1. Programmabegroting 2026-2029 - Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Dossiernummer
2263043
Programma
Alle begrotingsprogramma' s
Ambtenaar
J. van Rooij
Datum college
30-9-2025
Team
Financiën
Datum Raad
4-11-2025
Aan de leden van de raad,
Beslispunten De raad voor te stellen: 1. De Programmabegroting 2026 vast te stellen en de meerjarenraming 2027-2029 voor kennisgeving aan te nemen; 2. De investeringsbudgetten voor Bedrijfsvoering beschikbaar te stellen in 2026 voor een totaalbedrag van € 1.265.367; 3. De investeringsbudgetten voor Beleidsinvesteringen beschikbaar te stellen in 2026 voor een totaalbedrag van € 12.497.047; 4. Het huidige Beheerplan OPOR 2022-2025 met 1 jaar te verlengen tot en met 2026; 5. Een investeringsbudget van € 3.000.000 beschikbaar te stellen in 2026 in plaats van 2027 voor het project reconstructie de Pol fase 3;
Waarom naar de raad? Conform artikel 190 van de Gemeentewet biedt het college jaarlijks de raad een ontwerp van de begroting met toelichting aan alsmede een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. Op grond van artikel 191, lid 1 van de Gemeentewet is de raad het bevoegde orgaan om de begroting vast te stellen in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient.
Inleiding Jaarlijks biedt het college de raad een programmabegroting aan voor het komende jaar. De programmabegroting geeft informatie over wat de gemeente van plan is te gaan doen, hoeveel geld daarvoor wordt geraamd en hoe de gemeente aan dat geld verwacht te komen. De begroting vertaalt de ambities van het raadsakkoord in doelstellingen, activiteiten en beschikbare middelen en geeft daarmee voor de komende jaren politiek-bestuurlijke richting aan de wijze waarop wij uitvoering geven aan de belangrijkste thema’s en ambities uit het raadsakkoord. Tevens is in deze begroting uitvoering gegeven aan de ‘Motie Signaleringswaarden hanteren in het beoordelen van investeringsvoornemens’.
Raadsvoorstel: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027- 2029 Dossiernummer: 2263043
Samenvatting Op 15 juli jl. heeft u in de Kadernota 2026-2029 de financiële kaders meegegeven voor het opstellen van de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. In deze programmabegroting hebben we de kaders uitgewerkt waarbij we het uitgangspunt van het raadsakkoord gehanteerd hebben dat zowel het begrotingjaar 2026 als het jaar 2029 sluitend zijn. De voorliggende begroting is voor de jaren 2026 tot en met 2029 structureel sluitend. Het saldo van de begroting in de komende 4 jaren bedraagt respectievelijk € 0 in 2026, € 305.000 in 2027, € 404.000 in 2028 en € 783.000 in 2029. De financiële positie staat voor de komende begrotingsperiode 2026-2029 weliswaar onder druk maar wordt op basis van het Gemeentelijk Toezichtkader (GTK 2020) als niet risicovol beoordeeld. De doorkijk van de financiële positie na 2029, als uitwerking van de Motie ‘Signaleringswaarden hanteren in het beoordelen van investeringsvoornemens’, laat zien dat met name door de toename van het investeringsvolume er nog geen structureel sluitende begroting is vanaf 2030. In geval het perspectief zich inderdaad in deze lijn zal ontwikkelen, zijn de komende jaren dus nog extra keuzen te maken. Daarbij moeten we ons wel realiseren dat we het hebben over lange-termijn effecten die op ons af (kunnen) komen met alle onzekerheden die dit met zich meebrengt.
Beoogd resultaat Financiële kaders voor het jaar 2026, die structureel en reëel in evenwicht zijn.
Proceshistorie en eerdere besluitvorming De vaststelling van deze Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 is onderdeel van onze P&C cyclus.
Argumenten 1.1 De uitwerking van het raadsprogramma 2022-2026 en de ontwikkelingen sindsdien resulteren in een sluitende begroting 2026. De financiële uitgangspunten van deze programmabegroting wordt bepaald door: De Programmabegroting 2025, vastgesteld in november 2024; De 3e bestuursrapportage 2024; vastgesteld in december 2024; De resultaten van de 1e bestuursrapportage 2025, vastgesteld in juni 2025; De Kadernota 2026-2029; vastgesteld in juli 2025; De consequenties van de meicirculaire 2025 m.b.t. de algemene uitkering; Verwerking van overige zaken (o.a. collegebesluiten, technische richtlijnen en mutaties in het meerjarig investeringsplan).
2 van 10
Raadsvoorstel: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027- 2029 Dossiernummer: 2263043
De structurele doorwerking van de mutaties uit de 2e bestuursrapportage zijn zoals gebruikelijk reeds in het financieel meerjarenperspectief verwerkt. Verder is het gebruikelijk om de gevolgen van de septembercirculaire (2025) van het gemeentefonds pas later te verwerken. De raad wordt door een raadsinformatiebrief wel geïnformeerd over die gevolgen. Financieel perspectief In onderstaand overzicht vindt u het meerjarenbeeld van het financieel kader voor de jaren 2026 tot en met 2029. Voor de toelichting verwijzen wij u naar het financieel kader in de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. Financieel meerjarenbeeld programmabegroting 2026-2029 (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Saldo 3e berap 2024 en Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
-2.587
66
48
48
15 -1.137
5 -1.359
23 -1.118
23 -1.118
-1.749 208 -1.172 4.209 562 -1.651 7.886 -5.799 -558 0 -122
-1.763 -158 -1.157 3.825 541 0 7.400 -5.665 -536 -1.199 0
-1.745 2.296 -1.157 1.625 28 0 1.752 -700 -644 -408 0
-1.748 2.313 -1.157 1.625 14 0 1.889 -700 -840 -349 0
0 -81
0 -81
0 -81
0 -81
2.000 -2.000 95 250 -142 0
0 0 42 772 -428 305
0 0 -61 1.058 -512 404
0 0 -86 1.507 -557 783
Verwerkte effecten in de Kadernota 2026-2029 Saldi septembercirculaire 2024 Saldo 1e bestuursrapportage 2025 In de Kadernota 2026-2029 zijn de volgende besluiten verwerk t: Besluitvorming (raad en college) en formatieontwikkelingen Technische richtlijnen Overige ontwikkelingen Voorjaarsnota 2025 en CAO afspraak 2025 Bijstellen reeds opgenomen surplus Algemene Reserve (10%) Saldo Kadernota 2026-2029 Uitkomsten meicirculaire 2025 Reeds verwerkte mutatie in Kadernota 2026-2029 en 1e bestuursrapportage 2025 Reservering loon- prijsstijgingen Bijstellen reeds opgenomen surplus Algemene Reserve (10%) Voorlopig saldo na verwerking meicirculaire 2025 Verwerking College en raadsbesluiten: Structurele effecten 2e bestuursrapportage 2025 Ontwerp begroting ODU (verwacht: raad 25 sept 2025) Overige zaken Dotatie reserve ontheemden aan AR Onttrekking reserve ontheemden Verwerking brede heroverweging Actualisering Meerjarig Investeringsplan Actualiseren inzet surplus algemene reserve (10%) Saldo Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Het surplus van de algemene reserve hoeft vanaf 2027 niet meer ingezet te worden. Wel zal naar verwachting dit surplus de komende jaren nodig zijn om de risico’s te kunnen dekken. Daarnaast zien we dat de schuldquote vanaf 2027 stijgt door de toename van het investeringsvolume en de solvabiliteit hierdoor ook daalt. Derhalve is het goed om te concluderen dat de financiële positie op dit moment weliswaar voor de komende jaren voldoende is, maar dat er in de toekomst, met de kennis van nu, nog de nodige uitdagingen zijn om deze financiële positie te bestendigen. Hieronder lichten wij een aantal van deze ontwikkelingen en risico’s toe. Jeugd In de Kadernota 2026-2029 hebben wij u geïnformeerd over de verdere kostenstijging van de jeugdhulp op basis van de jaarrapportage 2024 van de Jeugdhulpregio JeugdFV (JeugdFV). Uit de eerste voorgangsrapportage van de JeugdFV over 2025 blijkt dat deze kostenstijging zich in 2025 verder doorzet. Er is sprake van een aanvullende kostentoename van € 1,9 miljoen. Het totaalbedrag van de 2e-lijns jeugdzorg via de JeugdFV bedraagt daarmee momenteel afgerond € 35 miljoen.
3 van 10
Raadsvoorstel: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027- 2029 Dossiernummer: 2263043
In de Kadernota 2026-2029 is het financieel kader voor de jeugdzorg vastgesteld waarbij kostenstijgingen als aanvullend risico in de risicoparagraaf opgenomen worden. In lijn met dit taakstellende kader is de kostenstijging in 2025, ad € 1,9 miljoen, als aanvullend risico in de risicoparagraaf verwerkt. Het geïnventariseerde risico loopt hiermee op van € 4,6 miljoen in 2026 naar € 7,5 miljoen in 2029. Voor een nadere toelichting op deze cijfers verwijzen wij u naar het hoofdstuk ‘Financieel kader’ in de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. Om het risico te minimaliseren zullen, naast de bestaande maatregelen, scherpe keuzes door de raad noodzakelijk zijn in het traject ‘Grenzen aan de jeugdzorg’. De noodzaak tot het maken van scherpe keuzes is vanwege het realiseren van de taakstelling en het beschikbaar en betaalbaar houden van goede jeugdzorg van groot belang. Na de besluitvorming over de maatregelen zullen bij de uitwerking de verwachte financiële effecten doorgerekend worden. Naar verwachting worden de effecten van de maatregelen met name vanaf 2027 zichtbaar. Ook wordt met de Regio stevig ingezet op contractmanagement, handhaving en toezicht. Er wordt gewerkt aan een regiovisie die mogelijk effect heeft op de financiën.
Daarnaast zal de deskundigencommissie in 2027 een zwaarwegend advies uitbrengen over de (kosten)ontwikkelingen in 2025 tot en met 2027 en een uitspraak doen over een reëel financieel kader voor de periode vanaf 2028. Mogelijk dat het Rijk op basis van dit advies de rijksvergoeding in positieve zin zal bijstellen. Mocht het risico zich evenwel in 2026 deels of geheel voordoen, dan wordt, zoals gebruikelijk, voorgesteld om de algemene reserve als dekking voor dit risico in te zetten. De hoogte van de algemene reserve kan in dat geval aanzienlijk afnemen. Uitgangspunten en mutaties MIP Om te bepalen of een investering op het Meerjarig Investeringsplan (MIP) wordt opgenomen zal allereerst beoordeeld worden of de activiteit aan de voorwaarde voldoet om het als investering te mogen betitelen. Van een investering is sprake als het gaat om een qua omvang wat grotere uitgave, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. De lasten van deze (indicatieve) investeringen worden meerjarig opgenomen in de meerjarenraming, zodat een zo betrouwbaar mogelijk meerjarenperspectief aan de raad wordt voorgelegd. Hiermee wordt duidelijk wat het effect is van de keuzes die in een latere fase nog gemaakt worden. Hierbij worden de uitgangspunten van de Nota afschrijving- en activabeleid gemeente Veenendaal 2025 gehanteerd.
De raad autoriseert uiteindelijk welke investeringen uitgevoerd gaan worden en stelt hiervoor de benodigde investeringsbudgetten beschikbaar. Dit wordt besloten bij de programmabegroting van het desbetreffende jaar of, indien het om grote projecten gaat, via een afzonderlijk raadsvoorstel. Op basis van de financiële verordening kan de raad namelijk aangeven van welke nieuwe investeringen er op een later tijdstip een apart voorstel ter autorisatie dient te worden ontvangen. In afwijking op het bovenstaande zijn de investeringsbudgetten in de afgelopen jaren abusievelijk wel in zijn geheel bij de programmabegroting beschikbaar gesteld. Met herstel van deze werkwijze wordt geborgd dat zowel een integrale afweging kan plaatsvinden bij begrotingsbehandeling als dat het betreffende krediet pas beschikbaar wordt gesteld na inhoudelijke behandeling van een voorstel daartoe. Uitwerking ‘Motie Signaleringswaarden hanteren in het beoordelen van investeringsvoornemens’ In deze programmabegroting is uitvoering gegeven aan de motie M2025.54 ‘Signaleringswaarden hanteren in het beoordelen van investeringsvoornemens’.
De uitwerking maakt onderdeel uit van de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente, waarbij naast een duiding van kengetallen ook de begrotingssaldi zijn beoordeeld, de ontwikkeling van de algemene reserve wordt weergegeven en de risico’s afgezet zijn tegenover de beschikbare weerstandscapaciteit.
4 van 10
Raadsvoorstel: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027- 2029 Dossiernummer: 2263043
Kengetallen Voor de komende begrotingsperiode 2026 tot en met 2029 zijn de financiële kengetallen als volgt, waarbij ze zijn beoordeeld op basis van de signaleringswaarden vanuit het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 (GTK2020):
Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat de berekende kengetallen zich voor het grootste gedeelte bewegen in de categorie ‘minst risicovol’ en ‘neutraal’. Wel valt op dat het kengetal ‘netto schuldquote’ in 2029 als ‘meest risicovol’ wordt geclassificeerd. Daarnaast daalt in de komende jaren de ‘solvabiliteitsratio’, echter het kengetal blijft in 2029 nog binnen de classificatie ‘neutraal’. Begrotingssaldi, algemene reserve, risico’s Zoals eerder al is aangegeven is er de komende begrotingsperiode sprake van een structureel sluitende begroting voor de jaren 2026 tot en met 2029. De stand van de algemene reserve neemt af van € 34,6 miljoen in 2026 naar € 34,1 miljoen in 2029. Op basis van de huidige aannames zal naar verwachting de stand van de algemene reserve vanaf 2030 nog verder afnemen. De geïnventariseerde risico’s kunnen in de komende 4 jaren opgevangen worden door de beschikbare weerstandcapaciteit. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat, als we de kengetallen in samenhang bezien, de begrotingssaldi en de ontwikkeling van de algemene reserve beoordelen en de weerstandscapaciteit versus de risico’s bekijken, de financiële positie weliswaar onder druk staat, maar voor de komende begrotingsperiode 2026-2029 nog niet als risicovol beoordeeld wordt.
Omdat de financiële effecten van een aantal grote investeringen deels na deze periode effect zullen hebben is het zinvol ook te kijken hoe het perspectief zich daarna ontwikkelt. Doorkijk naar 2030 en volgende jaren Het is goed om te bedenken dat we bij een doorkijk van 2030 tot en met 2034 hebben over langetermijn effecten die op ons af (kunnen) komen met alle onzekerheden die deze veronderstellingen met zich meebrengen. We kunnen immers niet in de toekomst kijken. Met dit voorbehoud hebben we getracht zo goed en compleet als mogelijk de financiële positie inzichtelijk te maken.
5 van 10
Raadsvoorstel: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027- 2029 Dossiernummer: 2263043
Kengetallen In onderstaand overzicht worden de financiële kengetallen van 2030 tot en met 2034 weergegeven. Daarbij is het goed om in ogenschouw te nemen dat deze kengetallen gebaseerd zijn op aannames en de werkelijkheid in de toekomst hiervan af kan wijken. .
Bij de berekening van deze kengetallen zijn de volgende aannames gehanteerd: - De doorwerking van de lasten van de voorgenomen investeringen tot en met 2029; - De lasten van de verwachte investeringen vanaf 2030; - Voor de stijging van de baten hanteren we 1,5% volumeontwikkeling, hiervan wordt 0,3% ingezet ter dekking van de voorgenomen investeringen. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar het hoofdstuk ‘Financieel kader’ in de programmabegroting. Begrotingssaldi, algemene reserve, risico’s Als we deze aannames verwerken in het financieel meerjarenperspectief dan leidt dit tot het volgende beeld: Resultaat exploitatie begroting Doorwerking 2026-2029 Investeringen na 2030 Stijging baten Verwacht resultaat doorrekening Meerjarenbegroting saldo PB 26-29 Geprognotiseerd meerjaren saldo
2030 -2,50 0,00 0,30
2031 -2,10 -1,20 0,70
2032 -1,50 -2,30 1,00
2033 -0,70 -3,50 1,30
2034 0,00 -4,70 1,70
-2,20
-2,60
-2,80
-2,90
-3,00
0,78
0,78
0,78
0,78
0,78
-1,42
-1,82
-2,02
-2,12
-2,22
Zoals u uit bovenstaand overzicht kunt zien, komt het begrotingssaldo vanaf 2030 uit op een tekort van € 1,42 miljoen in 2030 oplopend naar een tekort van € 2,22 miljoen in 2034. Voor de hoogte van de algemene reserve geldt dat, op basis van onze inschattingen, deze vanaf 2030 jaarlijks met gemiddeld € 3 miljoen af zal nemen. De stand van de algemene reserve zal hierdoor dalen van € 34,1 miljoen in 2029 naar € 19,1 miljoen in 2034. De minimale stand van de algemene reserve is door uw raad in een eerder stadium bepaald op € 16,5 miljoen. Er is een aantal ontwikkelingen die naar verwachting vanaf 2030 een budgettair effect zullen hebben op het financieel meerjarenperspectief, maar waarvan we op dit moment de budgettaire consequenties nog niet kunnen becijferen. Het gaat specifiek om de volgende risico’s:
6 van 10
Raadsvoorstel: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027- 2029 Dossiernummer: 2263043
- Stijgende zorgkosten (waaronder jeugd) en mogelijke compensatie vanuit het Rijk (jeugd: commissie Van Ark); - Meerjarig onderhoud vastgoed (MJOP); - Inzet surplus algemene reserve op termijn niet mogelijk door verlaging solvabiliteit; Conclusie Bovenstaande ontwikkelingen leiden ertoe dat er op dit moment geen ruimte beschikbaar is voor nieuw beleid en dat er nog geen structureel sluitende begroting is vanaf 2030. In geval het perspectief zich inderdaad in deze lijn zal ontwikkelen zijn de komende jaren dus nog extra keuzen te maken. We moeten ons realiseren dat we het hebben over lange-termijn effecten die op ons af (kunnen) komen met alle onzekerheden die deze veronderstellingen met zich meebrengen. We kunnen immers niet in de toekomst kijken. Met dit voorbehoud hebben we getracht zo goed en compleet als mogelijk het verloop van de kengetallen vanaf 2030 inzichtelijk te maken 1.2 De programmabegroting voldoet aan de vereisten van de provincie in diens rol als toezichthouder. Bij het opstellen van deze begroting is rekening gehouden met de toetsingscriteria van de provincie. Uitgangspunt bij de provinciale toetsing zijn de kaders en criteria genoemd in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV) en de begrotingscirculaires van de provincie.
De begroting dient in 2026 naar het oordeel van de provincie structureel en reëel in evenwicht te zijn. Wanneer de structurele lasten gedekt worden door de structurele baten dan is er sprake van structureel evenwicht. Wanneer de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn, is er sprake van reëel evenwicht. Voor Veenendaal is dit beide het geval. 2.1/3.1 Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad investeringsbudgetten beschikbaar te stellen voor het komende begrotingsjaar. In deze programmabegroting is het MIP geactualiseerd ten opzichte van het MIP 2025-2028. Op basis van uitvoeringsrealisme heeft ook een herschikking plaatsgevonden, wat heeft geresulteerd in het doorschuiven en spreiden van investeringen over een langere periode. Bij het vaststellen van de programmabegroting stelt de gemeenteraad jaarlijks een investeringsbudget beschikbaar voor het begrotingsjaar 2026. Deze hebben we onderverdeeld in twee categorieën; bedrijfsvoering- en beleidsinvesteringen. Voor bedrijfsvoering vragen we de gemeenteraad € 1.265.367 beschikbaar te stellen en voor beleidsinvesteringen € 12.497.047 beschikbaar te stellen. Zie onderstaande tabellen voor een specificatie. Thema
MIPjaA activa rschijf nummOm er schrijvingactivum
Bedrijfsvoering
2026
11628 11808 11810 11811 11918 11921 11923 11924 12046 12083
Investeringsbedrag Kap.lasten Kap.lasten Kap.lasten Kap.lasten incl. indexering 2026 2027 2028 2029 Room- en deskbooking 2026 51.350 0 11.810 11.502 11.194 Aanschaf I-pads raadsleden 2026 25.675 0 5.905 5.751 5.597 Automatiseringsplan 2026 292.695 0 67.320 65.564 63.807 Informatiseringsplan 2026 410.800 0 94.484 92.019 89.554 Aanschaf smartphones 2026 46.215 0 16.791 16.329 15.867 Aanschaf monitoren 2026 123.240 0 28.345 27.606 26.866 Aanschaf computeraccesoires 2026 20.540 0 4.724 4.601 4.478 Aanschaf desktops 2026 10.270 0 2.362 2.300 2.239 Migreren applicaties naar SaaS 2026 102.700 0 23.621 23.005 22.389 Inrichtingsplan huisv. hybride werken MIP 2026 181.882 0 41.833 40.742 39.650 Totaal 1.265.367 0 297.197 289.419 281.642
7 van 10
Raadsvoorstel: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027- 2029 Dossiernummer: 2263043
Thema
MIPjaA activa rschijf nummOm er schrijvingactivum
Beleidsinvesteringen 2026
11822 11833 11847 12034 12054 12055 12111 12134 12135 12136 12137 12138 11853 11695 11700 11704 11706 11707 11708 11821 11827 11828 11830 11832 11834 11838 12202
Investeringsbedrag Kap.lasten Kap.lasten Kap.lasten Kap.lasten incl. indexering 2026 2027 2028 2029 Verv. holder en Valtra tractor Wijkservice 2026 200.265 0 31.041 30.290 29.539 Duurzaamheidsinvesteringen 2026MOP 2021-2024 581.282 0 56.191 55.028 53.865 Vervangingsinvesteringen 2026MOP 2021-2024 259.831 0 25.117 24.597 24.078 Holder aanbouwtrekker 2026 154.050 0 23.878 23.300 22.722 Vervangen isolatie &dakbedekkinggemeentehuis 2026 693.225 0 38.127 37.607 37.087 Extra zonnepanelen dak gemeentehuis 2026 92.195 0 8.912 8.728 8.543 Vervanging beschoeingen 2026 159.185 0 15.388 15.070 14.751 Aanleggen laadplein Wijkservice 2026 65.000 0 6.283 6.153 6.023 Vervanging/investeringrioleringen 2026De Pol 1.400.000 0 65.333 64.633 63.933 Aanplant bomen 2026De Pol 100.000 0 5.500 5.425 5.350 Renovatie/inv.
openb.groen &straatmeubilair 2026De Pol 90.000 0 8.700 8.520 8.340 Reconstructies wegen 2026De Pol 1.410.000 0 0 70.500 69.654 CLV lokalen bewegingsonderwijs 2026 2.130.088 52.957 194.766 192.429 190.092 Renovatie sportterreinen(SSV) 2026 268.752 0 25.979 25.442 24.904 Verharding zwembad MIP 2026 245.412 0 23.723 23.232 22.741 Buitensport materieel MIP 2026 54.398 0 5.258 5.150 5.041 Hekwerken MIP 2026 70.397 0 3.872 3.819 3.766 Beplanting MIP 2026 19.199 0 1.856 1.818 1.779 Beregening MIP 2026 57.598 0 5.568 5.453 5.337 Vervanging schrob zuigmachine sporthal West 2026 15.405 0 2.388 2.330 2.272 Verv. inventaris/toestellen sportacc. 2026 55.458 0 5.361 5.250 5.139 Vervanging scorebord sporthal Oost 2026 30.810 0 2.978 2.917 2.855 Losse inventaris zwembad 2026 37.023 0 3.579 3.505 3.431 Vervanging geluidsinstallatie zwembad 2026 42.312 0 4.187 4.100 4.014 Huisvestingsplan onderwijs 2026 600.000 0 58.000 56.800 55.600 Renovatie sportterreinen 2026 65.161 0 6.299 6.169 6.038 Semi permanente huisvesting groei Oost (ca. 300lln) 3.600.000 0 288.000 282.600 277.200 Totaal 12.497.047 52.957 916.285 970.864 954.098
Voor 2026 worden de investeringsbudgetten van Nieuwbouw Theater ad € 46.800.000 en IKC Joh. Calvijnschool ad € 11.511.161 via een afzonderlijk raadsvoorstel beschikbaar gesteld. De financiële consequenties van deze investeringen zijn reeds verwerkt in het financieel meerjarenperspectief. In oktober 2025 vindt naar verwachting de besluitvorming plaats over het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP). Fase 1 hiervan is integraal onderdeel van deze programmabegroting. Fase 2 van het IHP is verwerkt in de doorkijk na 2029. 4.1 Het ontwikkelend beheerplan 2027-2030 sluit dan aan op de nieuwe omgevingsprogramma’s. Door het met één jaar verlengen van de looptijd van het OPOR 2022-2025 kan het nieuwe plan aansluiten op de omgevingsprogramma’s groen, blauw en klimaat, circulair Veenendaal en integrale mobiliteit die in 2026 door het college vastgesteld worden. Doordat de meeste investeringen uit 2026 zijn doorgeschoven naar 2027 heeft dit geen consequenties. Daarnaast mag een beheerplan een maximale looptijd hebben van vijf jaar. Met deze verlenging wordt de looptijd niet overschreden. 5.1 De totale planning van project de Pol is met omwonenden gedeeld ten tijde van de eerste participatiebijeenkomst In het MIP is het project de Pol in 3 fases gesplitst. De uitvoering van de eerste fase is in 2024 gestart. De laatste fase zou in 2026 starten.
Tijdens de participatiebijeenkomst is besproken dat de drie fases opeenvolgend uitgevoerd zouden worden. Bij de heroverwegingen is besloten dat alle investeringen in 2026 een jaar doorgeschoven worden. Het investeringsbedrag voor de laatste fase van de Pol is daardoor in 2027 beschikbaar. Naar verwachting zijn de werkzaamheden voor fase 2 rond de zomervakantie 2026 afgerond. Om de werkzaamheden aansluitend uit te kunnen voeren is het budget van fase 3 al in 2026 nodig. Anders zou het werk 4 tot 5 maanden stil komen te liggen.
8 van 10
Raadsvoorstel: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027- 2029 Dossiernummer: 2263043
5.2 Het aansluitend uitvoeren van de werkzaamheden van fase 2 op fase 3 geeft minder overlast voor de omwonenden en bespaart kosten. Indien de werkzaamheden voor fase 3 niet direct na het afronden van fase 2 worden uitgevoerd ontstaat er meer overlast en zijn er hogere kosten mee gemoeid. De locaties waar fase 2 en fase 3 op elkaar aansluiten moeten tijdelijke voorzieningen worden getroffen, zodat de buurt bereikbaar blijft. Deze tijdelijke verharding moet voor de start van fase 3 weer opengebroken worden. Machines moeten afgevoerd en een aantal maanden later weer aangevoerd worden. Deze kosten zouden we niet hebben als de fases op elkaar aansluiten. Bovendien gaat Vitens in de hele buurt waterleidingen vervangen. Deze sleuven worden dan provisorisch dichtgemaakt en zullen een langere periode zo blijven liggen.
Alternatieven Zoals eerder vermeld is de voorliggende programmabegroting opgesteld op basis van reeds door de raad genomen besluiten en actuele ontwikkelingen. Het is vanuit de kader stellende en budgetterende bevoegdheid van de raad uiteraard mogelijk om door middel van amendementen en moties andere keuzes te maken.
Kanttekeningen 1.1
De septembercirculaire 2025 is niet in de Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 20272029 verwerkt Op 16 september 2025 is de septembercirculaire 2025 over het gemeentefonds verschenen. De financiële gevolgen van de circulaire zijn niet in de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 verwerkt. Zoals gebruikelijk wordt de raad zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk voor de raadsbehandeling van de Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029, over de financiële effecten van deze circulaire geïnformeerd en vindt de verwerking plaats in de December wijziging 2025, eerste bestuursrapportage 2026 en de Kadernota 2027-2029.
Participatie Deze programmabegroting is de uitwerking van de door de raad vastgestelde Kadernota 2026-2029. Op grond van de participatieladder wordt dit voorstel ingedeeld in trede 0. Dit betekent dat dit voorstel c.q. besluit informerend van aard is en via de reguliere kanalen gecommuniceerd zal worden.
Wat betekent dit besluit voor inwoners? In de begroting wordt bepaald hoeveel inwoners en bedrijven moeten betalen voor hun gemeentelijke lasten in 2026, zoals de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en het rioolrecht.
Aanpak / uitvoering Op grond van artikel 191, lid 2 Gemeentewet zendt het college de begroting en de meerjarenraming na vaststelling door de raad aan Gedeputeerde Staten. Dat moet binnen twee weken na de vaststelling gebeuren, maar in ieder geval vóór 15 november 2025.
Communicatie over dit besluit Na de aanbieding van de Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029 aan de raad wordt deze via de reguliere communicatiekanalen openbaar gemaakt. Daarnaast wordt de begroting op een audiovisuele wijze in beeld gebracht (amendement A2022.37 (audiovisuele) infographic 2.0).
9 van 10
Raadsvoorstel: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027- 2029 Dossiernummer: 2263043
Evaluatie De uitvoering van het beleid en de financiële ontwikkelingen worden in de loop van 2026 via de bestuursrapportages gemonitord. In de Programmarekening 2026 vindt een verantwoording door het college over de realisatie van het beleid en over de financiën plaats.
Kosten, baten, dekking In deze programmabegroting is sprake van een structureel in evenwicht zijnde begroting, volgens artikel 189 van de Gemeentewet en het BBV. Het saldo van de begroting in de komende 4 jaren bedraagt respectievelijk € 0 in 2026, € 305.000 in 2027, € 404.000 in 2028 en € 783.000 in 2029.
College van burgemeester en wethouders,
Sjoukje Deelstra Secretaris
Gert-Jan Kats burgemeester
Bijlagen 1. Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029 Raadsbesluit
10 van 10