CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 - raadsvoorstel

Gemeenteraad 4 november 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Programmabegroting 2022 en en meerjarenraming 2023-20252.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Raad Voorstelnummer Datum Onderwerp

Programma

Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres

4 november 2021 1764889 5 oktober 2021 Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Alle begrotingsprogramma ‘s

Agendapunt

Afdeling

Middelen

J. van Gelder 0612172417 Jan.van.gelder@veenendaal.nl

Aan de leden van de raad, Beslispunten 1. De Programmabegroting 2022 vast te stellen en de meerjarenraming 2023-2025 voor kennisgeving aan te nemen. 2. Een investeringsbudget van € 8.827.737,- beschikbaar te stellen voor de beleidsinvesteringen in 2022. 3. Een investeringsbudget van € 2.785.943,- beschikbaar te stellen voor de investeringen ten behoeve van de bedrijfsvoering en sportaccommodaties in 2022. 4. De begrotingssaldi voor de jaren 2022 tot en met 2025 te verrekenen met de algemene reserve. Waarom naar de raad? Conform artikel 190 van de Gemeentewet biedt het college jaarlijks de raad een ontwerp van de begroting met toelichting aan alsmede een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. Op grond van artikel 191, lid 1 van de Gemeentewet is de raad het bevoegde orgaan om de begroting vast te stellen in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. De Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 is een uitwerking van de afspraken die met de raad zijn gemaakt. De kaders die in de raadsvergadering van 6 juli 2021 in de Kadernota 2022-2025 zijn besproken, zijn verwerkt in deze programmabegroting. Samenvatting Jaarlijks biedt het college de raad een programmabegroting aan voor het komende jaar.

De Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 zijn gebaseerd op het raadsprogramma en bevat de vertaling van de Kadernota 2022-2025, de meicirculaire 2021 en autonome ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden na de opstelling van de Kaderbrief. Ons uitgangspunt is om u een sluitende begroting te presenteren. In de programmabegroting, die nu voorligt, is dit het geval. In 2022 worden de structurele lasten door de structurele baten gedekt en is er sprake van een begrotingsoverschot. Ook voor 2023 wordt een begrotingsoverschot geprognosticeerd, terwijl in 2024 en 2025 sprake is van een begrotingstekort.

2

Raadsvoorstel van 5 oktober 2021, nr. 1764889

Inleiding Jaarlijks biedt het college de raad een programmabegroting aan voor het komende jaar. De programmabegroting geeft informatie over wat de gemeente van plan is te gaan doen, hoeveel geld daarvoor wordt geraamd en hoe de gemeente aan dat geld verwacht te komen. Het raadsprogramma ‘Iedereen doet mee’ is leidend geweest voor het opstellen van deze begroting. De begroting vertaalt de ambities van het raadsprogramma in doelstellingen, activiteiten en beschikbare middelen en geeft daarmee voor de komende jaren politiek-bestuurlijke richting aan de wijze waarop wij met onze gemeente en regio samenwerken. Beoogd resultaat Financiële kaders voor de begroting 2022, die structureel en reëel in evenwicht is. Argumenten 1.1 De vertaling van de Kadernota 2022-2025 en de ontwikkelingen sindsdien resulteren in een sluitende begroting 2022 De financiële uitgangspositie van deze programmabegroting is gebaseerd op de Kadernota 20222025, inclusief scenario 2. Vervolgens zijn de effecten van de meicirculaire 2021 in het financiële perspectief verwerkt. Verder zijn de structurele gevolgen vanuit de 2e bestuursrapportage 2021, de invulling van pm posten uit de Kadernota en nog financieel te verwerken raadsbesluiten en moties in het financiële perspectief verwerkt.

Ook zijn de extra compensatiegelden Jeugd van het Rijk opgenomen, waarbij tevens een meerjarige bijstelling van de lasten heeft plaatsgevonden. Ten slotte is een voorschot genomen op onvermijdelijke ontwikkelingen ten aanzien van OPOR en het wetsvoorstel harmonisering individuele studietoeslag. Uiteindelijk resulteert het bovenstaande in een begrotingsoverschot in de jaren 2022 en 2023 en een begrotingstekort in 2024 en 2025. Schematisch kan het financieel perspectief voor de jaren 2022-2025 als volgt worden weergegeven:

2

3

Raadsvoorstel van 5 oktober 2021, nr. 1764889

Onderwerp (bedragen + = voordeel; -/- = nadeel

x

€

1.000)

Saldo basisscenario Kadernota 2022-2025 Effecten vervolgscenario Kadernota 2022-2025 Meicirculaire 2021

2022

2023

2024

2025

215 -1.913 449 -1.249

299 -1.953 -579 -2.233

57 -2.042 -1.043 -3.028

-776 -1.802 -1.216 -3.794

Structurele effecten 2e Berap 2021 (B)

186

312

705

949

Invulling pm posten Kadernota 2022-2025: 1 fte historisch archief Audits AVG Kadernota: Invulling pm formatie AVG/privacy (0,67 fte) Subtotaal pm posten Kadernota 2022-2025 ( C)

-63 -20 -57 -140

-63 -20 -57 -140

-63 -20 -57 -140

-63 -20 -57 -140

Raadsbesluiten en moties na kadernota: IKC Franse Gat: afboeking boekwaarde K. Fabritius Afboeking ten laste van algemene reserve Begroting GGD 2022 Amendement IKC Veenendaal-oost Motie NK wielrennen raadsleden Aanbesteding accountant 2022-2024 Subtotaal raadsbesluiten na Kadernota (D)

-47 47 -51 -31 -10 -30 -122

-51 -31

-51 -20

-51 -55

-30 -112

-30 -101

-30 -136

-1.534 6.010 0 4.476

-1.163 3.610 0 2.447

-986 3.300 0 2.314

-771 2.930 -201 1.958

-221 -25

-221 -25

-221 -25

-221 -25

Subtotaal overige ontwikkelingen (F)

-1.960

-246

-246

-246

Saldo begroting (A+B+C+D+E+F)

1.191

28

-496

-1.409

Stand na meicirculaire 2021 (A)

Sociaal domein: Prognose uitgaven Jeugd Jeugd extra middelen Nog niet verwerkte groei WMO 2025 Subtotaal Sociaal domein ( E) Overige ontwikkelingen: OPOR 2022-2025: storting reserve groot onderhoud asfaltwegen OPOR 2022-2025: data top 15 mobiliteit Harmonisering individuele studietoeslag

-1.714

Na verwerking van bovenstaande ontwikkelingen resteert een begrotingsoverschot van € 1.191.000,in 2022 en € 28.000,- in 2022 en een begrotingstekort van respectievelijk € 496.000,- en € 1.409.000,in 2024 en 2025. Voor een toelichting op bovenstaande ontwikkelingen wordt verwezen naar het financieel kader in de programmabegroting.

3

4

Raadsvoorstel van 5 oktober 2021, nr. 1764889

Uit bovenstaande tabel blijkt dat ontwikkelingen na de Kadernota in een negatief meerjarenperspectief resulteren. Om dit meerjarenperspectief in een meer realistisch perspectief te plaatsen is het goed om ons rekenschap te geven van de kansen die niet zijn ‘ingeboekt’, maar die het meerjarenperspectief in de toekomst significant zullen gaan beïnvloeden. Op basis van financieel beleid en op aanwijzing van de provincie als toezichthouder kunnen wij hierop in de programmabegroting nog niet anticiperen. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: Extra middelen Jeugd 25% De provincies hebben, vooruitlopend op de besluitvorming van een nieuw kabinet, gezamenlijk afgesproken dat gemeenten maximaal 75% van de bedragen onder de Hervormingsagenda met betrekking tot extra middelen Jeugd voor de jaren 2023 tot en met 2025 in hun meerjarenraming mogen opnemen. Dat betekent dat 25% (nog) niet mag worden ingeboekt. Onderwerp (bedragen + = voordeel; -/- = nadeel

x

€

1.000)

2022

2023

2024

2025

Extra middelen Jeugd 25% structureel

930

930

930

Extra middelen Jeugd 25% incidenteel

730

640

510

1.660

1.570

1.440

Wetswijziging woonplaatsbeginsel Jeugd Door een wijziging in de Jeugdwet wordt, in plaats van de woonplaats van gezag dragende ouder(s), de plaats waar de jeugdige zelf woont bepalend voor de bekostiging van jeugdhulp. Uitzondering hierop geldt voor jeugdigen met een voogdijregeling (er is dan geen sprake meer van ouderlijk gezag) en verlengde jeugdhulp (18+ en dus meerderjarig). In die gevallen blijft de gemeente van herkomst van de jeugdige verantwoordelijk voor de kosten jeugdhulp en niet langer de feitelijke woonplaats van de jeugdige. Dit laatste betreft veelal verblijfskosten en dat is een relatief dure vorm van jeugdhulp. Binnen Veenendaal is er geen instellingsverblijf. Een simulatie van een externe partij heeft tot een geschat voordeel van € 500.000,- voor Veenendaal geleid vanaf 2023. Opschalingskorting algemene uitkering Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2025. Deze opschalingskorting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Het kabinet heeft de opschalingskorting voor de jaren 2020 en 2021 bevroren op het niveau van 2019, zodat gemeenten iets van financiële ademruimte kregen. De verwachting was dat een nieuw kabinet een beslissing kon nemen over de opschalingskorting in het jaar 2022. In een brief van de VNG van 25 augustus jl.

wijst de VNG erop dat de afschaffing van de opschalingskorting de enige logische en juiste optie lijkt en pleit hiervoor bij het kabinet. In de Miljoenennota 2022 is opgenomen dat de korting ook voor 2022 is opgeschort. Dit zal worden verwerkt bij de septembercirculaire 2021. Het schrappen van deze opschalingskorting kan op dit moment structureel nog niet worden ingeboekt. Het is nu afwachten wat een nieuw kabinet besluit.

4

5

Raadsvoorstel van 5 oktober 2021, nr. 1764889

Septembercirculaire 2021 De septembercirculaire wordt niet in de programmabegroting verwerkt. U wordt hierover zoals gebruikelijk apart geïnformeerd. Wel is bekend dat er een nieuwe accresraming opgenomen is voor 2022 en verder, en dat daarbij sprake is van een sterke opwaartse bijstelling van het accres ten opzichte van de meicirculaire, die wel in de programmabegroting is verwerkt. Dit komt door een hoger geraamde loon- en prijsontwikkeling en door de hogere uitgaven van het Rijk voor onder andere klimaatmaatregelen en de compensatie van de kinderopvangtoeslag. Dit werkt via de trap op-trap af systematiek door in het accres. In afwachting van deze ontwikkelingen achten wij het niet verstandig en realistisch om u keuzes voor te leggen om de negatieve begrotingssaldi vanaf 2024 om te buigen. 1.2 De programmabegroting voldoet aan de vereisten van de provincie vanuit diens rol als toezichthouder Bij het opstellen van deze begroting is rekening gehouden met de toetsingscriteria van de provincie. Uitgangspunt bij de provinciale toetsing zijn de kaders en criteria genoemd in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV) en de begrotingscirculaires van de provincie. De begroting dient in 2022 naar het oordeel van de provincie structureel en reëel in evenwicht te zijn.

Of, als dat niet het geval is, dient de meerjarenraming aannemelijk te maken dat dit evenwicht uiterlijk in 2025 tot stand zal worden gebracht. Wanneer de structurele lasten gedekt worden door de structurele baten dan is er sprake van structureel evenwicht. Er is sprake van een sluitende begroting omdat in 2022 de begroting een begrotingsoverschot laat zien en de structurele lasten in dat jaar gedekt worden door de structurele baten. 2.1. Het is een bevoegdheid van de raad investeringsbudgetten beschikbaar te stellen voor het

uitvoeren van beleid in het komende begrotingsjaar Bij het vaststellen van de begroting stelt de raad jaarlijks een investeringsbudget beschikbaar voor de in het begrotingsjaar uit te voeren beleidsinvesteringen. Voor 2022 is een bedrag van € 9.547.737,benodigd. Dit bedrag is exclusief het voorbereidingsinvesteringsbudget ad € 720.000,-, dat reeds beschikbaar is gesteld. Per saldo dient nog € 8.827.737,- beschikbaar gesteld te worden. De beschikbaarstelling van het IKC Dragonder-Noord is niet in dit voorstel verwerkt. Voor deze investering wordt u een afzonderlijk raadsvoorstel voorgelegd. Hieronder vindt u de beleidsinvesteringen in 2022.

5

6

Raadsvoorstel van 5 oktober 2021, nr. 1764889

3.1

Het is een bevoegdheid van de raad investeringsbudgetten beschikbaar te stellen ten behoeve van de bedrijfsvoering en de sportaccommodaties in het komende begrotingsjaar Bij het vaststellen van de begroting wordt jaarlijks door de raad een investeringsbudget verleend voor de in het begrotingsjaar uit te voeren investeringen ten behoeve van de bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie en de sportaccommodaties. Voor 2022 is een totaalbedrag van € 2.845.943,- benodigd. Dit bedrag is exclusief het voorbereidingsinvesteringsbudget ad € 60.000,-, dat reeds beschikbaar is gesteld. Per saldo dient nog € 2.785.943,- beschikbaar gesteld te worden. Hieronder vindt u de investeringen voor de bedrijfsvoering in 2022.

6

7

Raadsvoorstel van 5 oktober 2021, nr. 1764889

U vindt in bijlage 1 van de programmabegroting een totaaloverzicht van de investeringen. 4.1 De begrotingssaldi dienen ter versterking van het weerstandsvermogen Naast de reguliere risico’s hebben we op dit moment en de komende jaren te maken met ontwikkelingen waarvan de financiële gevolgen moeilijk zijn in te schatten. Voor de komende begrotingsperiode denken we o.a. aan de ontwikkelingen als gevolg van de coronacrisis, de ontwikkelingen binnen het sociaal domein en de bijstandsontwikkeling. Daarnaast zien we in de komende jaren meerdere ontwikkelingen op ons afkomen die een solide algemene reserve noodzakelijk maken. We denken daarbij onder andere aan de verwachte kostenstijging van het onderhoud in de openbare ruimte, de herijking van het gemeentefonds en de bouw van het IKC in Veenendaal-Oost. Mogelijk dat deze ontwikkelingen leiden tot een incidenteel beslag op de algemene reserve. Ons beleid is er daarom op gericht om terughoudend om te gaan met de inzet van de algemene reserve en deze als buffer beschikbaar te houden voor de ontwikkelingen in de komende jaren. Net als vorig jaar wordt voorgesteld de begrotingssaldi te verrekenen met de algemene reserve. Dit leidt tot de volgende stand van de algemene reserve: Algemene reserve (bedragen x € 1.000)

Stand na verrekening begrotingssaldi

2021

2022

2023

2024

2025

19.929

21.506

22.047

20.498

19.093

Zoals u in bovenstaande tabel kunt zien, bedraagt de geprognosticeerde stand van de algemene reserve na verwerking van dit voorstel afgerond € 19,1 miljoen in 2025. Wij gaan er op dit moment van uit dat deze buffer voldoende zal zijn om de risico’s op te kunnen vangen Alternatieven Zoals eerder vermeld is de voorliggende programmabegroting opgesteld op basis van reeds door de raad genomen besluiten en actuele ontwikkelingen. Het is vanuit de kaderstellende en budgetterende bevoegdheid van de raad uiteraard mogelijk om door middel van amendementen en moties andere politieke keuzes te maken. Kanttekeningen 1.1 De bestaande en voorgenomen maatregelen in het sociaal domein worden niet volledig gerealiseerd In deze programmabegroting zijn de financiële effecten van de bestaande en voorgenomen maatregelen binnen het sociaal domein verwerkt. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat de maatregelen in de eerste twee jaren niet volledig gerealiseerd zullen worden. Desondanks blijft onzeker in hoeverre het financiële effect uiteindelijk volledig gerealiseerd zal worden. 1.2 De ontwikkelingen en gevolgen rondom de coronacrisis en de bijstandsverlening zijn onzeker Hoewel de coronapandemie wereldwijd gezien nog altijd een groot probleem is, lijkt de situatie in Nederland zich snel te verbeteren.

Er is ruimte voor het versoepelen van de beperkende maatregelen en we kunnen weer ‘vooruit’ kijken. De economie herstelt zich snel, maar de recessie in 2020 heeft grote weerslag gehad op ondernemers en de samenleving. Er blijven zorgen want het (onvoorspelbare) virus is niet weg en de coronapandemie is nog niet voorbij. Daarmee blijven de eventuele effecten van de coronapandemie een belangrijk risico in deze programmabegroting en zullen we de situatie ook in 2022 nauwgezet monitoren en de raad over de eventuele ontwikkelingen op de hoogte houden. Ook de bijstandsontwikkeling is onzeker. Zo stoppen per 1 oktober 2021 de 7

8

Raadsvoorstel van 5 oktober 2021, nr. 1764889

inkomensondersteunende coronamaatregelen: momenteel kan nog niet worden ingeschat wat de impact hiervan zal zijn op de arbeidsmarkt en vervolgens (al dan niet vertraagd) op onze bijstandsontwikkeling. Een andere onzekerheid is de ontwikkeling van het BUIG-budget. Naar verwachting krijgen we hier binnenkort meer zicht op. 1.3 De septembercirculaire 2021 is niet in de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 verwerkt Op 27 september 2021 is de (herziene) septembercirculaire 2021 over het gemeentefonds verschenen. De financiële gevolgen van de circulaire zijn niet meer in de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 verwerkt. Zoals gebruikelijk wordt de raad zo spoedig mogelijk over de financiële effecten van deze circulaire geïnformeerd en vindt de verwerking plaats in de volgende bestuursrapportages en Kadernota 2023-2026. Participatie Op 28 oktober 2021 is er tijdens een gereserveerde avond ten behoeve van de raad gelegenheid voor de inwoners, instellingen en bedrijven om in te spreken. Wat betekent dit besluit voor inwoners? In de begroting wordt bepaald hoeveel inwoners en bedrijven moeten betalen voor hun gemeentelijke lasten in 2022, zoals de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en het rioolrecht.

Aanpak / uitvoering Op grond van artikel 191, lid 2 Gemeentewet zendt het college de begroting en de meerjarenraming na vaststelling door de raad aan Gedeputeerde Staten. Dat moet binnen twee weken na de vaststelling gebeuren, maar in ieder geval vóór 15 november 2021. Communicatie over dit besluit Na de aanbieding van de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 aan de raad wordt deze via de reguliere communicatiekanalen openbaar gemaakt. Evaluatie De uitvoering van het beleid en de financiële ontwikkelingen worden in de loop van 2022 via de bestuursrapportages gemonitord. In de jaarstukken 2022 vindt een verantwoording door het college over de realisatie van het beleid en over de financiën plaats. Kosten, baten, dekking In de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 hebben wij conform de voorschriften - per begrotingsprogramma en in totaal - de kosten, de baten en dekkingsmiddelen opgenomen. De begroting is voor de jaren 2022 en 2023 structureel en reëel in evenwicht. In de jaren 2024 en 2025 is sprake van een begrotingstekort. Voorgesteld wordt om de begrotingssaldi te verrekenen met de algemene reserve. Voor de ontwikkeling van de algemene reserve wordt verwezen naar de toelichting bij argument 4.1. Burgemeester en wethouders,

mevrouw drs. S.M. Deelstra gemeentesecretaris

De heer K.J.G. Kats burgemeester

8

9

Raadsvoorstel van 5 oktober 2021, nr. 1764889

Bijlage Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Ter inzage

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10641082/2