CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Adviesrecht raad en participatieplicht onder de Omgevingswet - raadsvoorstel

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Adviesrecht raad en participatieplicht onder de Omgevingswet1.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Raad

24 februari 2022

Voorstelnummer

1925102 11 januari 2022 Adviesrecht raad en participatieplicht onder de Omgevingswet Fysieke leefomgeving

Datum Onderwerp

Programma

Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres

Agendapunt

Team

Ruimtelijke Ordening & Bouwen

G. Drost (0318) 538744 gert.drost@veenendaal.nl

Aan de leden van de raad, Beslispunten 1. De in de notitie ‘Adviesrecht en participatieplicht’ opgenomen categorieën van gevallen, opgenomen in bijgevoegde bijlage, aan te wijzen als categorieën van gevallen waarin de raad om advies wordt gevraagd en waarvoor participatie verplicht is. Waarom naar de raad? Op grond van de Omgevingswet kan de raad besluiten om gevallen aan te wijzen waarin de raad betrokken moet worden (adviesrecht) als het gaat om een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’1. De raad kan ook gevallen van buitenplanse activiteiten aanwijzen waarvoor participatie verplicht is voorafgaand aan het indienen van de aanvraag2. Samenvatting Eén van de doelstellingen van de Omgevingswet betreft het inzichtelijk, voorspelbaar en gemakkelijk in het gebruik maken van het omgevingsrecht. Hierbij hoort het bundelen van regels en regelingen. Met dit raadsvoorstel wordt de raad voorgesteld om in één regeling (bijlage 1) het besluit tot aanwijzing van gevallen van ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’, waarvoor de raad als adviseur wordt aangewezen en het besluit tot aanwijzen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is, vorm te geven en deze als zodanig vast te stellen. Inleiding Naar verwachting zal de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking treden.

Het doel van de wet is “het bereiken en in stand houden van een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit”. Daarnaast wil de wet deze fysieke leefomgeving “doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen ter vervulling van maatschappelijke behoeften”. Om deze doelen te kunnen behalen komen er nieuwe kerninstrumenten zoals bijvoorbeeld de omgevingsvisie, programma’s en het omgevingsplan. Daarnaast wordt er een Digitaal Stelsel 1 2

Dat is bepaald in artikel 16.15a, lid b onder 1 van de Omgevingswet Dat is bepaald in artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet

Raadsvoorstel van 11 januari 2022, nr. 1925102

Omgevingswet (DSO) ontwikkeld. Deze nieuwe instrumenten vragen een andere benaderingswijze en een andere manier van werken. Het is aan de raad om voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet een aantal besluiten te nemen. Zo heeft u al algemene uitgangspunten voor de implementatie van de Omgevingswet en uitgangspunten voor de omgevingsvisie en omgevingsplan, deel I vastgesteld. Nu ligt er een nieuw besluit voor. Een besluit waarin u categorieën van gevallen aanwijst voor: 1. Adviesrecht raad; 2. Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Beoogd resultaat Het is voor de raad, college, ambtelijke organisatie en samenleving helder in welke categorieën van gevallen de raad gebruik wil maken van zijn adviesrecht en participatie verplicht stelt voor initiatiefnemers bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Argumenten 1.1 De raad dient een besluit te nemen over het adviesrecht Het is gewenst dat de raad de mogelijkheid krijgt om bij initiatieven, die in strijd zijn met het omgevingsplan, gebruik kan maken van zijn adviesrecht. Het college is het bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning. Ook als de aanvraag niet past in het bestemmingsplan en er ‘buitenplans’ afgeweken moet worden.

Onder de huidige regelgeving mogen wij alleen een vergunning verlenen (met buitenplanse afwijking) als de raad een Verklaring van Geen Bedenkingen (VvGB) heeft afgegeven. In het geval van gemeente Veenendaal heeft de raad alleen een categorie aangewezen tot de bouw van 25 woningen en er al een ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt waarin die verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. Voor alle overige gevallen is deze verklaring dus wel nodig. Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de raad gevallen aan waarin wel een bindend raadsadvies nodig is om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15a onder b Omgevingswet). De raad moet bij het bepalen van de categorieën van gevallen meewegen dat de Omgevingswet onder andere als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Het is daarom wenselijk het aantal categorieën van gevallen beperkt te houden. Deze treft u aan in hoofdstuk 4 van de notitie ‘Adviesrecht en participatieplicht’ (zie bijlage 1). Als de raad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht; dan is het aan het college.

1.2 De raad dient een besluit te nemen in welke gevallen participatie verplicht is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (buitenplanse OPA's) Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Als een initiatief past in het Omgevingsplan of wordt toegestaan met een binnenplanse afwijking (dat heet dan een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA), dan is participatie voor de initiatiefnemer zeer aan te bevelen, maar niet verplicht. Bij het opstellen van het omgevingsplan is immers al geparticipeerd. Wel staat in artikel 7.4 van de Omgevingsregeling een plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning om bij de aanvraag aan te geven of de aanvrager aan participatie heeft gedaan en zo ja: hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. De bedoeling van artikel 7.4 is alleen om de initiatiefnemer te stimuleren om na te denken over participatie.

2

Raadsvoorstel van 11 januari 2022, nr. 1925102

Op het moment dat een vergunning wordt verleend buiten de regels van het omgevingsplan om (de buitenplanse OPA), dan is participatie ook niet verplicht, tenzij de raad dit wel verplicht stelt. De raad kan daarvoor vooraf categorieën van gevallen aanwijzen: valt het initiatief in een van deze categorieën, dan moet de initiatiefnemer dus participeren (dit is één van de weigeringsgronden). 1.3 Het is de raad niet toegestaan participatie in álle gevallen van buitenplanse OPA’s verplicht te stellen ‘In alle gevallen’ wordt niet gezien als een categorie. De lijst moet specifiek gemaakt worden. Met de lijst die nu voorligt is getracht zo compleet mogelijk te zijn. Zie hiervoor de bijlage ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie bij afwijkingen van het omgevingsplan’. Ten aanzien van het adviesrecht bij buitenplanse OPA’s kunt u ervoor kiezen om geen categorieën aan te wijzen. In dat geval is het college ten alle tijden bevoegd een besluit te nemen. Kanttekeningen 1.1 De aangewezen categorieën waarvoor het adviesrecht en/of participatieplicht geldt is dynamisch Met het vaststellen van het definitieve omgevingsplan (in de komende jaren) ontstaat mogelijk de noodzaak om de aangewezen categorieën waarvoor het adviesrecht en verplichte participatie geldt te actualiseren. Ook nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat aanpassingen nodig zijn.

Een eventueel actualisatiebesluit neemt de raad. 1.2 De aangewezen categorieën waarvoor het adviesrecht geldt heeft consequenties voor de werkprocessen, werkorganisatie en bestuurlijke processen In de huidige situatie kiest de raad er vaak voor om een partiële herziening van het bestemmingsplan op te stellen als een initiatief niet past binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Onder de Omgevingswet zal eerder gekozen worden voor de buitenplanse OPA’s (college bevoegd, mogelijk raadsadvies). Hoe vaak hiervoor een beroep op de raad zal worden gedaan is niet goed in te schatten. De raad moet bij het bepalen van de categorieën van gevallen meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Het is op dit moment niet mogelijk een goede inschatting te maken van het aantal raadsprocedures dat dit besluit met zich meebrengt en daarmee de impact op onze werkprocessen, werkorganisatie en bestuurlijke processen. Het enige dat helder is, is dat voor een reguliere aanvraag om omgevingsvergunning een beslistermijn geldt van 8 weken met een mogelijkheid tot verlenging van 6 weken. Binnen deze termijn moet de raad dus zijn advies hebben gegeven. Met de huidige raadscyclus zal de raad in de meeste gevallen niet binnen de uiterlijke beslistermijn (14 weken) tijdig een advies kunnen afgeven.

1.3 De besluiten worden genomen met de kennis van nu De Omgevingswet is nog steeds in ontwikkeling. Dit geldt ook voor het gemeentelijk beleid dat hieruit volgt. Dat betekent dat aanpassingen altijd mogelijk moeten zijn. Het implementeren van de Omgevingswet is immers voor iedereen nieuw. Gaandeweg zal jurisprudentie ontstaan en zullen wij als gemeente (college, raad en ambtelijke organisatie) ook steeds meer leren hoe met de nieuwe regelgeving en instrumenten om te gaan. Dit past ook bij het uitgangspunt dat wij ‘een lerende organisatie zijn’ voor zover dit de Omgevingswet betreft.

3

Raadsvoorstel van 11 januari 2022, nr. 1925102

Participatie In de Dialooggroepbijeenkomst van 1 november 2021 is de tabel die wij hebben opgenomen in de notitie ‘Adviesrecht en participatieplicht’ gedeeld en kort besproken. Wat betekent dit besluit voor inwoners? Dit besluit geeft vooraf een duidelijk kader voor inwoners in welke gevallen de raad gebruik wil maken van zijn adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Datzelfde geldt ook in welke gevallen participatie verplicht is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Aanpak / uitvoering Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet is nog een aantal andere besluiten te nemen. Deze zullen tijdig aan de raad ter vaststelling worden voorgelegd. Communicatie over dit besluit Desgewenst kan het besluit worden toegelicht bij het wekelijkse persgesprek. Evaluatie Gelet op de kanttekeningen in dit voorstel zal de notitie, voor zover hier niet eerder aanleiding toe bestaat, na 2 jaar van inwerkingtreding van de Omgevingswet worden geëvalueerd. Te zijner tijd is er voldoende ervaring met de nieuwe werkwijze om deze grondig te evalueren. Kosten, baten, dekking Met het voorstel dat nu voorligt zijn geen financiële consequenties gemoeid. Burgemeester en wethouders,

mevrouw drs. S.M. Deelstra gemeentesecretaris

de heer K.J.G. Kats burgemeester

Bijlagen Notitie ‘Adviesrecht en participatieplicht’

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11093515/1