1. Rekenkameronderzoek Welzijnsbeleid - raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raad Voorstelnummer Datum Onderwerp
Programma
Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres
19 september 2024 2175896 19 juni 2024 Rekenkameronderzoek Uitvoering Welzijnsbeleid Burger en bestuur
Agendapunt
Griffie
Griffie
L. Achterberg 0318-538256 bertha.achterberg@veenendaal.nl
Aan de leden van de raad, Beslispunten 1. De aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek Uitvoering Welzijnsbeleid over te nemen. Aanbeveling aan de raad: 1. Expliciteer de maatschappelijke doelen. Aanbevelingen aan het college: 2. Voorzie de opdracht aan de Stichting Veens Welzijn vooral van outcome afspraken. 3. Informeer de raad over de effecten van de Stichting Veens Welzijn op het doelbereik. 4. Beleg vooralsnog geen extra taken bij de Stichting Veens Welzijn. 2. Het college te verzoeken voor de aan de raad gerichte aanbeveling een voorstel aan de raad te doen in het 4e kwartaal 2024. 3. Het college te verzoeken de uitwerking van de aan hem gerichte drie aanbevelingen op te pakken en de raad hierover te informeren via een raadsinformatiebrief in het 4 e kwartaal 2024. Waarom naar de raad? De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de Uitvoering van het Welzijnsbeleid in Veenendaal. De rekenkamer doet vier aanbevelingen; één aanbeveling is gericht aan de raad en drie aan het college. De raad besluit of de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport worden overgenomen en wordt verzocht de uitvoering van de aan aanbevelingen op te pakken. Om de uitwerking van de aanbevelingen gericht aan het college te monitoren wordt hem verzocht de raad via een raadsinformatiebrief aangesloten te houden. De termijn hiervoor is het 4e kwartaal 2024.
Voor wat betreft de aanbeveling gericht aan de raad wordt het college gevraagd een voorstel aan de raad voor te bereiden in het 4e kwartaal 2024. Samenvatting De rekenkamer heeft een onderzoek uitgevoerd naar de uitvoering van het welzijnsbeleid van de gemeente Veenendaal. De Stichting Veens Welzijn (hierna te noemen: de Stichting) heeft binnen het welzijnsbeleid van de gemeente Veenendaal een essentiële rol. Het onderzoek heeft de volgende centrale vraagstelling: Hoe doeltreffend en doelmatig is de uitvoering van het Welzijnsbeleid van de gemeente Veenendaal door de Stichting Veens Welzijn? De rekenkamer concludeert dat de
Raadsvoorstel van 19 juni 2024, nr. 2175896
gemeentelijke doelen van het welzijnsbeleid niet concreet zijn. De doelen geven wel een richting aan, maar kunnen niet gebruikt worden om te bepalen of bereikt is wat de gemeente wilde bereiken. De structuur voor de doorvertaling van doelen naar een opdracht voor de Stichting Veens Welzijn is goed, maar de inhoudelijke scherpte op te bereiken effecten ontbreekt. Het ontbreken van concrete gemeentelijke doelen heeft direct gevolgen voor de opdracht aan en uitvoering door de Stichting. Afspraken over het aantal activiteiten en het te bereiken effect van die activiteiten zijn (overwegend) niet gemaakt. De Stichting heeft in het Koersdocument 2024 de ambitie neergezet om tot steeds concretere output- en outcome registraties en afspraken te komen. Dit lijkt vooral gevoed te zijn vanuit de eigen ambitie van de Stichting op dit punt. De rekenkamer concludeert vervolgens dat de sturing en verantwoording van de Stichting voornamelijk op basis van ingezette uren en middelen gebeurt. Het ontbreekt echter aan afspraken over welke uitkomsten en effecten behaald moeten worden. Daarmee is weliswaar transparant wat de Stichting doet maar niet wat het bereikte effect daarmee is. Sturing op doelmatigheid vanuit de gemeente blijft achterwege concludeert de rekenkamer.
De gemeente ziet wel dat veel activiteiten worden georganiseerd, maar kan niet expliciet beoordelen of dat doelmatig is uitgevoerd. Overigens merkt de rekenkamer expliciet op dat er geen signalen zijn dat de Stichting niet doelmatig werkt. Een belangrijke constatering van de rekenkamer is dat de opdracht van de Stichting fors is gegroeid doordat de gemeente aanvullende opdrachten heeft gegeven, wat zichtbaar is in het aantal medewerkers en de omzet. Ruim een kwart van het toegekende budget voor 2023 (van in totaal ca. vier miljoen euro) is voor de financiering van deze extra taken. De groei van de organisatie vraagt ook om meer investeringen in de beheersing, afbakening van taken, verantwoording en registratie. Voorbeelden van de extra taken zijn, die rondom de opvang van Oekraïense vluchtelingen en het opvangen van de gevolgen van de toeslagenaffaire. Daarnaast is de capaciteit voor het jongerenwerk uitgebreid om deze in lijn te brengen met de problematiek in Veenendaal. Tot slot constateert de rekenkamer dat de meerwaarde van de Stichting voor vrijwilligersorganisaties vooral ligt op het vlak van het verbinden en faciliteren. De Stichting organiseert kennisuitwisseling in de vorm van een kennisnetwerk en in het faciliteren van het vrijwilligersplatform. Zij zorgt voor deskundigheidsbevordering in de vorm van cursussen en workshops en is vraagbaak voor sociale hulpvragen.
Voor de gemeente dient zij als verbindingsschakel tussen en aanspreekpunt voor vrijwilligersorganisaties maar ook als toevlucht om extra taken en klussen neer te leggen op het gebied van het brede sociaal domein. De rekenkamer doet vier aanbevelingen; één aanbeveling is gericht aan de raad en drie aan het college. Voorgesteld wordt de uitwerking van de aanbeveling voor de raad in handen te stellen van het college en het college te verzoeken in het 4e kwartaal 2024 te komen met een voorstel aan de raad. Daarnaast wordt het college gevraagd over de implementatie van de drie aan hen gerichte aanbevelingen de raad te informeren via een raadsinformatiebrief. Inleiding Vanaf 1 januari 2021 voert de Stichting het welzijnswerk in de gemeente Veenendaal uit in opdracht van de gemeente (quasi inbesteden). Jaarlijks wordt door het college van B&W met de Stichting een kaderovereenkomst aangegaan waarin het jaarplan is opgenomen. De gemeente verstrekt op basis van de kaderovereenkomst een jaarlijkse bijdrage. In de kaderovereenkomst staan onder andere de 2
Raadsvoorstel van 19 juni 2024, nr. 2175896
opdrachtformulering aan de Stichting en het taakstellend budget voor het uitvoeren van de taken. De Stichting is in 2021 opgestart tijdens de coronatijd en in 2022 startte de oorlog in Oekraïne. Beide gebeurtenissen zijn van grote invloed geweest op de uitvoering van taken door Stichting Veens Welzijn. De Stichting is niet de enige partij die bijdraagt aan de gemeentelijke doelen op het gebied van welzijn. Behaalde resultaten zijn daarom niet alleen de verdienste van de Stichting. Feit is wel dat het de grootste partij is in de uitvoering van het welzijnsbeleid van de gemeente Veenendaal. De rekenkamer heeft een onderzoek uitgevoerd naar de uitvoering van het welzijnsbeleid van de gemeente Veenendaal. De Stichting heeft binnen het welzijnsbeleid van de gemeente Veenendaal een essentiële rol. De Stichting is een belangrijke schakel om een aantal maatschappelijke doelen uit het integraal beleidsplan sociaal domein waar te maken. Tevens moet zij boven op het waarmaken van die doelen een aantal extra ad hoc taken uitvoeren. Met de invulling hiervan is in totaal ruim vier miljoen euro gemoeid. Dit rekenkameronderzoek richt zich op twee aspecten: 1) de uitvraag van de gemeente aan Stichting Veens Welzijn en 2) de verantwoording van Stichting Veens Welzijn aan de gemeente over het verrichte werk en gebruik van de financiële bijdrage van de gemeente.
De rekenkamer doet vier aanbevelingen; één aanbeveling is gericht aan de raad en drie aan het college. De rekenkamer is een door de raad ingesteld, onafhankelijk orgaan. Zij onderzoekt of het gemeentelijke beleid goed wordt uitgevoerd en het gewenste effect wordt behaald. Beoogd resultaat Door middel van dit onderzoek inzicht te geven in de doelmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering van het welzijnsbeleid voor zover dit wordt uitgevoerd door de Stichting Veens Welzijn. Argumenten 1.1 De maatschappelijke doelen van de gemeente aan de Stichting zijn niet concreet. De bijdrage aan de maatschappelijke doelen van de uitvoering van het welzijnsbeleid door de Stichting is moeilijk vast te stellen omdat de doelen van de gemeente niet concreet zijn. Daarom is de opdracht aan de Stichting ook niet concreet. Zolang de afspraken alleen op inputniveau (inzet uren en financiën voor activiteiten) worden gemaakt, blijft de doeltreffendheid buiten beeld. Daarom is het een logische stap om de maatschappelijke doelen in termen van te bereiken effecten en uitkomsten te expliciteren en te voorzien van indicatoren en streefwaarden. Als duidelijk is wat de toegevoegde waarde is van de Stichting aan het welzijnsbeleid, dan kan de gemeenteraad het functioneren van de Stichting beter beoordelen.
Dit helpt ook om te laten zien wat er bereikt is, waar succes is behaald en eventueel waar sturing nodig is. Dit voorziet het college en de raad dan ook in argumenten om keuzes te maken, zeker in tijden van eventueel noodzakelijke bezuinigingen. 1.2 De opdracht aan de Stichting voorzien van afspraken die voornamelijk gericht zijn op outcome (effecten en uitkomsten). De logische vervolgstap op de aanbeveling aan de raad is de opdracht aan de Stichting te voorzien van afspraken die voornamelijk gericht zijn op outcome (effecten en uitkomsten) en daar waar nodig ook op output, zoals het aantal uitgevoerde activiteiten of de bereikte mensen. Het advies daarin is om vooral te sturen op outcome en niet zozeer op input en output. Outcome is te vervatten via concrete doelstellingen met KPI’s en streefwaarden.
3
Raadsvoorstel van 19 juni 2024, nr. 2175896
1.3 Over de effecten van de Stichting Veens Welzijn op het doelbereik dient de raad vanuit zijn controlerende rol te worden geïnformeerd. Door toepassing van de voornoemde aanbevelingen ontstaat ook de mogelijkheid om de raad beter te informeren over de bijdrage aan de concrete maatschappelijke doelen door de Stichting. Informeer de raad hierover minimaal één keer per jaar. 1.4 Geen extra taken beleggen bij de Stichting Veens Welzijn, maar eerst investeren in het benoemen, registreren en verantwoorden van de gestelde doelen en effecten. Zo lang de doeltreffendheid en doelmatigheid van de opdracht aan de Stichting niet goed geregeld is, is het onduidelijk welke bijdrage dit levert aan de maatschappelijke doelen. Eerst moet geïnvesteerd worden in het benoemen, registreren en verantwoorden van de gestelde doelen en effecten. Indien een verdere uitbreiding met extra taken voor de Stichting onvermijdelijk is, moet de maatschappelijke bijdrage aantoonbaar zijn. Bovendien moeten de gemeente en de Stichting rekening houden met extra investeringen in de organisatie en het beheer daarvan. 2.1 Het college wordt gevraagd voor de aan de raad gerichte aanbeveling een voorstel aan de raad te doen. Voorgesteld wordt de uitwerking van de aanbeveling voor de raad in handen te stellen van het college en het college te verzoeken in het 4e kwartaal te komen met een voorstel aan de raad.
3.1 De raad wordt geïnformeerd over de wijze van implementatie van de aanbevelingen gericht aan het college. Door de raad via een raadsinformatiebrief in het 4e kwartaal 2024 te informeren over de wijze waarop de aan het college gerichte aanbevelingen worden geïmplementeerd blijft de raad aangesloten op dat proces. Alternatieven Niet van toepassing. Kanttekeningen Niet van toepassing. Participatie Het onderzoek is gestart met een verkenning. In deze verkenning is op basis van een eerste documentenanalyse een beeld opgebouwd van het welzijnsbeleid en de rol en opdracht van de Stichting daarin. Na een startbijeenkomst met een vertegenwoordiging vanuit de ambtelijke organisatie en de raad, is gestart met een analyse van het gemeentelijk welzijnsbeleid, de opdracht, en de uitvoeringsplannen alsmede de verantwoording van de Stichting. Er hebben (groeps)interviews plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk), de Stichting en vrijwilligersorganisaties. In deze fase is ook een enquête uitgezet onder vrijwilligersorganisaties. Het geheel van de bevindingen is vastgelegd in een nota van bevindingen. De bestuurlijke nota is opgesteld met daarin conclusies en aanbevelingen. Voor beide onderdelen is hoor en wederhoor toegepast.
Wat betekent dit besluit voor inwoners? De raad kan op basis van het resultaat van het rekenkameronderzoek debatteren over de wijze waarop het welzijnsbeleid binnen de gemeente Veenendaal wordt uitgevoerd. Het debat kan bijdragen 4
Raadsvoorstel van 19 juni 2024, nr. 2175896
aan, en leiden tot, nieuwe stappen in de ontwikkeling van het welzijnsbeleid en de verantwoording daarover aan de raad. Inwoners zijn indirect gebaat bij een raad die zijn kaderstellende en controlerende rol beter kan vervullen. Aanpak / uitvoering De aanbevelingen in het rekenkamerrapport zijn gericht aan de raad (1) en het college van B&W (3). De raad besluit of de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport worden overgenomen en het college wordt verzocht de uitvoering van de aan hem aanbevelingen op te pakken. Om de uitwerking van de aanbevelingen gericht aan het college te monitoren verzoekt de raad, hem via een raadsinformatiebrief aangesloten te houden. De termijn die hiervoor is gesteld is het 4e kwartaal 2024. Voorgesteld wordt de uitwerking van de aanbeveling voor de raad in handen te stellen van het college en het college te verzoeken eveneens in het 4e kwartaal 2024 te komen met een voorstel aan de raad. Communicatie over dit besluit De rekenkamer heeft het onderzoeksrapport aangeboden aan de raad en het college van B&W en gecommuniceerd met de gemeentelijke organisatie. De rapporten van de rekenkamer zijn openbaar. Het rekenkamerrapport is gepubliceerd op de website https://veenendaal.raadsinformatie.nl/ en de website van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers.
Ook is het rapport aangeboden aan de adviesraden binnen de gemeente Veenendaal en is er een persbericht uitgegaan. Evaluatie Als de raad de in het rapport opgenomen aanbevelingen onderschrijft en aanneemt, kan de rekenkamer vanuit haar onafhankelijke rol afwegen om op termijn een vervolgonderzoek uit te voeren om na te gaan of en op welke wijze invulling is gegeven aan de aanbevelingen. De raad kan dit in het kader van zijn controlerende rol ook zelf onderzoeken. Kosten, baten, dekking De rekenkamer voert jaarlijks max. twee onderzoeken uit. Hiervoor beschikt zij over een door de raad bij de programmabegroting beschikbaar gesteld budget.
Voorzitter Rekenkamer Veenendaal,
L. Achterberg secretaris
Em. prof. dr. J. Telgen voorzitter
Bijlagen - Aanbiedingsbrief bij rekenkameronderzoek Uitvoering Welzijnsbeleid. - Rekenkamerrapport Wel en wee in Welzijn, naar de Uitvoering Welzijnsbeleid
5