1b. NIEUW Raadsvoorstel - excl. gemarkeerde wijzigingen
Tekst van het document
Raadsvoorstel Vaststellen verordening leerlingenvervoer Dossiernummer
3164
Programma
Ambtenaar
Anne van den Brink
Datum college
Team
Maatschappelijk Beleid (MB)
Datum Raad
3. Sociale leefomgeving
26-02-2026
Aan de leden van de raad,
Beslispunten 1. De Verordening Leerlingenvervoer Veenendaal 2026 vast te stellen; 2. Kennis te nemen van de concept Beleidsregels Leerlingenvervoer Veenendaal 2026
Waarom naar de raad? Vanwege de kaderstellende bevoegdheid van de raad wordt de Verordening Leerlingenvervoer Veenendaal 2026 ter vaststelling voorgelegd aan de raad.
Inleiding De gemeenteraad heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen waarvan ouders, onder bepaalde voorwaarden, aanspraak kunnen maken op de bekostiging van de vervoerskosten van en naar de reguliere basisschool, school voor speciaal basisonderwijs, het basis- en voorgezet speciaal onderwijs en het regulier voortgezet onderwijs. De huidige verordening is per 01-01-2024 geldend. In de praktijk blijkt echter dat de verordening niet in alle opzichten logisch is opgebouwd en dat bepaalde bepalingen niet consequent of eenduidig zijn uitgewerkt. Dit leidt regelmatig tot onduidelijkheid bij de beoordeling van aanvragen, en vraagt daardoor meer tijd in de besluitvorming. Daarnaast willen we ons blijven inzetten op zelfstandig reizen, wat vraagt om anders handelen. Het is belangrijk dat de verordening helder is en aansluit bij wat wij als gemeente belangrijk vinden. De verordening is de basis waar mee wordt gewerkt en waar we bij besluiten en bezwaren op terug kunnen vallen. Vooraf aan dit besluitvormingsmoment in de raad, is formeel advies gevraagd aan de Jongerenraad en Jeugdbelang. Zij zijn in ambtelijke gesprekken meegenomen in het proces. Daarnaast zijn de leden van het LEA (Lokale Educatieve Agenda) en het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) geïnformeerd en is hen de mogelijkheid geboden input te leveren.
Het advies van de Jongerenraad en Jeugdbelang heeft geleid tot één wijziging in de nieuwe verordening. Deze wordt toegelicht onder argument 1.3. De beleidsregels leerlingenvervoer zijn ook aangepast. De Beleidsregels zijn een nadere uitwerking van de verordening. Het is gewenst dat we in de beleidsregels meer kaders schetsen voor hoe om te gaan met verschillende situaties in de praktijk, om willekeur en discussie te voorkomen. Om die reden
Raadsvoorstel: Definitieve stukken CV Verordening en beleidsregels leerlingenvervoer Dossiernummer: 3164
zijn de beleidsregels aangepast en uitgebreid. Na vaststelling van de Verordening Leerlingenvervoer Veenendaal 2026 door de raad worden de definitieve Beleidsregels leerlingenvervoer Veenendaal 2026 ter vaststelling aan het college aangeboden. Wijziging naar aanleiding van raadscommissie 12 februari Voorafgaand aan de Raadscommissie van 12 februari 2026 is de Raad in de vorm van een Raadsinformatiebrief geïnformeerd over een ongewenste wijziging in het voorstel van de wijziging van de Verordening Leerlingenvervoer. Het betreft een wijziging in het recht op Leerlingenvervoer voor leerlingen die het Voortgezet Speciaal Onderwijs bezoeken. Tijdens deze raadscommissie heeft de Raad het college gevraagd om een aangepast voorstel voor te leggen waarover zij zullen vergaderen op 26 februari 2026. Het betreft een wijziging in artikel 9 ‘afwijzingsgronden’. De wijziging is met wijzingen bijhouden weergegeven in de verordening Leerlingenvervoer (bijlage 1), de toelichting op de verordening (bijlage 2), de Was-Wordt tabel (bijlage 3) en in dit Raadsvoorstel. Voor de toelichting geldt dat er ook een zin in artikel 18 is verwijderd, omdat de toevoeging bij de toelichting op artikel 9 met betrekking tot lid 3 al voldoende informatie geeft over het voortgezet en voortgezet speciaal onderwijs.
Samenvatting We kiezen ervoor om aan te sluiten bij de modelverordening Leerlingenvervoer van 23 april 2024 van de VNG. Deze verordening is beter navolgbaar en juridisch goed onderbouwd en geactualiseerd. Daarbij kent de modelverordening een andere opzet. Zo hanteert deze een overzichtelijke opbouw in artikelen voor de beoordeling en toekenning van het leerlingenvervoer. Hier sluiten we graag bij aan. Door de modelverordening over te nemen en op een aantal onderdelen te wijzigingen introduceren we daarmee een nieuwe verordening en geen wijzigingsverordening. De meeste wijzigingen in de verordening zijn technische wijzigingen. Dit betekent dat de leerling hier niet direct iets van zal merken. Een aantal wijzigingen zijn inhoudelijk van aard, de belangrijkste worden in dit raadsvoorstel toegelicht. Voor deze inhoudelijke wijzigingen geldt dat de impact beperkt is. We proberen altijd mee te denken en in uitzonderlijke gevallen kan er ten gunste van de ouders of leerling, gemotiveerd afgeweken worden van de verordening. In de Was-Wordt tabel in de bijlage zijn alle wijzigingen ten opzichte van de huidige verordening weergegeven.
De belangrijkste wijzigingen zijn: - Artikel 3: Bij de leeftijd van negen jaar wordt altijd een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om met het openbaar vervoer of fiets te reizen, tenzij zelfstandiger reizen nu en in de toekomst is uitgesloten (hiermee sluiten we aan bij modelverordening); - Artikel 8: Bij de keuze voor het verstrekken van een vervoersvoorziening wordt beoordeeld of vervoer, al dan niet met begeleiding mogelijk is, in de volgorde: fiets, openbaar vervoer, eigen vervoer, aangepast vervoer (hiermee sluiten we aan bij modelverordening); - Artikel 9: We sluiten aan bij de wettelijke afstandsgrens van 6 km voor de aanspraak op leerlingenvervoer (hiermee sluiten we aan bij de modelverordening); - Artikel 17: Het college kan, naast een vervoersvoorziening ook een vervoerstraining inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid van de leerling (hiermee sluiten we aan bij modelverordening); - Artikel 27: We voegen een artikel toe over hoe om te gaan met loosmelding. - Artikel 28: OOGO met de samenwerkingsverbanden
2 van 8
Raadsvoorstel: Definitieve stukken CV Verordening en beleidsregels leerlingenvervoer Dossiernummer: 3164
Beoogd resultaat Het leerlingenvervoer wordt op een passende en efficiënte manier ingezet. Hieraan ligt een verordening ten grondslag die voor de consulent en inwoner helder en navolgbaar is.
Proceshistorie en eerdere besluitvorming Het afgelopen jaar is gewerkt aan een verordening die aansluit bij de praktijk en juridisch goed onderbouwd is. Hiervoor hebben verschillende overleggen plaatsgevonden met consulenten, beleidsmedewerkers en juristen van de gemeente Veenendaal. Op 2 september 2025 heeft het college besloten de conceptversie van de Verordening Leerlingenvervoer Veenendaal 2026 inclusief de was-wordt tabel, voor advies voor te leggen aan de Jongerenraad en Jeugdbelang, en ter informatie voor te leggen aan het LEA (Lokale Educatieve Agenda), en het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) Op 4 september 2025 is aan de adviesraden Jeugdbelang en de Jongerenraad formeel advies gevraagd op de nieuwe Verordening Leerlingenvervoer Veenendaal 2026. Daaraan vooraf zijn zij informeel mondeling geïnformeerd over de voorgenomen inhoudelijke wijzigingen. Op 16 oktober 2025 ontvingen wij het formele advies van de adviesraden. De leden van het LEA overleg (Lokale Educatieve Agenda) en het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) zijn geïnformeerd en door de verordening leerlingenvervoer Veenendaal op de agenda van het overleg te zetten is hen de mogelijkheid geboden input te leveren. Zowel de leden van het LEA als van het OOGO hebben aangegeven geen op- of aanmerkingen te hebben op de voorgenomen wijzigingen.
Argumenten 1.1 Een verordening die in overeenstemming is met de geldende wettelijke kaders en juridisch op een eenduidige wijze is geformuleerd De modelverordening van de VNG (april 2024) is beter navolgbaar en juridisch goed onderbouwd en geactualiseerd op basis van recente jurisprudentie. Daarbij kent de modelverordening een andere opzet. Zo hanteert deze een overzichtelijke opbouw in artikelen voor de beoordeling en toekenning van het leerlingenvervoer. Hier sluiten we graag bij aan. 1.2 We sluiten aan bij de modelverordening van de VNG en wijken hiermee op een aantal onderdelen af van onze huidige verordening. Door aan te sluiten bij de modelverordening, wijzigen op basis van de indexatie ook de genoemde bedragen. Een uitleg hiervan staat in de was-wordt tabel. Daarnaast zijn er een aantal wijzigingen ten opzichte van de huidige verordening inhoudelijk van aard, waarvan de belangrijkste hieronder zijn weergegeven. ➢ Onderzoek naar zelfstandig reizen met het openbaar vervoer of fiets (artikel 3) Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt en wanneer gelet op het ontwikkelingsperspectief van de leerling zelfstandig reizen met het openbaar vervoer of fiets voor deze leerling nu of in de toekomst niet uitgesloten is, onderzoekt het college de mogelijkheden om de leerling met het openbaar vervoer of fiets te leren reizen en welke ondersteuning daarbij nodig is.
3 van 8
Raadsvoorstel: Definitieve stukken CV Verordening en beleidsregels leerlingenvervoer Dossiernummer: 3164
Hiertoe kan het college, in overleg met de ouders en desgewenst de leerling een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen. De doelgroep betreft kinderen die nog volop in ontwikkeling zijn. Wij willen leerlingen stimuleren zo zelfstandig mogelijk te reizen van en naar school (met begeleiding). ➢ Volgordelijkheid verstrekking vervoersvoorziening (artikel 8) Bij de keuze voor het verstrekken van een vervoersvoorziening wordt beoordeeld of vervoer, al dan niet met begeleiding mogelijk is, in de volgorde: fiets, openbaar vervoer, eigen vervoer, aangepast vervoer. We vinden het belangrijk om expliciet te benoemen welke voorzieningen binnen het leerlingenvervoer voorliggend zijn. ➢ Afstandsgrens van 6 km (artikel 9) We sluiten aan bij de wettelijke afstandsgrens van 6 km voor de aanspraak op leerlingenvervoer. Om aanspraak te kunnen maken op het leerlingenvervoer hanteren we een minimale afstand tussen de woning van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Wettelijk is deze afstandsgrens 6 km, zo is deze ook in de modelverordening opgenomen. In onze huidige verordening kozen wij ervoor om hier soepeler in te zijn en een andere afstandsgrens te hanteren voor het speciaal basisonderwijs (4 km), speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (4 km), en speciaal onderwijs cluster 3 en voortgezet speciaal onderwijs cluster 3 (2 km).
Bij de wijziging wordt er geen vervoersvoorziening toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan 6 km. Deze grens geldt niet voor gehandicapte leerlingen. Het stellen van één vaste grens voorkomt onduidelijkheid en zorgt voor gelijke behandeling van aanvragers. We achten het, in lijn met landelijke richtlijnen, redelijk om te veronderstellen dat leerlingen zonder handicap tot een afstand van 6 kilometer zelfstandig of onder begeleiding naar school kunnen reizen. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van hun zelfstandigheid. We hanteren een overgangsregeling voor aanvragers aan wie een vervoersvoorziening is toegekend voor het schooljaar 2025-2026. Voor hen blijft het artikel m.b.t. de afstandsgrens zoals dat luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de nieuwe verordening, van toepassing voor het schooljaar 2026-2027. Voor een kleine groep leerlingen vervalt het recht op leerlingen vervoer. Dit zijn: leerlingen waarbij geen sprake is van een handicap volgens de verordening, en: voor wie de afstand van huis tot het speciaal basis onderwijs/ speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs 4 of 5 km is; leerlingen voor wie de afstand van huis tot speciaal onderwijs cluster 3 en voortgezet speciaal onderwijs cluster 3, 2 km of meer en minder dan 6 km is.
Op dit moment is het nog niet mogelijk om te bepalen hoe groot deze groep is die het treft. Dit komt omdat we bij een deel van die groep zullen moeten onderzoeken in hoeverre er sprake is van een handicap en wat de gevolgen daarvan zijn. Door aan te sluiten bij de wettelijke afstandsgrens verwachten we bij te dragen aan de ontwikkeling van de zelfstandigheid van de leerling. Omdat het recht op leerlingenvervoer voor een aantal leerlingen vervalt is de verwachting dat de leerling zelfstandig met de fiets of het openbaar vervoer naar school zal gaan. Degene die vanwege een handicap niet zelfstandig kunnen reizen, behouden het recht. ➢ Inzet van een vervoerstraining (Artikel 17) Het college kan, naast een vervoersvoorziening, ook een vervoerstraining inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid van de leerling. Hierdoor zal de leerling na de training niet langer of in mindere mate zijn aangewezen op een vervoersvoorziening, of door de training gebruik leren maken van een alternatieve (goedkopere) vervoersvoorziening. We vinden het belangrijk om in te zetten op
4 van 8
Raadsvoorstel: Definitieve stukken CV Verordening en beleidsregels leerlingenvervoer Dossiernummer: 3164
zelfstandig reizen. Door het opnemen van een artikel over de vervoerstraining kunnen we deze ontwikkeling meer stimuleren. 1.3 Op een aantal punten kiezen we ervoor om af te wijken van de modelverordening ➢ Artikel 9 Afwijzingsgronden We vinden het belangrijk dat het mogelijk is een vervoersvoorziening toe te kennen aan leerlingen die naar het voortgezet speciaal onderwijs gaan en verder moeten reizen dan de afstandsgrens van 6 km. De modelverordening sluit een vervoersvoorziening naar alle vormen van het voortgezet onderwijs uit wanneer er geen sprake is van een gehandicapte leerling. De definitie van ''gehandicapte leerling'' volgens de verordening is: ''een leerling, die door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken.'' Wij kiezen ervoor om begunstigend beleid te voeren (en meer te doen dan de wet van ons vraagt) door wel een vervoersvoorziening toe te kennen voor de leerlingen die naar het VSO gaan en die geen gehandicapte leerling zijn volgens onze verordening. Wanneer de leerling geen gehandicapte leerling is volgens de verordening maar wel voldoet aan de afstandsgrens heeft deze recht op Leerlingenvervoer. Hiermee continueren we ons huidige beleid.
Redenen voor dit beleid zijn: o Geen aanbod speciaal onderwijs dichtbij huis Leerlingen die naar het regulier voortgezet onderwijs gaan kunnen doorgaans in Veenendaal terecht en hebben daarbij keuze uit verschillende scholen. Leerlingen die zijn aangewezen op Voortgezet Speciaal Onderwijs, moeten regelmatig noodgedwongen een stuk verder reizen (zoals naar Arnhem, Amersfoort of Utrecht), met alle kosten van dien. De grotere reisafstand is daarmee geen vrije keuze van ouders of leerling, maar een rechtstreeks gevolg van de regionale spreiding van het onderwijsaanbod. o Gelijke behandeling binnen verschillende onderwijsvormen We hanteren voor speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs, basisonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs dezelfde afstandsgrens naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school van 6 km. Dit kan bijdragen aan een gevoel van rechtvaardigheid en rechtsgelijkheid. Door ook voor VSO-leerlingen zonder handicap in de zin van de verordening een vervoersvoorziening mogelijk te maken bij overschrijding van deze afstand, wordt consistent beleid gevoerd binnen het domein van speciaal onderwijs. o We willen zelfstandig reizen stimuleren We vinden het als gemeente belangrijk om bij gehandicapte leerlingen actief in te zetten op het ontwikkelen van zelfstandige reisvaardigheden.
Voor leerlingen die het VSO bezoeken is dit een stap richting participatie in vervolgonderwijs, arbeid en de samenleving. Deze ontwikkeling wordt bevorderd wanneer leerlingen het perspectief hebben dat zij de OV-vergoeding ook bij zelfstandig reizen behouden. Wanneer ouders zich zorgen moeten maken over de financiële gevolgen van het zelfstandig reizen, kan dit hun motivatie en bereidheid om hun kind hierin te stimuleren en ondersteunen belemmeren.
➢ Loosmeldingen beleid (Artikel 27) We spreken van een loosmelding wanneer een leerling niet aanwezig is of niet meegaat met het aangeboden aangepast vervoer op het afgesproken tijdstip, zonder dat hiervan tijdig een melding is gemaakt bij de vervoerder. Onder ‘tijdig’ wordt verstaan: voor 06:30 uur op de dag van de wijziging. Helaas blijkt in de praktijk dat we regelmatig te maken hebben met loosmeldingen (gemiddeld 10 loosmeldingen per maand). Het gevolg is dat de chauffeur langer staat te wachten voor de deur van de leerling en er vaak vertraging wordt opgelopen op de totale rit. Kosten voor deze ritten worden vervolgens wel doorberekend naar de gemeente. Zowel in de huidige verordening als in de modelverordening is er geen artikel opgenomen over hoe hiermee om te gaan. Wij kiezen ervoor om een artikel over loosmeldingen op te nemen in de verordening. Hiermee stellen we kaders op voor hoe we handelen bij loosmeldingen. Indien er sprake is van loosmeldingen zonder geldige reden kan het college besluiten de kosten van de onterecht gereden ritten op ouders te verhalen. Hoe de gemeente
5 van 8
Raadsvoorstel: Definitieve stukken CV Verordening en beleidsregels leerlingenvervoer Dossiernummer: 3164
loosmeldingen beoordeelt en hoe en wanneer wordt overgegaan tot het kostenverhaal, is verder uitgewerkt in de beleidsregels. Een belangrijke component in de beleidsregels is dat ouders na elke loosmelding worden gebeld en de gelegenheid krijgen de reden van de loosmelding toe te lichten. Voorbeelden van (on)geldige redenen voor een loosmelding zijn in de beleidsregels uitgewerkt. Daarbij is het verhalen van kosten gericht op leerlingen waarbij meermaals (structureel) loosmeldingen plaatsvinden. We richten ons met dit nieuwe beleid op het beperken van het aantal loosmeldingen zonder geldige reden. Het is van belang dat loosmeldingen zonder geldige reden worden teruggedrongen. Het effect van deze wijziging is het voorkomen van onnodige kosten en een langere totale reistijd naar school voor de leerlingen. Daarbij hopen we dat leerlingen minder vaak zonder geldige reden niet in het aangepast vervoer zitten, waardoor ze niet tijdig op school zijn. Het advies van de Jongerenraad en Jeugdbelang heeft geleid tot een wijziging op dit onderwerp. Wij konden ons vinden in het advies van de adviesraden en zijn daarom opnieuw met de vervoerder in gesprek gegaan. Hierdoor heeft er een aanpassing plaatsgevonden in de definitie van loosmeldingen in artikel 1, en in artikel 27.
Ouders zijn verplicht om wijzigingen in het gebruik van vervoer uiterlijk om 06:30 uur op de dag van de wijziging te melden aan de vervoerder, in plaats van ten minste 24 uur voor de geplande rit zoals in de eerdere versie stond beschreven.
➢ OOGO met de samenwerkingsverbanden (Artikel 28) De samenwerking met en tussen scholen is van belang bij die ontwikkeling van zelfredzaamheid. Om die reden is het onderwerp mobiliteit expliciet aandachtspunt bij het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met de Samenwerkingsverbanden en scholen;
Alternatieven Een alternatief is om de huidige verordening te behouden. We voldoen daarmee nog steeds aan het wettelijk kader. Echter zullen we daarmee minder in kunnen zetten op zelfstandig leren reizen en op de verantwoordelijkheid van ouders (normaliseren) door het ontbreken van bepaalde bevoegdheden. In de nieuwe verordening hebben we de bevoegdheid om onderzoek uit te voeren vanaf 9 jaar bij de leerling naar de mogelijkheden van zelfstandig reizen met het ov, en waar passend een vervoerstraining te verstrekken. Op basis van de afstandsgrens is het mogelijk om leerlingenvervoer alleen toe te kennen wanneer noodzakelijk, voor de groep waarvoor het leerlingenvervoer is bedoeld. Bij het volgen van de huidige verordening is het niet mogelijk om structureel onnodige loosmeldingen actief tegen te gaan, wat nadelig is voor de ervaren kwaliteit van het vervoer en de kosten voor het leerlingenvervoer.
Kanttekeningen 1.1 capaciteit voor het terugdringen van loosmeldingen Voor de maatregelen die we treffen als gevolg van onnodige loosmeldingen is intern afgestemd en bepaald dat dit praktisch haalbaar is. Echter vragen deze maatregelen die getroffen gaan worden om extra capaciteit van medewerkers. Er zullen een aantal technische zaken geregeld moeten worden, zoals een aanpassing in de beschikking met daarin de definitie van loosmelding en een toelichting wanneer tot kostenverhaal wordt overgegaan. Daarnaast moeten interne werkinstructies moeten worden opgesteld en kost het bellen van de ouders en het versturen van de waarschuwingsbrieven
6 van 8
Raadsvoorstel: Definitieve stukken CV Verordening en beleidsregels leerlingenvervoer Dossiernummer: 3164
extra tijd van de consulent. Echter is samen met de consulent bepaald dat deze werkwijze gewenst is en uiteindelijk een tijdsbesparing bij de consulent en een verbetering in de kwaliteit van het leerlingenvervoer op zal leveren. 1.2 wijziging van de afstandsgrens kan leiden tot kritiek De verandering van de afstandsgrens naar 6 kilometer zal voor een aantal leerlingen kunnen betekenen dat zij geen recht meer hebben op de vervoersvoorziening waar ze gebruik van maakten. Hoewel hiervoor een overgangsregeling is opgenomen, is het aannemelijk dat deze verandering bij een deel van de ouders tot zorgen of negatieve reacties zal leiden. Duidelijke en tijdige communicatie over de wijziging en de redenen daarvoor is daarom van groot belang. Waar mogelijk kan vanuit de gemeente worden meegedacht over hoe ouders en leerlingen ondersteund kunnen worden in de transitie naar meer zelfstandigheid in het reizen van en naar school.
Participatie De adviesraden zijn vooraf mondeling geïnformeerd over de wijzigingen en het proces. Jeugdbelang en de Jongerenraad zijn gevraagd te adviseren over de voorgestelde wijzigingen. Naar aanleiding van dit advies is één wijzigingen op het oorspronkelijke voorstel doorgevoerd. Zowel het LEA als het OOGO zijn geïnformeerd over de wijzigingen en hebben de mogelijkheid gehad om hun input hier op te geven. De consulent leerlingenvervoer heeft regelmatig gesprekken met de scholen. Adviezen en tips van de scholen proberen we door het jaar heen mee te nemen. De consulent leerlingenvervoer heeft contact met een aantal andere gemeenten waar ook het gesprek over zelfstandigheid en loosmeldingen aan bod komt.
Wat betekent dit besluit voor inwoners? De verordening is helder opgebouwd waardoor het navolgbaar is voor de inwoner. Door een uitwerking van een aantal artikelen in de verordening, de toelichting en de beleidsregels zijn de kaders waaraan getoetst wordt duidelijk. Leerlingen voor wie dat noodzakelijk is ontvangen leerlingenvervoer. Wie (in de toekomst) zelfstandig kan reizen of onder begeleiding, wordt daarin gestimuleerd. Inwoners kunnen rekenen op passende ondersteuning bij het (leren van) zelfstandig reizen naar school.
Aanpak / uitvoering -
-
Na vaststelling van de verordening wordt de verordening gepubliceerd. Het college stelt de definitieve beleidsregels vast. De ouders van de kinderen die nu gebruik maken van een vorm van leerlingenvervoer worden geïnformeerd over de nieuwe verordening. Ouders voor wie de wijziging in de afstandsgrens mogelijk gevolgen heeft worden daarover apart geïnformeerd In de beschikking voor het ontvangen van een vervoersvoorziening wordt toegevoegd dat ouders verplicht zijn om wijzigingen in het gebruik van vervoer voor 06:30 uur te melden op de dag van de wijziging.
7 van 8
Raadsvoorstel: Definitieve stukken CV Verordening en beleidsregels leerlingenvervoer Dossiernummer: 3164
Communicatie over dit besluit De nieuwe Verordening leerlingenvervoer Veenendaal 2026 zal op de website van Overheid.nl worden geplaatst en via een persbericht in de Rijnpost worden aangekondigd. Daarnaast worden ouders/verzorgers via een informatiebrief geïnformeerd over de wijzigingen in de Verordening leerlingenvervoer Veenendaal 2026. Eveneens worden de scholen en de samenwerkingsverbanden in kennis gesteld van de nieuwe Verordening leerlingenvervoer Veenendaal 2026.
Evaluatie Jaarlijks wordt gecheckt of er wijzigingen zijn die van invloed zijn op de verordening, en of de doorgevoerde wijzigingen het gewenste effect hebben. Tevens wordt jaarlijks samen met de vervoerder een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd
Kosten, baten, dekking De voorgestelde nieuwe verordening en beleidsregel kunnen worden uitgevoerd binnen de reguliere hiervoor beschikbaar gestelde middelen voor het leerlingenvervoer. Door meer in te zetten op het zelfstandig reizen en het voorkomen van onnodige loosmeldingen kan op termijn sprake zijn van lagere lasten voor het leerlingenvervoer. Tegelijk wordt verwacht dat de uitvoeringskosten licht zullen stijgen (vanwege de aanvullende activiteiten inzake de loosmeldingen en de investering van het inzetten van vervoerstrainingen). We monitoren beide ontwikkelingen.
College van burgemeester en wethouders,
Sjoukje Deelstra secretaris
Gert-Jan Kats burgemeester
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Aangepast - Verordening leerlingenvervoer Veenendaal 2026 Aangepast - Toelichting op de Verordening leerlingenvervoer Veenendaal 2026 Aangepast - Was-Wordt tabel Verordening Concept beleidsregels leerlingenvervoer Veenendaal 2026
8 van 8