1. Ontwerp omgevingsplan, deel 1 - raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raad Voorstelnummer Datum Onderwerp Programma
Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres
Agendapunt
14 oktober 2021 1878334 31 augustus 2021 Ontwerp omgevingsplan, deel I Fysieke leefomgeving G. Drost (0318) 538744 gert.drost@veenendaal.nl
Aan de leden van de raad, Beslispunten 1. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure op te starten voor het ontwerp omgevingsplan deel I ( bijlage 1). 2. De commentaarnota inspraakreacties voorontwerp omgevingsplan, deel I vast te stellen (bijlage 4). Waarom naar de raad? Op grond van artikel 2.4 van de Omgevingswet stelt de raad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vast waarin de regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. In het ontwerp omgevingsplan, deel I zijn de regels van diverse verordeningen opgenomen die zien op de fysieke leefomgeving. Vanwege de grote stelselomslag is besloten dat de raad al eerder wordt meegenomen in het proces en het ontwerp omgevingsplan vaststelt in tegenstelling tot bij bestemmingsplannen, waarbij het college het ontwerp bestemmingsplan vaststelt. Ook hebben diverse bijeenkomsten met de Dialooggroep Omgevingswet plaatsgevonden en is op 17 juni 2021 een consultatiememo aan de orde gesteld in de raadscommissie. Samenvatting In het ontwerp omgevingsplan zijn de lokale regels die zien op de fysieke ruimte verwerkt. Op basis van de door de raad vastgestelde Veranderstrategie Onderscheidend (mei 2017) is ten aanzien van de inhoudelijke regelgeving besloten te streven naar minder regels waar mogelijk in het omgevingsplan. Waar wel regels nodig zijn, zijn deze zo simpel en eenvoudig als mogelijk opgesteld.
De gemeente geeft hiermee meer vrijheid en verantwoordelijkheid aan de initiatiefnemers. Tevens was het uitgangspunt om de huidige regels van de verordeningen beleidsneutraal op te nemen in het omgevingsplan. In het ontwerp omgevingsplan, deel I zijn nu ook de nadere regels en beleidsregels opgenomen opdat alle regels die de fysieke leefomgeving betreffen, zijn terug te vinden in het omgevingsplan. Daar waar het college bevoegd was om deze regels vast te stellen, op grond van een delegatiebepaling in de verordening, is deze bevoegdheid nu als delegatiebesluit in hoofdstuk 12 opgenomen. Dit geeft het college de bevoegdheid het omgevingsplan op bepaalde punten te wijzigen. Ten slotte zijn de artikelen voorzien van een artikelsgewijze toelichting.
Raadsvoorstel van 31 augustus 2021, nr. 1878334
Inleiding Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De gemeente bereidt zich voor op deze invoeringsdatum. De Omgevingswet kent een aantal instrumenten waarvan het omgevingsplan er één is. Deze wordt vastgesteld door de raad. Daarnaast zijn er de omgevingsvisie (vaststelling raad, december 2020) die het beleid en doelstellingen voor de fysieke leefomgeving bevat, het omgevingsprogramma waarbij het college invulling geeft aan de uitvoering van het beleid en de omgevingsvergunning, te verlenen door het college voor concrete initiatieven. Het college heeft op 14 januari 2020 de Nota van uitgangspunten voor het opstellen van het omgevingsplan vastgesteld. Er is besloten het omgevingsplan in twee delen vast te stellen: • ‘omgevingsplan, deel I’ (hierna OPI), dit deel bestaat uit regels uit de verordeningen die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving, instructieregels van de provincie en de bruidsschat; • ‘omgevingsplan, deel II’ (hierna OPII) ter vervanging van het omgevingsplan van rechtswege, bestaande uit alle vigerende bestemmingsplannen voor het gehele grondgebied tezamen. Dit kan zowel gebieds- als themagericht plaatsvinden. Op 11 mei 2021 heeft het college de inhoudelijke onderdelen van het voorontwerp OPI vastgesteld met het oog op de consultatie van de raadscommissie op 17 juni 2021.
Vervolgens heeft het voorontwerp OPI van 17 juni 2021 tot en met 28 juli 2021 ter inzage gelegen voor inspraak. De ter inzagelegging is bekendgemaakt in de Rijnpost, de Staatscourant, het Gemeenteblad en op de landelijke voorziening zoals artikel 16.29 van de Omgevingswet ook voorschrijft. Op het voorontwerp omgevingsplan, deel I zijn drie inspraakreacties ingediend en ook de Provincie Utrecht heeft gereageerd. Beoogd resultaat Een gezonde, duurzame en veilige fysieke leefomgeving in de gemeente Veenendaal. Argumenten 1.1 Het ontwerp OPI is in lijn met de Veranderstrategie Onderscheidend, de Nota van uitgangspunten en de 3S-criteria Op basis van de door de raad vastgestelde Veranderstrategie Onderscheidend (mei 2017) en de door het college vastgestelde Nota van uitgangspunten is ten aanzien van de inhoudelijke regelgeving besloten te streven naar minder regels waar mogelijk in het omgevingsplan. Waar wel regels nodig zijn, zijn deze zo simpel en eenvoudig als mogelijk opgesteld. De gemeente geeft hiermee meer vrijheid en verantwoordelijkheid aan de initiatiefnemers. Uiteraard wel binnen de kaders van het omgevingsplan. De regels die de gemeente stelt zijn makkelijker te begrijpen en voor maar één uitleg vatbaar. Bij het opnemen van de regelgeving in het ontwerp OPI zijn de 3S-criteria (specificeer, stem af en schrap) toegepast en is daarbij concreet getoetst op: a.
conflicterende regels; b. dubbelingen; c. naleefbaarheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid; d. eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid.
2
Raadsvoorstel van 31 augustus 2021, nr. 1878334
1.2 In het ontwerp OPI zijn de bruidsschatregels en instructieregels van overige overheden opgenomen die van toepassing zijn op de gemeente Veenendaal Vanaf 1 juli 2022 kan de gemeente voor onderwerpen waar het Rijk nu de regelgeving voor verzorgd zelf regels opstellen. Om te voorkomen dat er een hiaat ontstaat heeft het Rijk deze uitvoerige set van regels beschikbaar gesteld in de vorm van een ‘bruidsschat’. Vooralsnog zijn deze regels wanneer relevant voor Veenendaal één op één overgenomen in het omgevingsplan, omdat deze regelgeving voor het eerst onder de verantwoordelijkheid van de gemeente valt en we geen hiaten in met name de milieu-aspecten (geluid, lucht, licht, etc.) willen. Dit is in lijn met de advisering door de ODRU en de VRU. Daarnaast is de verwachting dat, op grond van lokaal, provinciaal en landelijk beleid, in de toekomst de milieuregels aangescherpt worden (denk bijv. aan de landelijke discussie over houtstook en fijnstof). Als niet relevant zijn regels beschouwd die betrekking hebben op bijvoorbeeld bepaalde vormen van fokkerijen voor dieren die zich in Veenendaal niet voordoen. Mocht deze regelgeving in de toekomst toch relevant worden, dan kan dat alsnog opgenomen worden in het omgevingsplan.
1.3 De huidige bevoegdheidsverdeling(en) tussen de raad en college blijft grotendeels ongewijzigd De bevoegdheden die in het verleden al door de raad gedelegeerd zijn aan het college, bijvoorbeeld het vaststellen van de “lijst waardevolle bomen”, worden ook nu gedelegeerd aan het college. In het verleden is al door de raad de afweging gemaakt deze bevoegdheden aan het college te delegeren. Deze delegatiebepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk 12. In dit hoofdstuk is bepaald op welke onderdelen het college het omgevingsplan mag wijzigen. Met de Omgevingswet bestaat de mogelijkheid dat de raad nog meer bevoegdheden bij het college legt. In artikel 5.4 Maatwerkvoorschriften is daar gebruik van gemaakt: het college kan maatwerkvoorschriften stellen over de artikelen in hoofdstuk 5, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden, waarbij het college de artikelen kan aanvullen, invullen of ervan afwijken. Een maatwerkvoorschrift geldt voor een individueel geval en staat in een apart maatwerkbesluit. Hiermee wijzigt het omgevingsplan dus niet. Het college kan een maatwerkvoorschrift bijvoorbeeld gebruiken voor: • onvoorziene situaties; • bijzondere gevallen; • lokale omstandigheden; • het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Voor maatwerkbesluiten geldt de reguliere procedure van de Algemene wet bestuursrecht.
Het college kan een maatwerkvoorschrift uit eigen beweging opstellen of op verzoek. Nota bene: bij nieuwe ontwikkelingen wordt nu vaak het bestemmingsplan herzien. Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan is een bevoegdheid van de raad. Onder de Omgevingswet zullen, in ieder geval in eerste instantie, ontwikkelingen die in strijd zijn met het omgevingsplan, planologisch ingepast worden met een omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan (dit heet straks een buitenplanse omgevingsplanactiviteit). De bevoegdheid voor het verlenen van zo'n omgevingsvergunning ligt automatisch bij het college, behalve voor de gevallen die de raad heeft aangewezen. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, moet er een raadsbesluit komen over bij welke buitenplanse activiteiten de raad adviesrecht heeft. Het raadsvoorstel daartoe zal u gelijktijdig met het raadsvoorstel voor de vaststelling van het omgevingsplan, deel I worden aangeboden.
3
Raadsvoorstel van 31 augustus 2021, nr. 1878334
1.4 Beleid ten aanzien van gemeentelijk erfgoed uit de omgevingsvisie is opgenomen in afdeling 5.6 van OPI In de omgevingsvisie is het beleid ten aanzien van gemeentelijk erfgoed door de raad vastgesteld. Tot nu toe was er nog geen beleid en regelgeving voor beeldbepalende panden, integrale en stedenbouwkundige ensembles. Op verzoek van de raad is dit opgesteld en wordt het onderdeel van het OPI (afdeling 5.6). Hiermee stuurt de gemeente meer op het behoud van gemeentelijk erfgoed. In maart 2021 heeft de raad een beeldvormende avond over dit onderwerp gehad. Overige onderwerpen uit de omgevingsvisie worden op een later moment in het omgevingsplan verwerkt. 1.5 Het ontwerp OPI is opgesteld op basis van het Casco Omgevingsplan van de VNG Ten behoeve van gemeenten heeft de VNG het Casco Omgevingsplan beschikbaar gesteld. Met dit Casco is het voor gemeenten en initiatiefnemers eenvoudiger, eenduidiger en toegankelijker om regelgeving in het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) te ontsluiten dan wel via het DSO terug te vinden. De digitale ontsluiting volgens de nieuwe standaarden is voorzien per 15 augustus 2022, dan is het DSO-LV volledig werkzaam. 2.1 De inspraakreacties zijn voor zover relevant verwerkt in het ontwerp OPI In de Omgevingswet wordt ervan uitgegaan dat de gemeente bij haar beleid en regelgeving participatie organiseert.
In het geval van het voorontwerp OPI is voorgesteld dit, met de mogelijkheid voor het indienen van een zienswijze, te doen in de vorm van ‘inspraak’. Omdat we als gevolg van de Veranderstrategie Onderscheidend uitgaan van de huidige situatie zijn de inhoudelijke wijzigingen zeer beperkt. De regelgeving is primair in lijn gebracht met de systematiek van de Omgevingswet en waar mogelijk eenvoudiger en toegankelijker opgesteld. Eén van de onderwerpen dat wel nieuw was in het voorontwerp omgevingsplan betrof de beeldvormende panden. Van de drie ingekomen inspraakreacties hadden er twee betrekking op de beeldvormende panden. In de commentaarnota is opgenomen hoe de inspraakreacties en de reactie van de Provincie Utrecht zijn of worden verwerkt in het (ontwerp) omgevingsplan, deel I. Alternatieven Een groot deel van de regels die vanuit de verordeningen zijn opgenomen in het ontwerp OPI kunnen ook in de betreffende verordeningen blijven staan. Vanuit het oogpunt van dienstverlening hebben we ervoor gekozen om alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving op één plek raadpleegbaar te maken (DSO) via het omgevingsplan. Dit is in lijn met de doelstelling van de Omgevingswet en onze omgevingsvisie om zoveel mogelijk alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving samen te brengen in het omgevingsplan.
Kanttekeningen 1.1 In het ontwerp OPI zijn de huidige regels en een deel van de bruidsschatregels voor de fysieke leefomgeving uit verordeningen geactualiseerd (op grond van 3S-criteria) en vereenvoudigd opgenomen Er had gekozen kunnen worden voor vernieuwing van regelgeving. Echter, vanwege de complexe vorm en (juridische) inhoud heeft het college besloten uit te gaan van de eerdergenoemde criteria bij het opstellen van OPI. De mogelijkheid voor vernieuwing van regelgeving ten aanzien van bijvoorbeeld klimaatadaptatie of het toepassen van strengere milieuregels kan ook vanaf 1 juli 2022 (thematisch of integraal) ter hand genomen worden. De wetgever heeft een invoeringsperiode gesteld tot 2029.
4
Raadsvoorstel van 31 augustus 2021, nr. 1878334
1.2 De bruidsschatregels zijn nog niet definitief vastgesteld In het ontwerp OPI zijn de bruidsschatregels van 30 april 2021 opgenomen. Medio mei 2021 werd door het programma Aan de slag met de Omgevingswet (VNG, Rijk, IPO en Unie van Waterschappen) bekendgemaakt dat deze nogmaals aangepast zullen worden. Voor het vaststellen van het ontwerp OPI heeft dat geen consequenties. Dat kan in de huidige vorm. De beleidslijn is het overnemen van de bruidsschatregels, tenzij deze in het geheel niet op Veenendaal van toepassing zijn. De definitieve versie van de bruidsschatregels zal volgens dezelfde lijn overgenomen worden in de definitieve versie van het OPI dat in februari 2022 wordt behandeld door de raad. 1.3 Parallel aan de ter inzagelegging wordt de provincie de gelegenheid tot reactie geboden Het kan zijn dat de ter inzagelegging voor zienswijzen andere (tegenstrijdige) bijdragen oplevert, dan de consultatie van de provincie. Het is aan de raad bij de definitieve vaststelling van het OPI te bepalen welke lijn gevolgd wordt. Dit komt overeen met het traject van de omgevingsvisie, waarbij er bij de behandeling van de ontwerp omgevingsvisie ten aanzien van bijvoorbeeld mobiliteit een andere lijn is gekozen dan wat in de participatie naar voren is gekomen. Deze bevoegdheid ligt bij de raad. Participatie Over het voorontwerp OPI heeft inspraak plaatsgevonden voor eenieder.
Dat heeft geresulteerd in drie inspraakreacties en een reactie van de Provincie Utrecht. Deze zijn in de commentaarnota van een reactie voorzien (zie argument 2.1) en verwerkt in het ontwerp OPI voor zover relevant. Wat betekent dit besluit voor inwoners? De regels die opgenomen zijn in het ontwerp OPI zijn zo simpel en eenvoudig als mogelijk opgesteld. De gemeente geeft ook meer vrijheid en verantwoordelijkheid aan de initiatiefnemers. Aanpak / uitvoering Nadat uw raad het ontwerp OPI heeft vastgesteld wordt deze ter inzage gelegd voor zienswijzen overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Vervolgens kan eenieder een zienswijze indienen. De zienswijzen worden bij de definitieve vaststelling van het OPI in februari 2022 door de raad betrokken. De vigerende ruimtelijke plannen vormen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege het tijdelijke omgevingsplan (art. 4.6 Inv.OW). Vanaf 1 juli 2022 wordt gestart met het omzetten van het “omgevingsplan van rechtswege” (de huidige bestemmingsplannen) naar gebiedsgerichte omgevingsplannen (OPII). Communicatie over dit besluit De publicatie vindt plaats via www.ruimtelijkeplannen.nl. Publicatie via het DSO-LV is nog niet mogelijk, omdat hiervan nog geen definitieve versie is. Publicatie in de pre-omgeving is mogelijk (en wordt getest), maar heeft geen juridische geldigheid.
Kernboodschap: Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Deze Omgevingswet kent een aantal instrumenten waarvan het omgevingsplan er één is. Daarnaast zijn er de omgevingsvisie (vaststelling raad, december 2020) die het beleid en doelstellingen voor de fysieke leefomgeving bevat, het omgevingsprogramma waarbij het college invulling geeft aan de uitvoering van het beleid, en de
5
Raadsvoorstel van 31 augustus 2021, nr. 1878334
omgevingsvergunning te verlenen door het college voor concrete initiatieven. Doel is te komen tot een gezonde, duurzame en veilige fysieke leefomgeving in de gemeente Veenendaal. Evaluatie Niet van toepassing. Kosten, baten, dekking Aan dit besluit zijn geen kosten verbonden.
Burgemeester en wethouders,
de heer drs. P. van der Veer wnd. gemeentesecretaris
de heer K.J.G. Kats burgemeester
Bijlagen 1. Ontwerp omgevingsplan, deel I 2. Was-wordt lijst 3. Toelichting was-wordt lijst 4. Commentaarnota inspraakreacties Ter inzage
6