CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Definitief Rapport Grondwaterregime overlastgevoelige gebieden (incl. bijlagen)

Beeldvormende avond 2 februari 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: 20.30 - 21.15 uur: Klimaatschade en klimaatadaptatie | Hitte, droogte en wateroverlast7.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ingenieurs met een verhaal.

BOOT organiserend ingenieursburo bv

Alle opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd overeenkomstig de AV-BOOT 2016.

ANALYSE GRONDWATERREGIME EN OVERLAST GEVOELIGE GEBIEDEN IN VEENENDAAL Analyse van grondwaterregime en definieren van overlastgevoelige locaties

Gemeente Veenendaal

OPDRACHTGEVER

Postbus 1100 3900 BC VEENENDAAL DATUM

1 december 2017

DOCUMENTNUMMER

P17-0369-003

OPGESTELD DOOR

drs. ing. J.L. van der Meij

GEAUTORISEERD

drs. ing. J.L. van der Meij

PROJECTLEIDER

ing. L.C. van den Dikkenberg

GEZIEN

BOOT organiserend ingenieursburo B.V. Plesmanstraat 5 3905 KZ VEENENDAAL WEBSITE

http://www.buroboot.nl

E-MAIL

info@buroboot.nl

PROJECT DOCUMENTNUMMER

1 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

Titelpagina DATUM ONDERZOEK

1 december 2017

OPDRACHTGEVER

Gemeente Veenendaal Postbus 1100 3900 BC VEENENDAAL Telefoon: 0318-538911 Fax: 0318-553834

CONTACTPERSOON

A. Meijerink

UITGEVOERD DOOR

BOOT organiserend ingenieursburo B.V. Plesmanstraat 5 3905 KZ VEENENDAAL

CONTACTPERSOON

PROJECT DOCUMENTNUMMER

2 / 23

REVISIEDATUM

L.C. van den Dikkenberg

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ............................................................................................................................................. 5 1.1

ALGEMEEN ...................................................................................................................... 5

1.2

DOEL EN KADER............................................................................................................... 5

1.3

DOCUMENTEN ................................................................................................................. 6

1.4

ACHTERGROND BELEID ...................................................................................................... 6

2

ONDERZOEKSOPZET....................................................................................................................... 8 2.1

INLEIDING ....................................................................................................................... 8

2.2

INVOERCONTROLE DATA GRONDWATERMEETNET ................................................................... 8

2.3

GRONDWATERREGIME PER MEETLOCATIE EN KENTALLEN OP DE KAART........................................ 9

2.4

ISOHYPSEN- EN ONTWATERINGSKAART ................................................................................. 9

2.5

ANALYSE EN RAPPORTAGE ............................................................................................... 10

3

(GEO-)HYDROLOGISCHE SITUATIE VEENENDAAL ...................................................... 11 3.1

ALGEMEEN .................................................................................................................... 11

3.2

OPPERVLAKTEWATER ...................................................................................................... 11

3.3

MAAIVELDHOOGTE EN (REGIONALE-) BODEMOPBOUW ........................................................... 11

3.4

GRONDWATER ............................................................................................................... 13

3.5

MAATGEVENDE GRONDWATERSTAND ................................................................................. 14

3.6

ENQUÊTE WATEROVERLAST .............................................................................................. 15

4

ANALYSE ............................................................................................................................................. 17 4.1

ALGEMEEN .................................................................................................................... 17

4.2

TOETSING ONTWATERING ................................................................................................ 17

4.3

RELATIE ENQUÊTE EN ONTWATERINGSKAART ....................................................................... 17

4.4

RELATIE ONTWATERING MET ONDIEPE BODEMOPBOUW .......................................................... 18

4.5

GEBIEDEN GEVOELIG VOOR KWEL VAN DE UTRECHTSE HEUVELRUG .......................................... 20

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................... 21 5.1

ALGEMEEN .................................................................................................................... 21

5.2

CONCLUSIES ................................................................................................................. 21

5.3

AANBEVELINGEN ............................................................................................................ 22

PROJECT DOCUMENTNUMMER

3 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

BIJLAGEN A

: Indeling wijken

B

: Peilbuislocaties

C

: Statistische gegevens per peilbuislocatie

D

: Representatief Hoogste Grondwaterstand (RHG)

E

: Representatief Laagste Grondwaterstand (RLG)

F

: Maatgevend hoge grondwaterstand

G

: Waterpeil en maatgevend hoge grondwaterstand

H

: Isohypsenlijnen freatische grondwaterstanden d.d. 22 nov. 2015

I

: Maaiveldhoogtekaart (AHN-2)

J

: Ontwateringsdiepte bij maatgevend hoge grondwaterstand

K

: Dwarsdoorsnede west naar oost

L

: Dwarsdoorsnede zuid naar noord

M

: Verwachte verspreiding storende laag ondieper dan 0.7 m - mv

N

: Verwachte verspreiding storende laag ondieper dan 1,5 m - mv

O

: Enquête resultaten water in kruipruimte

P

: Interpretatie enquête, ontwateringsdiepte en storende lagen < 0,7 m - mv

Q

: Interpretatie enquête, ontwateringsdiepte en storende lagen < 1,5 m - mv

R

: Verspreiding antropogene ophoging

S

: Indicatieve oorzaken grondwateroverlast

T

: Prioriteitenkaart

U

: Positie peilbuis filter

V

: Gegevens peilbuis filters

PROJECT DOCUMENTNUMMER

4 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

1

Inleiding

1.1

Algemeen In de gemeente Veenendaal wordt (grond-)wateroverlast ervaren verspreid over de gehele gemeente. Dit blijkt uit meldingen die bij de gemeente binnenkomen. Om zorgvuldig en objectief te handelen heeft de gemeente de ruimtelijke spreiding van de door bewoners ervaren overlast vastgelegd middels een bewoners-enquête. In figuur 1 is weergegeven waar bewoners water in de kruipruimte meldden (rood) en waar niet (groen). Figuur 1: Overzicht spreiding water in kruipruimte (bron: Enquête wateroverlast Veenendaal).

1.2

Doel en kader Vanuit de enquêteresultaten is nauwelijks een eenduidig beeld over de spreiding van ervaren (grond-) wateroverlast af te leiden. Wel zijn er gebieden te onderscheiden waar relatief veel of weinig meldingen van water in de kruipruimte zijn. Om de omstandigheden te kunnen duiden is nadere analyse van de Veenendaalse (geo-)hydrologie nodig. Doel van dit onderzoek is op basis van analyse van beschikbare metingen uit het gemeentelijk grondwatermeetnet en bodemprofielen uit archieven en Dinoloket inzicht te geven in risicogebieden voor hogere grondwaterstanden, en het benoemen van risicogebieden voor schijngrondwaterstanden.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

5 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

1.3

Documenten Voor de uitwerking van dit project is door de gemeente Veenendaal alle relevante informatie digitaal en direct bij aanvang van het project beschikbaar gesteld. Onderstaand een overzicht van de verstrekte documenten die betrekking hebben op dit rapport. [1]

Grondwatermeetnet Gemeente Veenendaal, Wareco, KP97-a RAP20100811

[2]

Enquête wateroverlast Veenendaal, Wareco, KP93 RAP20151209

[3]

Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan Veenendaal 2017-2020, Gemeente Vee-

[4]

Gemeentelijk verkeer- en vervoersplan 2012-2025, Gemeente Veenendaal, d.d.

[5]

*.shp bestanden drainage, enquêteresultaten

[6]

Locatie- en meetgegevens in Excel format

[7]

Bodemgegevens grondwatermeetnet

nendaal, 16.049/9, d.d. 21 februari 2017 29 oktober 2012

In de tekst wordt met cijfers tussen […] verwezen naar genoemde documenten. 1.4

Achtergrond beleid Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan Veenendaal In het Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan Veenendaal wordt ingegaan op de gewenste grondwaterstand in bebouwd gebied. Hiervoor is als richtlijn een Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) van 0,7 m-as weg aangenomen in samenspraak met Waterschap Vallei en Eem en de gemeenten in het samenwerkingsplatform. Van structurele grondwateroverlast is sprake wanneer de gewenste grondwaterstand minstens één maand (30 dagen gesommeerd, hoeft niet aaneengesloten te zijn) per jaar wordt overschreden. Aanvullend op voornoemde richtlijn hanteert Veenendaal de volgende ontwateringsnormen, gebaseerd op het platform Beter Bouw- en Woonrijp maken: Primaire wegen en spoorwegen 1,0 m-mv Secundaire wegen 0,7 m-mv Groen (tuinen, plantsoenen en parken) 0,5 m-mv Sportvelden 0,5 m-mv Hiervoor geldt een maximale overschrijdingsduur van één maand per jaar. De primaire wegen zijn weergegeven in figuur 2 [4]. De aanvullende ontwateringsnormen van Veenendaal gelden voor de wegen Rondweg Oost, Rondweg West, Industrielaan, Prins Clauslaan, en de Grote Beer. De A12 is hoger gelegen in het maaiveldprofiel en valt buiten beschouwing.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

6 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

Figuur 2: Primaire wegen binnen gemeente Veenendaal (paars en blauw).

PROJECT DOCUMENTNUMMER

7 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

2

Onderzoeksopzet

2.1

Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft hoe het onderzoek is uitgevoerd. Het onderzoek bestaat uit vijf onderdelen waarin onderzoek en presentatie zijn uitgewerkt in samenvattende tabellen en kaartbeelden. De hierna genoemde onderdelen vormen de leidraad van deze rapportage:

Invoercontrole data grondwatermeetnet

Uitwerken grondwaterregime per meetlocatie en ondiepe ondergrond

Opstellen isohypsen- en ontwateringskaart

Analyse grondwateroverlast

Conclusies en adviezen Deze onderdelen vormen gezamenlijk de basis voor de analyse van mogelijke oorzaken van de ervaren grondwateroverlast. Hierin worden de geohydrologische opbouw van de ondiepe ondergrond en de ruimtelijk-temporele (in de tijd) ontwikkeling van de grondwaterstand in samenhang beschouwd. Bij de analyse en presentatie van de gegevens is uitsluitend gebruik gemaakt van direct beschikbare monitoring- en archiefgegevens, er is in dit kader geen extra veldwerk verricht. 2.2

Invoercontrole data grondwatermeetnet Het gemeentelijk meetnet in Veenendaal is ontstaan vanuit de behoefte om het gemeentelijk beleid ten aanzien van grondwaterbeheer binnen het stedelijk gebied op een eenduidige manier te kunnen volgen. In de projectgroep: Platform Water Vallei en Eem is in 2007 gestart met een initiatief om voor de regio Vallei en Eem tot een gezamenlijk aanpak van de inrichting van stedelijke grondwatermeetnetten te komen en in 2010 is er voor de gemeente Veenendaal een meetnetontwerp gemaakt dat aansluit bij het platform [1]. Hiervoor werd al sinds ongeveer 2007 structureel de grondwaterstand bemeten. De grondwaterstand wordt gemeten in het gemeentelijk grondwatermeetnet (monitoringnet) waarin vanaf 2012 met een frequentie van één meting per 6 uur geautomatiseerd wordt gemonitord. De gegevens worden 4 keer per jaar uitgelezen en zijn dan digitaal beschikbaar in DINOLoket (GDN TNO).

PROJECT DOCUMENTNUMMER

8 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

De meetgegevens uit het grondwatermeetnet van de gemeente Veenendaal zijn gecontroleerd en gevalideerd op basis van ‘expert judgement’ en een door BOOT ontwikkelde validatietool. Deze gegevens zijn gebruikt om de ontwateringsdiepte vast te stellen en een vlakdekkende isohypsenkaart samen te stellen voor de gehele gemeente. De analyse van dit meetnet en de kaartbeelden zijn beschreven in hoofdstuk 3 en 4 van dit rapport, voor de kaartbeelden wordt verwezen naar de bijlagen Per peilbuis is in beeld gebracht óf er een slecht doorlatende laag aanwezig is in het boorprofiel van de peilbuis of in de nabije omgeving en is in beeld gebracht of het filter boven of onder deze slecht waterdoorlatende laag is gesitueerd. 2.3

Grondwaterregime per meetlocatie en kentallen op de kaart Van de meetreeksen van de grondwaterstand zijn statistische gegevens gegenereerd, dit zijn onder meer: de representatief hoogste en laagste grondwaterstand, de maximale grondwaterstand en ontwateringsdiepte. Met deze gegevens is vervolgens de geohydrologische situatie ter plaatse van het meetlocatie gekarakteriseerd, de tijdreeksen van de meetlocaties zijn niet afzonderlijk gepresenteerd in dit rapport. Beide eerst genoemde kentallen zijn vergelijkbaar met de meer ‘klassieke’ waarden: GHG en GLG. Het grondwaterregime is beschreven in paragraaf 3.2 van dit rapport en de bijbehorende kaartbeelden in bijlage C t/m E. De analyse daarvan vormt tevens de basis voor drie thematische kaarten: gevoelig voor kwel vanaf de Utrechtse Heuvelrug, gevoelig voor hoge freatische grondwaterstanden en gevoelig voor schijngrondwaterstanden door ondiepe storende lagen, die in hoofdstuk 4 van dit rapport zijn beschreven.

2.4

Isohypsen- en ontwateringskaart Op basis van de statistische gegevens van de meetreeksen wordt een maatgevend hoge grondwaterstand bepaald op één moment. Deze wordt gebaseerd op een gesommeerde 9daagse neerslag in een winterperiode (november-maart) binnen de meetperiode en de berekende RHG (zie verder paragraaf 3.2). Het gekozen moment benaderd de RHG, ofwel de maatgevend natte situatie. Om overdrijving in de ontwateringskaart te voorkomen is hiervoor gekozen. Daarnaast is een RHG-situatie het meest geschikt om het gestelde beleid te toetsen vanwege het feit dat het gemiddeld circa één maand per jaar (of 10% van de metingen) de grondwaterstand deze waarde kan overschrijden. Voor de uiteindelijke datum is een isohypsenkaart opgesteld, rekening houdend met gedraineerde gebieden, ingestelde oppervlaktewaterpeilen en de gemeten grondwaterstanden. Met behulp van isohypsenkaarten kan het stromingspatroon van het grondwater en de ruimtelijke spreiding van de grondwaterstanden inzichtelijk gemaakt worden. De oppervlaktewaterpeilen zijn voor deze analyse opgevraagd bij Waterschap Vallei en Veluwe.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

9 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

Met behulp van GIS is, op basis van de isohypsenkaart en het AHN-2, een vlak dekkende ontwateringskaart gemaakt van de gemeente Veenendaal. Op deze kaart is inzichtelijk gemaakt waar zich de gebieden met een (te) geringe ontwateringsdiepte bevinden, en waar zich gebieden voordoen met een ruimere ontwateringsdiepte. De indeling op deze kaart is opgezet naar de gemeentelijke normen voor ontwatering op openbaar terrein. 2.5

Analyse en rapportage Uit DINOLoket zijn de bestanden met diepteligging van de lithoklassen: antropogeen (opgebracht materiaal), veen, klei en zand geselecteerd en gebruikt voor de classificatie van ondiepe voorkomende slecht doorlatende lagen. De bestanden zijn verwerkt naar gegevens ten opzichte van maaiveld om de ligging van de slecht doorlatende lagen te kunnen vergelijken met de ontwateringsdiepte. Op basis van de geohydrologische opbouw en grondwaterstand is geanalyseerd óf en waar het risico op structureel te hoge grondwaterstanden hoog is, en waar mogelijk grondwateroverlast ervaren wordt als gevolg van (te) hoge freatische grondwaterstanden. Daarnaast is in beeld gebracht waar mogelijk sprake is van schijngrondwaterstanden door geohydrologische aspecten en enquêteresultaten in samenhang te beschouwen. Bij de analyse en presentatie van de gegevens is uitsluitend gebruik gemaakt van archiefgegevens en is geen aanvullend veldwerk verricht.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

10 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

3

(Geo-)hydrologische situatie Veenendaal

3.1

Algemeen In dit hoofdstuk is de geohydrologische situatie van Veenendaal beschreven. Dit op basis van beschikbare gegevens en op basis van analyse uit de dataverwerking. Hierbij gaat het om een selectie van de basisgegevens, de basisset, en vervolgens de analyse van de meetreeksen uit deze basisset, de gegevens van de ondiepe slecht doorlatende lagen uit DINOLoket en de boorgegevens uit [1].

3.2

Oppervlaktewater Veenendaal kent voornamelijk aan de flanken van de kern oppervlaktewater, zie figuur 3. Centraal in de afwatering staat het Valleikanaal met een streefpeil op NAP +4,30 m (NAP +4,20 m tot NAP+4,40 m). Deze voert af richting Amersfoort op de Eem. De watergangen in Veenendaal-Oost hebben een sterke ontwaterende functie. De peilen variëren van circa NAP +6,90 op de flanken van de Heuvelrug, tot circa NAP + 4,50 nabij het Valleikanaal. In bijlage G is een overzicht opgenomen van de waterpeilen zoals deze zijn afgegeven door Waterschap Vallei en Veluwe ten behoeve van dit onderzoek. Figuur 3: Overzicht oppervlaktewater

3.3

Maaiveldhoogte en (regionale-) Bodemopbouw Veenendaal is gelegen in de Gelderse Vallei op de uitlopers van de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug, wat terug te zien is in het maaiveldhoogteverloop, zie figuur 4 en bijlage I. Aan de andere zijde van de vallei bevindt zich Ede dat deels op de Veluwe stuwwal ligt. Centraal in Veenendaal bevinden zich twee hogere delen die gevormd worden door dekzandruggen, nabij de Markt en nabij de begraafplaats De Munnikenhof.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

11 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

Figuur 4: Ligging Veenendaal in de Gelderse Vallei (rood-geel hoger, groen-blauw lager)

De ondiepe ondergrond van de gemeente Veenendaal kenmerkt zich door een gelaagde opbouw. De bodem wordt voornamelijk gekenmerkt door gelaagde afzettingen uit de laatste ijstijden en veenontwikkeling. Voor een deel is die vlakke gelaagdheid scheef gesteld op de stuwwal aan de zuidzijde van Veenendaal. Deze stuwallen liggen voor een deel ook “begraven” maar zijn in het landschap als hogere gedeelten nog terug te vinden: Emminhuizerberg en de reeds genoemde hogere delen van Veenendaal Centrum. De ondergrond is voornamelijk zandig ontwikkeld met veen-, klei- en leem- laagjes in de ondiepe ondergrond. De aanwezigheid van ondiepe storende lagen heeft een sterke invloed op de grondwaterstand, dit zowel omdat infiltrerend hemelwater stagneert op deze laagjes als de afsluiting voor kwelwater vanuit de Utrechtse Heuvelrug. Als onderdeel van de inrichting van het gemeentelijk meetnet zijn boorprofielen opgenomen bij de freatische peilbuizen tot op een diepte van circa 3,0 m – mv en zijn booromschrijvingen gemaakt van de boorprofielen [7]. In totaal zijn er circa 45 boringen geplaatst, waarvan de meeste tot een diepte van circa 4 m–mv zijn uitgevoerd. Uit de booromschrijvingen blijkt dat bij vijf boringen een klei -veen laag in de ondiepe ondergrond is gevonden. Deze lagen kunnen worden getypeerd als slecht waterdoorlatend, en zijn aangetroffen in openbaar gebied.

Mogelijk zijn de ondiepe slecht waterdoorlatende lagen op meerdere locaties in de gemeente aanwezig, maar zijn deze in openbaar gebied (deels) vergraven. Om te onderzoeken wat de verwachte spreiding is van de slecht waterdoorlatende lagen, ook op particulier terrein, is bestudeerd of de opgeboorde lagen ook herleidbaar zijn in het GeoTop-model (DINOLoket). Uit deze analyse is gebleken dat in de omgeving van de genomen boorprofielen, ook in GeoTop veen- of kleilagen voorkomen.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

12 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

De landelijke database DINOLoket, met daarin het gedetailleerde ondergrondmodel GeoTop, vormt een gebiedsdekkende gegevensbron voor het opstellen van een schematisch beeld van de ondiepe bodem van de gemeente. Dit in de vorm van een aantal verklarende profielen (bijlagen K en L) en thematische kaarten van de ondiepe slecht doorlatende lagen bestaande uit veen, klei en leem (bijlage M en N). Op basis van deze kaarten kan worden gesteld dat de bodemopbouw met name in de wijken Dragonder, Veenendaal Oost, ’t Goeie Spoor/Schepenbuurt met uitlopers richting Componistensingel en de wijk Engelenburg, West en omgeving Groene Velden gekenmerkt worden door ondiepe storende lagen (diepte tot ongeveer 1,5 m). Omdat mogelijk recentere ophogingen minder goed of onder druk zijn verricht is gekeken naar de antropogene ophogingen als mogelijke bron van storende lagen. Uit bestudering blijkt dat Veenendaal boven de spoorlijn Rhenen-Utrecht op grote schaal deze ophogingen kent, hierdoor is dit nauwelijks onderscheidend in relatie tot de optredende overlast. 3.4

Grondwater Voorselectie peilbuislocaties Vanuit de landelijke voorziening DINOLoket zijn 140 peilbuizen geselecteerd die binnen de gemeentelijke begrenzing van Veenendaal vallen. Hieronder vallen ook de peilbuizen die onderdeel uitmaken van het gemeentelijk meetnet. De meetgegevens zijn ingelezen in een door BOOT ontwikkeld analyse- en validatieprogramma. Vervolgens is de gehele dataset aan een rekenkundige controle onderworpen waarin afwijkende meetgegevens zijn gemarkeerd en in het vervolgtraject niet meer zijn gebruikt bij de statistische analyse. Voor een aantal meetgegevens is de afwijking zo evident in de vorm van een waarnemer-, dataentry- of referentie-fout, dat deze afwijkingen direct in de gebruikte meetreeksen zijn aangepast. In totaal zijn er, na deze analyse, 114 peilbuislocaties geselecteerd waarin, vanaf het jaar 2012, meetreeksen van grondwaterstanden aanwezig zijn die structureel en projectmatig zijn waargenomen en waarvan de meetreeks dichtheid voldoende groot is. Uit deze serie peilbuislocaties zijn vervolgens de peilbuizen met meetreeksen geselecteerd waarvoor geldt dat: -

de onderkant filter op maximaal NAP -10 m ligt;

-

er een normale verdeling van de meetreeks aanwezig is;

-

er een zo volledig mogelijke set aan gegevens van de meetreeks is, dus geen “gaten” in de reeks, geen onverklaarbare uitschieters of trend, e.d.;

-

er in een maatgevende natte periode (zie paragraaf 3.5) voldoende meetgegevens aanwezig zijn.

Uiteindelijk is op basis van deze selectie een werkbestand van in totaal 71 peilbuislocaties ontstaan die in het verder in dit project zijn gebruikt voor de gebiedsbeschrijving en de analyse van de overlast gevoelige gebieden. In bijlage C is een tabel opgenomen met de numerieke waarden van respectievelijk de maximale grondwaterstand, RHG, RLG en ontwateringsdiepte en in de bijlage D en E kaartbeelden van de RHG en RLG.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

13 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

Grondwatersituatie Het grondwatersysteem van Veenendaal kenmerkt zich globaal door een grondwaterstroming die van twee zijden wordt gevoed. Vanuit het noorden stroomt grondwater richting het watersysteem langs de A12. Ter plaatse van de begraafplaats De Munninkenhof bevindt zich een hogere grondwaterstand (in NAP). Hier zijn geen ontwateringsmiddelen aanwezig waardoor er een opbolling van de grondwaterstand optreedt. Vanuit dit hogere gebied stroomt grondwater richting het Valleikanaal en de A12. Vanuit het zuiden bezien stroomt het grondwater vanaf de Utrechtse Heuvelrug richting het Valleikanaal. De gemeten grondwaterstanden variëren van circa NAP +7,56 m ter plaatse van de Prattenburglaan in Petenbos tot circa NAP +4,94 m ter plaatse van de wijk Componistenbuurt. Statistieken van de meetreeks zijn opgenomen in bijlage C. De representatief hoogste grondwaterstand (RHG, bijlagen C en D) varieert van circa NAP +5,10 m tot circa NAP +7,00 m. De Representatief Laagste Grondwaterstand varieert van circa NAP +4,50 m tot Circa NAP 6,50 m. De gemiddelde fluctuatie per meetpunt bedraagt circa 0,35 m tussen de RHG en de RLG. In sterk gedraineerde gebieden fluctueert dit minder, terwijl juist in de grondwaterfluctuatiezone van de Utrechtse Heuvelrug een sterkere fluctuatie aanwezig is. Hier wordt wel tot 0,85 m gemeten. 3.5

Maatgevende grondwaterstand De maatgevend hoge grondwaterstand is gebaseerd op een kenmerkend natte periode die in de afgelopen jaren (vanaf 2012) is gemeten. Voor het kenmerk: ‘natte periode’ is die periode in de meetreeks gebruikt waarvoor geldt dat een gesommeerd 9-daags neerslagoverschot in een winterperiode (november-maart) groter is dan 56 mm (STOWA). Binnen die perioden wordt vervolgens in de meetreeksen van de grondwaterstand gezocht naar waarden van de grondwaterstand die groter zijn dan de Representatief Hoogste Grondwaterstand (90e percentiel van een reeks, 10% van de metingen ligt boven deze waarde). Bij reeksen met een hogere aantal metingen benaderd dit de GHG. Het 9-daagse gesommeerde neerslagoverschot is gebaseerd op de neerslag- en verdampingreeks van de periode: 2013 - 2017 gemeten in het weerstation Veenendaal (bron: KNMI). Uit deze meetgegevens is de netto neerslag per dag bepaald op basis van het verschil tussen de neerslag en de potentiele gewasverdamping (dit is: 0,7 * verdamping volgens Makkink) en vervolgens glijdend gesommeerd over een 9-daagse periode. In onderstaande figuur 5 is het neerslagverloop weergegeven. Om een representatieve isohypsenkaart te maken op de bepaalde datum zijn alle peilbuizen uit de basisset geselecteerd met meetgegevens in de betreffende “natte”-perioden en waarden die voldoen aan het RHG criterium.

Uiteindelijk is de datum: 22 november 2015 bepaald als representatieve datum voor het doel van dit onderzoek waarbinnen de 9daagse sommatie groter is dan 56 mm en waarbij voor vrijwel alle peilbuislocaties een grondwaterstand boven de RHG ligt (zie bijlage F voor 2 meetlocaties in het noorden en zuiden van de gemeente).

PROJECT DOCUMENTNUMMER

14 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

Figuur 5: 9-daags neerslagverloop gedurende de meetperiode

Naast de maatgevende grondwaterstand op puntniveau is ook een vlak dekkende isohypsenkaart gemaakt voor Veenendaal waarbij het peil van het oppervlaktewater in de gemeente is gebruikt om de interpolatie van de meetpunten te ondersteunen. Het resultaat is een isohypsenkaart van de grondwaterstroming op één moment, d.d. 22 november 2015. De kaart is opgenomen in bijlage H. Voor de ontwateringsdiepte wordt gebruik gemaakt van het maaiveld en de maatgevende grondwaterstand, het verschil van het kaartbeeld van het AHN (bijlage I) en de isohypsenkaart levert een vlak dekkende kaart van de ontwateringsdiepte (bijlage J). Op basis van de isohypsenkaart (bijlage F) en de maaiveldhoogtekaart(AHN2, Bijlage G) is een vlak dekkende ontwateringskaart opgezet van Veenendaal. Voor de ontwateringsdiepte per peilbuislocatie (bijlagen C en J) is uitgegaan van de aangeleverde maaiveldhoogte. Het is mogelijk dat deze waarde lokaal afwijkt van die van het AHN, waardoor de berekende ontwateringsdiepte mogelijk iets kan afwijken. 3.6

Enquête Wateroverlast In opdracht van de gemeente Veenendaal is in 2015 een gemeentebrede enquête gehouden om de beleving van het stedelijk watersysteem in beeld te brengen. Deze enquête is in overleg met de gemeente Veenendaal opgesteld in de vorm van een vragenlijst met 41 vragen. Deze vragen gaan in op het gehele stedelijke watersysteem (grondwater, oppervlaktewater, hemelwater en riolering). De adreslocaties van de respondenten zijn opgenomen figuur 6.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

15 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

Eén van de vragen in de enquête betrof de vraag of sprake is van “water in uw kruipruimte?”. Voor de combinatie van de resultaten van de enquête en de ontwateringsdiepte is specifiek gekeken naar de antwoorden op deze vraag. In de bijlage O en P zijn kaartbeelden opgenomen waarin de locaties zijn aangegeven waar wel of geen wateroverlast wordt ondervonden in combinatie met de ontwateringsdiepte en de ondiepe slecht doorlatende lagen.

Figuur 6: Spreiding van respondenten [2]

PROJECT DOCUMENTNUMMER

16 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

4

Analyse

4.1

Algemeen Op basis van de gegevens en de systeembeschrijving zoals hiervoor beschreven, is onderzocht of er gebieden op kaart zijn te begrenzen met een verhoogd risico op structureel te hoge grondwaterstanden en of er gebieden aanwezig zijn waarbij grondwateroverlast voor kan komen vanwege de aanwezigheid van slecht waterdoorlatende lagen in de ondergrond op particulier terrein.

4.2

Toetsing ontwatering De ontwateringsdiepte, zoals weergegeven in bijlage J, in het stedelijk gebied bedraagt op een aantal locaties minder dan 0,5 meter. Dit is met name in het oostelijke deel van Veenendaal. Het hoger gelegen Zuid-Veenendaal, nabij de Utrechtse Heuvelrug, kent een grotere ontwateringsdiepte met ontwateringsdieptes groter dan 2 meter. Opgemerkt wordt dat de weergegeven situatie géén worst-case situatie is. Verwacht kan worden dat gebieden die in de analyse 0,70 m of minder ontwatering laten zien minstens één maand per jaar hogere grondwaterstanden kennen dan de momentopname op kaart. Voor toetsing van het beleid, en bijbehorende objectieve beschouwing van de ervaren overlast van structureel te hoge grondwaterstanden is deze kaart echter de juiste weergave. De ontwateringsdiepte in de wijken ‘De Pol’, ‘Dragonder Noord’, ‘Veenendaal Oost’, ‘Engelenburg’ en bedrijventerrein: Nijverkamp zijn grootschalig gering. Na analyse wordt verwacht dat de in het beleid geformuleerde ontwateringsdiepten hier niet worden gerealiseerd. Op kleinere schaal worden naar verwachting de minimale ontwateringsdieptes overschreden in de ‘Componistenbuurt’, de ‘Schepenbuurt’ en delen van het ‘Franse Gat’. Hier worden minimale ontwateringsdiepten berekend. Van de primaire wegen voldoen de Rondweg West, Rondweg Oost en de Prins Clauslaan naar verwachting aan de gewenste ontwateringsdiepte.

Volgens de berekende ontwateringsdieptes staat deze ter plaatse van de Grote Beer onder druk.

4.3

Relatie enquête en ontwateringskaart In de enquête hebben de respondenten aangegeven of water in de kruipruimte aanwezig is. Niet iedereen met water in de kruipruimte ervaart hier grondwateroverlast van, echter geeft dit wel een beeld van geringe ontwateringsdiepte, die mogelijk niet gemonitord wordt door de peilbuizen in het openbaar gebied. Met name in ‘de Pol’ en ‘Dragonder Noord’ geven de enquête en de ontwateringskaart een gelijk beeld. Veel respondenten in deze wijken geven aan water in de kruipruimte te hebben, en de berekende ontwateringsdiepte is hier gering. De berekende ontwateringsdiepte in de ‘Vogelbuurt’ en de ‘Schepenbuurt’ geeft een ander beeld dan de enquête. Hier is in de openbare ruimte de berekende ontwatering voldoende, echter laten een aanzienlijke hoeveelheid respondenten weten wel water in de kruipruimte te ervaren. PROJECT DOCUMENTNUMMER

17 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

In ‘Het Franse Gat’ laten respondenten een diffuus beeld zien van water in de kruipruimte. Hier komen lokaal ook geringe ontwateringsdieptes voor. Mogelijk speelt hier de kwel vanuit de Utrechtse Heuvelrug een rol met grotere fluctuaties in de grondwaterstand. De wijk is in deze zone gesitueerd. 4.4

Relatie ontwatering met ondiepe bodemopbouw Schijngrondwaterstanden De geohydrologische opbouw van de ondergrond in de gemeente heeft een belangrijke sturende factor op de variatie van de grondwaterstand in ruimte en tijd. Gebieden met ondiepe veenvoorkomens zijn zowel voor de stroming van grondwater als voor de grondwaterstand een belangrijk gegeven. Dit geldt eveneens voor de grondwaterstroming vanuit de Utrechtse Heuvelrug en het voorkomen van kwel in de topografische lager delen van de gemeente. Schijngrondwaterspiegels ontstaan doordat lokaal infiltrerend hemelwater stagneert in het normale patroon van afvoer van grondwater door drainage. De kans op het ontstaan van schijngrondwaterspiegels wordt sterk vergroot door het ondiep voorkomen van slecht waterdoorlatende lagen. Hierdoor stagneert de infiltratie van het neerslagoverschot in de ondergrond op die lagen en ontstaat de schijngrondwaterspiegel. De kaart met ondiepe slecht doorlatende lagen (bijlagen M en N) vormt hiervoor de basis. Mogelijke schijngrondwaterstanden In de gemeente Veenendaal komt die situatie met name voor in de wijken in het oosten van Veenendaal. De kaart met de ontwateringsdiepte laat zien dat in Oost-Veenendaal en ‘de Pol’ de ontwateringsdiepte grootschalig minder is dan 0,5 m.

De ondiep storende lagen zijn eveneens op grote schaal aanwezig in ‘Veenendaal-Oost’, zie figuur 7 waarin de storende lagen binnen 1,5 m-mv zijn weergegeven, gecombineerd met de enquêteresultaten. Figuur 7: Aanwezigheid ondiepe storende lagen (< 1,5 m-mv)

PROJECT DOCUMENTNUMMER

18 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

De enquête geeft een indirecte bevestiging van de verwachte bodemopbouw in de wijken ‘Dragonder-Oost’ en ‘Spitsbergen’ waar naar verwachting ondiep storende lagen aanwezig zijn. Voor de wijk ‘Nijverkamp’ is vermoedelijk kwel vanuit de Utrechtse Heuvelrug de meest waarschijnlijke verklaring voor de hogere grondwaterstanden. In de ondergrond is een dik pakket veen aanwezig (zie bijlagen K en L ) die als een obstakel voor grondwaterstroming naar verwachting de kwel versterkt in dit gebied. Lokaal in de wijk ‘Schepenbuurt’ en gedeeltelijk het ‘Franse Gat’ en de ‘Dichtersbuurt’ komen ondiepe slecht doorlatende lagen voor die overeenkomen met de gemelde grondwateroverlast. Figuur 8 laat het beeld zien van een sterk lokaal geconcentreerd aantal meldingen van grondwateroverlast en de verwachte spreiding van storende lagen. Vermoedelijk betreft het hier stagnerend hemelwater dat niet naar diepere bodemlagen kan infiltreren en daarom in de kruipruimte achter blijft. Figuur 8: Detailuitsnede Schepenbuurt-Vogelbuurt

In een relatief smal gebied vanaf de wijk ‘Franse Gat’ via ‘Kerkewijk’, ‘Boslaan en omgeving’ naar het ‘Petenbos’ en ‘Petenbos-Oost’ komen geïsoleerde gebieden voor met een geringe ontwateringsdiepte die mogelijk te relateren valt aan kweldruk in de grondwaterfluctuatiezone vanaf de Utrechtse Heuvelrug (zie bijlage V). Ter hoogte van de Utrechtse Heuvelrug aan de zuidzijde van Veenendaal en de plaatselijke Zandruggen (’t Hoorntje’, ‘Molenbrug’ en ‘Koopcentrum’) is de ontwateringsdiepte meer dan 2,0 meter. Hier worden geen storende lagen verwacht. In ‘De Pol’ is mogelijk sprake van lokale kwel door omliggende hoger gelegen delen als het ‘Koopcentrum’ en de begraafplaats ‘De Munnikenhof’. PROJECT DOCUMENTNUMMER

19 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

4.5

Gebieden gevoelig voor kwel van de Utrechtse Heuvelrug De grondwaterstroming vanaf de Utrechtse Heuvelrug is voornamelijk noordoostelijk gericht en wordt sterk bepaald door de topografie van de hoogteligging van de stuwwal en de overgangszone naar het lagere gedeelte van de vallei waarin de gemeente Veenendaal is gelegen. In de geologische profielen in bijlage K en L is in de ondiepe ondergrond veen aanwezig, de begrenzing daarvan kan worden beschouwd als een grens waar kwel potentieel optreedt. Met name de wijken ‘Franse Gat’, via ‘Kerkewijk’ naar ‘Boslaan en Omgeving’, ‘Nijverkamp’ en ‘De Groene Velden’ zijn gebieden waarvan mag worden verwacht dat kwel een rol speelt bij grondwateroverlast. Dit kan echter zeer lokaal optreden in de vorm van zogenaamde ‘wellen’ of via grofzandige bodemlagen.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

20 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

5

Conclusies en aanbevelingen

5.1

Algemeen Op basis van de analyse van het grondwaterregime, de ondiepe geologische bodemopbouw en de in de enquête aangemelde wateroverlast, is voor de gemeente Veenendaal onderzocht waar zich overlastgevoelige gebieden bevinden en welke factoren hier een rol spelen. Dit hoofdstuk sluit dit onderzoek af met een aantal conclusies en aanbevelingen.

5.2

Conclusies De conclusies die uit het onderzoek naar voren komen, zijn hieronder gerubriceerd naar de drie onderzochte thema’s: de grondwaterstand gemeten in het meetnet, de ondiepe geologie en de interpretatie van die gegevens in onderlinge samenhang met de enquête gegevens. Grondwatermeetnet Het grondwatermeetnet in de gemeente Veenendaal is een belangrijk instrument voor het volgen van het grondwaterbeleid van de gemeente en heeft in dit onderzoek een belangrijke rol gespeeld bij de identificatie van de overlastgevoelige gebieden. In het grondwatermeetnet zijn ‘data-gaten’ aanwezig. Dit is met name in de tweede helft van 2015 het geval geweest. In de meetreeksen die in dit meetnet zijn opgenomen komt een trendmatige stijging voor van de grondwaterstand die wijst op en structureel stijging van de grondwaterstand in de gemeente. Nader onderzoek naar deze stijging valt echter buiten de scope van het onderzoek. Ontwatering De berekende ontwateringsdiepte is in een aantal wijken en/of buurten geringer dan het hiervoor opgestelde beleid. Met name in ‘de Pol’ en ‘Dragonder Noord’ worden ontwateringsdieptes kleiner dan 0,7 m berekend. Van de primaire wegen staat met name de ontwatering van de weg Grote Beer onder druk en wordt daar vermoedelijk niet de gewenste ontwatering gerealiseerd. Ondiepe geologie Verspreid door Veenendaal komen ondiepe slecht waterdoorlatende lagen voor.

De risicogebieden hiervoor zijn aangegeven in bijlage S. In het oostelijk deel van Veenendaal komt dit op grote schaal voor, in Veenendaal-West lokaal. Het in samenhang beschouwen van de ondiepe geologie, ontwateringsdiepte en de enquêteresultaten levert een richtinggevend beeld op voor een voortvarende aanpak van risicolocaties. Locaties met, een via de enquête gemelde vorm van, wateroverlast (water in de kruipruimte) laat zich goed correleren met het voorkomen van ondiepe slecht doorlatende lagen.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

21 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

Het uitgevoerd onderzoek levert de volgende prioritering in mate van urgentie voor mogelijke vervolgstappen: Prioriteit 1:

‘De Pol’, ‘Dragonder Noord’, ‘Dragonder Zuid’, ‘Kerkewijk’ (in verband met mogelijke meekoppelkans bij reconstructie);

Prioriteit 2:

‘Nijverkamp’, ‘Schepenbuurt’, ‘Franse Gat’;

Prioriteit 3:

Overige gebieden, kansrijke locaties voor maatregelen bij evt. rioolvervangingen.

In bijlage T zijn de gebieden met prioritering weergegeven waar geadviseerd wordt nader onderzoek te verrichten. 5.3

Aanbevelingen Wij adviseren het grondwater- en drainagebeheer planmatig in te richten zodat inzichtelijk wordt welke maatregelen benodigd zijn om grondwater te beheersen en gerealiseerde systemen duurzaam operationeel zijn. Als basis hiervoor zien wij een validatie van dit uitgevoerd onderzoek op wijkniveau. Dit betreft de inkadering van overlastgebieden, bodemopbouw en gedetailleerder onderzoek op kleiner schaal. Belangrijk is de informatie die uit deze onderzoeken komt terug te blijven koppelen naar een centrale bron zodat inzicht ontstaat in het grondwatersysteem van Veenendaal. Het grondwatermeetnet in de gemeente Veenendaal en de daarin gemeten grondwaterstand leent zich voor een tijdreeksanalyse van de meetgegevens. Het is aan te bevelen om dit onderzoek uit te voeren vanwege de trendmatige ontwikkeling in vrijwel alle meetreeksen waarbij een verhoging van de grondwaterstand lijkt op te treden. Hierin kunnen ook de effecten op grondwaterstanden van de klimaatverandering worden geanalyseerd. Daarnaast geeft een analyse zicht op mogelijke aanpassingen in de dichtheid van het huidige meetnet en lost dit het gebrek aan meetpunten op in met name in ‘VeenendaalOost’ en het noordelijk industriegebied rond de A12.

Het verdient aanbeveling om de gemeten referentiehoogten van het grondwatermeetnet te controleren door een nieuwe meting van de meetrand en/of puntrandhoogte en het maaiveld. Geadviseerd wordt het risico op schijngrondwaterspiegels in ‘Dragonder-Noord’ en Dragonder-Zuid’, ‘De Pol’, ‘Schepenbuurt’ en de ‘Vogelbuurt’ in te perken door op particulier terrein de bodemopbouw in beeld te brengen door een gericht boorprogamma. Een systematische beschrijving van het grondwatersysteem van de gemeente Veenendaal is een absolute ‘must’ voor een onderbouwing van grondwater als een belangrijke randvoorwaarde in het gemeentelijk waterbeleid. Het verdient aanbeveling dit uit te werken in een conceptueel grondwaterstromingsmodel dat bruikbaar is als verklarend document voor zowel de technisch beleidsambtenaar als voor de Veenendaalse burger.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

22 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

Concrete stappen grondwateraanpak: 1: Beleidsvorming Het inrichten van grondwaterbeleid binnen Veenendaal is iets wat de komende periode gestalte dient te krijgen. Hiermee wordt voor de gemeente duidelijk hoe gereageerd kan worden op vragen of meldingen en wordt duidelijkheid gecreëerd naar de burgers over de geohydrologische omstandigheden. In het beleid staat de burger centraal. Dat betekent dat zo veel mogelijk wordt ingestoken op een open informatievoorziening naar de burgers. Overwogen kan worden de peilbuizen uit de H2gO portal een plaats te geven op de website van gemeente Veenendaal. Gemeente Veenendaal stelt voor zichzelf een beleid op waaraan acties gekoppeld kunnen worden. Het grondwaterbeleidsplan voorziet in de volgende elementen: o

Geohydrologische kenmerken gemeente

o

Wet en regelgeving

o

Taken en verantwoordelijkheden

o

Visie en strategie

o

Voorkeur en prioritering te nemen onderzoeken en maatregelen

o

Borging voortgang

o

Borging kwaliteit

o

Invulling grondwaterloket

o

Kostenoverzicht beleidsvoornemens

Richt een grondwaterloket in op de website van de gemeente. Hierop kan diverse informatie worden gedeeld, hetgeen tevens de afkoppelcampagne bij particulieren kan ondersteunen. Onderwerpen kunnen zijn: o

Toelichten verantwoordelijkheid perceeleigenaren

o

Mogelijke maatregelen in kruipruimtes

o

Eenvoudige maatregelen op het perceel

2: Uitvoeren nader onderzoek In de aanbevelingen is nader onderzoek opgenomen naar de oorzaken van grondwateroverlast in optredende gevallen. Geadviseerd wordt dit op te pakken en hier fundamenteel onderzoek naar te verrichten. Dit kan in de vorm van monitoring, kruipruimteinspecties, bodemopbouw, inmetingen en dergelijke. Belangrijk is de resultaten van de ‘postzegel’onderzoeken aan elkaar te verbinden zodat een totaal overzicht van de Veenendaalse geohydrologie ontstaat. 3: Planmatig invullen grondwateractieplan Uit de nadere onderzoeken wordt inzicht verkregen in de ernst en omvang van de grondwateroverlast. Hierop zullen, mits binnen de verantwoordelijkheid van de gemeente, maatregelen getroffen worden. Door terugkoppeling en bundeling van onderzoeksresultaten kunnen de maatregelen geprioriteerd worden zodat beschikbare middelen worden ingezet op de locaties met de hoogste urgentie.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

23 / 23

REVISIEDATUM

Analyse grondwaterregime en overlastgevoelige gebieden in Veenendaal P17-0369-003 1 december 2017

Bijlage A: Indeling wijken

Bijlage A: Indeling wijken Project: Veenendaal, schijngrondwaterstanden Projectcode: P17-0369

0

0.3

0.6

0.9 km Getekend: ST Vrijgave: HMJ Datum: 07-07-2017 Laatste revisie: 23-11-2017

Bijlage B: Peilbuislocaties

Bijlage B: Peilbuislocaties Project: Veenendaal, schijn grondwaterstanden Projectcode: P17-0369

Legenda Gemeente Veenendaal Peilbuizen benut Peilbuizen niet benut in verband met datagat

0

0.3

0.6

0.9 km

Getekend: ST Vrijgave: HMJ Datum: 07-07-2017 Laatste revisie: 12-07-2017

Bijlage C: Statistische gegevens per peilbuislocatie

PEILBUIS

B32G0214 B32G0414 B32G0415 B32G1163 B32G1164 B32G1165 B32G1166 B32G1185 B32G1186 B32G1242 B32G1243 B32G1244 B39E0223 B39E2614 B39E2778 B39E2787 B39E2789 B39E2790 B39E2791 B39E2792 B39E2793 B39E2794 B39E2795 B39E2796 B39E2797 B39E2798 B39E2799 B39E2800 B39E2801 B39E2802 B39E2803 B39E2804 B39E2805 B39E2806 B39E2807 B39E2808 B39E2809 B39E2810 B39E2811 B39E2813 B39E2814 B39E2815 B39E2816

MAAIVELD (CM+NAP)

633 588 580 637 700 822 636 663 721 743 709 982 574 511 521 629 626 725 683 636 620 648 755 707 646 580 776 775 678 629 720 796 837 663 638 636 642 737 702 715 823 896 864

MAXIMALE GWS (CM + NAP)

637 598 590 617 653 721 542 728 681 713 645 692 556 526 535 577 528 631 620 607 553 512 581 616 549 568 554 591 585 571 575 719 724 584 586 585 559 709 640 655 721 756 744

RHG (CM + NAP)

RLG (CM + NAP)

ONTWATERINGSDIEPTE T.O.V. 22-11-2015 (CM - MV)*

598 590 579 596 600 691 511 690 649 688 629 666 546 523 528 548 505 600 586 587 523 486 560 588 523 502 536 567 563 550 543 690 695 561 552 653 530 680 614 608 691 700 690

544 546 539 549 560 606 487 629 590 631 601 600 522 516 506 486 485 547 548 542 488 467 533 554 502 481 512 535 520 518 515 634 620 517 521 535 517 612 576 576 635 657 649

41 -4 7 44 115 142 128 -21 69 61 82 332 29 -12 -8 88 119 140 111 49 98 158 196 126 129 80 245 210 120 80 175 109 160 102 88 75 114 60 90 107 142 205 181

PEILBUIS

B39E2817 B39E2818 B39E2819 B39E2821 B39E2822 B39E2823 B39E2824 B39E2826 B39E2827 B39E2829 B39E2830 B39E2831 B39E2832 B39E2833 B39E2834 B39E2836 B39E2837 B39E2838 B39E2839 B39E2840 B39E2841 B39E2842 B39E2844 B39E2846 B39E2847 B39E2848 B39E2849 B39E2851

MAAIVELD (CM+NAP)

MAXIMALE GWS (CM + NAP)

674 667 635 630 931 658 640 631 648 630 632 630 635 638 737 635 722 734 632 569 707 656 743 707 597 845 839 792

626 571 570 561 678 598 569 566 552 572 583 570 569 547 630 543 629 622 595 541 687 605 726 606 538 715 726 719

RHG (CM + NAP)

RLG (CM + NAP)

ONTWATERINGSDIEPTE T.O.V. 22-11-2015 (CM - MV)*

602 548 541 544 599 578 546 544 533 551 560 549 550 526 595 521 601 604 580 524 643 586 694 590 507 692 675 671

573 526 510 516 543 542 517 525 508 520 520 513 526 502 571 503 555 564 552 504 612 546 626 563 477 639 635 642

68 117 96 89 354 84 98 90 116 80 90 85 89 113 144 115 121 131 64 48 69 77 52 120 103 164 170 123

KLEUR

OPMERKING*

Rood

Ontwateringsdiepte < 0.7 m - mv

Zwart

Ontwateringsdiepte > 0.7 en < 1.0 m - mv

Groen

Ontwateringsdiepte > 1.0 m - mv

Bijlage D: Representatief Hoogste Grondwaterstand (RHG)

Bijlage E: Representatief Laagste Grondwaterstand (RLG)

Bijlage F: Maatgevend hoge grondwaterstand

1-12-2013 9-1-2014 17-2-2014 28-3-2014 6-5-2014 14-6-2014 23-7-2014 31-8-2014 9-10-2014 17-11-2014 26-12-2014 3-2-2015 14-3-2015 22-4-2015 31-5-2015 9-7-2015 17-8-2015 25-9-2015 3-11-2015 12-12-2015 20-1-2016 28-2-2016 7-4-2016 16-5-2016 24-6-2016 2-8-2016 10-9-2016 19-10-2016 27-11-2016 5-1-2017 13-2-2017 24-3-2017

9-daagse neerslag (mm)

9-dag (mm) B39E2850

56 mm lijn RHG

1-4-2017 1-4-2017

1-4-2016

1-2-2016

1-12-2015

1-10-2015

1-8-2015

1-6-2015

1-4-2015

1-2-2015

1-12-2014

1-10-2014

1-8-2014

1-6-2014

1-4-2014

1-2-2014

1-12-2013

1-2-2017

600

1-2-2017

620

1-12-2016

640

1-12-2016

660

1-10-2016

680

1-10-2016

700

1-8-2016

720

1-8-2016

Grondwaterstand Zuid

1-6-2016

22-11-2015

1-6-2016

1-4-2016

1-2-2016

RHG

1-12-2015

1-10-2015

1-8-2015

B39E2828

1-6-2015

1-4-2015

1-2-2015

1-12-2014

1-10-2014

1-8-2014

1-6-2014

1-4-2014

1-2-2014

1-12-2013

Grondwaterstand cm t.o.v. NAP

Grondwaterstand cm t.o.v. NAP

Grondwaterstand Noord

580

570

560

550

540

530

520

22-11-2015

9-daagse neerslag

90

80

70

60

50

40

30

20

10

0

22-11-2015

Bijlage G: Waterpeil en maatgevend hoge grondwaterstand

Bijlage H: Isohypsenlijnen freatische grondwaterstanden d.d. 22 nov. 2015

Bijlage H: Isohypsenlijnen freatische grondwaterstanden d.d. 22 nov. 2015 Project: Veenendaal, Schijngrondwaterstanden Projectcode: P17-0369

Legenda Gemeente Veenendaal Isohypsen lijnen (cm tov NAP)

0

0.3

0.6

0.9 km

Getekend: ST Vrijgave: HMJ Datum: 07-07-2017 Laatste revisie: 12-07-2017

Bijlage I: Maaiveldhoogtekaart (AHN-2)

Bijlage J: Ontwateringsdiepte bij maatgevend hoge grondwaterstand

Bijlage K: Dwarsdoorsnede west naar oost

Bijlage L: Dwarsdoorsnede zuid naar noord

Bijlage M: Verwachte verspreiding storende laag ondieper dan 0.7 m - mv

Bijlage N: Verwachte verspreiding storende laag ondieper dan 1.5 m - mv

Bijlage O: Enquête resultaten water in kruipruimte

Bijlage P: Interpretatie enquête, ontwateringsdiepte en storende lagen < 0.7 m - mv

Bijlage Q: Interpretatie enquête, ontwateringsdiepte en storende lagen < 1.5 m - mv

Bijlage R: Verspreiding antropogene ophoging

Bijlage S: Indicatieve oorzaken grondwateroverlast

Bijlage T: Prioriteitenkaart

Bijlage U: Positie peilbuis filter

Bijlage V: Gegevens peilbuis filters

PEILBUIS

B32G0214 B32G0414 B32G0415 B32G1163 B32G1164 B32G1165 B32G1166 B32G1185 B32G1186 B32G1242 B32G1243 B32G1244 B39E0223 B39E2614 B39E2778 B39E2787 B39E2789 B39E2790 B39E2791 B39E2792 B39E2793 B39E2794 B39E2795 B39E2796 B39E2797 B39E2798 B39E2799 B39E2800 B39E2801 B39E2802 B39E2803 B39E2804 B39E2805 B39E2806 B39E2807 B39E2808 B39E2809 B39E2810 B39E2811 B39E2813 B39E2814 B39E2815 B39E2816 B39E2817 B39E2818 B39E2819 B39E2821 B39E2822 B39E2823

ONDERKANT

BOVENKANT

FILTER (CM+NAP)

FILTER (CM+NAP)

342 394 463 309 375 472 342 428 408 533 -126 462 301 285 290 395 367 304 280 342 361 393 315 267 486 350 343 294 385 450 507 310 301 311 294 420 372 375 473 576 527 453 376 353 334 407 379

PROJECT

1/2

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

444 478 409 475 572 424 44 253 528 508 633 -26 512 401 385 390 495 467 404 380 442 461 493 415 367 586 450 443 394 485 550 607 410 401 411 394 520 472 475 573 676 627 553 476 435 434 507 479

LIGGING STORENDE LAAG (M+NAP)

3 t/m 5 2 t/m 6 1 t/m 5 5 t/m 6 3 t/m 5 4 t/m 5 4 t/m 5 5 t/m 6 5 t/m 6 5 t/m 6 5 t/m 6 4 t/m 5 2 t/m 4 5 t/m 6 1 t/m 2 6 t/m 7 6 t/m 7 -

POSITIE PEILBUIS

3 4 4 3 4 3 1 3 3 3 3 3 1 3 1 3 3 -

PEILBUIS

B39E2824 B39E2826 B39E2827 B39E2829 B39E2830 B39E2831 B39E2832 B39E2833 B39E2834 B39E2836 B39E2837 B39E2838 B39E2839 B39E2840 B39E2841 B39E2842 B39E2844 B39E2846 B39E2847 B39E2848 B39E2849

ONDERKANT

BOVENKANT

FILTER (CM+NAP)

FILTER (CM+NAP)

468

568

344 336 205 342 334 347 356 399 412 345 412 420 400 336 416 387 400 412 325 457 474

B39E2851

OPMERKING

-

Geen slecht doorlatende laag aanwezig, vlg. GeoTop

1

Peilbuis boven slecht doorlatende laag, vlg. GeoTop

2

Peilbuis doorboord slecht doorlatende laag, vlg.GeoTop

3

Peilbuis onder slecht doorlatende laag, vlg. GeoTop

4

Peilbuis geheel in slecht doorlatende laag, vlg. GeoTop

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

6 t/m 7 4 t/m 5 1 t/m 3 5 t/m 6 5 t/m 6 3 t/m 4 3 t/m 4 4 t/m 5 2 t/m 4 3 t/m 5 5 t/m 6 1 t/m 2 3 t/m 6 2 t/m 3

NR.

PROJECT

2/2

444 436 305 442 434 447 456 499 512 445 512 520 500 436 516 487 500 512 425 557 574

LIGGING STORENDE LAAG (M+NAP)

POSITIE PEILBUIS

3 3 1 3 3 1 3 3 1 4 3 1 4 1

BOOT: ingenieurs met een verhaal Werken aan een duurzame leefomgeving. Dat is

De leefomgeving waaraan we werken is immers

het kleurrijke verhaal van BOOT. Een verhaal dat

evenzeer van ons als van toekomstige genera-

zich afspeelt in woonwijken en op bedrijventer-

ties. Bewust omgaan met ruimte is voor BOOT

reinen, op sportvelden en bungalowparken of

dan ook een belangrijke opgave. We zijn gespe-

gewoon in de natuur. Een verhaal in grijs en

cialiseerd in ruimtelijke informatie en ruimte-

groen dus. Ze wisselen elkaar af en gaan soms

lijke inrichting. Daarin zijn we niet uniek, wel in

ook in elkaar over. En een verhaal met een rode

onze visie en de aanpak die daaruit voortvloeit.

draad: het verantwoord inrichten van de ruimte.

Contact Vestiging Veenendaal

Vestiging Elst

Plesmanstraat 5

Bemmelseweg 57

Postbus 509

Postbus 154

3900 AM Veenendaal

6660 AD Elst

T (0318) 52 76 00

T (0481) 37 71 65

E info@buroboot.nl

I www.buroboot.nl

Bezoek ook onze website met onder meer aansprekende voorbeelden van onze projecten.

BOOT organiserend ingenieursburo bv Alle opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd overeenkomstig de AV-BOOT 2011.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9718678/1