CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. (Ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 en begroting 2026-2029 ODRU - raadsvoorstel

Gemeenteraad 27 mei 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Zienswijze (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 en begroting 2026-2029 ODRU3.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Raad Zaaknummer Datum Onderwerp

Programma Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres

27 mei 2025 2236136 8 april 2025 Zienswijze (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 en begroting 2026-2029 ODRU Burger en Bestuur

Team

Leefbaarheid en Veiligheid

E.C. den Hengst-Meijer +31614430636 esther.den.hengst-meijer@veenendaal.nl

Aan de leden van de raad, Beslispunten 1. Met de bijgevoegde brief een zienswijze in te dienen op de (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 en de begroting 2026-2029 van de Omgevingsdienst Regio Utrecht, waarbij Veenendaal: • Een positief advies geeft op de (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 ODRU; • Een positief advies geeft op de begroting 2026-2029 ODRU; • Aandacht vraagt voor de gelijktijdige aanlevering van de jaarstukken van het vorige jaar met de (ontwerp) eerste begroting van het huidige jaar en de ontwerp begroting van het volgende jaar in het kader van efficiëntie; • Aandacht vraagt om stijgende kosten en dus de benodigde gemeentelijke bijdragen zo klein mogelijk te houden. 2. De incidentele lasten voor 2025 a € 72.346 te verwerken in de eerste bestuursrapportage 2025. Waarom naar de raad? De gemeenteraad kan, op grond van artikel 34 van de gemeenschappelijke regeling, zijn zienswijze op de ontwerp begrotingswijzigingen en ontwerp begrotingen indienen bij de Omgevingsdienst Regio Utrecht (hierna: ODRU). De ODRU is een uitvoeringsdienst van 15 gemeenten in de provincie Utrecht. De ODRU voert taken uit voor deze gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, duurzaamheid en (milieu)advisering.

De ODRU legt de (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 en de begroting 2026-2029 (hierna: bijgestelde begroting 2025 en begroting 20262029) voor zienswijze voor aan de 15 eigenaar gemeenten. De raad heeft de gelegenheid om vóór vaststellen van de begroting door het Algemeen Bestuur (hierna: AB) van de ODRU haar zienswijze te geven. Samenvatting Dit voorstel betreft het indienen van een zienswijze door de raad op de bijgestelde begroting 2025 en de begroting 2026-2029 van de ODRU. In de begroting 2026-2029 wordt ook een meerjarenraming

RAADSVOORSTEL Onderwerp: Zienswijze (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 en begroting 2026-2029 ODRU

gepresenteerd. De voorgestelde zienswijze is om akkoord te gaan met genoemde stukken, welke zorgvuldig zijn opgesteld. In de bijgevoegde zienswijze (bijlage 5) wordt wel aandacht gevraagd voor het gelijktijdig aanleveren van de jaarstukken van het vorige jaar met de (ontwerp) eerste begroting van het huidige jaar en de ontwerp begroting van het volgende jaar in het kader van efficiëntie. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de noodzaak om negatieve jaarresultaten zoveel mogelijk te voorkomen, gezien de bezuinigingsopgave waar gemeenten de komende jaren voor staan. Inleiding De ODRU informeert gemeenten over de behaalde financiële resultaten en vooruitzichten, omdat de financiële gezondheid van de ODRU ook directe gevolgen heeft voor de deelnemende gemeenten. Zodoende wordt de begroting van het huidige jaar tussentijds gewijzigd als er nieuwe financiële informatie beschikbaar is gekomen die impact heeft op de originele begroting en wordt in het voorjaar van ieder jaar alvast een (ontwerp)begroting voor het opvolgende jaar opgesteld. De gemeenteraden kunnen, op grond van artikel 34 van de gemeenschappelijke regeling, hun zienswijze op bijgestelde begrotingen en begrotingen indienen bij de ODRU. Door nu al de begroting 2026 aan te bieden aan de gemeenteraden, kunnen de gemeenten hier rekening mee houden in de eigen gemeentebegroting 2026.

Vanwege het feit dat Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en RUD Utrecht (RUD) bezig zijn met de vorming van (één nieuwe) Omgevingsdienst Utrecht per 1 januari 2026 is de verwachting dat de ODRU als organisatie in 2026 ophoudt te bestaan. De formele besluitvorming over de fusie kent nog diverse stappen, welke op het moment van dit schrijven nog niet geheel doorlopen zijn. Inmiddels hebben de algemeen besturen van de RUD en de ODRU op 17 oktober 2024 het plan voor uitvoering van fase twee van de routekaart vastgesteld. De raad heeft dit in zijn vergadering van februari 2025 bekrachtigt. Onderdeel daarvan is het opstellen van de (ontwerp) begroting 2026 voor de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht (ODU), welke in de loop van 2025 voor zienswijze aan de gemeenteraden en Provinciale Staten wordt voorgelegd. De doorwerking van de structurele wijzigingen in de bijgestelde begroting 2025 zijn meegenomen in de ODRU-begroting 2026 en op basis van constante prijzen geëxtrapoleerd in de meerjarenraming 2027-2029. Indien het streven wordt gerealiseerd om per 1 januari 2026 de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht opgericht te hebben, zullen de hier gepresenteerde cijfers voor de jaren 2026 en verder niet meer van betekenis zijn. Beoogd resultaat Een financieel stabiele ODRU ten behoeve van de uitvoering van taken voor de gemeente Veenendaal als mede-eigenaar van de ODRU.

Proceshistorie en eerdere besluitvorming In het algemeen bestuur van de ODRU zijn op 19 december 2024 de uitgangspunten van de ‘Kadernota 2026 en uurtarief 2025’ in een notitie vastgesteld. De in notitie ‘Kadernota 2026 en uurtarief 2025’ beschreven richting en voorstellen zijn financieel verwerkt in deze begroting. In oktober 2024 heeft de raad besloten om geen zienswijze te geven op de (ontwerp) Kadernota 2026 van de ODRU. Dit vanwege het feit dat ODRU en RUD Utrecht bezig zijn met de vorming van één Omgevingsdienst Utrecht per 1 januari 2026 en de verwachting dat de ODRU als organisatie in 2026 ophoudt te bestaan. De (ontwerp)Kadernota 2026 is om die reden beknopt en beleidsarm. Daarnaast

RAADSVOORSTEL Onderwerp: Zienswijze (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 en begroting 2026-2029 ODRU

heeft het Algemeen Bestuur van de ODRU besloten om het reeds in 2023 vastgestelde uurtarief van €123,00 te handhaven en heeft daarbij de risico’s in overweging genomen. Argumenten 1.1 De bijgestelde begroting 2025 is met zorg opgesteld en geeft een realistischer financieel beeld van 2025 dan de originele begroting 2025. De originele begroting 2025 is medio 2024 vastgesteld. Inmiddels is er informatie beschikbaar die invloed heeft op de originele begroting. Daarom is de originele begroting 2025 op basis van deze recente informatie bijgesteld, waarmee een realistischer beeld ontstaat van de financiële situatie van de ODRU in 2025. In de bijgestelde begroting 2025 zijn de wijzigingen ten opzichte van de op 4 juli 2024 in het algemeen bestuur (AB) vastgestelde begroting 2025 verwerkt. De vastgestelde begroting 2025 was gebaseerd op de gegarandeerde uren uit de dienstverleningsovereenkomst (DVO) 2024 en de daaruit volgende structurele baten en lasten. Tevens is toen voor het jaar 2025 voor de eerste keer een totale begroting gemaakt, dat wil zeggen dat naast het structurele gedeelte ook het incidentele gedeelte is begroot.

De volgende ontwikkelingen hebben geleid tot wijzigingen van de totale begroting voor wat betreft de omzet: • In het structurele gedeelte: een verhoging van het aantal gegarandeerde uren met 2.549 uur in het DVO 2025 ten opzichte van het DVO 2024 in de eerder vastgestelde begroting 2025; • In het incidentele gedeelte: verlaging van de gecontracteerde opdrachten via het uitvoeringsprogramma (UVP) 2025 voor wat betreft de tijdelijke uren (inclusief Omgevingswet) en projecturen. Deze zijn met 6.279 uur afgenomen ten opzichte van de raming in de eerder vastgestelde begroting 2025. 1.2 In de bijgestelde begroting 2025 wordt een groter positief jaarresultaat 2024 genoemd dan in de laatste eindejaar prognose 2024 (d.d. 23-11-2024), maar de jaarstukken 2024 ontbreken. Er is gedurende 2024 hard gewerkt door de ODRU aan het terugbrengen van het verwachte tekort over 2024. In 2024 zijn meerdere tussentijdse prognoses van het jaarresultaat 2024 aan bod gekomen. In de laatste eindejaar prognose, d.d. 23 november 2024 (zie bijlage 3), werd een positief resultaat van € 123.000,- verwacht. In de bijgestelde begroting 2025 wordt een gerealiseerd resultaat over 2024 genoemd van € 843.000,-. Dit wijkt ruim € 700.000 af van de eindejaar prognose 2024.

De jaarstukken ODRU 2024 worden naar verwachting medio april 2025 aan de ODRU-gemeenten verstrekt, oftewel een aantal weken nadat de bijgestelde begroting 2025 en begroting 2026-2029 zijn verstrekt. Helaas is dat, gezien de gemeentelijke besluitvormingscyclus, te laat om de jaarstukken nog mee te kunnen nemen in de zienswijze op de bijgestelde begroting 2025 en de begroting 2026-2029 ODRU. Ten behoeve van een efficiënt proces en efficiënte informatievoorziening aan de raad, is daarom in bijgaande zienswijzebrief (bijlage 5) verzocht om voortaan weer de jaarstukken van het vorige jaar tegelijkertijd aan te leveren met de bijgestelde begroting van het huidige jaar en de ontwerp begroting van het volgende jaar. Op die manier kan de raad op samenhangende wijze worden geïnformeerd over de financiële resultaten en vooruitzichten van de ODRU en kan er één omvattende zienswijze namens de raad worden opgesteld op de verschillende financiële stukken van de ODRU. 1.3 De weerstandscapaciteit / algemene reserve moet met € 17.000,- worden aangezuiverd om weer op het minimale peil te komen. De huidige beschikbare weerstandscapaciteit (die gelijk is aan de algemene reserve in 2024) van € 867.000,- is onvoldoende om het restrisico van € 884.000,- te dekken.

RAADSVOORSTEL Onderwerp: Zienswijze (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 en begroting 2026-2029 ODRU

De herrekening van het restrisico laat zien dat de weerstandscapaciteit / algemene reserve in 2025 minimaal € 884.000,- moet bedragen. Om de afgesproken minimale ratio van 1,0 ten opzichte van het restrisico te halen, wordt in de bijgestelde begroting 2025 voorgesteld om een incidentele bijdrage aan de gemeenten te berekenen voor het totaalbedrag van € 17.000,-. Hiermee stijgt de weerstandscapaciteit tot het minimale niveau van € 884.000,-. Er is sprake van een positief jaarresultaat 2024, waardoor er geen extra eenmalige bijdrage benodigd is. Bij de jaarstukken 2024 is een voorstel aan het algemeen bestuur gedaan om het gehele resultaat te bestemmen in de algemene reserve. Hiermee kunnen, naast het bovengenoemde bedrag aan restrisico’s, ook de risico’s die gepaard gaan met de fusie/doorontwikkeling naar één omgevingsdienst gedekt worden (zoals het dekkingstekort en extra fusiekosten). De algemene reserve komt daardoor uit op € 1.710.000,-. Hier wordt te zijner tijd bij de bespreking van de jaarstukken verder op ingegaan. 1.4 De bijgestelde begroting 2025, begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 van de ODRU zijn structureel sluitend. De bijgestelde begroting 2025, begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 hebben een structureel sluitend saldo, waarin alle opgenomen structurele lasten worden gedekt door structurele baten.

In de begroting 2026 is ook een incidenteel deel opgenomen, waarin de verwachte incidentele lasten worden gedekt door de verwachte incidentele baten in 2026. De begroting 2026 is opgesteld op basis van de in het AB van 19 december 2024 vastgestelde Kadernota 2026 (bijlage 4), waarin een uurtarief in 2026 van maximaal € 128,75 is vastgesteld. De baten en lasten zijn waar nodig aangepast aan de recente loon- en prijsontwikkelingen. Verder is in de begroting 2026 ook de voorziening bovenwettelijk verlof verwerkt, welke jaarlijks opnieuw wordt berekend. Voor 2026 is uitgegaan van eenzelfde stijging als in 2025 à € 174.000,-. 1.5 In de begroting 2026 is net als in de begroting 2025 een conservatieve inschatting van het incidentele deel opgenomen, wat een realistischer beeld schetst van het totale budget. Normaliter maakt de ODRU gebruik van een conservatieve begrotingssystematiek waarin alleen de structurele baten en lasten worden opgenomen. Echter, bij het opstellen van de ontwerp begroting 2025 is voor het eerst ook een conservatieve inschatting van het incidentele deel van de begroting opgenomen, om zodoende een realistischer beeld van het totale budget in 2025 te geven. Dit incidentele gedeelte is in de begroting van 2026 ook opgenomen.

Het incidentele gedeelte, welke voor een groot deel bestaat uit de niet-structurele uren die gemeenten jaarlijks afnemen in het UVP, is namelijk van behoorlijke omvang in het totaal, namelijk ongeveer 20% van de totale omzet van de ODRU. Door dit incidentele deel ook mee te nemen, schetst de begroting 2026 een completer beeld van de financiële vooruitzichten in 2026. Vanuit het principe van voorzichtig begroten is er wel een conservatieve inschatting van dit incidentele gedeelte gehanteerd, omdat deze incidentele baten en lasten van te voren niet met volledige zekerheid te voorspellen zijn zoals de structurele baten en lasten. 1.6 De begroting 2026 ODRU past niet volledig binnen de gemeentelijke meerjarenbegroting. In de gemeentelijke meerjarenbegroting 2025-2029 is voor de ODRU een totaalbedrag begroot in 2026 van € 1.057.436,-. Er is afgesproken dat gemeenten extra uren die volgen uit het werken onder de Omgevingswet in 2025 en 2026 nog niet in het structurele deel van het UVP hoeven onder te brengen. Het is de verwachting dat het structurele deel van de urenafname, te weten 7.362 uren, ongewijzigd blijft in 2026 ten opzichte van 2025. Uitgaande van hetzelfde aantal incidentele (i.e. flexibele) uren worden er in totaal 9.202 uren bekostigd in 2026 vanuit het gemeentelijk ODRU-budget (UVP uren).

RAADSVOORSTEL Onderwerp: Zienswijze (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 en begroting 2026-2029 ODRU

Tegen een uurtarief in 2026 van maximaal € 128,75 komt dit neer op een bijdrage aan de ODRU in 2026 van € 1.184.758,-. Dit betekent dat, bij eenzelfde urenafname in 2026 als in 2025, het gemeentebudget met € 127.322,- wordt overschreden. In de loop van 2025 wordt voor de gefuseerde organisatie een nieuwe begroting en meerjarenraming opgesteld. Dit kan betekenen dat de bijdrage voor 2026 en verder nog wijzigt. De raad wordt te zijner tijd in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op de nieuwe begroting waarna eventuele financiële gevolgen kunnen worden betrokken bij het opstellen van onze gemeentelijke programmabegroting 2026. 2.1 De bijgestelde begroting 2025 ODRU past niet volledig binnen de gemeentelijke begroting van 2025. In de gemeentelijke begroting van 2025 is voor de ODRU een totaalbedrag begroot van € 1.059.500,-. Op basis van de eerste bijgestelde begroting 2025 wordt een bijdrage van € 1.131.846,- verwacht. De bijgestelde begroting 2025 leidt dus tot een verhoging van de lasten voor de gemeente Veenendaal in 2025 van € 72.346,- (incidenteel). Voorgesteld wordt om deze incidentele lasten te verwerken in de eerste bestuursrapportage 2025 Alternatieven Het alternatief is om geen zienswijze in te dienen, in welk geval de ODRU ervan uit zal gaan dat de gemeente Veenendaal geen opmerkingen heeft bij de bijgestelde begroting 2025 en begroting 20262029.

Ook kan er voor gekozen worden een andere zienswijze naar voren te brengen. Kanttekeningen 1.1 Er is geen rekening gehouden met de waarschijnlijke fusie van de ODRU en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (hierna: RUD), omdat hier subsidie vanuit het Rijk voor verwacht wordt. De plannen voor het samenvoegen van de ODRU en de RUD komen voor een deel voort uit de kwaliteitseisen uit het landelijke lnterbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP-VTH). De verwachting is dat het fusietraject voor het overgrote deel kan worden gefinancierd vanuit subsidies. Daarom is er in de bijgestelde begroting 2025 en begroting 2026-2029 geen rekening gehouden met deze ontwikkeling. In de begroting 2026 is ook een meerjarenraming 2026-2029 opgenomen. Deze meerjarenraming is, gezien de waarschijnlijke fusering van de ODRU en de RUD per 1-1-2026, minder relevant. 1.2 De begroting 2026 voor de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht (ODU) wordt pas in november 2025 door het gezamenlijk AB vastgesteld. Indien het streven wordt gerealiseerd om per 1 januari 2026 de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht (ODU) opgericht te hebben, zullen de hiervoor gepresenteerde cijfers voor de jaren 2026 en niet meer van betekenis zijn. Volgens de besluitvormingskalender integratie RUD en ODRU wordt op 10 november 2025 de begroting 2026 ODU (inclusief Kadernota) en bijdrageverordening vastgesteld.

Hierdoor is het op dit moment onzeker voor de gemeente Veenendaal wat het begrootte totaalbedrag voor de ODU in 2026 zal zijn en of dit past binnen de meerjarenbegroting van de gemeente. 1.3 De ODRU hanteert een andere indexeringssystematiek dan de gemeente Veenendaal. De baten en lasten van de ODRU zijn waar nodig aangepast aan recente loon-en prijsontwikkelingen. De raad heeft bij de behandeling van de Programmabegroting 2025 besloten om met ingang van 2026 in onze gemeentelijke begroting de budgetten te indexeren conform de PBBP systematiek. Gezien de ODRU en de gemeente Veenendaal verschillende indexcijfers hanteren ontstaan er ook verschillen in financiële gegevens.

RAADSVOORSTEL Onderwerp: Zienswijze (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 en begroting 2026-2029 ODRU

Voor de gefuseerde omgevingsdienst wordt medio 2026 een nieuwe begroting opgesteld. Deze wordt voor een zienswijze voorgelegd aan de raad. Het hanteren van verschillende indexeringsystematieken kan te zijner tijd betekenen dat wij in onze meerjarenraming onvoldoende middelen beschikbaar hebben. Er moet dan nader worden bepaald of de ODU dit nadeel zelf moet opvangen of dat we als gemeente nadere keuzes moeten maken of taken moeten prioriteren. In de zienswijze informeren we de ODRU over de pbbp-systematiek en verzoeken we de ODRU om in de begroting van de gefuseerde (als ook bij het opstellen van financiële documenten in de navolgende jaren) uit te gaan van de pbbp-systematiek. Het kan in het geval van een GR zo zijn dat door een besluit van het AB van de GR onze gemeente gehouden is een hogere indexering te vergoeden dan in onze systematiek beschikbaar is. Indien dit het geval is bij de gefuseerde ODU, dan betrekken we dit bij het opstellen van de gemeentelijke Programmabegroting 2026. Participatie Participatie is niet van toepassing, trede 0 is van toepassing. Wat betekent dit besluit voor inwoners? Niet van toepassing.

Aanpak / uitvoering Conform de procedure zoals vastgesteld in de gemeenschappelijke regeling wordt, nadat het dagelijks bestuur (hierna: DB) van de ODRU eventuele zienswijzen heeft verwerkt, de bijgestelde begroting 2025 en de begroting 2026-2029 in de vergadering van het AB op 10 juli 2025 vastgesteld. Vervolgens wordt de begroting 2026-2029 uiterlijk 24 juli 2025 toegezonden aan de Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht. Na vaststelling van de stukken door het AB krijgen de ODRUgemeenten de definitieve stukken toegestuurd. Communicatie over dit besluit Na goedkeuring door de raad van bijgaande zienswijzebrief, wordt deze vóór 13 juni 2025 digitaal toegestuurd aan het dagelijks bestuur van de ODRU via bestuurssecretariaat@odru.nl. Evaluatie De evaluatie van de begroting vindt plaats via verantwoording in de jaarrekening, welke jaarlijks in het voorjaar wordt aangeboden. Daarnaast wordt het AB geïnformeerd over de voortgang gedurende het jaar door middel van bestuursrapportages. Kosten, baten, dekking 2024 In 2024 wordt een resultaat verwacht van € 843.000,-. Dit resultaat wordt na vaststelling in 2025 toegevoegd aan de algemene reserve om de ratio weerstandsvermogen in 2025 op 1,0 te krijgen, daarvoor is € 17.000,- benodigd. Het restant van het resultaat van € 826.000,- wordt naar verwachting ook toegevoegd aan de algemene reserve.

Het is aan het algemeen bestuur om een besluit te nemen bij de vaststelling van de jaarstukken 2024 over de bestemming van het resultaat. De toevoeging van het restant van het resultaat 2024 aan de algemene reserve is bedoeld om risico’s te dekken die gepaard gaan met de fusie/doorontwikkeling naar één omgevingsdienst (zoals extra kosten en het dekkingstekort op de begroting voor de realisatie van de ODU).

RAADSVOORSTEL Onderwerp: Zienswijze (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 en begroting 2026-2029 ODRU

2025 In de gemeentelijke begroting van 2025 is voor de ODRU een totaalbedrag begroot van € 1.059.500,-. Op basis van de eerste bijgestelde begroting 2025 wordt een bijdrage van € 1.131.846,- verwacht. De bijgestelde begroting 2025 leidt dus tot een verhoging van de lasten voor de gemeente Veenendaal in 2025 van € 72.346,- (incidenteel). Voorgesteld wordt om deze incidentele lasten te verwerken in de eerste bestuursrapportage 2025 2026-2029 De begroting 2026-2029 van de ODRU is structureel sluitend. Vooralsnog heeft de begroting 2026 voor Veenendaal negatieve financiële consequentie, omdat bij eenzelfde urenafname in 2026 als in 2025 en bij een daadwerkelijk uurtarief 2026 van € 128,75 het gemeentelijk budget voor de ODRU in 2026 met € 127.322,- wordt overschreden. Echter, in de loop van 2025, wanneer het UVP 2026 wordt opgesteld, ontstaat meer duidelijkheid over voorgenoemde factoren (urenafname). Ook wordt het gemeentelijke budget 2026 nog aangepast met onze eigen loon- en prijsindexatie die in de Kadernota 2026-2029 wordt vastgesteld. In de loop van 2025 wordt voor de gefuseerde organisatie een nieuwe begroting en meerjarenraming opgesteld. Dit kan betekenen dat de bijdrage voor 2026 en verder nog wijzigt.

De raad wordt te zijner tijd in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op de nieuwe begroting waarna eventuele financiële gevolgen kunnen worden betrokken bij het opstellen van onze gemeentelijke programmabegroting 2026. College van burgemeester en wethouders,

Sjoukje Deelstra secretaris

Gert-Jan Kats burgemeester

Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief (ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 & begroting 2026-2029 ODRU 2. (Ontwerp) eerste bijgestelde begroting 2025 & begroting 2026-2029 ODRU 3. Notitie AB - Eindejaar prognose 2024 4. ODRU Kadernota 2026 en uurtarief 2025 5. Zienswijze Veenendaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15435520/1