1.2. Integrale verordening sociaal domein Veenendaal - raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raad Voorstelnummer Datum Onderwerp
Programma
Inlichtingen bij Telefoonnummer E-mailadres
Agendapunt
22 april 2021 1776947 16 maart 2021 Integrale Verordening sociaal domein Veenendaal Sociale leefomgeving
Team
MO Beleid
B. Terpstra (0318) 538277 bianca.terpstra@veenendaal.nl
Aan de leden van de raad, Beslispunten 1. De Integrale Verordening sociaal domein Veenendaal vast te stellen conform bijgevoegd ontwerpbesluit. Waarom naar de raad? Vanwege de verordenende bevoegdheid van de raad wordt de Integrale Verordening sociaal domein Veenendaal ter vaststelling voorgelegd aan de raad. Samenvatting De gemeente Veenendaal ondersteunt inwoners als het nodig is, dat is vastgelegd in verschillende wetten. Deze taak hebben we uitgewerkt in verschillende beleidsplannen en -documenten, zoals: • ‘Model Veenendaal 2020’; door de raad vastgesteld in december 2018; • Het startdocument ‘Versterken Sociale Basis’; door de raad vastgesteld in juni 2019; • Het Integraal beleidskader sociaal domein (IBK-SD); door de raad vastgesteld in januari 2020. In bovengenoemde stukken zijn stappen gezet om het beleid op de domeinen Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Schuldhulpverlening samen te voegen. Deze verordening is een verdere uitwerking van de bovenstaande beleidskaders. Het zijn regels op hoofdlijnen die de raad vaststelt en waarmee duidelijk wordt wanneer inwoners van bepaalde voorzieningen gebruik kunnen maken. Deze nieuwe verordening ondersteunt een uniforme werkwijze en ontschotting binnen het sociaal domein en daarmee de gewenste transformatie van het sociaal domein.
Voor de nadere uitwerking van de regels van de verordening zijn er ook nadere regels en beleidsregels. Deze worden door het college vastgesteld. De set nadere regels en beleidsregels zijn ter informatie bijgevoegd bij deze verordening. De wijzigingen zijn zowel inhoudelijk als technisch van aard. Hiertoe is een tweetal was-wordt tabellen opgesteld. In het raadsvoorstel zijn de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen aangegeven onder 1.3.
1
Inleiding Na vaststelling van het IBK-SD is gestart met de omslag naar het realiseren van één uniforme afweging bij het verlenen van maatwerk. Een integrale verordening ondersteunt de uniforme werkwijze en ontschotting binnen het sociaal domein en draagt daarmee bij aan de gewenste transformatie van het sociaal domein. In het proces naar een integrale verordening zijn de individuele adviesorganen betrokken bij de voor hen relevante onderdelen. Zij hebben hierop hun advies uitgebracht. Voor het integrale deel van de verordening (hoofdstuk 1) is een gezamenlijk advies verkregen van het Wmo-forum en Jeugdbelang en een advies van de Cliëntenraad de Vallei. Beoogd resultaat Veenendalers die gezond en veilig opgroeien en leven en zoveel als mogelijk zelfredzaam deel (blijven) nemen aan de maatschappij. Argumenten 1.1 De integrale verordening sluit aan bij de ingezette weg naar uniforme ondersteuning van de inwoners Werken in het sociaal domein conform het Integrale beleidskader sociaal domein vraagt vooral commitment aan en vertrouwen in het handelen binnen de uitvoeringspraktijk. Het vraagt een andere manier van kijken en handelen in onze organisatie als geheel en van onze inwoners. In de huidige situatie doen we dit via tien aparte verordeningen. De nieuwe Integrale Verordening sociaal domein Veenendaal is een stap in de richting van deze andere manier van kijken en handelen.
Het geeft onze consulenten een handvat om per casus één of meerdere producten of diensten in te zetten die een antwoord geven op de ondersteuningsvraag van de Veenendaler. Alle toegangsregels tot het sociaal domein zijn nu te vinden in één document en op elkaar afgestemd. Bij het opstellen van de Integrale Verordening sociaal domein Veenendaal (verder: integrale verordening) was de ‘Integrale modelverordening sociaal domein’ van de VNG onze leidraad. Onze tien huidige verordeningen zijn samengevoegd en hoofdstukken of paragrafen geworden in de nieuwe integrale verordening. Het eerste hoofdstuk biedt leidende principes voor de uniforme toegang; de werkwijze om via hetzelfde afwegingskader te handelen op het moment dat een Veenendaler met een ondersteuningsvraag bij de gemeente komt. Hierbij zijn ook de begrippen opgenomen die over alle wetten gelden, zoals ‘eigen kracht’ en ‘voorziening’. Hiermee wordt voor deze termen binnen alle domeinen dezelfde betekenis gehanteerd. Begrippen die specifiek voor bepaalde onderdelen gelden, zijn voor de leesbaarheid bij die onderdelen gelaten. Ook wordt ‘rechtmatigheid en handhaving’ integraal opgepakt. Waar dat nu nog zit verwerkt in de verschillende wetten, ligt in deze verordening de opdracht om te komen tot een integraal beleidsplan handhaving.
In dit beleidsplan wordt vastgelegd hoe de gemeente fraudebestrijding aanpakt en erop toeziet dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). In het plan staat in ieder geval: a. wat het college onder fraude en misbruik verstaat; b. wat het college doet om fraude te voorkomen; c. wanneer en hoe het college inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting); d. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en 2
e. hoe het college samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan. Dit beleidsplan wordt in het tweede kwartaal van 2021 aan de raad ter informatie toegezonden. 1.2 De integrale verordening is voorbereidend op de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) De integrale verordening geeft niet alleen een kader om meer uniform te kunnen werken. Het kan ook gezien worden als de eerste stap ter voorbereiding op een nieuwe wet die in aantocht is en een meer integrale manier van werken mogelijk maakt; de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams, vermoedelijke inwerkingtreding is eind 2022). Deze wet moet regelen dat gemeenten meer ontschot kunnen werken binnen de verschillende wetten in het sociaal domein. In specifieke situaties kunnen gemeenten meer ruimte krijgen om - soms via privacygevoelige informatie - te verkennen of mensen kampen met gestapelde problemen en welke partijen nodig zijn om de problemen op te lossen. Doel van de wet: snellere en meer gecoördineerde ‘integrale’ ondersteuning voor kwetsbare inwoners. 1.3 In de integrale verordening is een aantal wijzigingen doorgevoerd De tien huidige verordeningen zijn besproken met de professionals van de gemeentelijke uitvoering en de afzonderlijke adviesorganen.
De adviezen en opmerkingen vanuit de uitvoering, de Cliëntenraad de Vallei, het Wmo-forum en Jeugdbelang zijn meegenomen in de verwerking. Inhoudelijk is een aantal wijzigingen doorgevoerd waarover de afgelopen tijd het gesprek heeft plaatsgevonden. Daarnaast is er een aantal wijzigingen doorgevoerd vanwege wetswijzigingen. Hieronder een toelichting op de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen. Algemeen Een aantal definities is eenduidig en breed toepasbaar verklaard voor het hele sociaal domein. Hiermee bewerkstelligen we een uniforme toepassing van met name de term ‘eigen kracht’ en ‘ondersteuningsvraag’. Jeugd ‘Maatregel 1: Van de effectieve en efficiënte voorzieningen zetten we de goedkoopste in’ is opgenomen als nieuw lid (nr. 5) in artikel 3.1.9 Verstrekking individuele voorziening: 5. Bij het verstrekken van een individuele voorziening wordt altijd uitgegaan van: a. een passende voorziening die het meest effectief (doeltreffend) en efficiënt (doelmatig) is; b. die zo licht en kortdurend als mogelijk is; en c. tegen de laagste kosten. Loonkostensubsidie De aanpassing geeft de mogelijkheid om een loonwaardemeting niet alleen door deskundigen UWV te laten uitvoeren, maar ook door collega’s of andere partijen die opgeleid zijn in een loonwaardemethodiek die aan de vereisten uit de verordening voldoet.
Tegenprestatie Participatiewet Op basis van de evaluatie Tegenprestatie van begin 2020 is gewijzigd dat de maximale termijn van de tegenprestatie van één jaar, twee keer verlengd kan worden met één jaar zodat de maximale termijn 3
waarover een tegenprestatie kan worden opgelegd, drie jaar bedraagt. Dit hoeven geen aaneengesloten jaren te zijn. Daarnaast is de drempel om in aanmerking te komen voor een vrijstelling van de tegenprestatie vanwege het verrichten van vrijwilligerswerk, re-integratieactiviteiten, zorgtaken en/of parttimebaan verhoogd van vier naar minimaal acht uur. Met deze acht uur sluit het aan bij de maximale verplichting die opgelegd kan worden in het kader van de tegenprestatie. Minimaregelingen De regeling geldt nu ook voor (alleenstaande) studerende ouders. Voor een aantal voorzieningen is de vergoeding verruimd zoals voor het aanschaffen van een ID kaart en het kledingpakket. Voor de vergoeding Sport geldt dat deze gecombineerd mag worden met het Doe mee-budget. Aanvraagtermijn Minimaregelingen Veel regelingen betreffen het school-, sport- of cultureel jaar. Het is voor deze regelingen praktischer om over te gaan naar een aanvraagjaar juli-juli. Dit gaat in per 1 juli 2023. Voor de overige regelingen is het verschuiven van de data geen belemmering. Om te voorkomen dat er eenmalig een aanvraagperiode van een half jaar ontstaat, wordt de aanvraagperiode die vanuit de huidige verordening loopt van 1 januari 2022 tot 1 januari 2023 verlengd tot 1 juli 2023. Het budget wordt hiermee evenredig verhoogd. Daarnaast is de startdatum van de aanvraagperiode 2022 vervroegd naar 1 december 2021.
Dit heeft te maken met de lancering van de Veenendaalpas. Om ondernemers en inwoners tegemoet te komen lanceren we de Veenendaalpas, als uitvoeringsinstrument van de minimaregelingen, per 1 december 2021. Op deze manier hebben inwoners hun nieuwe budget voor de feestdagen en kunnen ze dit uitgeven bij onze lokale ondernemers. Voor het Doe mee-budget en het kledingpakket wordt het budget eenmalig verhoogd voor het aanvraagjaar dat loopt van 1 december 2020 tot 1 juli 2023. Schoolkosten De vergoeding voor de ouderbijdrage kan met ingang van 1 december 2021 (ingang nieuwe aanvraagtermijn) worden ingetrokken door de wijziging van de Wet op het primair onderwijs als gevolg van de “Wet van 31 augustus 2020, houdende voorstel van wet van de leden Kwint en Westerveld tot wijziging van diverse onderwijswetten teneinde te verbieden dat leerlingen van ouders die geen vrijwillige geldelijke bijdrage hebben voldaan worden buitengesloten van activiteiten”. Zodra deze wet ingaat (1 augustus 2021) mogen scholen de eigen bijdrage niet verplicht opleggen en geen kinderen uitsluiten van activiteiten als de ouders niet betalen. We stellen voor deze vergoeding niet al met ingang van 1 december 2021 in te trekken maar op 1 juli 2023 (het begin van de daaropvolgende aanvraagtermijn).
Daardoor zal geen verschil ontstaan tussen ouders die de ouderbijdrage of eigen bijdrage voor schoolreisjes van het schooljaar 2021-2022 in oktober 2021 indienen of in bijvoorbeeld april 2022. Het gaat namelijk om dezelfde kosten, voor hetzelfde schooljaar maar in oktober zouden de ouders de kosten wel vergoed krijgen, maar in april niet meer. Dit kan leiden tot discussie en een gevoel van ongelijkheid. Afstemming Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ Artikel 4.7.18, lid 1 Recidive: Hierbij geldt dat de maatregel bij de tweede maatregelwaardige gedraging al langer zou kunnen uitvallen dan drie maanden. Door de stapeling van maatregelen komt een inkomen dan wel erg onder druk te staan, dit wordt als niet wenselijk geacht. Dit geldt ook voor drie of meer verwijtbare gedragingen in 24 maanden.
4
Beslistermijn Schuldhulpverlening Artikel 4.8.1 is nieuw. Er bestond voorheen geen verordening voor schuldhulpverlening. Vanaf 1 januari 2021 is het een wettelijke verplichting om als gemeente bij verordening vast te leggen wat de maximale termijn is waarbinnen een beschikking wordt afgegeven. Dit gebeurt in de regel zo snel mogelijk, maar er zijn omstandigheden waarbij het wenselijk of noodzakelijk is meer tijd te nemen. Bijvoorbeeld om de klant te motiveren of voldoende gegevens te verzamelen. Om deze reden is ervoor gekozen om de maximale termijn van acht weken te hanteren. 1.4 De uniforme benadering is ook doorgevoerd in de nadere regels en de beleidsregels Het samenvoegen van alle verordeningen tot één integrale verordening heeft gevolgen voor een groot deel van de beleidsregels binnen het sociaal domein. Welke gevolgen dit zijn is verschillend per nadere regel of beleidsregel. Bij enkele is het slechts de wettelijke verwijzing die is aangepast en anderen zijn inhoudelijk gewijzigd. Deze set nadere regels en beleidsregels zijn ter informatie bij dit voorstel gevoegd. Vaststelling van de nadere regels en de beleidsregels is een bevoegdheid van het college en zal plaatsvinden na vaststelling van de verordening door de raad.
Alternatieven 1.1 De huidige individuele verordeningen in stand houden Een alternatief zou zijn om verschillende losse verordeningen in stand te houden en de voorgestelde wijzigingen in de individuele verordeningen te verwerken. De integrale onderdelen die zijn opgenomen in de hoofdstukken 1 en 5 moeten dan in de individuele verordeningen verwerkt worden, waardoor het voor de inwoners en de uitvoering minder duidelijk en meer complex wordt. Kanttekeningen 1.1 De Verordening individuele studietoeslag is niet meegenomen Er is een wijziging van de Participatiewet op handen waardoor de verordeningsplicht van de individuele studietoeslag vervalt. De beoogde datum van inwerkingtreding van het nieuwe regime is 21 juli 2021. Op dat moment vervalt de Verordening individuele studietoeslag van rechtswege. Vanwege deze aanstaande wetswijziging is ervoor gekozen deze verordening niet in de integrale verordening op te nemen. Mocht deze verordeningsplicht niet vervallen, dan zal bij de volgende aanpassingen van de integrale verordening de Verordening individuele studietoeslag alsnog worden meegenomen. 1.2 De verordening is niet volledig herzien en nog niet publieksvriendelijk geschreven In het tijdsbestek dat beschikbaar was voor het realiseren van deze integrale verordening was het enkel mogelijk om de onderdelen toegang en handhaving integraal te beschrijven.
Het is mogelijk de integraliteit binnen de verordening verder te verdiepen en ook de teksten van de verordening meer publieksvriendelijk op te stellen. Gekozen is om toch al deze verordening aan u voor te leggen omdat deze het uniform werken bevordert en ook mogelijkheden biedt tot het meer integraal werken. Ook de onder argument 1.2 genoemde wet Wams zal hiertoe een impuls geven. Aan de hand van de ervaringen die we met deze verordening opdoen, gaan we verder met de ontwikkeling van een uniforme, integrale en publieksvriendelijke verordening. Participatie De verschillende adviesorganen zijn in dit proces nauw betrokken geweest en hebben op de voor hen relevante onderdelen advies gegeven. Over hoofdstuk 1 is een gezamenlijk advies uitgebracht door het Wmo-forum en Jeugdbelang en een advies door de Cliëntenraad de Vallei. De adviezen van de 5
adviesorganen hebben we betrokken bij de totstandkoming van de verordening, de nadere regels en beleidsregels. Alle adviezen zijn zoveel mogelijk overgenomen en verwerkt in de stukken. Alleen de adviezen die afwijken van wettelijke termijnen of al vastgesteld beleid zijn niet overgenomen. Wat betekent dit besluit voor inwoners? Op het moment dat inwoners een enkelvoudige vraag hebben zullen zij niet veel merken van de integrale verordening. Des te meer wanneer een inwoner een ondersteuningsvraag heeft die meerdere domeinen betreft. De consulent heeft op dat moment de toegangsregels van alle wetten in handen en kan als de inwoner daarom verzoekt, werken naar een meer integrale oplossing. De inwoner kan zelf - door middel van een opgemaakte versie - ook meekijken en zien welke regels er gelden ten aanzien van zijn of haar ondersteuningsvraag. Aanpak / uitvoering In de integrale verordening worden voor het eerst alle verordeningen uit het sociaal domein samengevoegd in één document. In de komende tijd worden de onderliggende documenten als brieven, beschikkingen en werkinstructies aangepast. De uitvoering wordt daarnaast in een aantal bijeenkomsten meegenomen in de belangrijkste wijzigingen. Communicatie over dit besluit Na vaststelling door de raad wordt de integrale verordening bekendgemaakt en geconsolideerd. De publieksversie zal op de site worden gepubliceerd.
Na uw besluit worden de adviesraden van Veenendaal geïnformeerd over de vastgestelde integrale verordening. Evaluatie We blijven alert op signalen uit de samenleving, door actief onderzoek uit te voeren en monitoring toe te passen. In 2023 wordt het Integraal beleidskader sociaal domein geëvalueerd. Mogelijk leidt dit tot wijzigingen in de integrale verordening. Ook wordt dan meegenomen of naast hoofdstuk 1 ook in de andere hoofdstukken een verdergaande integrale werkwijze kan worden opgenomen.
Burgemeester en wethouders,
de heer K.J.G. Kats burgemeester
de heer drs. P. van der Veer wnd. gemeentesecretaris
6
Bijlagen 1 Raadsbesluit 2 Integrale verordening 3 Toelichting verordening 4 Was- wordt inhoudelijk 5 Antwoord H1 6 Antwoord H1 Cliëntenraad 7 Antwoord H2 8 Antwoord H3 9 Antwoord H4 10 Was-wordt technisch Ter inzage Versie wordt na besluit definitief gemaakt
11 Publieksversie 12 Advies HI Jeugd/Wmo 13 Advies H1 Cliëntenraad 14 Advies H2 Wmo 15 Advies H3 Jeugd 16 Advies H4 Participatiewet 17 Bijlage Advies H4 minimaregelingen 18 Bijlage Reactie advies minimaregelingen 19 Bijlage Advies H4 tegenprestatie 20 Bijlage Advies H4 kwijtschelding 21 Besluit Wmo
Aangepast
22 Nadere regels jeugd
Aangepast
23 Beleidsregels jeugd
Aangepast
24 Beleidsregels SMI
nieuw
25 Beleidsregels tegenprestatie
Aangepast
26 Beleidsregels individuele IT
Aangepast
27 Nadere regels tegemoetkoming kinderopvang
Aangepast
28 Beleidsregels scholingsplicht
Aangepast
29 Beleidsregels schuldhulpverlening
Aangepast
30 Besluit uitvoering re-integratie
Aangepast
31 Beleidsregel terugvordering BBZ
Ongewijzigd*
32 Beleidsregel uitvoering kostendelersnorm
Ongewijzigd*
33 Beleidsregel uitvoering wet Taaleis
Ongewijzigd*
34 Beleidsregel krediethypotheek
Ongewijzigd*
35 Beleidsregel vaststellen vermogen
Ongewijzigd* 7
36 Beleidsregel terugvordering P-wet, IOAW
Gewijzigd
37 Regels toekennen GPP
Ongewijzigd*
38 Advies beleidsregels SMI 39 Antwoord beleidsregels SMI *: Alle regels zijn op dezelfde wijze opgemaakt. Ook zijn definities overal op identieke wijze opgenomen en zijn - waar relevant - de overwegingen geactualiseerd. Tevens is in alle documenten de hardheidsclausule verwijderd. Dit omdat vanuit de Algemene wet bestuursrecht al een overwogen en billijk besluit moet worden genomen.
8