1.22. Integrale verordening sociaal domein Veenendaal - advies H4 - kwijtschelding
Tekst van het document
~ ~ Clientenraad de Vallei Veenendaal - Rhenen - Veenendaal Laan der Techniek 22 3903 AT Veenendaal cl ientenraad@clientenraad -devallei. nl
Aan het College van burgemeester en wethouders Postbus 1100 3900 BG Veenendaal
Onderwerp: Adviesaanvraag Conceptnotitie Kwijtschelding Veenendaal , 13 oktober 2020 Geacht college, Hierbij ontvangt u het advies van de regionale Cliëntenraad Werk en Inkomen van de gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude inzake uw Adviesaanvraag conceptnotitie Kwijtschelding dd. 7 september 2020. Algemeen De Cliëntenraad is het met de gemeente eens dat het voorkomen van problematische schulden met alle daaruit volgende problemen belangrijk is en is dan ook blij met het onderzoek naar de (on)mogelijkheden van soepele kwijtschelding, om zo nog beter te kunnen aansluiten bij de specifieke situatie van de inwoners.
Omvang problematiek In de inleiding van de notitie is aangegeven dat deze is toegespitst op kwijtschelding van bijstandsschulden. Er zijn echter meer inwoners van de gemeenten die met problematische schulden te maken hebben en (hoge) schulden hebben aan andere schuldeisers dan de gemeente, ook voor hen is betreffend beleid van belang of kan dat alsnog worden. Uit het overzicht van vorderingen (1360 debiteuren vanuit W&I) en het aantal aanvragen voor kwijtscheldingen (1.100 automatisch en ca. 1.000 rechtstreekse verzoeken, waarvan ca. 1. 750 gehonoreerd? zijnde 80-100% van de doelgroep) kan niet worden opgemaakt hoe groot de doelgroep is en welke demografische samenstelling van toepassing is. Het lijkt de Cliëntenraad dan ook van belang om te onderzoeken om welke aantallen en (soorten) groepen het gaat, om hiermee het beleid nog scherper te kunnen formuleren. Dit is tevens van belang voor het vormgeven van de in de notitie gestelde vroegsignalering.
Advies 1: Breng zo goed mogelijk in kaart hoeveel inwoners er zijn met (risico op) (problematische) schulden en welke groepen hierin sterk vertegenwoordigd zijn, om (formulering van) verder beleid en uitvoering zo scherp mogelijk te kunnen vormgeven.
Eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid Door de hele notitie heen wordt gesproken over 'zelf melden', 'zelf aangeven', 'zelf aanvragen', 'zelf verzoeken om',. kortom, de eigen verantwoordelijkheid staat hier duidelijk centraal. De Cliëntenraad wil graag (wederom) benadrukken, dat niet iedereen zelfredzaam genoeg is om dit zelfstandig te doen of hiertoe de juiste weg te vinden. Vooral mensen die niet zelfredzaam zijn, zullen in de in de notitie genoemde problematische schulden en vicieuze cirkels belanden. Hiervoor moet ruimschoots aandacht komen en blijven. Slechts ·heldere communicatie over de inlichtingenplicht die hoort bij de Participatiewet en over de mogelijkheid van kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen' (1.2 visie onderaan) is wat de Cliëntenraad betreft dan ook onvoldoende. Er moet sterk ingezet worden op vroegsignalering, oftewel er moet niet alleen worden gewacht tot iemand zich meldt, maar de gemeente moet contact leggen met instanties waar de schulden zich in eerste instantie voordoen (belastingdienst, zorgverzekeraars, incassobureaus en woningverhuurders) om te voorkomen dat schulden onnodig ver(der) oplopen. Deze organisaties kunnen betreffende cliënten wijzen op de mogelijkheden bij de gemeente en bijvoorbeeld informatiefolders verstrekken. Uiteraard alles met inachtneming van de bepalingen van de AVG.
Advies 2: Houd rekening met het feit dat niet iedereen zelfredzaam (genoeg) is om nodige actie richting gemeente te ondernemen en zorg ervoor dat de mogelijkheden van de gemeente bekend zijn bij de grotere schuldeisers, zodat zij cliënten die in de problemen (dreigen) te komen, (tijdig) kunnen verwijzen.
Heldere procedure en ondersteuning Als mensen zich (na verwijzing door schuldeisers) bij de gemeente melden, moeten zij snel en op de juiste wijze worden geholpen, voorkomen moet worden dat zij (het gevoel krijgen) van 'het kastje naar de muur' (te) worden gestuurd en ontmoedigd afhaken. Daarom zijn een korte, helder omschreven procedure en correcte, begrijpelijke informatie hierover noodzakelijk. Daarbij is het van belang - net als bij de Participatiewet - dat actief de mogelijkheid wordt geboden om iemand mee te nemen om te vertegenwoordigen/ondersteunen en hiertoe Veens, de Formulierenbrigade Rhenen en het Dorpsteam Renswoude te mandateren en faciliteren. Bij ernstige en herhaalde problematiek en bij niet verwijtbare, in de persoon gelegen factoren, kan het aandringen op accepteren van ondersteuning wenselijk zijn.
Advies 3: Zorg voor een korte, heldere (aanmeldings)procedure met de juiste en begrijpelijke informatie. Informeer cliënten over de mogelijkheden van een OCO (Onafhankelijke Cliënt Ondersteuner) bij het doorlopen van de procedure en dring hier in ernstige/ herhaalde gevallen desnoods op aan.
Verwijtbaarheid In het geval van een schending van de inlichtingenverplichting (de verplichting om vanuit zichzelf en ook desgevraagd, direct alles te melden wat van belang kan zijn voor het recht op bijstand) kan een fraudevordering worden opgelegd bij - enige mate van - verwijtbaarheid. Momenteel is de Cliëntenraad bezig met een onderzoek in hoeverre de huidige bepalingen in de inlichtingenplicht strookt met letter en geest van deAVG. Er wordt samen met de gemeente inmiddels bezien in hoeverre bepaalde inlichtingen überhaupt gevraagd mogen worden, wat invloed kan hebben op de bepaling van verwijtbaarheid. Verder is het de Cliëntenraad niet helder wie initieel bepaalt of en in hoeverre er sprake is van verwijtbaarheid. In de bijlage wordt zowel gesproken over 'de ambtenaar' als over 'de boete-ambtenaar', wij nemen aan dat hiervoor een of meerdere personen zijn gemandateerd? Of ligt het eraan welke contactpersoon of begeleider men heeft? Bevoegdheden moeten intern en naar buiten toe duidelijk zijn, net als een eenduidig wegingskader. Helder is wel dat een dergelijke belangrijke en invloedrijke duiding niet de schijn van willekeur mag dragen. Advies 4: 1 Zorg voor een duidelijke bevoegdheidsverdeling en wegingskader.
Maatwerk Het bovenstaande kan invloed hebben op het onderscheid tussen fraudevordering en niet-fraudevordering of niet-verwijtbare vordering , het scheelt natuurlijk nogal of de gemeente wel of niet de eerste tien jaar mag meewerken aan een soepele schuldenregeling of kwijtschelding. Het voornemen de betalingstermijn voor niet-fraude vorderingen tot 5 jaar te verkorten, juicht de Cliëntenraad dan ook toe. De verzwaring van 10 naar 20 jaar ingeval van opzet en grove schuld ook. Wel zou de Cliëntenraad graag zien dat voor de fraude-vorderingen waarbij sprake is van verminderde verwijtbaarheid, de betalingstermijn ook wordt verkort. Vaak bestaat een grotere schuld uit meerdere kleinere schulden. Wanneer er sprake is van verschillende schulden, kan het zijn dat een deel verwijtbaar is en een deel niet. De Cliëntenraad vindt het raadzaam de schuld hierop per onderdeel te beoordelen en voor het verwijtbare deel de betalingstermijn van 10 jaar te handhaven of te verzwaren naar 20 jaar, maar voor het niet-verwijtbare deel zou de versoepelde regeling moeten gelden, wat meer positief perspectief biedt en ook kan stimuleren tot het optimaal meewerken aan de getroffen regeling.
In dit kader is het ook van belang om streng te handhaven; bij kwade opzet cq bewuste verwijtbaarheid oftewel fraude is het zaak om te laten zien dat er niet de hand wordt gelicht met boete of termijn, enerzijds om te laten zien dat slecht gedrag niet wordt beloond, anderzijds om te voorkomen dat het draagvlak afneemt omdat anders de rekening uiteindelijk bij anderen terechtkomt. Advies 5: Neem bij schulden mee dat een deel ervan niet- of juist wel verwijtbaar is, splits dit uit per onderdeel en leg bij niet-verwijtbare onderdelen de versoepelde betalingstermijn(en) op, handhaaf streng bij de fraude-vorderingen.
Verlaagde aflossing en kwijtschelding bij werk De Cliëntenraad vindt het een goede zaak dat er binnen het sociaal domein nu een duidelijke verbinding zichtbaar is tussen de problematiek van schulden en bijstand. Het is heel belangrijk dat er een positieve financiële prikkel is om te werken. Die prikkel zou ons inziens wat substantiëler mogen zijn.
Ad 3.2: Kwijtschelden na (langdurige) uitstroom naar werk, gezien het feit dat schulden niet slechts een belemmering kunnen vormen voor uitstroom naar werk, maar ook van invloed zijn op de kwaliteit van dit werk en dus ook het behoud hiervan, lijkt het de Cliëntenraad goed om niet alleen de eerste zes maanden een lage aflossingscapaciteit van 6% te hanteren, maar dit ook de periode daarna te doen, tot na drie jaar bijstandsuitkeringsonafhankelijkheid en aflossing naar draagkracht, de resterende (niet-fraude) vordering wordt kwijtgescholden. Hiermee wordt voorkomen dat er na het eerste half jaar alsnog een terugval in inkomen volgt, wat een afbreukrisico met zich mee kan brengen en de langduriger uitstroom in gevaar brengt. Daarnaast stimuleert het de inwoner om te blijven werken, omdat dit duidelijk wordt beloond. Advies 6: Verleng bij langdurige uitstroom en bijstandsuitkeringsonafhankelijkheid de periode van 6 maanden lage aflossingscapaciteit tot 3 jaar, om afbreukrisico tegen te gaan. Na deze drie jaar en behoud van werk, moeten resterende (niet-fraude vorderingen) worden kwijtgescholden.
Tenslotte In de notitie (3.7, onderaan 'andere maatregelen') staat: 'In de dienstverlening van E& W zijn er drie belangrijke momenten waarop financiële instabiliteit ontstaat door verandering in het inkomen. Dat geldt voor de aanvraag van een bijstandsuitkering en bij (deeltijd) uitstroom uit de uitkering. Deze situatie van financiële instabiliteit verhoogt het risico op schulden'. Wij missen hier het derde moment.
Voor het overige kan de Cliëntenraad zich vinden in de inhoud en geest van de notitie.
Tot slot willen wij u verzoeken bij volgende adviesaanvragen de hiervoor gestelde termijn van 6 weken in acht te nemen. Het adviesverzoek is op 7 september gedaan met verzoek om uiterlijk 15 oktober te reageren, waar dat dus 19 oktober moet zijn.
Wij vertrouwen u met onze advisering van dienst te zijn geweest en zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Hoogachtend, Namens Cliëntenraad de Vallei van Veenendaal - Rhenen - Renswoude
Mevr. Mr. J (Jolande) van Zandbergen Voorzitter
Afdallng
Economie en Werk
Behandeld door
J.E. de Haan
Telefoonnummer
(0318) 538 538
Documentnummer
2020\31527 Zaaknummer 1735078
Ons kenmerk
Datum Onderwerp
Cliëntenraad de Vallei t.a.v. mevrouw mr. J. van Zandbergen
10 november 2020 Reactie advies Notitie kwijtschelding
Geachte mevrouw Van Zandbergen, Op 13 oktober 2020 hebben we het advies van Cliëntenraad de Vallei ontvangen aangaande het onderwerp 'concept Notitie kwijtschelding Veenendaal 2020', waarvoor onze dank. In deze brief gaan we puntsgewijs in op de door u geformuleerde adviezen. Het is goed om te lezen dat de Cliëntenraad zich voor het overige kan vinden in de inhoud en geest van de notitie.
De adviezen en reactie 1.
"Breng zo goed mogelijk in kaart hoeveel inwoners er zijn met (risico op) (problematische) schulden en welke groepen hierin sterk vertegenwoordigd zijn, om (formulering van) verder beleid en uitvoering zo scherp mogelijk te kunnen vormgeven".
De centrale vraag in deze notitie is in welke situaties je over kunt gaan tot kwijtschelding - en dus afstand doet van het invorderingsrecht - waardoor je perspectief en een tweede kans biedt aan de inwoner. Dat is een principiële discussie en daar ligt ook de focus van deze notitie. Het aansluiten op de situatie is geborgd in de individuele beoordeling. Er zijn verschillende bronnen, zoals cijfers van het NWK, landelijke monitors en eigen gegevens, die inzicht bieden in de doelgroep en schuldensituatie van inwoners. We nemen daar doorlopend kennis van. In algemene zin geldt dat we deze kennis meenemen in beleidsevaluaties en het opstellen van nieuw beleid.
2. "Houd rekening met het feit dat niet iedereen zelfredzaam (genoeg} is om nodige actie richting gemeente te ondernemen en zorg ervoor dat de mogelijkheden van de gemeente bekend zijn bij de grotere schuldeisers, zodat zij cliënten die in de problemen (dreigen) te komen, (tijdig) kunnen verwijzen". De wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening per 1 januari 2021 biedt mogelijkheden om nog breder uitvoering te geven aan vroegsignalering en inwoners in een eerder stadium te bereiken. Vier grote schuldeisers - woningcorporatie, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars - hebben de mogelijkheid om in een vroeg stadium gegevens van inwoners met betalingsachterstanden te melden bij de gemeente. Daarnaast speelt ook het taboe rond financiële
Raadhulsplain 1 • 3901 GA Veenendaal• Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (031B) 53B 538 ·Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nl/vraag
Kenmerk 2020\31527 Pagina 2 problematiek. Dit is één van de redenen waarom we inzetten op een langlopende communicatiecampagne, als onderdeel van het Communicatieplan Schulddienstverlening. Daarin hebben we ook specifiek aandacht voor de verwijzers. Samen met inwoners en de sociale basis kunnen we de drempel tot schuldhulpverlening verlagen en ondersteuning dichterbij de inwoner organiseren. 3.
"Zorg voor een korte, heldere (aanmeldings)procedure met de juiste en begrijpelijke informatie. Informeer cliënten over de mogelijkheden van een OCO (Onafhankelijke Cliënt Ondersteuner) bij het doorlopen van de procedure en dring hier in ernstige I herhaalde gevallen desnoods op aan".
Het college onderschrijft het belang om goed te kijken naar de toegang en de eerste ondersteuning. In de inrichting van het nieuwe Budgetloket, haar werkwijze en beschrijving van de werkprocessen kijken we hoe we dit kunnen verbeteren omdat de praktijk uitwijst dat voor een deel van de aanvragers meer ondersteuning aan de voorkant vraagt. Het informeren over de OCO nemen we over. 4.
"Zorg voor een duidelijke bevoegdheidsverdeling en wegingskader" .
Het wegingskader wordt ingevuld door jurisprudentie (1) en door de individuele beoordeling van het individuele geval door de Inkomensmedewerker (2). In de bijlage van de 'Notitie kwijtschelding Veenendaal 2020' zijn de vier categorieën uiteengezet waarbij normale verwijtbaarheid het uitgangspunt is. 5.
"Neem bij schulden mee dat een deel ervan niet - of juist wel verwijtbaar is, splits dit uit per onderdeel en leg bij niet-verwijtbare onderdelen de versoepelde betalingstermijn( en) op, handhaaf streng bij de fraude-vorderingen" .
Het past binnen de lijn van het voorgestelde beleid om per vordering de onderdelen te beoordelen. 6.
"Verleng bij langdurige uitstroom en bijstandsuitkeringsonafhankelijkheid de periode van 6 maanden lage aflossingscapaciteit tot 3 jaar, om afbreukrisico tegen te gaan . Na deze drie jaar en behoud van werk, moeten resterende (niet-fraude vorderingen) worden kwijtgescholden" .
Het kwijtschelden na (langdurige) uitstroom naar werk is een participatie bevorderend voorstel en versoepeling ten opzichte van het huidige beleid. Het college acht het zinvol om na die periode van zes maanden de draagkracht opnieuw te bezien en de afloscapaciteit per situatie opnieuw vast te stellen. Tenslotte merkt u op dat in alinea 3.7 gesproken wordt over drie belangrijke momenten. We onderscheiden er drie: de aanvraag van een bijstandsuitkering, deeltijd uitstroom en volledige uitstroom uit de bijstandsuitkering. Nogmaals dank voor uw advies.
Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal· Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 ·Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.ni/vraag
Kenmerk 2020\31527 Pagina 3
Vragen? Heeft u nog vragen, neemt u dan contact op met J.E. de Haan, bereikbaar op telefoonnummer (0318) 538829. Ook kunt u een e-mail sturen naarjoan.de.haan@veenendaal.nl.
eenendaal,
mevrouw drs. A.P.W. van de Klift secretaris
Raadhulspleln 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal
Tel. (0318) 538 538 •Fa~ (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nVvraag