1. Rekenkameronderzoek kostenbeheersing Jeugdhulp - raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raad Voorstelnummer Datum Onderwerp
Programma
Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres
24 februari 2022 2022.001 20 januari 2022 Rekenkameronderzoek Kostenbeheersing Jeugdhulp Burger en Bestuur
Agendapunt
Griffie
Griffie
L. Achterberg-van der Meijden (0318) 538256 bertha.achterberg@veenendaal.nl
Aan de leden van de raad, Beslispunten 1. De aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek Kostenbeheersing Jeugdhulp “Meer mogelijkheden voor minder kosten?” over te nemen: Aanbevelingen: 1. aan de raad: Stel binnen de wettelijke afbakening van de jeugdhulp een duidelijk beleidskader vast rondom de vraag welke ondersteuning voor rekening van de gemeente komt en welke zaken onder de verantwoordelijkheid van de ouders vallen. 2. aan het college: Voer in gezamenlijkheid met andere gemeenten de druk op de rijksoverheid op als wettelijke grenzen de uitvoering van beheersmaatregelen belemmeren. Dit om ofwel tot adequate financiering van de Jeugdhulp te komen, ofwel om de wettelijke afbakening van de jeugdhulp te herzien. 2. Het college te verzoeken de uitwerking van de aanbevelingen op te pakken en de raad hierover te informeren via een raadsinformatiebrief in het 3e kwartaal 2022. Waarom naar de raad? In aansluiting op het rekenkameronderzoek naar de totstandkoming van het beleid Jeugdhulp in Veenendaal heeft de rekenkamercommissie onderzoek gedaan naar de kostenontwikkeling en beheersing van de jeugdhulp in Veenendaal. De rekenkamercommissie doet twee aanbevelingen gericht aan de raad en het college. De raad besluit of de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport worden overgenomen en het college wordt verzocht de uitvoering van de aanbevelingen op te pakken.
Om de uitwerking van de aanbevelingen te monitoren wordt het college verzocht de raad via een raadsinformatiebrief aangesloten te houden. De termijn die hiervoor is gesteld is het 3e kwartaal 2022. Samenvatting In Veenendaal is net zoals in andere gemeenten sprake van een financieel tekort op de jeugdhulp. Het toegekende rijksbudget is ontoereikend om de gemaakte kosten te dekken. De rekenkamercommissie heeft onderzoek gedaan naar de ontwikkelingen in de uitgaven en hoe hierop door de raad en het college is geanticipeerd in de vorm van maatregelen om de kosten te beheersen. Dit rekenkameronderzoek heeft betrekking op de periode 2015 tot het tweede kwartaal van 2021. De rekenkamercommissie concludeert dat de gemeente Veenendaal een actief beleid voert en brede mogelijkheden in beschouwing neemt om de kosten van de jeugdhulp te beheersen. Dat begint
Raadsvoorstel van 20 januari 2022, nr. 2022.001
intussen ook vruchten af te werpen. Daarmee is het ontstane tekort nog niet volledig weggewerkt, maar is daar met het uitgebreide pakket aan maatregelen wel een stevige basis voor gelegd. De rekenkamercommissie doet twee aanbevelingen gericht aan de raad en het college. Het verhogen van de grip op de uitvagen voor jeugdhulp vergt een aanscherping van het toegepaste beleidskader voor jeugdhulp. Dit behoort tot de kaderstellende bevoegdheid van de raad. Daarnaast wordt een kans gezien in het gezamenlijk met andere gemeenten opvoeren van de druk op het rijk om daar waar de grenzen de uitvoering van beheermaatregelen belemmeren aanpassing van de Jeugdwet te bepleiten ofwel om tot adequate financiering van de jeugdhulp te komen. De rekenkamercommissie richt deze aanbeveling aan het college. Inleiding De Jeugdwet is een open einde regeling: de behoefte aan jeugdhulp moet betaald worden door de gemeente. Dit is de zogenaamde jeugdhulpplicht van de gemeente. Voor het uitvoeren van deze taken wordt een budget aan de gemeente toegekend. Omdat het budget (nog steeds) niet toereikend is, ontstaat een tekort. Dat tekort kan tot op zekere hoogte beperkt worden met verschillende beheersmaatregelen.
De rekenkamercommissie heeft onderzoek gedaan met als hoofdvraag: “Wat had de gemeente Veenendaal kunnen doen en wat heeft de gemeente Veenendaal gedaan om de kosten van de jeugdhulp te beheersen?”. Om deze vraag in context te kunnen beantwoorden, is in het rekenkameronderzoek eerst een beeld geschetst van de ontwikkelingen in de uitgaven en aantallen cliënten met jeugdhulp in de gemeente Veenendaal. Vervolgens is een groot aantal mogelijke beheersmaatregelen opgesomd. Van elke maatregel is nagegaan of die in Veenendaal besproken, besloten en al dan niet geïmplementeerd is. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het voorliggende rekenkamerrapport. De Bestuurlijke nota (hoofdstuk 1) beschrijft de conclusie van het onderzoek en aanbevelingen. De aanpak en analyses van het onderzoek staan beschreven in de Nota van bevindingen (hoofdstuk 2 en 3). Dit rekenkamerrapport sluit aan op het in 2021 afgerond rekenkameronderzoek naar het gemeentelijk beleid van jeugdhulp. De rekenkamercommissie is een door de raad ingestelde, onafhankelijke commissie die onderzoekt of het gemeentelijke beleid goed wordt uitgevoerd en het gewenste effect wordt behaald. Beoogd resultaat Het inzichtelijk maken van de feitelijke kosten voor jeugdhulp over de jaren 2015-2020, om daarmee een beeld te kunnen schetsen hoe Veenendaal zich verhoudt ten opzichte van andere gemeenten in Nederland.
Het rekenkameronderzoek geeft een uitvoerig overzicht van mogelijke beheersmaatregelen. Onderzocht is of en zo ja, in welke mate maatregelen voor kostenbeheersing zijn overwogen, daartoe is besloten, danwel zijn geïmplementeerd in Veenendaal. Argumenten 1.1 De omvang en ontwikkeling van het financieel tekort voor jeugdhulp is vergelijkbaar met andere gemeenten De totale kosten voor jeugdhulp zijn in Veenendaal vergelijkbaar met de rest van Nederland. De kosten per inwoner liggen in Veenendaal, met meer jeugdigen dan gemiddeld, iets hoger dan gemiddeld. De rijksbijdrage is eveneens hoger. Er is, net zoals elders, sprake van een financieel tekort. De omvang en ontwikkeling van dit tekort zijn vergelijkbaar met de rest van Nederland.
Raadsvoorstel van 20 januari 2022, nr. 2022.001
1.2 het aantal cliënten met jeugdhulp was de afgelopen jaren stabiel In Veenendaal zijn ruim 1800 jeugdcliënten. Dit aantal was de afgelopen jaren stabiel, waarbij een kleine daling te zien is vanaf 2018. Het aantal jeugdcliënten in de gemeente Veenendaal was in 2020 vergelijkbaar met het gemiddelde van de toegepaste referentiegroep. 1.3 De omvang van het aantal zorgaanbieders in 2020 bedroeg 152 In 2020 hebben 152 aanbieders zorg geleverd in Veenendaal. De 10 grootste aanbieders ondersteunden 45% van het aantal jeugdcliënten en vertegenwoordigen 42% van de totale gedeclareerde zorgkosten in 2020. In totaal werd er in Veenendaal door 239 aanbieders zorg geleverd in de gehele aanbestedingsperiode. 1.4 Vergelijking uitvoeringskosten met benchmarkgemiddelde De uitvoeringskosten van de gemeente Veenendaal voor de uitvoering van de Jeugdwet zijn vergeleken met een benchmarkgemiddelde (Benchmark Sociaal Domein van Berenschot). Het betreft de kosten ambtelijk apparaat van de gemeente Veenendaal en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) dat direct gemoeid is met uitvoering van de Jeugdwet. De uitvoeringskosten, bestaande uit loonkosten en uitbestedingskosten, zijn afgezet tegen het totaal aantal afgegeven beschikkingen.
Het resultaat daarvan is als volgt: - Voor het primair proces, dit betreft de toegang, kwaliteit en financiële administratie, zijn de uitvoeringskosten vergelijkbaar met het benchmarkgemiddelde; - De uitvoeringskosten voor inkoop & contractmanagement liggen onder het benchmarkgemiddelde (-8%). De kosten voor deze uitvoeringstaken zijn vaak lager bij gemeenten die deze taak regionaal belegd hebben, zoals in Veenendaal ook het geval is; - De uitvoeringskosten voor beleid liggen onder het benchmarkgemiddelde (-26%). In interviews is aangegeven dat de werkdruk bij beleid als hoog wordt ervaren. Er is wel samenhang met de uitvoeringsstructuur, waarbij de directeur van het CJG en de programmamanager sociaal domein ook betrokken zijn bij de beleidsontwikkeling. 1.5 Een stevige positionering op de toegang draagt bij aan de grip op de kosten van jeugdhulp Een van de belangrijkste maatregelen om grip te krijgen op de kosten van de jeugdhulp, is een stevige positionering van de toegang. Eén van de sleutels hierin zijn de volgende beheersmaatregelen ‘Het normaliseren en strakker sturen vanuit de toegang (maatregel B1), in samenhang met de afweging ‘Wat is gebruikelijke hulp (maatregel I4)) en ‘Wat hoort onder jeugdhulp?’ (maatregel I6)). Deze maatregelen zijn door de gemeente Veenendaal onderkend en uitgewerkt, en zowel in beleid als in de uitvoering verankerd.
Echter de mate, waarin “aan de poort” geselecteerd wordt, kan mogelijk verder aangescherpt worden. 1.6 Het maken van aanvullende keuzes en afbakening van het beleidskader voor jeugdhulp is een bevoegdheid van de raad Verdergaande grip op de beheersing van de kosten van jeugdhulp vergt een nieuwe beleidsafweging van de raad. De raad kan dit doen binnen de wettelijke afbakening van de jeugdhulp door een beleidskader vast te stellen waarin vastligt welke ondersteuning voor rekening van de gemeente komt en welke zaken onder de verantwoordelijkheid van de ouders vallen.
Raadsvoorstel van 20 januari 2022, nr. 2022.001
1.7 Samen met andere gemeenten druk uitoefenen bij de rijksoverheid voor aanpassen Jeugdwet ofwel toereikende financiering van jeugdhulp De rekenkamercommissie ziet een kans in het gezamenlijk met andere gemeenten opvoeren van de druk op het rijk om daar waar de grenzen de uitvoering van beheermaatregelen belemmeren aanpassing van de Jeugdwet te bepleiten ofwel om tot adequate financiering van de jeugdhulp te komen. 2.1 Het voorbereiden en monitoren van de uitvoering van de aanbevelingen berust bij het college van BenW Door te besluiten dat het college de uitvoering van de aanbevelingen oppakt en de raad daarbij actief betrekt is de doorwerking van de aanbevelingen geborgd. De termijn hiervoor is gesteld op (uiterlijk) het 3e kwartaal 2022. Alternatieven Niet van toepassing. Kanttekeningen Verhouding aantal jeugdcliënten in Veenendaal tot het gemiddelde van de geselecteerde referentiegroep van gemeenten Het was de bedoeling om in dit rekenkameronderzoek ook het aantal trajecten (soorten jeugdhulp, al dan niet per cliënt) te analyseren. Tijdens het rekenkameronderzoek naar het aantal jeugdcliënten bleek dat er in Veenendaal, ten opzichte van geselecteerde referentiegemeenten, een vertekend beeld in de data naar voren kwam. Dit was een gevolg van de manier waarop de lokale dienstverlening vanuit het CJG werd geregistreerd.
In de cijfers van Veenendaal werden ook regietrajecten en andere vormen van ondersteuning vanuit het CJG meegeteld. Vanaf 2020 wordt gewerkt met een aangescherpte definitie van regie en ambulante zorg. Voor dat jaar kon in overleg met het CJG het aantal unieke cliënten worden bepaald die ofwel ambulante hulpverlening krijgen vanuit het CJG, ofwel een maatwerkvoorziening ontvangen bij een andere zorgaanbieder (zorg in natura). In de gemaakte analyse in het onderzoek is enkel uitgegaan van het aantal unieke cliënten, waar deze dubbeltelling niet aan de orde is. Voor de voorliggende jaren bleek de correctie in data niet mogelijk, vanwege de onzekerheid over welk deel van de cliënten bij het CJG daadwerkelijk ambulante hulp kreeg en welk deel het alleen regie betrof. Het aantal trajecten is vanwege de verschillen in de registratie van data in het rekenkameronderzoek buiten beschouwing gelaten. Participatie Naast het onderzoek in beleidsdocumenten en -analyses hebben er bij de uitvoering van het rekenkameronderzoek intern diverse interviews plaatsgevonden met betrokkenen op het gebied van het jeugdhulp en extern met de vertegenwoordiger van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Wat betekent dit besluit voor inwoners? De Jeugdwet is een open einde regeling: de behoefte aan jeugdhulp moet betaald worden door de gemeente. Dit is de zogenaamde jeugdhulpplicht van de gemeente.
Voor het uitvoeren van deze taken wordt een budget aan de gemeente toegekend. Omdat het budget (nog steeds) niet toereikend is, ontstaat een tekort. Dat tekort kan tot op zekere hoogte beperkt worden met verschillende beheersmaatregelen. Maatregelen voor de beheersing van de uitgaven voor jeugdhulp kunnen invloed hebben op en doorwerken in het lokale zorglandschap van inwoners.
Raadsvoorstel van 20 januari 2022, nr. 2022.001
Aanpak / uitvoering De twee aanbevelingen in het rekenkamerrapport zijn gericht aan de raad en het college. Op grond van haar bevoegdheid bereidt het college voorstellen aan de raad voor. Uitvoering van het besluit is aan het college door de raad actief te informeren over de uitwerking van de aanbevelingen. Voorgesteld wordt de raad hierover (uiterlijk) te informeren via een raadsinformatiebrief in het 3e kwartaal 2022. Communicatie over dit besluit De rekenkamercommissie heeft het onderzoeksrapport aangeboden aan de raad en gecommuniceerd met het college en de gemeentelijke organisatie. De rapporten van de rekenkamercommissie zijn openbaar. Het rekenkamerrapport is gepubliceerd op de website https://veenendaal.raadsinformatie.nl/ en de website van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR). Ook is het rapport aangeboden aan de adviesraden binnen de gemeente Veenendaal en is er een persbericht uitgegaan. Evaluatie Als de raad de in het rapport opgenomen aanbevelingen onderschrijft en het college de opdracht geeft deze uit te voeren, kan de rekenkamercommissie vanuit haar onafhankelijke rol afwegen om op termijn een vervolgonderzoek uit te voeren om na te gaan of en op welke wijze door het college invulling is gegeven aan de aanbevelingen. De raad kan dit in het kader van zijn controlerende rol ook zelf onderzoeken.
Kosten, baten, dekking Niet van toepassing.
Voorzitter Rekenkamercommissie Veenendaal,
L. Achterberg secretaris
Prof. dr. J. Telgen voorzitter
Bijlagen - Aanbiedingsbrief bij rekenkameronderzoek Kostenbeheersing Jeugdhulp Veenendaal - Rekenkameronderzoek Kostenbeheersing Jeugdhulp “Meer mogelijkheden voor minder kosten?”