CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Consultatiememo Energieprogramma, Warmteprogramma en Regionaal Energieperspectief

Raadscommissie 20 mei 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Consultatie Energieprogramma, Warmteprogramma en Regionaal Energieperspectief3.147 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSCONSULTATIE MEMO Zaaknummer Onderwerp Aan

2225704 Energieprogramma, Warmteprogramma en Regionaal Energieperspectief Gemeenteraad

Kopie aan

Telefoonnummer

College van burgemeester en wethouders Programma’s en Projecten Siebe Visser 0636155920

Datum collegevergadering

1 april 2025

Van

Team Behandelaar

Doel De raad te consulteren over de ambitie, strategie en een aantal richtinggevende principes voor de energie- en warmtetransitie voor de komende 5 jaar. Inleiding Net als andere gemeenten staat Veenendaal voor de taak om een leefbare stad te creëren voor huidige én toekomstige generaties. Het aanpakken van dit maatschappelijke vraagstuk en het in gang zetten van de overgang naar een duurzame stad vereist een integrale aanpak. Dat doen we binnen de opgave Duurzaam Veenendaal, waarvoor de raad begin 2024 het Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal heeft vastgesteld. Het perspectief is het antwoord op de bestuurlijke opdracht om te formuleren wat duurzaamheid, circulariteit, de energietransitie en klimaatbestendigheid betekenen voor Veenendaal. Een antwoord dat aansluit bij nationale en internationale ambities en voortbouwt op bestaande duurzaamheidsverplichtingen in de Strategische Visie, het Raadsakkoord en de Omgevingsvisie. Van de drie sporen is Energie al het meest uitgewerkt. Sinds 2017 werken we programmatisch aan de energietransitie, waarbij we steeds tussendoelen stellen voor 4 jaar. De huidige programmaperiode loopt dit jaar af. We hebben dit programmaplan daarom geëvalueerd (zie bijlage) en zijn gestart met het uitwerken van een nieuw programmaplan voor de periode 2026-2030.

Het programma wordt door het college vastgesteld als omgevingsprogramma en is daarmee het kader voor de uitvoering van de energietransitie in Veenendaal, waaronder ook de warmtetransitie (aardgasvrij). Voor die warmtetransitie stellen we dit jaar ook een Warmteprogramma op, een verplicht omgevingsprogramma op basis van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (wgiw). Het Warmteprogramma is de opvolger van de Transitievisie Warmte, die u in december 2021 als raad heeft vastgesteld. In de regio Foodvalley wordt tegelijkertijd gewerkt aan het uitwerken van een regionaal energieperspectief. Met het vaststellen van bijgaande startnotitie in de Energieraad van 27 maart, kiezen we er als regio voor de Regionale Energie Strategie voorlopig niet te herijken, maar eerst een doorvertaling te maken van de eerder gemaakte schets van het Energiesysteem van de Toekomst naar een regionaal energieperspectief. Dat perspectief moet antwoord geven op de vraag hoe het energiesysteem zich moet ontwikkelen om de beoogde groei van de regio Foodvalley mogelijk te maken. Regionaal worden alle raden hierover geconsulteerd. In Veenendaal komt dit mooi samen met

Pagina 1 van 7

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Consultatiememo Energieprogramma, Warmteprogramma en RES Zaaknummer 2225704

ons lokale traject voor een nieuw energie- en warmteprogramma. We hebben de regionale consultatievraag daarom opgenomen in deze lokale consultatie. Consultatievragen Programma Energie 2026 - 2030 Voor het nieuwe Energieprogramma leggen we de concept ambitie en strategie aan u voor ter consultatie. We zijn benieuwd of u zich hierin kunt vinden en of u suggesties heeft ter verbetering en/of aanvulling. We zullen die meenemen in het opstellen van het programma Energie 2026 – 2030, dat we als college eind 2025 zullen vaststellen. 1. Kunt u zich vinden in de volgende ambitie voor het programma Energie? “We bouwen aan een duurzaam, robuust en eerlijk energiesysteem dat de groei en leefbaarheid van Veenendaal ondersteunt.” Toelichting Waar we de eerste twee programmaperiodes voornamelijk stuurden op zoveel mogelijk energie (en aardgas) besparen en zoveel mogelijk lokaal opwekken, komt hier in het nieuwe programma een belangrijke focus bij: het afstemmen van vraag en aanbod van energie in plaats en tijd. Netcongestie laat de afgelopen jaren pijnlijk zien hoe het oude energiesysteem piept en kraakt onder de gevolgen van de energietransitie. Het energiesysteem van de toekomst kent fundamenteel andere uitgangspunten dan het huidige.

Het is slim (vraag en aanbod zijn op elkaar afgestemd en reageren op elkaar), klimaatneutraal (geen CO2 uitstoot) en iedereen kan meedoen (decentraal én betaalbaar en toegankelijk voor iedereen). Daarbij blijven we sturen op minder energiegebruik en wekken we zoveel mogelijk lokale duurzame energie op. De aangepaste ambitie betekent ook dat we het streven naar energieneutraliteit op eigen grondgebied loslaten. We blijven sturen op maximale benutting van de opwekpotentie binnen Veenendaal én gaan die beter koppelen aan de lokale vraag, waar nodig met gebruik van opslag. Maar we erkennen dat we in 2050 een deel van onze energiebehoefte van buiten de gemeente halen. We werken samen in de regio om de potentie voor wind, zon en warmte zo veel mogelijk te benutten en te verdelen. Rekening houdend met de kaders die de raad hiervoor heeft gesteld. 2. Kunt u zich vinden in de volgende strategie voor uitvoering van het Energieprogramma de komende 5 jaar? “We vullen onze regierol in de energietransitie in door te mobiliseren, regisseren en reguleren. We zijn niet bang om voorop te lopen, te experimenteren en innoveren. We durven ook (financiële) risico's te dragen binnen onze eigen financiële kaders, via ons aandeel in publieke/ publiek-private warmtebedrijven maar ook in andere onderdelen van het energiesysteem (bijvoorbeeld energiehubs, opwek, opslag, etc.).

We zien het energiesysteem van de toekomst als een vertrekpunt voor ruimtelijke ontwikkelingen. We zorgen voor handelingsperspectief voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties en hanteren daarvoor een wisselende aanpak per doelgroep. Kwetsbare groepen krijgen extra aandacht. We werken integraal aan een duurzame stad binnen de opgave Duurzaam Veenendaal.” Toelichting Zoals op Rijks- (Nationaal Plan Energiesysteem en Programma voor de Energiehoofdstructuur) en provincieniveau (de Energievisie en de PMIEK) structurerende keuzes worden gemaakt die sturen op een optimaal energiesysteem, willen we ook als gemeente grip krijgen op het lokale energiesysteem van de toekomst. Dat energiesysteem heeft een grotere impact in de gebouwde omgeving (ruimte, geluid, zichtbaarheid) en wordt bepalender bij de inrichting van de stad (geen energie is geen ontwikkeling). Dit betekent ook dat een andere en actievere rol voor de gemeente in de planning en sturing van het energiesysteem gewenst is. We kunnen simpelweg niet meer op dezelfde voet

Pagina 2 van 7

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Consultatiememo Energieprogramma, Warmteprogramma en RES Zaaknummer 2225704

doorgaan. Daarbij moeten we rekening houden met een constant veranderend speelveld: Rijksbeleid voor de energietransitie is flink in beweging en op onderdelen nog onduidelijk en onzeker. Onze veranderende rol zit deels in de ruimtelijke ordening: we zullen eerder en uitvoeriger moeten nadenken over energie bij de start van ruimtelijke ontwikkelingen en hier steviger op sturen. Voor de bestaande bouw nemen we al een stevige regierol, door ons publieke warmtebedrijf DEVO in stelling te brengen om in heel Veenendaal warmtenetten te ontwikkelen en exploiteren. Onafhankelijk van de ontwikkelingen in wetgeving (wet collectieve warmte) hebben we besloten om in te zetten op een publiek meerderheidsaandeel in warmtenetten in heel Veenendaal (zie raadsvoorstel). We denken dat het de komende jaren nodig kan zijn om dit eigenaarschap ook uit te breiden naar andere elementen van het energiesysteem (zoals opslag, opwek en/of sturende vehikels als Smart Energy Hubs) om de publieke waarden uit onze ambitie voor het energiesysteem (duurzaam, eerlijk) te kunnen waarborgen. We zijn daarnaast bereid de regulerende mogelijkheden die we hebben of nog krijgen, in te zetten (zie ook vraag 1 onder warmteprogramma).

De energietransitie is volop in uitvoering met bijvoorbeeld de Veense Isolatieactie, de uitvoering van de eerste buurtuitvoeringsplannen en de oprichting en uitbreiding van Smart Energy Hubs op bedrijventerreinen. Een bedrijf vraagt hierbij om een andere aanpak dan een VVE, individuele woningeigenaar of corporatiewoningen. Als gemeente zorgen we voor een duidelijk handelingsperspectief voor iedereen, rekening houdend met de sterk veranderende omstandigheden en ‘spelregels’ (bv. afbouw salderingsregeling). Inwoners en ondernemers hebben vervolgens ook een eigen verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld door op piekmomenten minder stroom te gebruiken. We houden ook oog voor de andere duurzame transities naar een circulaire en klimaatbestendige stad, al kan dat soms conflicteren. Het liefst isoleren we alle huizen biobased en geven we zowel ruimte aan groen als aan energie-infrastructuur zoals warmteleidingen. We zetten ons in om tot creatieve en innovatieve oplossingen te komen voor een integrale duurzame aanpak. Ten slotte zetten we in op een eerlijke, inclusieve energietransitie waarin iedereen de mogelijkheid krijgt om mee te gaan. Dat vraagt om extra aandacht voor huishoudens met risico op energiearmoede. In onze isolatieaanpak en buurtuitvoeringsplannen geven we hier extra aandacht aan.

Inwoners kunnen onze hulp (bijvoorbeeld isolatiesubsidie) niet alleen komen halen, we komen het ook brengen. Bijvoorbeeld met huis-aan-huisacties in gebieden met veel lagere inkomens. Warmteprogramma 2026 – 2030 De uitvoering van de warmtetransitie is integraal onderdeel van het programma Energie. Het Warmteprogramma is, anders dan het Energieprogramma, een wettelijk verplicht omgevingsprogramma. Het Rijk heeft ons als gemeente immers de regierol toebedeeld voor de warmtetransitie. Het college is bevoegd om het Warmteprogramma vast te stellen. We willen u consulteren over twee belangrijke vragen waarover we in het Warmteprogramma richtinggevende uitspraken doen. 1. Kunt u zich vinden in de voorgenomen uitgangspunten voor het selecteren van buurten in het Warmteprogramma waarvoor in de periode 2026-2030 een buurtuitvoeringsplan (BUP) wordt opgesteld? Toelichting Het prioriteren van buurten in het Warmteprogramma is van belang om de transitie naar duurzame warmtevoorzieningen efficiënt en effectief te laten verlopen. Niet alle wijken zijn op dezelfde manier voorbereid op de warmtetransitie, zowel qua infrastructuur, isolatie als qua sociale en economische situatie.

Door buurten strategisch te prioriteren, kan de gemeente een duidelijk verduurzamingsproces neerzetten om bijvoorbeeld de wijken die het meest urgent zijn of het beste voorbereid, op het meest gewenste moment mee te nemen in de buurtuitvoeringsplannen (BUP’s). Het opstellen van een BUP betekent niet dat een buurt op korte termijn aardgasvrij is, maar dat er een gedetailleerd plan wordt opgesteld waarin wordt aangegeven wat de aardgasvrije eindoplossing is, wanneer de buurt

Pagina 3 van 7

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Consultatiememo Energieprogramma, Warmteprogramma en RES Zaaknummer 2225704

aardgasvrij is en wat de gemeente doet om gebouweigenaren en – gebruikers in staat te stellen om de overstap naar een aardgasvrij alternatief tijdig te maken. We denken aan de volgende criteria voor buurtselectie in de periode 2026-2030: 1. We maken gebruik van de huidige ‘window of opportunity’ voor de realisatie van warmtenetten. In veel gevallen kan ‘aardgasvrij’ tegen de laagste maatschappelijke kosten gerealiseerd worden door middel van warmtenetten. Warmtenetten kunnen daarnaast de impact van netcongestie aanzienlijk verminderen, door toepassing van centrale opslag van warmte of door gebruik te maken van technieken (zoals geothermie en aquathermie) waarmee een veel hogere energie-efficiëntie te bereiken is dan met de meest toegepaste individuele aardgasvrije oplossingen (warmtepompen op basis van warmte uit de buitenlucht). Warmtenetten zijn echter alleen rendabel bij een hoge aansluitgraad. Hoe meer bewoners over zijn geschakeld naar een individuele warmtepomp, hoe minder kansrijk een warmtenet. We willen daarom versneld buurtuitvoeringsplannen maken voor buurten waar een warmtenet kansrijk is, om te voorkomen dat kansen die er zijn verdwijnen doordat te veel bewoners al zijn overgestapt op een individuele aardgasvrije oplossing. 2. We ontwikkelen handelingsperspectief voor iedereen, dus voor alle inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties.

En we doen kennis op voor de aanpak in de wijken die later komen. a. We evalueren voor welk type wijken en buurten we de afgelopen jaren een BUP hebben opgesteld. Zijn er bepaalde typen buurten of wijken waar we nog geen onderzoek naar hebben gedaan, dan hebben deze prioriteit om ervaring mee op te doen. Voorbeelden van typen buurten waar nog weinig ervaring mee is opgedaan zijn: het centrumgebied (mix van woningen en winkels), buitengebied en bedrijventerreinen met veel gebruik van procesgas. b. We zorgen voor handelingsperspectief voor de verschillende (doel-) groepen bewoners, met oog voor de diversiteit in sociaal-economische status van buurten c. We maken plannen voor inwoners en ondernemers, voor woonwijken en bedrijventerreinen 3. We benutten koppelkansen. Waar mogelijk sluiten we aan op koppelkansen, zoals onderhoudsplanningen van de woningcorporatie, werkzaamheden in de openbare ruimte en het vervangingsmoment van cv-ketels. 2. Kunt u zich vinden in het inzetten van de ‘aanwijsbevoegdheid’, wanneer aangetoond kan worden dat een warmtenet zowel qua maatschappelijke kosten, eindgebruikerskosten en praktische inpasbaarheid wenselijker is dan individuele warmteoplossingen? Toelichting Het wetsvoorstel voor de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft gemeenten een aanwijsbevoegdheid.

Hiermee kunnen gemeentes gebieden aanwijzen die op termijn overgaan op een duurzame warmtevoorziening ter vervanging van het aardgas. Voor die gebieden bepaalt de gemeente in het Omgevingsplan dat er op een bepaald moment niet langer gebruik mag worden gemaakt van aardgas en dat het transport van aardgas door de netbeheerder wordt beëindigd. Dat betekent dat bewoners en bedrijven binnen zo'n gebied tijdig de overstap moeten maken naar een aardgasvrije warmtevoorziening. Dat kan de door de gemeente aangewezen voorkeursoplossing zijn. Maar een bewoner mag ook zelf kiezen voor een andere, even duurzame oplossing. Zie voor meer informatie: Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie | Aanwijsbevoegdheid voor… Als een gemeente de aanwijsbevoegdheid wenst in te zetten om het transport van aardgas te beëindigen dan moet het gebied daarvoor geselecteerd zijn in het Warmteprogramma. Het vaststellen van het Warmteprogramma is een bevoegdheid van het college. De aanwijsbevoegdheid wordt juridisch bindend door het wijzigen van het Omgevingsplan. Dit is een bevoegdheid van de raad. Tussen het moment dat de inzet van de aanwijsbevoegdheid is aangekondigd via een wijziging van

Pagina 4 van 7

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Consultatiememo Energieprogramma, Warmteprogramma en RES Zaaknummer 2225704

het Omgevingsplan en de daadwerkelijke beëindiging van de levering van aardgas, zit een zogeheten redelijke termijn. Dit zal naar verwachting een termijn van 8 jaar zijn. Daar kan echter onder strikte voorwaarden van afgeweken worden. Op dit moment moeten nog instructieregels worden opgesteld voor het afwijken van de redelijke termijn. In het raadsbesluit van 20 juni 2024, "Vaststelling ontwerp Buurtuitvoeringsplannen (BUPs)", is besloten om 1 januari 2050 als algemene einddatum van de levering van het aardgas aan te houden voor alle gebieden waar in de toekomst een individuele of klein-collectieve warmteoplossing voorzien is. De reden voor deze keuze is dat bij individuele oplossingen het wenselijk is dat eigenaren/bewoners gebruik kunnen maken van ‘natuurlijke momenten’ voor de aanpassingen die ze moeten doen aan hun gebouwen. De investeringen voor de eigenaren zijn bij dit type oplossingen immers relatief hoog, terwijl de energielasten laag zijn. Door slim te combineren van verduurzaming met verbouwingen en verhuismomenten kunnen de investeringen uitgesmeerd worden en kunnen er kosten bespaard worden. Het inzetten van de aanwijsbevoegdheid is dus alleen een beleidsoptie voor buurten/wijken waar een collectieve oplossing (warmtenet) de voorkeur heeft.

De aanwijsbevoegdheid is in dat geval een vergaand maar ook krachtig instrument om zekerheden te bieden, de warmtetransitie te versnellen en de kosten te beperken. Het is immers aannemelijk dat het inzetten van de aanwijsbevoegdheid resulteert in een hogere aansluitgraad op het warmtenet, met als gevolg lagere kosten per aansluiting voor bewoners. Het kan bovendien bewoners stimuleren om direct aan te sluiten op een warmtenet in plaats van af te wachten. De kans is groot dat daarmee de kosten voor de (toekomstige) bewoner om aan te sluiten ook lager zullen zijn: het achteraf aansluiten op een warmtenet is naar verwachting aanzienlijk duurder dan het aansluiten wanneer het warmtenet wordt aangelegd. Daarnaast heeft het inzetten van de aanwijsbevoegdheid als gevolg dat er minder financiële risico’s zijn voor de businesscase van het betrokken warmtebedrijf en daarmee voor de gemeente, wanneer de gemeente als aandeelhouder betrokken is. We zien hier dus een dilemma tussen enerzijds het dwingende karakter van dit instrument, en anderzijds de kans die het biedt om voor een gehele buurt een goedkope alternatieve warmteoplossing te realiseren. Regionaal Energieperspectief Foodvalley De Energieraad heeft op 27 maart ingestemd met de startnotitie om te komen tot dit Regionaal Energieperspectief (zie bijlage). De volgende vraag wordt aan alle raden in de regio voorgelegd: 1.

Kunt u zich vinden in de uitgangspunten voor het opstellen van een Energieperspectief Regio Foodvalley die in hoofdstuk 2 van de startnotitie staan beschreven? Toelichting In het voorjaar van 2024 is vanuit de RES regio Foodvalley het rapport ‘Energiesysteem van de Toekomst, een schets voor Regio Foodvalley in 2040’ opgeleverd. Het rapport biedt inzichten over het opwekken, opslaan en gebruiken van energiesystemen in de regio. Het huidige rapport schetst drie scenario’s, maar maakt géén keuzes.

Pagina 5 van 7

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Consultatiememo Energieprogramma, Warmteprogramma en RES Zaaknummer 2225704

“Andere blik op energie, ruimte en maatschappij’ – uit Rapport ‘Energiesysteem van de Toekomst – Een schets voor Regio Foodvalley 2040’ Het Algemeen Bestuur van de Regio Foodvalley heeft het regiokantoor in 2025 de opdracht gegeven: 1. De problematiek en dilemma’s van de energietransitie en de effecten daarvan op het ruimtelijk en economisch domein bespreekbaar maken op regionaal en lokaal niveau; 2. De regio kennis laten nemen van de inhoud en de drie scenario’s die zijn uitgewerkt in schetsontwerp. Hiervoor is een ‘roadshow’ langs colleges en gemeenteraden gehouden tussen november 2024 en januari 2025. Tijdens deze roadshow is ingegaan op het schetsontwerp en het vervolg daarop en op de doorontwikkeling van de RES als Regionaal Programma Energiesysteem; 3. Werken aan een verdiepingsslag op het opgeleverde rapport. Doel is om – op basis van input vanuit verschillende sectoren en belanghebbenden - te komen tot één (hybride) Regionaal Energieperspectief dat aansluit op de Regionale Verstedelijkingsstrategie en andere regionale programma’s. De eerste actie is doorlopend, de tweede is inmiddels afgerond. Voor de derde actie ligt nu een startnotitie voor. We vragen u te reageren op de uitgangspunten in die notitie (zie hoofdstuk 2).

Financiën Voor het programma Energieneutraal Veenendaal zijn structurele middelen beschikbaar in de gemeentebegroting, die worden aangevuld met de Rijksbijdrage voor uitvoering van het Klimaatakkoord (CDOKE-gelden). Met het opstellen van het nieuwe programma Energie en bijbehorende begroting, gaan we uit van de bestaande financiële kaders. Communicatie We betrekken de samenleving bij de invulling van het programma energie op een aantal manieren: 1. Middels gesprekken op straat in een tijdelijke ‘huiskamer’. We gaan hier met bewoners in gesprek aan de hand van een korte enquête, waarin de drie thema’s van de opgave Duurzaam Veenendaal terugkomen (energie, circulair en klimaat & groen); 2. Middels vier gespreksavonden in verschillende wijkcentra. Ook hier voeren we aan drie tafels gesprekken met groepjes inwoners over wat er de komende 5 jaar nodig is om op koers te raken en te blijven voor een duurzame stad in 2050; 3. Op verschillende momenten gaan we in gesprek met ondernemers over wat er nodig is op gebied van energie, circulariteit en klimaat & groen op weg naar toekomstbestendige, duurzame bedrijventerreinen en andere werklocaties. De uitkomsten van deze participatieronde nemen we mee in de verdere uitwerking van de omgevingsprogramma’s energie, circulair en klimaat & groen.

Pagina 6 van 7

Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Consultatiememo Energieprogramma, Warmteprogramma en RES Zaaknummer 2225704

Vervolg na consultatie De komende maanden werken we het omgevingsprogramma Energie en het Warmteprogramma verder uit. We streven naar vaststelling in het college eind 2025 1. De raad wordt hierover geïnformeerd. In oktober 2025 volgt nog een beeldvormende avond waarin we u o.a. bijpraten over het concept energie- en warmteprogramma. Naar verwachting wordt na de zomer door het regiokantoor een bijeenkomst voor alle raadsleden in de Foodvalley georganiseerd om een update te geven over het regionaal energieperspectief. Bijlagen 1. Concept startnotitie Regionaal Energieperspectief 2. Evaluatie programmaplan

1 Voor wat betreft het Warmteprogramma sterk afhankelijk van de noodzaak om wel of niet een plan-

MER op te stellen. Momenteel wordt hiervoor een landelijke handreiking opgesteld.

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15435624/1