17. Bijlage 15 Bijlage 12 bij BP - Landschap en cultuurhistorie
Tekst van het document
13
Provincie Gelderland 2005, Streekplan Gelderland
35/40
Kenmerk
R004-1271416LVR-V02-efm-NL
Omdat deze beddingen door natuurlijke processen ontstaan, zijn het echter meer aardkundige waarden 14. De N233 doorsnijdt de Marsdijk, de Leijgraaf en de Oude Rijn als cultuurhistorische structuren (zie figuur 7.7).
Figuur 7.7. Cultuurhistorische structuren en elementen in het plangebied ten zuiden van de Rijnbrug (bron: http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer)
Er liggen geen rijks- of gemeentelijke monumenten langs de route. Volgend de provinciale cultuurhistorische waardenkaart liggen tussen de afslag van de N233 naar de N230 en de Bossche Dreef mogelijk de restanten van een Romeins castellum. Concrete sporen van dit castellum zijn er echter niet. De locatie wordt vooral vermoed vanwege een opvallende hoeveelheid voorwerpen in de omgeving. Omdat het hier gaat om overblijfselen van oude culturen in de bodem gaat het eerder om archeologische dan op cultuurhistorische waarden. De begrenzing van het Romeinse Rijk (de Limes) liep tot aan de rivier de Rijn 15. De cultuurhistorische Atlas van provincie Utrecht toont geen bijzonder cultuurhistorische gebieden, structuren of elementen ten noorden van de Rijnbrug.
14 15
Cultuurhistorische waardenkaart provincie Gelderland, beschikbaar viahttp://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer Interactieve Limeskaart: beschikbaar via https://www.romeinen.nl/romeinse-limes/limeskaart
36/40
Kenmerk
R004-1271416LVR-V02-efm-NL
8 Effectbeoordeling In dit hoofdstuk worden de milieueffecten van de verschillende varianten voor de relevante beoordelingscriteria voor het thema landschap en cultuurhistorie gepresenteerd. Tabel 8.1 Overzichtstabel effectbeoordeling Rijnbrug 2x2 rijstroken
Beïnvloeding bijzondere landschappelijke gebieden, structuren en elementen Beoordeling
0
Beïnvloeding openheid en schaal van het landschap
Beoordeling
0
Verlies of aantasting cultuurhistorische gebieden, structuren en elementen Beoordeling
8.1
0
Beïnvloeding bijzondere landschappelijke gebieden, structuren en elementen
De brug is zelf een opvallend element in het landschap die met de verbreding van 14,90 naar 27,20 meter bijna verdubbelt in de breedte. De pijlers onder de brug blijven hetzelfde en ook de hoogteligging verandert nauwelijks. De ruimte van de onderdoorgang blijft ook gelijk omdat alleen het brugdek breder wordt door een nieuwe stalen T-constructie op de huidige koker te bevestigen. De verbreding van de brug vormt geen aantasting van het landschap. Door de verbreding van het kruispunt in Rhenen verandert de verkeerskundige situatie daar ingrijpend. Het heeft echter geen invloed op bijzondere landschappelijke gebieden, structuren of elementen omdat deze in de bebouwde omgeving rond het kruispunt niet aanwezig zijn. De verbreding van de Rijnbrug en de weg leidt aan Utrechtse zijde niet tot beïnvloeding van kernkwaliteiten van de deelgebieden zoals beschreven in de Utrechtse Provinciale Ruimtelijke Verordening. In het rivierengebied blijft het contrast van open naar zeer besloten bestaan. Ook heeft de wegverbreding geen impact op het samenhangend stelsel van rivier, uiterwaard en oeverwal. De ambities voor deelgebied Utrechtse Heuvelrug zijn het in stand houden van het reliëf en het samenhangend boscomplex. Die ambities worden door de verbreding van de Rijnbrug niet aangetast.
De verbreding van de Rijnbrug heeft daarnaast geen impact op de robuuste eenheid, reliëfbeleving en historische gelaagdheid als kernkwaliteiten van de Utrechtse Heuvelrug.
37/40
Kenmerk
R004-1271416LVR-V02-efm-NL
De kernkwaliteiten van Nationaal Landschap Rivierenland worden door de verbreding van de weg niet aangetast. Het kenmerkende vrije zicht vanaf de brug op de Utrechtse Heuvelrug en Rhenen blijft behouden. De karakteristieke kleinschalige oeverwal ten zuiden van de Rijn met rijke afwisseling van boomgaarden, grasland, buurtschappen, dorpen, verspreide bebouwing, beeldbepalende boerderijen en kleigaten wordt niet aangetast. Ook de percelering met kenmerkende oude perceelsranden in de omgeving blijft onveranderd. Het samenhangend stelsel van rivier, uiterwaardoeverwal en komgronden wordt niet beïnvloed. De aanpassing concentreert zich namelijk alleen op en direct rond/naast de huidige N233. Voor de verbreding van de N233 ten zuiden van de Rijnbrug wordt de bomenrij aan de oostkant van de weg (gedeeltelijk) verwijderd om de ruimte vrij te maken voor de weg 16. Hierdoor verdwijnt een bestaande groenstructuur. Het betreft echter geen waardevolle bomenlaan maar een rij met wisselende beplanting. Uitgangspunt van de provincie Gelderland is dat de bomenrij na verwijdering vervangen kan worden door gebiedseigen beplanting. De verbreding van de Rijnbrug en de N233 leiden niet tot aantasting of versterking van bijzondere landschappelijke gebieden, structuren of elementen. Daarom wordt deze ingreep neutraal beoordeeld.
Mitigerende maatregelen Omdat er geen negatieve effecten op landschappelijke gebieden, structuren en elementen worden verwacht, is er geen noodzaak voor mitigerende maatregelen.
8.2
Beïnvloeding openheid en schaal van het landschap
De benodigde aanpassing van het kruispunt in Rhenen bij de aansluiting op de Rijnbrug leidt niet tot een verandering in de openheid of schaal van het bebouwde landschap. De verbreding van de Rijnbrug heeft ook geen invloed op de openheid en schaal van het omliggende landschap. Doordat de brug nog steeds het open karakter behoudt, kunnen weggebruikers de openheid en het grootschalige landschap van de Rijn en uiterwaarden in de toekomstige situatie nog steeds beleven. Het besloten landschap van de oeverwal rondom de N233 verandert zelf niet door de aanpassing van de weg. De N233 ten zuiden van de Rijnbrug kent in de huidige situatie een halfopen/besloten landschap door de plaatselijke inkadering van de weg tussen de bomenrijen. Bij de verbreding van de weg zal de bomenrij aan de oostzijde verdwijnen om de verbreding mogelijk te maken. Dit leidt (op korte termijn) tot meer openheid, doorzicht en langere zichtlijnen naar het omringende landschap. In de nieuwe situatie zal de weg worden ingekleed met gebiedseigen beplanting. Dit heeft een positief effect op het landschap omdat er meer eenheid en herkenbaarheid in de beplanting ontstaat. De grootschaligheid en openheid van het landschap rond de uiterwaarden en
16
Presentatie ontwerp Rijnbrug op specialistensessie N233 Provincie Gelderland 28 oktober 2019
38/40
Kenmerk
R004-1271416LVR-V02-efm-NL
Grebbeberg verandert zelf niet door de wegverbreding. De verbreding van de Rijnbrug en N233 heeft daarom een neutraal effect op de openheid en schaal van het landschap. Mitigerende maatregelen Omdat er geen negatieve effecten op de openheid en schaal van het landschap worden verwacht, is er geen noodzaak voor mitigerende maatregelen.
8.3
Verlies of aantasting cultuurhistorische gebieden, structuren en elementen
Bij de verbreding van de kruising in Rhenen zijn geen cultuurhistorische gebieden, structuren en elementen gevonden die aangetast worden door de werkzaamheden 17. Er bevinden zich geen rijks- of gemeentelijke monumenten op of langs de route. Ook bij de verbreding van de Rijnbrug is dit niet het geval. De wegverbreding heeft geen impact op de Grebbeberg aan de noordzijde van de rivier. Aan de zuidkant van de Rijnbrug zal de ligging van de weg iets veranderen door het ruimtebeslag dat aan de oostkant nodig is voor de verbreding. Dit kan invloed hebben op de cultuurhistorische structuren van de Marsdijk, Leijgraaf en Oude Rijn die de N233 doorsnijdt. Wanneer aan de oostzijde extra ruimte nodig is en het talud van de weg verandert, kan dit een klein deel van deze lijnvormige elementen afhalen. Echter zijn de Marsdijk, Leijgraaf en Oude Rijn in de huidige situatie al doorsneden door de N233 en is het extra ruimtebeslag zo beperkt dat de lijnvormige elementen slechts met een klein deel ingekort zouden worden. Deze cultuurhistorische structuren blijven dan ook duidelijk herkenbaar en zichtbaar in het landschap. De verbreding van de N233 heeft ook geen invloed op de mogelijk aanwezige restanten van het Romeinse Castellum ten westen van de weg, omdat de verbreding niet zover rijkt dat extra ruimtebeslag aan de westkant nodig is. Het talud blijft hier hetzelfde.
De verbreding van de Rijnbrug en N233 leidt niet tot verlies of aantasting van cultuurhistorische gebieden, structuren en elementen en wordt om die reden neutraal beoordeeld. Mitigerende maatregelen Omdat er geen verlies of aantasting van cultuurhistorische gebieden, structuren of elementen wordt verwacht, is er geen noodzaak voor mitigerende maatregelen.
8.4
Ruimtelijke kwaliteit
Er is rondom de Rijnbrug en N233 geen sprake van cultuurhistorische waarden die kunnen worden opgenomen in het plan voor de verbreding van de weg. Wel biedt de wegverbreding kansen om de ruimtelijke kwaliteit in het gebied te verhogen. Ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van een gebied. Door verbreding van de Rijnbrug en N233 ontstaat meer ruimte voor auto’s en fietsverkeer. De gebruikswaarde van de brug en de weg wordt daarmee verhoogd omdat meer mensen gebruik kunnen maken van de weg. Door de grotere capaciteit zal de doorstroom van het verkeer in de
17
Cultuurhistorische waardenkaart provincie Gelderland, beschikbaar via http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer
39/40
Kenmerk
R004-1271416LVR-V02-efm-NL
toekomst verbeteren. Gezien de verwachte toename van autoverkeer op deze weg heeft de verbreding een positief effect op de toekomstwaarde. De belevingswaarde van het gebied kan verhoogd worden door eenheid in beplanting te hanteren en periodiek open stukken te maken om het uitzicht op de uiterwaard en overzijde van de Rijn te behouden. Dat is geredeneerd vanuit de beleving van de omgeving vanaf de weg. Echter heeft het ook voordelen om de weg vanuit de omgeving te camoufleren met groen en hem daardoor voor omwonenden minder zichtbaar en hoorbaar te maken. Een zorgvuldige afwisseling tussen groenstroken en open doorzichten vormt hier een goede oplossing. Wel verdient het aanbeveling om na te gaan welke beplanting past bij het landschapstype van stroomrug- en komontginningen en deze rond de weg te planten. Dit verhoogt de belevingswaarde en daarmee de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied.
40/40