1. Vaststelling ontwerp Buurtuitvoeringsplannen (BUPs) - Raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raad Voorstelnummer Datum Onderwerp
20 juni 2024 2172524
Agendapunt
Team
Programma’s en Projecten
14 mei 2024 Vaststelling ontwerp Buurtuitvoeringsplannen (BUPs)
Programma
Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres
F.J. Oudman 0318-538797 frederik.oudman@veenendaal.nl
Aan de leden van de raad, Beslispunten 1. De Ontwerp-buurtuitvoeringsplannen voor het aardgasvrij maken van de buurten De Faktorij en De Vendel en Dragonder-Oost vast te stellen en daarmee: a) voor beide buurten in te stemmen met het toepassen van klein-collectieve en individuele warmtetechnieken als voorkeursalternatief; b) voor beide buurten in te stemmen met het voornemen tot stopzetten van de levering van aardgas per 1 januari 2050; c) voor Dragonder-Oost de voorgestelde maatregelen te nemen met als doel om in 2030 40% minder aardgas in deze buurt te gebruiken dan in 2019; d) voor De Faktorij en De Vendel de voorgestelde maatregelen te nemen met als doel om in 2030 20% minder aardgas in deze buurt te gebruiken dan in 2019; 2. 1 januari 2050 als algemene einddatum van de levering van het aardgas aan te houden voor alle gebieden waar in de toekomst een individuele of klein-collectieve oplossing wordt voorgesteld in een buurtuitvoeringsprogramma, Warmteprogramma of gelijkwaardig beleidsstuk of programma. Waarom naar de raad? Het college heeft eerder aangegeven dat de raad het uiteindelijke buurtuitvoeringsplan zal vaststellen (raadsinformatiebrief 2022/40272, raadsconsultatie 2022\41071).
Deze uitspraak heeft het college gedaan op basis van het Klimaatakkoord uit 2019 waarin werd gesteld dat de raad een besluit neemt over de zogenaamde ‘Uitvoeringsplannen op wijkniveau’ (in Veenendaal hebben we dit buurtuitvoeringsplannen genoemd). Inmiddels is achterliggende wet- en regelgeving verder uitgewerkt – met name de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is hierbij van belang. In dit (nog niet vastgestelde) wetsvoorstel is de formele rol van de raad in het besluitvormingsproces gewijzigd. Het college stelt (op basis van dit voorstel) het buurtuitvoeringsplan vast als Omgevingsprogramma, waarbij een definitieve keuze voor een einddatum bekrachtigd moet worden
Raadsvoorstel van 14 mei 2024, nr. 2172524
door besluit van de raad over wijziging van het Omgevingsplan, zodat daar een einddatum voor de levering van aardgas opgenomen kan worden. 1 Het college wil echter vasthouden aan hetgeen eerder gecommuniceerd is naar de raad: de raad besluit over het buurtuitvoeringsprogramma. Dit ligt ook voor de hand, omdat in deze eerste buurtuitvoeringsplannen keuzes worden gemaakt die ook richtinggevend zijn voor de aanpak van andere buurten. Bovendien valt een besluit over de einddatum van het aardgas (waar de raad in de toekomst formeel bevoegd voor zal worden bij invoering van de Wgiw) niet los te zien van de aanpak van de gemeente om bewoners en bedrijven te ondersteunen bij het omschakelen naar alternatieve energiebronnen. Daarnaast vraagt het college een besluit om te zorgen dat de beide ontwerpbuurtuitvoeringsplannen in ieder geval op hoofdlijnen steun hebben bij de raad, vóór het proces van formele terinzagelegging start. We willen dat onze bewoners, bedrijven en instellingen reageren op een plan dat ook politiek gezien realistisch en gedragen is.
Samenvatting De gemeente heeft in de Transitievisie Warmte 1.0 (uit 2021) aangegeven per buurt plannen te gaan maken voor het aardgasvrij worden van de buurten. De eerste twee plannen zijn nu klaar, voor woonbuurt Dragonder-Oost en bedrijventerrein De Faktorij en De Vendel. In beide buurten is een onderzoeksproces doorlopen waarbij is gekeken naar zowel de (kosten-) technische aspecten als naar de wensen van bewoners, bedrijven en andere betrokkenen. Er is gekeken in welke mate de alternatieven voor aardgas betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam zijn. In beide buurten is het meeste kansrijke alternatief voor aardgas het inzetten van ‘individuele en klein-collectieve technieken’ wat in de praktijk vooral neerkomt op het inzetten van verschillende soorten warmtepompen. Eigenaren van woningen, bedrijven en instellingen kunnen op een moment dat ze zelf kiezen de overstap maken. De gemeente stelt een aantal maatregelen voor waarmee ze bewoners, bedrijven en instellingen gaat helpen om de overstap te maken. Omdat er de nodige obstakels zijn voordat beide gebieden helemaal aardgasvrij zouden kunnen worden, is het voorstel om 2050 als einddatum aan te houden. Dit is ook de landelijke einddatum voor het stopzetten van aardgaslevering. Om te zorgen dat het tempo van aardgasbesparing ook de komende jaren hoog is, zijn voor beide buurten tussendoelen gesteld.
Voor Dragonder-Oost is het doel om in 2030 40% minder aardgas in deze buurt te gebruiken dan in 2019. Voor De Faktorij en De Vendel is het doel om in 2030 20% minder aardgas te gebruiken dan in 2019. De kans is groot dat ook in andere buurten die met individuele en klein-collectieve technieken verwarmd gaan worden er ruime tijd nodig zal zijn om iedereen de overstap te laten maken. Daarom stelt het college voor om in de toekomst voor soortgelijke buurten 2050 als einddatum voor het aardgas aan te gaan houden.
Inleiding Veenendaal werkt aan een duurzame stad voor iedereen. We willen een toekomstbestendige samenleving waarin plek is voor iedereen, nu en in de toekomst. Op die toekomst bereiden we ons 1 Zie bijvoorbeeld: Aanbiedingsbrief bij nota van wijziging wetsvoorstel Wet gemeentelijke
instrumenten warmtetransitie | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
Raadsvoorstel van 14 mei 2024, nr. 2172524
voor: samen met bewoners, bedrijven en andere instellingen ontwikkelen we plannen en voeren we initiatieven uit die bijdragen aan die duurzame en energieneutrale toekomst. Op 16 december 2021 stelde de raad de Transitievisie Warmte 1.0 vast. De Transitievisie Warmte 1.0 kwam tot stand na twee jaar van verkennend onderzoek over de vraag: hoe gaan we naar een aardgasvrij Veenendaal? Aardgasvrij worden is geen doel op zich. We hebben immers een alternatief voor aardgas nodig dat duurzaam is, zonder CO2-uitstoot en uit hernieuwbare bronnen maar ook met zo veel mogelijk energieonafhankelijkheid van andere landen. Het op termijn stopzetten van aardgas is nodig om dit eindbeeld te kunnen bereiken. In de Transitievisie Warmte 1.0 is stapsgewijs gekeken naar de mogelijke alternatieven voor aardgas, de beschikbare energiebronnen in Veenendaal, de kosten van verschillende alternatieven en het draagvlak bij inwoners, Veenendaal breed én in een aantal kansrijke wijken en buurten. Door dit uitgebreide traject te lopen, heeft de gemeente Veenendaal een stevige basis gelegd voor de volgende fase van de warmtetransitie. Daarbij zijn er drie belangrijke uitgangspunten vastgelegd: een overstap naar een alternatieve warmtevoorziening dient duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar te zijn.
In raadsinformatiebrief 2022/40272 is de raad geïnformeerd over de start van de eerste twee ‘buurtuitvoeringsplannen’: één voor De Faktorij en De Vendel en één voor Dragonder-Oost. Het opstellen van deze buurtuitvoeringsplannen (BUPs) is één van de uitwerkingen van de Transitievisie Warmte 1.0. Het doel van het buurtuitvoeringsplan is het ontwikkelen van een gedragen plan en aanpak om een buurt op termijn geheel aardgasvrij te kunnen maken. Daarvoor gelden als kaders enerzijds de landelijke einddatum voor het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving (2050) en anderzijds de tussendoelen die in de Transitievisie Warmte 1.0 gesteld zijn voor Veenendaal in 2030 (o.a. een gemiddelde afname van het aardgasgebruik met 40% (t.o.v. 2019) in de buurten waarvoor een buurtuitvoeringsplan wordt opgesteld en specifiek voor beide buurten een reductie van 20 c.q. 40% aardgasgebruik in 2030 t.o.v. 2019). De raad is in september 2022 geconsulteerd over een aantal uitgangspunten van deze aanpak. Op een tweetal beeldvormende avonden in 2022 en 2023 is de raad meegenomen in de totstandkoming van de buurtuitvoeringsplannen. Op de tweede beeldvormende avond, op 28 november 2023, is de raad geïnformeerd over een voorstel dat daarna gedeeld werd met inwoners en bedrijven in de betreffende buurten.
Naar aanleiding van de reacties op het voorstel vanuit beide buurten zijn de plannen verder uitgewerkt en deze liggen nu klaar voor besluitvorming. Na een positief oordeel van de raad volgt een terinzagelegging. Aan de hand van reacties wordt ten slotte een definitief buurtuitvoeringsplan opgesteld. Dit buurtuitvoeringsplan omschrijft de acties van de gemeente richting bewoners en bedrijven en heeft de vorm van een Omgevingsprogramma. Het plan is bij vaststelling nog niet juridisch bindend voor bedrijven en bewoners; op basis van alléén het buurtuitvoeringsplan kunnen zij nog niet gedwongen worden om van het aardgas afgaan. Daarvoor zijn op dit moment nog geen wettelijke mogelijkheden. De verwachting is dat de nieuwe Wgiw de basis gaat vormen waarmee de einddatum voor het aardgas wél juridisch bindend kan worden vastgelegd in het Omgevingsplan. De buurtuitvoeringsplannen die nu voorliggen vormen te zijner tijd dus de basis voor de keuze welke einddatum in het Omgevingsplan wordt opgenomen. De consequenties van een besluit over de beide buurtuitvoeringsplannen hebben dus indirect wel grote gevolgen. De overstap naar aardgasvrij gaat
Raadsvoorstel van 14 mei 2024, nr. 2172524
immers samen met hoge (investerings-) kosten en vergaande ingrepen in woningen en bedrijven – met als einddoel een duurzame, betrouwbare en betaalbare energievoorziening voor iedereen. Beoogd resultaat Uiterlijk in 2050 is heel Veenendaal aardgas- en fossielvrij. Argumenten 1.1. De gekozen oplossingen en de einddatum zijn getoetst aan de uitgangspunten van betaalbaarheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid In de Transitievisie Warmte 1.0 is een drietal algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie meegegeven. Aardgasvrije oplossingen moeten duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar zijn om een goed alternatief te vormen. In de uitvoeringsplannen is onderzoek gedaan of dit met de voorgestelde warmteoplossingen (individuele en klein-collectieve warmtesystemen) haalbaar is en vanaf welk jaar. Er is gekozen voor een aanpak en jaartal waarbij er een hoge mate van zekerheid is dat aan deze randvoorwaarden voldaan kan worden. 1.2. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar zowel de techniek als de wensen van bewoners en bedrijven. In beide gebieden is een uitgebreid participatietraject gevolg waarbij op verschillende treden participatie heeft plaatsgevonden: van informerend tot verdiepend (met dialoog)2. Met de uitkomsten is de aanpak aangescherpt. Daarnaast zijn de verschillende technieken onderzocht; in Dragonder-Oost o.a.
door een rekentool en brochures te ontwikkelen voor aardgasvrije woningen en op de Faktorij en De Vendel o.a. door huis- en bedrijfsbezoeken met doorrekening van een businesscase. Ten slotte is in november en december 2023 een voorstel neergelegd aan de bewoners en bedrijven uit de beide buurten. De beide plannen zijn getoetst aan de reacties vanuit de buurt en op onderdelen aangescherpt. 1.3. Het onderzoekstraject laat zien dat individuele en klein-collectieve technieken het best passend zijn. In de Transitievisie Warmte 0.5 en 1.0 zijn de eindgebruikers- en maatschappelijke kosten van diverse warmteoplossingen al doorgerekend voor beide buurten. In het onderzoekstraject is dit resultaat verdiept door ook op individueel niveau te kijken naar kosten en baten en effecten van technieken. Individuele en klein-collectieve technieken zijn passend in deze buurten vanwege de goede isolatie (met name Dragonder-Oost) maar sluiten ook aan bij het karakter van veel individueel eigenaarschap binnen beide buurten waardoor het onwaarschijnlijk is dat er voldoende draagvlak gevonden zou kunnen worden voor een grootschalig warmtenet (dat dus ook niet als voordeliger berekend is).
Waterstof en andere vormen van duurzaam gas zijn enkel voor bedrijven die aardgas gebruiken voor productie (op de Faktorij en De Vendel) een mogelijke oplossing, al zijn de perspectieven daarvoor momenteel weinig gunstig en is ook voor die bedrijven een volledig elektrische warmtevoorziening aannemelijker. 1.4. Het onderzoekstraject laat zien dat er nu al veel mogelijk is maar dat volledig aardgasvrij een grote stap is die tijd vraagt. Er zijn voldoende (bewezen) technieken beschikbaar om nu al woningen en bedrijven aardgasvrij te maken. In een aantal gevallen is die stap nu ook al financieel interessant. De analyses in beide plannen laten echter ook zien dat er nog veel barrières zijn om geheel aardgasvrij te zijn – terwijl iedereen die stap wel zal moeten nemen voordat de levering van aardgas in een hele buurt kan 2 zie ook: Participatie
Raadsvoorstel van 14 mei 2024, nr. 2172524
stoppen. Dat onderschrijft een strategie om besparing al zo veel mogelijk te stimuleren maar om een definitieve einddatum voor het aardgas verder naar achteren te leggen. 1.5. Een tussendoel voor 2030 is wenselijk om tempo te maken en te houden. De urgentie om het gebruik van aardgas snel terug te dringen is groot. Hoe eerder bewoners en bedrijven overgaan op CO2-arme (en uiteindelijk zero emissie) oplossingen voor verwarmen, hoe beter. En ondanks de beperkingen zijn er nu al veel mogelijkheden om aardgasbesparing te realiseren. Voor veel bewoners en bedrijven is een aardgasvrije oplossing op dit moment al betaalbaar en op termijn zelfs goedkoper dan aardgas. Door een tussendoel te stellen voor 2030 dwingt de gemeente zichzelf om de komende jaren het potentieel dat er ligt maximaal te benutten. Inschattingen (scenario’s) in de buurtuitvoeringsplannen geven een indicatie dat stimulering vanuit de gemeente nodig is om de gestelde doelen te halen, maar dat deze wél binnen bereik liggen. 2.1. Het is aannemelijk dat de opgave in andere buurten en wijken die in aanmerking komen voor individuele en klein-collectieve warmtetechnieken niet kleiner is dan in Dragonder-Oost en De Faktorij en De Vendel. De ervaringen die zijn opgedaan bij het opstellen van de buurtuitvoeringsplannen voor De Faktorij en De Vendel en Dragonder-Oost hebben voor nieuwe inzichten gezorgd.
Het maken van plannen voor aardgasvrije buurten is een recente, nieuwe taak voor gemeenten. Beide buurten zijn mede uitgekozen om als eerste uit te werken, vanwege de kansen die er vooraf werden gezien om al snel veel aardgas te besparen – en mogelijk ook versneld aardgasvrij te worden. Door het onderzoeksproces is er meer inzicht gekomen in de eventuele belemmeringen. Voor bedrijven(terreinen) is netcongestie een grote beperking geworden die naar verwachting nog lang zal aanhouden, waarbij bedrijven in de regel de minste maatschappelijke prioriteit wordt toegekend bij het beschikbaar komen van nieuwe netcapaciteit, ze staan ‘achter in de rij’ 3. Voor woningen geldt dat Dragonder-Oost één van de weinige buurten in Veenendaal is waar woningen zonder isolatiemaatregelen te nemen al geschikt zijn om (effectief) van warmte te worden voorzien door warmtepompen. In veel andere buurten zal eerst de isolatie van alle woningen op orde moeten worden gebracht. Het is dus niet aannemelijk dat er andere buurten zijn die met individuele/kleincollectieve technieken sneller aardgasvrij te maken zijn dan Dragonder-Oost en De Faktorij en De Vendel. 2.2. Er zijn ook landelijk indicaties dat er in buurten die afhankelijk zijn van individuele en kleincollectieve warmtetechnieken meer tijd nodig is om aardgasvrij te worden.
Er zijn tot nu toe landelijk géén voorbeelden van gehele (bestaande) buurten die inmiddels aardgasvrij zijn geworden door toepassing van individuele en klein-collectieve warmtetechnieken4. Dit sluit aan bij de analyse in beide buurtuitvoeringsplannen: er zijn nog veel beperkingen om op deze manier een volledig aardgasvrije buurt te realiseren. Behandeling van de nieuwe Wgiw laat zien dat ook de Minister inziet dat voor de individuele aanpak een langere doorlooptijd nodig is: “Zo is het denkbaar dat in een wijk met een groot aantal verschillende vrijstaande woningen, waar geen collectieve voorziening komt, een langere termijn geboden wordt. Dat biedt de eigenaren gelegenheid om de benodigde isolatie aan te brengen en hun gasgestookte cv-ketel door een elektrische warmtepomp te vervangen op een zelfgekozen moment.” In de praktijk geldt dit zeker
3 Er is op dit moment geen maatschappelijke prioritering in de wachtlijsten voor
elektriciteitsaansluitingen, maar de verwachting is dat hier wel prioritering plaats gaat vinden. 4 EnergiePodium: All electric voorlopig onhaalbaar in bestaande bouw
Raadsvoorstel van 14 mei 2024, nr. 2172524
niet alleen voor vrijstaande woningen: alle gebouwen waarvoor individueel verwarmen een logische strategie is, hebben baat bij een langere termijn voor aardgasvrij worden om gefaseerd de benodigde investeringen te kunnen doen op een natuurlijk moment. 2.3. Een zo veel mogelijk uniforme datum in Veenendaal geeft duidelijkheid in communicatie Door nu een keuze te maken voor één einddatum voor een groot deel van Veenendaal (de delen die het beste individueel of klein collectief verwarmd kunnen worden), zorgen we dat we in de toekomst eenduidig kunnen communiceren naar de bewoners en bedrijven in deze buurten. Dit is niet alleen efficiënter, maar vermindert ook de kans op onduidelijkheid in communicatie over de einddatum van het aardgas. Alternatieven Met betrekking tot beslispunt 1: •
•
•
Geen buurtuitvoeringsplan vaststellen Dat betekent géén plan en de komende tijd een onduidelijk handelingsperspectief voor bewoners en bedrijven. Er is géén gerichte stimulering van bedrijven en inwoners. Individuele bewoners en bedrijven nemen zelf maatregelen maar doen dit niet planmatig. Daardoor zijn er aanzienlijke maatschappelijke investeringen nodig (bijvoorbeeld in het elektriciteitsnet) die echter niet gericht worden ingezet. Bewoners en bedrijven die niet voldoende geïnformeerd zijn kunnen hierdoor te vroeg of juist te laat investeren en betalen daardoor mogelijk te veel. Er is geen grip op het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen uit het programma Energieneutraal Veenendaal. De einddatum van het aardgas naar voren halen. Het daadwerkelijke transitietempo zal naar verwachting vergelijkbaar zijn, al zal er wel een hoger urgentiegevoel zijn. Overstappen is echter alleen aantrekkelijk voor een groot deel van bewoners wanneer het financieel verstandig is. Er zal mogelijk meer ontevredenheid zijn bij bewoners en bedrijven. Er is een hoger risico op juridische procedures. Bij bewoners en bedrijven kan beklemming ontstaan omdat ze iets moeten wat ze (nog) niet kunnen of willen.
Wanneer er geïnvesteerd wordt in aardgasvrije oplossingen terwijl het elektriciteitsnet daar nog niet klaar voor is, kan dit zorgen voor schade; in eerste plaats bij degenen die actie nemen maar uiteindelijk ook bij aardgasgebruikers. Wanneer bewoners versneld moeten investeren in aardgasvrije oplossingen missen ze kansen om deze investeringen efficiënt aan te laten sluiten op renovaties van de woningen. Kiezen voor grootschalige collectieve warmtevoorziening. Er is in beide buurten geen indicatie dat een collectieve warmtevoorziening eenvoudiger, goedkoper en acceptabeler is (en dus ook niet betaalbaarder, betrouwbaarder en duurzamer). De plannen laten ruimte voor initiatieven voor kleinschalige collectieve voorzieningen op plekken waar dat voor de hand ligt en waar gebruikers vrijwillig daar gebruik van willen maken.
Met betrekking tot beslispunt 2: •
Nog geen richting kiezen voor een einddatum van het aardgas in buurten die individueel verduurzaamd worden. Door nu al richting te geven aan de keuze voor een einddatum in vergelijkbare buurten en wijken geven we duidelijkheid op voorhand. Bovendien kunnen de uitvoeringsprogramma’s voor Dragonder-Oost en De Faktorij en De Vendel dan al
Raadsvoorstel van 14 mei 2024, nr. 2172524
zo ingericht worden dat ze eenvoudig ‘gekopieerd’ kunnen worden in andere vergelijkbare buurten en wijken, omdat de communicatieboodschap vergelijkbaar zal zijn. Kanttekeningen 1.1. De einddatum van 2050 wijkt af van de voorkeurstermijn van 8 jaar volgens het wetvoorstel Wgiw De Wgiw ziet 8 jaar als redelijke termijn tussen een besluit en het daadwerkelijk aardgasvrij worden van een buurt. In recente beantwoording aan de kamer zinspeelt minister Hugo de Jonge erop dat voor individuele wijken/buurten een langere termijn dan 8 jaar voor de hand kan liggen. Daarnaast is er vanuit de praktijk nog te weinig zicht op haalbaarheid en betaalbaarheid voor iedereen. Het lijkt erop dat bij de keuze voor een voorkeurstermijn van 8 jaar te weinig in overweging is genomen dat de realistische termijn voor buurten afhankelijk is van het wel/niet voorkomen van een grootschalig warmtenet in de plannen. Bij buurten met een warmtenet is het in het algemeen belang om zo snel mogelijk een hoge aansluitgraad op een warmtenet te realiseren zodat kosten voor individuen zo laag mogelijk zijn. Bij een individuele aanpak leidt snelheid echter vaak juist tot hogere kosten doordat investeringen in het gebouw niet worden genomen op natuurlijke momenten. 1.2.
Een einddatum van 2050 voor ‘individuele’ buurten kan op termijn voor scheve gezichten zorgen in buurten waar vanwege een warmtenet gekozen wordt voor een snellere uitfasering van aardgas. Zoals hierboven aangegeven ligt het bij buurten waar een groot collectief systeem (warmtenet) de beste oplossing is voor de hand om wél te kiezen voor een kortere termijn tussen besluitvorming en stopzetten van de aardgaslevering. De vraag is echter of het tempo tussen beide typen buurten wezenlijk verschilt. Het ligt voor de hand dat een warmtenet buurt voor buurt aangelegd wordt, wat een langjarig proces is wat mogelijk ook pas in 2050 is afgerond. Bij individuele oplossingen is er minder sprake van een ‘buurt voor buurt’ aanpak, maar gaan individuele woningen en gebouwen op een voor hen geschikt moment over. Het tempo tussen beide typen buurten is in de praktijk waarschijnlijk vergelijkbaar. 1.3. De achterliggende wetgeving is nog niet van kracht (Wgiw) De wetgeving om het aardgasvrij worden van gebouwen juridisch te borgen is nog niet van kracht. We zijn hier als gemeente van afhankelijk om de ambities uit de beide buurtuitvoeringsplannen daadwerkelijk te kunnen realiseren. Het is te verwachten dat – om internationale afspraken na te kunnen komen - er op termijn bindende wetgeving komt om aardgaslevering te kunnen stoppen.
Zolang dit op zich laat wachten, hebben beide buurtuitvoeringsplannen geen bindend karakter. 2.1. Er moet voor alle andere buurten alsnog een besluit worden genomen of een individuele/kleincollectieve techniek de beste oplossing is. Om definitief duidelijkheid te kunnen geven aan inwoners, is een besluit (tot op adresniveau) nodig welke delen van Veenendaal wel en niet collectief verwarmd gaan worden. De Transitievisie Warmte 1.0 biedt deze duidelijkheid nog niet. De komende jaren vraagt dit om aanscherping door het verder uitwerken van buurtuitvoeringsplannen, maar ook door het opstellen van een Warmteprogramma. Een eerste fase hiervoor is inmiddels in ontwikkeling: het college werkt in lijn met de Transitievisie Warmte 1.0 aan een Masterplan warmtenetten dat in een hoger detailniveau duidelijkheid moet geven over de kansen voor warmtenetten in Veenendaal.
Raadsvoorstel van 14 mei 2024, nr. 2172524
Participatie Voor beide buurtuitvoeringsplannen is zeer uitgebreid geparticipeerd op diverse niveaus. In september 2022 is de raad ook geconsulteerd over de gewenste participatieaanpak. Enkele hoofdpunten van het participatietraject: • • • • • •
Voor beide buurten is in de vorm van ‘meedenkgroepen’ meegedacht over de planvorming. Grotere organisaties (Stedin, BOV, corporatie) waren onderdeel van de projectgroepen. Er zijn meerdere nieuwsbrieven verstuurd en meerdere bijeenkomsten gehouden. In Dragonder-Oost is een ‘Informatiecentrum’ actief geweest. Op De Faktorij en De Vendel is een uitgebreid advies- en inventarisatietraject voor bedrijven doorlopen. Er is eind november 2023 een voorstel neergelegd waar bewoners en bedrijven op hebben kunnen reageren. Aspecten hiervan zijn meegenomen in de planvorming. De einddatum van 2050 lijkt op basis van de reacties een goed draagvlak te hebben.
De maximale participatietrede bedroeg ‘3’: verdiepen door dialoog. Wat betekent dit besluit voor inwoners? Bewoners en bedrijven (en andere pandeigenaren) zullen na definitieve vaststelling doorlopend zo veel mogelijk geïnformeerd en ondersteund worden door de gemeente over de stap naar aardgasvrij. Gezien de keuze voor een individuele/klein-collectieve aanpak zijn zij echter hoofdzakelijk zélf aan zet om tijdig maatregelen te nemen zodat ze een duurzame warmtevoorziening hebben wanneer op 1 januari 2050 de gaslevering stopt (onder voorbehoud van nog in te voeren wet- en regelgeving). Er zijn aanzienlijke investeringen nodig door eigenaren: voor De Faktorij en De Vendel worden deze investeringen geschat op ongeveer 20 miljoen euro (huidige prijspeil), voor Dragonder-Oost is dit bedrag mogelijk iets lager maar ongeveer vergelijkbaar5. Echter, een groot deel van deze investeringen zou op termijn sowieso al gedaan moeten worden vanwege steeds verplichtender landelijke regels (zoals verplichting hybride warmtepomp vanaf 2026, energiebespaarplicht voor bedrijven). Ook worden aardgasprijzen in de toekomst naar verwachting steeds hoger door stijgende belasting en CO2-beprijzing voor energieleveranciers. In de beide buurtuitvoeringsplannen is verder toegelicht dat de inspanningen aanzienlijk zijn, maar dat de ingrepen op termijn naar verwachting wel betaalbaar zijn.
Voor bewoners gaat de gemeente de komende jaren proberen om de overstap naar aardgasvrij vooral overzichtelijker en eenvoudiger te maken. Dat vraagt een wat intensievere begeleiding, bijvoorbeeld in de vorm van collectieve inkoop. Voor bedrijven zal de gemeente een wat passievere rol innemen: informeren, bevragen en waar nodig bedrijfscollectieven ondersteunen die de uitdaging aan willen gaan. Aanpak/uitvoering In de beide buurtuitvoeringsplannen is een hoofdstuk ‘uitvoeringsplan’ opgenomen. Hierin staan de beoogde acties beschreven met de nadruk op de periode tot en met 2030. De uitvoering vindt plaats binnen de kaders van het programma Energieneutraal Veenendaal, met oog voor combinatiekansen
5 Bij een geschatte investering van zo’n 15.000-20.000 per woning.
Raadsvoorstel van 14 mei 2024, nr. 2172524
vanuit de opgave Duurzaamheid en andere opgaven van de gemeente (zoals vervangingsopgaven openbare ruimte). Na een positief raadsbesluit gaan de beide Ontwerp-buurtuitvoeringsplannen ter inzage. Wanneer er uit de terinzagelegging geen noodzaak blijkt tot fundamentele aanpassingen zou een collegebesluit kunnen voldoen voor het vaststellen van de definitieve plannen 6. Communicatie over dit besluit Bewoners en bedrijven worden geïnformeerd via nieuwbrieven. Er volgt een terinzagelegging via de bijbehorende officiële kanalen. In de uitvoeringsfase zal er een veelheid aan communicatie plaatsvinden om te zorgen dat iedereen aan de slag gaat en op de juiste momenten stappen kan zetten. Evaluatie Bij vaststelling van de Transitievisie Warmte 1.0 is aangegeven dat na vaststelling van de eerste buurtuitvoeringsplannen een evaluatie plaats zou vinden. We stellen voor om in het najaar de uitvoering van De Transitievisie Warmte 1.0 te evalueren en terug te koppelen in de vorm van een beeldvormende avond. Kosten, baten, dekking Voor Dragonder-Oost worden de uitvoeringskosten (excl. personeelslasten) tot en met 2030 ingeschat op ongeveer € 630.000. Voor De Faktorij en De Vendel worden de uitvoeringskosten (excl. personeelslasten) tot en met 2030 ingeschat op ongeveer € 250.000.
Personeelslasten voor het opstellen en uitvoeren van buurtuitvoeringsplannen zijn gedekt binnen het programma Energieneutraal Veenendaal. In beide buurtuitvoeringsplannen is verder ingegaan op de kosten en financiering. De dekking komt vanuit de landelijke CDOKE-regeling voor uitvoeringslasten van gemeenten die voortvloeien vanuit het Klimaatakkoord. In het coalitieakkoord van Rutte IV zijn deze middelen toegezegd tot en met 2030 zodat gemeenten mogen uitgaan van een structurele bijdrage vanuit het Rijk. De middelen vanuit de CDOKE-regeling komen ten goede aan het programma Energieneutraal Veenendaal. Binnen het Programma Energieneutraal Veenendaal worden deze middelen verdeeld, aansluitend op de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. De belangrijkste baat is de bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen van Veenendaal en de landelijke klimaatdoelstellingen. De landelijke overheid kan sancties overwegen als gemeenten achterblijven op landelijke doelen7.
6 Vanwege de status van beide plannen als ‘Omgevingsprogramma’ 7 Koersen op klimaatneutraal. Aansturing en bekostiging van het decentrale klimaat- en energiebeleid
| Publicatie | Raad voor het Openbaar Bestuur (raadopenbaarbestuur.nl)
Raadsvoorstel van 14 mei 2024, nr. 2172524
Burgemeester en wethouders,
mevrouw drs. S.M. Deelstra secretaris
de heer K.J.G. Kats burgemeester
Bijlagen 1. Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost 2. Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel