1. Consultatiememo inzake tussenevaluatie Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023
Tekst van het document
Agendapunt 9b Ingekomen stukken B&W-vergadering d.d. 22 maart 2022 Besluit: Voor kennisgeving aangenomen en deze aanbieden aan de raad.
CONSULTATIEMEMO Documentnummer 2022/ Aan Gemeenteraad van College van burgemeester en wethouders Datum Onderwerp
17 maart 2022 Tussenevaluatie Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023
Geachte leden, Op 23 januari 2020 is het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 "Sterker door verbinding" {IBK-SD) door de raad vastgesteld. Het college heeft bij het vaststellen van het IBK-SD aan de raad onder andere toegezegd om begin 2022 de voortgang van het IBK (tussentijds) te evalueren. De tussenevaluatie en de bijbehorende raadsinformatiebrief is 21 januari overgedragen aan de griffie. In de afgelopen twee jaar liep het college aan tegen een aantal dilemma's. Aan de hand van een stellingen wordt de raad gevraagd hoe u tegen deze zaken aankijkt. Deze stellingen reflecteren niet persé de mening van het college, maar kunnen bijdragen aan de bespreking van de tussenevaluatie in de commissie en het aanscherpen van de discussie richting een volgend IBK. stellingen 1.
Meer geld voor het sociaal domein is niet de oplossing; soms is de inwoner juist gebaat met minder voorzieningen.
De zoektocht binnen het sociaal domein moet niet liggen op het inzetten van meer en/of duurdere instrumenten. Deze werken soms averechts. We moeten ons richten op instrumenten die bewezen effectief zijn. Dat betekent dan ook minder instrumenten inzetten. Wij moeten ons voortdurend de vraag stellen of de inzet van meer middelen leidt tot betere resultaten. Extra geld voor inzet jeugd leidt tot meer schade. 2.
We kunnen leren van zorgaanbieders die (veel) winst maken.
De gemeente doet zaken met veel zorgaanbieders. Juist van de zorgaanbieders die winst maken (en goede zorg bieden) kunnen we leren. Immers zij werken efficiënt en effectief. 3.
We nemen afscheid van aanbieders die onze visie niet delen.
Het IBK-SD gaat uit van normaliseren en de-medicaliseren. Dit betekent afschalen waar mogelijk en opschalen indien noodzakelijk. Met de raad, inwoners en aanbieders gaan we deze termen uitdiepen en vormgeven. Aanbieders die deze visie in de praktijk niet delen, kunnen niet langer rekenen op opdrachten van de gemeente. Dit betekent dat de inwoner ook minder te kiezen heeft. 4.
We mogen als gemeente meer de randen van de wet opzoeken als dit de doelen van het IBK-SD dichterbij brengt.
Bepalingen uit de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet schuren soms met de doelen van het IBK-SD. Moeten we de letter van de wet volgen en ons begrenzen of kunnen we binnen de bedoeling van het
Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 •Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.ni • www.veenendaal.ni/vraag
IBK-SD de ruimte opzoeken. Om zaken helder te krijgen en ons doel van het IBK-SD te bereiken zoeken we deze grens op. Dit kan ook betekenen dat over de grens wordt gegaan en de gemeente wordt teruggefloten. Wmo
Schoonmaakondersteuning is enkel voor hen die dit niet zelf kunnen regelen en/of betalen
Wet
De wetgever bepaalt dat een maatwerkvoorziening een passende bijdrage moet leveren aan het realiseren van een situatie waarin een inwoner van een gemeente in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. In deze wet is geen ruimte om de eigen financiële middelen van inwoners onder het begrip 'eigen kracht' te scharen
Praktijk
Steeds meer inwoners doen een beroep op de gemeente voor schoonmaakondersteuning. De groei in aanvragen zit sinds de invoering van het abonnementstarief voor een belangrijk deel bij mensen met een midden- tot hoger inkomen. Deze groep regelde en betaalde voorheen de schoonmaakondersteuning zelf. Met de invoering van het abonnementstarief betalen ze voor maatwerkvoorzieningen (waaronder schoonmaakondersteuning) nu € 19,- per maand totaal. De rest betaalt de gemeente.
Wens
Deze groei is ongewenst. De gemeente onderzoekt hoe deze groei kan worden afgeremd. Eventueel kan een inkomenstoets worden ingevoerd
Participatie wet
Bijstandsgerechtigden dienen naar vermogen bij te dragen aan de maatschappij.
Wet
Het gaat bij de tegenprestatie naar vermogen om 'additionele onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden'. De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen van een uitkering. De duur en de omvang van de op te dragen tegenprestatie dient in de regel beperkt te zijn. Dat betekent dat het college steeds een afweging maakt op basis van de situatie in welke mate een tegenprestatie verlangd kan worden
Praktijk
In de verordening dienen regels gesteld te worden over de duur en de omvang van de op te dragen tegenprestatie. Om aan de veilige kant van internationale bepalingen met betrekking tot het verbod op dwangarbeid te blijven (artikel 4 EVRM) kiezen gemeente vaak voor 4 tot 8 uur tegenprestatie per week. Veenendaal heeft in haar verordening ook deze bandbreedte staan.
Wens
Het verrichten van een tegenprestatie past binnen de visie van het sociaal domein. Vier tot acht uur wordt daarbij gezien als minimum. Een optie zou kunnen zijn deze te verhogen naar maximaal 16 uur per week.
2
Jeugd
We hechten aan de adviezen van jeugd en huisartsen, maar ambiëren een regiefunctie met betrekking tot inzet van instrumenten
Wet
De jeugdwet maakt gemeente bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor alle jeugdzorg. In de nieuwe jeugdwet is geborgd dat de huisarts mag doorverwijzen naar alle vormen van jeugd. Zowel de huisarts als de medisch specialist heeft vanuit zijn specifieke expertise een verantwoordelijkheid om goede diagnoses te stellen, zorg te verlenen of de jeugdige te begeleiden naar ondersteuning, hulp of zorg die volgens de professionele standaard nodig is. Daarnaast stellen de Jeugdwet en de wet op passend onderwijs het OOGO (op overeenstemming gericht overleg) verplicht. Het OGOO stemt onder andere de samenwerking van onderwijs en door de gemeenten gefinancierde hulp af.
Praktijk
De huidige vorm betekent dat de huisarts bepaalt en de gemeente betaalt. Mede vanuit het oogpunt van de kwaliteit van hulpverlening en kostenbeheersing wil de gemeente ook sturen op volumebeheersing. Het CJG zet hier extra op in en zet contactpersonen per wijk in. De gemeente wil niet tornen aan het verwijsrecht van huisartsen, maar hier wel meer regie in voeren.
Wens
Mogelijk kan de gemeente (CJG) komen met een pallet aan voorzieningen waar de huisartsen naar door kunnen verwijzen. De expertise blijft daarbij ook bij de huisarts, maar de gemeente doet een toets op (effectiviteit) aanbod en kwaliteit aanbieder. Deze werkwijze kan ook worden toegepast in de samenwerking met het onderwijs.
3