11. Technische vragen en antwoorden RV Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus:
Januari 2026
Naam fractie:
SGP, ProVeenendaal, ChristenUnie
Onderwerp:
Raadsvoorstel Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Vragen SGP 1. In de startnotitie actualisatie omgevingsvisie (21-09-2023) is als 1 van de focuspunten benoemd dat de geactualiseerde omgevingsvisie een concretisering van de hoofdambities moet zijn, met meer balans in hoofdlijnen en concrete maatregelen en waarin duidelijker wordt aangeven waar de schuurpunten zitten of waar keuzes nodig zijn. Hoe is invulling gegeven aan deze concretiseringsslag en waarmee is deze balans aangebracht? 2. De omgevingseffectrapportage concludeert dat het voorzieningenniveau in Veenendaal matig tot slecht zal blijven (OER-bijlage 1, blad 12). Hoe wordt deze conclusie gewogen? Ook bij het koersdocument werd hier al op gewezen. Om welke redenen is hier niet op ingespeeld in de visie? 3. De omgevingseffectrapportage concludeert dat de kwaliteit van de leefomgeving in Veenendaal verder onder druk zal komen te staan(OER-bijlage 1, blad 38). Hoe weegt de gemeente deze conclusie en wat wordt er gedaan met bijbehorende aanbeveling? 4. In de Omgevingseffectrapportage wordt geadviseerd een afwegingskader te maken om de verschillende belangen goed en integraal af te kunnen wegen (o.a. pag. 64 OER) om de kwaliteit van de leefomgeving te verhogen bij de groei van Veenendaal. Ook de commissie MER adviseert om bij de woningbouwopgave te kijken naar de bredere context en conflicten tussen ambities inzichtelijk te maken (pag. 2-advies MER).
Op welke manier wordt er invulling gegeven aan dit advies? 5. De omgevingsvisie is een kaderstellend document voor de lange termijn bij het nemen van allerlei beslissingen over de leefomgeving in Veenendaal. Hoe kan de raad de omgevingsvisie als kaderstellend document inzetten bij het nemen van alle beslissingen die gaan over de fysieke leefomgeving? 6. De twee woningbouwlocaties buiten de huidige gemeentegrenzen van Veenendaal worden in de Omgevingseffectrapportage relatief negatief beoordeeld. Hoe wordt dit door de gemeente gewogen in relatie tot de doelstellingen voor woningbouw richting 2040? En welke scenario's en/of alternatieven zijn er als deze locaties inderdaad niet ontwikkeld kunnen worden binnen de overige ambities/doelstellingen van de omgevingsvisie? 7. De omgevingsvisie zet in op een robuuste groenstructuur. Waar moet de groene inrichting van Veenendaal aan voldoen om dit doel te behalen? Hoe wordt dit gemeten? 8. In de omgevingsvisie wordt benoemd dat er voldoende groen wordt gerealiseerd, ook in het kader van de groei van het aantal inwoners. Wat is voldoende groen? En waar wordt dit groen voor de inwoners gerealiseerd? 9. Er wordt regelmatig verwezen naar benodigde (hoge) investeringen om doelen te bereiken. Hoe ziet de gemeente de ambities in de omgevingsvisie in relatie tot de (verwachte) bestedingsruimte van de gemeente de komende jaren richting 2040? 10.
In de omgevingsvisie wordt aangegeven dat de doorstroming van autoverkeer nu al niet optimaal is. Welke plannen heeft (of maakt) de gemeente al om dit aan te pakken? 11. Het vergroten van de capaciteit van de Rondweg West wordt in de special mobiliteit benoemd als
randvoorwaarde voor goede mobiliteit als woningbouwplannen uit de omgevingsvisie worden gerealiseerd. Welke mogelijkheden zijn er onderzocht of overwogen om de capaciteit van de Rondweg West te vergroten?
Antwoorden op vragen SGP:
1.
In hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie worden strategische keuzes beschreven. Dat zijn de hoofdkeuzes waarop de komende jaren gestuurd gaat worden. Hoofdstuk 6 van de visie bevat per beleidsterrein een opsomming van concrete opgaven en maatregelen. Dit zou ook gelezen kunnen worden als ‘keuzes die nodig zijn’. Deze worden in het document al behoorlijk concreet gemaakt en zullen in programma’s nader worden uitgewerkt. In de omgevingsvisie wordt op een aantal plekken ook impliciet aangegeven welke schuurpunten er zijn, zoals: • Meer autoverkeer gaat ten koste van een gezonde leefomgeving. • Meer ruimte voor asfalt kan ten koste gaan van een groene leefomgeving. • Aandacht voor biodiversiteit en klimaatadaptatie stelt randvoorwaarden aan de woningbouwproductie. • Groei van werkgelegenheid kan in gevaar komen als er vooral aandacht is voor woningbouwproductie.
2.
In het OER wordt geconcludeerd dat het voorzieningenniveau in de huidige situatie op een aantal locaties in Veenendaal niet toereikend is, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidszorg. Het OER geeft aan dat indien geen maatregelen worden genomen het voorzieningenniveau matig zal blijven. Dit is de reden dat er in de omgevingsvisie diverse maatregelen staan vermeld om het voorzieningenniveau in balans met de groei van het aantal inwoners verder te ontwikkelen. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat de gemeente niet kan sturen op bijvoorbeeld het aantal huisartsen dat zich in Veenendaal vestigt. Wel kan de gemeente een aantal randvoorwaarden voor vestiging scheppen.
3.
Zonder concrete maatregelen komt de kwaliteit van de leefomgeving bij groei van de stad verder onder druk te staan. Dit geldt overigens voor elke stad in Nederland. Vandaar dat in de omgevingsvisie vele maatregelen benoemd die moeten voorkomen dat deze kwaliteit verder onder druk komt te staan. Bijvoorbeeld: • Stimuleren van duurzame mobiliteit. • Water en bodem sturend bij gebiedsontwikkeling. • Vergroening van de openbare ruimte. • Circulair gebruik van materialen en scheppen van voorwaarden voor circulaire bedrijven.
4. De omgevingsvisie vormt binnen de Omgevingswet het basisdocument dat als kader dient voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. De visie moet uitgewerkt worden in gebiedsprogramma’s. In die programma’s worden afwegingen gemaakt over wat er voor dat specifieke gebied het zwaarste weegt. In het centrum zal in een programma het element woningbouw zwaarder wegen dan in het buitengebied. Het opstellen van een algemeen afwegingskader in de omgevingsvisie is dus lastig. Wel zou na de vaststelling van de omgevingsvisie voor de in hoofdstuk 7 uitgewerkte gebiedsprofielen nog een beoordelingskader uitgewerkt kunnen worden waarbij per gebied een weging wordt gegeven aan de verschillende ruimtelijke thema’s.
5. Met het vaststellen van de omgevingsvisie pakt u als gemeenteraad regie. De visie is het kader voor college bij de uitwerking van omgevingsprogramma’s. De bevoegdheid voor het vaststellen van programma’s ligt bij het college, waarbij de omgevingsvisie een bindend kader vormt. We betrekken de raad hier graag bij en kunnen ons voorstellen dat de uitwerking van de beleidscyclus in hoofdstuk 8 leidt tot een jaarlijkse terugkoppeling aan de raad over de doorwerking van de visie in programma’s. Zo houdt u inzicht en kunt u bijsturen indien dat wenselijk blijkt. Actualisatie van het omgevingsplan is uw bevoegdheid, waarmee u kunt controleren of de vaststelling wel juridisch borgt wat u met de omgevingsvisie hebt beoogd.
6.
De mooiste plekken in dit land worden al bewoond. Dit betekent dat uitleglocaties vrijwel altijd relatief slechter worden beoordeeld, bijvoorbeeld omdat ze dicht in de buurt van snelwegen liggen (zie Veenendaal-De Klomp). De beschikbare ruimte is zeer schaars en de verwachting is niet dat er nog veel alternatieven beschikbaar zullen komen voor de huidige uitleglocaties. Dat betekent dat bij de ontwikkeling van deze locaties veel maatregelen moeten worden genomen om te waarborgen dat er een goed leefklimaat kan worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld door geluidsmaatregelen, maatregelen op het gebied van vergroening en duurzame mobiliteit.
7. Veenendaal heeft op dit moment geen actueel groenprogramma. In de omgevingsvisie wordt benoemd dat een dergelijk programma uitgewerkt zou moeten worden. Bovendien worden er al verschillende kaders en concrete maatregelen benoemd waarop dit programma zou kunnen worden gebaseerd. Denk bijvoorbeeld aan water en bodem sturend, bescherming van kwetsbare groenstructuren en het toepassen van verticaal groen in sterk verstedelijkt gebied.
8.
Voldoende groen is een subjectief begrip. In de omgevingsvisie worden diverse richtlijnen benoemd om te beoordelen of er sprake is van een groene leefomgeving, bijvoorbeeld de 3-30-300 regel. Bovendien wordt aangekondigd dat onderzocht zal worden of een streefpercentage van 30% groene buitenruimte bij nieuwe gebiedsontwikkelingen haalbaar is. Tevens worden diverse maatregelen beschreven om de groene structuren in de openbare ruimte te versterken. Vooral in het centrum is vergroening noodzakelijk om een gezonde leefomgeving op langere termijn te waarborgen, bijvoorbeeld door groenstructuren op daken en langs gevels te realiseren.
9. Het antwoord op deze vraag staat verwoord in hoofdstuk 8: “De Omgevingsvisie is een strategisch document onder de Omgevingswet en bevat daarom geen gedetailleerde financiële raming. De financiële onderbouwing van de opgaven uit deze visie wordt uitgewerkt in vervolginstrumenten zoals programma’s, het omgevingsplan, grondexploitaties en de reguliere gemeentelijke begrotingscyclus. In deze instrumenten worden fasering, investeringsbehoefte, dekking en risico’s in beeld gebracht en jaarlijks beoordeeld door de gemeenteraad via de planning-en-controlcyclus. Daarmee is geborgd dat de uitvoering van de Omgevingsvisie plaatsvindt binnen een financieel verantwoord en bestuurlijk te monitoren kader.”
10. In de Omgevingsvisie staat op hoofdlijnen waar we op in willen zetten. Een belangrijke maatregel is bijvoorbeeld het verbreden van de Rondweg-Oost. De gemeente probeert dit al lange tijd te stimuleren en daarom is het nadrukkelijk benoemd in de omgevingsvisie. Er staan ook een aantal zaken benoemd die we willen onderzoeken. Dit komt dan met de uitwerking van de omgevingsvisie in het Omgevingsprogramma Integrale Mobiliteit waar de gemeenteraad ook bij betrokken wordt.
11. De special mobiliteit geeft inzicht in de mogelijke uitwerking van de omgevingsvisie in het Omgevingsprogramma Integrale Mobiliteit. Om het omgevingsprogramma uit te werken voeren we nog meer onderzoek uit en betrekken we uw gemeenteraad en onze inwoners. Een belangrijk onderzoek is het verkeerscirculariteitsplan dat helpt om inzicht te geven in de capaciteit van onze wegen. Het vergroten van de capaciteit van de Rondweg-West wordt hierin meegenomen.
.
Vragen ProVeenendaal 1. Tijdens de consultatie ontwerp omgevingsvisie heeft de wethouder het volgende gezegd: “Belangrijk voor kosten verhaal. Al die woningbouwontwikkelingen willen we de kosten van verhalen op de initiatiefnemer. De wettelijke grondslag daarvoor vloeit voort uit deze omgevingsvisie.” Waar in het voorliggende raadsvoorstel besluiten we dat cq. wat is de wettelijke grondslag o.b.v. de vast te stellen omgevingsvisie? 2. Wat zijn de (financiële) gevolgen voor gemeente Veenendaal als het raadsvoorstel niet tijdens de volgende raadsvergadering wordt aangenomen?
Antwoorden op vragen ProVeenendaal: 1. De wettelijke grondslag ligt in de Omgevingswet en wordt ruimtelijk vertaald en geborgd in de omgevingsvisie. In het Programma kostenverhaal en financiële bijdragen zijn de gebiedsoverstijgende investeringen voor de komende 10 jaar opgenomen. Veenendaal is constant in beweging. Door een actualisatie van de omgevingsvisie wordt gezorgd dat het investeringen in het genoemde programma en de ruimtelijke keuzes uit de Omgevingsvisie een duidelijke koppeling hebben.
2. In de oude Omgevingsvisie zijn veel (nieuwe) ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen nog niet benoemd zoals Spoorzone omdat deze nieuwer zijn. Ook vormt het omgevingsplan de grondslag voor verlenging van het voorkeursrecht van het Ambacht. De geactualiseerde omgevingsvisie is daarom belangrijk om strategische doelstellingen in diverse gebiedsontwikkelingen te bereiken. Daarmee ontbreekt vooralsnog de grondslag voor
kostenverhaal. Daarnaast verloopt het voorkeursrecht op Het Ambacht op 22 juni 2026. Een vastgestelde Omgevingsvisie zorgt ervoor dat het voorkeursrecht van rechtswege wordt verlengd.
Vragen ChristenUnie 1. We lezen in deze omgevingsvisie weinig over de participatie met de omgeving bij ontwikkelingen in de openbare ruimte, woningbouw of mobiliteit. Participatie door de omgeving is naar onze mening wel een belangrijk aspect in de omgevingswet. Hoe verhoudt het participatiebeleid van de gemeente zich tot deze visie? Is het verstandig om deze relatie op te nemen in de omgevingsvisie? 2. Bij de maatregelen die worden genomen om de doorstroming van het verkeer te verbeteren missen we de inzet van slimme VRI’s met name op de rondwegen. Ziet de gemeente de noodzaak van deze oplossing ook en is het verstandig om deze op te nemen in de mobiliteitsmaatregelen van de omgevingsvisie? 3. Afbeelding 16 is een sterk verbeterde uitvoering van de voormalige afbeelding 17. Wat zijn de criteria om tot onderzoek naar snelheidsverlaging op wegen over te gaan? 4. Kunnen er de komende jaren nog onderzoeken afvallen of bijkomen op basis van nieuwe inzichten? Naar aanleiding van hoofdstuk 8 5. Hoe ziet het vervolgproces met betrekking tot het opstellen en vaststellen van de gebiedsvisies eruit? 6. Wat is de inhoud van het thematische omgevingsprogramma "Kostenverhaal" 7. Wat betekent het dat er achter de programma's economie en gezonde leefomgeving "(te onderzoeken)" staat?
Antwoorden op vragen ChristenUnie: 1. De Omgevingswet verplicht initiatiefnemers van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving om te participeren. De gemeente heeft participatiebeleid opgesteld voor plannen waarbij de gemeente zelf de initiatiefnemer is én een handreiking gemaakt voor plannen waarbij andere partijen initiatiefnemer zijn. We vinden het belangrijk om dit ook goed te verankeren in de omgevingsvisie. In hoofdstuk 8 van de omgevingsvisie is dit daarom nogmaals goed benadrukt.
2. Deze detaillering op maatregelniveau hoort niet thuis in een Omgevingsvisie, maar in de verdere uitwerking van het Omgevingsprogramma Mobiliteit. In 2026 wordt een zogenaamd Verkeercirculatieplan (VCP) opgesteld als onderdeel van het Programma Mobiliteit. Hierin wordt doorstroming en eventuele knelpunten in beeld gebracht. Op basis hiervan worden maatregelen voorgesteld. Dit zouden slimme verkeerslichten kunnen zijn, maar ook andere beter passende maatregelen. Op dit moment kent Veenendaal al 5 slimme verkeerslichten. De werking hiervan heeft tot op heden geen significatie verbeteringen laten zien ten opzichte van reguliere verkeerslichten. 3. Om het doel van het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers te bereiken, zijn maatregelen nodig. Een aantal wegen heeft nu als belangrijkste doel ‘doorstroming’. Door ruimtegebrek kunnen deze wegen niet altijd optimaal worden ingericht. Het afwaarderen van deze wegen naar een erftoegangsweg (30 km/uur) is niet mogelijk, gelet op de functie van de weg. Mede daarom is er landelijk een nieuwe wegcategorie ingevoerd, de GOW30 (gebiedsontsluitingsweg 30 km/uur). Hierbij kunnen 50 km/uur wegen worden afgewaardeerd naar een snelheid van 30 km/uur. Waarbij nog wel rekening wordt gehouden met de aanwezigheid en doorstroming van het gemotoriseerde verkeer.
Daarnaast heeft een verlaging van de snelheid positief effecten op een gezonde leefomgeving (o.a. geluid- en luchtkwaliteit). 4. Ja. Onderzoeken die nodig zijn voor de uitvoering. En bijvoorbeeld woningbouwbehoefte, mobiliteit, water &
bodem etc.
5. De omgevingsvisie is een integrale visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Veenendaal voor de lange termijn. In hoofdstuk 8 beschrijven we hoe deze visie zich verhoudt tot andere beleidsinstrumenten. Voor specifieke (ontwikkel)locaties kan het wenselijk zijn om ambities meer specifiek vast te leggen in een gebiedsvisie, denk hierbij aan de uitleg locaties. Hierbij is goede afstemming met de buurgemeenten noodzakelijk. Deze bevoegdheid ligt bij de gemeenteraad. Dit doen we binnen de kaders van de omgevingsvisie, of indien wenselijk kan de raad ervoor kiezen de Omgevingsvisie aan te passen. Zo blijven de afzonderlijke beleidsdocumenten en omgevingsvisie in lijn met elkaar en vindt er altijd een integrale afweging plaats. 6. Het omgevingsprogramma voor kostenverhaal heet officieel ‘Programma kostenverhaal en financiële bijdragen’. Deze is vastgesteld in de raadsvergadering van 30 mei 2024. Dit omgevingsprogramma dient als basis voor de bijdrage gebiedsoverstijgende investeringen die in rekening wordt gebracht via anterieure overeenkomsten. Ook biedt het omgevingsprogramma handvatten om te zorgen dat de doelstellingen uit de woonvisie voor het sociale woningbouwprogramma hulpmiddelen heeft om dit praktisch te kunnen realiseren. U kunt de stukken hier terugvinden: Vergadering Gemeenteraad 30-05-2024 Gemeente Veenendaal.
7. De gemeente Veenendaal werkt al met programma’s. Dit willen we omzetten naar omgevingsprogramma’s conform de Omgevingswet. Zo bouwen we aan het beleidshuis, zoals omschreven in hoofdstuk 8. Hoewel we op deze manier al meerdere programma’s in voorbereiding hebben, geldt dat niet voor alle onderwerpen. We denken dat het goed is om ook een omgevingsprogramma op te stellen voor de onderwerpen “economie” en “gezonde leefomgeving”. We onderzoeken of en hoe we dit oppakken.