CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Consultatiememo uitvoering Hervormingsagenda Grenzen aan onze jeugdzorg

Raadscommissie 25 juni 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Consultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze jeugdzorg9.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSCONSULTATIE MEMO Zaaknummer Onderwerp Aan Kopie aan Van

2243813 Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg. De gemeenteraad MO - Beleid

Telefoonnummer

College van burgemeester en wethouders MO - Beleid Hans Knook en Lieke Kuiper 06 42 49 70 82

Datum collegevergadering

06-05-2025

Team Behandelaar

Doel Het college wil de raad consulteren over de richting die wij als gemeente inslaan door middel van de uitvoering van het projectplan Hervormingsagenda: Grenzen aan onze jeugdzorg: hoe verdelen wij de schaarse middelen goed over de jeugdigen in Veenendaal?’ Leeswijzer In deze consultatiememo wordt u meegenomen in de aanleiding, waar we nu staan en de toekomststappen in het kader van het projectplan Hervormingsagenda: Grenzen aan onze jeugdzorg. Dit document is opgebouwd in drie delen: • Deel I beschrijft de inleiding: waar komen wij vandaan, waar staan wij nu en waar gaan wij naar toe? • Deel II gaat inhoudelijk over de data-analyse en mogelijke maatregelen die wij per kwadrant kunnen nemen. • Deel III gaat over het voorkeursscenario van het college met de argumenten en kanttekeningen. Ook beschrijft dit deel een aantal randvoorwaarden waaraan gewerkt moet worden. Waarom nu een consultatie? Deze consultatie vindt plaats tussen diverse beeldvormende avonden en de besluitvorming in oktober 2025 door de raad. Door deze consultatie wordt de raad uitgenodigd om een voorkeur uit te spreken.

Pagina 1 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Wat zijn de consultatievragen? Als raad wordt u via deze consultatiememo in de gelegenheid gesteld om op de hieronder volgende inhoud te reageren en aan de hand van de hier genoemde consultatievragen uw input te geven: 1. Wij constateren twee ontwikkelingen: a) Een stijging van het aantal kinderen dat gebruik maakt van de Jeugdzorg de afgelopen jaren, wat nu enigszins stabiliseert. We zien (nu) echter ook een toenemende duur en intensiteit van de trajecten; b) Een toename van de zorgkosten door de toenemende vraag, gecombineerd met o.a. jaarlijkse indexaties, wat drukt legt op de gemeentelijke financiën. Deze ontwikkelingen hebben ongewenste effecten op sommige jeugdigen in de jeugdhulp en dragen niet altijd bij aan de doelen uit ons Integraal beleidskader Sociaal Domein. Is de raad, tegen deze inhoudelijke en financiële achtergrond bereid om, in het belang van de meest kwetsbare kinderen, scherpere keuzes te maken over de inzet van jeugdhulp in Veenendaal? 2. Kan de raad zich vinden in het verder uitwerken van de (voorkeurs)kwadranten II en IV, om te komen tot gerichte maatregelen? 3. Kan de raad zich vinden in het verder uitwerken van de kwadranten I en III, om te komen tot gerichte maatregelen die de inspanningen in kwadranten II en IV ten goede komen? 4.

Zo ja, kan de raad zich daarbij vinden in het verdelen van 80% (tijd, geld, personele capaciteit) voor de kwadranten II en IV en 20% van deze middelen voor de kwadranten I en III? 5. Zijn er binnen kwadranten II en IV, nog specifieke (in deze memo niet genoemde) maatregelen die u mee wilt geven? 6. Indien de raad zich niet kan vinden in bovenstaande richtingen, welke richting zou volgens de raad de gewenste richting zijn en waarom? 7. Kan de raad zich vinden in het nader onderzoeken en uitwerken van de randvoorwaarden zoals benoemd op pagina 15? 8. Wat wil de raad verder nog aan het college meegeven in het onderzoeken, uitwerken en/of uitvoeren van de kwadranten?

Pagina 2 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Deel I: Inleiding Vanaf oktober 2024 voeren we met u gesprekken over de aanleiding van de Hervormingsagenda. We zien namelijk een toenemende vraag naar én de toenemende intensiteit van de jeugdhulp. We beschrijven achtereenvolgens: Waar komen wij vandaan? Waar staan wij nu? Wat wordt het vervolg na deze consultatie? 1) Waar komen wij vandaan? In de afgelopen jaren is er regelmatig aandacht besteed aan de ontwikkelingen in de Jeugdzorg. Er zijn meerdere beeldvormende avonden geweest om de raad te informeren over de stijging (2,2% per jaar) in het aantal kinderen dat gebruik maakt van zorg. Alsook de nog snellere stijging (8% per jaar) van de financiële uitgaven. In de afgelopen jaren hebben raadsleden kennis genomen van de wijze waarop Gemeente Veenendaal de Jeugdhulp monitort en welke maatregelen het college neemt om invloed uit te oefenen in dit complexe stelsel. Relevant voor deze raadsconsultatie is de periode vanaf oktober 2024, waarin een en ander in een stroomversnelling kwam. Wij zien dat moment als de concrete aanleiding voor deze consultatie. Oktober 2024 Op 10 oktober 2024 is de raad via raadsinformatiebrief RIB2024.828 geïnformeerd over de Hervormingsagenda Jeugd 2023 – 2028. In deze brief is uitgebreid ingegaan op de inhoudelijke en cijfermatige trends op landelijk, regionaal en lokaal niveau.

De algehele conclusie is dat in Veenendaal alle maatregelen van de Hervormingsagenda worden uitgevoerd. Echter, leidt dit niet tot een daling in de kosten, terwijl dit wel de beleidsaanname was van de Jeugdwet 2015 en de Hervormingsagenda. Verder is tijdens de beeldvormende avond in oktober de raad geïnformeerd over hoe wij sturen aan de hand van de beschikbare zorgdata. Wij hebben u verteld over de theorie van complexe adaptieve systemen en de lerende en onderzoekende analyse die daarbij past aan de hand van de vijf stappen: 1 waarnemen, 2 analyseren, 3 hypothesen testen, 4 uitvoeren en 5 leren. Januari 2025 Op 7 januari 2025 is de raad middels een beeldvormende avond geïnformeerd over de processtappen die het college op dat moment voor ogen had omtrent het project ‘Hervormingsagenda Grenzen aan onze jeugdzorg: hoe verdelen wij de schaarse middelen goed over de jeugdigen in Veenendaal?’ Hier is gesproken over het dweilen met de kraan open. In deze metafoor staat de kraan voor alle maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het welzijn van kinderen en jongeren. De dweil staat voor het sociaal domein en in het bijzonder de jeugdzorg. In de keuzes die de raad gaat maken moet er zowel aandacht zijn voor de toenemende vraag naar zorg als gevolg van de ontwikkelingen in de maatschappij.

Anderzijds is het belangrijk om binnen het sociaal domein ons te blijven bevragen hoe zaken beter, efficiënter en goedkoper georganiseerd kunnen worden. Met oog voor de balans tussen kwaliteit, organisatie en financiën. Maar een belangrijke kanttekening is: het sociaal domein kan daarin niet alles oplossen. Alleen focussen op wat professionals anders kunnen doen, is daarmee een te beperkte scope. Deze beeldvormende avond had als doel om te delen welk proces er gelopen zal worden om de raad te faciliteren in het nemen van bewuste keuzes omtrent de verdeling van schaarse jeugdhulpmiddelen over de jeugdigen in Veenendaal. Ook is door onderzoeker Irene Niessen, van onderzoeks- en adviesbureau Andersson, Elffers en Felix (hierna: AEF), gepresenteerd welke manieren er zijn om meer grip te krijgen op de jeugdhulp. Op deze avond bleken die mogelijkheden onder andere te liggen in de verordening en in de inkoop. Ook bleek inzet op preventie zowel veelbelovend alsook ingewikkeld om de gewenste effecten ten opzichte van de investeringen meetbaar te maken. Uit een eerste blik van Irene Niessen op de situatie in Veenendaal, kwam onder andere dat aandachtspunten om verder op in te zetten zijn: een goede analyse bij de toegang, en versterken van eigen netwerk en normaliseren door het voorliggend veld.

Tariefdifferentiatie en onderwijs, thuiszitters en leerplichtontheffing hadden nog geen (specifieke) aandacht in dit project.1 Inmiddels is een aantal van deze punten opgepakt. 1 Er is binnen de gemeente in afstemming met het onderwijs en betrokken partners veel aandacht

voor het thema thuiszitters. Vanuit de raad is hier in het kader van het Integraal Huisvestingsplan ook

Pagina 3 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Maart 2025 In de beeldvormende avond van 4 maart jl. is de raad uitgebreid geïnformeerd over het rapport Groeipijn van de commissie van Ark. Aan de orde zijn geweest de financiële en inhoudelijke analyses en adviezen. De belangrijkste conclusies die relevant zijn voor u: •

‘De commissie heeft er onvoldoende vertrouwen in dat de huidige aanpak van de Hervormingsagenda en de afgesproken financiële risicoverdeling tot de beoogde effecten gaat leiden. Doorgaan op dezelfde weg brengt niet een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel tot stand’.

•

“De commissie trekt de conclusie dat de Hervormingsagenda Jeugd weliswaar een wezenlijke rol speelt in de transformatie van de jeugdhulp, maar dat de agenda onvoldoende aandacht heeft voor het wegnemen en verminderen van de (structurele) factoren die leiden tot instroom naar jeugdhulp.”

•

“De scope van de Hervormingsagenda is te smal. Er ligt een te grote nadruk op het anders organiseren van de jeugdzorg. De oplossing voor de grote vraag naar jeugdhulp ligt vooral in de systemen buiten de jeugdzorg: in het gezin, op school, en in de samenleving. Jeugdhulp is aanpalend aan de andere levensdomeinen, en niet andersom’.”

Tijdens dezelfde beeldvormende avond hebben wij u de doorontwikkelde versie van het projectplan gepresenteerd aan de hand van de onderstaande vier vragen en dit vertaalt naar een concept maatregelenoverzicht. 1. Wat voor gemeente willen wij zijn? Wat vinden wij belangrijk bij het verdelen van het zorgaanbod? Hierbij maken wij gebruik van de waardenafweging zoals verwoord door Tim Robbe in het rapport ‘Verkenning afbakening jeugdhulpplicht’; 2. Hoe verlagen wij de behoefte aan professionele zorg? Wat vraagt dit van de samenleving? Wat vraagt dit van professionals in het brede sociale domein? 3. Scherpere keuzes: Wie willen wij vooral helpen, wie niet? Wie mag langer wachten of krijgt geen hulp als er niet wordt voldaan aan bepaalde eisen? Welke zorgvragen vallen onder jeugdhulp en welke niet? 4. Hoe komen wij tot een duidelijk én uitvoerbaar kader met meetbare doelen, waarop gestuurd kan worden? Dit moet professionals helpen om het beleid van de raad uit te voeren. April 2025 Werkbezoek Raad bij CJG Woensdag 2 april heeft het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) een werkbezoek georganiseerd om aan de hand van drie workshops met raadsleden in gesprek te gaan over de dagelijkse praktijk. Hierdoor hebben raadsleden de mogelijkheden gekregen om de effecten van bepaalde beleidskeuzes te toetsen aan de praktijk.

Dialoogsessies Naast het proces met de raad zijn er op 1 en 7 april twee dialoogsessies geweest met diverse stakeholders. Een groot deel van de zorgaanbieders die kinderen en gezinnen in Veenendaal begeleiden waren vertegenwoordigd alsook meerdere vrijwilligersorganisaties en enkele schoolbestuurders. De uitkomsten uit deze dialoogsessies hebben wij verwerkt in deze memo. Adviesraden Op 16 april jl. zijn de adviesraden Jeugdbelang en Jongerenraad geïnformeerd over de inhoud van het projectplan. Ook hebben wij hen uitgenodigd in gesprek te gaan over de mogelijke maatregelen. Dit gesprek is gevoerd met Jeugdbelang, ondersteund door het Wmo-forum. Jeugdbelang heeft op basis van dit gesprek informeel advies uitgebracht. Jeugdbelang benadrukt het belang van een gedegen analyse van het probleem voordat er gerichte maatregelen ingevoerd worden. Jeugdbelang vindt het nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. Regionaal (via het OOGO jeugd/onderwijs) wordt er gewerkt aan een eenduidig beeld en aanpak op dit thema. Vanuit de Nationaal Programma Onderwijs gelden is gestart met het traject "Met andere ogen" op een aantal scholen in Veenendaal. Specifieke aandacht voor deze samenwerking en een grotere rol van onderwijs op het gebied van jeugdhulp wordt middels een separate opdracht meegenomen in de nadere uitwerking van het project ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’.

Pagina 4 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

belangrijk dat de maatregelen, daadwerkelijk bijdragen aan het oplossen van de gedefinieerde problemen. In het traject richting besluitvorming door de raad in oktober 2025, nemen wij hun advies mee in de verdere uitvoering van het project, informeren hen over hoe dit opgepakt wordt en betrekken hen bij het vervolg.. Op ons verzoek hebben de adviesraden aangegeven mee te willen werken aan het verkorten van hun adviesprocedure ten behoeve van de formele adviesrol omtrent wijzigingen in de verordening, mits zij het hele traject betrokken zijn. Uiteraard werken wij daar graag aan mee. Data-analyse Omdat de jeugdhulp varieert van lichte opvoedvragen tot zware en meervoudige problematiek is het nodig om onderscheid te maken. Aan Aspectu2 en JeugdFV hebben wij uitvraag gedaan om op basis van de data omtrent de gedeclareerde zorg zinvolle groeperingen te maken. Deze groeperingen zijn bedoeld om ons te helpen bij de politieke beeld- en besluitvorming alsook de monitoring van de gewenste verandering na de politieke besluitvorming. Medio april hebben wij hun verslag ontvangen met een mondelinge toelichting. Deze data-analyse en de hieruit volgende groepering wordt nader toegelicht onder de kop ‘mogelijke maatregelen’.

2 Aspectu ondersteund Gemeente Veenendaal bij analyses op het gebied van de Jeugdzorg.

Pagina 5 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

2) Waar staan wij nu?

De afgelopen maanden is met elkaar een intensief traject doorlopen. Daaruit kan geconstateerd worden dat: •

Raadsleden zien het als hun verantwoordelijkheid om politiek moeilijke keuzes te maken nog voor de verkiezingen begin 2026. Ook zien zij het belang van een lange termijn visie en met elkaar de rug recht houden, als keuzes eenmaal gemaakt zijn. Daarbij hebben veel raadsleden gebruik gemaakt van de mogelijkheden om hun kennis te verbreden en te verdiepen op het gebied van Jeugdzorg;

•

In algemene zin kan gesteld worden dat het Jeugdzorgdomein een breed scala aan typen en ernst van problematiek kent. Dat betekent dat algemene of gestandaardiseerde maatregelen voor het gehéle jeugdhulpdomein waarschijnlijk leidt tot averechtse effecten. Daarom lijkt een gedifferentieerde aanpak de meest passende;

•

De oorzaak en daarmee oplossingsrichtingen voor de grote vraag naar jeugdhulp ligt vooral in de systemen buiten de jeugdzorg: zoals in het gezin, op school, en in de samenleving. Het rapport Groeipijn concludeert: ‘Jeugdhulp is aanpalend aan de andere levensdomeinen, en niet andersom’. Concreet betekent dit dat wij in Veenendaal een aantal randvoorwaarden anders moeten organiseren om de instroom in de jeugdzorg te verlagen en de door- en uitstroom te verhogen. Dat vraagt om een intensieve samenwerking tussen de aanpalende domeinen, zoals onderwijs en huisvesting/ (beschermd) wonen.

•

Wij ervaren een grote betrokkenheid van de raad, adviesraden, stakeholders en onderzoekers om zaken te verbeteren. In deze memo presenteren wij u de resultaten van de verzamelde verhalen en data op hoofdlijnen.

In verband met de leesbaarheid gebruiken wij de structuur van de data-analyse om de inhoudelijke maatregelen te koppelen aan bepaalde soorten problematiek en de mogelijke effecten van maatregelen op deze problematiek. Daarmee is deze structuur een verdere ontwikkeling van het maatregelenoverzicht wat op 4 maart jl. met de raad is gedeeld. De toen gepresenteerde wegingscriteria en mogelijke maatregelen zijn waar mogelijk/ passend ook in deze structuur verwerkt.

Pagina 6 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

3) Waar gaan we naar toe? Deze consultatiememo nodigt de gemeenteraad uit om gerichte besluitvorming en beleidsinzet te organiseren op de typen jeugdhulp waar de grootst mogelijke maatschappelijke impact te behalen valt. Dit met behoud van aandacht voor preventie en normalisatie, maar zonder daar (op korte termijn) te hoge verwachtingen aan te koppelen. Collectieve preventie heeft meer effect dan individueel en is minder "schadelijk", zie ook de toelichting van Irene Niessen op 7 januari. En als je goed afbakent, kan het wel doorstroom voorkomen. Enkel en alleen inzetten op preventie, zal de doorstroom niet direct voorkomen3. Ook blijkt uit analyse van Aspectu dat de grootste kostenpost én de grootste maatschappelijke last in de structurele en zware zorg zit. Concreet is de gangbare gedachte dat als de maatschappij meer investeert in preventie, ook de instroom in en kosten van zware en complexe jeugdhulp zullen dalen. De oproep in deze consultatie is echter om juist vooral actie te ondernemen in die situaties waarin sprake is van structurele disbalans. Hiermee wordt de gemeenteraad uitgedaagd om onafhankelijk van de mainstream opvattingen over hoe de jeugdzorg te verbeteren en de kosten te laten dalen, juist te focussen op de huishoudens waarbij de draaglast structureel hoger is dan de draagkracht.

Daarbij signaleren wij op grond van de data-analyse dat een structurele lichte disbalans regelmatig leidt tot een verergering van de situatie en dus een grotere mate van disbalans. Daarmee vragen wij van de raad om de focus te leggen op de doelgroep die te maken heeft met een structurele zorgvraag en gezamenlijk te zoeken hoe wij het voor deze groepen beter kunnen organiseren en daarmee mogelijk de kosten kunnen verlagen. Na de consultatie volgt er in oktober 2025 verdere besluitvorming, welke resulteert in een aangepaste verordening. De besluitvorming van deze aangepaste verordening staat begin 2026 gepland.

3Dit blijkt o.a. uit het rapport Stelsel in Groei door AEF, december 2020.

Pagina 7 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Deel II: Mogelijke maatregelen ‘grenzen aan onze jeugdzorg’ Op basis van het proces dat wij tot nu toe met elkaar hebben doorlopen zijn meerdere mogelijke maatregelen geïdentificeerd. Deze maatregelen zijn, zoals toegelicht onder ‘2. Waar staan wij nu?’, gestructureerd op basis van de data-analyse van Aspectu. Hieronder wordt uitgelegd hoe wij tot deze structuur zijn gekomen en welke maatregelen de voorgestelde richtingen behelzen. Gedifferentieerde aanpak Op 7 april 2025 heeft Irene Niessen van onderzoeksbureau AEF aan de bestuurders/ medewerkers van de zeven Gelderse jeugdhulpregio’s een presentatie gegeven over zinvolle en niet-zinvolle maatregelen in het jeugdhulpdomein.4 Tijdens deze presentatie is betoogd dat het zinvol is om te werken op basis van een gedifferentieerde aanpak. Dit wil zeggen: serieus inzetten op zware problematiek en normaliseren van lichte problematiek. Dat heeft zij uitgewerkt in het onderstaande schema. Daaruit blijkt ook de spanning die er is tussen aanpak bij lichte problemen versus zware problemen. Daarbij geeft Irene Niessen aan dat een goede triage aan de voorkant belangrijk is en tegelijkertijd uiterst ingewikkeld om die goed te doen. Wij nemen drie vuistregels uit dit overzicht mee: 1) Een gedifferentieerde aanpak is cruciaal; 2) Bij huishoudens of kinderen met een hoog risico wil je er zo snel en zo vroeg mogelijk bij zijn.

Dat betekent dat als wij het risico inschatten als laag, dit dus niet hoeft; 3) Een goede inschatting van de risico’s aan de voorkant en de triage welke hulp nodig is cruciaal en tegelijkertijd uiterst lastig is;

Lichte problemen: Normaliseren - niet alles is zorg, versterk het gewone leven: • • • •

Zware problemen: Andere aanpak: •

Opvoeden is moeilijk: praktische handvatten en steun; Versterken van de veerkracht van ouders en hun omgeving (sociale basis); Grote vraag: hoe leren wij de maatschappij hiermee om te gaan? Dus NIET: vroeg signalering of preventie;

• •

Bij hoog risico op zware problemen: WEL vroegsignalering en preventie; Niet alles is te voorkomen maar soms wel een deel (hechtingsproblematiek); Goede hulp: gezinsbreed kijken, zoeken binnen de mogelijkheden van het gezin.

Maatwerk • Hoe groter het probleem, hoe belangrijker maatwerk of zelfs hypermaatwerk. Goede triage aan de voorkant

Standaardiseren • Als er toch hulp moet, doe het dan efficiënt.

4 Zie deze link naar terugblik en presentatie Zinvolle en niet-zinvolle maatregelen in het jeugddomein -

G7 | de zeven Gelderse jeugdregio's

Pagina 8 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Vier verschillende categorieën Op basis van deze gedifferentieerde aanpak naar gelang de ernst van problematiek, is het mogelijk om de jeugdhulp op te splitsen in verschillende categorieën. Om deze categorieën inzichtelijk te krijgen heeft Aspectu de beschikbare zorgdata geanalyseerd.

Dit is gedaan aan de hand van de wetenschappelijke literatuur over het ‘balansmodel’ (Bakker, I) uit 1998. Dit gaat uit van beschermende en risicofactoren voor de ontwikkeling van een kind.5 Centraal daarin staan de begrippen draagkracht en draaglast. Deze is gecombineerd met de tijdsduur van de hulpvraag en leidt tot het volgende assenstelsel: van disbalans (draagkracht/ draaglast)6 en de mate van tijdelijkheid (structureel/ incidenteel). Daarmee is het model een vervolg van het schema wat gepresenteerd is op de beeldvormende avond van 4 maart jl.

Hieronder volgt een korte beschrijving van de verschillende kwadranten. De kwadranten maken onderscheid, in werkelijkheid kan dit onderscheid niet zo zwart/wit gemaakt worden. Ook is het model niet bedoeld om huishoudens/ cliënten of doelgroepen hierop in te delen. Het beschrijft met name de sturingsvraagstukken en welke (kenmerken van) zorgtrajecten zich clusteren in welk kwadrant. De achterliggende hulpvragen kunnen daarmee sterk verschillen binnen en tussen de kwadranten. Kwadrant I: Lichte, incidentele disbalans Gezinnen functioneren over het algemeen goed, maar ervaren tijdelijk een disbalans door een eenmalige gebeurtenis. Problemen zijn mild en het gezin heeft veerkracht en probleemoplossend vermogen, maar vraagt eenmalig voor een kortere tijd (lichte) en ondersteuning. Kwadrant II: Lichte, structurele disbalans Chronische maar milde problemen, die het dagelijks functioneren onder druk zetten. De disbalans is structureel aanwezig, maar blijft doorgaans relatief licht of beheersbaar. Deze fase kan overgaan naar kwadrant IV of afwisselen met kwadrant III. Kwadrant III: Zware, incidentele disbalans Er is sprake van een acute crisis of ernstig incident, zonder de verwachting dat er sprake is van langdurig aanhouden van de problematiek. Het gezin functioneerde voorheen redelijk tot goed, maar er is een ernstige disbalans ontstaan die directe (intensieve) hulp vereist.

Er ligt een stevige hulpvraag, die in beginsel niet structureel is. Kwadrant IV: Zware, structurele disbalans Langdurige, meervoudige en ernstige problematiek vaak op meerdere leefgebieden. De onbalans is zowel ernstig als structureel, regelmatig met intergenerationele patronen. We typeren dit kwadrant als complexe en/of multi-problem waarbij langdurige intensieve ondersteuning nodig is.

5 https://www.nji.nl/uploads/2021-08/BalansmodelBakker.pdf 6 De termen draagkracht en draaglast worden in het vervolg van dit traject nader uitgewerkt ten

behoeve van (her)definiëring in de verordening.

Pagina 9 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Invulling van de kwadranten Op basis van een data-analyse7 van de gefactureerde zorg heeft Aspectu de vier kwadranten verder ingevuld. Interventie 1) niveau 2) Aantal 8) maanden in Jeugddomein

Kwadrant I: 3) Licht, incidenteel4) ≤ 24 maanden 9)

Kwadrant II: 5) Kwadrant III: 7) Kwadrant IV: Licht, structureel 6) Zwaar, incidenteel Zwaar, structureel > 24 maanden 10) ≤ 24 maanden 11) > 24 maanden

Declaratie- 12) < €15K omvang van de ingezette hulp

13) ≥ €15K en ≤ €100K14) ≥ €15K en ≤ €100K15) > €100K

Aandeel jeugdigen

16) 30%

17) 38%

18) 6%

19) 17%

Aandeel in kosten

20) 6%

21) 27%

22) 5%

23) 62%

Algemeen beeld

Trend

1)

2) 3)

Lichte of eenvoudige opvoedvraagstukken, enkelvoudig ernstige dyslexie, korte (basis) GGZtrajecten.

GGZ diagnostiek voor, dagbehandelgroepen, respijtzorg of ouders die hulp krijgen met jeugdwet middelen. Dit alles zonder 24 uurs verblijf en/of jeugdbescherming.

LVB ouders / kinderen, armoede/schuld problematiek, GGZ problematiek ouders, vervelende echtscheidingen waarbij de veiligheid/ opvoedklimaat voor kinderen bekneld dreigt.

Uithuisplaatsingen, GGZ met verblijf, verstandelijk beperkt, veiligheidsdomein.

Stabiel aantal cliënten van 200250/ jaar

Geleidelijke stijging4) in aantal cliënten. Circa 500 – 525.

Sterke stijging in 5) aantal cliënten van 35 naar 100 6)

Stabiel aantal cliënten 300-340

Kosten per client stijgen voornamelijk door indexatie

Kosten per client stijgen voornamelijk door indexatie

Kosten per cliënt stabiel

Kosten per cliënt stijgen sterk.

Laag, circa 1% kostenreductie bij 20% vraagreductie.

Gemiddeld. Circa 8) 6% kostenreductie bij 20% vraagreductie.

Laag, circa 2% 9) kostenreductie bij 20% vraagreductie.

Hoog, circa 10% kostenreductie bij 20% vraagreductie.

Verwachte financiële impact8

7)

Belang/ effectratio

10) Zeer beperkt

Groot

11) Beperkt

12) Zeer groot

7 In bijlage a worden de begrippen uit de linkerkolom toegelicht. 8 Bij de verwachte financiële impact is in alle vier de kwadranten gekozen voor 20% reductie van de

hulpvraag. Rekenkundig kunnen hier ook andere percentages gehanteerd worden, wat leidt tot andere resultaten.

Pagina 10 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Wegingscriteria per kwadrant In het rapport ‘Verkenning afbakening jeugdhulpplicht’ beschrijft Tim Robbe wat het doel is van een publieke waardenafweging: ‘Door waarden toe te kennen aan de samenleving bepaalt de raad wat belangrijk is. Hij bepaalt wie wat krijgt, hoe, wanneer en op welke manier. Met deze beslissingen geeft de raad inhoud aan zijn beleid en/of rechtsnormen (bijvoorbeeld in de verordening)’. De vijf waarden die door Tim Robbe als leidraad worden gebruikt zijn: 1) Ongelijkheid. Keuze: zijn voor alle inwoners dezelfde voorzieningen beschikbaar of wordt hierin gefilterd op basis van wijken/buurten, zorgzwaarte of andere criteria? 2) Efficiëntie. Keuze: welke verhouding tussen investering (financieel en personeel) en opbrengst is acceptabel. Verschilt dit per zorgzwaarte?

3) Welzijn. Keuze: welk basisniveau aan voorzieningen en welzijn wil de gemeente faciliteren? Hoe waardeert de gemeente (het nut van) menselijk lijden en welk niveau aan zorgvraag vinden wij acceptabel en bij het normale leven horen?

4) Vrijheid. Keuze: welke mate van vrijheid in opvoeding, zorgconsumptie en keuze binnen het zorgaanbod wil de gemeente faciliteren en verschilt dit per zorgzwaarte?

5) Veiligheid. Keuze: welke risico’s9 acht de gemeente relevant en hoe wil de gemeente deze risico’s beheersen?

Op de volgende bladzijde vindt u de tabel met daarin de politiek afweging per kwadrant. Op basis van de data-analyse is een hypothese opgesteld. In de politieke afweging komen de hypothese, risico’s en de waardenafweging van Tim Robbe bij elkaar.

9 Hierbij valt te denken aan risico’s als het niet (tijdig) bieden van passende hulp, verergering of

escalatie van problematiek, verlies van grip op (het aantal) jeugdhulpaanbieders, doorverwijzingen of ingezette hulptrajecten, groei van het aantal bezwaren of klachtprocedures, et cetera.

Pagina 11 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Politieke afweging per kwadrant Kwadrant I: Licht, incidenteel Het begrenzen van de reikwijdte aan de ‘onderkant’ van de Jeugdwet is vanuit inhoud een goede beweging, maar zal naar verwachting weinig effect hebben op de vergroting van de duurzaamheid.

Kwadrant II: Licht, structureel Te snel afbouwen van hulp lijkt zonder stabiliserende maatregelen te leiden tot 70% herhaald beroep. Toch is afbouwen en overdragen naar het ‘gewone leven’ essentieel vanuit inhoud en duurzaamheidsstreven.

Kwadrant III: Zwaar, incidenteel Het is belangrijk om te investeren in de vaardigheid om los te kunnen laten. Vanuit inhoud is dit van groot belang, maar het effect op de vergroting van de duurzaamheid zal naar verwachting mogelijk beperkt zijn.

Kwadrant IV: Zwaar, structureel Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd wordt gesteld dat door de reikwijdte in de kwadranten I, II en III te beperken er meer middelen vrijkomen voor kwadrant IV, waar de hulp het hardst nodig is. Het lijkt echter zo te zijn dat juist kwadrant IV het meest vatbaar is voor rendementsverbeter ing.

Welk risico levert dit op?

De kosten kunnen toenemen door investeringen in vrij toegankelijke voorzieningen, terwijl de kosten in de 2e lijn nauwelijks dalen.

Bij sturing op uitstroom ontstaat het risico van toename van herhaald beroep en verschuiving tussen de kwadranten.

Het beperken van deze doelgroep kan leiden tot herhaald beroep en/of verschuiving naar kwadranten II en IV

Sturen op verkeerde parameters, zoals hulpduurverkorting kan leiden tot escalatie van problematiek en een toename van herhaald beroep en uitval na het 18e levensjaar.

Centrale kernwaarde in dit kwadrant?10

Efficiëntie

Efficiëntie Welzijn

Efficiëntie

Efficiëntie Welzijn Veiligheid

Politiek afwegingen en uitdaging op basis van kernwaarde

Welke moeite en energie is gerechtvaardigd en welk effect wordt daarvan verwacht?

Hoe kan de politiek stimuleren dat wij afbouw nastreven, en toch nabijheid houden om terugval en herhaald beroep te reduceren?

Welke moeite en energie is gerechtvaardigd en welk effect wordt daarvan verwacht?

Hoe geeft de politiek een evenwichtige opdracht zodat op dit segment maximaal rendement wordt behaald en tegelijk wordt geïnvesteerd in de cliënten die de hulp het hardst nodig hebben?

Hypothese op basis van bovenstaande analyse

In de tabel op de volgende pagina maken wij de vertaalslag naar wat dit in de uitvoering waarschijnlijk betekent.

10 Zie Verkenning afbakening Jeugdhulpplicht door Tim Robbe, november 2024.

Pagina 12 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Kwadrant I: Licht, incidenteel Laag, circa 1% kostenreductie bij 20% vraagreductie. Laag, de geboden voorzieningen binnen dit kwadrant vallen vaak buiten de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Laag, maatregelen richten op stimulatie van gebruik van algemeen toegankelijke voorzieningen.

Kwadrant II: Licht, structureel Gemiddeld. Circa 6% kostenreductie bij 20% vraagreductie.

Kwadrant III: Zwaar, incidenteel Laag, circa 2% kostenreductie bij 20% vraagreductie.

Kwadrant IV: Zwaar, structureel Hoog, circa 10% kostenreductie bij 20% vraagreductie.

Gemiddeld, de jeugdwet is resultaat gericht en biedt enige ruimte voor aanscherping op het jeugdhulpaanbod.

Gemiddeld, de jeugdwet is resultaat gericht en biedt enige ruimte voor aanscherping op het jeugdhulpaanbod. Laag, maatregelen zijn gericht op zorgaanbieders en verwijzende partijen.

Laag, benodigde wijzigingen kunnen in een convenant worden vastgelegd, maar zijn niet juridisch afdwingbaar. Laag, maatregelen zijn gericht op zorgaanbieders en verwijzende partijen.

Verwachte uitvoerbaarheid

Vrij makkelijk, er kan voortgebouwd worden op reeds bestaande netwerken en voorzieningen.

Makkelijk, nauwe samenwerking tussen veel partijen binnen het sociaal domein is noodzakelijk en vereist wellicht juridische aanpassingen.

Moeilijk,, een sterke regierol en triage bij het CJG en zorgaanbieders is noodzakelijk.

Van wie vragen wij commitment?

Samenleving:

Samenleving:

Professionals:

Erg moeilijk, het gaat om zware en complexe zorgvragen waar nauwe samenwerking tussen veel partijen binnen het sociaal domein noodzakelijk is. Voor een deel valt deze uitvoering buiten de invloedssfeer van de gemeente.. Professionals:

Ouders en jeugdigen vragen wij gebruik te maken van vrij toegankelijke voorzieningen.

Ouders en netwerk (systeem) om jeugdige heen vragen wij om actieve deelname aan jeugdhulptrajecten.

Professionals: Welzijn, het voorveld, onderwijs en aanpalende domeinen vragen wij te investeren in laagdrempelig collectief en groepsgericht aanbod. Verordening en houding en gedrag van verwijzende partijen.

Professionals: CJG, andere verwijzers, jeugdzorgaanbieders, volwassenenonderste uning en aanpalende domeinen vragen wij systemisch te werken en strakke regie te voeren.

CJG, andere verwijzers en jeugdzorgaanbieder s vragen wij sneller af te schalen en te investeren in voldoende laagdrempelig aanbod.

CJG, andere verwijzers, jeugdzorgaanbieder s en aanpalende domeinen vragen wij strakke triage te voeren, snelle en integrale hulp in te zetten en tijdig af te schalen.

Inkoop (regionaal) en houding en gedrag van verwijzende partijen en zorgaanbieders.

Convenant en houding en gedrag bij verwijzende partijen, zorgaanbieders en domein overstijgend.

Verwachte financiële impact

Verwachte juridische impact

Verwachte paternalistische impact

Waar geïmplementeerd

Pagina 13 van 23

Gemiddeld, maatregelen beperken de keuzevrijheid van ouders en jeugdigen, maar geven ook autonomie en verantwoordelijkheid terug,

Verordening en houding en gedrag van verwijzende partijen en zorgaanbieders.

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Maatregelen per kwadrant Op basis van de onderzoeken van AEF, casuïstiekonderzoek door het CJG, ervaringen van andere gemeentes – binnen en buiten de regio – en dialoogsessies met adviesraden en diverse stakeholders uit het sociaal domein, zijn per kwadrant mogelijke maatregelen geïdentificeerd. In de tekst hieronder gaat het met name over de antwoorden op de vraag WAT gaan wij meer, minder of anders doen? In de komende maanden worden deze maatregelen verder onderzocht en wordt in een businesscase uitgewerkt wat de financiële, juridische, uitvoerings- en maatschappelijke effecten zijn van de verschillende maatregelen. Daarbij geven wij dan aandacht aan de vraag: HOE kunnen wij als gemeente, aanpalende domeinen en samenleving deze verandering in gang zetten dan wel versterken of bestendigen? Dit uitgewerkte overzicht wordt in september ter informatie aan de raad toegezonden ten behoeve van het gesprek met externen/ professionals tijdens de beeldvormende avond in september en de oordeels- en besluitvorming in oktober 2025. Ten behoeve van de consultatie wordt hieronder per kwadrant weergeven aan welke maatregelen zoal gedacht wordt.

Kwadrant I: lichte, incidentele onbalans De hulpmix in dit kwadrant bevat: lichte of eenvoudige opvoedvraagstukken, enkelvoudig ernstige dyslexie, korte (basis) GGZ-trajecten. De maatregelen uit kwadrant I richten zich op investeren in normaliseren en verwijzen naar algemeen toegankelijke voorzieningen, waarmee escalatie naar duurdere zorg voorkomen kan worden. Hierbij kan gedacht worden aan maatregelen zoals: 1. Versterken van de veerkracht en het sociale netwerk van gezinnen; 2. Investeren in laagdrempelige ondersteuning en voorlichting op scholen en in de wijk. Gesprek met ouders, scholen over wat bij opgroeien hoort en waar dus geen diagnostiek en behandeltrajecten voor nodig zijn (normaliseren); 3. Investeren in collectief, vrij toegankelijk aanbod, standaardiseren en minder verwijzen naar individuele voorzieningen. Het advies van stakeholders11 1. Investeer in laagdrempelige ondersteuning (op scholen, bij de huisarts, op ontmoetingsplekken) en voorlichting voor ouders; 2. Versterk het laagdrempelig collectief aanbod en de samenwerking met informele zorg; Richt interventies niet op het individuele kind maar op groepen kinderen, ouders of onderwijzers met dezelfde hulpvraag.

Organiseer de randvoorwaarden daar omheen, zoals waar moet de administratie aan voldoen (per kind een dossier of niet?) en op welke zorgcodes (per individueel kind of kan dat ook anders?) kan er gedeclareerd worden.

11 Bij de dialoogsessies hebben de stakeholders hun reacties gegeven op verschillende maatregelen.

Wij hebben hun reacties geclusterd per kwadrant. Daarmee bestaat er de mogelijkheid dat stakeholders zich niet herkennen in het advies zoals hier beschreven.

Pagina 14 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Kwadrant II: lichte, structurele onbalans De hulpmix in dit kwadrant bevat: GGZ diagnostiek, dagbehandelgroepen, respijtzorg of ouders die hulp krijgen met jeugdwet middelen. Dit alles zonder 24 uurs verblijf en/of jeugdbescherming. De maatregelen uit kwadrant II richten zich op het betrekken van het gehele gezin/netwerk bij de jeugdhulp, het voeren van een sterke triage en het sneller kunnen inzetten van juiste en passende hulp. Juiste en passende hulp kan ook betekenen de inzet van vrij toegankelijke hulp, geen jeugdhulp of ondersteuning voor ouders. Hierbij kan gedacht worden aan maatregelen zoals: 1. Verplicht of stimuleer deelname (van ouders en jeugdige) aan sociale netwerken zoals sportverenigingen of opvoedgroepen, maar zonder barrières op te werpen voor kwetsbare gezinnen; 2. Standaardiseren van systemisch werken12 in de jeugdzorg; 3. Bij ouderproblematiek hulpvragen integraal oppakken met hulpverleners vanuit WMO, volwassenen-GGZ, et cetera. Let wel: gegevens delen mag enkel met toestemming van de belanghebbenden. Het advies van stakeholders 1. Zet systemisch werken en ouderbetrokkenheid (oudergroepen, deelname aan sociale netwerken, e-learning vooraf, etc.) centraal; 2. Durf te sturen op passende toegang tot hulp; 3. Zorg voor snelle, passende hulp, zodat het huishouden zo snel mogelijk weer zelfstandig verder kan.

Kwadrant III: zware, incidentele onbalans De hulpmix in dit kwadrant bevat: zeer diverse hulpvragen en huishoudens: LVB ouders/ kinderen, armoede/schuld problematiek, GGZ problematiek ouders, complexe echtscheidingen waarbij de veiligheid/opvoedklimaat voor kinderen naar oordeel professionals bekneld dreigt te raken. De maatregelen uit kwadrant III richten zich op eerder afschalen en investeren in voldoende laagdrempelig aanbod. Hierbij kan gedacht worden aan maatregelen zoals: 1. Stimuleren van sneller afschalen naar lichtere hulpvormen; 2. Normeren van intensiteit van de duur van 2e-lijnszorgtrajecten; 3. ‘Social return on investment’13 (SROI) voor zorgaanbieders die strakke triage voeren en tijdig afschalen. Het advies van stakeholders 1. Maak heldere afspraken over afbakening: hoort een zorgvraag thuis bij jeugdhulp, onderwijs, of een ander domein. 2. Laat het CJG zich richten op triage, regie, lichte hulp en doorverwijzing. Let op: laat het CJG pas meer ambulante hulp zelf verlenen als de randvoorwaarden daarvoor op orde zijn (personeel, specialistische (GGZ) kennis, samenwerking met andere partijen); 3. Investeer in sterke triage en tussentijdse evaluatie door CJG en zorgaanbieders.

12 Systemisch werken betekent interventies niet gericht op het individu, maar op betrokkenheid van het

individu én het netwerk hieromheen. Te denken valt aan actieve ouderbetrokkenheid, interventies gericht op gehele gezinnen en betrokkenheid van het netwerk om de jeugdige heen. 13 Social return on investment houdt in dat een niet-financiële prikkel wordt ingebouwd om aanbieders te stimuleren de juiste resultaten te boeken. Denk daarbij aan het vergroten van marktaandeel.

Pagina 15 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Kwadrant IV: zware, structurele onbalans De hulpmix in dit kwadrant bevat: Uithuisplaatsingen, GGZ met verblijf, verstandelijk beperkt, veiligheidsdomein. Het betreffen vaak situaties waar kinderen in een onhoudbare thuissituatie, jeugdbescherming en (tijdelijk) jeugdhulpverblijf. Deze trajecten hebben een onvoorspelbaar karakter en gezinnen zijn vaak wel bekend met meerdere (jeugd) hulpverleners. In de afgelopen 50 jaar is er veel beleid gemaakt gericht op kinderen in dit soort problematiek. Bestuurswetenschapper Sharon Stellaard schrijft hierover in haar promotie ‘boemerangbeleid’. Zij signaleert dat de (rijks)overheid steeds dezelfde oplossingen noemt voor dezelfde soort problemen. Dit leidt volgens haar tot een vermindering van effectiviteit van de maatregelen terwijl de kosten toenemen14. Bescheidenheid en een hoge mate van reflectie of onze aannames juist zijn, zijn cruciaal bij de keuzes die wij maken met het oog op de kinderen en huishoudens in deze groep. Daarbij is onze invloed als gemeente beperkt. Ook hebben de afgelopen jaren ons geleerd dat het bevorderen van de door- en uitstroom van kinderen uit het jeugdzorg stelsel uiterst lastig is. Dat vraagt van ons een verdere en grondige verdieping om te komen tot passende maatregelen.

De maatregelen uit kwadrant IV richten zich op het vergroten van inzicht in risicofactoren en signalen die (veiligheids)escalatie kunnen aanduiden en het faciliteren van overcapaciteit om bij deze signalen snelle en passende hulp in te zetten. Ook richten deze maatregelen zich op het bevorderen van het delen van benodigde informatie en integrale samenwerking tussen (lokale) hulpverleners. Om te komen tot passende maatregelen, stellen wij voor om in oktober ten behoeve van de besluitvorming het volgende op te leveren: 1. Verfijning van de huidige data-analyse naar mate van problematiek; 2. Inzicht in de risicofactoren, signalen voor escalatie en verhalen passend bij deze problematiek die inzicht geven in de verschuiving van lichte zorg naar zware, multi-probleem casuïstiek; 3. Voorstel voor richtlijnen omtrent hoe per doelgroep binnen kwadrant IV de juiste zorg te bieden en wanneer juist te stoppen met zorg. Het advies van stakeholders 1. Investeer in sterke triage en actieve casusregie. Dit vraagt om extra expertise al dan niet via een inhuurconstructie; 2. Minder wisseling van hulpverleners (meer vast gezichten). Hiermee wordt bedoeld dat het personeel bij zorgaanbieders regelmatig wisselen van baan en dus niet jarenlang meelopen met een gezin; 3. Luister beter naar wat ouders en jongeren zelf als oplossingen aandragen. N.B.

bij dit kwadrant hebben gemeenten weinig invloed omdat er veel actoren actief zijn en op verschillende niveau’s. Denk hierbij aan landelijke wet- en regelgeving, verplichte regionale samenwerking, etc. In de uitwerking van dit kwadrant zullen wij ons vooral focussen op zaken waar wij als gemeente invloed kunnen uitoefenen. Dat maakt het ingewikkeld om in dit stadium al iets te zeggen over wat er nodig is om een en ander hierin te verbeteren. Ondanks dat het ingewikkeld is, zetten wij hier toch op in, omdat de potentiële impact het grootst is.

14 Boemerangbeleid | Sharon Stellaard

Pagina 16 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Deel III: Voorkeursmaatregelen college Het college geeft de voorkeur aan het verder uitwerken van de maatregelen aan de hand van de 80/20% regel. Daarbij wordt 80% van het project (tijd, middelen en capaciteit) geïnvesteerd in de kwadranten II en IV. Voor de kwadranten I en III wordt 20% van deze projectmiddelen geïnvesteerd. In wat wij binnen deze 20% oppakken, is dit met name ondersteunend aan het uitvoeren en kunnen laten slagen van de acties horende bij kwadrant II en IV. Argumenten voorkeursmaatregelen college De hieronder benoemde argumenten zijn geclusterd op basis van inhoud. De argumenten beginnend met nummering 1 zijn argumenten op basis van zorginhoudelijke overwegingen. De argumenten met nummering 2 bevatten financiële overwegingen. 1.1 De 80/20 regel heeft betrekking op de focus vanuit het project en is geen vertaalslag van de verdeling van de financiële middelen. Door in deze kwadranten zaken anders te organiseren is de aanname dat er financieel andere uitkomsten komen. Met de inspanningen op kwadrant II willen wij bereiken dat er een afbakening komt voor deze jeugdhulp en er meer groepsgericht wordt aangeboden. Inspanningen op kwadrant IV kunnen leiden tot snellere inzet van juiste en multidisciplinaire hulp.

De inzet op kwadrant I richt zich volgens de 80/20-regel, voornamelijk het verminderen van de instroom tot jeugdhulp en verschuiving van deze hulpvragen naar aanpalende domeinen. Bij kwadrant III is de focus op het verhogen van de door- en uitstroom. 1.2 De kwadranten II en IV gaan over zorgvragen die een structurele impact hebben op het algemeen welzijn en functioneren van de jeugdigen in Veenendaal, hun netwerk en gezin. Deze kwadranten gaan namelijk over structurele onbalans tussen draagkracht en draaglast bij kinderen en/of gezinnen. Daarmee staat de menselijke waardigheid van deze mensen onder druk en vragen zij om de hoogste prioritering én zeer waarschijnlijk een domein overstijgende aanpak. 1.3 De kwadranten II en IV gaan over maatregelen die zorginhoudelijk de grootste impact kunnen hebben op het gebied van kwaliteit en effectiviteit van de geboden zorg. Dit bleek uit een data-analyse aan de hand van gedeclareerde jeugdzorg in Veenendaal door Aspectu. Ook in meerdere dialoogsessies met stakeholders kwam naar voren dat de maatregelen uit de kwadranten II en IV zorginhoudelijk de grootste impact kunnen hebben. 1.4 Door prioriteit te geven aan de kwadranten II en IV wordt recht gedaan aan de doelen bestaanszekerheid en toekomstbestendig sociaal domein uit het Integraal Beleidskader Sociaal Domein.

Op het moment dat er structurele zorgvragen zijn, is het aannemelijk dat ook de bestaanszekerheid van dat huishouden onder druk staat. Als het lukt om de hulpverlening voor de kinderen en huishoudens in de kwadranten II en IV anders te organiseren en daarmee de kosten te verlagen, draagt dat bij aan een toekomstbestendig sociaal domein. 2.1 De financiële resultaten geven aan dat doorgaan op dezelfde manier niet houdbaar is voor de lange termijn in termen van betaalbaarheid, personele capaciteit en beschikbaarheid van zorg. De aanleiding voor het projectplan ‘Hervormingsagenda: Grenzen aan onze jeugdzorg’ is te vinden in de toenemende disbalans in het jeugdzorgstelsel. Ook in Veenendaal zien wij een alsmaar stijgende vraag naar en intensivering van jeugdhulp. College en gemeenteraadsleden maken zich zorgen over de balans tussen organisatie, kwaliteit en betaalbaarheid. 2.2 Om financieel andere resultaten te boeken moet de gemeenteraad in Veenendaal ook inhoudelijk andere keuzes maken gericht op de systemen buiten de jeugdzorg. Dit wordt ook onderbouwd door het rapport Groeipijn waarin geconcludeerd wordt dat: ”De Hervormingsagenda Jeugd is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde om te komen tot een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel.

De commissie trekt de conclusie dat de Hervormingsagenda Jeugd weliswaar een wezenlijke rol speelt in de transformatie van de jeugdhulp, maar dat de agenda onvoldoende aandacht heeft voor het wegnemen en verminderen van de (structurele) factoren die leiden tot instroom naar jeugdhulp. De scope van de Hervormingsagenda is te smal; er ligt een te grote nadruk op het anders organiseren van de

Pagina 17 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

jeugdzorg. De oplossing voor de grote vraag naar jeugdhulp ligt vooral in de systemen buiten de jeugdzorg: in het gezin, op school, en in de samenleving. Jeugdhulp is aanpalend aan de andere levensdomeinen, en niet andersom”. Dit betekent dat wij, zoals aangegeven in de consultatievragen, de komende periode onderzoeken hoe binnen deze systemen alternatieven gevonden kunnen worden voor de inzet van jeugdhulp. In 2024 is door de VNG en de rekenkamer Veenendaal vastgesteld dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd binnen gemeente Veenendaal voor zover deze maatregelen binnen de reikwijdte van de gemeente liggen, zijn uitgevoerd. Hiermee lijkt het besparingspotentieel in de kwadranten I en III reeds behaald, voor het deel dat deze maatregelen binnen de Hervormingsagenda liggen.

Kanttekeningen De hieronder benoemde kanttekeningen zijn geclusterd op basis van inhoud. De kanttekeningen beginnend met nummering 1 zijn kanttekeningen op basis van zorginhoudelijke overwegingen. De kanttekeningen met nummering 2 bevatten financiële overwegingen en de kanttekening met nummer 3 bevat een algemene overweging. 1.1 Door ons te focussen op kwadranten II en IV wijkt de Gemeente Veenendaal beredeneerd af van de mainstream opvattingen om de jeugdzorg te verbeteren en de kosten te laten dalen. We hebben als Veenendaal, vanuit de 80/20 regel wel oog voor kwadrant I (en III), maar dit is ondersteunend aan de acties behorende bij kwadrant II en IV. Meer focus op kwadrant I is mogelijk, maar dit betekent een andere verhouding (en daarmee minder inzet op de zwaarste hulpvragen), dan wel extra investeren in middelen en capaciteit. 1.2 In tegenstelling tot het voorkeursscenario adviseren meerdere stakeholders nadrukkelijk om in te zetten op preventie, laagdrempelige en algemeen toegankelijke voorzieningen. Dit sluit aan bij de maatregelen uit kwadranten I en III. Het college stelt voor hier minder tijd en capaciteit aan te besteden. Daarmee legt de gemeente Veenendaal een deel van de adviezen naast zich neer. Dit kan leiden tot onbegrip bij diverse betrokkenen al kan dit risico met goede en gerichte communicatie verkleind worden; Zie ook kanttekening 1.1.

1.3 De data-analyse van Aspectu geeft een richting voor ‘welke knoppen we aan kunnen draaien’ maar geen handelingsperspectief of een beoordelingskader voor professionals. In de komende maanden moet deze data-analyse verder uitgediept worden en omgezet naar een handelingsperspectief met concrete acties. Hierbij is het belangrijk om de komende jaren te blijven werken aan een goede triage en het uitvoeren van de juiste acties door professionals. Relevant om te vermelden is dat de stand van de wetenschap op dit gebied nog niet zover ontwikkeld is in vergelijking met de medische zorg. Een onderzoekende en lerende aanpak vanuit het systeemdenken is daarom cruciaal. 1.1 De historie van de jeugdzorg in Nederland laat zien dat de stijging van kosten in combinatie met een stijging van de instroom en intensiteit van jeugdzorg een hardnekkige trend is. Het identificeren van maatregelen die deze trend structureel kunnen ombuigen is ingewikkeld en vraagt lange termijn commitment. Bestuurswetenschapper Sharon Stellaard schrijft hierover in haar promotie ‘boemerangbeleid’. Zij signaleert dat de (rijks)overheid steeds dezelfde oplossingen noemt voor dezelfde soort problemen. Dit leidt volgens haar tot een vermindering van effectiviteit van de maatregelen terwijl de kosten toenemen15.

Als Veenendaal kunnen we de huidige trend ook niet tot nauwelijks alleen ombuigen, gezien de samenhang met andere beleidsterreinen, landelijk beleid en samenwerking in de regio. 2.1 Een realistische inschatting van het mogelijke potentieel van deze maatregelen is lastig te maken. Dit komt omdat wij moeten corrigeren voor twee zaken. Enerzijds de loon- en prijsindexatie en tariefstijgingen vanaf 2015 tot heden. Anderzijds een inschatting van het aantal kinderen dat structureel jeugdzorg nodig heeft en de kosten die dit naar verwachting met zich meebrengt. Deze tweede correctie is inhoudelijk uiterst lastig uitvoerbaar. Daarnaast is de (financiële) haalbaarheid 15 Boemerangbeleid | Sharon Stellaard

Pagina 18 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

mede afhankelijk van partners, de samenhang met en ontwikkelingen binnen andere beleidsterreinen en regionale en landelijke ontwikkelingen. 2.2 Het is in deze fase van het project nog onduidelijk wat de precieze financiële gevolgen en inhoudelijke effecten kunnen zijn van de gepresenteerde maatregelen. Bij de definitieve uitwerking en besluitvorming zal de raad geïnformeerd worden over de verwachte (implementatie-) kosten en de bijbehorende gevolgen, zodat de raad een weloverwogen keuze kan maken over de uit te voeren maatregelen en welke aanvullende middelen mogelijk beschikbaar gesteld worden. Zie ook kanttekening 1.4 en 2.1. Het projectplan bevat nu alleen de focus op de politieke besluitvorming. 3.1 De implementatie van verscheidene maatregelen zoals voorgesteld in deze consultatiememo valt buiten de scope van dit projectplan. De maatregelen in kwadrant I richten zich op preventie en daarmee ligt de uitvoering van maatregelen initieel bij het welzijnsdomein en voorliggend veld en vallen daarmee buiten de scope van dit project. Verschillende maatregelen uit de kwadranten II, III en IV richten zich op het verbeteren van de samenwerking tussen verwijzers, jeugdzorgaanbieders, onderwijs en andere aanpalende domeinen. Implementatie van dergelijke maatregelen liggen bij deze partijen zelf. De gemeente kan hier wel een faciliterende en stimulerende rol in spelen.

Pagina 19 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Randvoorwaarden Door stakeholders uit het sociaal domein is een aantal zaken aangeduid als randvoorwaardelijk bij het verder uitwerken en implementeren van de maatregelen uit het voorkeursscenario van het college, kwadranten II en IV. Deze randvoorwaarden zijn, in willekeurige volgorde: 1. Bestendig de capaciteit en expertise bij het CJG; 2. Verstevig de inzet van onderwijs op het bieden van hulp bij leer of gedragsproblemen. Het effectief ondersteunen van kinderen en jongeren vraagt om nauwe samenwerking tussen onderwijs, passend onderwijs, jeugdhulp en jeugdzorg; dit is reeds onderdeel van de visievorming in het nieuw vast te stellen Integraal Huisvestingsplan, zie consultatiememo 2229979. 3. Verduidelijk wanneer inzet van aanpalende domeinen (onderwijs, huisvesting, armoede, WMO of volwassenenzorg) voorliggend zijn aan jeugdhulp. 4. Zorg voor afspraken omtrent bestuurlijke opschaling om rolvervaging en -verwisseling te voorkomen; 5. Werken aan een paradigmaverandering waarbij de focus verschuift van het vooral willen oplossen van problemen naar het vergroten van de menselijke waardigheid en zingeving bij moeite en/of pijn. Dus minder maakbaarheid en meer leren leven met de problematiek of en daar een zinvolle betekenis aan geven. Daarvoor willen wij samen met zorgaanbieders met twee zaken aan de slag: a.

Onderzoeken hoe jeugdhulp gefocust kan worden op zaken als ‘hoe kun je leren omgaan met jouw eigen(v)aardigheden?’ en ‘hoe kan men leren hiervan de mooie kanten te zien in plaats van iets wat gerepareerd moet worden?’. Bijvoorbeeld, wat zijn mijn talenten vanuit het oogpunt dat ik ADHD heb? Wat kan ik goed met mijn dyslexie? b. Onderzoeken hoe wij kunnen bevorderen dat die jeugdigen die hulpverlening hebben gehad, deze kennis inzetten om anderen, die met soortgelijke problemen worstelen, te helpen om met deze problemen te leren leven of ze in te zetten als kracht (ervaringsdeskundigheid inzetten). Hoe kunnen de lessen die geleerd zijn in een moeilijke periode van betekenis zijn voor anderen? 6. Inbouwen van een prikkel (bijvoorbeeld een subsidieregeling vergelijkbaar met Deltaplan Eindhoven16), waarmee de beoogde transformatie wordt bevorderd. Het college acht het belangrijk om verder te onderzoeken wat er nodig is (van aanpalende domeinen) om deze randvoorwaarden te realiseren. De resultaten daarvan worden voorgelegd bij de verdere besluitvorming in oktober 2025.

Samenvattend Het college ziet een verder verkenning van de maatregelen uit de kwadranten II en IV als de richting om in te slaan in de uitvoering van het project hervormingsagenda: Grenzen aan onze jeugdzorg: hoe verdelen wij de schaarse middelen goed over de jeugdigen in Veenendaal?’ Hiermee wordt de verbetering van het zorgaanbod voor de jeugdigen en hun gezinnen met structurele zorgvragen beoogd en mogelijk het grootste besparingspotentieel gerealiseerd. Als dat lukt draagt dit bij aan: - De realisatie van de doelen uit het integraal beleidskader sociaal domein 2023-2028; - Verbeteren van de zorg voor degenen die dit het hardst nodig hebben; - Verlaging van de instroom in en de kosten van jeugdhulp op lange termijn. Daarnaast geeft het college aan dat de uitvoering van de maatregelen onder kwadranten I en III desalniettemin kunnen bijdragen aan een cultuuromslag binnen de jeugdzorg en binnen de samenleving waarbij meer de nadruk komt op: het versterken van het normale leven, normaliseren en investeren in het positieve en het gezonde. Dit zijn belangrijke ontwikkelingen die door het college worden ondersteund. Hiervoor kan de raad een aparte opdracht beleggen waarbij partijen uit aanpalende domeinen, zoals welzijn, onderwijs en/of het CJG betrokken worden.

16 Subsidieregeling Deltaplan | Gemeente Eindhoven

Pagina 20 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Financiële paragraaf De 80/20 verdeling gaat uit van het project en vindt daarmee plaats binnen de bestaande financiële middelen en dus niet over de verdeling van financieel middelen voor Jeugd. Als er een subsidieregeling wordt ingesteld, wordt een deel van de reeds beschikbare middelen vrijgespeeld voor deze regeling.

Consultatievragen 1. Wij constateren twee ontwikkelingen: a) Een stijging van het aantal kinderen dat gebruik maakt van de Jeugdzorg de afgelopen jaren, wat nu enigszins stabiliseert. We zien (nu) echter ook een toenemende duur en intensiteit van de trajecten; b) Een toename van de zorgkosten door de toenemende vraag, gecombineerd met o.a. jaarlijkse indexaties, wat drukt legt op de gemeentelijke financiën. Deze ontwikkelingen hebben ongewenste effecten op sommige jeugdigen in de jeugdhulp en dragen niet altijd bij aan de doelen uit ons Integraal beleidskader Sociaal Domein. Is de raad, tegen deze inhoudelijke en financiële achtergrond bereid om, in het belang van de meest kwetsbare kinderen, scherpere keuzes te maken over de inzet van jeugdhulp in Veenendaal? 2. Kan de raad zich vinden in het verder uitwerken van de (voorkeurs)kwadranten II en IV, om te komen tot gerichte maatregelen? 3. Kan de raad zich vinden in het verder uitwerken van de kwadranten I en III, om te komen tot gerichte maatregelen die de inspanningen in kwadranten II en IV ten goede komen? 4. Zo ja, kan de raad zich daarbij vinden in het verdelen van 80% (tijd, geld, personele capaciteit) voor de kwadranten II en IV en 20% van deze middelen voor de kwadranten I en III? 5. Zijn er binnen kwadranten II en IV, nog specifieke (in deze memo niet genoemde) maatregelen die u mee wilt geven? 6.

Indien de raad zich niet kan vinden in bovenstaande richtingen, welke richting zou volgens de raad de gewenste richting zijn en waarom? 7. Kan de raad zich vinden in het nader onderzoeken en uitwerken van de randvoorwaarden zoals benoemd op pagina 15? 8. Wat wil de raad verder nog aan het college meegeven in het onderzoeken, uitwerken en/of uitvoeren van de kwadranten?

Communicatie Met deze raadsconsultatie wil het college de raad consulteren over de uitvoering van het projectplan Hervormingsagenda: Grenzen aan onze jeugdzorg. Hiervoor zijn meerdere maatregelen verkend en heeft het college een voorkeursscenario benoemd, namelijk het verder uitwerken van de maatregelen onder de kwadranten I, II, III en IV, waarbij 80% van de capaciteit en middelen wordt gestopt in de uitwerking van de kwadranten II en IV. 20% van de capaciteit en middelen gaat naar de uitwerking van de kwadranten I en III. De uitkomsten van de consultatie worden verwerkt in een definitief maatregelenoverzicht. Hierin wordt concreet beschreven hoe de implementatie eruit komt te zien en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Dit wordt besluitvormend voorgelegd aan de raad in oktober 2025. Middels deze consultatie maakt de raad een keuze voor de richting welke maatregelen verder worden uitgewerkt en in welke mate, conform het projectplan Hervormingsagenda: Grenzen aan onze jeugdzorg.

Pagina 21 van 23

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg Zaaknummer 2243813

Vervolg na consultatie Zoals in de beeldvormende avond van januari 2025 is aangegeven, vindt in september 2025 een volgende beeldvormende avond plaats. Tijdens deze avond wordt stilgestaan bij de te maken keuzes en wordt de raad door externe sprekers nogmaals meegenomen in de te verwachten effecten van de voorgestelde maatregelen. In oktober 2025 volgt de besluitvorming middels een raadscommissie en raadsbehandeling, waarbij ook de aangepaste verordening in concept wordt voorgelegd aan de raad. Hierna volgt het formele traject met de adviesraden, waarna begin 2026 de aangepaste verordening ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de raad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15588214/2