1. GR ODU, zienswijze ontwerpbegroting ODU 2026 en ontwerp bijdrageverordening ODU - Raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raad Zaaknummer Datum Onderwerp
Programma
Inlichtingen bij Telefoonnummer
25 september 2025 2251878 7 juli 2025 Treffen van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU) en zienswijze ontwerpbegroting 2026 ODU (inclusief kadernota) en ontwerp bijdrageverordening ODU Gemeenschappelijke Regeling
Team
Team Leefbaarheid en Veiligheid
Audry Burer +31318538722
E-mailadres
Aan de leden van de raad, Beslispunten 1. Toestemming aan het college te geven tot het treffen van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht (GR ODU), overeenkomstig bijgevoegde concept gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht. 2. Een zienswijze in te dienen op de Ontwerpbegroting Omgevingsdienst Utrecht (inclusief kadernota) 2026 en Ontwerpbijdrageverordening Omgevingsdienst Utrecht, conform bijgevoegde concept zienswijze. 3. De financiële consequenties vanaf 2026 van € 80.385,- structureel te verwerken in de Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029. Waarom naar de raad? Op grond van artikel 51, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is het college bevoegd tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling, mits vooraf toestemming is verkregen van de gemeenteraad. De raad wordt voorgesteld expliciet toestemming te verlenen aan het college om de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU) te treffen, overeenkomstig de bijgevoegde conceptregeling. De gemeenteraad is bovendien bevoegd een zienswijze te geven op de ontwerpbegroting 2026 (inclusief kadernota) en de ontwerpbijdrageverordening van de ODU. Met dit raadsvoorstel wordt tevens beoogd de daarvoor benodigde zienswijze vast te stellen.
Inleiding Op 17 oktober 2024 heeft het algemeen bestuur RUD Utrecht en algemeen bestuur ODRU ingestemd met de ontwerp gemeenschappelijke regeling om te komen tot de oprichting van één Omgevingsdienst Utrecht.
Raadsvoorstel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht en zienswijze begroting 2026 ODU (inclusief kadernota), zaaknummer 2251878
Na deze besluitvorming heeft de stuurgroep ‘Naar één Omgevingsdienst Utrecht’ dit ontwerp aan de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie gezonden met het verzoek om hier uiterlijk 3 maart 2025 op te reageren. Deze zienswijze is op 20 februari 2025 door de gemeenteraad vastgesteld en 27 februari 2025 aan de stuurgroep ‘Naar één Omgevingsdienst Utrecht’ gezonden. Vrijwel alle raden hebben een zienswijze gegeven op de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODU. Deze zijn inmiddels beoordeeld door het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht. Uit de zienswijzen bleek dat er brede steun is voor de voorgestelde gemeenschappelijke regeling. Op basis van de zienswijzen is de ontwerpregeling op enkele punten aangepast en op 18 april 2025 vastgesteld door het gezamenlijk algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht. Op 22 april 2025 heeft het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht het voorstel tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling ODU aan de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie gezonden. In deze brief is ook de reactie op de door gemeente Veenendaal ingediende zienswijze opgenomen, ook bevat deze brief een uitleg op de aanpassingen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODU. Het college is bevoegd tot het nemen van een definitief besluit tot het treffen van een regeling.
Op basis hiervan vraagt het college via een raadsvoorstel eerst toestemming aan de raad. De raad kan deze toestemming slechts weigeren op grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Bovendien kan de raad géén voorwaarden aan de toestemming verbinden. Het college gaat niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraad. Op basis van dit raadsbesluit besluit het college definitief over het treffen van de gemeenschappelijke regeling. De uiterste termijn hiervoor loopt tot en met 8 oktober 2025. Op 11 juli 2025 heeft het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht ingestemd met de ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) en de ontwerp-bijdrageverordening ODU. Op 14 juli 2025 heeft het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) en de ontwerp bijdrageverordening ODU aan de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie gezonden. De gemeenteraad kan hierop haar zienswijze geven. De termijn voor het geven van deze zienswijze loopt tot en met 17 oktober 2025. De ontwerpbegroting 2026 (inclusief kadernota) en bijdrageverordening samengevat De bijdrageverordening regelt de wijze van financiering van de ODU (wie, wat wanneer betaalt). De gemeentelijke bijdrage bestaat uit meerdere componenten: de vaste bijdrage, de variabele bijdrage en aanvullende opdrachten.
(zie verder onder Kosten, baten, dekking) Samenvatting Het college is voornemens deel te nemen aan de nieuwe, nog op te richten, Omgevingsdienst in Utrecht. Zij vraagt daarom de gemeenteraad om toestemming tot deelname aan de nog op te richten Omgevingsdienst Utrecht door het treffen van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht. Ook wordt de raad voorgesteld een (positieve) zienswijze te geven op de ontwerpbegroting 2026 en de ontwerpbijdrageverordening van de Omgevingsdienst Utrecht. Beoogd resultaat Het deelnemen van de gemeente Veenendaal aan de nieuwe, nog op te richten, Omgevingsdienst Utrecht: een robuuste organisatie die vanuit kennis en samenwerking inspeelt op maatschappelijke opgaven. De ontwerpbegroting en bijdrageverordening onderbouwen de gemeentelijke bijdrage en geven richting aan kwaliteit, innovatie en een doelmatige uitvoering van wettelijke taken.
Raadsvoorstel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht en zienswijze begroting 2026 ODU (inclusief kadernota), zaaknummer 2251878
Proceshistorie Gemeenschappelijke regeling - 17 oktober 2024: algemene besturen RUD Utrecht en ODRU hebben ingestemd met de ontwerp gemeenschappelijke regeling om te komen tot de oprichting van één Omgevingsdienst Utrecht. - 20 februari 2025: gemeenteraad heeft een zienswijze op de ontwerp gemeenschappelijke regeling vastgesteld. - 18 april 2025: de ontwerpregeling is op basis van de zienswijzen op enkele punten aangepast en op 22 april 2025 naar alle deelnemende gemeenten en provincie gezonden. - nadat de raad toestemming heeft gegeven besluit het college definitief over het treffen van de gemeenschappelijke regeling. De uiterste termijn hiervoor loopt tot en met 8 oktober 2025 Ontwerpbegroting en ontwerpbijdrageverordening - 11 juli 2025: algemene besturen RUD Utrecht en ODRU hebben ingestemd met de ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota) en de ontwerpbijdrageverordening en deze op 14 juli 2025 naar deelnemende gemeenten en provincie gezonden. - de termijn voor het geven van een zienswijze loopt tot en met 17 oktober 2025 Argumenten 1.1 Er is brede steun voor de voorgestelde GR-ODU. De deelnemende gemeenten en provincie Utrecht hebben in hun zienswijzen brede steun en betrokkenheid uitgesproken naar het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht. 1.2 Het college heeft een inhoudelijke reactie ontvangen op de zienswijze van de raad.
Het college heeft een zienswijze op de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODU ingediend. De reactie op deze zienswijze (bijlage 3) komt tegemoet aan het verzoek om tijdig inzicht te krijgen in de financiële gevolgen van de fusie voor de gemeente. Het proces en de planning zijn zodanig aangepast dat het college nu inclusief de financiële consequenties aan de raad kan adviseren om toestemming te verlenen tot het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. 1.3 De definitieve gemeenschappelijke regeling is aangepast naar aanleiding van de zienswijzen van twee gemeenten De gemeenten Bunnik en De Bilt hebben opmerkingen geplaatst die tot tekstuele aanpassingen hebben geleid van de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODU. De aangepaste gemeenschappelijke regeling is opgenomen in bijlage 3: Concept GR ODU. De onderbouwing van de wijziging ten opzichte van de ontwerp gemeenschappelijke regeling is opgenomen in bijlage 5: Voorstel aanpassing artikelen ontwerp-GR. 1.4 Het college gaat niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraad. Het college is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegd een besluit te nemen over het treffen van een regeling. Voorafgaand aan dat besluit is wel toestemming nodig van de gemeenteraad. De raad kan deze toestemming weigeren op grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang.
Bovendien kan de raad geen voorwaarden aan de toestemming verbinden. 2.1 De raad heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting (inclusief kadernota) 2026 en ontwerpbijdrageverordening van de Omgevingsdienst Utrecht.
Raadsvoorstel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht en zienswijze begroting 2026 ODU (inclusief kadernota), zaaknummer 2251878
De basis voor de ontwerpbegroting (inclusief kadernota) 2026 en de ontwerpbijdrageverordening zijn de bestuurlijke afspraken zoals deze zijn verwoord in het Richtingsplan. De ontwerpbegroting 2026 en de bijdrageverordening zijn zorgvuldig tot stand gekomen. Met de twee voorliggende producten (verordening en ontwerpbegroting) is de vaste formatie van de nieuwe Omgevingsdienst bekend. Verder is tegemoetgekomen aan de wens van de gemeenten voor een soepele regeling bij beperkte afname uren. 2.2. De ontwerp gemeenschappelijke regeling ODU en de ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) geven aanleiding tot het geven van een zienswijze. In de zienswijze komen we terug op een aantal aandachtspunten die nog steeds relevant zijn zoals het ontbreken van de risico’s de komende 5 jaar, het formuleren van indicatoren op resultaat/meerwaarde ODU, de efficiency op termijn, de evenredige samenstelling van het Dagelijks Bestuur en het verschaffen van inzicht hoe er geëvalueerd wordt. 3.1 De totale structurele bijdrage (vaste + variabele) neemt toe ten opzichte van de huidige situatie De structurele bijdrage aan de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht neemt in 2026 en de jaren daarna met maximaal 3,9% toe.
Voor de gemeente Veenendaal is deze verhoging noodzakelijk vanwege de invoering van een nieuwe, outputgerichte financieringssystematiek én het toevoegen van nieuwe structurele lasten (circa €1 miljoen op totaalniveau) binnen de ODU-begroting 2026. Deze lasten hangen samen met de uitvoering van robuustheidscriteria, de inrichting van gezamenlijke voorzieningen en de versterking van de vaste formatie. De robuustheidscriteria zijn gericht op het waarborgen van kwaliteit, innovatievermogen, kennisontwikkeling en risicobeheersing, en vergen substantiële investeringen. Daarnaast is sprake van een verbreding van het takenpakket dat centraal bij de ODU wordt belegd, waaronder integrale advisering, kwaliteitsborging en inzet op bovenlokale opgaven. De verhoging is verder gebaseerd op een herijking van het aantal gegarandeerde uren in de meerjarige dienstverleningsovereenkomst en bijbehorende financiële consequenties. Door nu structureel bij te dragen aan een toekomstbestendige organisatie, wordt voorkomen dat op termijn aanvullende en mogelijk hogere bijdragen nodig zijn voor capaciteitsuitbreiding of inhuur. Bovenop de afgesproken gegarandeerde DVO-uren is de mogelijkheid om tegen een uurtarief van € 105,00 aanvullende opdrachten te verlenen tot een maximum van 10% van de DVO. Door niet het gehele UVP 2025 in de DVO te laten landen, wordt maximaal gebruik gemaakt van dit voordeel.
Belangrijk is om voldoende ruimte te behouden voor aanvullende opdrachten zonder risico te lopen op forse naheffing op de vaste bijdrage. Alternatieven 1.1 In principe is er geen realistisch alternatief Vanaf 1 januari 2026 is er binnen de provincie Utrecht nog maar één bevoegde omgevingsdienst: de ODU. Wettelijke milieutaken moeten verplicht worden ondergebracht bij een omgevingsdienst binnen de eigen provincie. Deelname aan de GR ODU is daarmee feitelijk noodzakelijk. Indien de gemeente niet toetreedt, ontbreekt een wettelijke uitvoeringsstructuur. Kanttekeningen 2.1 De gemeenschappelijke regeling RUD en de gemeenschappelijke regeling ODRU blijven in verband met een zorgvuldige liquidatie voorlopig nog naast de gemeenschappelijke regeling ODU bestaan. Dit betekent onder andere dat - naast de nieuwe structuur van de gemeenschappelijke regeling ODU er een dagelijks bestuur en een algemeen bestuur nodig zullen zijn. Vanuit de gemeenschappelijke
Raadsvoorstel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht en zienswijze begroting 2026 ODU (inclusief kadernota), zaaknummer 2251878
regeling RUD en de gemeenschappelijke regeling ODRU worden per 1 januari 2026 géén inhoudelijke (VTH) taken meer uitgevoerd. 2.2 In het najaar volgt een liquidatieplan voor de ODRU. Als gevolg van de oprichting van de nieuwe gemeenschappelijke regeling ODU worden de ODRU en RUD geliquideerd. Op basis van een eerste financiële QuickScan (SWOT-analyse) zijn de risico’s en financiële gevolgen beperkt en incidenteel. Eventuele lasten worden gedragen door de oorspronkelijke deelnemers. Het liquidatieplan wordt ter zienswijze aangeboden aan de betrokken raden. 2.3 De gemeentelijke financiële bijdrage staat voor de aankomende twee jaar vast. De gemeentelijke bijdrage voor 2026 en 2027 is vooraf vastgesteld en maakt onderdeel uit van een stabiel meerjarig financieel kader. De stijging van maximaal 3,9% in 2026 is hierin verwerkt. Na deze periode kunnen bijdragen opnieuw worden aangepast, afhankelijk van ontwikkelingen, afname van taken of gewijzigde afspraken. 2.4
Bij niet voorziene grote ontwikkelingen en/of milieucalamiteiten kan de bijdrage hoger uitvallen. Bij uitzonderlijke ontwikkelingen, zoals milieucalamiteiten of overschrijding van het afgesproken aantal DVO-uren met meer dan 10%, kan een herrekening van de vaste bijdrage noodzakelijk zijn. Door monitoring en zo mogelijk prioritering wordt dit risico actief beheerst. Participatie Ook voor de fase van ‘inrichting van de ODU’ is een programmaorganisatie ingericht met een programmateam en stuurgroep. Gemeenten en provincie nemen deel aan verschillende werkgroepen om samen met de projectorganisatie en vraagstukken voor de inrichting te bespreken en stukken op te stellen (Uitvoeringsprogramma, Financieringssystematiek, Governance, Begroting 2026, Informatielandschap, Juridisch). Terugkoppeling naar alle regievoerders vindt regelmatig plaats waarbij er voldoende ruimte is voor reactie. Raadsleden en raadsrapporteurs worden op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen via het platform raadsrapporteurs in Utrecht en met een nieuwsbrief van de Programmaorganisatie. Ook in het bestuurlijk besluitvormingsproces wordt samengewerkt met de betrokken regievoerders. Zowel in de voorbereiding op de bestuursvergadering van het Algemeen Bestuur ODRU en RUD (gezamenlijke annotatie).
Wat betekent dit besluit voor inwoners? De vorming van één omgevingsdienst levert voordelen voor inwoners als deelnemers en zekerheid voor de kwaliteit in de uitvoering van het werk aan een betere kwaliteit van de leefomgeving in de provincie Utrecht. Aanpak / uitvoering Na besluit van de raad zal de zienswijze worden verzonden. Na instemming van de raad zal het college definitief besluiten over het treffen van de Gemeenschappelijke Regeling ODU. De uiterste datum hiervoor is 8 oktober 2025. De programma organisatie ontvangt het getekende collegebesluit waarna het vervolgtraject tot oprichting van de gemeenschappelijke regeling ODU verder kan worden doorlopen. De gemeenschappelijke regeling ODU komt tot stand nadat alle in de ODRU en RUD Utrecht deelnemende colleges hebben ingestemd met het treffen van de regeling. De tekst van de regeling wordt bekendgemaakt in het provincieblad Utrecht. Het provinciebestuur zorg dat de gewijzigde tekst wordt gepubliceerd bij de decentrale regelgeving op overheid.nl. De dag na de bekendmaking in het Provincieblad treedt de regeling ODU in werking. Na de inwerkingtreding van de
Raadsvoorstel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht en zienswijze begroting 2026 ODU (inclusief kadernota), zaaknummer 2251878
GR ODU worden de benodigde inschrijvingen bij de kamer van koophandel, Belastingdienst, UWV, BNG, etc. worden gerealiseerd. Na de start van de Omgevingsdienst Utrecht per 1 januari 2026 zullen de colleges en raden/staten worden betrokken in het besluitvormingsproces om de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht en ODRU op te heffen. Communicatie over dit besluit Het college zal via reguliere momenten het besluit toelichten Evaluatie Niet van toepassing Kosten, baten, dekking In de ontwerpbegroting ODU is de gemeentelijke bijdrage aan de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht (ODU) voor 2026 vastgesteld op € 1.166.300 Rekening houdend met een verwachte indexering van 2,7 % (PBBP) is in onze meerjarenbegroting per 2026 € 1.085.915 beschikbaar. Voorgesteld wordt het tekort a € 80.385 structureel bij te ramen in onze gemeentelijke Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029. De verhoging van de bijdrage ten opzichte van de oorspronkelijke begroting kent drie verklaringen: Ten eerste is sprake van een prijsstijging, in lijn met de inflatie en de herijking van uurtarieven binnen de nieuwe organisatie. Ten tweede werkt de ODU vanaf 2026 met een vernieuwde bijdrageverordening, waarin een herverdeelsystematiek op basis van vaste en variabele componenten is geïntroduceerd.
Deze systematiek, waarbij de verdeling van taken en inzet per gemeente opnieuw is gewogen, leidt voor Veenendaal tot een toename van de structurele bijdrage ten opzichte van de eerdere situatie bij de ODRU. Ten derde is de inzet in uren in 2026 anders dan in het fusiejaar 2025. In dat jaar is sprake van een incidentele, tijdelijke opschaling vanwege de voorbereidingen op de fusie: extra capaciteit was nodig voor harmonisatie van processen, ICT-overgangen en implementatie van robuustheidscriteria. Deze taken zijn grotendeels eenmalig en maken geen deel uit van de reguliere uitvoeringspraktijk. De inzet in 2026 is juist representatief voor het structurele dienstverleningsniveau van de ODU. . De bijdrage aan de ODU voor 2026 (€ 1.166.300) ligt overigens lager dan de geraamde bijdrage aan de ODRU voor datzelfde jaar (€ 1.184.758). Hiermee wordt zichtbaar dat de vorming van de ODU ook financiële voordelen voor Veenendaal met zich meebrengt. De voorgestelde bijdrage is noodzakelijk om uitvoering te kunnen geven aan de robuustheidscriteria zoals afgesproken in de aanloop naar de fusie, waaronder een grotere vaste formatie, versterkte gezamenlijke informatievoorziening en meer ruimte voor innovatie.
De basis voor de gemeentelijke bijdrage blijft de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met gegarandeerde uren, aangevuld met de mogelijkheid tot aanvullende opdrachten tot maximaal 10% van het DVO-volume tegen het uniforme tarief van € 105 per uur. Deze flexibiliteit maakt het mogelijk om gericht op of af te schalen zonder dat dit leidt tot substantiële financiële bijstellingen achteraf. Vaste bijdrage De vaste bijdrage per deelnemer wordt vastgesteld naar rato van het totaal aantal af te nemen uren zoals dat in de meerjarige dienstverleningsovereenkomst (DVO) is opgenomen.
Raadsvoorstel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht en zienswijze begroting 2026 ODU (inclusief kadernota), zaaknummer 2251878
Variabele bijdrage De variabele bijdrage wordt vastgesteld op basis van het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma (UVP). De variabele bijdrage noemen we ‘variabel’ omdat deze bijdrage is gebaseerd op de inschatting van het aantal te af te nemen uren voor het volgende jaar. De definitieve bepaling van de variabele bijdrage vindt achteraf plaats via de eindafrekening. Aanvullende opdrachten Voor aanvullende opdrachten geldt een aanvullend uurtarief van €105. Wanneer het aantal afgenomen uren voor aanvullende opdrachten niet meer bedraagt dan 10% van het totaal aantal UVP uren, vindt géén herberekening van de vaste bijdrage per deelnemer plaats, boven de 10% is dat wel het geval. Projectmatige opdrachten zijn ook mogelijk. Voor projecten geldt een hoger uurtarief (opslag van 15% dan wel minimaal de verwachte inhuurkosten indien deze hoger zijn dan het reguliere uurtarief). De vaste formatie van de organisatie wordt grotendeels gebaseerd op de gegarandeerde uren. Daarmee weet de nieuwe Omgevingsdienst de omvang van haar structurele werkzaamheden. Voor de aanvullende uren/opdrachten geldt dat inhuur mogelijk is. Dat is wat uurtarief betreft een duurdere flexibele schil van de organisatie. De vaste bijdrage voor deelnemers is berekend op basis van de gegarandeerde uren zodat die kosten zijn toegerekend.
Facturatie De ODU factureert (net als de ODRU) per kwartaal een voorschot van de structurele bijdrage aan de gemeente. Verdeelsleutel bij een negatief exploitatiesaldo Wanneer er sprake is van een negatief exploitatiesaldo dan wordt dit saldo onttrokken aan de algemene reserve, tenzij het algemeen bestuur een andere resultaatverdeling vaststelt. Als het negatieve exploitatiesaldo niet kan worden opgevangen door de algemene reserve van de Omgevingsdienst, dan dragen de deelnemers bij naar rato. Wanneer een negatief exploitatiesaldo dreigt en wanneer dit effect zal hebben op de deelnemersbijdragen, informeert het dagelijks bestuur de deelnemers zo spoedig mogelijk na de constatering daarvan. Verdeelsleutel bij een positief exploitatiesaldo Wanner er sprake is van een positief exploitatiesaldo, dan wordt dit saldo toegevoegd aan de algemene reserve als weerstandsvermogen. Bereikt de algemene reserve een niveau van meer dan 7% van het totaal van de opbrengsten zoals opgenomen in de jaarrekening van het desbetreffende jaar, dan wordt het surplus terugbetaald aan de deelnemers.
Burgemeester en wethouders,
Sjoukje Deelstra secretaris
Gert-Jan Kats burgemeester
Bijlagen 1. Concept zienswijzebrief op ontwerpbegroting en ontwerpbijdrageverordening
Raadsvoorstel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht en zienswijze begroting 2026 ODU (inclusief kadernota), zaaknummer 2251878
2. 3. 4. 5. 6.
Concept GR ODU Beantwoording zienswijze gemeente Veenendaal op ontwerp-GR Omgevingsdienst Utrecht Voorstel aanpassing artikelen ontwerp-GR Ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota) Ontwerpbijdrageverordening ODU