2. Kaderbrief 2023-2026-document kaderbrief
Tekst van het document
KADERBRIEF 2023-2026
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................. 2 INLEIDING ............................................................................................................................ 3 SAMENVATTING EN LEESWIJZER .................................................................................... 4 ECONOMISCH PERSPECTIEF ............................................................................................ 6 FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN ....................................................................................... 8 OVERIGE ONTWIKKELINGEN .......................................................................................... 16 RISICO'S ............................................................................................................................ 17 BIJLAGEN .......................................................................................................................... 19
2
Inleiding In de jaarlijkse cyclus van de planning en control documenten neemt de Kadernota een belangrijke plaats in. De Kadernota gaat allereerst in op de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente en geeft ook de (financiële) vertaling van de ambities uit het raadsprogramma aan. Vanwege het aantreden van de raad in nieuwe samenstelling is er bij de opstelling van dit document uiteraard nog geen raadsprogramma opgesteld. Er kan dus nog geen Kadernota worden opgesteld waarin het beoogde beleid voor de komende raadsperiode wordt uitgewerkt. Daarom is er nu een Kaderbrief: de beleidsvoornemens gebaseerd op het raadsprogramma 2023-2026 worden vervolgens in de Programmabegroting voor die periode uitgewerkt. We verwijzen u hierbij ook naar het recent toegezonden Overdrachtsdocument. Hierin worden de maatschappelijk relevante ontwikkelingen geschetst. In deze Kaderbrief kan daarom worden volstaan met de economische en financiële ontwikkelingen. De Programmabegroting wordt u in de raadsvergadering van 3 november 2022 ter vaststelling aangeboden.
3
Samenvatting en leeswijzer Deze Kaderbrief is als volgt opgebouwd. In het hoofdstuk Economisch perspectief wordt ingegaan op de economische ontwikkelingen waarmee de gemeente rekening dient te houden. De gevolgen van de Coronacrisis en momenteel de oorlog in Oekraïne hebben grote impact op het maatschappelijk leven en de inwoners. Het coronavirus lijkt op dit ogenblik weer redelijk onder controle maar kan ook zo weer oplaaien. De gevolgen van de oorlog leveren onverwachte zorgelijke economische scenario’s op. In het hoofdstuk Financiële ontwikkelingen wordt kort geschetst hoe de ontwikkeling van het financieel uitgangspunt van de laatst vastgestelde Programmabegroting naar het huidige saldo is verlopen. Waar nodig wordt een korte toelichting gegeven op de verschillende onderdelen. De ontwikkeling van het Gemeentefonds (algemene uitkering) lijkt voor de korte termijn redelijk positief, op langere termijn is het tegendeel het geval. Ook wordt de stand van de Algemene Reserve aangegeven. Het laatste onderdeel van dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de mutaties die tot het nieuwe saldo leiden. Dit saldo (budgetruimte) is het uitgangspunt voor de opstelling van de Programmabegroting 2023-2026. Budgetruimte Het voorlopige saldo is als volgt: (bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
2026
Voorlopig saldo meerjarenperspectief Kaderbrief 2023-2026
1.584
-485
137
-1.790
Daarnaast is ook een indicatie opgenomen vanuit de maartbrief van het ministerie van Binnenlandse Zaken over de ontwikkeling gemeentefonds. Toegezegd is dat de uitwerking in de jaarlijkse meicirculaire zal plaatsvinden. De indicatie ziet er als volgt uit: (bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
2026
Saldo effecten maartbrief 2022
5.501
7.673
6.422
370
In de meicirculaire moet blijken of deze indicatieve bedragen reëel zijn geweest. Het totale perspectief ziet er dan als volgt uit: (bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
2026
Saldo Kaderbrief 2023-2026
7.085
7.188
6.560
-1.420
Vervolgens wordt kort ingegaan op de Ontwikkeling algemene uitkering, gebaseerd op het regeerakkoord van het huidige kabinet. Vooral op langere termijn is het perspectief ongunstig door de aanzienlijke ombuigingen welke het kabinet voor ogen heeft. Bij de Overige ontwikkelingen wordt aangegeven dat bij de komende Programmabegroting (2023-2026) wordt ingegaan op de beleidsontwikkelingen, welke samenhangen met het nieuwe raadsprogramma. Verder wordt hier het uitstel van de invoering van de Omgevingswet genoemd.
4
Daarna wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste risico’s voor de gemeente waaruit financiële consequenties kunnen voortvloeien. We hanteren hier de zogenaamde top-10 zoals dat ook steeds in de andere P&C- documenten is aangegeven. Tenslotte volgt een bijlage: •
Bijlage 1 bevat de geplande investeringen voor 2023-2025.
5
Economisch perspectief Economische ontwikkelingen Zoals gebruikelijk baseren we het financieel perspectief voor de komende jaren op de relevante publicaties van het Centraal Planbureau (CPB). In maart 2022 is het Centraal Economisch Plan (CEP) uitgebracht. In deze raming wordt ervan uit gegaan dat: - de oorlog in Oekraïne gevolgen heeft voor de Nederlandse economie, vooral door een sterk stijgende energieprijs; - eventuele toekomstige besmettingsgolven van het coronavirus geen ernstige macroeconomische gevolgen zullen hebben; - de hoge en onzekere inflatie enkele moeilijk te voorspellen doorwerkingseffecten kent op de macro economie; - de bestedingen van huishoudens toenemen nu de maatregelen zoals die golden ten tijde van de coronacrisis grotendeels zijn ingetrokken; - de raming van rentes en energieprijzen gebaseerd is op marktprijzen; - de arbeidsmarkt bijzonder krap is. Bovenstaande ontwikkelingen kunnen twee kanten op werken: de raming zou te optimistisch, maar ook juist te somber kunnen zijn. De economische groei is zowel in 2022 als in 2023 substantieel. Deze groei wordt gedragen door impulsen in alle bestedingscategorieën en door eerdere groei in 2021. Ondanks de coronagolf in het eerste kwartaal 2022 groeit de Nederlandse economie naar verwachting in 2022 met 3,6%.
De inflatie is hoog en de extra stijging van de energieprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne komt bovenop een toch al forse inflatie. Het CPB raamt in het recent gepubliceerde CEP de inflatie in 2022 op 5,2%. Om de gevoeligheid te illustreren is ook berekend wat het gevolg is als de energieprijzen langere tijd hoog blijven, en ook als ze deze zomer terugkeren naar het niveau van 2019. De inflatie in 2022 bedraagt in die varianten respectievelijk 6,0% en 3,0%. Voor 2023 wordt verwacht dat als gevolg van de intensiveringen van het kabinet Rutte-IV de economische groei blijft aanhouden. Naast de begrotingsimpuls dragen ook uitvoer, consumptie en investeringen bij aan de groei in 2023. De groei is wel minder dan in 2022. Voor 2023 wordt een groei van 1,7% verwacht. Voor de lange termijn tot 2030 verwacht het CPB dat de uitgaven van de overheid harder oplopen dan de inkomsten, waardoor het begrotingstekort en de schuld richting 2030 toenemen. Ook verwacht het CPB dat de vergrijzing meer effect op de ontwikkeling van de economie zal hebben door hogere zorguitgaven en een krappere arbeidsmarkt. Verder zien we ook een oplopend rentetarief. Begin april was de rente voor langlopende geldleningen inmiddels opgelopen tot 1,56%.
Gevolgen Coronacrisis Momenteel zijn nagenoeg alle maatregelen rond het coronavirus ingetrokken. Toch waarschuwen deskundigen dat het virus altijd weer de kop op kan steken. De financiële gevolgen zijn in grote lijnen onder te verdelen in 3 categorieën: - compensatie vanuit het rijk; - overige inkomsten (waaronder gederfde inkomsten); - extra kosten dan wel lagere uitgaven vanwege de maatregelen. De ervaringen uit 2020 en 2021 laten zien dat de extra kosten voor de gemeenten voldoende door het rijk gecompenseerd worden. De compensatie vanuit het rijk is voor een deel verstrekt via specifieke regelingen (o.a. TOZO) en voor een ander deel via de algemene uitkering. Voor de specifieke regelingen geldt dat de gemeente de rijksvergoeding moet inzetten voor het door het rijk bepaalde doel (en ook achteraf daarop moet verantwoorden). Bij de compensatie via de algemene uitkering 6
heeft de gemeente de vrijheid om het naar eigen inzicht in te zetten. Daarmee is het een algemeen dekkingsmiddel. We houden er rekening mee dat de gevolgen van de Coronacrisis ook op de langere termijn doorwerken. Daarbij denken we onder andere aan de mogelijke economische effecten (faillissementen, winkelleegstand) en sociale effecten (o.a. onzekere gevolgen van de vertraging in de jeugdzorg, vereenzaming van ouderen die in een sociaal isolement dreigen terecht te komen), die direct en indirect hun weerslag hebben op het gemeentelijke reilen en zeilen. Ook valt niet uit te sluiten dat de pandemie op termijn weer oplaait. Op dit moment is daarom nog niet in te schatten wat de exacte effecten op de langere termijn zullen zijn. Wij houden dit nauwlettend in de gaten en informeren u in financiële zin via de diverse P&Cdocumenten over de toekomstige ontwikkelingen.
Gevolgen oorlog in Oekraïne De door het CPB geschetste ontwikkelingen komen door de recente inval van Rusland in Oekraïne in een ander daglicht te staan. Genoemd is al de sterke stijging van olie- en energieprijzen, waardoor de inflatie hoog oploopt. Zo is voor onze gemeente al berekend dat de energiekosten voor lichtmasten dit jaar met € 100.000 zullen toenemen. Door schaarste lopen ook de prijzen van grondstoffen op. Er is grote onzekerheid ontstaan of (bouw)materialen wel tijdig geleverd kunnen worden en welke prijs dan actueel is. Ondernemers worden hierdoor terughoudend om in te schrijven op projecten en willen prijsafspraken maken. Door de sterk gestegen energielasten dreigen vooral mensen met een relatief laag inkomen financieel in de knel te raken. Inmiddels wordt die inkomensgroep gecompenseerd via een eenmalige energietoeslag. Deze toeslag wordt via de gemeenten uitgekeerd. Het is nog niet duidelijk of de financiële gevolgen van de oorlog impact zullen hebben op de ontwikkeling van het Gemeentefonds.
7
Financiële ontwikkelingen Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 De basis voor de berekening van het financieel perspectief voor de komende jaren is de door de raad op 4 november 2021 vastgestelde Programmabegroting 2022-2025. Na deze datum zijn er ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op dit perspectief. In dit hoofdstuk worden deze mutaties op het saldo kort beschreven. In onderstaande tabel wordt het startpunt aangegeven. (bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
2026
Saldo Programmabegroting 2022-2025
28
-496
-1.409
-1.409
Op basis van richtlijnen van de Provincie in het kader van het financieel toezicht dienen tekorten aangezuiverd te worden vanuit de Algemene Reserve. Daarnaast moet er sprake zijn van een structureel sluitende begroting. (bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
Verrekening met de Algemene reserve
-28
496
1.409
2026
Amendementen Programmabegroting Data top 15 In de Programmabegroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 was een post opgenomen voor de data top 15 met een jaarlijks budget van € 221.000. De raad heeft een amendement aangenomen om deze post vooralsnog af te ramen en in 2022 een incidenteel budget van € 100.000 beschikbaar te stellen. Daarbij is verzocht om in 2022 een raadsvoorstel te presenteren voor de verdere invoering van de data top 15. Op basis van dit besluit is het budget van € 221.000 voor de jaren 2023-2025 afgeraamd. Algemeen Maatschappelijk Vrijwilligerswerk Bij de bespreking van de Programmabegroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 is een amendement aangenomen. Op basis hiervan is ten behoeve van vrijwilligerswerk, voor o.a. initiatieven als de hulplijn en (nieuwe) aanvragen, structureel € 100.000 in de begroting zichtbaar gemaakt. De structurele financiële consequenties zijn in deze Kaderbrief opgenomen. De definitieve besluitvorming zal plaatsvinden bij de programmabegroting. (bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
2026
Amendementen Programmabegroting 2022-2025
121
121
121
121
September-circulaire Gemeentefonds In deze circulaire is een aantal maatregelen uitgewerkt welke een positief effect hebben op de algemene uitkering voor de komende jaren. Aangegeven is dat het accres toeneemt als gevolg van hogere loon- en prijsontwikkelingen, maar ook door hogere rijksuitgaven voor klimaatmaatregelen, compensatie gedupeerden van de kinderopvangtoeslag, zorg en EUafdrachten. Op basis van de zogenaamde ‘trap op- trap af’ methode, nemen de gelden in het gemeentefonds toe, wanneer de rijksuitgaven stijgen en nemen de gelden af wanneer de rijksuitgaven achterblijven bij de raming. Verder is de opschalingskorting voor 2022 geschrapt en is een incidentele compensatie gegeven voor de tekorten in de jeugdzorg in 2022. Tenslotte is ook nog aanvullende compensatie verstrekt vanuit het Corona steunpakket voor de jaren 2021 en 2022. Uiteraard werkt de compensatie voor hogere loon- en prijsontwikkelingen weer door in de uitgaven.
8
Het resultaat van beide factoren is als volgt verwerkt: (bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
2026
Gevolgen septembercirculaire 2021
2.482
2.466
2.898
2.898
Verwerking loon- en prijsstijgingen
-667
-862
-1.198
-1.198
Saldo
1.815
1.604
1.700
1.700
3e Bestuursrapportage 2021 In de raadsvergadering van 16 december 2021 is de 3e en laatste bestuursrapportage over 2021 vastgesteld. In onderstaande tabel wordt het saldo weergegeven. (bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
2026
Saldo derde Bestuursrapportage 2021
-12
-67
-67
-67
Saldo 1e Bestuursrapportage 2022 Het saldo van de 1e Bestuursrapportage 2022 is hieronder opgenomen. Voor de toelichting hierop wordt verwezen naar de betreffende rapportage. (bedragen x € 1.000,-)
2022
2023
2024
2025
Saldo eerste Bestuursrapportage 2022
2.509
-614
-607
-607
Technische richtlijnen 2023-2026 Bij de start van de begrotingscyclus voor het volgende jaar worden richtlijnen voor de technisch-financiële parameters opgesteld. Voor de jaren 2023-2026 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • een loonstijging van 2,3% per jaar (op basis van septembercirculaire 2021); • een prijsstijging van 1,7% (op basis van septembercirculaire 2021); • een index van 3,37% voor de kosten Sociaal Domein (op basis van september- en decembercirculaire 2021); • een index van 1,7% voor de tarieven van de gemeentelijke heffingen (op basis van septembercirculaire 2021); • een rentevoet van 1% voor aan te trekken financieringsmiddelen (conform de huidige meerjarenraming); • de bouw van gemiddeld 450 woningen per jaar en daardoor een stijging van 650 inwoners per jaar; jaarlijks aflopend met 10 inwoners tot 610 inwoners. Loon- en prijsontwikkeling Uitgangspunt voor de berekening is de personeelsformatie per 1 januari 2022. De loon- en prijsstijgingen zijn gebaseerd op de voorspellingen van het CEP. Inmiddels is wel duidelijk dat dit percentage aan de lage kant is, waarmee dus een risico ontstaat. Zo is er recent een nieuwe Cao Jeugdzorg afgesloten, waarbij over een periode van 3 jaar een loonsverhoging wordt toegepast van 8%. In de meicirculaire over de algemene uitkering zal nadere informatie komen over de te hanteren percentages.
Prijsindex Sociaal Domein Voor de ontwikkeling van de kosten Sociaal Domein wordt in afwijking van het standaardpercentage 3,37% aangehouden. Dit percentage is opgebouwd uit 90% van het percentage van de loonstijging, 10% van het percentage van de prijsstijging en 1,13% (procentpunt) door extra verhoging van de salarissen in de zorg. Deze beleidslijn is door het college in december 2021 vastgesteld omdat hiermee recht gedaan wordt aan de feitelijke kostenverhouding binnen het Sociaal Domein. Bij de Programmabegroting 2023 zullen deze percentages worden geactualiseerd op basis van de indexcijfers vanuit de meicirculaire 2022.
9
(bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
2026
Technische richtlijnen 2023-2026 (rekenbegroting)
-40
-159
210
-158
Financiële gevolgen reeds genomen besluiten Na de vaststelling van de 3e Bestuursrapportage 2021 zijn er nog diverse besluiten genomen met financiële doorwerking in de komende jaren. Kadernota 2023 VRU In de raadsvergadering van 27 januari 2022 is de Kadernota 2023 Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en de zienswijze daarop aan de orde geweest. Ten opzichte van de begroting 2022 is er in 2023 sprake van een stijging van gemeentelijke bijdragen met 3,3%. Deze stijging is het gevolg van de reguliere loon- en prijsstijging die gelijk is aan de ontwikkeling van het gemeentefonds. De stijging van de vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) is eveneens het gevolg van de loon- en prijsaanpassing. In de Kadernota 2023 van de VRU zijn geen extra bijdragen voor nieuw beleid en ook geen incidentele kosten voor organisatieontwikkeling opgenomen. Op basis van de ontwerpbegroting 2023 VRU stijgt de gemeentelijke bijdrage met € 111.200. (bedragen x € 1.000,-)
2023
Kadernota 2023 VRU
111
2024
2025
2026
OPOR voorziening groot onderhoud In de raadsvergadering van 25 november 2021 is besloten tot vaststelling van het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte Veenendaal 2022-2025, met als speerpunten bewegen/ontmoeten/sporten/spelen, klimaatadaptatie, circulair beheer, energieneutraal Veenendaal, participatie en toekomstbestendige data. Onderdeel van het genomen raadsbesluit was om met ingang van 2026 een voorziening in te stellen voor het groot onderhoud wegen en de benodigde jaarlijkse dotatie van afgerond € 1.370.000 te betrekken bij de Kadernota 2023- 2026. Dit bedrag wordt nu verwerkt. (bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
OPOR: voorziening groot onderhoud
2026 -1.370
Parkeerexploitatie 2022-2025 In de raadsvergadering van 27 januari 2022 is een voorstel aangenomen over de parkeerexploitatie in de periode 2022-2025. Uitgewerkt is dat de exploitatie in de komende jaren zich positief zal ontwikkelen. Dit is vooral te danken aan een hogere opbrengst parkeergelden uit de garages, vanwege boven trendmatige aanpassing van de tarieven en een hogere afname van bewonersabonnementen (woningen Brouwerspoort). Ook de opbrengsten van het straatparkeren nemen toe. In het voorstel is aangegeven dat hierdoor de exploitatietekorten afnemen. (bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
Positieve ontwikkeling parkeerexploitatie
203
176
189
2026
Gemeentefonds Ontwikkeling Gemeentefonds Het Rijk is al enige jaren bezig met de voorbereidingen voor de herijking (herverdeling) van het gemeentefonds. Deze herverdeling moet zijn beslag krijgen met ingang van 2023. De herverdeling is nodig omdat het huidige model verouderd is en op onderdelen (waaronder het sociaal domein) niet meer voldoet aan de huidige ontwikkelingen en bestaande kostenpatronen. De minister van Binnenlandse Zaken heeft het voorstel over de herverdeling in juli 2021 voor 10
advies naar de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de VNG gestuurd. In oktober 2021 heeft het ROB in haar advies aangegeven dat het nieuwe verdeelmodel weliswaar een verbetering inhoudt, maar onvoldoende rekening houdt met de problematiek waar gemeenten mee geconfronteerd worden. Het model vertoont patronen die niet uitlegbaar zijn, bevat keuzes die meer bestuurlijke verantwoording behoeven en er moet beter rekening gehouden worden met de draagkracht van de gemeenten. In een reactie op dit advies en op basis van nadere informatie vanuit het ministerie heeft de VNG in haar ledenvergadering van 13 januari jl. een resolutie aangenomen waarin zij de minister oproept het nieuwe verdeelmodel pas in te voeren als het model is aangepast in lijn met de aanbevelingen c.q. randvoorwaarden vanuit het ROB-advies en wanneer het gemeentefonds verhoogd is naar een acceptabel niveau. Ondanks de negatieve adviezen van de VNG en ROB heeft de minister van Binnenlandse Zaken toch besloten dat het herziene verdeelmodel van het gemeentefonds al per 1 januari 2023 wordt ingevoerd. Daarbij heeft de minister toegelicht dat geen enkele gemeenten in de periode 2023-2025 er financieel op achteruit gaat.
Daarbij merken wij op dat het verdeelsysteem wel tot financiële nadelen kan leiden, maar dat deze worden gecompenseerd door extra storting in het gemeentefonds in die periode op basis van het regeerakkoord. Zoals bekend presenteerden VVD, D66, CDA en ChristenUnie op 15 december jl. het landelijke coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’. De uitwerking hiervan is van groot belang met het oog op de begrotingsvoorbereiding en de coalitiebesprekingen van het nieuwe college om zicht te krijgen op de financiële gevolgen van het landelijk coalitieakkoord voor onze gemeente. Daarom is eind maart door de Minister van Binnenlandse Zaken, vooruitlopend op de meicirculaire 2022, een eerste doorkijkje gegeven van de financiële gevolgen voor de gemeenten. Verloop van de algemene uitkering Gemeentefonds Het kabinet Rutte IV heeft er voor gekozen om de komende kabinetsperiode extra middelen uit te trekken voor gemeenten en provincies om de grote maatschappelijke uitdagingen te realiseren. Provincies en gemeenten leveren hierin een grote bijdrage.
In het regeerakkoord is daarom rekening gehouden met de volgende zaken: • Een toename van het gemeentefonds tijdens de regeerperiode 2022-2025 door onder meer voorgenomen beleidsintensiveringen, het schrappen van de oploop van de huidige opschalingskorting en het beschikbaar stellen van additionele financiering voor de jeugdzorg; • Het in het leven roepen van nieuwe c.q. ophogen van bestaande fondsen, waarop gemeenten een beroep kunnen doen, zoals het Klimaat- en Transitiefonds (€ 35 mld), het Stikstoffonds (€ 25 mld), de Woningbouwimpuls en het Volkshuisvestingsfonds (€ 750 mln. voor de periode 2023-2025); het Mobiliteitsfonds ( € 7,5 mld.) en het Nationaal Groeifonds (€ 3 mld.). Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat het Rijk ervoor gekozen heeft om de extra middelen toe te kennen voor de periode 2022 – 2025. Voor 2026 en de daaropvolgende jaren wordt het accres aanzienlijk verlaagd en is ook de oploop van de opschalingskorting weer volledig van kracht. Hierdoor hebben de extra middelen vanuit het regeerakkoord op dit moment een incidenteel karakter. Naar verwachting zal in de meicirculaire 2022 duidelijk worden wat de exacte gevolgen van het regeerakkoord voor de gemeente Veenendaal voor de periode 2022 – 2025 zijn. Gevolgen maartbrief 2022 Gemeentefonds In de raadsinformatiebrief (2022/1913341) van 25 april jl.
is informatie gegeven over ontwikkelingen met betrekking tot het gemeentefonds gebaseerd op de maartbrief van het Rijk. Deze brief geeft een eerste beeld van de gevolgen voor individuele gemeenten van de belangrijkste maatregelen uit het landelijke coalitieakkoord van het kabinet Rutte-IV die betrekking hebben op het gemeentefonds. Ook wordt in de brief een indicatie gegeven van het bedrag wat de gemeente in 2022 ontvangt voor de eenmalige energietoeslag ten
11
behoeve van huishoudens met een laag inkomen. Tenslotte wordt in de brief aangekondigd dat de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 wordt ingevoerd. • De ingroeiperiode wordt ingekort naar 3 jaar; • De herverdeeleffecten in het eerste jaar worden beperkt tot € 7,50 per inwoner. Na 3 jaar is het maximale herverdeeleffect € 37,50 per inwoner; • Jaarlijks zullen de fondsbeheerders monitoren of de nieuwe verdeling de kosten in het sociaal domein goed blijft volgen; • Voor een beperkte groep gemeenten met beperkte financiële draagkracht en een lage sociaal-economische status komt er een aangepast ingroeipad; • In 2025 wordt de invoering van het nieuwe model geëvalueerd. Met het coalitieakkoord lijkt in de komende jaren weliswaar een ruime hoeveelheid extra middelen beschikbaar te komen, maar over de financiële positie van gemeenten na 2026 blijven grote zorgen bestaan. Veel van de extra middelen zullen vanaf dat jaar weer wegvallen door het stopzetten van de normeringssystematiek en de terugkeer van de opschalingskorting. De VNG wil dat er zo snel mogelijkheid duidelijkheid van de overheid over de financiële zekerheid na 2026.
Hoewel het in de brief slechts om indicatieve bedragen gaat (in de meicirculaire zullen naar verwachting de definitieve bedragen worden gegeven) worden de nu genoemde bedragen wel in deze Kaderbrief opgenomen, om een zo compleet mogelijk perspectief te schetsen voor de komende jaren. In de Programmabegroting 2023-2026 worden de gegevens dan verder uitgewerkt. Schrappen opschalingskorting Uitgegaan is van een bedrag per inwoner van € 22 in 2023, € 29 in 2024 en € 36 in 2025. Het aantal inwoners is 66.900 (o.b.v. betaalspecificatie uitkering gemeentefonds mrt. 2022). Stijging accres Uitgegaan is van een bedrag per inwoner van € 45 in 2023, € 83 in 2024, € 94 in 2025 en € 36 in 2026. Het aantal inwoners is 66.900 (o.b.v. betaalspecificatie uitkering gemeentefonds mrt. 2022). Onderuitputting Aannemelijk is dat er de komende jaren opnieuw sprake is van een onderuitputting van de rijksbegroting. Voor de berekening zijn de volgende percentages gehanteerd: 20% in 2023, 15% in 2024 en 25% vanaf 2025. De percentages zijn gebaseerd op het landelijke rekenmodel. Inflatie 2% aan lastenkant Voor de berekening van de verwachte inflatie over het extra accres is een indexcijfer van 2% gehanteerd. Aanvullend 25% jeugdzorg In de huidige meerjarenbegroting is rekening gehouden met 75% van de toegezegde bedragen vanuit de Hervormingsagenda. De resterende 25% is hier opgenomen.
Extra besparing jeugdzorg Het betreft extra beleidsmaatregelen (normeren behandelduur of eigen bijdrage). Momenteel is door het kabinet het voornemen uitgesproken om het hiermee gemoeide bedrag van € 500 miljoen te schrappen. Wat de gevolgen hiervoor zijn voor de gemeenten is op dit moment niet duidelijk. WMO abonnementstarief Het gemeentefonds wordt gekort in verband met het invoeren van een verplichte eigen bijdrage. Overige kortingen Er vindt een uitname plaats m.b.t. de financiering voor de lokale omroepen.
12
(bedragen x € 1.000,-)
2023
2024
2025
1. Schrappen opschalingskorting
1.472
1.940
2.408
0
2. Stijging accres
3.011
5.553
6.289
3.011
3. Onderuitputting
-587
-814
-875
-875
4. Inflatie 2% aan lastenkant
-59
-109
-124
-41
5. Aanvullend 25% jeugdzorg
1.668
1.566
1.444
995
6. Extra besparing jeugdzorg
0
-459
-2.295
-2.295
7. WMO abonnementstarief
35
35
-280
-280
8. Overige kortingen
-39
-39
-144
-144
Saldo effecten maartbrief 2022
5.501
7.673
6.422
370
2026
Verloop algemene reserve Op basis van de hoogte van de risico’s moet de Algemene Reserve een bepaald minimumniveau hebben. Dit minimumniveau bedraagt ongeveer € 12,4 miljoen. Onderstaand overzicht toont aan dat deze limiet de komende jaren niet in gevaar komt. Een marge is noodzakelijk om in geval van tegenvallers direct de nodige maatregelen te kunnen nemen. De raad heeft bepaald dat we voor Veenendaal een bodembedrag van € 16,5 miljoen aanhouden. Ook deze limiet komt de komende jaren niet in gevaar. Het overzicht is bijgewerkt tot en met de 3e bestuursrapportage van 2021. Met de voorgestelde bestemmingen bij de jaarrekening 2021 en projectenboek 2022 is reeds rekening gehouden. (bedragen x € 1.000,-) Stand
Werkelijk 2021
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
20.082
25.592
26.133
24.584
Raming 2025 23.179
Investeringen Het meerjareninvesteringsprogramma (MIP) omvat normaliter een periode van vier jaren. Gebruikelijk wordt bij het opstellen van de Kadernota ook de laatste jaarschijf van het MIP betrokken (in dit geval het jaar 2026). Naast vervangingsinvesteringen betreft het dan ook nieuwe investeringen. Omdat de Kaderbrief vanwege het aantreden van de nieuwe raad beleidsarm is, zal de jaarschijf 2026 eerst in de Programmabegroting 2023-2026 verder worden uitgewerkt. Het huidige MIP bevat in de jaren 2023-2025 de volgende investeringen: (bedragen x € 1.000.000,-)
2023
2024
2025
2026
Geplande investeringen o.b.v het bestaande MIP
34,7
13,3
21,2
-
De investeringen voor de komende 4 jaar (inclusief het jaar 2026) zullen integraal worden opgepakt en steeds worden afgezet tegen het langlopend financieel perspectief van de gemeente. Daarbij dient steeds de afweging te worden gemaakt dat er ook in de toekomst mogelijkheden blijven bestaan voor noodzakelijke investeringen.
13
Samenvattend financieel overzicht Financieel perspectief Kaderbrief 2023-2026 bedragen x € 1.000,-
2023
2024
2025
Saldi 2e bestuursrapportage 2021 en Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025
28
-496
-1.409 -1.409
Saldi septembercirculaire 2021
2.482 2.466
2.898
Saldi verwerking loon- en prijsstijgingen
-667
-862
-1.198 -1.198
Saldi 3e bestuursrapportage 2021
-12
-67
-67
Saldi decembercirculaire 2021
-
-
-
-
1.831 1.041
224
224
Verrekening begrotingssaldi 2022-2025 met de algemene reserve (raad 4/11/21)
-28
496
1.409
Amendementen PB 22-25 (raad 4/11/21)
121
121
121
121
Saldo baten en lasten start Kaderbrief 2023-2026
1.924 1.658
1.754
345
Saldi 1e bestuursrapportage 2022
-614
-607
-607
-607
Technische richtlijnen 2023-2026 (rekenbegroting)
-40
-159
210
-158
176
189
Saldo meerjarenperspectief per 12 april 2022
2026 2.898 -67
Besluitvorming na de 3e bestuursrapportage 2021 Parkeerexploitatie 2022-2025 (raad januari 2022)
203
Geraamde onttrekkingen uit de algemene reserve corrigeren (advies provincie) Kadernota 2023 VRU (college 7/12/21)
-1.553 -1.409 111
OPOR: voorziening groot onderhoud (raad 25/11/21)
-1.370
Voorlopig saldo meerjarenperspectief Kaderbrief 2023-2026
1.584
-485
137
-1.790
1. Schrappen opschalingskorting
1.472 1.940
2.408
0
2. Stijging accres
3.011 5.553
6.289
3.011
3. Onderuitputting
-587
-814
-875
-875
4. Inflatie 2% aan lastenkant
-59
-109
-124
-41
5. Aanvullend 25% jeugdzorg
1.668 1.566
1.444
995
Verwerking effecten maartbrief 2022
6. Extra besparing jeugdzorg
0
-459
-2.295 -2.295
7. WMO abonnementstarief
35
35
-280
-280
8. Overige kortingen
-39
-39
-144
-144
Saldo effecten maartbrief 2022
5.501 7.673
6.422
370
Saldo Kaderbrief 2023-2026
7.085 7.188
6.560 -1.420
Onzekerheid bij de Rijksuitkeringen De maartbrief inzake de Algemene Uitkering schetst voor de jaren 2022-2025 een positief financieel perspectief voor de gemeenten. In het landelijke coalitieakkoord van december 2021 was al aangekondigd dat de financiële ruimte voor de gemeenten zou toenemen door een hoger accres en het tijdelijk schrappen van de opschalingskorting. Bedacht dient te worden dat de berekeningen uit de maartbrief dateren van begin januari 2022. Inmiddels is duidelijk geworden dat het Rijk met enorme financiële tegenvallers te kampen heeft. Er wordt al over gesproken dat er ongeveer € 15 - € 20 miljard gevonden moet worden op de rijksbegroting. Oorzaken zijn onder andere de gevolgen van de oorlog in Oekraïne (koopkrachtreparatie, gestegen energieprijzen en hogere defensie-uitgaven); compensatie van de vermogensrendementsheffing als gevolg van de uitspraak Hoge Raad; stijging netto bijdrage aan de EU (hogere bijdrage EU-Klimaatfonds en minder inkomsten uit het Europese Coronaherstelfonds). Het kabinet buigt zich over de vraag waar de rekening gelegd moet worden om dit financiële probleem op te lossen. Er dient terdege rekening mee gehouden te worden dat een deel van dit probleem bij de gemeenten zal worden neergelegd. Wellicht geeft de meicirculaire hierover meer duidelijkheid.
Bij de beoordeling en inzet van het in deze Kaderbrief geschetste financieel perspectief, is het dus zeer raadzaam met deze ontwikkelingen rekening te houden, te meer omdat het 14
perspectief vanaf 2026 al behoorlijk neerwaarts moet worden bijgesteld. Hierbij verwijzen wij u nogmaals naar de beschrijving in het overdrachtsdocument 'Verkenningen ten behoeve van de bestuursperiode 2022-2026' .
15
Overige ontwikkelingen Algemeen Zoals opgemerkt is de Kaderbrief een beleidsarm document en zijn er geen nieuwe beleidsontwikkelingen opgenomen. Immers, het beleid voor de komende raadsperiode wordt gebaseerd op het nieuwe raadsakkoord, wat nog niet is uitgewerkt. Bij de Programmabegroting 2023-2026 worden wel voorstellen uitgewerkt en meegenomen, welke gebaseerd zijn op het raadsakkoord. In deze kaderbrief worden slechts enige algemene ontwikkelingen geschetst waarmee we in de huidige raadsperiode worden geconfronteerd. In de komende Programmabegroting 20232026 zullen deze ontwikkelingen verder worden uitgewerkt in concrete voorstellen. Invoering van de Omgevingswet. Recent heeft minister de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening besloten om de invoering van de Omgevingswet te verplaatsen naar 1 januari 2023. Voornaamste reden voor dit uitstel is dat het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) nog niet goed functioneert en nog onvoldoende getest is door alle betrokken bevoegde gezagen, waaronder de gemeenten. Dit uitstel betekent voor de gemeente Veenendaal dat we meer tijd krijgen in de voorbereiding, waardoor de kwaliteit van alle voorbereidende werkzaamheden beter zal zijn. De gemeente krijgt daarmee ook meer tijd om het DSO te testen en fouten te minimaliseren.
De betrokken collega’s krijgen tijdens hun opleidingstraject voor de Omgevingswet meer tijd om te oefenen met de nieuwe werkwijze. Omdat de invoering nu plaats gaat vinden op een heel kalenderjaar (in plaats van 1 juli 2022), maakt dit de financiële overgang eenvoudiger: contracten met partners zoals ODRU hoeven nu niet halverwege het jaar te worden omgezet. De gemeente Veenendaal is goed voorbereid op de komst van de Omgevingswet, wat niet betekent dat de overgang vlekkeloos zal verlopen. Het is een geheel nieuwe manier van (samen)werken die zich de komende jaren nog verder zal ontwikkelen.
16
Risico's Algemeen In de Planning- en Controldocumenten (Programmabegroting, Jaarstukken en de Bestuursrapportages) wordt steeds een top-10 van de belangrijkste risico’s opgenomen. Wanneer een risico zich voordoet, kan dat behoorlijke financiële gevolgen hebben voor de gemeente. Ook in deze Kaderbrief worden de belangrijkste risico’s globaal genoemd.
Ruimte Omgevingswet. De invoering van de Omgevingswet is een complex en intensief traject. Daarbij worden diverse risico’s onderkend zoals: mogelijke leges derving, veranderende samenwerking met derden, onzekerheid over de te verwachten kosten, software aanpassingen, nieuwe juridische procedures en uitstel van de wet. Beheersmaatregel Er is een projectgroep die verantwoordelijk is voor het treffen van maatregelen om de invoering van de Omgevingswet soepel te laten verlopen. DEVO De verbetering van het exploitatieresultaat van DEVO (Duurzame Energie Veenendaal-Oost) blijft achter als gevolg van prijsontwikkelingen op de energiemarkt. Beheersmaatregel Monitoring van de ontwikkeling van het exploitatieresultaat van DEVO en tijdige bijstelling van het businessmodel door DEVO. Groenpoort Bij de ontwikkeling van Groenpoort loopt de gemeente het risico dat als gevolg van gewijzigde economische omstandigheden de ontwikkeling van de wijk vertraging oploopt. In de grondexploitatie kunnen hierdoor renteverliezen ontstaan waar in de grondexploitatie geen rekening mee is gehouden. Daarnaast kan de stijging van de rente ook voor tegenvallers zorgen. Ook de ontwikkeling van de prijzen voor bouwmaterialen en arbeid en de beschikbaarheid daarvan zijn een voortdurende bron van onzekerheid. Dit geldt ook voor de warmtevoorziening. Beheersmaatregel Er is een projectgroep Groenpoort.
Deze projectgroep volgt de ontwikkelingen op de voet en treft waar nodig en mogelijk voor de risico’s beheersmaatregelen.
Sociaal Domein Jeugdzorg De Jeugdzorg is een ‘open-eind’ regeling die kan leiden tot extra kosten. Risico is ook dat de extra korting door het rijk op jeugdzorg nog niet definitief van tafel is. Beheersmaatregel Meer prikkels opnemen bij de aanbesteding om aanbieders te laten innoveren en transformeren. De regiefunctie versterken om meer grip te krijgen op de kostenontwikkeling. Het naleven van de gemaakte afspraken via de werkgroep Jeugd en WMO. BUIG De uitkeringslasten stijgen en/of de BUIG-uitkering van het rijk neemt af. Beheersmaatregel Het inzetten van instrumenten om het aantal klanten van bijstandsuitkeringen niet te laten toenemen zoals re-integratie en poortwachtersinstrumenten. WMO Schoonmaakondersteuning Dit is een open-eind regeling, waarbij de ontwikkeling van de kosten afhankelijk is van de
17
vraag. Beheersmaatregel Het abonnementstarief gaat op de schop. Er komt een eerlijkere bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo, met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid voor lage- en middeninkomens.
Bedrijfsvoering Oorlog in Oekraïne Het is niet duidelijk welke gevolgen de oorlog heeft. De energieprijzen zijn fors gestegen, wat zijn weerslag heeft op de algemene prijsontwikkeling en waardoor de inflatie ook fors is toegenomen. Het Rijk neemt maatregelen om mensen met een laag inkomen te ondersteunen. In hoeverre dit consequenties heeft voor bijv. de uitkering uit het gemeentefonds is niet duidelijk. Beheersmaatregel Nauwkeurig monitoren van de ontwikkelingen, verder inzetten op energiebesparing in de bedrijfsvoering en verduurzaming waar mogelijk naar voren halen. Gebruik maken van het rijksbeleid om sociaal zwakkeren financieel te ondersteunen bij het voldoen van de energierekening via de bijzondere bijstand. Bezuinigingen Rijk Bezuinigingen door het Rijk op de algemene uitkering. Als gevolg van het huidige regeerakkoord zijn er diverse risico's. Zo zijn er voor de jaren na 2025 forse bezuinigingsdoelstellingen aangegeven en ook is nog onvoldoende duidelijk wat de herverdeling van het gemeentefonds voor consequenties heeft. Beheersmaatregel Zorgvuldig monitoren van de maatregelen van het rijk en zo nodig gemeentelijke uitgaven afstemmen bij tegenvallers in de uitkering. AVG Het niet naleven van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) kan onbedoeld leiden tot het delen van privacygevoelige gegevens en eventuele boetes.
Beheersmaatregel Het nemen van technische maatregelen in de systemen en continue aandacht vragen bij de medewerkers zodat zij zich bewust zijn van de (mogelijke) risico’s. Gemeenschappelijke regelingen Financiële tegenvallers bij gemeenschappelijke regelingen. Beheersmaatregelen De verbonden partijen worden nauwlettend gevolgd en beoordeeld. Renteontwikkelingen Als gevolg van de gestegen inflatie en de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt stijgt de rente behoorlijk. Op basis van het meerjareninvesteringsplan (MIP) verwachten wij dat dit financiële consequenties heeft vooral voor de jaren 2024-2026. Beheermaatregelen We monitoren nauwkeurig de ontwikkelingen.
18
Bijlagen Bijlage 1: Meerjareninvesteringsprogramma (MIP) Bedrag in €
Jaar
Ontwikkeling
2023
Automatiseringsplan 2023
700.000
2023
Informatiseringsplan 2023
400.000
2023
Vervanging huisvesting 2023
10.000
2023
Verv. kantoor- en huishoudelijk apparatuur 2023
102.500
2023
Vervanging meubels en inventaris 2023
210.000
2023
Reconstructie Speelplaatsen 2023
300.000
2023
Groen in de openbare ruimte (IBP) 2023
2023
Reconstructies openbare ruimte (IBP) 2023
4.550.000
2023
Rioleringsplan 2023
3.225.000
2023
Vervangen Technische Installaties 2023
185.000
2023
Vervangen Technische Installaties Riolering 2023
120.000
2023
Vervanging materieel 2023
2023
Niwb. Brandweerkzarne/verpl. wijkservice 2023
2023
Beeld- en geluidsapparatuur 2023
45.000
2023
Beschoeiingen 2023
100.000
2023
IKC Dragonder-zuid onderwijs 2023
2023
Huisvestingsplan Onderwijs 2023 2023
2023
Losse inventaris zwembad(SSV) 2023
33.000
2023
Renovatie atletiekbaan (ondergrond)(SSV) 2023
350.000
2023
Renovatie.atletiekbn sporttechn.toplaag(SSV) 2023
465.000
2023
Renovatie kunstgras hockeyveld(SSV) 2023
309.936
2023
Renovatie kunstgras tennisbanen(SSV) 2023
42.912
2023
Renovatie sportterreinen(SSV) 2023
98.000
2023
Schrobzuigmachine Sporthal Oost(SSV) 2023
17.000
2023
Schrobzuigmachine Sportzaal Aller Erf(SSV) 2023
12.000
2023
Verv. info systeem Sporthal De Vallei(SSV) 2023
4.000
2023
Verv.inv./ toestellen sportaccommodaties(SSV) 2023
49.500
2023
Vervanging materieel buitensport(SSV) 2023
242.500
2023
Verv. mob. geluidsinstallaties zwembad(SSV) 2023
15.000
2023
Vervanging schrobzuigmachines zwembad(SSV) 2023
21.000
2023
Verv. vergadermeubilair Sporthal West(SSV) 2023
12.000
2023
Gebiedsvisie omgeving Duivenweide MIP 22-25
470.000
2023
Aanschaf securitymiddelen ICT (BIO) 2023
85.000
2023
Vastgoed (verduurzaming) 2023
172.000
2023
KN22-25; Heemskerkstraat
950.000
2023
Vastgoed (installaties) 2023
124.705
2023
Ontw. datalab voor datagericht werken 2023
200.000
2023
Inrichting Archivering en Info beheer 2023
75.000
2023
Werkplekken 2023
2023
KN22-25; Herstructurering Franse Gat conform gebiedsvisie
502.500
36.000 6.146.000
11.815.827 100.000
18.750
Totaal 2023
2.400.000 34.715.130
2024
Automatiseringsplan 2024
530.000
2024
AVM en camerasysteem raadzaal vervangen 2024
190.000
2024
AVM vergadercentrum en centrale hal 2024
125.000
2024
Informatiseringsplan 2024 2024
400.000
2024
Materialen bedriijfsrestaurant 2024
15.000
2024
Room- en deskbooking 2024
36.000
2024
Vervanging bedrijfsauto facilitair mdw. 2024
20.000
2024
Speelvoorzieningen (IBP/OPOR) 2024
146.000
2024
Losse inventaris zwembad 2024
33.000
2024
Rolluiken bergingen zwembad 2024
5.000
2024
Vervanging /aanschaf materieel buitensport 2024
46.970
2024
Zwembad - bodemzuiger groot en klein 2024
12.500
2024
Huisvesting HVW 2024
30.000
2024
Meubilair bedrijfsrestaurant 2024
50.000
19
2024
Huisvestingsplan Onderwijs 2024 2024
100.000
2024
Groen in de openbare ruimte (IBP/OPOR) 2024
565.000
2024
Techn.instal. openbare ruimte (IBP/OPOR) 2024
120.000
2024
Vervangen beschoeiingen 2024
100.000
2024
Beplating sportaccommodaties 2024
9.900
2024
Beregening - vervangen pompen sportacc. 2024
16.500
2024
Renovatie natuurgrasvelden sportaccommodaties 2024
77.000
2024
Verv. inv./ toestellen sportaccommodaties 2024
53.500
2024
Vervanging hekwerken sportaccommodaties 2024
44.000
2024
Reconsructies openbare ruimte (IBP/OPOR) 2024
4.427.000
2024
Rioleringsplan 2024
2.900.000
2024
Vervanging straatwerk sportaccommodaties 2024
2024
Aanschaf securitymiddelen ICT (BIO) 2024
85.000
2024
Vastgoed (verduurzaming) 2024
593.000
2024
Vastgoed (installaties) 2024
489.979
2024
Ontw. datalab voor datagericht werken 2024
200.000
2024
Werkplekken 2024
18.750
2024
Vervanging materieel 2024
79.500
2024
KN22-25; Investering materieel begraafplaats
2024
KN22-25; WC Beeremansstraat e.o.
69.300
43.000 1.700.000
Totaal 2024
13.330.899
2025
Aanschaf securitymiddelen ICT (BIO) 2025
85.000
2025
Vervangen beschoeiingen 2025
100.000
2025
Vastgoed (verduurzaming) 2025
178.000
2025
Vervanging materieel 2025
250.600
2025
Speelvoorzieningen (IBP/OPOR) 2025
455.000
2025
Vervangen Technische Installaties 2025
2025
Reconstructies openbare ruimte (IBP/OPOR) 2025
4.500.000
2025
Rioleringsplan 2025
3.400.000
2025
Renovatie sportterreinen(SSV) 2025
274.065
2025
Automatiseringsplan 2025
330.000
2025
Informatiseringsplan 2025
400.000
2025
Vervanging /aanschaf materieel buitensport 2025
51.425
2025
Hekwerken MIP 2025
66.550
2025
Beplanting MIP 2025
18.150
2025
Beregening MIP 2025
54.450
2025
Vastgoed (installaties) MIP 2025
442.987
2025
Huisvestingsplan onderwijs 2025
2025
Joh. Calvijnschool 2025
8.755.387
2025
AVM Raadzaal MIP 2025
50.000
2025
AVM projectruimten MIP 2025
20.000
2025
Inrichting huisvesting MIP 2025
180.000
2025
Bedrijfsfietsen MIP 2025
30.000
2025
Bedrijfsrestaurant MIP 2025
22.000
2025
Werkplekken 2025
18.750
2025
Groen in de openbare ruimte (IBP/OPOR) 2025
563.000
2025
KN22-25; Investering materieel begraafplaats
17.500
2025
KN22-25; Verharding zwembad
242.000
2025
KN22-25; Scanners Post
20.000
2025
KN22-25; Ontwikkelingen datalab voor datagericht werken
200.000
360.000
100.000
Totaal 2025
21.184.864
Totaal generaal
69.230.893
20