1. Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 - raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raad Voorstelnummer Datum Onderwerp
Programma
Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres
3 november 2022 1913341 4 oktober 2022 Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 Alle begrotingsprogramma ‘s
Agendapunt
Team
Financiën
A. de Vries (0318) 538 903 Albert.de.vries@veenendaal.nl
Aan de leden van de raad, Voorgestelde beslispunten 1. De Programmabegroting 2023 vast te stellen en de meerjarenraming 2024-2026 voor kennisgeving aan te nemen; 2. Een investeringsbudget van € 13.890.303,- beschikbaar te stellen ter uitvoering van het investeringsprogramma 2023; 3. In 2023 de volgende voorbereidingskredieten beschikbaar te stellen voor projecten welke in 2024 in uitvoering worden genomen: - € 885.000,- ten behoeve van wegen; - € 445.000,- ten behoeve van riolering; - € 35.000,- ten behoeve van speelvoorzieningen; - € 55.000,- ten behoeve van groenvoorzieningen. 4. Het saldo van de Programmabegroting 2023 ad € 552.000,- te storten in de Algemene Reserve. 5. De bestuurlijke agenda 2023-2026 vast te stellen. Waarom naar de raad? Conform artikel 190 van de Gemeentewet biedt het college jaarlijks de raad een ontwerp van de begroting met toelichting aan alsmede een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. Op grond van artikel 191, lid 1 van de Gemeentewet is de raad het bevoegde orgaan om de begroting vast te stellen in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. Inleiding Jaarlijks biedt het college de raad een programmabegroting aan voor het komende jaar.
De programmabegroting geeft informatie over wat de gemeente van plan is te gaan doen, hoeveel geld daarvoor wordt geraamd en hoe de gemeente aan dat geld verwacht te komen. Het raadsakkoord ‘Samen werken in vertrouwen’ is leidend geweest voor het opstellen van deze begroting. De begroting vertaalt de ambities van het raadsakkoord in doelstellingen, activiteiten en beschikbare middelen en geeft daarmee voor de komende jaren politiek-bestuurlijke richting aan de wijze waarop wij uitvoering geven aan de belangrijkste thema’s en ambities uit dit raadsakkoord.
Raadsvoorstel van 4 oktober 2022, Zaaknummer: 1913341, Onderwerp: Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
Samenvatting Vanwege het aantreden van de raad in de nieuwe samenstelling is er dit voorjaar geen Kadernota opgesteld, aangezien het raadsakkoord nog niet beschikbaar was. Gebruikelijk is om op basis van dat akkoord het beoogde beleid voor de komende raadsperiode uit te werken. Volstaan is met een Kaderbrief waarin de economische en financiële ontwikkelingen zijn geschetst. De beleidsvoornemens gebaseerd op het raadsakkoord 2022-2026 zijn thans in de Programmabegroting uitgewerkt. Bij de opstelling van de Programmabegroting 2023 is nu voor een andere aanpak gekozen, waarbij de raad zo veel mogelijk is betrokken. In de voorbereidingsfase zijn alle wensen, nieuwe zaken, (wettelijke) ontwikkelingen e.d. vanuit het college en de organisatie geïnventariseerd en in één lijst samengevoegd (de zogenaamde ‘groslijst’), In een tweetal sessies is hierover met de raad gesproken. De gehele lijst is integraal in de Programmabegroting verwerkt. Voor het inzicht is de lijst als bijlage in de begroting opgenomen. Ons uitgangspunt is om u een sluitende begroting te presenteren. In de programmabegroting, die nu voorligt, is dit het geval. In 2023 worden de structurele lasten door de structurele baten gedekt en is er sprake van een klein begrotingsoverschot. Ook voor 2024 en 2025 wordt een begrotingsoverschot geprognosticeerd, terwijl er in 2026 sprake is van een begrotingstekort.
Dit heeft te maken met het feit dat het kabinet besloten heeft om vanaf 2026 voor een andere financieringssystematiek van het Gemeentefonds te kiezen. Er is echter geen duidelijkheid op welke manier dat plaats gaat vinden. In 2026 wordt het Gemeentefonds op basis van de meicirculaire 2022 met afgerond € 4 miljard verminderd. Voor de algemene uitkering van Veenendaal betekent dit een verlaging ten opzichte van 2025 met ruim € 10 miljoen. In de vakpers wordt 2026 dan ook als een ‘ravijnjaar’ betiteld. De VNG en provinciebesturen vragen het kabinet om duidelijkheid te geven over de financiering vanaf 2026. Beoogd resultaat Financiële kaders voor het jaar 2023, die structureel en reëel in evenwicht is. Argumenten 1.1 De uitwerking van het raadsprogramma 2022-2026 en de ontwikkelingen sindsdien resulteren in een sluitende begroting 2023 De financiële uitgangspositie van deze Programmabegroting wordt bepaald door: • Het meerjarenperspectief na verwerking van de resultaten uit de 3e bestuursrapportage 2021, vastgesteld december 2021; • Ontwikkelingen geschetst in de Kaderbrief 2023; • De consequenties van de meicirculaire 2022 m.b.t. de Algemene Uitkering. • De resultaten van de 1e bestuursrapportage 2022, vastgesteld in juni 2022. • Verwerking overige zaken (collegebesluiten, technische richtlijnen en diverse autonome ontwikkelingen).
De structurele doorwerking van de mutaties uit de 2e bestuursrapportage 2022 zijn zoals gebruikelijk reeds in het financieel meerjarenperspectief verwerkt. Verder is het gebruikelijk om de gevolgen van de septembercirculaire van het gemeentefonds pas later te verwerken. De raad wordt wel voorafgaand aan de behandeling van deze Programmabegroting geïnformeerd over die gevolgen vanuit de septembercirculaire. Uiteindelijk resulteert het bovenstaande in een begrotingsoverschot in de jaren 2023, 2024 en 2025 en een begrotingstekort in 2026. 2
Raadsvoorstel van 4 oktober 2022, Zaaknummer: 1913341, Onderwerp: Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
Schematisch kan het financieel perspectief voor de jaren 2023-2026 als volgt worden weergegeven: 2023
2024
2025
2026
Het meerjarenperspectief na verwerking van de 3e bestuursrapportage van 2021
1.924
1.658
1.754
345
Gevolgen verwerkte besluiten in de Kaderbrief (periode Programmabegroting 2022 – behandeling van de Kaderbrief)
-340
-2.143
-1.617
-2.135
Tussentelling
1.584
-485
137
-1.790
Uitkomsten meicirculaire 2022 minus reservering van loon- en prijsstijgingen
9.457
12.796
15.240
3.933
Tussentelling
11.041
12.311
15.377
2.143
Verwerking collegebesluiten, technische richtlijnen en andere autonome zaken
-3.669
-5.037
-6.571
-9.376
Tussentelling
7.372
7.274
8.806
-7.233
Lasten incidentele zaken
-4.263
-2.266
-2.031
-155
Lasten structurele zaken
-2.557
-2.687
-2.762
-2.712
552
2.321
4.013
-10.100
Groslijst
Saldo begroting
Een toelichting op de bedragen en specificatie van deze onderdelen treft u aan in de Inleiding van de Programmabegroting. Financiële doorkijk naar de jaren 2027-2030 Door het ontbreken van duidelijkheid over de ontwikkeling van de Algemene Uitkering vanaf 2026 ontstaat er bij de gemeenten grote financiële onzekerheid. Veel gemeenten worstelen met de vraag of het vanaf dat jaar nog mogelijk is om tot een reëel sluitende begroting te komen. De consequentie is dat we nu al kritisch moeten kijken naar de gevolgen van investeringen en uitgaven: kunnen we de lasten ook vanaf 2026 nog betalen? Om die reden wordt er naast de voorgeschreven meerjarenraming tot 2026 ook nog een prognose gegeven voor de periode 2027 – 2030. Het kan dienstbaar zijn bij de afwegingen bij de besluitvorming over nieuwe investeringen. Verder voldoen we hiermee aan het advies van de VNG om duidelijk zichtbaar te maken voor het kabinet wat de gevolgen zijn van een verlaagde algemene uitkering. Voor de beeldvorming is het financieel perspectief zoals hiervoor berekend is, doorgetrokken naar de periode 2027 – 2030. Dat perspectief (begrotingssaldo) komt er als volgt uit te zien: MEERJARENRAMING 2023 552
PROGNOSE
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2.321
4.013
-10.100
-11.968
-11.968
-11.968
-11.968
3
Raadsvoorstel van 4 oktober 2022, Zaaknummer: 1913341, Onderwerp: Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
In de saldi vanaf 2027 zijn begrepen: • Verlaging algemene uitkering vanwege het voornemen van het Rijk het Fonds met 4 miljard te korten vanaf 2026; • Toename van de investeringslasten uit het MIP tot en met 2030; • Stijging van de rente voor financiering van het omvangrijke investeringsprogramma. 1.2
De programmabegroting voldoet aan de vereisten van de provincie vanuit diens rol als toezichthouder Bij het opstellen van deze begroting is rekening gehouden met de toetsingscriteria van de provincie. Uitgangspunt bij de provinciale toetsing zijn de kaders en criteria genoemd in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV) en de begrotingscirculaires van de provincie. De begroting dient in 2023 naar het oordeel van de provincie structureel en reëel in evenwicht te zijn. Wanneer de structurele lasten gedekt worden door de structurele baten dan is er sprake van structureel evenwicht. Voor Veenendaal is dit inderdaad het geval. Het jaar 2026 van de meerjarenraming is niet sluitend. De provincie heeft ambtelijk aangegeven daar geen oordeel over uit te spreken, gelet op de grote onzekerheid over de ontwikkelingen van de algemene uitkering. Het is een bevoegdheid van de raad investeringsbudgetten beschikbaar te stellen voor het uitvoeren van de begrotingsprogramma’s het komende begrotingsjaar Bij het vaststellen van de begroting stelt de raad jaarlijks een investeringsbudget beschikbaar voor de in het begrotingsjaar uit te voeren beleids- en bedrijfsvoering investeringen. Voor 2023 is een bedrag van € 13.890.303,- benodigd. 2.1
2.2
Het is gebruikelijk dat kredietaanvragen voor majeure investeringen afzonderlijk aan de raad worden voorgelegd. In onderstaand overzicht is een bedrag voor majeure investeringen opgenomen voor een bedrag van € 28.993.601,- waarvan reeds € 60.000,- als voorbereidingskrediet beschikbaar is gesteld. De betreffende kredietaanvragen worden in 2023 bij afzonderlijk raadsvoorstel aan de raad voorgelegd.
4
Raadsvoorstel van 4 oktober 2022, Zaaknummer: 1913341, Onderwerp: Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
Omschrijving investering
Investeringsbedrag
reeds beschikbaar
nog beschikbaar te stellen
Automatiseringsplan 2023 Informatiseringsplan 2023 Vervanging huisvesting 2023 Verv. kantoor- en huishoudelijk apparatuur 2023 Vervanging meubels en inventaris 2023 Reconstructie Speelplaatsen 2023 Groen in de openbare ruimte (IBP) 2023 Reconstructies openbare ruimte (IBP) 2023 Rioleringsplan 2023 Vervangen Technische Installaties 2023 Vervangen Technische Installaties Riolering 2023 Vervanging materieel 2023 Beeld- en geluidsapparatuur 2023 Beschoeiingen 2023 Huisvestingsplan Onderwijs 2023 Losse inventaris zwembad(SSV) 2023 Renovatie atletiekbaan (ondergrond)(SSV) 2023 Renovatie.atletiekbn sporttechn.toplaag(SSV) 2023 Renovatie kunstgras hockeyveld(SSV) 2023 Renovatie kunstgras tennisbanen(SSV) 2023 Renovatie sportterreinen(SSV) 2023 Schrobzuigmachine Sporthal Oost(SSV) 2023 Schrobzuigmachine Sportzaal Aller Erf(SSV) 2023 Verv.inv./ toestellen sportaccommodaties(SSV) 2023 Vervanging materieel buitensport(SSV) 2023 Verv. mob. geluidsinstallaties zwembad(SSV) 2023 Vervanging schrobzuigmachines zwembad(SSV) 2023 Verv. vergadermeubilair Sporthal West(SSV) 2023 Aanschaf securitymiddelen ICT (BIO) 2023 Vastgoed (verduurzaming) 2023 Heemskerkstraat 2023 (MIP 22-25) Vastgoed (installaties) 2023 Ontw. datalab voor datagericht werken 2023 Inrichting Archivering en Info beheer 2023 Werkplekken 2023 IKC Franse Gat KN 22-25 Verh. budget tbv verv.
elec wagens wijkservice Vervanging giertank wijkservice Verduurzaming voertuigen wijkservice (OPOR) Vervanging openbare verlichtingen armaturen Totaal investeringen
700.000 400.000 10.000 102.500 210.000 415.000 447.500 3.950.000 3.013.000 110.000 120.000 36.000 45.000 100.000 100.000 33.000 350.000 465.000 309.936 42.912 98.000 17.000 12.000 49.500 242.500 15.000 21.000 12.000 85.000 172.000 950.000 124.705 200.000 75.000 18.750 2.030.000 35.000 35.000 18.000 280.000 15.450.303
Nieuwb. Brandweerkzarne/verpl. wijkservice 2023 IKC Dragonder-zuid onderwijs 2023 CLV lokalen bewegingsonderwijs Herinrichting van het Stadspark Totaal majeure projecten
11.812.000 10.978.834 1.202.767 5.000.000 28.993.601
60.000
60.000
11.752.000 10.978.834 1.202.767 5.000.000 28.933.601
TOTAAL INVESTERINGSPLAN 2023
44.443.904
1.620.000
42.823.904
35.000 55.000 600.000 425.000 75.000
370.000
1.560.000
700.000 400.000 10.000 102.500 210.000 380.000 392.500 3.350.000 2.588.000 35.000 120.000 36.000 45.000 100.000 100.000 33.000 350.000 465.000 309.936 42.912 98.000 17.000 12.000 49.500 242.500 15.000 21.000 12.000 85.000 172.000 950.000 124.705 200.000 75.000 18.750 1.660.000 35.000 35.000 18.000 280.000 13.890.303
5
Raadsvoorstel van 4 oktober 2022, Zaaknummer: 1913341, Onderwerp: Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
3.1
Het is gebruikelijk dat bij de vaststelling van de Programmabegroting ook de gevraagde voorbereidingskredieten worden vastgesteld. Vooruitlopend op de voorgenomen investeringen in het jaar na deze Programmabegroting (dus 2024) moeten de nodige werkzaamheden worden voorbereid. Hiervoor worden voorbereidingskredieten gevraagd. Het gaat om een totaal van € 1.420.000,- : - € 885.000,- ten behoeve van wegen; - € 445.000,- ten behoeve van riolering; - € 35.000,- ten behoeve van speelvoorzieningen; - € 55.000,- ten behoeve van groenvoorzieningen. Zoals in het overdrachtsdocument (voorjaar 2022) is aangegeven vindt de integrale afweging van investeringen plaats bij de Kadernota 2024-2027. 4.1 Het is gebruikelijk dat het begrotingsoverschot wordt toegevoegd aan de Algemene Reserve. De begroting 2023 sluit met een positief saldo van € 552.000,- . Vooralsnog wordt dit saldo toegevoegd aan de Algemene Reserve. 5.1 Dit is conform de daarover bij de vaststelling van het Raadsakkoord gemaakte afspraak Bij de vaststelling van het Raadsakkoord 2022-2026 ‘Samen werken in vertrouwen’ is besloten dit in handen te stellen van het college van burgemeester en wethouders met de opdracht de planning en aanpak van dit akkoord nader uit te werken en hiervoor in het vierde kwartaal 2022 (uiterlijk bij de Programmabegroting) een voorstel te doen aan de gemeenteraad.
De toelichting daarop luidt: De in het akkoord benoemde thema’s kunnen natuurlijk niet gelijktijdig worden opgepakt. De werkwijze vraagt een intensieve(re) betrokkenheid van de raad van het begin tot het einde van het proces van de uitwerking van een thema. Dat moet gespreid worden. Overigens geldt dat niet alleen wat betreft de raad; de in het akkoord voorgestelde werkwijze vraagt ook een andere werkwijze van de organisatie. Een en ander betekent dat de thema’s daarom in een goede planning worden uitgezet. Het college zal uiterlijk bij de aanbieding van deze uitwerking een conceptplanning voorleggen aan de gemeenteraad. Daarbij wordt dan tevens duidelijk wanneer de gemeenteraad in ieder geval zijn inbreng kan leveren op deze thema’s. Daarnaast heeft de gemeenteraad altijd de mogelijkheid op eigen initiatief zijn inbreng te leveren. Wij hebben een eerste aanpak en planning opgesteld op basis van onder andere de vertrekpunten bij de thema’s uit het raadsakkoord aangevuld met andere al bekende majeure onderwerpen. Deze bestuurlijke agenda 2023-2026 en de daarbij behorende toelichting zijn u separaat in oktober 2022 aangeboden. We willen graag binnenkort met u in gesprek over de verdere invulling en verfijning van deze planning.
Alternatieven Zoals eerder vermeld is de voorliggende programmabegroting opgesteld op basis van reeds door de raad genomen besluiten en actuele ontwikkelingen. Het is vanuit de kaderstellende en budgetterende bevoegdheid van de raad uiteraard mogelijk om door middel van amendementen en moties andere keuzes te maken.
6
Raadsvoorstel van 4 oktober 2022, Zaaknummer: 1913341, Onderwerp: Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
Kanttekeningen 1.1
De septembercirculaire 2022 is niet in de Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 20242026 verwerkt Op 20 september 2022 is de septembercirculaire 2022 over het gemeentefonds verschenen. De financiële gevolgen van de circulaire zijn niet meer in de Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 verwerkt. Zoals gebruikelijk wordt de raad zo spoedig mogelijk over de financiële effecten van deze circulaire geïnformeerd en vindt de verwerking plaats in de volgende bestuursrapportages en Kadernota 2024-2027. Participatie Op 20 oktober 2022 is er tijdens een gereserveerde avond ten behoeve van de raad gelegenheid voor de inwoners, instellingen en bedrijven om in te spreken. Wat betekent dit besluit voor inwoners? In de begroting wordt bepaald hoeveel inwoners en bedrijven moeten betalen voor hun gemeentelijke lasten in 2023, zoals de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en het rioolrecht. Aanpak/ uitvoering Op grond van artikel 191, lid 2 Gemeentewet zendt het college de begroting en de meerjarenraming na vaststelling door de raad aan Gedeputeerde Staten. Dat moet binnen twee weken na de vaststelling gebeuren, maar in ieder geval vóór 15 november 2022. Communicatie over dit besluit Na de aanbieding van de Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 aan de raad wordt deze via de reguliere communicatiekanalen openbaar gemaakt.
Evaluatie De uitvoering van het beleid en de financiële ontwikkelingen worden in de loop van 2023 via de bestuursrapportages gemonitord. In de Programmarekening 2023 vindt een verantwoording door het college over de realisatie van het beleid en over de financiën plaats. Burgemeester en wethouders,
mevrouw drs. S.M. Deelstra gemeentesecretaris
de heer K.J.G. Kats burgemeester
Bijlage - Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 - Bestuurlijke agenda 2023-2026 (wordt separaat aangeboden in oktober 2022)
7