CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Zienswijze (ontwerp) Programmabegroting 2027 ODU- raadsvoorstel

Gemeenteraad 21 mei 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Zienswijze (ontwerp) Programmabegroting 2027 ODU2.839 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zienswijze (ontwerp) programmabegroting 2027 ODU Dossiernummer

7228

Programma

1. Fysieke leefomgeving

Ambtenaar

Esther den Hengst

Datum college

7-4-2026

Team

Ruimtelijke Advisering (RA)

Datum Raad

21-5-2026

Aan de leden van de raad,

Beslispunten 1. Met de bijgevoegde brief een zienswijze in te dienen op de (ontwerp) Programmabegroting 2027 Omgevingsdienst Utrecht, waarbij Veenendaal: • Een positief advies geeft op de (ontwerp) Programmabegroting 2027 ODU; • Aandacht vraagt voor de gelijktijdige aanlevering van de jaarstukken van het vorige jaar met de (ontwerp) Programmabegroting van het volgende jaar in het kader van efficiëntie; • Verzoekt om een uitwerking op te stellen bij financiële tegenvallers, zodat gemeenten direct worden geïnformeerd bij een lagere productie of hogere kosten; • Verzoekt om een onderbouwing te geven van de ingeboekte besparingen, inclusief risico’s indien deze besparingen niet worden gehaald; • Verzoekt om de risico’s van de scherpe begroting nauwgezet te monitoren en de gemeenten tijdig en volledig te informeren over relevante ontwikkelingen.

Waarom naar de raad? De gemeenteraad kan, op grond van artikel 29, vijfde lid, van de gemeenschappelijke regeling, zijn zienswijze op ontwerp begrotingen indienen bij de Omgevingsdienst Utrecht (hierna: ODU). De ODU is een uitvoeringsdienst van 27 gemeenten in de provincie Utrecht. De ODU voert taken uit voor deze gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, duurzaamheid en (milieu)advisering. De ODU legt de (ontwerp) Programmabegroting 2027 voor zienswijze voor aan de 27 eigenaar gemeenten. De raad heeft de gelegenheid om vóór vaststellen van de begroting door het Algemeen Bestuur (hierna: AB) van de ODU haar zienswijze te geven.

Inleiding Per 1 januari 2026 is de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) van start gegaan als nieuwe gemeenschappelijke regeling, ontstaan uit de samenvoeging van de voormalige Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) en de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). Met deze fusie is beoogd één robuuste, kwalitatief sterke en toekomstbestendige organisatie te vormen voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en milieu gerelateerde advisering in de provincie Utrecht. De ODU werkt voor alle deelnemende gemeenten en de provincie Utrecht en vormt daarmee een gezamenlijke regionale uitvoeringsorganisatie in het fysieke domein.

Raadsvoorstel: Zienswijze (ontwerp) programmabegroting 2027 ODU Dossiernummer: 7228

In 2027 bevindt de ODU zich in het tweede jaar na oprichting. Waar 2026 vooral in het teken stond van samenvoegen, harmoniseren en het creëren van organisatorische stabiliteit, is 2027 het eerste jaar waarin vanuit een stevig fundament gericht wordt gewerkt aan doorontwikkeling. De Programmabegroting 2027 vormt hiervoor het beleidsmatige en financiële kader. Het document bevat de strategische ontwikkellijnen, financiële kaders en programmatische inzet voor het komende jaar, alsook de meerjarenraming 2028–2030. De Programmabegroting 2027 is tot stand gekomen binnen het bestaande wettelijke en bestuurlijke kader voor gemeenschappelijke regelingen (Wet gemeenschappelijke regelingen, BBV) en sluit aan op landelijke VTH‑ontwikkelingen, zoals de kwaliteitscriteria 3.0, het Meerjarenprogramma Versterking VTH-stelsel (MVV), de robuustheidscriteria en de verdere digitalisering van het stelsel. Ook regionale beleidsdocumenten, waaronder de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (UHS) en afspraken rond energiebesparing, toezicht op waterkwaliteit en regionale samenwerking, vormen richtinggevende kaders voor de inhoud van de begroting. De voorgeschiedenis laat zien dat de financiële basis van de ODU reeds in 2026 stevig is neergezet, zonder een significante stijging van de totale kosten ten opzichte van de jaren daarvoor.

Daarbij is gebruikgemaakt van efficiencywinsten uit de samenvoeging en is structureel toegewerkt naar één uniforme financieringssystematiek met een kostendekkend uurtarief. In deze eerste jaren is tevens gewerkt aan het voldoen aan de landelijke robuustheidscriteria en aan het versterken van professionaliteit, informatiepositie en organisatiecultuur. In de voorbereiding op de begroting 2027 zijn verschillende afwegingen gemaakt. Zo is onderzocht of een grotere beleidsintensivering of versnelling van innovatiethema’s wenselijk was, maar deze opties zijn niet verder uitgewerkt omdat de ODU bestuurlijke en operationele rust wil behouden in een fase waarin de basis eerst moet worden geconsolideerd. Ook is gekeken naar mogelijke verlaging van de vaste bijdrage, maar deze afweging is niet doorgezet omdat dit ten koste zou gaan van de noodzakelijke structurele ondersteuning (o.a. ICT, bedrijfsvoering, kwaliteitsborging) en de weerbaarheid van de dienst. Daarnaast is overwogen om regionale opdrachten anders te verdelen dan via de huidige solidariteitsafspraak van 4% urenbijdrage, maar gekozen is dit stelsel te handhaven omdat het gezamenlijke regionale opgaven en eenduidige uitvoering bevordert. De ODU informeert gemeenten over de behaalde financiële resultaten en vooruitzichten, omdat de financiële gezondheid van de ODU ook directe gevolgen heeft voor de deelnemende gemeenten.

Zodoende wordt de begroting van het huidige jaar tussentijds gewijzigd als er nieuwe financiële informatie beschikbaar is gekomen die impact heeft op de originele begroting en wordt in het voorjaar van ieder jaar alvast een (ontwerp)begroting voor het opvolgende jaar opgesteld. De gemeenteraden kunnen, op grond van artikel 29, vijfde lid, van de gemeenschappelijke regeling, hun zienswijze op begrotingen indienen bij de ODU. Door nu al de begroting 2027 aan te bieden aan de gemeenteraden, kunnen de gemeenten hier rekening mee houden in de eigen gemeentebegroting 2027.

Samenvatting Met dit voorstel wordt de gemeenteraad gevraagd een zienswijze in te dienen op de (ontwerp) Programmabegroting 2027 van de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). De gemeente Veenendaal staat positief tegenover de begroting, maar vraagt aandacht voor een aantal punten die belangrijk zijn voor een transparante en stabiele financiële relatie tussen gemeenten en de ODU. Het gaat daarbij onder meer om het gelijktijdig aanleveren van jaarstukken en nieuwe begrotingen, het tijdig informeren over financiële tegenvallers en een duidelijke onderbouwing van ingeboekte besparingen.

2 van 7

Raadsvoorstel: Zienswijze (ontwerp) programmabegroting 2027 ODU Dossiernummer: 7228

Daarnaast wordt de ODU verzocht risico’s en mogelijke financiële effecten nauwgezet te monitoren en gemeenten actief te informeren. Omdat de begroting voor 2027 zeer strak is opgesteld en nauwelijks over een risicobuffer beschikt, is het voor gemeenten essentieel dat er vroegtijdig inzicht is in afwijkingen, zoals lagere productie of hogere kosten. Ook vraagt Veenendaal aandacht voor het verschil in indexeringssystematiek, dat op termijn tot budgettaire knelpunten kan leiden. De zienswijze zorgt ervoor dat Veenendaal bestuurlijke betrokkenheid toont bij de doorontwikkeling van de ODU en bijdraagt aan een financieel gezonde uitvoeringsdienst die haar taken voor de gemeente goed kan blijven uitvoeren.

Beoogd resultaat Met dit voorstel wordt formeel geborgd dat de gemeenteraad de mogelijkheid krijgt om een zienswijze in te dienen op de (ontwerp)Programmabegroting 2027 van de ODU. Het raadsvoorstel heeft tot doel om namens de gemeente Veenendaal een zienswijze in te dienen. Hiermee wordt ingezet op een financieel stabiele ODU, zodat de organisatie haar taken voor Veenendaal als mede-eigenaar goed kan blijven uitvoeren.

Proceshistorie en eerdere besluitvorming Op 10 juli 2025 heeft het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht ingestemd met de ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) en de ontwerp-bijdrageverordening ODU. Op 10 november 2025 is de ODU opgericht nadat alle colleges van de gemeenten van de ODRU en RUD Utrecht toestemming hadden gekregen van de raden tot het treffen van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht. Daarnaast heeft het algemeen bestuur van de ODRU en RUD Utrecht op 10 november 2025 ingestemd met de ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) en de ontwerp bijdrageverordening ODU. Tot en met 13 maart hadden de deelnemende gemeenteraden de tijd om haar zienswijze te geven op het (ontwerp) liquidatieplan ODRU en de (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2026 c.q. liquidatiebegroting ODRU. Slechts één van de deelnemers heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Dit heeft niet geleid tot inhoudelijke aanpassing van de stukken. Het liquidatieplan en de eerste bijgestelde begroting 2026 (liquidatiebegroting) zullen in het algemeen bestuur van 9 april 2026 worden vastgesteld. Van de vaststelling worden de raden per brief op de hoogte gesteld. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat zienswijzen over de (ontwerp) begrotingen binnen 12 weken na verzending ervan kenbaar gemaakt kunnen worden.

Op 31 maart 2026 heeft het dagelijks bestuur de (ontwerp) Programmabegroting 2027 ODU aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden. De gemeenteraad kan hierop haar zienswijze geven. De termijn voor het geven van deze zienswijze loopt tot en met 19 juni 2026.

Argumenten 1.1 De (ontwerp) Programmabegroting 2027 ODU is met zorg opgesteld. De (ontwerp) Programmabegroting 2027 van de ODU is met grote zorgvuldigheid opgesteld en biedt een realistisch beeld van de financiële en inhoudelijke positie van de organisatie voor 2027. De ODU bevindt zich in de eerste fase na de fusie van de voormalige RUD Utrecht en ODRU, en de begroting laat zien dat de organisatie op transparante wijze de balans heeft gezocht tussen stabiliteit,

3 van 7

Raadsvoorstel: Zienswijze (ontwerp) programmabegroting 2027 ODU Dossiernummer: 7228

doorontwikkeling en financiële beheersing. Ten opzichte van de eerdere verwachtingen sluit de Programmabegroting nauw aan bij de meest recente inzichten over formatie, productie, loonontwikkeling, ICT‑kosten en regionale opdrachten. Deze actualisaties leiden tot een begroting die een beter en betrouwbaarder beeld geeft van de financiële ontwikkeling van de ODU dan eerder op basis van voorlopige ramingen kon worden vastgesteld. In de documenten zijn de structurele lasten, de inzet van uren, de verdeling van vaste en variabele bijdragen, de risico’s en het benodigde weerstandsvermogen helder onderbouwd. De Programmabegroting maakt bovendien zichtbaar hoe de ODU invulling geeft aan de landelijke en regionale opgaven, waaronder risicogericht toezicht, vergunningverlening, energietoezicht, natuur en biodiversiteit, datagedreven werken en het bestendigen van een uniforme organisatie. 1.2 Op verzoek van gemeenten is de (ontwerp) Programmabegroting 2027 ODU scherp opgesteld, waardoor een risicobuffer ontbreekt. De jaarstukken laten zien dat 2026 een transitiejaar was en dat 2027 in het teken staat van bestendiging en verdere doorontwikkeling. De fusie van twee diensten, de integratie van systemen en de harmonisatie van werkwijzen vragen tijd. In zo’n fase is een organisatie extra gevoelig voor vertragingen, kostenoverschrijdingen en de noodzaak tot aanvullende inhuur.

Omdat de (ontwerp)Programmabegroting 2027 op verzoek van gemeenten zeer scherp is opgesteld, ontbreekt een risicobuffer. Daardoor is het onzeker of eventuele tegenvallers binnen de bestaande middelen kunnen worden opgevangen. Dit maakt het voor gemeenten des te belangrijker dat de ODU in deze periode transparant rapporteert over voortgang, risico’s en beheersmaatregelen. Daarnaast werkt de ODU met een kostendekkend uurtarief zonder opslag voor risico’s. Hierdoor reageert de begroting sterk op schommelingen in de productie. Al een relatief kleine afwijking, zoals een lagere realisatie van uren, kan leiden tot aanzienlijke financiële tegenvallers. Omdat er geen risico-opslag of ruimte in het tarief is opgenomen, kunnen eventuele tekorten uiteindelijk neerslaan bij gemeenten, bijvoorbeeld via aanvullende bijdragen of toekomstige tariefstijgingen. Dit raakt de voorspelbaarheid van de gemeentelijke begrotingen. 1.3 Het weerstandsvermogen is beperkt in verhouding tot het restrisico. Hoewel de ODU formeel beschikt over een algemene reserve van €3,2 miljoen, gelijk aan 7 procent van de baten, blijkt uit de onderliggende stukken dat dit feitelijk een minimale en kwetsbare reservepositie is.

In de begroting wordt aangegeven dat dit niveau exact overeenkomt met de norm die binnen de Gemeenschappelijke Regeling is toegestaan, maar dat het tegelijkertijd het minimaal benodigde niveau is om het restrisico af te dekken. Het begrote restrisico bedraagt namelijk €2,235 miljoen, waarmee ruim twee derde van de volledige reserve al is “benut” op basis van geïdentificeerde risico’s. Daarbij gaat het om risico’s die zowel structureel als incidenteel van aard zijn: onderbezetting, hoge afhankelijkheid van productie, ziekteverzuim boven de norm, capaciteitsproblemen door schaarste op de arbeidsmarkt, ICT‑risico’s en mogelijke frictiekosten als gevolg van de fusie. Deze risico’s zijn inherent aan een organisatie die zich nog in een opbouw- en stabilisatiefase bevindt. De ODU merkt in de begroting zelf op dat het huidige risiconiveau en de samenstelling van de organisatie vragen om een solide financiële basis, omdat zich in de eerste jaren na samenvoeging relatief vaak incidentele tegenvallers kunnen voordoen, bijvoorbeeld door harmonisatie-effecten, ICT‑ontwikkelingen of aanvullende regionale opdrachten. Het beperkte weerstandsvermogen is daarmee niet alleen een financiële constatering, maar vormt een bestuurlijk risico voor gemeenten.

Wanneer zich een tegenvaller voordoet die boven het restrisico uitstijgt, of wanneer meerdere risico’s tegelijk optreden, biedt de reserve onvoldoende ruimte om deze binnen de eigen middelen op te

4 van 7

Raadsvoorstel: Zienswijze (ontwerp) programmabegroting 2027 ODU Dossiernummer: 7228

vangen. In dat geval bepaalt de Gemeenschappelijke Regeling dat deelnemers, naar rato van hun DVO‑uren, moeten bijspringen met aanvullende bijdragen. Dit maakt gemeenten direct financieel kwetsbaar. Daarnaast geldt dat de ODU voor haar stabiliteit sterk afhankelijk is van de continuïteit van productie en tijdige realisatie van DVO‑uren, terwijl kleine afwijkingen daarin direct tot forse financiële effecten kunnen leiden. Het beperkte weerstandsvermogen vergroot daarmee het risico dat relatief kleine operationele schommelingen leiden tot onevenredig grote financiële consequenties voor gemeenten. 1.4 In de (ontwerp) Programmabegroting 2027 ODU zijn besparingen opgenomen welke onvoldoende zijn onderbouwd. In de begroting is een besparing van €750.000 opgenomen. Deze is echter nog niet volledig onderbouwd met concrete maatregelen. Een deel van de beoogde efficiëntiewinst hangt samen met digitalisering en procesoptimalisatie, trajecten die nog niet volledig zijn voltooid. De realisatie van deze besparingen is daarmee onzeker. Als de besparingen niet haalbaar blijken, kan dit opnieuw leiden tot tekorten die gedekt moeten worden door gemeenten. Het is daarom van belang dat deze maatregelen inzichtelijk en toetsbaar worden gemaakt. 1.5 De ODU hanteert een andere indexeringssystematiek dan de gemeente Veenendaal.

De baten en lasten van de ODU zijn waar nodig aangepast aan recente loon-en prijsontwikkelingen. De raad heeft bij de behandeling van de Programmabegroting 2025 besloten om met ingang van 2026 in onze gemeentelijke begroting de budgetten te indexeren conform de prijs bruto binnenlands product systematiek (hierna pbbp). De ODU en de gemeente Veenendaal hanteren verschillende indexcijfers. Het hanteren van verschillende indexeringsystematieken kan te zijner tijd betekenen dat wij in onze meerjarenraming onvoldoende middelen beschikbaar hebben. Er moet dan nader worden bepaald of de ODU dit nadeel zelf moet opvangen of dat we als gemeente nadere keuzes moeten maken of taken moeten prioriteren. In de zienswijze informeren we de ODU over de pbbp-systematiek en verzoeken we de ODU om in de begroting in de navolgende jaren uit te gaan van de pbbpsystematiek.

Alternatieven Het alternatief is om geen zienswijze in te dienen, in welk geval de ODU ervan uit zal gaan dat de gemeente Veenendaal geen opmerkingen heeft bij de (ontwerp) Programmabegroting 2027. Ook kan er voor gekozen worden een andere zienswijze naar voren te brengen.

Kanttekeningen 1.1 De jaarstukken 2025 ontbreken en kunnen daardoor niet worden meegenomen in het besluitvormingsproces. De jaarstukken ODRU 2025 worden naar verwachting pas medio april 2026 aan de oud-ODRU gemeenten verstrekt, enkele weken nadat de (ontwerp)Programmabegroting 2027 is aangeleverd. Deze werkwijze sluit, net als in eerdere jaren, niet aan op de gemeentelijke besluitvormingscyclus, waardoor de jaarstukken niet meer kunnen worden betrokken bij de zienswijze op de nieuwe begroting. Daardoor ontbreekt een integraal beeld van zowel de financiële resultaten over 2025 als de vooruitzichten voor de komende jaren. Met de vorming van de ODU is echter sprake van een nieuwe organisatie die de kans heeft om processen te verbeteren en knelpunten uit het verleden weg te nemen. Juist in deze fase van samenvoeging en herinrichting is het belangrijk dat de ODU een werkwijze hanteert die gemeenten in staat stelt hun kader stellende en controlerende rol volledig te vervullen. Het structureel te laat aanleveren van jaarstukken past hier niet bij.

5 van 7

Raadsvoorstel: Zienswijze (ontwerp) programmabegroting 2027 ODU Dossiernummer: 7228

Daarom is het wenselijk dat de ODU de jaarstukken van het voorgaande jaar voortaan gelijktijdig aanbiedt met de ontwerpbegroting voor het volgende jaar. Dit zorgt voor een transparanter, efficiënter proces en stelt gemeenten in staat om financiële prestaties, fusie effecten en toekomstige ontwikkelingen in samenhang te beoordelen en in één integrale zienswijze te verwerken.

Participatie Participatie is niet van toepassing, trede 0 is van toepassing.

Wat betekent dit besluit voor inwoners? Niet van toepassing

Aanpak / uitvoering Conform de procedure zoals vastgesteld in de gemeenschappelijke regeling wordt, nadat het dagelijks bestuur (hierna: DB) van de ODU eventuele zienswijzen heeft verwerkt, de (ontwerp) Programmabegroting 2027 in de vergadering van het AB op 10 juli 2026 vastgesteld. Vervolgens wordt de (ontwerp) Programmabegroting 2027 uiterlijk 17 juli 2026 toegezonden aan de provinciale staten en het ministerie van BZK. Na vaststelling van de stukken door het AB krijgen de ODUgemeenten de definitieve stukken toegestuurd.

Communicatie over dit besluit Na goedkeuring door de raad van bijgaande zienswijzebrief, wordt deze vóór 19 juni 2026 digitaal toegestuurd aan het dagelijks bestuur van de ODU via bestuurssecretariaat@odu.nl.

Evaluatie De evaluatie van de begroting vindt plaats via verantwoording in de jaarrekening, welke jaarlijks in het voorjaar wordt aangeboden. Daarnaast wordt het AB geïnformeerd over de voortgang gedurende het jaar door middel van bestuursrapportages.

Kosten, baten, dekking Voor 2027 bedraagt de gemeentelijke bijdrage van Veenendaal aan de ODU € 1.201.244. De stijging van € 34.979 t.o.v. de bijdrage 2026 wordt voornamelijk veroorzaakt door loon- en prijsbijstellingen. De verwachte bijdrage voor 2027 past – rekening houdend met de in de Programmabegroting nog te verwerken pbbp-indexering- binnen onze meerjarenraming.

6 van 7

Raadsvoorstel: Zienswijze (ontwerp) programmabegroting 2027 ODU Dossiernummer: 7228

College van burgemeester en wethouders,

Sjoukje Deelstra secretaris

Gert-Jan Kats burgemeester

Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief (ontwerp) Programmabegroting 2027 ODU 2. (ontwerp) Programmabegroting 2027 ODU 3. Zienswijzebrief (ontwerp) Programmabegroting 2027 ODU - Veenendaal

7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16784579/5