1. Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-2042 - Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 20252042 Dossiernummer
966
Programma
3. Sociale leefomgeving
Ambtenaar
Chantal Broekhuis
Datum college
23-09-2025
Team
Adviseurs Openbare ruimte en Vastgoed
Datum Raad
16-10-2025
Aan de leden van de raad,
Beslispunten De raad wordt voorgesteld om: 1. Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting “Ruimte voor groei” 2025–2042 inhoudelijk vast te stellen als beleidsmatig en programmatisch kader voor de uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. 2. Bij de vaststelling van de programmabegrotingen gefaseerd te besluiten over de benodigde financiële middelen voor de uitvoering van het IHP, om te beginnen de jaren 2026-2029 uit fase 1. 3. Het college op te dragen de uitvoering van het IHP periodiek te monitoren en de raad hierover te informeren, inclusief de voortgang, de financiële consequenties en de resultaten op het gebied van verduurzaming en circulariteit.
Waarom naar de raad? In navolging van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (IHP) 2021-2024 is een nieuw IHP opgesteld voor de periode 2025-2042 in lijn van de voorgestelde wetswijziging Planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting. Het nieuwe IHP wordt voorgelegd ter besluitvorming aan de gemeenteraad omdat: -
-
-
De gemeente op grond van de Wet Primair onderwijs (WPO), de Wet op het Voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC) de wettelijke zorgplicht heeft voor voldoende, adequate, onderwijshuisvest ing. Het IHP vormt samen met de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs het beleidsmatige kader waarmee deze zorgplicht planmatig en transparant wordt ingevuld. Het IHP keuzes bevat over onderwijshuisvesting die direct raken aan onderwijskwaliteit, kansengelijkheid, inclusiviteit, duurzaamheid en leefbaarheid in wijken. Zoals de realisatie van inclusieve kindcentra, prioritering van groei, vervanging van onderwijshuisvesting voor gespecialiseerd onderwijs en onderwijs in onderwijsachterstandsgebieden en het volgen van de duurzame routekaart maatschappelijk vastgoed. Dit zijn strategische keuzes die democratische legitimatie vereisen. Het IHP een omvangrijke financiële impact heeft op de begroting en meerjarenplanning. Het is van belang dat de gemeenteraad hiervoor de kaders stelt en het college mandaat geeft voor uitvoering.
Raadsvoorstel: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-2042 Dossiernummer: 966
Door besluitvorming in de gemeenteraad wordt gewaarborgd dat de gemeenteraad haar kader stellende en controlerende rol kan uitoefenen, en dat het college beschikt over een breed gedragen mandaat voor uitvoering.
Inleiding Veenendaal staat voor een belangrijke grote opgave in het onderwijs. Veel schoolgebouwen zijn gebouwd in de jaren ’70 en sluiten niet meer aan bij de eisen van deze tijd. Tegelijkertijd groeit het aantal leerlingen bovengemiddeld door stadsontwikkeling en een toenemende vraag naar thuisnabij gespecialiseerde onderwijs. Dat zorgt bij meerdere scholen voor extra ruimtebehoefte. Terwijl de ruimte daarvoor vrijwel niet meer beschikbaar is. Om hier noodzakelijkerwijs planmatig op in te spelen, is een nieuw Integraal Huisvestingsplan opgesteld voor de periode 2025–2042. Het plan vormt de basis voor voldoende toekomstbestendige onderwijshuisvesting in de vorm van inclusieve kindcentra, waarin onderwijs, kinderopvang, voorschoolse educatie, passend onderwijs, bewegingsonderwijs en welzijn samenkomen. Zo ondersteunen we de transitie naar inclusief onderwijs en creëren we toegankelijke en flexibele voorzieningen. Het plan is in coproductie opgesteld met schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. Het bevat een gezamenlijke visie op inclusieve kindcentra én een uitvoeringsprogramma voor vervanging en uitbreiding van onderwijshuisvesting voor de periode 2025–2042.
Waarin met elkaar gezocht is naar de balans tussen ieders huisvestingsbehoefte, beschikbare huisvestingsmogelijkheden en evenwichtige inzet van ieders beschikbare financiële middelen voor onderwijshuisvesting. Naast het vergroten van de leer- en ontwikkelkansen van kinderen draagt dit IHP ook bij aan andere gemeentelijke doelen. Voorzieningen voor bewegingsonderwijs worden uitgebreid, schoolpleinen worden vergroend tot veilige BOSS-plekken, en de kindcentra worden energiezuinig en circulair gebouwd. Daarmee bouwen we niet alleen aan goede scholen, maar ook aan een leefbare en toekomstbestendige stad.
Samenvatting Het Integraal Huisvestingsplan “Ruimte voor groei” 2025–2042 geeft programmatisch richting aan de uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Het plan biedt een samenhangend en realistisch perspectief voor de komende zestien jaar, waarin zowel vervanging als uitbreiding noodzakelijk is. De opgave bestaat uit drie onderdelen. Allereerst de vervanging van verouderde schoolgebouwen, voornamelijk uit de jaren ’70, die niet meer voldoen aan de functionele en de technische eisen voor goed onderwijs. Daarnaast de uitbreiding van de capaciteit, noodzakelijk voor de opvang van de bovengemiddelde groei van het aantal leerlingen, eerst voornamelijk in het primair en gespecialiseerd onderwijs en vervolgens, na deze planperiode, ook in het voortgezet onderwijs. Wat samenhangt met de ontwikkeling van de stad en de toenemende vraag naar gespecialiseerd onderwijs. Tot slot de ondersteuning van de transitie naar inclusief onderwijs, wat kinderen met en zonder beperkingen samenbrengt in het onderwijs, door de ontwikkeling van inclusieve kindcentra waarin onderwijs, kinderopvang, voorschoolse educatie, passend onderwijs en welzijnsvoorzieningen samenkomen. Met
2 van 10
Raadsvoorstel: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-2042 Dossiernummer: 966
de onderwijsorganisaties voor voortgezet onderwijs wordt een vertaalslag gemaakt van inclusieve kindcentra naar inclusieve jeugdcentra voor kinderen ter voorbereiding op de huisvestingsopgave van het voortgezet onderwijs na deze planperiode. Naast de onderwijskundige doelen draagt het IHP bij aan bredere maatschappelijke ambities. De gebouwen worden energiezuinig en circulair gerealiseerd, schoolpleinen worden ingericht als groene BOSS-plekken, en voorzieningen voor bewegingsonderwijs worden uitgebreid. Daarmee versterkt het IHP niet alleen de onderwijskwaliteit, maar ook de leefbaarheid en duurzaamheid in de wijken van Veenendaal. De programmatische uitvoering van het plan vindt plaats in drie fasen van telkens vijf jaar, te beginnen met fase 1 (2025–2030). Waarin per fase integraal en in samenhang wordt gestuurd op de uitvoering van meerdere projecten. Zodat de uitvoering voortvarend, effectief en efficiënt voortgezet kan worden. De financiering van de projecten is gebaseerd op basis van Total Cost of Ownership waarbij alle kosten voor investering, exploitatie en onderhoud in samenhang worden bekeken en de gemeente, de onderwijs- en kinderopvangorganisaties en andere betrokken kindpartners financieel bijdragen aan de projecten vanuit ieders verantwoordelijkheid. Waarbij ook subsidiemogelijkheden worden benut.
Beoogd resultaat Met het nieuwe IHP wordt de technisch noodzakelijke vervanging van onderwijshuisvesting gerealiseerd en wordt tijdig voorzien in de groei van het aantal leerlingen. In het bijzonder in het basis en gespecialiseerd onderwijs. Waar mogelijk wordt hiervoor gebruikgemaakt van bestaand maatschappelijk vastgoed, waar nodig volgt uitbreiding of nieuwbouw. In het uiterste geval wordt modulair verplaatsbare tijdelijke huisvesting geplaatst. Het plan zorgt voor huisvesting die de transitie naar inclusief onderwijs ondersteunt en biedt ruimte voor samenwerking met kinderopvang, voorschoolse educatie, passend onderwijs en welzijn. Daarnaast wordt duurzaam en circulair gebouwd in navolging van de gemeentelijke doelstellingen. Schoolpleinen worden ingericht als BOSS-plekken. Het IHP sluit aan op de modelverordening (2020) en de voorgenomen wetswijziging Planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting. Het vormt een toetsingskader voor de programmatische uitvoering van projecten.
Proceshistorie en eerdere besluitvorming Het proces om te komen tot een nieuw IHP is na consultatie van de gemeenteraad (december 2023) in schooljaar 2024-2025 gestart. Het huidige IHP is geëvalueerd (raadsinformatiebrief maart 2025). Op basis hiervan is een nieuw plan uitgewerkt in nauwe samenwerking met onderwijsorganisaties, kinderopvangorganisaties en samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Zij hebben input geleverd over hun strategische huisvestingsbehoeften, verwachte leerlingaantallen, onderhoudsopgaven en ambities op het gebied van duurzaamheid en inclusie. De raad is tijdens de planvorming tussentijds geconsulteerd over het kwaliteitskader (oktober 2024), de concept-huisvestingsvisie (april 2025) en het concept-uitvoeringsplan (mei 2025). Het IHP is in de zomer gereed gemaakt voor besluitvorming. De besluitvorming vindt in twee delen plaats. Allereerst de inhoudelijke vaststelling van het IHP als beleidsmatig en programmatisch kader voor de uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Vervolgens de vaststelling van de benodigde financiële middelen als onderdeel van de integrale afweging bij de Programmabegroting.
3 van 10
Raadsvoorstel: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-2042 Dossiernummer: 966
De onderwijsorganisaties, kinderopvangorganisaties en samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs hebben in afzonderlijke en gezamenlijke gesprekken kunnen reflecteren op de verwerking van hun inbreng in de huisvestingsvisie, het uitvoeringsplan en het complete IHP. Ook hebben zij de inhoud hiervan kunnen afstemmen met hun medezeggenschapsraden en raden van toezicht. De onderwijsorganisaties hebben consent gegeven op de inhoud van het IHP die op 24 september wordt bekrachtigd in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO), onderdeel van de Lokale Educatieve Agenda (LEA).
Argumenten Beleidsmatig en programmatisch kader voor de zorgplicht onderwijshuisvesting 1.1 Herijking van het IHP is nodig voor het uitvoeren van de zorgplicht onderwijshuisvesting volgens actuele wet- en regelgeving De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Deze zorgplicht houdt in dat er voldoende capaciteit aanwezig is en de onderwijsportefeuille kwalitatief op orde is. Dit IHP is nodig voor het voortzetten van de technisch noodzakelijke vervanging van onderwijshuisvesting en het huisvesten van de bovengemiddelde groei van het aantal leerlingen. In het bijzonder in het basisonderwijs en het gespecialiseerd onderwijs. Dit is het gevolg van stadsontwikkeling en thuisnabij onderwijs. Rekening houdend met de toekomstige stadsontwikkeling in deze planperiode (een toename van ca. 3.700 woningen in de wijken centrum, oost, zuidoost, zuidwest en noordwest) wordt een verdere stijging verwacht van het aantal leerlingen, respectievelijk 9,3% in het basisonderwijs en 33% in het gespecialiseerd onderwijs. Ook het aantal jongeren in het voortgezet onderwijs zal hierdoor gaan toenemen. Deze toename kan naar verwachting worden opgevangen in de huisvesting die hiervoor beschikbaar is.
We sluiten in dit IHP voor de rechtmatige uitvoering van de zorgplicht ook aan op de meest actuele verordening modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs (2020) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de voorliggende wetswijziging Planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting. Met meer ruimte voor gespecialiseerd onderwijs, meer pleinruimte voor grote scholen en een efficiënte programmatische aanpak van de uitvoeringsopgave. 1.2 Met inclusieve kind- en jeugdcentra kan ieder kind, met of zonder ondersteuningsbehoefte, dichtbij huis naar school Dit IHP faciliteert met wijkgebonden en wijkoverstijgende inclusieve kindcentra de transformatie naar inclusief onderwijs 2035 met de realisatie van inclusieve kindcentra. In het landelijke beleidskader Met elkaar voor alle kinderen en jongeren is door de Rijksoverheid de ambitie voor inclusief onderwijs in 2035 beschreven. Het beleidskader is een uitwerking van het VN-Verdrag Handicap (2016), het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) en de Verklaring van Salamanca (1994), die de overheid verplicht zich in te spannen voor inclusief onderwijs en ervoor te zorgen dat alle kinderen welkom zijn binnen het reguliere onderwijs. Waar het vorige IKC-beleid zich primair richtte op kinderen van 0–12 jaar, wordt in dit IHP de doelgroep verruimd tot 18 jaar.
Met de onderwijsorganisaties voor voortgezet onderwijs wordt een vertaalslag gemaakt van inclusieve kindcentra naar inclusieve jeugdcentra voor kinderen ter voorbereiding op de huisvestingsopgave van het voortgezet onderwijs. Het vigerende IKC-beleid 2020-2024 vervalt hiermee. Zo ontstaat ruimte voor een wijkgerichte, bredere pedagogische en maatschappelijke benadering, waarin ook jongeren in het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs worden meegenomen in de ontwikkeling van integrale voorzieningen. In sommige gevallen krijgt een locatie een bredere wijkfunctie, bijvoorbeeld door toevoeging van voorzieningen van Veens Welzijn, sport, jeugdgezondheid of andere maatschappelijke partners. Hierdoor ontstaat een
4 van 10
Raadsvoorstel: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-2042 Dossiernummer: 966
multifunctionele voorziening die niet alleen onderwijs en opvang biedt, maar ook bijdraagt aan leefbaarheid en sociale cohesie in de wijk. 1.3 Door schoolpleinen in te richten als BOSS-plekken creëren we veilige, groene ontmoetingsplekken waar kinderen kunnen bewegen, spelen en sporten. De uitvoering van het IHP draagt zorg voor het omvormen van schoolpleinen tot BOSS-plekken. 1.4 Duurzaam en circulair bouwen conform doelstelling De uitvoering van het IHP draagt bij aan het behalen van de gemeentelijke doelstellingen voor duurzaam en circulair bouwen en volgt hiervoor de sectorale duurzame routekaart. Financieel uitvoerbaar uitvoeringsplan 2.1 Het IHP is gebaseerd op realistisch gebenchmarkte kosten zodat we uitgaan van haalbare en verantwoorde investeringen. Dit IHP is gebaseerd op realistisch gebenchmarkte stichtingskosten voor primair en gespecialiseerd onderwijs. Specifieke locatie gebonden kosten, zoals kosten voor de inrichting van de openbare ruimte, worden, in lijn van het huidige IHP, ten laste gebracht van inkomsten van verkoop van vastgoed, via de Algemeen reserve. 2.2 Total Cost of Ownership (TCO) Als onderdeel van dit IHP wordt gestuurd op het beheersbaar houden van het totaal van het kosten voor investering en exploitatie van het vastgoed.
De financiële belangen van de gemeente, de onderwijsorganisaties en andere betrokken kindpartners worden samengebracht in een TCOberekening op basis waarvan demarcatieafspraken worden gemaakt over bijdragen in investering en exploitatie in lijn van ieders verantwoordelijkheid ten aanzien van onderwijshuisvesting. Waarbij onderwijsorganisaties onder voorwaarden aanvullend mogen investeren in extra verduurzaming, onderwijsvernieuwing en verlaging van exploitatiekosten. Daarbij worden ook subsidiemogelijkheden benut zoals de subsidies DUMAVA en POHV. Kindpartners, zoals kinderopvangorganisaties, waarvoor exclusieve ruimte wordt gefaciliteerd, investeren zelf of betalen een kostprijsdekkende huur. 2.3 De gemeenteraad maakt bij de vaststelling van de kadernota en de programmabegroting een integrale afweging over de toekenning van middelen voor onderwijshuisvesting. Op dit moment zijn de kapitaallasten voor onderwijshuisvesting relatief laag omdat veel oude schoolgebouwen grotendeels zijn afgeschreven.
Door de groeiende bouwopgave in dit IHP zullen de kapitaallasten gaan toenemen, Tijdens de uitvoering van het programma kan er sprake zijn van financiële bijdragen vanuit onderwijsorganisaties en kindpartners, huurinkomsten, subsidies, zoals de subsidies Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA) en het Programma Onderwijshuisvesting (POHV), grondexploitaties of vrijvallende (deel)locaties. Deze financiële bijdragen worden per project inzichtelijk gemaakt als onderdeel van de TCO-berekening. Tot slot leidt de specifieke groei van leerlingen die onderwijs krijgen in de gemeente tot extra inkomsten uit het gemeentefonds (groeifinanciering). De exacte omvang hiervan is onzeker omdat deze samenhangt met de omvang van het Gemeentefonds. Dit zijn ongelabelde inkomsten die onderdeel uitmaakt van de algemene middelen. Desgewenst kan overwogen worden deze in te zetten als dekking voor de stijgende kapitaallasten. Dit IHP vormt het beleidsmatig en programmatisch kader voor de uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. De investeringslasten worden gefaseerd opgenomen in het meerjareninvesteringsplan om te beginnen met de investeringen benodigd in 2026-2029, onderdeel
5 van 10
Raadsvoorstel: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-2042 Dossiernummer: 966
van fase 1 van het IHP. Vrijval van middelen voor onderwijshuisvesting maken integraal onderdeel uit van de dekking van het meerjareninvesteringsplan. De mogelijke groeifinanciering voor onderwijshuisvesting kan desgewenst ingezet worden ter dekking van de kapitaallasten. De gemeenteraad maakt bij de vaststelling van de kadernota en de programmabegroting een integrale afweging voor de toekenning van middelen. Programmatische aanpak 3.1 Een programmatische aanpak is nodig voor een effectieve en efficiënte uitvoering Het realiseren van de huisvestingsopgave is complex en vergt veel tijd en geld. Vertraging in de uitvoering van de zorgplicht is onwenselijk en zet het onderwijs onder druk. De beschikbare middelen zijn schaars. Een programmatische aanpak is gewenst om effectiever en efficiënter tot vernieuwing van onderwijshuisvesting te komen. Door kwaliteit en processen te standaardiseren (Kwaliteitskader Huisvesting Ruimte-OK), renovatie en modulair bouwen toe te passen, financiële middelen (TCOberekening) en projecten te clusteren en slim in te kopen. Met dit IHP wordt de programmatische aanpak in lijn van het landelijke Innovatieprogramma onderwijshuisvesting (IPOHV) de standaard werkwijze.
Alternatieven Geen IHP vaststellen Dit zou betekenen dat de gemeente geen actueel beleidskader heeft voor onderwijshuisvesting. Het gevolg hiervan is dat wordt teruggevallen op de uitvoering van het huidige IHP: - IKC Dragonder Noord (Basisschool Het Erf) - IKC Dragonder Zuid (Basisschool Balans en het ’t Speelkwartier) - IKC Spits + gymzaal (Speciaal (basis) onderwijs Van Leersumschool en de Windroos + basisschool De Plantage) - IKC Engelenburg (Basisschool De Vlieger en De Bron) Dit is tegen de wens van betrokken scholen in IKC Spits en IKC Engelenburg. De Plantage wil haar huidige gebouw renoveren. Tamim wil daarvoor in de plaats inclusief basisonderwijs gaan aanbieden in IKC Spits. Waarmee een deel van het groeiprobleem in de wijk Oost kan worden opgelost. Basisschool de Vlieger wil graag samengevoegd worden met haar nevenvestiging Pimpelmees. Basisschool de Bron wil haar nevenvestiging in Fuikenweide graag verplaatsen naar de nieuwe wijk Ambacht voor een betere spreiding van het onderwijsaanbod. Daarbij kan volgend jaar niet aan de gemeentelijke zorgplicht worden voldaan voor het opvangen van de groei van Al Amana en de wijk Oost. Al Amana moet als onderdeel van de stichtingsprocedure in 2030 de stichtingsnorm behalen wat hierdoor onder grote druk komt te staan. De groei van VSO De Blink wordt op dit moment tijdelijk opgevangen.
Binnen de planperiode van fase 1 moet worden voorzien in nieuwe permanente huisvesting. Deze situatie leidt tot adhoc besluitvorming en het risico op inefficiënte investeringen. Vertragen van de planning Fase 1 van het IHP omvat de hoogste investeringskosten. De investeringen bestaan uit reeds vastgestelde planvorming op basis van het huidige IHP vermeerderd met de groeiopgave van het gespecialiseerd en basisonderwijs. De uitvoering van het huidige IHP heeft al een vertraging opgelopen. Geen van de bovengenoemde projecten kan nog verder vertraagd worden. IKC Dragonder Noord is onlangs aanbesteed. Verdere vertraging van IKC Dragonder Zuid en IKC Spits leidt tot nog
6 van 10
Raadsvoorstel: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-2042 Dossiernummer: 966
grotere groeiproblematiek in de wijk Oost. Waardoor de gemeente niet aan haar zorgplicht voldoet. Ook moet worden voorzien in de opvang van groei van Al Amana en VSO De Blink. Ook uitstel van fase 2 en 3 zal leiden tot frictie bij de uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting ten gevolge van technisch noodzakelijke vervanging van groei.
Kanttekeningen 1.1 Al Amana Onderwijsorganisatie Al Amana is van mening dat de nieuwe school, vanaf het moment van stichting, een eigen gebouw had moeten hebben waarin de school naar de stichtingsnorm kan groeien. En kan zich om die reden niet vinden in het IHP. Een dergelijke omvangrijke locatie is op korte termijn niet voorhanden. Op dit moment is Al Amana gehuisvest in een deel van de Dr. Steenblokschool en kan de school volgens stichtingsprognose groeien in ruimte bij TOV of de Rehobothschool. In dit IHP wordt in lijn van de huisvestingsbehoefte van Al Amana toegewerkt naar volledige huisvesting van de school in de Dr. Steenblokschool. De Dr. Steenblokschool verleent hier medewerking aan. Het huisvestingsplan voor Al Amana is erop gericht om de school, tot verplaatsing van de Dr. Steenblokschool, zo snel als mogelijk te gaan huisvesten in combinatie met het schoolgebouw aan de Tweespan. Hier kan de school de stichtingsnorm behalen in afwachting van de geplande permanente huisvesting in de Dr. Steenblokschool in fase 2 van het IHP. Op deze manier is Al Amana in deze IHPperiode gehuisvest binnen de uitgangspunten van de verordening, in niet meer dan twee locaties. 1.2 Groei afhankelijk voortgang stadsontwikkeling De snelheid van de groeiopgave in het IHP is afhankelijk van de voortgang van de stadsontwikkeling. De leerling prognoses worden daarom om het jaar geactualiseerd.
Stedenbouwkundige ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de bouwopgave en de planning in het IHP. De consequenties hiervan worden in beeld gebracht van verwerkt in de actualisatie van het IHP. 1.3 Geen investeringen in kleinere scholen > 150 leerlingen In dit IHP wordt niet meer geïnvesteerd in enkelvoudige kleine scholen (> 150 leerlingen) omdat deze niet toekomstbestendig zijn. 1.4 Kostprijs Tijdens de looptijd van het IHP kunnen verschillende factoren invloed hebben op de benodigde gemeentelijke middelen. Denk hierbij aan planprocedures, planwijzigingen, leveringsproblemen, rentewijzigingen, stijgende of dalende bouwkosten, beschikbare subsidies, wetswijzigingen, of aanpassingen in de plannen waarop het IHP is gebaseerd. De effecten hiervan worden met de periodieke monitoring inzichtelijk gemaakt en waar nodig voorgelegd ter besluitvorming. 1.5 Circulaire restwaarde In het IHP wordt rekening gehouden met een beperkte circulaire restwaarde. De daadwerkelijke restwaarde wordt berekend op basis van het gerealiseerde project en conform de nota afschrijving en waardering verwerkt bij activatie van de daadwerkelijke kosten. 1.6 Omvangrijke investering Het IHP heeft een omvangrijke financiële impact op de begroting en de meerjarenraming. In de programmabegroting 2025 zijn de lasten van onderwijshuisvesting begroot op 5,2 mln euro.
De investeringen benodigd in de periode van 2026 tot en met 2029 (onderdeel van IHP Fase 1), leiden tot
7 van 10
Raadsvoorstel: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-2042 Dossiernummer: 966
een stijging van lasten naar 5,7 mln euro in 2029. Na 2029 stijgen de lasten verder door. De financiële effecten van fase 1 en 2 in de periode 2030-2035 maken onderdeel uit van de weergave van de financiële positie 2030 – 2035 in de programmabegroting. De kapitaalslasten maken onderdeel uit van het totale begrotingstekort wat in deze periode ontstaat. De stijging van de kapitaallasten in deze periode worden voornamelijk veroorzaakt door de afronding van het huidige IHP in fase 1 in combinatie met de groeiende ruimtebehoefte. De financiële effecten van de investeringen in fase 2 en 3 zijn gematigder dan fase 1, mede ten gevolge van de keuze om onderwijshuisvesting geschikt te maken door middel van renovatie.
Participatie Bij de totstandkoming van het IHP hebben schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs actief meegedacht. De raad is betrokken via consultaties in verschillende fases van het proces. Dit IHP is in nauwe samenwerking tussen de gemeente, de onderwijsorganisaties, de kinderopvangorganisaties en de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs opgesteld en heeft zodoende een breed draagvlak. Alle partijen zien de urgentie en de noodzaak van een gezamenlijke gedragen programma te komen . Het IHP is ook door de gemeente en de onderwijsorganisaties voor feedback voorgelegd aan Ruimte OK, de onafhankelijke, uitvoerende kennisorganisatie voor scholen en gemeenten als het gaat om de financiering en huisvesting van het onderwijs. Het advies was positief en opbouwend. Geadviseerd werd om de verduurzaming meer aandacht te geven in de rapportage. Dit is verwerkt in het eindresultaat.
Wat betekent dit besluit voor inwoners? Voor kinderen en medewerkers betekent dit besluit dat zij kunnen leren en werken in moderne, toegankelijke en duurzame kindcentra. Kinderen kunnen thuisnabij naar school. Voor inwoners ontstaan er veilige en groene ontmoetingsplekken in de wijk. Tegelijkertijd kan de groei op bestaande locaties leiden tot meer drukte. Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met geluid- en verkeersnormen en worden veilige schoolomgevingen gerealiseerd.
Aanpak, uitvoering, evaluatie De uitvoering van het IHP start met de inrichting van een programmateam die de uitvoering van fase 1 van de uitvoeringsagenda voor de periode 2025–2030 tot uitvoering gaat brengen. Het college monitort de uitvoering periodiek en rapporteert hierover in lijn van de P&C cyclus aan de raad. Het IHP wordt elke vier jaar geëvalueerd en geactualiseerd.
Communicatie over dit besluit Inwoners, medewerkers en ouders worden geïnformeerd via de gemeentelijke communicatiekanalen en de betrokken organisaties. Het IHP wordt ook gepubliceerd op de gemeentelijke website.
8 van 10
Raadsvoorstel: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-2042 Dossiernummer: 966
Kosten, baten, dekking De totale gemeentelijke investeringskosten voor onderwijshuisvesting het IHP 2026-2042 zijn geraamd op 125 mln euro excl. ruimte voor kinderopvang, bijkomende locatie gebonden kosten en incl. BTW. Het uitgangspunt is dat de investeringslasten voor ruimte voor kinderopvang worden gedekt door middel van investeringsbijdragen of kostprijsdekkende huur door de kinderopvangorganisatie. De locatiegebonden kosten worden in lijn van het huidige IHP ten laste gebracht van de algemene reserve. In deze raming is ook nog geen rekening gehouden met eventuele opbrengsten uit subsidies, verkoop van vastgoed of grondexploitaties. Concreet is momenteel sprake van twee subsidieaanvragen voor IKC Joh. Calvijnschool en IKC Spits in het kader van het Programma Onderwijshuisvesting, ca. 0,5 mln per project. De raming is verder gebaseerd op de gebenchmarkte stichtingskosten voor onderwijshuisvesting voor primair en gespecialiseerd onderwijs. Rekening houdend met een oplopende efficiëntieverbetering door programmatisch werken (gefaseerd oplopend naar 5-10%) minimale circulaire restwaarde (oplopend van 5-10% volgens de landelijke rekensystematiek van IPOHV). De daadwerkelijke restwaarde van het gebouw wordt voor oplevering berekend conform de nota afschrijving en waardering en in de kapitaallasten verrekend.
Er is in deze raming op voorhand geen rekening gehouden met prijsstijging. Prijsstijging wordt tijdens de uitvoering geactualiseerd. In de raming is wel rekening gehouden met een rekenrente van 3%. Hieronder volgt een gespecificeerd overzicht van de jaarlijkse kapitaallasten. Fase
1
2
Jaar
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
Kap.
0
288
969
957
3.148
3.379
3.610
4.294
4.565
4.598
Jaar
2036
2037
2038
2039
2040
2041
2042
Kap. last
4.788
4.726
5.630
5.556
5.483
5.625
5.548
last Fase
3
De vrijval van de bestaande kapitaallasten, zoals verwerkt in de programmabegroting, loopt gefaseerd op naar ca. 1 mln euro in fase 1, ca. 1,5 mln in fase 2 en ca. 1,7 mln in fase 3. De vrijval van de kapitaallasten maakt in de programmabegroting integraal onderdeel uit van de dekking van het meerjareninvesteringsplan. In 2025 zijn de lasten van onderwijshuisvesting begroot op 5,2 mln euro. De investeringen benodigd in de periode van 2026 tot en met 2029 (onderdeel van IHP Fase 1), leiden tot een stijging van lasten naar 5,7 mln euro. Na 2029 stijgen de lasten verder door. De financiële effecten van fase 1 en 2 in de periode 2030-2035 maken onderdeel uit van de weergave van de financiële positie 2030 – 2035 in de programmabegroting. De kapitaalslasten maken onderdeel uit van het totale begrotingstekort wat in deze periode ontstaat. De stijging van de kapitaallasten in deze periode worden voornamelijk veroorzaakt door de afronding van het huidige IHP in fase 1 in combinatie met de groeiende ruimtebehoefte. De financiële effecten van de investeringen in fase 2 en 3 zijn gematigder dan fase 1,
9 van 10
Raadsvoorstel: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-2042 Dossiernummer: 966
De ongelabelde groeifinanciering voor onderwijshuisvesting maakt onderdeel uit van de algemene middelen. Desgewenst kan overwogen worden deze in te zetten als dekking voor de stijgende kapitaallasten. College van burgemeester en wethouders,
Sjoukje Deelstra secretaris
Gert-Jan Kats burgemeester
Bijlagen 1. “Ruimte om te groeien!” Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Veenendaal 2025-2042 a. Factsheets gebouwen b. Analyse bewegingsonderwijs
10 van 10