CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Programmabegroting 2025 - raadsvoorstel

Gemeenteraad 4 november 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-20282.743 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Raad Voorstelnummer Datum Onderwerp

Programma

Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres

4 november 2024 2199197 26 september 2024 Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Alle begrotingsprogramma‘s

Agendapunt

Team

Financiën

M. Arends 0318-538720 Marinka.arends@veenendaal.nl

Aan de leden van de raad, Voorgestelde beslispunten 1. De Programmabegroting 2025 vast te stellen en de Meerjarenraming 2026-2028 voor kennisgeving aan te nemen; 2. Een investeringsbudget van € 53.691.306 beschikbaar te stellen ter uitvoering van beleidsinvesteringen in 2025; 3. Een investeringsbudget van € 1.677.000 beschikbaar te stellen voor de investeringen ten behoeve van de bedrijfsvoering in 2025; 4. In 2025 de volgende voorbereidingsbudgetten beschikbaar te stellen voor projecten welke in 2027 in uitvoering worden genomen voor in totaal € 1.560.000. - € 770.000 ten behoeve van wegen; - € 570.000 ten behoeve van riolering; - € 60.000 ten behoeve van speelvoorzieningen; - € 75.000 ten behoeve van groenvoorzieningen. - € 85.000 ten behoeve van bomen. 5. Het saldo van de Programmabegroting 2025 ad € 63.000 te storten in de Algemene Reserve. Waarom naar de raad? Conform artikel 190 van de Gemeentewet biedt het college jaarlijks de raad een ontwerp van de begroting met toelichting aan alsmede een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. Op grond van artikel 191, lid 1 van de Gemeentewet is de raad het bevoegde orgaan om de begroting vast te stellen in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. Inleiding Jaarlijks biedt het college de raad een Programmabegroting 2025 aan voor het komende jaar.

De Programmabegroting geeft informatie over wat de gemeente van plan is te gaan doen, hoeveel geld daarvoor wordt geraamd en hoe de gemeente aan dat geld verwacht te komen. De Programmabegroting vertaalt de ambities van het raadsakkoord in doelstellingen, activiteiten en beschikbare middelen en geeft daarmee voor de komende jaren politiek-bestuurlijke richting aan de wijze waarop wij uitvoering geven aan de belangrijkste thema’s en ambities uit het raadsakkoord.

Raadsvoorstel van 24 september 2024, Zaaknummer: 2199197, Onderwerp: Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028

Samenvatting Op 4 juli jl. heeft u, na een intensief heroverwegingstraject bij de vaststelling van de Kadernota 20252028, de financiële kaders meegegeven voor het opstellen van de Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028. In deze Programmabegroting hebben we deze kaders uitgewerkt waarbij we het uitgangspunt van het raadsakkoord gehanteerd hebben dat zowel het begrotingjaar 2025 als het jaar 2028 sluitend zijn. Tussen de vaststelling van de Kadernota 2025-2028 en het opstellen van de Programmabegroting heeft er een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden die het meerjarenperspectief beïnvloed hebben. Deze ontwikkelingen lichten wij hieronder toe. Eerdere invoering pbbp-systematiek Bij de behandeling van de Kadernota 2025-2028 hebben wij afgesproken om u nader te informeren over een berekening van de doorwerking van de effecten van het invoeren van de pbbp-systematiek in het jaar 2026 in plaats van in het jaar 2027. Voor deze Programmabegroting heeft een eerste berekening (op basis van de meicirculaire 2024) plaatsgevonden. Uit deze berekening volgt dat het budgettaire effect van het vervroegen van de pbbp-systematiek van 2027 naar 2026 afgerond structureel € 1 miljoen bedraagt. Zoals afgesproken zullen we op een later moment nog terugkomen op de uitkomsten van het onderzoek wat het effect is van de systematiek volgens constante prijzen.

De verwerking van de effecten voor Veenendaal van de septembercirculaire 2024 ontvangt u zoals gebruikelijk voor de behandeling van de Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 middels een RIB in uw raad. Hierin zal tevens een nadere berekening van de financiële gevolgen van de pbbp-systematiek opgesteld worden. In deze RIB over de septembercirculaire 2024 zult u over de uitkomsten geïnformeerd worden. Tevens verwijzen we u nog graag voor nadere informatie naar de eerder toegezonden RIB over de pbbp-systematiek (RIB2024.67). Gezien het financiële perspectief stellen wij u voor de pbbp-systematiek te vervroegen van 2027 naar 2026. Extra toerekening kosten aan rioolheffing Uit het in de Kadernota 2025 aangekondigde onderzoek met betrekking tot het toerekenen van kosten aan heffingen en leges is gebleken dat ervoor de rioolheffing mogelijkheden zijn voor toerekening. Voor de rioolheffing is dit jaar voor de bepaling van het tarief een nieuwe kostprijsberekening gemaakt. In voorgaande jaren werd er uitgegaan van de calculaties in het OPOR 2021-2025 met toepassing van indexering. Hierbij is geen rekening gehouden met autonome kostenverhogingen van leveranciers en gestegen rentelasten ten opzichte van dit OPOR.

Bovendien is gebleken dat doorbelasting van kosten van straatvegen, ongediertebestrijding, doorberekening GBLT, BTW en kwijtschelding onvoldoende heeft plaatsgevonden. Het bedrag dat de rioolheffing te weinig in de algemene middelen bijdraagt cumuleert in 2025 tot € 1.034.000 en dit effect is structureel. In voorliggende begroting hebben we deze extra inkomsten verwerkt. Het toerekenen van meer kosten aan rioolheffing betekent een verhoging van het rioolrecht. Dit compenseren we de komende jaren deels door de aanwending van de voorziening riolering. Mutaties MIP In deze Programmabegroting is het MIP geactualiseerd ten opzichte van het MIP 2024-2027. Door deze actualisatie zijn de kapitaallasten fors gestegen. Deze stijging wordt veroorzaakt door kostenstijgingen in geplande investeringen (met name de IKC's) en door nieuwe investeringen ten opzichte van de vorige MIP. Een en ander conform eerdere informatie over projecten aan uw raad. Op basis van uitvoeringsrealisme heeft een herschikking plaatsgevonden, wat heeft geresulteerd in het

Raadsvoorstel van 24 september 2024, Zaaknummer: 2199197, Onderwerp: Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028

doorschuiven en spreiden, van investeringen over een langere periode. Er resteert na de herschikking nog een taakstelling voor 2026 van € 192.000 en voor 2027 van € 421.000. Correctie OZB-ramingen Tijdens de opstelling van deze Programmabegroting is bij de berekening van OZB-opbrengsten gebleken dat de reeds begrote opbrengst afwijkt van de nu berekende opbrengst. De begrote inkomsten zijn voor 2025 en 2026 hoger dan de berekende inkomsten, voor 2027 en 2028 valt deze berekening lager uit. De afwijking bedraagt € - 590.000 in 2025, € - 500.000 in 2026, € 141.000 in 2027 en € 141.000 in 2028. Het is op dit moment nog onduidelijk hoe deze verschillen ontstaan zijn. Dit wordt nader onderzocht. Daarbij blijft er overigens een onzekerheid bestaan over de daadwerkelijke realisatie van de OZBinkomsten. Dit zullen we nadrukkelijk monitoren en, waar aan de orde, op de geëigende momenten in de P&C-cyclus rapporteren. Financieel perspectief Met deze maatregelen wordt u een sluitende begroting voor de jaren 2025 en 2028 voorgelegd waarbij het begrotingsjaar 2025 structureel en reëel in evenwicht is. Hieronder vindt u een gecomprimeerd overzicht van het financieel kader voor de jaren 2025 tot en met 2028. (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Saldo Kadernota na verwerking amendementen 2025-2028

1.908

-5.310

-3.621

-1.387

Uitkomsten meicirculaire 2024

-3.537

915

537

633

af/bij: Reservering loon- prijsstijgingen

2.001

1.999

1.600

1.400

Saldo na verwerking meicirculaire 2024

372

-2.396

-1.484

646

Structurele effecten 2e bestuursrapportage 2024

-309

-509

-459

-459

Actualisatie MIP 2025-2028

-306

-723

-543

-2.350

Correctie ozb-opbrengsten

-590

-500

141

141

1.000

1.000

1.000

Overige zaken

Vervroeging invoering PbbP-systematiek Opbrengst toerekenen kosten rioolheffing Overige ontwikkelingen (o.a. saldo techn. richtlijnen, fiscaliteit, medegebruik Het Erf, 80jaar bevrijding en dekking algemene reserve)

1.034 -138

1.034 -521

1.034 349

1.034 8

Saldo Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

63

-2.615

38

20

Voor het uitgebreide overzicht van het financieel kader en de daarbij behorende toelichting verwijzen wij u naar de Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028. Als de periode van intensieve heroverweging, resulterend in besluitvorming in de Kadernota 20252028, iets heeft uitgewezen, dan is het wel dat ‘tijdens de verbouwing de verkoop gewoon doorgaat’. Binnen onze krappe financiële mogelijkheden zijn en blijven we op vrijwel alle beleidsterreinen stappen zetten om te werken aan een gezonde, duurzame, leefbare en veilige stad. Een stad die een sterke (sociale) basis biedt aan al onze inwoners, ondernemers en organisaties. Samen willen wij in vertrouwen blijven werken aan het Veenendaal van de toekomst. Beoogd resultaat Financiële kaders voor het jaar 2025, die structureel en reëel in evenwicht zijn.

Raadsvoorstel van 24 september 2024, Zaaknummer: 2199197, Onderwerp: Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028

Argumenten bij de voorgestelde beslispunten 1.1 De uitwerking van het raadsprogramma 2022-2026 en de ontwikkelingen sindsdien resulteren in een sluitende Programmabegroting 2025. De financiële uitgangspositie van deze Programmabegroting wordt bepaald door: • De Programmabegroting 2024; vastgesteld in november 2023; • De 3e Bestuursrapportage 2023, vastgesteld in december 2023; • De resultaten van de 1e Bestuursrapportage 2024, vastgesteld in juni 2024; • De Kadernota 2025-2028; vastgesteld in juli 2024; • De consequenties van de meicirculaire 2024 m.b.t. de algemene uitkering; • Verwerking overige zaken (o.a. collegebesluiten, technische richtlijnen en mutaties in het meerjareninvesteringsplan). De structurele doorwerking van de mutaties uit de 2 e Bestuursrapportage 2024 zijn zoals gebruikelijk reeds in het financieel meerjarenperspectief verwerkt. Verder is het gebruikelijk om de gevolgen van de septembercirculaire (2024) van het gemeentefonds pas later te verwerken. De raad wordt door een raadsinformatiebrief wel geïnformeerd over die gevolgen. Het volledige financieel perspectief is terug te vinden in het hoofdstuk ‘Financieel kader van de Programmabegroting 2025’. 1.2

De Programmabegroting voldoet aan de vereisten van de provincie vanuit diens rol als toezichthouder. Bij het opstellen van deze begroting is rekening gehouden met de toetsingscriteria van de provincie. Uitgangspunt bij de provinciale toetsing zijn de kaders en criteria genoemd in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV) en de begrotingscirculaires van de provincie. De begroting dient in 2025 naar het oordeel van de provincie structureel en reëel in evenwicht te zijn. Wanneer de structurele lasten gedekt worden door de structurele baten dan is er sprake van structureel evenwicht. Wanneer de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn, is er sprake van reëel evenwicht. Voor Veenendaal is dit beide het geval. Het is een bevoegdheid van de raad investeringsbudgetten beschikbaar te stellen voor het uitvoeren van de begrotingsprogramma’s het komende begrotingsjaar. Bij het vaststellen van de Programmabegroting stelt de raad jaarlijks een investeringsbudget beschikbaar voor de in het begrotingsjaar uit te voeren beleidsinvesteringen. Voor 2025 is hiervoor een bedrag van € 53.691.306 benodigd. 2.1

Raadsvoorstel van 24 september 2024, Zaaknummer: 2199197, Onderwerp: Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028

3.1

Het is een bevoegdheid van de raad investeringsbudgetten beschikbaar te stellen ten behoeve van de bedrijfsvoering in het komende begrotingsjaar. In onderstaand overzicht is een bedrag voor investeringen ten behoeve van bedrijfsvoeringen opgenomen voor een bedrag van € 1.677.000.

4.1

Bij de vaststelling van de Programmabegroting worden de gevraagde voorbereidingsbudgetten vastgesteld. Er is een langere voorbereidingstijd nodig vanwege ambities klimaatadaptie, circulariteit, groen en meer participatie. Vandaar dat er bij deze Programmabegroting voorbereidingsbudgetten worden aangevraagd op de voorgenomen investeringen in 2027 voor een totaal van € 1.560.000.

Raadsvoorstel van 24 september 2024, Zaaknummer: 2199197, Onderwerp: Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028

5.1 Het is gebruikelijk dat het begrotingsoverschot wordt toegevoegd aan de Algemene Reserve. De begroting 2025 sluit met een positief saldo van € 63.000. Dit saldo wordt toegevoegd aan de Algemene Reserve. Alternatieven Zoals eerder vermeld is de voorliggende Programmabegroting opgesteld op basis van reeds door de raad genomen besluiten en actuele ontwikkelingen. Het is vanuit de kaderstellende en budgetterende bevoegdheid van de raad uiteraard mogelijk om door middel van amendementen en moties andere keuzes te maken. Kanttekeningen 1.1 De septembercirculaire 2024 is niet in de Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 20262028 verwerkt Op 17 september 2024 is de septembercirculaire 2024 over het gemeentefonds verschenen. De financiële gevolgen van de circulaire zijn niet in de Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 verwerkt. Zoals gebruikelijk wordt de raad zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk voor de raadsbehandeling van de Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028, over de financiële effecten van deze circulaire geïnformeerd en vindt de verwerking plaats in de volgende Bestuursrapportages en Kadernota 2026-2029. 1.2 Risico’s met betrekking tot het vervroegen van de pbbp-systematiek Bij het opstellen van de Programmabegroting worden tot op heden de meest recente loon- en prijsindex gehanteerd op basis van de indexcijfers vanuit het CPB.

Omdat deze cijfers voorafgaand aan het begrotingsjaar worden vastgesteld bestaat het risico bij onder meer de gemeenschappelijke regelingen en de gesubsidieerde instellingen dat de werkelijke loon- en prijsstijgingen afwijken. Het vervroegen van de pbbp-systematiek van 2027 naar 2026 vergroot de mogelijkheid dat er verschillen ontstaan tussen de werkelijke loon- en prijsstijging en de door de gemeente gehanteerde pbbp-systematiek. Deze veronderstelling wordt bevestigd door de vergelijkende indexcijfers zoals die in de meicirculaire 2024 zijn gepresenteerd. Wanneer de invoering van de pbbp-systematiek met ingang van 2026 ingevoerd zal worden en de werkelijke prijs- en loonstijgingen zijn hoger dan de indexeringen vanuit de pbbp-systematiek dan betekent dit dat de gesubsidieerde instellingen en gemeenschappelijke regelingen onvoldoende compensatie ontvangen ten opzichte van de reële loonstijging en een tekort zelf moeten opvangen dan wel dat de gemaakte afspraken moeten worden herzien. Dit geldt ook voor hogere CAO- en prijsstijgingen binnen andere taakvelden (o.a. eigen personeel en bouwkosten). Deze eerdere invoering van de pbbp-systematiek legt daarmee mogelijk een grote druk op de financiën bij zowel de externe partners als ook de gemeentelijke budgetten.

Daarnaast bestaat het risico dat er onvoldoende compensatie is voor de ontwikkeling van de tarieven binnen de jeugdzorg en Wmo waar we wettelijk gebonden zijn aan reële tarieven. 1.3 Risico’s met betrekking tot de realisatie van de vastgestelde maatregelen Bij de vaststelling van de Kadernota 2025-2028 is een omvangrijk pakket aan maatregelen vastgesteld om het oplopende begrotingstekort in de komende jaren te dekken. Met dit pakket is een bedrag gemoeid van afgerond € 5,9 miljoen in 2025 oplopend naar afgerond € 16,9 miljoen in 2028. Het college is inmiddels gestart met de invulling en uitvoering van de vastgestelde heroverwegingsmaatregelen. Voor het realiseren van de geraamde opbrengsten is het college in bepaalde gevallen afhankelijk van externe factoren (o.a. rijksbeleid, kostenontwikkelingen, regionale afspraken, ed.). Hierdoor bestaat het risico dat de ingeboekte besparingen niet volledig of later dan de

Raadsvoorstel van 24 september 2024, Zaaknummer: 2199197, Onderwerp: Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028

ingeschatte planning gerealiseerd worden. Wij zullen dit nauwgezet monitoren en u via de reguliere P&C-documenten over ontwikkelingen informeren. 1.4 De verwachting is dat de IKC’s niet volgens de huidige planning opgeleverd kunnen worden. In het MIP is, zoals in de kadernota besloten, de bouw van 5 nieuwe IKC’s opgenomen. Dit betreft de kapitaallasten voor de voorinvesteringen voor vier IKC’s en de totale kapitaallasten van IKC Dragonder Noord. Deze IKC’s worden in de huidige planning in de periode 2027-2030 opgeleverd. De ervaring leert echter dat het bij IKC’s om samenwerkingstrajecten gaat met meerdere partijen, waardoor het risico op vertragingen reëel is. De kans dat de vijf daadwerkelijk binnen dit tijdsbestek worden gerealiseerd is waarschijnlijk niet reëel. Aankomend jaar wordt het IHP vernieuwd, op dat moment is voldoende zicht op een realistische planning van de vier nieuwbouw projecten. 2.1 Risico’s met betrekking tot het meerjareninvesteringsplan (MIP) Op basis van uitvoeringsrealisme heeft een herschikking van het MIP plaatsgevonden, wat heeft geresulteerd in het doorschuiven en spreiden, van investeringen over een langere periode. Echter het faseren van investeringen heeft als risico dat het effect van de stijging van de kapitaallasten pas in de periode na 2028 zichtbaar wordt.

Wat betekent dit besluit voor inwoners? In de begroting wordt bepaald hoeveel inwoners en bedrijven moeten betalen voor hun gemeentelijke lasten in 2025, zoals de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en het rioolrecht. Aanpak/ uitvoering Op grond van artikel 191, lid 2 Gemeentewet zendt het college de begroting en de meerjarenraming na vaststelling door de raad aan Gedeputeerde Staten. Dat moet binnen twee weken na de vaststelling gebeuren, maar in ieder geval vóór 15 november 2024. Communicatie over dit besluit Na de aanbieding van de Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 aan de raad wordt deze via de reguliere communicatiekanalen openbaar gemaakt. Daarnaast wordt de begroting op een audiovisuele wijze in beeld gebracht (amendement A2022.37 (audiovisuele) infographic 2.0). Evaluatie De uitvoering van het beleid en de financiële ontwikkelingen worden in de loop van 2025 via de bestuursrapportages gemonitord. In de Programmarekening 2025 vindt een verantwoording door het college over de realisatie van het beleid en over de financiën plaats. Burgemeester en wethouders,

mevrouw drs. S.M. Deelstra gemeentesecretaris

de heer K.J.G. Kats burgemeester

Bijlage - Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14573932/1