2. Legesverordening 2024 - raadsbesluit
Tekst van het document
€ 200,00;
Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4.16 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame:
Legesverordening 2024
€ 380,00;
24/37
b. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd:
€ 380,00;
Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: objecten plaatsen op de weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2.10A en 2.10 C van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken,:
€ 300,00;
b. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen:
€ 300,00;
[Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5.18 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 99,10;
Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 380,00;
b. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1 voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 380,00;
2 voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 570,00;
3 voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit:
€ 570,00;
Legesverordening 2024
25/37
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: 1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift:
€ 1.380,00;
b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift:
€ 1.380,00;
Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 1. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op: a. één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
€ 2.640,00;
b. twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
€ 6.180,00;
c. vijf tot tien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
€ 11.830,00.
d. Tien tot vijftien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
€ 18.900,00;
e. Meer dan vijftien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
€ 25.980,00;
2. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
€ 2.640,00;
Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:
€ 1.380,00;
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel
Legesverordening 2024
26/37
1. Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur:
€ 132,00;
b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur:
€ 132,00;
c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur:
€ 132,00;
d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur:
€ 132,00;
2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit:
€ 380,00;
Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:
€ 241,00;
Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is:
€ 177,00;
Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen:
€ 225,00;
Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten
Legesverordening 2024
27/37
De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: € 50.000,00; Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:
€ 380,00;
Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: met een maximum van:
50 % € 129.443,00;
Artikel 2.47 A Start werkzaamheden voor afgifte vergunning Indien gestart wordt met de werkzaamheden voordat er een beslissing op de ingediende aanvraag om vergunning is genomen, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en 2.8 verschuldigde leges verhoogd met met een maximum van:
50 % € 129.443,00;
Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit:
€ 2.650,00;
b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 2.650,00;
c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b:
€ 2.650,00;
Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:
€ 604,00;
b. voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:
€ 604,00;
c. voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:
€ 604,00;
Legesverordening 2024
28/37
d. voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:
€ 604,00;
e. voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:
€ 604,00;
f. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):
€ 604,00;
g. voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:
€ 604,00;
Artikel 2.50 Advies 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad:
€ 1.290,00;
b. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Veenendaal 2022 dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: 1. bij een bouwsom tussen € 0,00 en € 225.000,00 bedraagt het tarief: bouwsom gedeeld door 1000 x € 2,00 + € 20,00) met een minimum van
€ 69,00;
2. bij een bouwsom tussen € 225.001,00 en € 450.000,00 bedraagt het tarief: (bouwsom - € 225.000,00 gedeeld door 1000 x € 1,50 + € 470,00) 3. bij een bouwsom tussen € 450.001,00 en € 2.250.000,00 bedraagt het tarief (bouwsom - € 450.000,00 gedeeld door 1000 x € 0,44 + € 807,50) 4. bij een bouwsom tussen € 2.250.001,00 en € 12.250.000,00 bedraagt het tarief (bouwsom - € 2.250.000 gedeeld door 1000 x € 0,11 + € 1.599,50) c. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Veenendaal 2022 in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b:
€ 250,00;
d. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.51 Instemming
Legesverordening 2024
29/37
1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid-, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg - GERESERVEERD Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. De vermindering bedraagt: a. bij 5 tot 10 activiteiten:
5%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; b. bij 10 tot 15 activiteiten:
10 %
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; c. bij 15 of meer activiteiten:
15 %
van de voor die activiteiten verschuldigde leges.
Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
75%.
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:
75%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
Legesverordening 2024
30/37
Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag:
75%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes] weken na de indiening van de aanvraag:
50%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag:
25%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes] weken na de indiening van de aanvraag:
75%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag:
50%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag:
25%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:
20 %
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
Legesverordening 2024
31/37
Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
20 %
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 100,00 wordt niet teruggegeven.
HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2 Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening:
€ 820,00;
b. een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid van de Algemene plaatselijke verordening:
€ 206,00;
c. Indien er sprake is van het innemen van een terras op gemeentegrond wordt het basisbedrag verhoogd met
€ 206,00;
d. Indien er sprake is van een doorlopend afwijkend sluitingsuur wordt het basisbedrag verhoogd met
€ 206,00;
e. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een incidentele ontheffing van het sluitingsuur (al dan niet in combinatie met een ontheffing van de schenktijden) voor inrichtingen als bedoeld in de APV voor de periode van één dag
€ 103,00;
f. Indien de onderdelen van artikel 3.1.c en 3.1.d als wijziging op de vergunning worden gevraagd bedragen de leges voor de wijziging per component
€ 103,00;
g. Indien voor een vergunning als bedoeld onder 3.1.a een advies wordt gevraagd bij Bureau Bibob wordt het tarief als bedoeld onder 3.1.a verhoogd met het door Bureau Bibob in rekening gebrachte tarief. Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:
Legesverordening 2024
32/37
a. een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:
€ 411,00;
b. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet:
€ 103,00;
c. een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:
€ 206,00;
d. een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet: € 206,00; e. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:
€ 103,00;
f. Indien voor een vergunning als bedoeld onder 3.2.a een advies wordt gevraagd bij Bureau Bibob wordt het tarief als bedoeld onder 3.2.a verhoogd met het door Bureau Bibob in rekening gebrachte tarief.
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening: a. voor een escortbedrijf:
€ 751,00;
b. voor andere prostitutiebedrijven dan bedoeld in onderdeel a:
€ 751,00;
c. voor andere seksbedrijven dan bedoeld in de onderdelen a en b:
€ 751,00;
2. Het bedrag dat op grond van het eerste lid verschuldigd is wordt: a. voor iedere beheerder die zal worden aangesteld bij het seksbedrijf vermeerderd met
€ 103,00;
b. als de aanvraag tot het verlenen van de vergunning mede ziet op een seksinrichting vermeerderd met:
€ 751,00;
3. Als meerdere aanvragen als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig worden ingediend en betrekking hebben op hetzelfde seksbedrijf en dezelfde exploitant, worden de op grond van dat lid verschuldigde leges voor iedere tweede en volgende van die aanvragen verminderd met:
50%
Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van: a. de exploitant aan wie de vergunning is verleend:
€ 103.00;
b. de op de vergunning vermelde of te vermelden beheerder of beheerders:
€ 103.00;
c. de activiteit waarvoor de vergunning is verleend:
€ 103.00;
d. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt:
€ 103.00;
e. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend:
€ 103.00;
f. het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend:
€ 103.00;
g. het aantal prostituees dat ten hoogste voor of bij het seksbedrijf mag werken:
€ 103.00;
Legesverordening 2024
33/37
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:
€ 74,10;
b. wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing:
€ 37,10;
c. tot het intrekken of wijzigen van een in onderdeel 1.15.1 bedoelde ontheffing
€ 37,10;
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft: a. een evenement (categorie 1)
€ 101,90;
een middelgroot evenement (categorie 2), waarvan de aanvraag behandeld moet b. worden in de adviescommissie, een tijdelijke gebruiksvergunning nodig is, afstemming en coördinatie en een inspectie terrein plaatsvindt
€ 1.840,00;
een groot evenement (categorie 3), waarvan de aanvraag behandeld moet worden in c. de adviescommissie, een tijdelijke gebruiksvergunning en calamiteitenplan nodig is en afstemming en coördinatie en een inspectie terrein plaatsvindt
€ 4.702,00;
d. een herdenkingsplechtigheid:
€ 206,00;
e. een optocht, niet zijnde een betoging, op de weg:
€ 103,00;
f. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg:
€ 103,00;
g.
een klein evenement dat niet voldoet aan de eis bedoeld in artikel 2:25, derde lid, van de Algemene plaatselijke verordening:
€ 103,00;
Indien voor het verlenen van de vergunningen genoemd in deze paragraaf h. geluidsmetingen plaatsvinden, worden de in deze paragraaf genoemde tarieven per uur geluidsmeting verhoogd met:
€ 103,00;
Indien voor het verlenen van de vergunningen genoemd in deze paragraaf een i. hygiënisch advies aan de GGD moet worden gevraagd, dan wordt het tarief van de vergunning verhoogd met:
€ 213,00;
Artikel 3.7 Organiseren markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning: a. voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:23 van de Algemene plaatselijke verordening:
Legesverordening 2024
€ 103,00;
34/37
Paragraaf 3.5 GERESERVEERD Artikel 3.8 GERESERVEERD Artikel 3.9 GERESERVEERD Artikel 3.10 GERESERVEERD
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 Artikel 3.11 Vergunning onttrekken woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning] om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014: € 238,00; Artikel 3.12 Vergunning samenvoegen woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingswet 2014: € 238,00; Artikel 3.13 Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014: € 238,00; Artikel 3.14 Vergunning verbouwen woonruimte tot meer woonruimten Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014: € 238,00; Artikel 3.15
Splitsingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerstevan de Huisvestingswet 2014: € 238,00; Artikel 3.16 Gereserveerd Artikel 3.17 Gereserveerd
Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:
Legesverordening 2024
€ 87,50;
35/37
Indien voor een vergunning anders dan bedoeld onder 3.1.1. een zogenaamde Bibob-intake en screening plaatsvindt, wordt het tarief van de vergunning verhoogd met het door Bureau Bibob in rekening gebrachte tarief. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2023.
de heer P. van Vugt griffier
Legesverordening 2024
de heer K.J.G. Kats voorzitter
36/37
Bijlage bij hoofdstuk 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Bijlage licht omgevingsoverleg Opsomming van activiteiten welke in strijd zijn met het omgevingsplan waarop het licht omgevingsoverleg van toepassing is. 1. een bijbehorende bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; b. de oppervlakte niet meer dan 150 m²; 2. een gebouw ten behoeve van een infrastructurele op openbare voorziening., mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m; b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; 3. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; 4. een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; 5. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; 6.
het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten, die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolumen niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein tot een oppervlak van 1000 m²; 7. ander gebruik van gronden of bouwwerken, dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 6 voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
Legesverordening 2024
37/37