1. Eerste wijzigingsverordening Integrale verordening sociaal domein Veenendaal - raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Agendapunt
Raad
Team
Voorstelnummer Datum Onderwerp
Programma Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres
23 maart 2023 2003298 14 februari 2023 1e Wijzigingsverordening Integrale verordening sociaal domein Veenendaal Sociale Leefomgeving
Beleid Economie Werk en Inkomen
F. Dieleman 0318-538690 frank.dieleman@veenendaal.nl
Aan de leden van de raad, Beslispunten 1. De Verordening tot eerste wijziging van de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal en tot intrekking van de Verordening Wet inburgering gemeente Veenendaal, de Verordening Individuele Studietoeslag Veenendaal 2015 en de Verordening Handhaving Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet investeren in jongeren, vast te stellen conform bijgevoegd ontwerpbesluit. Waarom naar de raad? Vanwege de kaderstellende bevoegdheid wordt de Verordening tot eerste wijziging van de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal en tot intrekking van de Verordening Wet inburgering gemeente Veenendaal, de Verordening Individuele Studietoeslag Veenendaal en de Verordening Handhaving Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet investeren in jongeren (verder Wijzigingsverordening) ter vaststelling voorgelegd aan de raad. Samenvatting Inburgering Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 (WI2021) in werking getreden. Gemeenten zijn vanaf deze datum verantwoordelijk voor het aanbieden van een inburgeringstraject.
Daarom biedt de gemeente Veenendaal taallessen, een module arbeidsmarkt en participatie (MAP), een participatieverklaringstraject (PVT), de cursus Eurowijzer (ten behoeve van de financiële zelfredzaamheid) en maatschappelijke begeleiding aan. De handhaving op de inspanningsverplichting ligt bij de gemeente Veenendaal. De manier waarop het college de inspanningsverplichting handhaaft staat beschreven in: • het implementatieplan Wet inburgering 2021 (inclusief het formatieplan); • de Wijzigingsverordening; • De Beleidsregel inburgering (deze wordt door het college vastgesteld na het raadsbesluit). In bovengenoemde stukken voegt de gemeente het beleid op grond van de Participatiewet en de Wet inburgering 2021 samen. De wijzigingen zijn inhoudelijk en technisch van aard en gaan samengevat over het volgende: • Bij samenloop met de Participatiewet, wordt met uitzondering van twee situaties zoals beschreven in de Wijzigingsverordening, prioriteit gegeven aan de Participatiewet boven de Wet inburgering 2021; • Er wordt aangesloten bij de systematiek van de Participatiewet, en bij het opleggen van een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt gekozen voor verrekening met de uitkering in plaats van een procedure met dwangbevel;
Raadsvoorstel van 14 februari 2023, nr. 2003298
•
Er wordt een waarschuwing gegeven bij het niet meewerken aan financieel ontzorgen en er volgt een verlaging op de uitkering bij recidive.
Minimabeleid Kleine aanpassingen Het minimabeleid Veenendaal is in 2020 vastgesteld als onderdeel van het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023. Dit beleidskader is uitgewerkt in de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal. Met het voorliggend besluit worden enkele kleine technische wijzigingen doorgevoerd en enkele maatregelen verruimd. Daarmee: • weten inwoners hoe en over welke periode het inkomen wordt vastgesteld om het recht op minimaregelingen vast te stellen; • worden de bestedingsmogelijkheden voor sport en bewegen voor volwassenen verruimd; • worden de maximale vergoedingen voor computergebruik voor schoolgaande kinderen van € 500,- in een aantal gevallen verhoogd. Herinvoering regeling meerkosten chronisch zieken Met het vaststellen van het integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 is de regeling “meerkosten chronisch zieken en gehandicapten” ingetrokken. Aanvullend is een maatwerkbudget geïntroduceerd om inwoners die “door het ijs dreigen te zakken” financiële ondersteuning te bieden. Na het afschaffen van de regeling meerkosten chronisch zieken kregen we steeds meer signalen van ouderen die financiële problemen hebben vanwege medische kosten. In de pilot voor het maatwerkbudget is geprobeerd deze doelgroep met maatwerk te helpen.
Dit is onvoldoende mogelijk gebleken, omdat we de doelgroep moeilijk bereiken en het daarnaast vaak niet mogelijk bleek om met een eenmalige financiële impuls de situatie structureel te verbeteren (wat de doelstelling van het maatwerkbudget is). Bovendien was de juridische borging moeilijk. In vergelijking met andere gemeenten hebben wij relatief weinig minimaregelingen voor de doelgroep chronisch zieken en gehandicapten. Mede gezien de huidige economische ontwikkelingen krijgt deze groep het steeds moeilijker om rond te komen. Daarom zijn bij de behandeling van de programmabegroting 2023 maatregelen genomen. De financiële situatie van chronisch zieken en gehandicapten en ouderen wordt verbeterd door middel van het herinvoeren van de verzekering van het eigen risico in GarantVerzorgd3 van de collectieve ziektekostenverzekering en het herinvoeren van de regeling meerkosten chronisch zieken. Hiervoor zijn in de Programmabegroting 2023 de benodigde middelen a € 175.000,- en € 180.000,opgenomen. De “oude” regeling meerkosten chronisch zieken en gehandicapten krijgt nu een plek in de integrale verordening. Zo zijn alle minimaregelingen gebundeld op één plek. Voor de uitbreiding van de ziektekostenverzekering hoeft de verordening niet te worden aangepast. De verordening bood al de mogelijkheid om in samenspraak met de ziektekostenverzekeraar het verzekeringspakket uit te breiden.
Dat is inmiddels gerealiseerd. Intrekken verordeningen Ook wordt voorgesteld een drietal verordeningen in te trekken omdat deze niet meer nodig zijn vanwege rijksregels (Wet inburgering 2021 en rijksregels voor individuele studietoeslag) of vanwege lokale regelgeving (integrale verordening). Inleiding Op 22 april 2021 is de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal vastgesteld. In deze verordening zijn tien verordeningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet, Participatiewet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening e.a. samengevoegd tot één integrale verordening. De verordening is onderverdeeld in een aantal hoofdstukken. Deze hoofdstukken refereren aan de onderliggende wetgeving. De verordening Wet Inburgering uit 2010 en de Verordening Individuele studietoeslag Veenendaal 2015 zijn destijds niet opgenomen in de integrale verordening, omdat er nieuwe wetgeving terzake
Raadsvoorstel van 14 februari 2023, nr. 2003298
was aangekondigd. Inmiddels is deze wetgeving van kracht en kan de integrale verordening op dit punt worden aangepast en kunnen de voornoemde verordeningen worden ingetrokken. Met de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021 (verder Wi2021) moeten aan de raad keuzes worden voorgelegd die betrekking hebben op: • hoe om te gaan met samenloop van de Wi2021 met de Participatiewet (Pw); • verrekening van een boete Wi2021 met de Pw-uitkering; • consequenties die worden verbonden aan het niet meewerken aan financieel ontzorgen Wi2021; • hoe om te gaan met de overgangsbepalingen van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige. Daarnaast is het wenselijk enkele kleine verbeteringen in hoofdstuk 4.5 Minimaregelingen door te voeren. Gebleken is in de praktijk dat sommige begrippen om verduidelijking vragen en dat de mogelijkheid om maatwerk te bieden wordt vergroot. Zo worden bestedingsmogelijkheden voor sport en bewegen verruimd en bestaat de mogelijkheid om de vergoeding voor computergebruik voor schoolgaande kinderen te verhogen. Verder wordt de regeling meerkosten chronisch zieken en de verzekering van het eigen risico in GarantVerzorgd3 van de collectieve ziektekostenverzekering heringevoerd.
De regeling meerkosten wordt opgenomen in de integrale verordening. Voor de uitbreiding van de ziektekostenverzekering hoeft de verordening niet te worden aangepast. De verordening bood al de mogelijkheid om in samenspraak met de ziektekostenverzekeraar het verzekeringspakket uit te breiden. Tenslotte wordt met deze wijziging voorgesteld om de Verordening Handhaving Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet investeren in jongeren, in te trekken omdat in de integrale verordening ook een hoofdstuk over handhaving is opgenomen De voorstellen met betrekking tot de inburgering en minimabeleid zijn ter advisering voorgelegd aan de cliëntenraad Werk en Inkomen “De Vallei”, aangezien deze wijzigingen betrekking hebben op hun adviesterrein. Zij hebben wel vooroverleg gehad met de andere adviesraden. Het advies van de cliëntenraad en de reactie van het college is bijgevoegd. Zij kunnen instemmen met de inhoudelijke wijzigingen, wel vragen ze in de uitvoering oog te hebben voor heldere communicatie, maatwerk en de menselijke maat. Beoogd resultaat Een geactualiseerde Integrale verordening sociaal domein Veenendaal waarin wijzigingen op het gebied van de minimaregelingen en de Wet inburgering 2021 zijn verwerkt.
Argumenten 1.1 De bevoegdheid tot het vaststellen van bepalingen over handhaving en verrekening van boetes op grond van de Wet inburgering 2021 dient te worden vastgelegd in een verordening. Samenloop Wi2021 en Pw: Inburgeraars die een bijstandsuitkering ontvangen, moeten voldoen aan de verplichtingen op grond van de Wi2021 en de verplichtingen op grond van de Pw. Niet nakomen van verplichtingen op grond van de Wi2021 worden gesanctioneerd met een boete, niet nakomen van verplichtingen op grond van de Pw worden gesanctioneerd met een verlaging van de uitkering. Het is goed mogelijk dat een gedraging tot schending van verplichtingen van beide wetten leidt. In de Wi2021 is niet duidelijk bepaald hoe moet worden omgegaan met deze situatie, wel is duidelijk dat op grond van het evenredigheidsbeginsel dubbele sanctionering niet mogelijk is. Er wordt daarom geadviseerd om in een verordening vast te leggen hoe wordt omgegaan met samenloop. Verrekening boete Wi2021 met Pw-uitkering: Schending van een verplichting leidt niet altijd tot samenloop met de Pw. Een boete op grond van de Wi2021 kan na een aanmaning met een dwangbevel op grond van de Algemene wet bestuursrecht
Raadsvoorstel van 14 februari 2023, nr. 2003298
worden ingevorderd. Het is mogelijk om boetes op grond van de Wi2021 te verrekenen met de bijstandsuitkering als de bevoegdheid daarvoor in een verordening (inburgering) is vastgelegd. Artikel 4:93 lid 1 Awb bepaalt namelijk dat verrekening van een geldschuld met een bestaande vordering alleen mogelijk is als de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien. Een verordening is een wettelijk voorschrift in de zin van artikel 4:93 lid 1 Awb. Daarom, leggen we dit vast in de verordening. Meewerken aan financieel ontzorgen Wi2021 De verplichting om mee te werken aan het financieel ontzorgen is geregeld in artikel 56a Pw. Meewerken betekent in dit verband dat de bijstandsgerechtigde statushouder het college machtigt om een deel van de uitkering aan een derde uit te betalen. Zonder machtiging kan dit namelijk niet. Het hier verwijtbaar niet aan meewerken kan leiden tot verlaging van de uitkering. De mogelijkheid tot het verlagen van de uitkering wordt in paragraaf 4.7 van de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal vastgelegd. 1.2 In de verordening wordt transparant vastgelegd hoe de gemeente invulling geeft aan de samenloop met de Pw Er zijn 2 keuzes mogelijk: • De Pw gaat voor.
De volgorde is dan in het geval van samenloop: afstemmen op grond van de Pw in combinatie met paragraaf 4.7 van de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal en geen boete op grond van de Wi2021. • Er wordt geen keuze gemaakt tussen afstemmen op grond van de Pw en een boete op grond van de Wi2021. Hier wordt maatwerk geboden en per situatie gekeken wat een passende sanctie is. De eerste keuze is vanuit het oogpunt van rechtszekerheid meer wenselijk, omdat het willekeur en rechtsongelijkheid tegengaat. Er wordt daarom geadviseerd om te kiezen voor optie 1. Overigens vindt binnen de PW wel een individuele toetsing plaats, waarbij gekeken wordt naar de individuele omstandigheden. Zo is “de menselijke maat” wel geborgd. Het verrekenen van een boete met een Pw uitkering is efficiënter. Het invorderen van een boete door middel van verrekening met de Pw uitkering is een relatief eenvoudige administratieve handeling, terwijl het starten van een procedure met dwangbevel een ingewikkelder administratieve handeling is. Er wordt daarom geadviseerd om in de verordening vast te leggen dat bij opleggen van een boete Wi2021 – net als bij de boete Pw – wordt overgegaan tot verrekening met de uitkering. In de Wi2021 is niet voorzien in een boetewaardige gedraging bij niet meewerken aan het ondertekenen van een machtiging.
De verplichting om mee te werken aan het financieel ontzorgen is geregeld in artikel 56a Pw. Noch in de Pw, noch in de Wi2021 is bepaald hoe wordt omgegaan met het niet meewerken aan ontzorgen. Meewerken betekent in dit verband dat de bijstandsgerechtigde statushouder het college machtigt om een deel van de uitkering aan een derde uit te betalen. Zonder machtiging kan dit namelijk niet. Omdat het ook een wettelijke taak is van gemeenten om een deel van de uitkering door te betalen aan een derde, wordt geadviseerd om in de verordening te bepalen hoe wordt omgegaan bij het niet meewerken aan ontzorgen, namelijk door middel van een verlaging op de uitkering. 1.3 paragraaf 4.5 Minimaregelingen van de integrale verordening wordt verduidelijkt en op een aantal punten verruimd, zodat meer maatwerk mogelijk is. De aanvraagperiode wordt nader beschreven. Ook wordt toegevoegd dat het recht op vergoedingen tijdens de aanvraagperiode ten gunste van de aanvrager kan wijzigen indien zich wijzigingen voordoen in huishoudsamenstelling of inkomen van de aanvrager. Verder wordt het inkomen vastgesteld op basis van het gemiddelde inkomen van drie aaneengesloten maanden. Als gekeken wordt naar één peilmaand kan een zeer tijdelijke terugval in inkomen (waaronder een vakantieperiode) betekenen dat men recht heeft op een vergoeding voor een jaar.
Met een meetperiode van drie maanden wordt een meer consistent beeld bepaald, zonder al te veel administratieve handelingen.
Raadsvoorstel van 14 februari 2023, nr. 2003298
Daarnaast worden de bestedingsmogelijkheden voor sport en bewegen voor volwassenen verruimd. Voorheen werd alleen een sportabonnement vergoed, nu komen ook sportkleding, sportschoenen en andere noodzakelijke sportbenodigdheden voor een vergoeding in aanmerking. De maximale vergoedingen voor computergebruik voor schoolgaande kinderen van € 500,- kan in een aantal gevallen worden verhoogd, namelijk: • indien de school een laptop verplicht stelt die duurder is dan € 500,- kan een vergoeding voor maximaal € 750,- worden verstrekt; • Indien de laptop stuk gaat kan voor maximaal € 250,- aan kosten voor reparatie of eigen risico worden vergoed. Verder bevat de Wijzigingsverordening een aantal tekstuele verbeteringen. 1.4 Aan paragraaf 4.5 wordt de regeling meerkosten chronisch zieken toegevoegd Deze regeling is bedoeld om indirecte zorgkosten, zoals hoge stookkosten of kledingslijtage, te compenseren. Opgemerkt is dat wanneer er sprake is van een chronische ziekte of chronische beperking het aannemelijk is dat er sprake is van meerkosten. De hoogte van deze meerkosten hoeft de aanvrager dan niet meer specifiek aan te tonen. De compensatieregeling dateert uit 2016 en is tot stand gekomen in samenspraak met het Wmoforum en de Cliëntenraad. Per 2020 is deze regeling afgeschaft en is een maatwerkbudget geïntroduceerd. Nu wordt de regeling per 2023 weer heringevoerd.
Structureel komt € 200,beschikbaar voor mensen met een inkomen tot maximaal 120% van het sociaal minimum. Andere voorwaarden zijn dat iemand in het afgelopen jaar het volledige eigen risico voor de zorgverzekering heeft betaald, of een eigen bijdrage betaalt aan het CAK voor o.a. Wmo-hulpmiddelen, of een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, of anderszins kan aantonen chronisch ziek of gehandicapt te zijn. Per amendement (A2022.31) is besloten de regeling per 1 januari 2023 opnieuw in te voeren en de vergoeding voor het aanvraagjaar dat loopt tot 1 juli 2023 te verhogen naar € 500,1.5
Er zijn nog inwoners die inburgeringsplichtig zijn op grond van de Wet inburgering zoals die gold voor 1 januari 2013.
Vanwege de inwerkingtreding van de nieuwe Wet inburgering 2021 wordt voorgesteld de Verordening Wet inburgering Gemeente Veenendaal in te trekken omdat deze nog is gebaseerd op de oude Wet inburgering. Echter op grond van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige gelden nog de volgende bepalingen in de Wet inburgering 2007 voor nieuwkomers die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig werden en het inburgeringsexamen nog niet hebben afgerond (regime Wet inburgering 2007-2013): “Op de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 1, onderdeel, b, van de Wet inburgering, voor wie de termijn voor het behalen van het examen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die wet op grond van artikel 7, eerste lid, of 26 van die wet is aangevangen, blijven hoofdstuk 2 en de artikelen 16, 17, eerste lid, 18, 23, eerste tot en met derde lid, 29 tot en met 37, 47 en 49 van de Wet inburgering van toepassing.” Dit betekent dat de bepalingen van de in te trekken Verordening Wet inburgering gemeente Veenendaal nog van toepassing moeten blijven op deze groep inburgeringsplichtigen. Met het overgangsrecht van artikel III is dat geregeld. In heel Nederland zijn nog circa 9.000 mensen met een oude inburgeringsplicht.
Bij verhuizing naar de gemeente Veenendaal zal de gemeente de mogelijkheid moeten hebben deze ‘oude’ handhavingstaak toe te passen. De verwachting is dat op 1 januari 2030 er geen inburgeringsplichtigen meer zijn die onder dit regime vallen. 1.6
Sinds 1 april 2022 is de individuele studietoeslag op rijksniveau geregeld.
Raadsvoorstel van 14 februari 2023, nr. 2003298
De individuele studietoeslag geldt als inkomensaanvulling voor studenten die door medische beperking structureel niet in staat zijn om naast hun studie bij te verdienen. Gemeenten mochten zelf de hoogte van de toeslag bepalen en dit vastleggen in een verordening. Sinds 1 april 2022 zijn de bedragen per leeftijdscategorie bij koninklijk besluit vastgelegd en is die voor alle gemeenten gelijk nl. € 300,- per maand voor studenten ouder dan 21 jaar. De verordening Individuele Studietoeslag Veenendaal 2015 is daardoor niet meer nodig en kan worden ingetrokken. 1.7 Handhaving is al geregeld in de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal Bij de vaststelling van de integrale verordening is een hoofdstuk 5 Handhaving opgenomen. Daardoor is de verordening Handhaving Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet investeren in jongeren niet meer nodig en kan deze worden ingetrokken. Alternatieven Een alternatief kan bijvoorbeeld zijn om geen keuze te maken tussen afstemmen op grond van de Pw en een boete op grond van de Wi2021. Hierbij wordt maatwerk geboden en per situatie gekeken wat een passende sanctie is. Zoals onder argument 1.2 omschreven is dit alternatief niet gewenst omdat dit tot rechtsonzekerheid kan leiden.
Kanttekeningen 1.1 Bij samenloop kiezen voor de Pw kan financieel nadelig uitpakken voor de inburgeraar Het is wenselijk om willekeur te voorkomen door in de verordening vast te leggen in welke situaties wordt verlaagd en in welke situaties een boete wordt opgelegd. Om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld, wordt geadviseerd zoveel mogelijk te volstaan met een verlaging van de uitkering. Hiermee wordt voorkomen dat inwoners bij een vergelijkbare gedraging een andere sanctie krijgen. Tegelijk dient het regime van de Wet inburgering 2021 in acht te worden genomen. De Wet inburgering 2021 is milder dan de Participatiewet. Daarom wordt in twee specifieke situaties prioriteit gegeven aan de – mildere - Wi2021 boven de Pw. Zo wordt een boete op grond van de Wi2021 opgelegd in plaats van een verlaging van de bijstand op grond van de Pw, als de verlaging van de bijstand tot een financieel nadeliger situatie leidt dan het opleggen van een boete en: a. de belanghebbende nog wordt ontzorgd op grond van artikel 56a Pw; of b. de verlaging van de bijstand ertoe leidt dat het inburgeringsproces van de belanghebbende vertraging oploopt. 1.2 Het verlagen van een uitkering wegens niet meewerken aan ontzorgen kan negatief van invloed zijn op het inburgeringsproces.
Het ontzorgen houdt onder andere in dat de gemeente de eerste zes maanden een deel van de uitkering inhoudt en rechtstreeks doorbetaalt aan zorgverzekeraar, verhuurder etc. Gemeenten hebben hierin geen beleidsvrijheid. Om te kunnen ontzorgen is een door de inburgeraar ondertekende machtiging nodig. Aan de hand van voorlichting en de inzet van een tolk wordt aan de inburgeraar uitgelegd waarom deze machtiging nodig is. Het proces van ontzorgen zou gefrustreerd worden als er een verlaging op de uitkering zou worden toegepast. Er ontstaat dan immers een probleem met doorbetaling naar vaste lasten partners. Daarom wordt geadviseerd in eerste instantie te volstaan met een waarschuwing en pas bij recidive een verlaging toe te passen. 1.3 We voeren tussentijds een majeure beleidswijziging in het Minimabeleid door. . Het minimabeleid is in januari 2020 met het IBK 2020-2023 vastgesteld. De minimamaatregelen zijn vervolgens opgenomen in de integrale verordening. Het minimabeleid kent een looptijd van vier jaar. Dit blijft vooralsnog het kader voor het komende jaar. De voorgestelde wijzigingen waren aanvankelijk kleine aanpassingen/wijzigingen ten faveure van de inwoner. In november 2022 is echter besloten om gezien de huidige economische ontwikkelingen nu al wijzigingen door te voeren voor de doelgroep chronisch zieken en gehandicapten.
Dit betreft de herinvoering van de regeling meerkosten en uitbreiding van de collectieve ziektekostenverzekering.
Raadsvoorstel van 14 februari 2023, nr. 2003298
Met het IBK 2024-2027 worden aan de raad de minimamaatregelen 2024-2027voorgelegd. In aanloop naar dat besluit wordt de raad geconsulteerd. Daarbij wordt het huidige beleid geëvalueerd en worden ook mogelijk nieuwe wettelijke en financiële kaders betrokken. De verordening biedt lokale kaders voor het minimabeleid. Dit wordt uitgewerkt in beleidsregels. Participatie De Cliëntenraad De Vallei is in dit proces nauw betrokken geweest en heeft advies gegeven (bijlage 3). Deze adviezen zijn gewogen en adviezen over de uitvoering van de regels worden overgenomen. Zie hiervoor de reactie van het college (bijlage 4). Deze vorm van participatie valt onder trede 3: verdiepen en adviseren. Verder is afstemming gezocht met de gemeenten Rhenen en Renswoude. Daar worden genoemde wijzigingen (met uitzondering van de regeling meerkosten chronisch zieken) ook doorgevoerd in de PW-verordeningen. Wat betekent dit besluit voor inwoners? Voor inwoners die inburgeren is duidelijk welke verplichtingen gelden. Voor inwoners die gebruik maken van de minimaregelingen is een aantal bepalingen duidelijker en kan meer maatwerk worden geleverd. Aanpak /uitvoering Na inwerkingtreding van de Wijzigingsverordening worden de bepalingen uitgevoerd. In een beleidsregel inburgering volgt een uitwerking van de inburgeringssystematiek. De aangepaste minimaregelingen worden direct doorgevoerd.
Communicatie over dit besluit Na vaststelling door de raad wordt de Wijzigingsverordening bekendgemaakt en geconsolideerd. Evaluatie We blijven alert op signalen uit de samenleving, door actief onderzoek uit te voeren en monitoring toe te passen. In 2023 wordt het Integraal beleidskader sociaal domein geëvalueerd in aanloop naar het IBK 2024-2027. Hierbij wordt een uitgebreid participatietraject gevolgd. Mogelijk leidt dit tot wijzigingen in de integrale verordening. Ook wordt dan meegenomen of naast hoofdstuk 1 ook in de andere hoofdstukken een verdergaande integrale werkwijze kan worden opgenomen
Kosten, baten, dekking In de Programmabegroting 2023 zijn middelen opgenomen ter dekking van herinvoering van de regeling meerkosten chronisch zieken. Burgemeester en wethouders,
mevrouw drs. S.M. Deelstra secretaris
de heer K.J.G. Kats burgemeester
Bijlagen 1. De Verordening tot eerste wijziging van de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal en tot intrekking van de Verordening Wet inburgering Gemeente Veenendaal en de Verordening Individuele Studietoeslag 2015 Gemeente Veenendaal 2. De geconsolideerde versie van de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal. 3. Advies Clientenraad de Vallei 4. Reactie college op advies Clientenraad de Vallei