1. Kadernota 2025 ODRU - Raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Agendapunt
Raad
Team
Voorstelnummer Datum Onderwerp Programma
Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres
Leefbaarheid en Veiligheid
2127669 3 oktober 2023 Kadernota 2025 ODRU Fysieke Leefomgeving M. Smit 0318-538724 marlieke.smit@veenendaal.nl
Aan de leden van de raad, Beslispunten Een zienswijze op de (ontwerp)Kadernota 2025 van Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) te geven, waarin de raad aan de ODRU meegeeft dat; 1. Veenendaal niet akkoord is met de stijging van het uurtarief 2024 (zowel optie 1 als optie 2), noch met het uurtarief 2025, zoals voorgesteld in de (ontwerp)Kadernota 2025 ODRU en de ODRU verzoekt om het uurtarief zo min mogelijk te verhogen; 2. de ODRU zich tot het uiterste moet inspannen om het negatieve jaarresultaat dat wordt verwacht (grotendeels) weg te werken middels bezuinigingen en het overgebleven tekort op te vangen met het weerstandsvermogen, als deze dit toelaat; 3. het belang van de afspraak omtrent de 80/20-verhouding DVO/UVP wordt gezien en Veenendaal zich, sámen met de andere ODRU-gemeenten, zal inspannen om hieraan te voldoen, met daarbij de nadrukkelijke verwachting dat daarmee daadwerkelijk een uurtariefverlaging wordt doorgevoerd zoals geschetst in de (ontwerp)Kadernota 2025; 4. de gemeente waardeert dat de ODRU ervoor heeft gekozen om de (forse) stijging van het uurtarief 2024 alvast voor te stellen bij de (ontwerp)Kadernota 2025 in plaats van pas bij de 1e begrotingswijziging 2024; 5. gemeenten en ODRU sámen de financiële uitdagingen, en uitdagingen anderszins, het hoofd moeten bieden en dat we hierbij rekenen op het vasthouden van wederzijds begrip en het goede gesprek.
Waarom naar de raad? De raad heeft de gelegenheid om een zienswijze te geven op de (ontwerp)Kadernota van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU). Samenvatting De ODRU is een gemeenschappelijke regeling. Dat betekent dat de gemeente Veenendaal als eigenaar van deze gemeenschappelijke regeling een zienswijze mag geven op de (ontwerp)Kadernota ODRU 2025. Dit jaar heeft de ODRU ervoor gekozen om in de (ontwerp)Kadernota 2025 ook de stijging van het uurtarief van 2024 mee te nemen. De ODRUgemeenten krijgen de keuze tussen twee verschillende uurtarieven voor 2024, wat is verwerkt in twee verschillende versies van de (ontwerp)Kadernota 2025 (te weten: “(ontwerp)Kadernota 2025 – optie 1 voor 2024” en “(ontwerp)Kadernota 2025 – optie 2 voor 2024”, beiden d.d. 14 september 2023). Ook
Raadsvoorstel van 3 oktober 2023, nr. 2127669
bestaat er een optie 0 (geen tariefsverhoging). Na bespreking van de (ontwerp)Kadernota 2025 in het algemeen bestuur (AB) van de ODRU op 28 september, is op 2 oktober een gereviseerde versie van de (ontwerp)Kadernota 2025 toegezonden. In deze versie d.d. 2 oktober staat een toelichting van wat in het AB op 28 september is besproken, maar blijft optie 1 het uitgangspunt voor het uurtarief 2024. Op basis van de definitieve Kadernota 2025, welke na de zienswijzeperiode op 14 december in het algemeen bestuur van de ODRU wordt vastgesteld, wordt de begroting ODRU 2025 opgesteld die eind juni 2024 voor een zienswijze zal worden voorgelegd aan de raad. Inleiding De raad heeft tot 27 november de gelegenheid om een zienswijze te geven op de (ontwerp)Kadernota 2025 van de ODRU. Beoogd resultaat Een structureel sluitende meerjarenbegroting van de ODRU met daarbij aandacht voor de ontwikkeling van het uurtarief. Argumenten 1.1 De (ontwerp)Kadernota 2025 gaat uit van een uurtarief van €126 in 2025. Ongeacht de keuze over het uurtarief in 2024, wordt in de voorliggende versies van de (ontwerp)Kadernota 2025 een uurtarief voor 2025 van €126 voorgesteld. In dit uurtarief zijn de inflatie (loon-/prijscompensatie) en enkele structurele kosten(stijgingen) verwerkt. Het gemeentelijk budget voor de ODRU in 2025 bedraagt €1.022.700. Op basis van ca.
9.000 contracturen in 2025 (zie argument 1.2) komt het benodigde budget voor de ODRU in 2025 neer op €1.134.000. Hiermee wordt het gemeentelijk budget in 2025 overschreden met €111.300, tenzij de contracturen worden ingeperkt waar mogelijk en/of in 2025 een lager uurtarief wordt gehanteerd. 1.2 Het budget voor de ODRU dat is gereserveerd in de gemeentelijke begroting voor 2024 (€990.995) is niet toereikend om de voorgestelde tariefstijging voor 2024 (zowel optie 1 als optie 2) op te vangen. In 2023 nemen we ca. 8.100 uur af in het uitvoeringsprogramma (UVP) (7.362 G-uren en 769 T-uren). Echter, in 2024 treedt de Omgevingswet in werking waardoor er 675 uren extra zijn geraamd in het UVP 2024. Daarnaast moet per 2024 de wettelijke basistaak sloopmeldingen asbest worden afgenomen bij de ODRU, waarvoor 200 uren extra worden opgenomen in het UVP 2024. De naar verwachting af te nemen uren in 2024 (en 2025) komen daarmee neer op ca. 9.000 uur. Bij een uurtarief in 2024 van €120,50 (optie 1), waarin inflatie én structurele kosten voortkomend uit kostendekking van structurele (wettelijke) verplichtingen zijn doorberekend, zal het totaal benodigde budget voor de ODRU in 2024 uitkomen op ca. €1.084.500, oftewel ca. €93.505 meer dan is gereserveerd voor de ODRU in de gemeentelijke begroting.
In dit scenario is de verwachting dat het jaarresultaat 2024 van de ODRU neutraal zal zijn en dat er dus geen extra bijdrage zal worden gevraagd aan de ODRU-gemeenten om een tekort over 2024 op te vangen. De ODRU raadt gemeenten aan om voor deze optie te kiezen. Bij een uurtarief in 2024 van €114 (optie 2), waarin alleen inflatie is doorberekend in het uurtarief, zal het totaal benodigde budget voor de ODRU in 2024 uitkomen op ca. €1.026.000, oftewel ca. €35.005 meer dan is gereserveerd voor de ODRU in de gemeentelijke begroting. In dit scenario is de verwachting dat het jaarresultaat 2024 van de ODRU €984.000 negatief zal zijn, ténzij de ODRU dit tekort weet te beperken middels bezuinigingen in 2024 en/of de omvang van het weerstandsvermogen van de ODRU het toelaat om (een deel van) het tekort mee op te vangen. Mocht de ODRU het tekort
Raadsvoorstel van 3 oktober 2023, nr. 2127669
geenszins weten te beperken en het weerstandsvermogen niet toereikend zijn, dan moeten de 15 eigenaar-gemeenten het (resterende) tekort gezamenlijk opvangen. De exacte verdeelsleutel is niet bekend, maar een simpele rekensom wijst op een extra bijdrage van (€984.000/15=) €65.600 1. In dat geval komt de overschrijding van het gemeentelijk budget voor de ODRU in 2024 neer op ca. €100.605. Dit is €7.100 meer dan in het scenario van optie 1 (uurtarief 2024 van €120,50). Naast optie 1 en 2 voor het uurtarief 2024 bestaat ook nog “optie 0”, oftewel geen tariefstijging in 2024. In dat geval blijft het uurtarief €110,50, zoals afgesproken in de Kadernota 2024. Dan bedraagt het benodigde budget voor de ODRU in 2024 ongeveer €994.500, wat een kleine overschrijding van het gemeentelijk budget oplevert van ca. €3.500. Wel wordt in het scenario van optie 0 een jaarresultaat verwacht van €1.514.000 negatief. Of en hoeveel de 15 ODRU-gemeenten extra moeten bijdragen om een tekort over 2024 op te vangen, is (net als bij optie 2) afhankelijk van de mate waarin de ODRU weet te bezuinigen en/of de mate waarmee het tekort kan worden opgevangen met het weerstandsvermogen. Mocht de ODRU het in dit scenario verwachte tekort geenszins weten te beperken, dan kan een extra bijdrage nodig zijn van ca. (€1.514.000/15=) €100.933 (zie voetnoot 1).
In dat geval komt de overschrijding van het gemeentelijk budget voor de ODRU in 2024 neer op ca. €104.500. Dit is €10.933 meer dan in het scenario van optie 1 (uurtarief 2024 van €120,50). 1.3 Ondanks dat het niet instemmen met een hoger uurtarief voor 2024 naar verwachting leidt tot een negatief jaarresultaat over 2024, zetten we liever in op inspanningen tot bezuinigen door de ODRU om een lager tekort te realiseren dan aan de voorkant al budget toezeggen dat niet beschikbaar is in de gemeentelijke begroting. Zoals geschetst onder argument 1.2 passen beide voorgestelde stijgingen (optie 1 en 2) van het uurtarief voor 2024 niet binnen het gemeentelijk budget voor de ODRU. Zelfs zonder tariefstijging (optie 0) is het gemeentelijk budget net niet toereikend om het UVP 2024 te bekostigen. Gezien de bestaande druk op de gemeentelijke begroting luidt het advies om te kiezen voor optie 0 (geen stijging van het uurtarief in 2024), omdat het niet wenselijk is om aan de voorkant al in te stemmen met een bedrag dat niet beschikbaar is. Daarnaast leidt instemmen met een hoger uurtarief voor 2024 tot minder prikkel voor de ODRU om in te zetten op bezuinigen in 2024 (en verder). 1.4 Een hogere DVO/UVP-verhouding in 2025 resulteert in een lager uurtarief in 2025.
In de (ontwerp)Kadernota 2025 ODRU (optie 1 en optie 2) wordt uitgebreid stilgestaan bij het effect van de eerder afgesproken 80/20-verhouding tussen de dienstverleningsovereenkomst (DVO) en het uitvoeringsprogramma (UVP) op het uurtarief. Veenendaal onderkent het belang dat in 2025 het aandeel van het aantal gegarandeerde uren (welke zijn gespecificeerd in de DVO) minimaal 80% van de totale gecontracteerde uren in het UVP van 2025 is. Dit zowel met het oog op het verlagende effect op het uurtarief als op de borging van de kwaliteit van de bedrijfsvoering van de ODRU. In de (ontwerp)Kadernota 2025 wordt inzicht gegeven in de invloed van de DVO/UVP-verhouding op het uurtarief van 2025. Als álle gemeenten aan de 80/20-regel (het aandeel van het aantal gegarandeerde uren bedraagt minimaal 80% van de totale gecontracteerde uren in UVP) voldoen in 2025, stelt de ODRU dat het uurtarief van 2025 kan worden verlaagd naar €125, oftewel een verlaging 1 Dit is een conservatieve berekening. In 2023 hebben alle ODRU-gemeenten namelijk een extra bijdrage gedaan om de
algemene reserve van de ODRU aan te vullen met €331.300 tot het gewenste niveau. Het bedrag wat Veenendaal hiervan moest betalen was €16.100 (bron: bijlage 1 van de vastgestelde Eerste Bijgestelde Begroting 2023 ODRU), oftewel minder dan 1/15e van het totaal. Dit schept de verwachting dat als een extra bijdrage nodig blijkt aan het eind van 2024, deze lager zal zijn dan de €65.600 die hier indicatief is berekend. Hierdoor zal optie 2 naar alle waarschijnlijkheid niet meer kosten dan optie 1, wellicht zelfs goedkoper zijn, zelfs als het volledige verwachte tekort onder optie 2 à €984.000 wordt gerealiseerd.
Raadsvoorstel van 3 oktober 2023, nr. 2127669
van €1 ten opzichte van het huidige voorgestelde uurtarief 2025 à €126. Als de gemeenten een 90/10verhouding (het aandeel van het aantal gegarandeerde uren bedraagt 90% van de totale gecontracteerde uren in UVP) weten te bereiken, kan het uurtarief verder worden verlaagd naar €122. Echter, de invloed hiervan op het benodigde gemeentelijk budget voor de ODRU in 2025 is beperkt. Zoals genoemd onder argument 1.1 zijn de verwachte kosten voor de ODRU bij een uurtarief van €126 in 2025 ca. €1.134.000. Bij een uurtarief van €125 in 2025 wordt dit €1.125.000 (oftewel €9.000 minder) en bij een uurtarief van €122 wordt dit €1.098.000 (oftewel €36.000 minder). Echter, gezien de aankomende financieel lastige tijd voor gemeenten doen ook de kleine besparingen ertoe, dus streven naar een 80/20-verhouding is toch lonend. Daarbij roepen wij wel de andere ODRU-gemeenten op om ook minimaal aan de 80/20-verhouding te voldoen, uiterlijk per 2025, omdat uiteindelijk de gezamenlijke DVO/UVP-verhouding bepaalt of het uurtarief omlaag kan. We vragen de ODRU om goed in gesprek te gaan met eventuele “achterblijvers”. 1.5 De gemeentelijke begroting staat onder druk en de verwachting is dat er de komende jaren zal moeten worden bezuinigd.
Om de kostendruk op de gemeentelijke begroting te beperken, vragen we de ODRU met klem om daar waar mogelijk te bezuinigen om het verwachte tekort zoveel mogelijk te beperken en het (overgebleven) tekort (gedeeltelijk) op te vangen met het beschikbare weerstandsvermogen, als deze dit toelaat. Dit om te voorkomen dat de ODRU-gemeenten aan het eind van 2024 een (hoge) extra bijdrage moeten doen. Door te kiezen voor optie 1 (uurtarief 2024 van €120,50) zoals de ODRU adviseert, is het risico op een extra bijdrage aan het eind van 2024 weliswaar zeer gering, maar deze optie gaat simpelweg ver over het gemeentelijk budget voor de ODRU in 2024 heen. Bovendien vermindert instemmen met optie 1 de prikkel voor de ODRU om te bezuinigen waar mogelijk. 1.6 Het tijdig aangeven van de tariefwijziging voor 2024 bij de (ontwerp)Kadernota 2025 door de ODRU maakt het mogelijk voor de gemeente om hierop te sturen en zodoende de budgetoverschrijding zo goed als kan te beperken. Het is zeer prettig dat de ODRU de tariefwijziging voor 2024 nu vast bij de behandeling van de (ontwerp)Kadernota 2025 aangeeft, in plaats van op de reguliere wijze via de 1e begrotingswijziging 2024. Hierdoor kunnen we bij het opstellen van het UVP 2024 al rekening houden met een mogelijk hoger uurtarief voor 2024 en wordt een nog grotere onaangename verrassing in 2024 voorkomen.
1.7 Alleen door samen te werken kunnen we financiële uitdagingen zo goed mogelijk het hoofd bieden. Een goede relatie komt ten goede van het oplossen van (gezamenlijke) problemen en uitdagingen. Wederzijds begrip en het goede gesprek staan en blijven hierbij essentieel. Een uitspraak als "Ook de bijbehorende werkafspraken tussen ODRU en gemeenten zijn vanaf 2025 uniform voor alle gemeenten” (paragraaf 2.3, p.7, beide Kadernota's), duidt niet op het goede gesprek en het begrip vanuit de ODRU voor de lokale context waarin wij als gemeente keuzes en beslissingen moeten maken. Alternatieven De raad kan ervoor kiezen om geen zienswijze indienen. Dit is niet wenselijk, omdat het indienen van een zienswijze het middel is voor de raad om haar mening kenbaar te maken aan en invloed uit te oefenen op de ODRU.
Raadsvoorstel van 3 oktober 2023, nr. 2127669
Ook kan de raad ervoor kiezen om een andere zienswijze in te dienen waarin een andere keuze voor het uurtarief 2024 wordt aangehouden. Er zijn twee andere keuzes voor het uurtarief 2024, namelijk optie 1 (stijging van het uurtarief 2024 van de ODRU met €10 tot €120,50) en optie 2 (stijging van het uurtarief 2024 van de ODRU met €3,50 tot €114). Zoals toegelicht onder argument 1.2 resulteren beide voorgestelde stijgingen van het uurtarief 2024 in een overschrijding van het beschikbare gemeentelijke budget voor de ODRU in 2024. Bovendien doet instemmen met een hoger uurtarief afbreuk aan de prikkel om te bezuinigen bij de ODRU. Kanttekeningen 1.1 De financiële impact van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-2024 is nog niet in de (ontwerp)Kadernota 2025 ODRU opgenomen. Sinds 2021 hebben wij in de gemeentelijke begroting reeds een verhoging van het geraamde budget doorgevoerd om extra kosten gerelateerd aan de invoering van de Omgevingswet op te vangen. Vanwege de forse stijging van het uurtarief is deze reserve al volledig benut voor het UVP 2024, maar in dit UVP zijn al wel extra uren opgenomen gerelateerd aan de Omgevingswet. Echter, we benadrukken het belang van strikte monitoring van de impact van het nieuwe werk en het anders werken onder de Omgevingswet op het contract (UVP) gedurende 2024, zodat er meer zicht is op de daadwerkelijke impact (c.q.
benodigde extra uren) van de Omgevingswet op de taakuitvoering bij het opstellen van het UVP 2025. 1.2 De mogelijke fusie van de ODRU en de Regionale Uitvoeringsdienst Regio Utrecht (RUD-U), waarvoor nu een verkenningstraject loopt, wordt niet benoemd. Naar aanleiding van het rapport van de Commissie van Aartsen (2021) is een landelijk interbestuurlijk programma versterking VTH-stelstel (IBP VTH) gestart. Vanuit het IBP VTH zijn kwaliteitscriteria gesteld met bijbehorende kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) waar omgevingsdiensten per 2026 aan moeten voldoen. Op dit moment voldoet de ODRU nog niet aan alle kwaliteitscriteria (robuustheid qua omvang taakuitvoering en logisch geografisch werkveld). In combinatie met de vele complexe ontwikkelingen en uitdagingen waar de ODRU de komende jaren voor komt te staan - waaronder de ingang van de Omgevingswet, de woningbouwopgave, de energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en biodiversiteit, stikstof, de Kaderrichtlijn water en informatiebeheer - maakt dat een verkenning is gestart, in lijn met het IBP VTH, naar een fusie met de RUD-U. Dit met als hoofdreden om als omgevingsdienst voldoende robuust te zijn om de taakuitvoering en de kwaliteit daarvan in de toekomst te kunnen blijven garanderen en daarmee tevens te voldoen aan de criteria en kwaliteitseisen die vanuit het IBP VTH aan omgevingsdiensten worden gesteld.
In het najaar van 2023 zal een vervolgaanpak (routekaart) worden gepresenteerd door de directeuren van de ODRU en RUD-U, waarna de algemeen besturen van de ODRU en de RUD-U de gelegenheid krijgen om wel of niet toestemming te verlenen voor de uitvoering van deze vervolgaanpak. De insteek is om de fusie kostenneutraal te laten verlopen. Er komt financiering beschikbaar vanuit het Rijk. Er wordt bekeken wat (juridisch) haalbaar is qua planning, maar op dit moment is het streven dat de ODRU en RUD-U uiterlijk per 1-1-2026 zijn opgegaan in één omgevingsdienst als beide algemeen besturen instemmen met de fusie. De raad zal op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen rondom de mogelijke fusie van de ODRU en de RUD-U. Participatie Niet van toepassing
Raadsvoorstel van 3 oktober 2023, nr. 2127669
Wat betekent dit besluit voor inwoners? Er zijn geen directe effecten voor inwoners. Aanpak / uitvoering Nadat alle gemeenten hun zienswijze hebben kunnen indienen (tot uiterlijk 27 november), zal het algemeen bestuur (AB) van de ODRU de ontwerp kadernota op 14 december definitief vaststellen. Deze vastgestelde Kadernota 2025 is de basis voor de op te stellen begroting ODRU 2025. Communicatie over dit besluit Niet van toepassing Evaluatie Sturing op de P&C-cyclus van de ODRU vindt plaats via de begroting 2024, begrotingswijziging(en), bestuursrapportages (deze worden alleen aan het AB voorgelegd) en uiteindelijk ontvangt de raad ter kennisname de jaarrekening. Kosten, baten, dekking De ODRU gaat in de (ontwerp)Kadernota 2025 uit van een lager aantal uren dan dat de gemeente zelf begroot voor 2024 en 2025. De praktijk heeft aangetoond dat de gemeente meer uren afneemt (Guren én T-uren) dan dat de ODRU in eerste instantie begroot (alleen de G-uren overeenkomstig de DVO). Naar verwachting nemen we in 2024 en 2025 hetzelfde aantal uren af als in 2023 (8.131 uur) met daar bovenop 675 uur extra vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet én 200 uur voor het afnemen van een wettelijke basistaak (sloopmeldingen asbest) welke we tot op heden nog niet afnemen. De totaal geraamde contracturen voor 2024 en 2025 bedragen daarmee ca. 9.000 uur.
De geschatte kosten voor de ODRU in 2024, op basis van 9.000 uur, komen in de verschillende scenario’s neer op: - optie 0 (uurtarief 2024 van €110,50): benodigd gemeentelijk budget voor de ODRU in 2024 bedraagt €994.500, oftewel ca. €3.500 meer dan is gereserveerd in de gemeentelijke begroting. In dit scenario voorziet de ODRU een negatief jaarresultaat, waardoor een extra bijdrage vanuit de ODRUgemeenten nodig is om het tekort op te vangen, voor zover de ODRU dit niet weet weg te bezuinigen en/of kan opvangen met het beschikbare weerstandsvermogen. Mocht het in dit scenario verwachte tekort van €1.514.000 daadwerkelijk worden gerealiseerd, dan kan een extra bijdrage vanuit de gemeente nodig zijn van ca. €100.933 (hoogstwaarschijnlijk minder, zie voetnoot 1). Weet de ODRU wel te bezuinigen en/of kan een deel van het tekort wel worden opgevangen met het beschikbare weerstandsvermogen, dan zal deze extra bijdrage lager uitvallen. - optie 1 (uurtarief 2024 van €120,50): benodigd gemeentelijk budget voor de ODRU in 2024 bedraagt €1.084.500, oftewel €93.505 meer dan is gereserveerd in de gemeentelijke begroting. - optie 2 (uurtarief 2024 van €114): benodigd gemeentelijk budget voor de ODRU in 2024 bedraagt €1.026.000, oftewel €35.005 meer dan is gereserveerd in de gemeentelijke begroting.
Hierbij komt een mogelijke extra bijdrage om een negatief jaarresultaat van de ODRU over 2024 op te vangen. Mocht het verwachte tekort in dit scenario geenszins worden ingeperkt middels bezuiniging en er geen mogelijkheid zijn om een deel van het tekort op te vangen met het weerstandsvermogen, dan kan een extra bijdrage vanuit de gemeente nodig zijn van ca. €65.600 (hoogstwaarschijnlijk minder, zie voetnoot 1). Weet de ODRU wel te bezuinigen en/of kan een deel van het tekort wel worden opgevangen met het beschikbare weerstandsvermogen, dan zal deze extra bijdrage lager uitvallen.
Raadsvoorstel van 3 oktober 2023, nr. 2127669
Wat betreft 2025 wordt in beide versies van de (ontwerp)Kadernota 2025 een uurtarief voorgesteld van €126. Dit betekent dat in 2025 een budget nodig is van €1.134.000. Hiermee wordt het gemeentelijk budget gereserveerd voor de ODRU in 2025 (te weten €1.022.700) overschreden met €111.300, tenzij de contracturen worden ingeperkt waar mogelijk en/of een lager uurtarief 2025 wordt aangehouden. De financiële gevolgen voor de gemeente Veenendaal naar aanleiding van de keuze voor optie 0, 1 of 2 worden voor 2024 verwerkt in een eerstvolgende bestuursrapportage in 2024 en voor 2025 en verder betrokken bij de kadernota 2025 en programmabegroting 2025 en meerjarenraming 20262028.
Burgemeester en wethouders,
mevrouw drs. S.M. Deelstra secretaris
de heer K.J.G. Kats burgemeester
Bijlagen 1. Aanbiedingsnotitie (ontwerp)Kadernota 2025 ODRU 2. (ontwerp)Kadernota 2025 ODRU - optie 1 voor 2024 3. (ontwerp)Kadernota 2025 ODRU - optie 2 voor 2024 4. Bijlage: effect van opties uurtarief 2024 5. Bijlage: specificatie structurele kosten 6. Zienswijze (ontwerp)Kadernota 2025 ODRU 7. REVISIE_(ontwerp) Kadernota 2025 ODRU en uurtarief 2024 8. REVISIE_Aanbiedingsbrief (ontwerp)Kadernota 2025 ODRU 9. Tweede prognose 2023 ODRU