1. Consultatie voorbereiden omvormen rekenkamercommissie - Wet versterking decentrale rekenkamers - memo
Tekst van het document
MEMO CONSULTATIE RAADSCOMMISSIE Documentnummer Aan
2022\44533 Raad
Kopie aan Van
Griffie
Datum
10 november 2022 Consultatie voorbereiden omvormen rekenkamercommissie / Wet versterking decentrale rekenkamers
Onderwerp
Telefoonnummer
(0318) 538256
Inleiding Het wetsvoorstel ‘Versterking decentrale rekenkamers’ is op 31 mei 2022 aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel wijzigt op dit onderwerp de Gemeentewet. De kern van het wetsvoorstel is dat elke gemeente een onafhankelijke rekenkamer instelt, eventueel samen met andere gemeenten. Daarnaast wordt de decentrale rekenkamer versterkt door de bevoegdheden voor onderzoek uit te breiden De Eerste Kamer heeft op 27 september 2022 ingestemd met het wetsvoorstel. De wetswijziging geldt per 1 januari 2023. Het jaar 2023 is een overgangsjaar, per 1 januari 2024 moeten alle gemeenten een wettelijke lokale rekenkamer hebben ingesteld. Dat geldt ook voor provincies en waterschappen. De wetswijziging onderstreept het belang dat de regering geeft aan het rekenkamerwerk als essentieel onderdeel van het stelsel van checks and balances binnen het gemeentebestuur en als belangrijk hulpmiddel van de raad voor de democratische controle en verantwoording. Een groot aantal gemeenten, zo ook Veenendaal, moet door de wetswijziging aan de slag om op tijd aan de verplichting tot het instellen van een wettelijke lokale rekenkamer te voldoen.
Anticiperend op het inwerking treden van deze wetswijziging ontvangt u deze memo; enerzijds om u te informeren en anderzijds om u consulterend enkele vragen als keuze voor te leggen ter voorbereiding van een tijdige implementatie van de decentrale rekenkamer. Hierna volgt een toelichting op de wetswijziging en de mogelijke keuzes voor de raad. Rekenkamercommissie Veenendaal In Veenendaal functioneert sinds 2005 een rekenkamercommissie. Destijds heeft de raad gekozen voor het instellen van een rekenkamerfunctie in de vorm van een commissie, waarin naast externe leden ook interne (raads)leden worden benoemd. De omvang van de rekenkamercommissie is gesteld op vijf leden; te weten drie externe en twee interne leden die door de raad worden benoemd. De voorzitter wordt op grond van het bepaalde in de verordening door de leden gekozen vanuit de externe leden. Een tweetal tussentijdse evaluaties hebben niet geleid tot wijziging van de gemengde rekenkamerfunctie door de raad, waarmee het gemengde model steeds is gehandhaafd en operationeel is. Wat zijn de gevolgen van de wetswijziging? Door de wetswijziging moet iedere gemeente een onafhankelijke rekenkamer instellen. Belangrijke aspecten van de wijziging zijn: - raadsleden mogen geen lid meer zijn van de lokale rekenkamer. - de benoemingstermijn van de leden wordt op grond van de wet bepaald op zes jaar.
Als de rekenkamer uit twee of meer leden bestaat, benoemt het algemeen bestuur (de raad) uit de leden de voorzitter.
1
-
-
het college zendt de raad jaarlijks een overzicht van de aan het college gedane voorstellen c.q. door de raad aangenomen aanbevelingen1, voorzien van het collegestandpunt daarover en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven (art. 185a Gemw.). de ondersteuning kan blijven plaatsvinden vanuit de griffie.
Uitbreiding bevoegdheden lokale rekenkamer Met de uitbreiding van het gemeentelijk takenpakket en de middelen, denk aan de decentralisaties in het sociaal domein en de komende inwerkingtreding van de Omgevingswet, ziet de regering het belang om met de wetswijziging ook de bevoegdheden van rekenkamers uit te breiden. Met het inwerkingtreden van de wet kan de rekenkamer, naast de reguliere onderzoeksbevoegdheden, ook onderzoek instellen naar: - NV’s en BV’s (en dochtermaatschappijen hiervan) onderzoeken waarin de gemeente (samen met andere gemeenten, provincies of het Rijk of alleen) tenminste 50% van de aandelen bezit. - Subsidies (inclusief leningen en garanties) aan rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, VOF’s en natuurlijke personen die door de gemeente zijn verstrekt ten laste van de gemeentebegroting, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft. - Privaatrechtelijke rechtspersonen waarmee de gemeente contracten sluit voor uitvoering van een publieke taak mits de gemeente het recht heeft om bij de betreffende organisatie controles uitvoeren ten aanzien van de geleverde goederen of diensten. Dit gaat bijvoorbeeld over de inkoop van jeugdzorg of maatschappelijke ondersteuning. Verder vindt in de wet verduidelijking en aanvulling plaats, als volgt: - de term ‘gevoerde bestuur’ wordt vervangen door ‘gevoerde beleid’.
De bevoegdheid omvat de beleidsvoorbereiding, -vorming, -vaststelling, uitvoering en -effecten, maar ook het functioneren van de (ondersteunende) ambtelijke en politieke organisatie (art. 182,183 en 184 Gemw.). - de regels over de wijze waarop rekenkamers bij de vaststelling van hun rapportages omgaan met openbaarheid en vertrouwelijkheid van gegevens. Het wetsvoorstel maakt het mogelijk dat rekenkamers vertrouwelijke mededelingen kunnen doen aan de raad, naar analogie van de wijze waarop dat voor de Algemene Rekenkamer is geregeld (art. 185 Gemw.). - als een onderzoek wordt ingesteld naar het functioneren van een gemeenschappelijke regeling geldt het volgende. De rekenkamer stelt de raad, het college en de rekenkamers van de deelnemende gemeenten en provincies aan deze regeling van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis (art. 184 Gemw.). Welke vormen zijn er wettelijk voor de rekenkamer? In het wetsvoorstel is opgenomen dat elke gemeente een onafhankelijke rekenkamer instelt, eventueel samen met andere gemeenten. Het is voor gemeenten niet meer mogelijk om rekenkameronderzoek op een andere manier te organiseren. De rekenkamer kan op de volgende manieren worden vormgegeven: 1. Decentrale lokale rekenkamer; 2. Gemeenschappelijke onafhankelijke rekenkamer (gemeenschappelijke regeling).
Ad 1 Decentrale lokale rekenkamer De raad stelt bij Verordening een rekenkamer in als bedoeld in art. 81a Gemeentewet. In de verordening regelt de raad de overige zaken, zoals omvang van de rekenkamer (aantal leden), de middelen voor een goede invulling en uitvoering van haar werkzaamheden, de vergoedingsregeling 1 De wetgever acht het wezenlijk voor het uitoefenen van de kaderstellende en controlerende taak door de raad dat hij goed
zicht heeft in hoe het college is omgegaan met het implementeren van de voorstellen van eerder door de rekenkamer gedane onderzoeken.
2
voor de leden etc. De huidige Verordening Rekenkamercommissie Veenendaal 2015 vervalt t.z.t. van rechtswege. De ondersteuning kan plaatsvinden vanuit de griffie. Door de wetswijziging spreken we van een onafhankelijke decentrale lokale rekenkamer; de raad komt meer op afstand te staan vanwege het wegvallen van de (twee) interne leden. De huidige rekenkamercommissie ziet de huidige vertegenwoordiging met twee interne leden als vorm van klankbord vanuit de raad; deze leden vormen bij wijze een linking-pin vanuit de raad. Zij brengen actuele kennis als ook historisch inzicht in bijv. op beleidsterreinen etc. Andere gemeenten die inmiddels al werken met een onafhankelijke lokale rekenkamer hebben ter compensatie van dit ‘gemis’ een werkwijze gevonden om de betrokkenheid vanuit de raad te regelen via een specifieke klankbordgroep/-commissie o.i.d. (o.a. de gemeenten Rhenen en Zeist). Taken die daarbij kunnen worden ondergebracht zijn bijvoorbeeld: gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de rekenkamer over zaken aangaande rekenkamer(onderzoek); het aanbevelen van de kandidaten voor het lidmaatschap in de rekenkamer; het onderhouden van de contacten van de raad met de rekenkamer.
De huidige rekenkamercommissie pleit er in een afzonderlijke brief2 aan de raad voor om bij de omvorming naar een decentrale lokale rekenkamer de ontstane leemte in te vullen door het instellen van een klankbordgroep (2-3 leden) vanuit de raad. De decentrale lokale rekenkamer kan uiteraard in samenwerking met andere rekenkamers onderzoek doen. Zo ontstaat dan een krachtenbundeling op de publiek- of privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden waar de decentrale besturen in participeren of op een onderwerp/thema dat in het belang is van beide gemeenten. De huidige rekenkamercommissie deed dit al eerder. Voorbeelden daarvan zijn: Zicht op Foodvalley (2019) van de rekenkamers in Ede, Veenendaal en Wageningen en Effectiviteit re-integratietrajecten (2017) door de rekenkamers Veenendaal en Rhenen. Ad 2 Gemeenschappelijke onafhankelijke rekenkamer (gemeenschappelijke regeling) De andere mogelijkheid is een samenwerkingsverband aangaan tussen meerdere gemeenten om de werkzaamheden van de rekenkamer uit te oefenen. Onder leiding van een bestuur of door het benoemen van een directeur. Het bestuur dan wel de directie stelt ter ondersteuning een uitvoeringsorganisatie in. Het onderzoeksprogramma en de frequentie van lokaal rekenkameronderzoek is afhankelijk van de omvang en het door een gemeentebestuur beschikbaar gesteld budget.
Een gemeenschappelijke rekenkamer staat meer op afstand van de gemeente. Regionaal voorbeeld daarvan is de Rekenkamer(commissie) Vallei en Veluwerand. Middelen voor de rekenkamer Een financiële impuls is met de wetswijziging niet geregeld, ook niet voor de transitiekosten. Hoewel de VNG heeft gepleit voor structureel extra middelen van het rijk voor rekenkamers staat laatstgenoemde op het standpunt dat het toekennen van een toereikend budget voor de decentrale rekenkamer behoort tot de autonomie en verantwoordelijkheid van de raad. Voor de onafhankelijke rekenkamer geldt de wettelijke norm (artikel 81j Gemeentewet) dat de raad, na overleg met de rekenkamer, de nodige middelen toekent aan de rekenkamer voor een goede uitoefening van de werkzaamheden. In een door de Nederlandse vereniging voor Raadsleden, in samenwerking met o.a. Ministerie BiZa en Koninkrijkrelaties uitgebracht Inspiratiekader wordt gesteld dat een bedrag van € 1,30 per inwoner het minimale is dat een rekenkamer vereist om haar basisfunctie effectief te kunnen uitoefenen en zo de raad bij te staan.
2 Brief Rekenkamer d.d. 10 november 2022, kenmerk 2022\43128 voor de gemeente Veenendaal.
3
Jaarlijks stelt de raad Veenendaal via de programmabegroting een budget ter beschikbaar voor de werkzaamheden van de Rekenkamercommissie Veenendaal. Het budget wordt jaarlijks geïndexeerd. Voor uw beeldvorming: zie pag. 6 Onderzoeksplan 2022. Omvang budget 2022 voor de Rekenkamercommissie Veenendaal is € 67.0003 waarvan voor onderzoekskosten € 45.000. In het hierboven genoemde inspiratiekader is door landelijke inventarisatie onder gemeenten tussen 60.00-90.000 inwoners een beeld geschetst; voor een gemeente tussen 60.000-90.000 inwoners wordt ter indicatie genoemd: - € 72.000 tot € 84.000 onderzoekskosten en een totaal budget tussen € 105.862 en € 123.529.
De rekenkamercommissie streeft er naar binnen het beschikbare budget jaarlijks twee onderzoeken4 te doen en meerdere rekenkamerbrieven op te stellen. Bij het uitvoeren van de onderzoeken selecteert de commissie in het algemeen een extern bureau ter ondersteuning. De omvang van het jaarlijkse budget voor de lokale rekenkamer is onlosmakelijk verbonden met -en volgt uit- de ambities van de raad voor de onafhankelijke rekenkamer. Kanttekening daarbij is dat bij toename van rekenkameronderzoek ook de belasting op het ambtelijk apparaat toeneemt; rekenkameronderzoek vergt ambtelijke coördinatie (o.a. dossiervorming, interviews, ambtelijk wederhoor). Onder de middelen voor de rekenkamer valt ook de vergoeding voor het werk van de externe leden. De gebeurt in deze gemeente nu in de vorm van presentiegeld per bijgewoonde rekenkamervergadering (vz. € 260 / lid € 210). De voorzitter en leden verrichten naast het bijwonen van de rekenkamervergadering tal van aanverwante werkzaamheden, zoals bijwonen interviews en afstemming onderzoekers, de contacten met de raad en fracties, het bijwonen van en presenteren op (raads)bijeenkomsten. De huidige presentievergoeding voor één 3-wekelijkse vergadering sluit niet aan met de werkelijke tijdsbesteding. Bij andere gemeenten en de landelijke vereniging NVRR is informatie ingewonnen om een beter beeld te krijgen van een passende vergoeding.
Veel voorkomende landelijke voorbeelden: - maandelijks vast bedrag (lid en voorzitter5). - voor leden een percentage van de vergoeding voor een raadslid in de gemeente; voor de voorzitter tenminste 10% hoger. Veenendaal is aangesloten bij de G50 (middelgrote gemeenten). Research onder die gemeenten naar de vergoeding voor leden van de rekenkamer wijst uit dat een passende vergoeding kan worden gevonden door een gemiddelde te berekenen wat uitkomt op een vergoeding van 25% van de 3 De kosten van de ondersteuning van de rekenkamercommissie vanuit de griffie vormen een onderdeel van de loonkosten
raadsgriffie en vallen buiten het budget van de rekenkamercommissie. 4 Rekenkameronderzoek kost in 2022 gemiddeld € 25.000. 5 NVRR:: gemeenten bepalen hoogte vergoeding voorzitter/lid zelf; beeld is vz. € 1000 / lid € 700-800 of percentage van de raadsvergoeding.
4
raadsvergoeding voor een lid en 35% voor de voorzitter + een onkostenvergoeding van € 50 per maand. Uitgaande van bovenstaande uitgangspunten, voor wat betreft het aantal rekenkameronderzoeken en de vergoeding aan de leden, kan inzicht worden gegeven in de financiële gevolgen van het omvormen van de rekenkamer. Raming financiële consequenties omvorming naar lokale rekenkamer Het budget voor de (nieuwe) rekenkamer hangt samen met de ambities van de raad. Het budget is gericht op een structurele, stabiele functievervulling door de rekenkamer: - jaarlijks 2 rekenkameronderzoeken per onderzoek á max. € 28.000 → toename € 11.000 - maandvergoeding voorzitter/lid + onkostenvergoeding (3 leden) → toename € 5.200 Totale toename budget € 16.200 De financiële consequenties die voortvloeien uit de keuze te verwerken in via de P&C-cyclus. Hoe is de onafhankelijke rekenkamer geregeld in de regiogemeenten? Ruim 80 gemeenten in Nederland moeten door de wetswijziging hun rekenkamerfunctie omvormen. Een groot aantal gemeenten werken al met een rekenkamerfunctie met uitsluitend externe leden. Zij moeten wel een nieuwe verordening vaststellen als gevolg van de wetswijziging maar hun invulling voldoet grotendeels al aan de nieuwe wettelijke regels. Kijken we naar de regiogemeenten dan geeft dat het volgende beeld: - gemeente Rhenen; decentrale rekenkamer met drie externe leden (Verordening 2021).
- gemeente Wageningen; rekenkamerfunctie met drie externe leden. - Gemeente Ede; rekenkamerfunctie met vijf externe leden. - Rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand: 4 externe leden voor gemeenten Barneveld, Bunnik, Bunschoten, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Scherpenzeel, Woudenberg en Zeewolde. Een ingesteld bureau, gehuisvest bij de gemeente Barneveld, voert rekenkameronderzoek, al dan niet zelfstandig, uit. Planning Door de invoering van de Wet versterking decentrale rekenkamers moet de huidige Rekenkamercommissie Veenendaal binnen een periode van een jaar worden omgevormd. Afhankelijk van de door de raad te maken keuzen moeten werkzaamheden worden gestart voor de tijdige implementatie. Van belang is hiermee te starten zodat de nodige voorstellen voor de raad kunnen worden opgesteld en tijdig in 2023 ter besluitvorming kunnen worden voorgelegd. Een raming van de planning is: - Keuze vorm voor de rekenkamer januari 2023 - Uitwerking keuze raad 1e halfjaar 2023 - Besluitvorming raad / Verordening juni 2023 - Implementatie (her)benoeming/installatie) sept/okt 2023
5
Consultatievragen Voor de voorbereiding van de wettelijk vereiste omvorming van de rekenkamer worden de volgende (keuze)vragen aan de raad voorgelegd: De rekenkamer voor de gemeente Veenendaal is: 1. Bij de omvorming kiezen voor een:
Lokale rekenkamer / Regionale rekenkamer*
1.1 Indien Lokaal dan:
a) 3 leden b) 4 leden c) 5 leden
2. Vanuit de raad als 1e aanspreekpunt voor de rekenkamer een Klankbordgroep instellen: ja / nee 2.1 Indien ja:
a) 2 leden (voorkeur evenwichtige verdeling) b) 3 leden (idem) c) …..
3. Vergoedingsregeling rekenkamerleden: a) vast bedrag per maand gemiddeld bedrag G50 gemeenten + onkosten b) percentage van vergoeding raadslid van 35% voorzitter en 25% lid c) presentievergoeding per vergadering en bijeenkomst anders nl. d. ……
4. Middelen voor de Lokale rekenkamer6 budget voor onderzoek en vergoeding leden te verhogen met totaal ander bedrag nl.
€ 16.200 € ………
* Regionale rekenkamer: een keuze voor een gemeenschappelijke (regionale) rekenkamer (art. 81l Gem.) brengt andere vraagpunten met zich mee, zoals met welke andere regiogemeenten u die aansluiting voor zich ziet. In dat geval vragen wij u dat nu richtinggevend aan te geven, zodat een verkenning kan worden gedaan. U ontvangt daarover dan in een later stadium de verkregen inzichten. Uitgangpunt voor de planning daarbij is dan Q1 2023.
6 Met een jaarlijkse indexering op de prijscompensatie die in de programmabegroting wordt gehanteerd.
6