1. Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025 - raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raad Voorstelnummer Onderwerp
Programma
Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres
24 juni 2021 1827879 Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025 Fysieke leefomgeving
Agendapunt
Team
Programma’s en Projecten
A.M. Westhoff (0318) 538462 anne.westhoff@veenendaal.nl
Aan de leden van de raad, Beslispunten 1. Het ontwerp Programmaplan Energieneutraal Veenendaal (ENV) 2050 voor de periode 20222025 vast te stellen. Waarom naar de raad? De gemeente heeft in december 2015 besloten te streven naar een energieneutraal Veenendaal in 2035 en in 2020 besloten deze gelijk te schakelen aan de datum in het Klimaatakkoord: energieneutraal in 2050. Met het Programmaplan 2022-2025 wordt het uitvoeringsprogramma voor de energietransitie voor de periode 2022-2025 vormgegeven. Vanwege de kaderstellende rol van de raad wordt nu gevraagd om te besluiten over dit uitvoeringsprogramma met de gewenste richting en uitwerking voor de komende jaren en de mate van inzet die hier het beste bij past om uiteindelijk deze ambitie in 2050 te behalen. Samenvatting In dit voorstel wordt de raad gevraagd het ontwerp Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2050, voor de periode 2022-2025 vast te stellen. Met het programmaplan bepaalt de gemeente de strategische doelen voor de komende jaren als 2e stap in de routekaart richting 2050. Het voorliggende programmaplan is een vervolg op het 1e Programmaplan ENV voor de periode 20172021. Per programmaperiode van ongeveer 4-5 jaar stellen we een plan op waarin we de strategie voor die periode bepalen, strategische en operationele doelen formuleren en waarin we aangeven met welke aanpak deze doelen de komende jaren worden uitgevoerd.
We continueren de werkwijze met 4 pijlers: Wonen, Werken, Mobiliteit en de Gemeente als Voorbeeld. De werkwijze die voortkomt uit het landelijke Klimaatakkoord uit 2019 is ook in dit programmaplan verwerkt: het programmaplan vormt de integrale uitwerkings-’paraplu’ voor de diverse ambities op het gebied van energiebesparing, aardgas-reductie (uit de Transitievisie Warmte) en grootschalige duurzame energie en warmte-opwek (uit de Regionale Energiestrategie (RES)). Het programmaplan verwerkt de randvoorwaarden voor duurzaamheid uit de Omgevingsvisie en heeft het karakter van een omgevingsprogramma in de zin van de Omgevingswet. In de pijlers Wonen en Werken is uitwerking gegeven aan de gemeentebrede aardgasreductie-opgave en Buurtuitvoeringsplannen zoals die zijn geformuleerd in de Transitievisie Warmte. In de pijlers Gemeente als Voorbeeld en Werken is invulling gegeven aan de bijdrage van de gemeente Veenendaal in het kader van de RES door uitwerking van grootschalige energie-opwek in bermen, op openbare- en bedrijfsparkeerplaatsen
Raadsvoorstel van 11 mei 2021, nr. 1827879
en op bedrijfsdaken. En in de pijler Mobiliteit is invulling gegeven aan de bijdrage in het regionale mobiliteitsprogramma van de provincie Utrecht. De hoofddoelen voor 2025 zijn 10% energiebesparing t.o.v. 2014 (nulmeting programma), 10% aardgasreductie t.o.v. 2019 (landelijke startmeting) en 10% duurzame opwek van energie (als aandeel van het totale energieverbruik). Inleiding De gemeente streeft naar een energieneutraal Veenendaal. In de startnotitie die in dit kader in 2015 is vastgesteld, heeft de raad gevraagd om een uitvoeringsprogramma en benodigd budget voor het realiseren van deze ambitie. In 2017 is hiervoor het 1e programmaplan vastgesteld voor de periode 2017-2021. In 2015 werd de ambitieuze deadline 2035 aangehouden en in 2020 heeft de raad besloten de deadline te verleggen naar de landelijke deadline van 2050. Aanpassing van deadline van 2035 naar 2050 betekent geen breuk met de hoge ambities. De opgave is inmiddels zo omvangrijk, met ook de buurtgewijze aanpak richting aardgasvrij, dat voor het halen van dezelfde ambities de datum verschoven moest worden. De gemeente heeft vanaf 2015 voor een voortrekkersrol gekozen met het inrichten van een programma.
Om de ambitie te realiseren wordt gebruik gemaakt van een programmatische aanpak: werken met SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) doelen steeds voor een periode van 4-5 jaar, deze vertalen in concrete inspanningen en acties, de inzet inschatten die nodig is bij het realiseren van deze inspanningen en de voortgang monitoren en zo nodig bijsturen. Bij het hoofddoel voor energiebesparing streven we naar 10% energiebesparing t.o.v. onze nulmeting in 2014. Bij het hoofddoel voor aardgasreductie streven we naar 10% aardgasreductie t.o.v. 2019 (nulmeting landelijk). Voor het hoofddoel van de duurzame opwek hebben we tot 2021 bijna 5% behaald en streven we naar 10% eind 2025. Deze hoofddoelen voor het programma voor de periode tot eind 2025 zijn bepaald door enerzijds aan te sluiten bij de landelijke tussendoelen voor 2030 (20% aardgasreductie, 27% duurzaam opwekken) en anderzijds door de haalbaarheid voor Veenendaal mee te wegen op basis van de ervaringen met het tempo van en benodigde inzet voor de energiebesparing en duurzame opwek in de afgelopen 5 jaar. Om de hoofddoelen te bereiken zijn per pijler verschillende operationele doelen en inspanningen (activiteiten en projecten) benoemd, met het uitgangspunt dat eerst gekeken wordt naar manieren van energiebesparing en vervolgens naar het duurzaam opwekken van de resterende benodigde energie.
De doelen pijler Wonen per eind 2025 zijn o.a.: • Streven naar 6000 bezoeken & scans & adviezen uitgevoerd in/door Trefpunt en Energieloket aan inwoners en maatschappelijke instellingen; • Streven naar 2 communicatie- en participatietrajecten gestart na vastgestelde Buurtuitvoeringsplannen; • Streven naar 10.000 installaties (huishoudens) met zonnepanelen met 35,4 MW opwek. De doelen pijler Werken per eind 2025 zijn o.a.: • Streven naar 10% aardgasreductie in bedrijventerrein Faktorij / De Vendel; • Streven naar 100.000 zonnepanelen op bedrijfsdaken of bedrijfsparkeerplaatsen in Veenendaal met 30 MW opwek (op basis van SDE++-beschikkingen); • Streven naar minstens twee gerealiseerde solar carports (met in totaal minimaal 1000 panelen) op parkeerterreinen van bedrijven; • Streven naar minstens 1 gerealiseerd pilotproject met kleinschalige waterstofproductie. 2
Raadsvoorstel van 11 mei 2021, nr. 1827879
De doelen pijler Mobiliteit per eind 2025 zijn o.a.: • Streven naar minimaal 500 extra fietsparkeerplekken gerealiseerd bij OV-locaties en in het centrum t.o.v. 2019; • Streven naar 5000 voertuigen in Veenendaal met duurzaam energieverbruik (= totaal aantal geregistreerde CNG, elektrische, hybride en waterstofvoertuigen); • Streven naar minstens 1 waterstofvulpunt operationeel in Veenendaal (kleinschalig vulpunt of openbaar tankstation). De doelen pijler Gemeente als Voorbeeld per eind 2025 o.a.: • Streven naar een reductie van 13% aardgasverbruik (t.o.v. 2019) in het gemeentehuis; • Streven naar 1 MW per jaar opwek in de openbare ruimte zoals bermen en parkeerplaatsen door het plaatsen van zonnepanelen. Bij de aanpak in alle pijlers wordt uitgegaan van de 3-sporenaanpak met als spoor 1 de eerste Buurtuitvoeringsplannen, als spoor 2 het aansluiten bij gebiedsvisies en als spoor 3 de gemeentebrede aanpak in de overige buurten. Daarnaast wordt in alle pijlers uitgegaan van het stimuleren van zoveel mogelijk innovaties en wordt gewerkt met een integrale communicatie- en participatiestrategie die gericht is op de concrete aanpak van isoleren en verduurzamen. De operationele doelstellingen en inspanningen zijn voor de komende 4 jaar op hoofdlijnen uitgewerkt. Voor de periode daarna is een routekaart weergegeven, met de hoofddoelen per periode.
Bij aanvang van elke periode zal meebewogen worden met de ontwikkelingen en innovaties om ons heen. Monitoring en bijsturing op succesvolle inspanningen is vanaf het begin een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van de ambitie in 2050 Beoogd resultaat Een energieneutraal Veenendaal in 2050. Argumenten 1.1 Het programmaplan is in lijn met de energieambities van Veenendaal In de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 zijn de hoofdlijnen van de duurzaamheidsambities opgenomen. In het programma worden deze hoofddoelstellingen verder uitgewerkt. Het programma is eveneens in lijn met de Provinciale Omgevingsvisie en de Nationale Omgevingsvisie en het verwerkt beleidslijnen op het gebied van de energietransitie zoals de SDG’s (Sustainable Development Goals), het Klimaatakkoord, de (voorlopige) regionale verstedelijkingsstrategie FV-Arnhem-Nijmegen en het regionale mobiliteitsprogramma (in wording). 1.2 Het programmaplan geeft de juiste opschaling weer om uitwerking te kunnen geven aan de landelijke opdracht uit het Klimaatakkoord Met het programmaplan geeft Veenendaal uitwerking aan de opdracht om via een Transitievisie Warmte met Buurtuitvoeringsplannen stappen te zetten richting aardgasvrij en in het kader van de RES te werken aan grootschalige duurzame energie- en warmte-opwekplannen.
1.3 De strategische doelen in het Programmaplan 2022-2025 geven een reële kans op het halen van de einddoelstelling om energieneutraal te zijn in 2050 In het programmaplan is een routekaart opgenomen. Met deze routekaart is een voortgang van de stappen richting energieneutraal ingeschat. Hierin is aangegeven dat het percentage de komende 10 jaren wat voorzichtig zal stijgen, waarna vanaf 2030 het percentage sneller kan stijgen en dat vanaf 2045 de laatste lastige loodjes in uitvoering zijn om in 2050 energieneutraal te kunnen zijn. 3
Raadsvoorstel van 11 mei 2021, nr. 1827879
1.4 De voorliggende aanpak geeft de beste kansen voor een succesvolle realisatie van de doelstellingen in deze periode tot en met 2025 Met de 3-sporenaanpak, het verwerken van zoveel mogelijk innovaties en met een communicatiestrategie die gericht is op de concrete belevingswereld van inwoners en uitgewerkt is in pijlers per thema, kan op een programmatische werkwijze adequaat invulling gegeven worden aan het bereiken van de strategische en operationele doelstellingen. Alternatieven De voorliggende voortvarende aanpak is in lijn met de eerder gekozen voortrekkersrol van de gemeente Veenendaal. Deze aanpak is daarbij gebaseerd op een verwachte financiële bijdrage van het rijk voor de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord vanaf 2022, net zoals het rijk ook heeft bijgedragen voor de eerste stappen in 2020 en 2021. De hoogte van de rijksbijdrage is echter nog niet bekend en zal naar verwachting pas najaar / eind 2021 definitief worden vastgesteld. Wanneer de gemeente meer zekerheid wil over het kunnen uitvoeren van een aanpak voor de energie- en warmtetransitie, dan kan er voor gekozen worden om een aanpak te kiezen die beperkt blijft tot de doelen en werkzaamheden die uitgevoerd kunnen worden met alleen de financiële bijdrage van de gemeente zelf. Dit betekent wel een (voorlopige) vertraging van de ambities en het naar beneden bijstellen van de operationele doelen voor 2025.
Er kan ook voor gekozen worden om te wachten met de hele besluitvorming over de komende programmaperiode, totdat er zekerheid is over de rijksbijdrage. Dit is waarschijnlijk pas eind 2021 en besluitvorming zou dan pas in de loop van 2022 kunnen plaatsvinden. Hierdoor vertraagt de voortgang van de ingezette uitvoering en ontstaat er met name een gat in de doorlopende lijn van begeleiding van inwoners en bedrijven. Dit kan het beeld van een onbetrouwbare (want niet consistente) overheid geven. Het is onzeker of de doelstellingen voor 2025 gehaald kunnen worden als deze op een later tijdstip alsnog vastgesteld zullen worden.
4
Raadsvoorstel van 11 mei 2021, nr. 1827879
Kanttekeningen 1.1 Het is een onzeker proces en succes is niet verzekerd Met de voorgestelde aanpak worden inwoners en bedrijven aangespoord om concrete maatregelen te nemen voor energiebesparing en duurzame opwek van energie en warmte. Dit is een onzeker proces want het is niet wettelijk af te dwingen (alleen in sommige gevallen bij bedrijven via bijvoorbeeld de Informatieplicht en de label C-verplichting). Het succes kan hierdoor niet vooraf worden zeker gesteld. Wel kan door middel van monitoring periodiek gecheckt worden of maatregelen het gewenste effect hebben en of deze nog moeten worden bijgestuurd in de volgende programmaperiode. 1.2 De ingeschatte rijksbijdrage die nodig is om de voorgestelde aanpak volledig uit te kunnen voeren, is nog niet vastgesteld in de rijksbegroting Op basis van onderzoek door AEF onderzoeksbureau in opdracht van de VNG en het rijk, heeft de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) het kabinet geadviseerd over de mate en hoogte van de uitvoeringslasten voor de energie- en warmtetransitie voor de periode tot 2030. De daarin aangegeven taken zijn overgenomen in het programmaplan en gecombineerd met de al lopende werkwijze voor het Programma ENV 2050. Het is mogelijk dat de rijksoverheid een (veel) lagere prioritering geeft aan de bijdragen aan de gemeenten voor het Klimaatakkoord.
Het is ook mogelijk dat het deel van de bijdragen aan de gemeenten dat bestemd is voor regionale uitvoering, toch direct aan de RES-regio’s wordt uitgekeerd. Bij een substantieel lagere rijksbijdrage dan nu ingeschat, wordt aan de raad voorgelegd welke gevolgen dit heeft voor de doelstellingen voor 2025 en welke inspanningen prioriteit zouden moeten krijgen om binnen het resterende budget uit te kunnen voeren. Participatie Trede 2 van de participatieladder is toegepast (inventariseren – meedenken). • Vanuit de RES heeft participatie plaatsgevonden (zie raadsvoorstel RES 1.0). De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in de aanpak van grootschalige opwek van duurzame energie en warmte in het programmaplan. Dit heeft met name betrekking op de voortrekkersrol van het Veense bedrijfsleven bij grootschalige zon-op-dak-energieopwekking; • Vanuit de Transitievisie Warmte is participatie geweest (zie raadsvoorstel TVW 1.0) o.a. over de aanpak in de verkenningswijken. Deze is verwerkt in de aanpak (3-sporenaanpak) in het programmaplan; • Vanuit externe stakeholders is participatie geweest over de richting en ambitie van de strategische en operationele doelen voor 2025. Wat betekent dit besluit voor inwoners? • Inwoners krijgen meer inzicht in en ondersteuning bij eigen duurzaamheidsmaatregelen door o.a.
het (digitale) energieloket en het fysieke Trefpunt#Duurzaam in de Passage; • Inwoners krijgen inzicht in de effecten van en ondersteuning bij energiebesparing en aardgasreductie / afkoppeling vanuit de Buurtuitvoeringsplannen. Niet alleen vanuit ideële motieven, maar het geeft ook inzicht in persoonlijke financiële investeringen en opbrengsten; • Huizenbezitters werken aan een stijgende waarde voor hun woning; • De extra investeringen in duurzaamheid zorgen op de korte termijn voor extra (lokale) banen in de installatietechniek en de bouw; • Samen zorgen we voor de verduurzaming van samenleving. Met zijn allen zetten we stappen om in 2050 evenveel energie op te wekken als we in de hele gemeente verbruiken; • Inwoners kunnen trots zijn om in een ambitieuze gemeente te wonen qua gemeentelijke duurzaamheidsmaatregelen en acties van bedrijven. 5
Raadsvoorstel van 11 mei 2021, nr. 1827879
Aanpak / uitvoering Bewoners, bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen wordt gevraagd te veranderen in houding en gedrag én hieraan de komende jaren ook concrete acties aan te verbinden. Dit kan niet opgelegd worden (m.u.v. landelijke regelgeving). De veranderstrategie is voornamelijk gericht op enthousiasmeren en ondersteuning bieden. De aanpak in het programmaplan is uitgewerkt voor de eerstkomende 4 jaar, van 2022-2025. Deze (tweede) periode naar energieneutraal in 2050 staat in het teken van het stap voor stap invulling geven aan die concrete acties. We hanteren daarbij een 3-sporenaanpak (met een buurtgerichte, een op gebiedsvisie aansluitende en een gemeentebrede aanpak). We stimuleren daarbij zoveel mogelijk innovaties op het gebied van de energie- en warmtetransitie zoals in Waterstofmobiliteit en financieringsmogelijkheden. We richten ons in de communicatie- en participatiestrategie op het stap voor stap begeleiden van inwoners en bedrijven bij in eerste instantie isoleren en duurzame maatregelen. De focus bij opwekking van duurzame energie ligt op het inzetten van bestaande ruimte die al in gebruik is, dus op daken en aan gebouwen, en vervolgens op de overige beschikbare ruimte op (en onder) de grond in de openbare ruimte.
Communicatie over dit besluit In het vaststellingsbesluit van het ontwerp-programma moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Na vaststelling van het programma wordt deze 6 weken ter inzage gelegd conform afdeling 3.4 Awb en vervolgens definitief vastgesteld eind 2021. Het toepassen van 3.4 Awb is gezien de vele participatie over de verkenningswijken vooral een formele stap. Met een formele stap wordt een zorgvuldig proces expliciet geborgd. Communicatie na besluitvorming gemeenteraad: Om inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen te informeren over de ter inzagelegging wordt gecommuniceerd via website, gemeentepagina en sociale media. Na vaststelling van het ontwerp Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025 wordt dit opgenomen op de website www.duurzaamveenendaal.nl. Evaluatie Een tussentijdse evaluatie van de resultaten van het programmaplan vindt plaats halverwege de termijn, zoals is aanbevolen door de Rekenkamercommissie. Naar aanleiding daarvan vindt zo nodig een bijstelling plaats van doelen en inspanningen voor de resterende periode. Net als bij de vorige programmaperiode vindt aan het eind van de termijn een evaluatie plaats om de insteek voor de volgende 5 jaar te bepalen.
Daarnaast vindt in de reguliere P&C-cyclus jaarlijks monitoring en verantwoording plaats en wordt de raad jaarlijks geïnformeerd over de voortgang in een informatiebrief. Kosten, baten, dekking In bijgevoegd programmaplan is een uitgebreid financieel hoofdstuk opgenomen, waarin de begroting voor de komende 4 jaar is opgenomen.
6
Raadsvoorstel van 11 mei 2021, nr. 1827879
Samengevat: Begroting ENV 20222025 Totaal Raming rijksbijdrage Restant gemeente
2022 raming € 1.702.000 € 837.000 € 865.000
2023 2024 2025 (voorlopige raming) (voorlopige raming) (voorlopige raming) € 1.873.000 € 1.983.000 € 1.983.000 € 1.008.000 € 1.118.000 € 1.118.000 € 865.000 € 865.000 € 865.000
De dekking (het deel van de rijksbijdrage) is als een raming weergegeven, omdat er nog geen definitieve bijdrage bekend is vanuit het rijk. De huidige raming van de rijksbijdrage betreft een vergoeding van 50% van de door het rijk (ROB) ingeschatte uitvoeringskosten voor dat jaar. Deze door de ROB ingeschatte uitvoeringskosten zijn resp. €1,6 miljoen in 2022, €2 miljoen in 2023 en €2,2 miljoen in 2024 voor een gemeente zoals Veenendaal. In de begroting voor ENV 2022-2025 is voor 2022 een iets hoger totaalbedrag voor de kosten opgenomen dan de inschatting van de ROB en in de volgende jaren is een iets lager totaalbedrag opgenomen dan de inschatting van de ROB. In de ENV-raming is een resterend structureel bedrag van de gemeente nodig van € 865.000,- om de begroting te dekken. Deze dekking is op dit moment reeds als structureel budget opgenomen in de Programmabegroting 2021: Structureel budget vanuit Programmaplan 2017-2021 Aanvullend structureel budget Programmabegroting 2021 Totaal
€ 265.000,-* € 600.000,-** € 865.000,-
* Inclusief formatie ** Van deze € 600.000,- is € 490.000,- bestemd voor uitbreiding formatie De raming van de uitgaven en inkomsten m.b.t. de rijksbijdrage zullen in de begroting verwerkt worden via de P&C-cyclus nadat deze informatie bekend is (naar verwachting zal dit bij de decembercirculaire bekend worden en dan in de begroting verwerkt worden in de eerste bestuursrapportage van 2022). Bij een substantiële afwijking van de uiteindelijke bijdragen van het rijk voor de energietransitie wordt op dat moment een aangepaste begroting bij de raad ingediend. Bij een substantieel lagere bijdrage dan nu ingeschat, wordt daarbij aangegeven welke gevolgen dit heeft voor de doelstellingen voor 2025 en welke inspanningen prioriteit zouden moeten hebben om binnen het resterende budget uit te kunnen voeren. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed Naast de structurele begroting voor de gemeentelijke uitvoering van de Energietransitie (te weten de bovengenoemde kosten van het voorliggende programmaplan) heeft de gemeente binnen de pijler Gemeente als Voorbeeld de opgave om haar eigen vastgoed te verduurzamen. Deze investeringskosten zijn niet meegenomen in de raming van de ROB, omdat deze budgetten vooralsnog meelopen met de normeringssystematiek van het rijk (de zogenaamde ‘trap op, trap af’ systematiek).
In de gemeentelijke begroting is reeds een structurele extra bijdrage voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed (€ 250.000,-) opgenomen. Als er bij de uitwerking van het Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan op termijn blijkt dat we extra middelen nodig hebben voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed, dan wordt dit via de integrale afweging en dus de reguliere kanalen (Kadernota, Programmabegroting) meegenomen.
7
Raadsvoorstel van 11 mei 2021, nr. 1827879
Burgemeester en wethouders,
de heer drs. P. van der Veer wnd. gemeentesecretaris
de heer K.J.G. Kats burgemeester
Bijlagen Ontwerp Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2050 (periode 2022-2025) Ter inzage
8