1. Financiering doorontwikkeling DEVO - Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer
1350
Programma
Ambtenaar
Frederik Oudman
Datum college
Team
Programma's en Projecten
Datum Raad
1. Fysieke leefomgeving
Aan de leden van de raad,
Beslispunten 1. Geen wensen en bedenkingen te uiten tegen het voornemen van het college om: a. Een lening van maximaal € 10 miljoen te verstrekken aan DEVO B.V. ten behoeve van de herfinanciering van het warmtenet in Buurtstede en Veenderij voor de periode 30 juni 2026 tot en met 30 juni 2033. Het vaste rentepercentage bedraagt naar verwachting ongeveer 3,0% (van de rentestand op 30 juni 2026), dit is inclusief een risico-opslag van 0,3%. b. Een rekeningcourantfaciliteit van maximaal € 1,5 miljoen te verstrekken aan DEVO B.V. ten behoeve van de herfinanciering van het warmtenet in Buurtstede en Veenderij voor de periode 30 juni 2026 tot en met 30 juni 2033. Het variabel rentepercentage wordt gebaseerd op maandseuribor, met een opslag van 0,3%. 2. Ten behoeve van de financiering van Veenwarmte B.V. voor de periode 2025-2035 a. geen wensen en bedenkingen te uiten tegen het voornemen van het college om een gemeentelijke lening te verstrekken tot maximaal € 21,15 miljoen aan Veenwarmte B.V. b. geen wensen en bedenkingen te uiten tegen het voornemen van het college om, indien gewenst, als alternatief voor (een deel van) de financiering van Veenwarmte B.V. in plaats van een gemeentelijke lening, aan Veenwarmte B.V. een borgstelling te verstrekken tot maximaal 90% van € 21,15 miljoen en een achtergestelde lening tot maximaal 10% van € 21,15 miljoen. 3.
Ten behoeve van de financiering van activiteiten van DEVO Holding B.V. of één van haar dochterondernemingen in Het Ambacht voor de periode 2025-2035 a. geen wensen en bedenkingen te uiten tegen het voornemen van het college om een gemeentelijke lening te verstrekken tot maximaal € 26 miljoen aan DEVO Holding B.V. of één van haar dochterondernemingen in Het Ambacht b. geen wensen en bedenkingen te uiten tegen het voornemen van het college om, indien gewenst, als alternatief voor (een deel van) de financiering van DEVO Holding B.V. of één van haar dochterondernemingen in Het Ambacht in plaats van een gemeentelijke lening een borgstelling te verstrekken tot maximaal 90% van € 26 miljoen en een achtergestelde lening tot maximaal 10% van € 26 miljoen. 4. Ten behoeve van de financiering van activiteiten van DEVO Holding B.V. of één van haar dochterondernemingen in Het Ambacht, in het kader van het nemen van een regierol in het integrale energiesysteem in het Ambacht, wanneer door hen aangetoond dat er hiervoor een rendabele integrale businesscase is
#62609289v1
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
a. geen wensen en bedenkingen te uiten tegen het voornemen van het college om een gemeentelijke lening te verstrekken tot maximaal € 6,5 miljoen aan DEVO Holding B.V. of één van haar dochterondernemingen in Het Ambacht b. geen wensen en bedenkingen te uiten tegen het voornemen van het college om, indien gewenst, als alternatief voor (een deel van) de financiering van DEVO Holding B.V. of één van haar dochterondernemingen in Het Ambacht in plaats van een gemeentelijke lening een borgstelling te verstrekken tot maximaal 90% van € 6,5 miljoen en een achtergestelde lening tot maximaal 10% van € 6,5 miljoen. 5. Geen wensen en bedenkingen te uiten tegen het voornemen van het college om op middellange termijn in onderhandeling te treden met het nog op te richten Utrechts Warmte Ondersteuningsbedrijf (UWO) over deelname in DEVO Holding B.V. of één of meerdere dochterondernemingen van DEVO Holding B.V. 6. De geheimhouding op bijlage 2, bijlage 3 en bijlage 5 te heroverwegen omstreeks 31 december 2030
Waarom naar de raad? De raad is de afgelopen jaren meerdere malen geïnformeerd over ontwikkelingen die spelen bij DEVO Holding B.V. (DEVO). Op 30 mei 2024 heeft de raad aangegeven geen wensen en bedenkingen te hebben bij invulling van het publiek belang in Veense warmtenetten door DEVO. Daarbij is aangegeven dat er op den duur een extra financieringsbehoefte bij DEVO ontstaat door de rol van DEVO te verbreden: nieuwe ontwikkelingen vragen immers om nieuwe financiering. De doorontwikkeling van DEVO is nu in een fase waarbij het college aan DEVO de financiële middelen wil toezeggen om deze doorontwikkeling mogelijk te maken.
Inleiding Als gemeente staan we voor een grote opgave om de warmtevoorziening van Veenendaal te verduurzamen. Uiterlijk in 2050 moet de warmtevoorziening in Veenendaal fossielvrij zijn. Warmtenetten (ook wel genoemd: collectieve warmtesystemen) spelen een belangrijke rol bij het bereiken van die doelstellingen. Met name in dichtbebouwde buurten en wijken zijn warmtenetten vaak de warmteoplossing met de laagste maatschappelijke kosten 1. De Wet collectieve warmte (Wcw), waarvan de inwerkingtreding op 1 januari 2026 wordt verwacht en die is aangenomen door de Tweede Kamer en op moment van schrijven voor besluitvorming voorligt bij de Eerste Kamer, vraagt om publiek zeggenschap (meerderheidsaandeel) over deze warmtenetten. Dit houdt in dat warmtebedrijven die door de gemeente per warmtekavel worden aangewezen voor meer dan 50% in publieke handen moeten zijn, zodat de gemeente daadwerkelijk regie heeft in de warmtetransitie. De Wcw in combinatie met aanvullende instrumenten vanuit het Rijk (zoals de WIS 2-subsidie en nieuwe financierings- en vereveningsconstructies voor warmtenetten) moeten gaan zorgen voor een versnelde uitrol van warmtenetten. De gemeente Veenendaal heeft hierbij ten opzichte van andere gemeenten een voorsprong. Het (inmiddels) 100% gemeentelijke warmtebedrijf DEVO is in 2007 opgericht om op duurzame wijze de warmtevoorziening in Veenendaal-Oost te verzorgen.
In 2020 is besloten om ook voor het laatste deel van Veenendaal-Oost (Groenpoort) te kiezen voor een warmtenet, verzorgd door DEVO. In 2024 is warmtebedrijf Veenwarmte opgericht (voor 51% eigendom van DEVO en 49% in handen van Warmtebedrijf Veenendaal). Daarmee is ervoor gezorgd dat de plannen voor een nieuw warmtenet in 1 https://www.ebn.nl/feiten-en-cijfers/kennisbank/onderzoek-warmtenetten-aanzienlijk-goedkoper-dan-warmtepompen/ 2 De Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS)
2 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
de bestaande bouw van Veenendaal3 die in 2023 vanuit de markt naar voren werden gebracht, zouden passen onder het regime van de (toen nog in ontwikkeling zijnde) Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw). De plannen voor een nieuw warmtenet in de bestaande bouw zijn de afgelopen tijd verder uitgewerkt door Veenwarmte. In november 2024 is door Veenwarmte een subsidieaanvraag4 gedaan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor de realisatie van dit warmtenet. In mei 2025 hebben wij u geïnformeerd dat de aangevraagde subsidie van bijna € 10 miljoen is toegekend aan Veenwarmte. Een volgende stap is een definitief besluit over financiering van dit project. Aangezien de renovatieplanning van woningcorporatie Veenvesters gekoppeld is aan het project en eerste werkzaamheden al in november Figuur 1: Afbakening van projectgebied WIS-1, warmtenet in de 2025 moeten starten om hiermee op te bestaande bouw door Veenwarmte blijven lopen, is nu een besluit over financiering nodig. Omdat het gaat om een project met een lange looptijd van naar schatting 10 jaar, waarbij tussentijds ook nog de marktordening wijzigt (Wcw) en een gefaseerde ontwikkeling wordt voorzien, is het wenselijk om de financiering flexibel in te richten.
Een andere warmtenetontwikkeling die momenteel speelt is de herontwikkeling van Het Ambacht (zie afbeelding hiernaast voor afbakening van het projectgebied). U heeft hiervoor in maart 2024 een ontwikkelkader vastgesteld, waarin collectieve warmtelevering het uitgangspunt is. Het college heeft (na een wensen en bedenkingenprocedure) DEVO verzocht om in deze ontwikkeling de regie te nemen, passend binnen de kaders van de toekomstige Wcw. Nu bekend is dat de Wcw door de Tweede Kamer is aangenomen, ontstaat de mogelijkheid om bij invoering van de Wcw (vermoedelijk per 1 januari of 1 juli 2026) een warmtekavel aan te wijzen voor het Ambacht. Dit stelt DEVO in staat om (na aanwijzing door de gemeente) de rol van warmteleverancier te gaan vervullen in dit gebied. Om tot die Figuur 2: Afbakening projectgebied Het tijd in gesprek met ontwikkelaars hen de nodige zekerheid te Ambacht bieden dat DEVO deze rol kan gaan innemen en ook nu al deze rol kan nemen, vragen we nu een uitspraak van de raad over financiering. Daarbij geldt net als bij Veenwarmte dat het project gefaseerd tot ontwikkeling komt en een lange looptijd kent van ongeveer 10 jaar.
3 In eerste instantie ontwikkeld door woningcorporatie Veenvesters en het private warmtebedrijf Veenendaal. Zie:
Mogelijkheden nieuw warmtenet in Veenendaal worden verkend - Al het nieuws uit Veenendaal 4 Een aanvraag voor de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS), door Veenwarmte. Woningcorporatie Veenvesters heeft daarnaast een aanvraag gedaan voor SAH-subsidie (Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen)
3 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
Ten slotte speelt de noodzakelijke (gedeeltelijke) herfinanciering van DEVO B.V.. In juni 2026 lopen twee leningen af, van respectievelijk € 8 miljoen en € 4,2 miljoen, welke verstrekt zijn aan DEVO B.V en waar wij borg voor staan. Deze drie ontwikkelingen spelen los van elkaar maar hangen ook met elkaar samen. Met deze ontwikkelingen ontwikkelt DEVO zich sterk door in omvang (van ongeveer 3.000 5 naar 8.000 aansluitingen in Veenendaal). DEVO zal zich moeten doorontwikkelen om deze schaalsprong mogelijk te maken. DEVO wordt met deze stap dan ook een beeldbepalend publiek bedrijf voor Veenendaal. Dit vraagt om een integrale afweging van de drie financieringsvragen, met een doorkijk naar de toekomst van DEVO. Welke groei kan er naar de toekomst verwacht worden met deze (en langetermijns-) ontwikkelingen en vraagt dit om een aanpassing in de governance- en organisatiestructuur van DEVO? In dit voorstel schetsen we daarom ook een richting voor de toekomstige doorontwikkeling van DEVO. Het Utrechts WarmteOndersteuningsbedrijf (UWO) is een initiatief van de provincie Utrecht, in reactie op de Wcw, die een meerderheidsbelang voor overheden vraagt in grote warmteprojecten. Het is een samenwerking tussen de kandidaat-nationale deelneming warmte Energie Beheer Nederland (100% eigendom van de Staat), NetVerder (100% eigendom van de Staat) en de provincie Utrecht.
Het doel is om een volledig publieke regionale entiteit te creëren die, na oprichting, samen met gemeenten kan participeren in lokale warmtebedrijven binnen de provincie Utrecht. Hoewel de exacte invulling nog niet bekend is, is de opzet dat UWO niet alleen kapitaal in brengt, maar ook aanvullende kennis, kunde en uitvoeringscapaciteit. Dit wordt onder andere tot uitvoering gebracht in een ‘Warmteservicebedrijf’ dat diensten kan bieden aan de lokale warmtebedrijven, waar het UWO in deelneemt. Daarmee kan UWO gemeenten en lokale warmtebedrijven ondersteunen in de verdere professionalisering en versnelling van de warmtetransitie. Voor DEVO in Veenendaal kan deze samenwerking van grote waarde zijn. Het stelt DEVO in staat om haar opschalingsambities te realiseren, doordat UWO kan bijdragen aan solide financiering, organisatorische slagkracht en expertise op het gebied van governance, techniek en marktordening. Met inbreng van UWO worden de financiële risico’s die de gemeente loopt verminderd. Een verdere toelichting op het UWO is opgenomen in bijlage 1.
Samenvatting Bij het verduurzamen van de warmtevoorziening in Veenendaal spelen warmtenetten een grote rol. Veenendaal wil uiterlijk in 2050 volledig fossielvrij zijn. De nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw), die waarschijnlijk op 1 januari of 1 juli 2026 ingaat, vereist dat warmtebedrijven voor meer dan 50% in publieke handen zijn. Veenendaal heeft hierin een voorsprong met het gemeentelijke warmtebedrijf DEVO, opgericht in 2007, en het recent opgerichte Veenwarmte (51% DEVO, 49% marktpartij). Er zijn momenteel drie belangrijke warmtenetontwikkelingen: 1. Nieuw warmtenet voor bestaande bouw: Veenwarmte heeft hier een subsidie van €10 miljoen voor ontvangen, een besluit over de financiering is nodig. 2. Herontwikkeling Het Ambacht: DEVO krijgt de regierol en kan na inwerkingtreding van de Wcw als warmtebedrijf worden aangewezen. 3. Herfinanciering van DEVO: Deze is nodig vanwege het verlopen van de huidige financiering.
5 Na afronding Groenpoort
4 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
Deze projecten zijn afzonderlijk, maar ook verbonden. Ze vragen om een integrale afweging, financiering en mogelijk aanpassing van DEVO’s structuur om de toekomstige groei en rol als publiek warmtebedrijf aan te kunnen. Met deze besluiten en verklaringen vanuit de raad kan de gemeente de doorgroei van DEVO stapsgewijs financieren voor de komende jaren.
Beoogd resultaat • • •
Consolidatie van DEVO als leverancier van duurzame warmte aan ongeveer 3.150 aansluitingen6 in Veenendaal-Oost; Aardgasvrij en toekomstbestendig maken, middels Veenwarmte B.V., van ongeveer 2.500 woningen in de bestaande bouw in cluster Oostelijk Veenendaal; Realiseren van een duurzame, betaalbare en betrouwbare warmte- en energievoorziening voor ongeveer 2.200 nieuw te bouwen woningen in het Ambacht.
Proceshistorie en eerdere besluitvorming December 2021 Programmaplan Energieneutraal Veenendaal December 2021 Transitievisie Warmte 1.0 Mei 2024 Wensen en bedenkingen bij invulling publiek belang warmtenetten door DEVO Holding B.V. Juni 2026 Raadsinformatiebrief voortgang DEVO Holding B.V.
Argumenten Herfinanciering
1.1 Herfinanciering is noodzakelijk In juni 2026 lopen twee leningen af welke verstrekt zijn aan DEVO door de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) en waarvoor de gemeente borg staat. DEVO beschikt niet over voldoende middelen om deze leningen (volledig) af te lossen. Warmtenetten vragen vanaf de start om grote investeringen waarbij de opbrengsten relatief traag ‘inlopen’ op de oorspronkelijke investering. Dit omslagpunt wordt pas op langere termijn bereikt. Omdat de looptijd van de leningen bijna is verstreken, is er binnenkort nieuwe financiering nodig. 1.2 De voorgestelde manier van herfinanciering sluit goed aan bij de behoeften van DEVO en ambities van de gemeente. In Bijlage 2 en 3 is aangegeven wat de financiële en juridische overwegingen zijn bij deze manier van financieren. De voor- en nadelen van verschillende manieren van financiering overziende heeft het de voorkeur dat we als gemeente zelf de financiering aantrekken en deze doorverstrekken aan DEVO met een opslag (van 0,3%). Het bedrag waar de gemeente risico over loopt, is gelijk ten opzichte van het bedrag bij borgstelling. Voor DEVO betekent dit een rentevoordeel van 0,5 procentpunt en als gemeente ontvangen we jaarlijks een 0,2 procentpunt hogere vergoeding ten opzichte van de situatie met een borgstelling7.
6 DEVO en DEVOG 7 De borgstellingsprovisie bedraagt in de huidige situatie 0,1%
5 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
1.3 Herfinanciering is een randvoorwaarde om Ambacht/Veenwarmte te kunnen realiseren Als DEVO (de BV die veruit de meeste huidige aansluitingen binnen DEVO Holding vertegenwoordigt) geen herfinanciering zou krijgen, zou doorontwikkeling van de andere B.V.’s naar verwachting niet mogelijk zijn. Daarmee is herfinanciering een randvoorwaarde voor een uitspraak over beslispunt 2, 3, 4 en 5. Veenwarmte
2.1 Het project draagt in grote mate bij aan de doelstellingen van een Energieneutraal Veenendaal In december 2021 stelde u het programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025 vast. In dit programmaplan is onder meer tot doel gesteld om meer duurzame energie op te wekken, meer energie te besparen en meer aardgas te besparen. Met het financieren van Veenwarmte krijgt zo’n 10-15% van de bestaande bouw van Veenendaal de kans om tegen een concurrerend tarief aardgasvrij te worden. Daarnaast leidt het project tot energiebesparing (door inzet van efficiëntere opwektechnieken combinatie met betere isolatie door Veenvesters) en meer duurzame opwek (opwek van warmte uit duurzame bronnen). Dit levert een grote bijdrage aan de totale energietransitieopgave van Veenendaal tot 2050. Het project kan tot ongeveer 2,5 kiloton CO2-reductie per jaar realiseren8. Dat is ongeveer evenveel CO2 als wat 100.000 bomen jaarlijks kunnen opnemen. 2.2 Voor WIS-1 is er een sluitende businesscase Veenwarmte heeft bij RVO in november 2024 een projectplan ingediend voor de aanvraag van WISsubsidie. Als onderdeel van deze uitvraag is er een gedetailleerde businesscase gemaakt, deels op basis van offertes. RVO heeft op basis van dit projectplan en bijbehorende businesscase een subsidie van bijna € 10 miljoen verstrekt, waarmee zij laten zien voldoende vertrouwen te hebben in de businesscase van het project.
Door het verkrijgen van de WIS-subsidie is de onrendabele top van het project afgedekt. Op de beeldvormende avond van 28 oktober lichten we de businesscase verder aan u toe. 2.3 Voor WIS 2 verwachten we een sluitende businesscase bij verkrijgen subsidie Voor een tweede deel van het project (WIS-2 genaamd) is een subsidieaanvraag in voorbereiding. Bij het verkrijgen van WIS-subsidie voor dit (deel-) project zal er ook een sluitende businesscase zijn - RVO verleent de subsidie enkel als het project een sluitende businesscase heeft. 2.4 Door projectfasering zijn de financiële risico’s beheersbaar Er is op meerdere manieren gepoogd om risico’s beheersbaar te houden door fasering van het project. We bouwen hiermee verder op de ervaringen die in het verleden zijn opgedaan in Veenendaal-Oost. Zo is het project opgedeeld in 2 fasen. Mocht WIS-2 onverhoopt niet doorgaan, dan kan WIS-1 zelfstandig volledig ontwikkeld worden, met een kleinere bron. Dit wordt mogelijk gemaakt door komende jaren uit te gaan van een tijdelijke warmtevoorziening. Zo is flexibiliteit ingebouwd in het project. Ook binnen WIS-1 is er sprake van fasering. In eerste instantie wordt een aantal complexen van Veenvesters in Engelenburg aangesloten.
Dit biedt een goede kans voor het eerste deelproject om een hoge aansluitgraad te realiseren in een compact gebied, waardoor vollooprisico’s in de eerste fase geminimaliseerd zijn. Complexere delen in het gebied komen later in het project aan de beurt en vormen het ‘zuur’ in de totale businesscase. Dit geeft ruimte om indien nodig het project tussentijds te herzien, wanneer dat nodig is om de businesscase levensvatbaar te houden. 8 Bij aannames: 2.500 woningen, verbruik 600 m3 aardgas per woning huidige situatie, 80% CO -reductie door realisatie 2
project, CO2-emissie van 2,134 kg/m3 aardgas (Well to Wheel emissies), 25kg/boom/jaar
6 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
2.5 De beheer- en onderhoudsplanning van Veenvesters maakt zekerheid over financiering nú noodzakelijk Veenvesters is inmiddels al gestart met de renovatie van de eerste complexen die beoogd zijn om op het warmtenet van Veenwarmte aan te sluiten. Voorinvesteringen die nodig waren om aan te sluiten op deze renovatieplanning zijn de afgelopen maanden gedaan uit de eigen middelen van Veenwarmte. Om grootschalig aan de slag te gaan wanneer Veenvesters de renovatie komende tijd opschaalt, is nú zekerheid over de financiering nodig. 2.6 De voorgestelde manier van herfinanciering past bij een project met lange looptijd In Bijlage 2 en 3 is aangegeven wat de financiële en juridische overwegingen zijn bij deze manier van financieren. Het project kent een lange looptijd van naar verwachting 10 jaar en met verschillende projectfases, met individuele investeringsbesluiten. Het ligt niet voor de hand om voor de gehele periode de financiering vast te leggen en deze direct geheel aan te trekken. Desondanks zal de businesscase gebaseerd moeten worden op een uitgangspunt voor de financiering. In de basis gaan we uit van een wijze van financieren door het doorverstrekken van een gemeentelijke lening. Alternatief kan zijn het aantrekken van een lening door DEVO Holding met 100% borgstelling vanuit de gemeente.
Dit betekent 90% vreemd vermogen en daarnaast in te brengen 10% eigen vermogen (voorkeur hierbij is in de vorm van een achtergestelde lening). Dit neemt niet weg dat er vervolgens optimalisaties mogelijk zijn in de manier van financieren, bijvoorbeeld wanneer er een landelijke garantiefonds gereed komt waar met een lagere borgstelling gefinancierd kan worden (mits overige voorwaarden natuurlijk ook aantrekkelijk zijn). Het Ambacht
3.1 Het project is in lijn met ambities en eerdere besluiten over het project Het project is in overeenstemming met de eerder voorgestelde rol voor DEVO in Het Ambacht en de keuze voor het type energiesysteem: • DEVO heeft een meerderheidsaandeel in de ontwikkeling • De businesscase is gebaseerd op levering van warmte en koude door middel van meerdere WKO-bronnen en een collectieve warmtepomp per cluster van bouwvelden; • De warmtevoorziening maakt gebruik van warmtebuffers per cluster. • De warmtevoorziening draagt bij netbewuste nieuwbouw 3.2 Er is een sluitende businesscase voor de warmte- en koudevoorziening van de eerste ontwikkelvelden Adviseur Techniplan heeft in opdracht van DEVO voor Het Ambacht een businesscase en technisch systeemontwerp ontwikkeld. Aangezien het hier gaat om nieuwbouw, is een businesscase te maken, waarbij de Bijdrage Aansluitkosten (BAK) sluitpost is voor het afdekken van de onrendabele top. De doorrekening laat zien dat de BAK in Ambacht als gevolg van de grotere bebouwingsdichtheid naar verwachting een stuk lager ligt dan in Groenpoort, waardoor aansluiten op het systeem voor ontwikkelaars interessant is. 3.3 Door projectfasering zijn de financiële risico’s beheersbaar De businesscase gaat uit van warmtenetontwikkeling gefaseerd per bouwblok.
De warmtevoorziening per bouwblok kan gekoppeld worden, maar kan indien nodig ook zelfstandig werken, zowel functioneel als financieel.
7 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
3.4 Het ontwikkeltempo vraagt nú om een besluit De gemeente is in gesprek met ontwikkelaars in het gebied, waarbij de ontwikkelingen snel gaan. De eerste vergunning is verleend en deze en andere ontwikkelaars willen snel bouwen. Ontwikkelaars willen daarom nú zekerheid dat DEVO deze rol kan en gaat vervullen9. Wanneer de financiering voor DEVO zeker gesteld is, start DEVO een aanbesteding voor realisatie van het project. Als een uitvoerende partij gecontracteerd is, kan DEVO direct inspringen op de vraag van een ontwikkelaar, wanneer de (versnelde) ontwikkeling van een bouwplot vraagt om het ontwerpen, uitwerken en realiseren van het warmte- en koudesysteem van een plot. 3.5 De voorgestelde manier van herfinanciering past bij een project met lange looptijd In Bijlage 2 en 3 is aangegeven wat de financiële en juridische overwegingen zijn bij deze manier van financieren. Zie verder argument 2.6, welke ook van toepassing is op Het Ambacht. 4.1 Er is een gerede kans dat een rol van DEVO in het integrale energiesysteem van het Ambacht meerwaarde heeft Netcongestie is een belangrijke beperking én randvoorwaarde voor hoe Het Ambacht gerealiseerd kan worden. Daarbij veranderen de spelregels constant: wat vandaag kan, kan misschien morgen niet meer.
Er is echter wel een grote lijn: netcapaciteit wordt steeds schaarser en de prikkel om de beschikbare capaciteit optimaal te benutten wordt steeds groter. Het is met name uitdagend om voorzieningen die een grootverbruiksaansluiting nodig hebben van energie te voorzien. Als beheerder van het warmte- en koude systeem in het Ambacht heeft DEVO een sturingsmogelijkheid op de grootste energiestroom binnen het gebied. Warmte- en koude lenen zich uitstekend om energie tijdelijk op te slaan tegen lage kosten en hoge efficiëntie – DEVO heeft hier ervaring mee in de centrale van Groenpoort. Dit biedt kansen om warmte- en koude vraag slim te reguleren en daarmee ruimte te creëren om tijdelijk extra capaciteit te creëren voor functies die normaal gesproken geen aansluitcapaciteit (grootverbruiksaansluiting) zouden krijgen. Bij aantoonbare meerwaarde (hogere realisatiekans / snellere realisatie woningbouw en bijbehorende voorzieningen) en een sluitende businesscase wil het college DEVO snel in staat kunnen stellen om deze rol te nemen. 5.1 Het UWO biedt kansen, maar heeft zich nog niet bewezen. Het UWO biedt kansen die aantrekkelijk zijn voor de doorgroei van DEVO: een publieke partner die kan handelen in lijn met publieke én Veenendaalse belangen.
Toegang tot het UWO betekent extra publieke realisatiekracht, zowel op gebied van ontwikkeling als op gebied van uitvoering, inkoop en financiering. Het UWO is echter nog niet opgericht en is ook na oprichting een startende organisatie, terwijl DEVO een organisatie is die al bijna 20 jaar staat en waar ‘de basis op orde’ is. Op korte termijn biedt het vasthouden aan de grote rol voor DEVO daarmee meer zekerheid over het kunnen realiseren van de ambities op het gebied van warmte in Veenendaal. 5.2 De projectplanningen van Het Ambacht en Veenwarmte maken enkel ingroei op middellange termijn10 mogelijk. Het UWO is nog niet opgericht. De projectplanningen voor Ambacht en Veenwarmte vragen nu echter om zekerheid over financiering, en vervolgens direct schakelen naar uitvoering. Inzet van UWO op deze korte termijn is daarom niet haalbaar en niet wenselijk. Door de aandacht te leggen op de middellange termijn is er gelegenheid om de komende jaren de ontwikkelingen binnen het UWO te volgen, het gesprek aan te gaan en in afstemming met hen te komen tot een ingroeipad. Het op koers
9 Vooruitlopend op invoering van de Wcw. Na invoering van de Wcw wil het College DEVO een warmtekavel toewijzen 10 We denken hierbij aan een termijn van ongeveer 2-8 jaar
8 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
blijven van de projecten in Veenendaal en het borgen van de belangen van Veenendaal en de Veenendalers staat daarbij voorop. 6.1 De raad heeft verzocht bij geheime documenten aan te geven tot welke datum de geheimhouding van toepassing is. Voor het college is openbaarheid uitgangspunt. Het is belangrijk dat inwoners kunnen volgen welke keuzes worden gemaakt. Toch is door het college op bijlage 2,3 en 5 geheimhouding opgelegd Hiervoor zijn de belangen uit artikel 5.1 Woo afgewogen. De geheimhouding kan worden gebaseerd op de volgende grond: de openbaarmaking kan achterwege blijven wanneer dit niet opweegt tegen de economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen (artikel 5.1 lid 2 sub b. Woo). Deze uitzonderingsgrond is aan de orde als de gemeente door het verstrekken van informatie financieel nadeel kan oplopen. Daarvan is sprake als openbaarmaking de onderhandelingspositie van de gemeente tegenover wederpartijen aantast dan wel verzwakt. Openbaarmaking kan de onderhandelingspositie van de gemeente dan zozeer schaden dat de economische of financiële belangen van de gemeente geacht moeten worden zwaarder te wegen dan het algemeen belang van openbaarmaking.
In deze casus is hiervan sprake, omdat de financiële afwegingen en opbouw van de financieringsvraag van DEVO externe marktpartijen inzicht kunnen geven in de prijsvorming van DEVO, waar zij vervolgens hun bod (bijvoorbeeld binnen een aanbesteding) op af kunnen stemmen. Dit kan nadelig zijn voor DEVO, de gemeente en de bewoner - die mogelijk te veel zou betalen. In zijn vergadering van 22 mei 2017 heeft de raad een motie aangenomen waarin het college wordt verzocht voortaan bij geheime documenten aan te geven tot wanneer geheimhouding van toepassing is. Wanneer dat op voorhand niet is aan te geven, heeft de raad in de motie gevraagd een datum voor te stellen waarop de geheimhouding wordt heroverwogen. Vanwege de lange looptijd van de projecten Ambacht en Veenwarmte (beide ongeveer 10 jaar), is de verwachting dat geheimhouding voor langere tijd wenselijk is. De eerste evaluatietermijn is daarom gekozen na een periode van 5 jaar.
Alternatieven Beslispunt 1 t/m 4: Zie Bijlage 2 Beslispunt 4: Geen voorschot nemen op regierol energiesysteem Er kan later alsnog een besluit genomen worden over de rol van DEVO in het integrale energiesysteem op basis van een ontwerp, businesscase en raming. Er is een risico dat het voorbereiden en uitwerken van zo’n besluit snel handelen door DEVO in de weg staat. Wanneer deze vertraging te groot is, zou de realisatie van opwek, laadpalen en algemene voorzieningen in het Ambacht vertraging oplopen. Dit kan mogelijk ook een vertragend effect hebben op woningbouw. Beslispunt 5: Volledig eigendom door gemeente na blijven streven of juist streven naar maximaal privaat eigendom • Volledige zeggenschap blijven houden: De gemeente loopt in dat geval als 100% aandeelhouder van DEVO ook alle risico’s. Door niet te kijken naar alternatieven wordt een kans gemist om deze risico’s te verkleinen. Het UWO is daarbij een partner die net als de gemeente publieke waarden nastreeft en waarmee mogelijk goed samen te werken is. • Maximaal privaat eigendom: De Wcw biedt ruimte voor 49% privaat eigendom. Naar verwachting passen de doelstellingen van een publieke partner (duurzaamheid, betaalbaarheid voor eindgebruiker, maatschappelijk rendement) echter beter bij de
9 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
doelstellingen van de gemeente. Private kennis en capaciteit kan alsnog worden ingezet bij voorbereiding, realisatie en beheer van de projecten.
Kanttekeningen 1.1 De gemeente kiest voor een andere vorm van financiering t.a.v. DEVO dan tot nu toe gebruikelijk. In de praktijk is er qua risico geen verschil (omdat gemeente anders 100% borg zou staan), waarbij zowel DEVO als de gemeente baat hebben bij de gehanteerde rente en opslag. Zie Bijlage 2 voor verdere overwegingen hierbij. 1.2 Verstrekken van een lening vraagt om aandacht voor de beperkingen op het gebied van Staatssteun en Wet Markt en Overheid. Er zijn goede argumenten om te onderbouwen dat de gemeente een lening met lage rente kan verstrekken aan DEVO. In het verleden zijn er al eerder besluiten van deze strekking genomen, onder andere wat betreft een gemeentelijke borgstelling. Er zal echter ook nu door het college onderbouwd moeten worden waarom er geen sprake is van (onwenselijke) staatssteun of invloed op de markt. In bijlage 2 zijn hierover enkele overwegingen opgenomen. 2.1 Er is nog geen volledige zekerheid m.b.t. netaansluiting en warmtebron In de plannen van Veenwarmte voor WIS-1 was laagwaardige restwarmte voorzien als een belangrijke bron voor het warmtenet. Dit blijkt echter niet mogelijk. Aquathermie biedt een alternatief. Dit is kansrijk als bron, de ruimtelijke inpassing moet echter verder uitgewerkt worden. Met de huidige inzichten heeft het inpassen van aquathermie geen negatief effect op de businesscase.
Een aandachtspunt voor de bron, is het verkrijgen van een grootverbruiksaansluiting. Stedin geeft onder het huidige beleid geen toestemming voor (standaard) transportvermogen t.b.v. een warmtenet in bestaande bouw. Dit vraagt om nader overleg met Stedin. Daarbij is gunstig dat door de renovatie van Veenvesters de huidige elektrische boilers uit de woningen verdwijnen en het nieuwe warmtesysteem het mogelijk maakt om te sturen op pieken in de elektriciteitslevering door centrale opslag toe te passen. De gemeente Veenendaal is daarnaast in contact met de provincie Utrecht om dit project als casus te gebruiken voor verdere afweging van de impact van netcongestie op de ontwikkeling van warmtenetten. De provincie Utrecht ziet warmtenetten namelijk juist als een belangrijke kans om de impact van netcongestie te verkleinen 11. Mochten al deze mogelijkheden afvallen, dan kan nog gekeken worden naar een tijdelijke voorziening op aardgas (totdat de beperkingen zijn opgeheven). Dit willen we echter vermijden indien mogelijk en heeft ook een negatief effect op de businesscase. 2.2 Inbreng andere aandeelhouder De private medeaandeelhouder brengt conform aandeelhoudersovereenkomst pro rato eigen vermogen in. Voor het aantrekken van vreemd vermogen en eventuele borgstellingen zijn tussen DEVO en de private aandeelhouder geen bindende afspraken gemaakt.
Het verstrekken van een lening biedt een goede basis voor lage tarieven en een gezonde businesscase. In onderling overleg binnen Veenwarmte, maar ook tussen DEVO en gemeente kan echter nog een andere variant op tafel komen, die voor alle partijen aantrekkelijker is. Dit vraagt om een nadere inventarisatie/uitwerking.
11 Zoals o.a. vastgelegd in het Pmiek 2.0 van de provincie Utrecht en de Energievisie van de provincie Utrecht
10 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
2.3 Verstrekken van publieke financiering vraagt om aandacht voor de beperkingen op het gebied van Staatssteun en Wet Markt en Overheid. Er zijn goede argumenten om te onderbouwen dat de gemeente op deze manier eigen vermogen kan inbrengen en zoekt naar mogelijkheden om financiering zo in te richten dat maximale betaalbaarheid voor bewoners geborgd wordt. Dit sluit bovendien direct aan bij de doelstellingen van de Wcw, die de marktordening van de warmtesector wezenlijk gaat wijzigen. Er zal echter ook nu door het college onderbouwd moeten worden waarom er geen sprake is van (onwenselijke) staatssteun of invloed op de markt. In bijlage 2 zijn hierover enkele overwegingen opgenomen. 3.1 Definitieve borging van de rol van DEVO vindt pas plaats als warmtekavel aangewezen is Tot inwerkingtreding van de Wcw is er geen publiekrechtelijk kader waarbinnen de rol van DEVO in het energiesysteem van het Ambacht met zekerheid geregeld kan worden. Voor de eerste twee ontwikkelingen is de gemeente in gesprek met ontwikkelaars en zijn er afspraken gemaakt over de rol van DEVO. Doordat er zelfstandige businesscases zijn per deelplot, is het financiële risico van het niet realiseren van een deel van de warmtekavel (als de Wcw vertraagt en definitieve borging wordt uitgesteld) voor DEVO beperkt.
3.2 Er is een PPS overwogen maar stappen om hiertoe te komen zijn niet gezet Dit financieringsvoorstel gaat uit van 100% eigendom van DEVO in het Ambacht. Dit is weliswaar mogelijk binnen de kaders van de eerdere Wensen en bedenkingen over de rol van DEVO uit 2024, maar het voorkeursmodel was toen een publiek-private samenwerking. Vanwege de onzekerheid over de invoering van de Wcw (en daarmee zekerheid die wel/niet aan een marktpartij gegeven zou kunnen worden om een bepaalde omvang van werkzaamheden/activiteiten te realiseren) zijn er tot nu toe geen stappen gezet om een private partner te selecteren voor de ontwikkeling van het Ambacht. Met de mogelijke oprichting van het UWO lijkt (ingroei van) een publieke partner nu echter meer voor de hand te liggen. 3.4 Verstrekken van publieke financiering vraagt om aandacht voor de beperkingen op het gebied van Staatssteun en Wet Markt en Overheid. Er zal bij het verstrekken van de financiering voor een deelproject door het college onderbouwd moeten worden waarom er geen sprake is van (onwenselijke) staatssteun of invloed op de markt. Bij het Ambacht is dit met name een aandachtspunt omdat (tot inwerkingtreding van de Wcw en het aanwijzen van een warmtekavel) er sprake kan zijn van concurrentie met marktpartijen.
Mogelijk moet voor deelprojecten die voor inwerkingtreding van de Wcw tot realisatie komen de financiering hierop aangepast worden. In bijlage 2 zijn hierover enkele overwegingen opgenomen. 4.1 Nader onderzoek is nodig DEVO en gemeente voeren de komende tijd nader onderzoek uit of deze rolneming in het Ambacht nodig is, van strategische waarde voor DEVO is, of er een sluitende businesscase te maken is en of de meerkosten vallen binnen de genoemde bandbreedte. Ook is het wenselijk om verder te verkennen of de rol uitgebreid zou kunnen worden naar de nabijgelegen Overgangszone, waar de realisatie van een energyhub mogelijk randvoorwaarde is voor het kunnen uitplaatsen van bedrijven t.b.v. woningbouw in het Ambacht.
Participatie Over Veenwarmte is gecommuniceerd door gemeente, Veenvesters en Veenwarmte zelf. Participatie vindt plaats als onderdeel van het Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Zuid en omgeving. Zie bijlage 4 voor een overzicht van de activiteiten.
11 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
Wat betekent dit besluit voor inwoners? Het besluit heeft de meeste impact op de bewoners van het gebied waarbinnen Veenwarmte actief is. Met het besluit kan de schop de grond in: de komende jaren gaat op een aantal plekken de straat open om warmteleidingen en huisaansluitingen aan te leggen. Voor bewoners van huurwoningen van Veenvesters betekent dit, dat de renovatie en verbetering van hun woningen doorgang kan vinden op de wijze zoals nu voorzien. Veenwarmte wordt de nieuwe warmteleverancier, maar de kosten van hun energievoorziening veranderen vrijwel niet. Door isolatie kan de rekening zelfs (iets) lager uitpakken. De afrekening van warmte wordt daarnaast eerlijker, doordat elke woning voorzien wordt van een eigen warmte-afgifteset met eigen energiemeters: geen verrekening meer op basis van verdeelsleutels. De bewoners van bestaande koopwoningen (en/of besturen van VvE’s) zullen op een gegeven moment door Veenwarmte benaderd worden met een aanbod om aan te sluiten op het nieuwe warmtenet. De gemeente en het energieloket ondersteunen bewoners bij de keuze om over te stappen. De overstap is vrijwillig. Stapt een bewoner niet over, dan moet de bewoner zich er wel van bewust zijn dat toekomstige aansluitkosten hoger kunnen zijn en dat hij/zij op langere termijn de overstap naar aardgasvrij zelf zal moeten gaan regelen.
Voor toekomstige inwoners van Het Ambacht betekent dit, dat ze een comfortabel verwarmde en gekoelde woning krijgen van een warmtebedrijf zonder winstoogmerk. De prijs is eerlijk en is overal in het Ambacht hetzelfde12. Doordat één partij de warmtelevering verzorgt en het energiesysteem regelt is de kans groter dat netcongestie geen belemmering is voor de realisatie van de woningen. Een integrale rol voor DEVO in het energiesysteem vergroot de kans dat er voldoende voorzieningen zijn in de wijk, dat duurzaam opgewekte energie lokaal wordt gebruikt en dat elektrisch rijden mogelijk blijft. Voor bewoners van het bestaande warmtenet in Oost verandert er niets.
Aanpak / uitvoering Aanpak financiering: • Herfinanciering DEVO: na de wensen en bedenkingenprocedure wordt een voorstel aan college voorgelegd met omvang lening, looptijd, rentepercentage en mogelijk nog aanvullende voorwaarden. • Financiering Veenwarmte: na het besluit/ de wensen en bedenkingenprocedure wordt in overleg met Veenwarmte definitief de verdeling van de financiering van het vreemd vermogen tussen de aandeelhouders bepaald. Tevens wordt, gezien de fasering/projectmatige aanpak, een nadere detaillering van benodigde financiering in de tijd opgesteld. Het college besluit dan per overeengekomen fase tot verstrekking van een lening c.q. borgstelling. • Financiering het Ambacht: na het besluit/ de wensen en bedenkingenprocedure wordt in overleg met DEVO gezien de fasering/projectmatige aanpak, een nadere detaillering van benodigde financiering in de tijd opgesteld. Het college besluit dan per overeengekomen fase tot verstrekking van een lening c.q. borgstelling.
12 Dit is het streven, tijdige invoering Wcw is hiervoor een randvoorwaarde
12 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
•
Om te waarborgen dat de financiering van deelprojecten binnen Veenwarmte / het Ambacht past binnen de meegegeven kaders, worden in ieder geval de volgende stappen doorlopen bij een collegebesluit hierover: • Veenwarmte levert een businesscase aan die onderbouwt welke middelen nodig zijn voor financiering van het (deel-) project; • Het college vraagt een derde partij om deze businesscase te becommentariëren en de risico’s in de businesscase te benoemen (second opinion); • Het college neemt de uitkomsten van deze second opinion mee in de afwegingen bij een besluit over door DEVO aangevraagde financiering; • Het college neemt overwegingen over staatssteun en wet Markt en Overheid mee in de besluitvorming; • Het college informeert via de reguliere evaluatiecyclus (zie: evaluatie) de raad over de voortgang van de financiering van deelprojecten.
Veenwarmte: • Veenwarmte zet de voorbereidingen voort voor realisatie van het nieuwe warmtenet, startend in Engelenburg-Noord (o.a. door Samenwerkingsovereenkomst met gemeente m.b.t. werkzaamheden in openbare ruimte); • Veenwarmte vraagt aanvullende WIS-subsidie aan t.b.v. WIS-2; • Het college wijst een warmtekavel aan voor Veenwarmte o.b.v. overgangsrecht (bij inwerkingtreding Wcw); • De gemeente stelt het buurtuitvoeringsplan (BUP) Dragonder-Zuid vast (planning: 1e halfjaar 2026) waardoor duidelijk is voor welke koopwoningen in het gebied het warmtenet een optie is; • De gemeente werkt samen met Veenwarmte een ondersteuningsaanbod uit voor de koopwoningen binnen het gebied van Veenwarmte (komend jaren, in samenhang met behoefte bewoners, op basis van acties opgenomen in het BUP). Ambacht: • DEVO richt een nieuwe BV op voor werkzaamheden in het Ambacht of brengt dit onder in een bestaande BV; • Quasi-inbesteden opdracht aan deze BV; • Nadere afspraken vastleggen met ontwikkelaars over rol DEVO voorafgaand aan Wcw (niet afdwingbaar); • Verder borgen wenselijk energiesysteem met andere publiek- en privaatrechtelijke instrumenten (o.a. bodemenergieplan, anterieure overeenkomsten, Omgevingsplan); • Het college wijst een warmtekavel aan voor DEVO Ambacht bij inwerkingtreding van de Wcw; • Nader uitwerken rol DEVO in integraal energiesysteem en opstellen bijbehorende businesscase.
DEVO breed: • Verder uitwerken langetermijnstrategie; • Verder verkennen samenwerking met UWO.
Communicatie over dit besluit Het besluit zelf heeft in eerste instantie betrekking op Veenwarmte en DEVO, die vanzelfsprekend geïnformeerd worden. Ontwikkelaars in het Ambacht zullen ook actief geïnformeerd worden, zeker daar waar gesprekken al lopen. Bewoners in het werkgebied van Veenwarmte worden niet apart geïnformeerd over het besluit, communicatie vindt daar plaats vanuit Veenvesters, Veenwarmte en gemeente maar met de focus op het handelingsperspectief voor de bewoner.
13 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
Evaluatie Tweemaal per jaar sturen we u een raadsinformatiebrief over DEVO, waarin de belangrijkste ontwikkelingen worden geschetst. In deze raadsinformatiebrieven houden we u op de hoogte van de stand van zaken van de projecten en de financiering daarvan, juist waar sprake is van gefaseerde projecten (Ambacht en Veenwarmte). Wanneer er urgente ontwikkelingen zijn informeren we u buiten deze cyclus om. Daarnaast wordt jaarlijks tijdens een beeldvormende avond de brede ontwikkelingen binnen de warmtetransitie in Veenendaal geschetst. We houden u hierin vanzelfsprekend op de hoogte van de nieuwe projecten.
Kosten, baten, dekking Bij het doorverstrekken van leningen betekent dit een nader te bepalen voordeel voor de gemeente van 0,2% tot 0,3% over het te verstrekken bedrag. Indien sprake is van een borgstelling is de gebruikelijke 0,75% (eenmalig) borgstellingspremie van toepassing over het bedrag van de borgstelling vermeerderd met € 500. Na het verstrekken van het eigen vermogen, de lening(en) c.q. borgstelling zullen via de bestuursrapportage de financiële consequenties van dit voorstel verwerkt worden in de begroting. Voor overige financiële aspecten: zie bijlage 2. De borgstellingspremie is bedoeld om het risico (gedeeltelijk) af te dekken en voor de ambtelijke kosten die gemaakt worden voor het verstrekken van de leningen en de borgtochten. Er is een risico dat de leningen niet terugbetaald worden c.q. dat de gemeente wordt aangesproken om een vergoeding te verstrekken doordat een borgstelling door de bank wordt ingewonnen. Daarom is het nodig om zekerheden te stellen (hypotheek, pandrechten) en beheersmaatregelen (monitoring, periodieke update business case, liquiditeitsplanningen) te treffen om de risico’s af te dekken. Daarnaast zullen de risico’s afgedekt worden via het weerstandsvermogen van de gemeente. Naarmate de kwaliteit van de zekerheden en beheersmaatregelen hoger is neemt de omvang van het netto risico af en daarmee ook de invloed op het weerstandsvermogen.
Als er leningen worden verstrekt is het belangrijk om ook te kijken naar het effect hiervan op de kengetallen van de gemeente. Bij een borgtocht speelt dit niet omdat deze wijze van financiering niet op de balans van de gemeente komt te staan. Bij het verstrekken van een lening wordt de waarde van de bezittingen van de gemeente hoger terwijl de schuld met eenzelfde bedrag toeneemt. Per saldo heeft dit dan ook nauwelijks effect op de gemeentelijke positie en daarmee de solvabiliteit en de netto schuldquote. Bij de bruto schuldquote zien we wel een toename omdat er geen correctie voor verstrekte leningen in dit kengetal plaatsvindt. Van belang is in om dat geval de beoordeling van dit kengetal mee te nemen in de totale gemeentelijke financiële positie. Onze toezichthouder de provincie Utrecht heeft desgevraagd aangegeven dat de totale gemeentelijke financiële positie bepalend is voor de beoordeling van de gemeente en niet de norm van de bruto schuldquote alleen.
College van burgemeester en wethouders,
Sjoukje Deelstra secretaris
Gert-Jan Kats burgemeester
14 van 15
Raadsvoorstel: Financiering doorontwikkeling DEVO Dossiernummer: 1350
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Toelichting UWO GEHEIM Overwegingen wijze van financieren GEHEIM Financiering eigen vermogen deelnemingen Participatie GEHEIM Investeringsramingen Veenwarmte en Ambacht
15 van 15