieplan dakloosheid (concept) Regiovisie bescherm wonen (beschermd wonen en bescherm thuis in de Valleiregio)
46 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
6.5 Economie 6.5.1 Opgaven voor 2040 • • • • • • •
Ruimte behouden en creëren voor bedrijven en werkgelegenheid met als uitgangspunt 1 nieuwe woning = 1 nieuwe arbeidsplaats. Versterking van de drie economische speerpunten ICT, de complete binnenstad en MKB-werklocaties. Stimuleren van duurzaam en circulair ondernemen. Scherpe profilering van het ICT/Tech en ICT/Food innovatiecluster. Ruimte maken voor stedelijk werken in de economische stads-as Spoorzone – Binnenstad - De Klomp. Recreatieplekken binnen Veenendaal geschikt maken voor eigen inwoners. Stimuleren van zakelijk toerisme.
6.5.2 Economische visie Veenendaal 2040 Brede welvaart Brede welvaart heeft een sterke relatie met economie, maar is veel breder dan enkel de groei van het binnenlands product. Het omvat alles wat men van waarde vindt. Onder andere hoe de wereld om ons heen leefbaar gehouden dient te worden voor onszelf en toekomstige generaties. We zullen, naast financieeleconomische vraagstukken, ook antwoorden moeten vinden op vragen over klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, armoede en sociale ongelijkheid. Dit vraagt om een nieuwe aanpak voor wat betreft welvaartsontwikkeling. Binnen Veenendaal streven wij niet naar werkgelegenheid ten koste van al het andere, maar wij verwelkomen graag bedrijven die zowel economische waarde creëren, als ook op een verantwoorde manier omgaan met de omgeving. De ervaring leert dat dergelijke bedrijven vaak koplopers zijn als het gaat om ondernemerschap, innovatiekracht en kennisontwikkeling. Eén nieuwe woning = één nieuwe arbeidsplaats De verhouding wonen en banen wordt zichtbaar in de Functiemengingsindex (FMI). Een FMI van 50 betekent evenveel woningen als banen.
Momenteel zit Veenendaal met 54,1% iets boven deze norm maar met de komende groei van 10.700 woningen is het doel de werkgelegenheid evenredig mee te laten groeien met deze grote woonopgave, zodat werk dicht bij huis mogelijk blijft en een uitgaande pendel zoveel mogelijk tegen wordt gegaan. Economisch profiel Veenendaal We zetten in op een sterke, veerkrachtige en duurzame economie als drijvende kracht achter een aantrekkelijke leefomgeving en het versterken van brede welvaart. Economische ontwikkeling is bij ons geen doel op zich, maar een middel om de kwaliteit van leven, sociale samenhang en toekomstkansen voor onze inwoners te vergroten. In onze omgevingsvisie verbinden we daarom economische groei nadrukkelijk met maatschappelijke opgaven zoals één woning = één arbeidsplaats, duurzaamheid, mobiliteit en inclusiviteit. Voor een vitale economie is het belangrijk dat er speciale aandacht is voor jongeren en studenten. Door passende huisvesting, goede voorzieningen en aantrekkelijke bedrijven zorgen we ervoor dat jongeren in Veenendaal kunnen blijven wonen en zich hier kunnen ontplooien. Dit is belangrijk als tegenwicht tegen de toenemende vergrijzing. We richten ons op drie onderling verbonden economische speerpunten: ICT, een complete binnenstad en toekomstbestendige MKB werklocaties.
47 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040
ICT (de digitale economie) Veenendaal is sterk vertegenwoordigd in de sector ICT. Met ongeveer 4.000 banen en 500 vestigingen zorgt deze sector voor bijna 12 procent van de Veenendaalse banen. Er wordt sterk ingezet op de ontwikkeling van ecosystemen op het snijvlak van Food en Tech (automatisering, robotisering, digitalisering). Dit leidt tot vernieuwende oplossingen en versterkt de regionale economie op het gebied van voedsel, technologie en innovatie. Kennis- en innovatiecampussen vervullen hierin een sleutelrol. We stimuleren dan ook een innovatieve ICT/Tech innovatiecluster, waar hoogwaardige kantoorfuncties samenkomen met kennis en technologie, aan de noordkant van Veenendaal langs de A12. Verkend moet worden hoe de A12 zone kan worden versterkt in samenhang met de gebiedsontwikkeling rondom het station Veenendaal-De Klomp en de verbinding met de binnenstad en spoorzone (economische stads-as). Voor de innovatieve startups en scale-ups willen wij op het voormalige SKF-terrein een broedplaats creëren op het gebied van een ICT/Food innovatiecluster met ook ruimte voor de maakindustrie/ambacht (uitbreiding van het Wageningse Business en Science Park). Hiervoor zoeken wij verbinding met Wageningen University & Research (WUR).
Om deze ontwikkelingen te laten slagen moet er worden nagedacht over versterking van infrastructuur en mobiliteit, bijvoorbeeld via een trambus ter verbinding van de economische stads-as en een hoogwaardige fiets/OV-verbinding tussen het innovatiecluster op het SKF-terrein en Wageningen (WUR). Voor het slagen van het voormalige SKF-terrein als innovatiegebied is bovendien goede huisvesting nodig in de Spoorzone voor startende jongeren en studenten. Om het compleet te maken zou hier ook onderwijs voor jongvolwassenen moeten worden gerealiseerd. De verbinding tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid moet fungeren als motor voor talentontwikkeling, onderzoek en hoogwaardige werkgelegenheid. Een complete binnenstad . Met ruim 5.500 arbeidsplaatsen en meer dan 5 miljoen bezoekers per jaar (waarvan de helft van buiten Veenendaal) is het economisch en maatschappelijke belang van de binnenstad groot. Veenendaal is de belangrijkste winkelstad tussen Utrecht en Arnhem en vervult daarmee een regionale functie. Ingezet wordt op een complete en compacte binnenstad waarin naast de economische functies, zoals winkelen en werken, ook volop ruimte is voor ontmoeting, cultuur (o.a. theater) en maatschappelijke voorzieningen. De binnenstad is een aantrekkelijke en toegankelijke verblijfsplek die mensen verbindt en waar iets te beleven valt.