CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Delegatiebesluit Omgevingsplan Veenendaal - Raadsbesluit

Gemeenteraad 16 november 2023, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Delegatiebesluit Omgevingsplan2.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSBESLUIT TOT VASTSTELLING DELEGATIEBESLUIT OMGEVINGSPLAN GEMEENTE VEENENDAAL De raad van de gemeente Veenendaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september, nummer 2120271

Overwegende dat Het gewenst is dat het college van burgemeester en wethouders bij de uitvoering van de Omgevingswet bevoegd is in een beperkt aantal gevallen delen van het omgevingsplan te wijzigen en vast te stellen.

Gelet op Artikel 2.8 en artikel 4.15 lid 5 van de Omgevingswet

Besluit Vast te stellen het Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Veenendaal.

Artikel 1 Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan De raad delegeert de bevoegdheid tot het wijzigen van delen van het omgevingsplan in de volgende gevallen aan het college van burgemeester en wethouders. Bestaande bevoegdheden van het college die met dit besluit worden voortgezet: 1. het wijzigen van het plan in verband met het vertalen van wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan conform de daarin opgenomen wijzigings- en uitwerkingsregels; 2. het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden en het verwerken hiervan door het werkingsgebied te wijzigen; 3. het wijzigen van het inkomen als bedoeld in de artikelen binnen de paragraaf getiteld ‘Instandhoudingsverplichting woningbouwcategorieën’; 4. het toevoegen en wijzigen van werkingsgebieden waarin het verbod om te crossen niet geldt en het stellen van bijbehorende regels met als doel om: a. overlast te voorkomen of beperken; b. het uiterlijk aanzien van de omgeving en milieuwaarden te beschermen; en c. de veiligheid van de deelnemers aan wedstrijden en ritten of van het publiek te waarborgen. 5.

het toevoegen en wijzigen van werkingsgebieden waarin het verbod om te rijden, zich te bevinden of het parkeren van een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, een fiets of een paard in binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen, groenstroken, grasperken of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen niet geldt en het stellen van bijbehorende regels met als doel om: a. overlast te voorkomen; b. natuur- en milieuwaarden te beschermen; en c. de veiligheid van het publiek te waarborgen. 6. het wijzigen van het werkingsgebied getiteld ‘Hondenlosloopgebieden’; 7. het wijzigen van het werkingsgebied getiteld ‘Hondenverbod’;

8. het wijzigen van het werkingsgebied getiteld ‘Fietsparkeerverbodzone’; 9. het wijzigen van het werkingsgebied getiteld ‘Onbeheerd achterlaten fietsen’; 10. het toevoegen en wijzigen van regels om met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen en het toevoegen en wijzigen van het werkingsgebied van deze regels, met als doel om: a. volksgezondheid te beschermen, b. veiligheid te waarborgen, c. milieuhygiëne toe te passen d. het aanzien van de gemeente 11. het wijzigen van het werkingsgebied ‘waardevolle bomen’; Overige (nieuwe) bevoegdheden: 12. het toevoegen of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben; 13. het wijzigen van het omgevingsplan in verband met het omzetten van raadsbeleid(sregels) naar omgevingsplanregels; 14. het doorvoeren van juridisch-technische en redactionele aanpassingen en correcties van omissies van het omgevingsplan; 15. het wijzigen, toevoegen of verwijderen van annotaties die geen juridische wijziging met zich meebrengen; 16. het opnemen van onherroepelijke omgevingsvergunningen in afwijking van het omgevingsplan in het omgevingsplan; 17. het wijzigen van het omgevingsplan aan gewijzigde wet- en regelgeving van het Rijk en/of provincie voor zover hier geen beleidsvrijheid is toegekend; 18.

het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal in het omgevingsplan worden opgenomen; 19. het nemen van een voorbereidingsbesluit door middel van het opnemen van voorbeschermingsregels in het omgevingsplan. Artikel 2 Overzicht genomen besluiten Het college overlegt aan de raad eenmaal per jaar een overzicht van de krachtens delegatie genomen besluiten middels een raadsinformatiebrief. Artikel 3 Vindplaats Het besluit dat is genomen op grond van deze regeling, vermeldt als grondslag onderhavig besluit. Artikel 4 Inwerkingtreding Te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag waarop de Omgevingswet inwerking treedt. Artikel 5 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als Delegatiebesluit Omgevingswet gemeente Veenendaal. Vastgesteld in de openbare vergadering van 16 november 2023

de heer P. van Vugt Griffier

de heer K.J.G. Kats voorzitter

TOELICHTING Artikel 1 Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan 1. Vertalen van wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen Onder de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) kennen we de instrumenten wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht. Wanneer deze instrumenten in een bestemmingsplan zijn opgenomen heeft het college de bevoegdheid om het bestemmingsplan te wijzigen. Het tijdelijke omgevingsplan is samengesteld uit onder andere alle geldende bestemmingsplannen. De wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten zoals opgenomen in bestemmingsplannen zijn daarmee onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan. Deze instrumenten keren echter niet terug in de Omgevingswet; het college kan daarom na inwerkingtreding van de Omgevingswet geen wijzigingsplan of uitwerkingsplan meer vaststellen. De raad is immers bevoegd om het omgevingsplan te wijzigen. Door het delegeren van deze bevoegdheden kan het college onder de in het bestemmingsplan opgenomen voorwaarden- ook na inwerkingtreding van de Omgevingsweteen wijzigingsplan of uitwerkingsplan verwerken in het omgevingsplan. 2. Het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden Gemeentelijke monumenten moeten volgens de Omgevingswet in het omgevingsplan opgenomen worden.

Het toedelen van de functie monument aan een locatie (voorheen: het aanwijzen van een gemeentelijk monument) is volgens de Erfgoedverordening een collegebevoegdheid. Aangezien de bevoegdheid tot het aanwijzen van monumenten reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan door het opnemen van een aangewezen monument. 3. Instandhoudingsverplichting woningbouwcategorieën In de Doelgroepenverordening sociale woningbouw en middenhuur Veenendaal ligt de bevoegdheid bij het college om te bepalen van wat het maximale inkomen van een huishouden mag zijn om binnen de doelgroep voor sociale koopwoningen en middenhuurwoningen te vallen. Aangezien deze bevoegdheid reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan. 4. Crossterreinen Vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal heeft het college de bevoegdheid om terreinen aan te wijzen waarbinnen het verbod om te crossen niet geldt en regels te stellen met het doel om: a. overlast te voorkomen of beperken; b. het uiterlijk aanzien van de omgeving en milieuwaarden te beschermen; en c. de veiligheid van de deelnemers aan wedstrijden of ritten of van het publiek te waarborgen.

Aangezien de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar geen verbod geldt om te crossen reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan om gebieden aan te wijzen. 5. Verkeer in natuurgebieden

Vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal heeft het college de bevoegdheid om terreinen aan te wijzen waar het verbod om te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, een fiets of een paard binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief beschikbare terreinen niet geldt. Aangezien deze bevoegdheid reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan. 6. Hondenlosloopgebieden Vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal heeft het college de bevoegdheid om de zogenaamde hondenlosloopgebieden aan te wijzen. Aangezien deze bevoegdheid reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan. 7. Hondenverbod Vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal heeft het college de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar het verboden is om zich met een hond te begeven. Aangezien deze bevoegdheid reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan. 8. Fietsparkeerverbod Vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal heeft het college de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar het verboden is een fiets te parkeren.

Aangezien deze bevoegdheid reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan. 9. Onbeheerd achterlaten fietsen Vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal heeft het college de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar het verboden is om een fiets, snorfiets of bromfiets langer dan vier weken onbeheerd in een fietsenstalling achter te laten. Aangezien deze bevoegdheid reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan. 10. Ligplaats vaartuigen Vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal heeft het college de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar verboden is om met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen. Aangezien deze bevoegdheid reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan. In de regels kan ook een beperking worden opgenomen naar soort en aantal vaartuigen. 11. Waardevolle bomen Vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal heeft het college de bevoegdheid om een bomenlijst vast te stellen waarop monumentale en andere beschermingswaardige bomen in de gemeente worden vermeld.

Deze bomenlijst is in het omgevingsplan vertaald naar geografische

objecten. De monumentale en andere beschermingswaardige bomen zijn weergegeven op een kaart en vormen een werkingsgebied. Aangezien de bevoegdheid voor het opstellen van een bomenlijst reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan. 12. Begripsbepalingen Zowel het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening als de waterschapsverordening worden via het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voor iedereen digitaal raadpleegbaar. In al deze plannen en verordeningen worden begripsbepalingen opgenomen. Hierbij dient een uniform begrippenapparaat gewaarborgd te worden. Dit kan ertoe leiden dat een begripsbepaling aangepast of toegevoegd wordt aan het omgevingsplan. Om een uniform begrippenapparaat te waarborgen is voor landelijk gebruik tevens een Stelselcatologus opgesteld. Indien hierin begripsbepalingen zijn opgenomen die de harmonisatie ten goede komen, kunnen deze ook overgenomen worden in het omgevingsplan. Daarnaast is het mogelijk dat er begripsbepalingen in het omgevingsplan worden toegevoegd of aangepast om de ‘leesbaarheid’ te verbeteren.

In voornoemde gevallen gaat het niet om het aanpassen of toevoegen van begripsbepalingen die nadelige effecten (kunnen) hebben op de fysieke leefomgeving dan wel nadelige/ beperkende effecten tot gevolg hebben voor inwoners en initiatiefnemers of inhoudelijk besproken moet worden. 13. Omzetten van raads(beleids)regels Deze bevoegdheid ziet op planwijzigingen die voortvloeien uit vastgesteld raadsbeleid. Het gaat dan vaak om beleidsdocumenten die kaderstellend van aard zijn zoals beleidsregels of daarmee naar aard en strekking te vergelijken documenten. Zodra de raad beleidsregels heeft vastgesteld die zien op de fysieke leefomgeving kan het college deze doorvertalen in het omgevingsplan. Daarmee wordt dubbele besluitvorming voorkomen. 14. Juridisch-technische wijzigingen, redactionele aanpassingen en correcties Hieronder worden wijzigingen verstaan die het omgevingsplan actueel houden. Dit zijn acties waarbij geen inhoudelijke keuzes worden gemaakt, maar die nodig zijn om de tekst beter leesbaar te kunnen maken of te verduidelijken. Het gaat niet om inhoudelijke of beleidsmatige aanpassingen, maar wijzigingen die nodig zijn om de plantekst up-to-date te houden dan wel beter leesbaar te maken. 15. Annotaties Annotaties zijn kenmerken gekoppeld aan een regel uit het omgevingsplan.

Met annotaties kan gericht worden gezocht in planregels, als een soort zoeksleutel die alleen de relevante regels en artikelen laat zien. Het annoteren maakt het zoeken naar regels makkelijker voor de burger. Het omgevingsplan zal regelmatig moeten worden aangepast met nieuwe annotaties om het zoeken makkelijker te maken. Delegeren van deze bevoegdheid versnelt het proces en daarmee ook de klantgerichtheid van het plan. 16. Vertalen van verleende omgevingsvergunningen De Omgevingswet bepaalt dat de verleende vergunningen, waarbij is afgeweken van het omgevingsplan binnen vijf jaar worden verwerkt in het omgevingsplan. Deze verplichting geldt voor activiteiten die blijvend (niet tijdelijk) in strijd zijn met het omgevingsplan. Het doel van deze regeling is dat het omgevingsplan een actueel, integraal en consistent geheel blijft. In de geest van de

Omgevingswet is het belangrijk om afwijkactiviteiten op vlotte en consistente wijze in te passen in het omgevingsplan. Dit zal waarschijnlijk één keer per jaar plaatsvinden. 17. Gewijzigde wet- en regelgeving van Rijk en provincie verwerken Wet– en regelgeving wijzigt regelmatig, net als normen uit beleidsstukken/-visies. Dit door andere inzichten, wijzigingen in normstellingen, meetmethoden, naamgeving, vervallen van wetgeving, etc. Dit kan ertoe leiden dat normen, meetmethoden, referenties en verwijzingen (naar wetgeving) die in het omgevingsplan zijn opgenomen aangepast moet worden. Het betreft hier onder andere gewijzigde wet- en regelgeving van hogerhand, waar we feitelijk niets over te zeggen hebben en waar geen beleidsvrijheid meer is toegekend. Als voorbeeld ten aanzien van gewijzigde beleidsstukken kan gedacht worden aan de wijziging van gebieden met archeologische waarden. Uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarde op een specifieke locatie niet overeenkomt met de situatie zoals deze is vastgesteld (er zijn geen archeologische resten gevonden dus de waarde is lager). Het archeologisch beleid wordt hierop dan aangepast. Dit zijn zaken die dan ook aangepast moeten worden in het omgevingsplan.

Om de procedure voor het aanpassen van het omgevingsplan in deze situaties sneller te laten verlopen ligt het delegeren van de vaststelling van het omgevingsplan op dit punt voor de hand. 18. Omzetten van verordeningen De raad stelt verordeningen vast. Alle verordenende regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving moeten worden opgenomen in het omgevingsplan. Het vertalen van de verordeningen naar het omgevingsplan gebeurt beleidsneutraal en is een actie waarbij geen inhoudelijke discussie of keuzes plaatsvinden. Het delegeren van deze bevoegdheid betekent dat het college de ‘omgevingsregels’ uit de verordeningen versneld kan verwerken in het omgevingsplan en dat de raadsagenda wordt ontzien. 19. Het nemen van een voorbereidingsbesluit Het doel van een voorbereidingsbesluit is het voorkomen van ongewenste ontwikkelingen die in strijd zijn met toekomstig beleid of een toekomstige ontwikkeling van (een deel) van de stad, die nog nader moet worden uitgewerkt. Delegatie van het nemen van een voorbereidingsbesluit biedt de mogelijkheid voor het college om direct een voorbereidingsbesluit te nemen wanneer een snelle reactie op ontwikkelingen in de praktijk nodig is. Het voorbereidingsbesluit wijzigt het omgevingsplan omdat de voorbeschermingsregel direct in het omgevingsplan worden opgenomen.

Met een voorbeschermingsregel kun je onder andere regels uit het omgevingsplan (tijdelijk) buiten werking stellen. Daarbij geldt wel het eerbiedigen van bestaand gebruik en bestaande bouwwerken. Het voorbereidingsbesluit vervalt in ieder geval na een jaar en zes maanden (1,5 jaar), of voor zover binnen die termijn het besluit over vaststelling van het omgevingsplan is bekendgemaakt, op het tijdstip waarop het omgevingsplan in werking treedt of is vernietigd.

Artikel 2 Overzicht genomen besluiten Het college stelt de raad eenmaal per jaar op de hoogte in hoeverre van de delegatiemogelijkheden gebruik is gemaakt. Aan de raad wordt een lijst voorgelegd met die onderdelen van het omgevingsplan waar het college een besluit heeft genomen tot vaststelling van het omgevingsplan. Op deze manier kan goed gemonitord worden hoe het gaat. Artikel 3 Vindplaats delegatiebesluit

Artikel 10:19 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een besluit dat op grond van een gedelegeerde bevoegdheid wordt genomen het delegatiebesluit en de vindplaats daarvan vermeldt. Na vaststelling van het delegatiebesluit wordt deze gepubliceerd in het Gemeenteblad en/of Staatscourant (officielebekendmakingen.nl). Het delegatiebesluit komt beschikbaar in de databank lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) en op de gemeentelijke website. Artikel 4 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen verdere toelichting. Artikel 5 Citeertitel Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13327280/1