1.14. Integrale verordening sociaal domein Veenendaal - advies H1-1
Tekst van het document
Jeugdbelang Veenendaal en Wmo-forum Veenendaal Adviesraad Aan het college van Burgemeester en Wethouders en Aan het Overlegtafel Sociaal Domein Postbus 100 3900 BC Veenendaal
Afzender: B. van Leeuwen (Wmo-forum) & F. van Odijk (Jeugdbelang) Middellaan 142 3904 LK Veenendaal
Betreft: Advies en samenwerking Integrale Verordening Sociaal Domein Hoofdstuk 1 Uw kenmerk: Ons kenmerk: Wmo-forum en Jeugdbelang Veenendaal gezamenlijk advies 2021-115 Datum: 1 februari 2021 Geachte Overlegtafel Sociaal Domein, Op 7 december 2020 is tijdens de vergadering van de Overlegtafel Sociaal Domein (OSD) afgesproken dat Jeugdbelang Veenendaal en het Wmo-forum samen tot een advies naar het college en OSD gaan komen over hoofdstuk 1 van het concept Integrale Verordening Sociaal Domein. Over de specifieke delen, hoofdstukken 2, 3 en 4 hebben de adviesraden vanuit het eigen domein reeds een advies uitgebracht. Om tot dit advies te komen hebben Jeugdbelang en het Wmo-forum op 21 en 27 januari 2021, in afstemming met de beleidsadviseurs Jeugdwet en Wmo, het integrale deel: hoofdstuk 1 doorgenomen. Deze werkwijze past binnen de ingeslagen weg om aan de voorkant vanuit het cliëntperspectief al actief mee te denken over het te wijzigen beleid. De Integrale Verordening Sociaal Domein Veenendaal is afgeleid van de uitgangspunten van het Integraal Beleidskader Sociaal Domein dat meer een visiedocument is en zijn de keuzes van de raad met betrekking tot de programmabegroting en meerjarenraming erin verwerkt. Dat zijn geen juridische documenten geweest met de concrete gevolgen voor de inwoners die een Verordening en Nadere regels wel hebben.
Jeugdbelang Veenendaal en het Wmo-forum hebben met die gevolgen in gedachten dit hoofdstuk puntsgewijs doorgenomen en zijn tot dit inhoudelijk advies aan het college en OSD gekomen met het verzoek om het over te nemen in hun integrale advies aan het college. Jeugdbelang en het Wmo-forum hebben over de volgende onderwerpen zich uitgesproken: Hoofdstuk 1 Inleiding bij het paragraaf ‘Leidende principes uit het IBK’ onderdeel: Normaliseren: Het is Jeugdbelang Veenendaal en het Wmo-forum niet duidelijk over welk ‘normaal’ er hier wordt gesproken. Er zijn geen concrete normen in de tekst zelf of een verwijzing ergens naar waaruit kan worden herleid wat “Normaliseren” betekent. De benadering van de inwoner met de doelstelling om het “normale leven” te hervatten, geeft de benadering van de inwoner op deze wijze een negatievere duiding, alsof het leven van de inwoner nu niet genormaliseerd is ondanks er een hulpvraag bestaat. Volgens wiens waarden/normen wordt dat leven genormaliseerd? De definitie van ‘normaliseren’ moet gaan over waar de ander voldoening aan heeft of zelf voldoende vindt. Of wel acceptabel binnen de eigen normen. Dit ‘het normale leven’ is immers vooral beleving. Advies: ‘normaliseren’ vervangen door een neutrale term, bijvoorbeeld de ‘eigen kracht’ of dagelijks leven/functioneren. Dagelijks leven = eigen kracht. Zo haal je het uit het ‘NORM’aal.
Passende Ondersteuning Hieruit lijkt er een beeld te zijn van de ‘maakbare cliënten’ maar die zijn er niet. Binnen het Sociaal Domein doet het college haar best en wil zij dat cliënten duurzaam zelfredzaam worden, maar voorzichtigheid is geboden. Er zullen immers cliënten zijn die prima participeren, maar hun hele leven lang onderhoudende zorg/ondersteuning nodig zullen hebben. Er bestaat immers geen gemiddelde cliënt. Het is ook geen automatisme dat het netwerk kan worden ingezet of mantelzorg of ieder ander. Dat valt ook niet te verplichten. Het kan niet zo zijn dat iemand gedwongen wordt om een beroep te doen op het (te ontwikkelen) ‘eigen netwerk’. Dat is immers geen zelfstandigheid maar afhankelijkheid organiseren. Uit de tekst is niet te herleiden dat bekend is dat er trajecten denkbaar zijn waar een verplichting aan vast zit, wegens een rechterlijke uitspraak bijvoorbeeld. Dan wordt er een kader opgelegd en dien je die te volgen. Zo’n uitspraak is onlosmakelijk onderdeel van je traject en om die reden ook passend. Tekstueel advies omdat de zin lijkt af te breken: Samen met de inwoner wordt gekeken naar welke ondersteuning passend is om het dagelijks leven vorm te geven en wie erbij betrokken kan worden. Wat passende ondersteuning is, kan per persoon, situatie en moment veranderen, maar valt binnen deze wettelijke kaders.
Het uitgangspunt bij passende ondersteuning is zo licht mogelijk als het kan en zo zwaar als nodig is, zodat de persoon mogelijk terug kan naar een zo zelfstandig mogelijk dagelijks leven. Uniform en Integraal In deze tekst missen wij de definiëring van, naar onze mening, de niet bestaande uniforme cliënt en de in de wetten opgenomen maatwerkprincipe/persoonlijke omstandigheden. De uniforme manier ‘afhandelen’ kan niet volgens deze wetten. De principes van de wetten vereisen dat er rekening gehouden moet worden met de persoonskenmerken en individuele omstandigheden. Dat lezen wij niet uit de definitie van ‘Uniform en Integraal’. Advies: De leidende principes van de wetten binnen het Sociaal Domein dient de kapstok te zijn. De leidende principes gaan over maatwerk, over rekening houden met de persoonlijke omstandigheden/situatie en over de acties binnen de ‘eigen kracht’. Integraal wordt gesteund, maar uniform is binnen deze principes niet passend. Als u hiermee doelt op de structuur van de toegang dan is ons advies dat te vermelden. Uit de tekst blijkt het namelijk over de zorg en ondersteuning te gaan. Basis op orde Eerst de ‘basis op orde’ stelt dat de ondersteuning voorwaardelijkheid en volgordelijkheid kent, terwijl bijvoorbeeld de huishoudelijke hulp al kan worden ingezet, of schuldhulpverlening gestart kan worden, maar soms ook ambulante hulp nodig kan zijn.
Wellicht dat eerst de basis op orde moet zijn, maar wellicht ook dat acuut moet worden ingegrepen vanuit de zorg, ook kan beide gelijktijdig worden opgepakt. Wij begrijpen het idee wel dat eerst de basis op orde moet zijn om op voort te bouwen. Toch blijft het gevoel dat met deze werkwijze mensen buiten de boot gaan vallen. Het één mag en kan niet afhankelijk zijn van de ander. Wellicht kan dit aangepast worden door de basis aan het eind te zetten; de basis op orde, maar niet categoriaal uitsluiten van andere hulp. Altijd op maat en passend bij de persoonlijke omstandigheden. Waar de één wel ruimte en kracht heeft om zich te richten op andere hulp naast de inzet om de basis op orde te brengen kan een ander zelfs moeite hebben om zich in te zetten om die basis op orde te krijgen. Allebeide zijn nodig en kennen geen voorwaardelijkheid.
Dit onderdeel zorgt voor veel discussie binnen de twee adviesraden en werpt veel vragen op: - Wat gebeurt in de tussentijd met de zorgbehoefte los van de basis? - Is bij inwoner bekend dat er voor de andere zorgen geen ondersteuning wordt geboden als de basis niet op orde is? - Wie houdt de vinger aan de pols met betrekking tot de andere zorgbehoefte terwijl er gewerkt wordt om de basis op orde te krijgen? - Wat als mensen ervoor kiezen om dak- en thuisloos te zijn? Krijgen zij dan geen ondersteuning? - Is het wenselijk of de bedoeling dat er eerst een drempel wordt opgelegd voordat er aan de ondersteuningsvraag / ondersteuningsbehoefte wordt gewerkt?
-
Schulden hebben mag toch? Is dat dan dat je ‘basis niet op orde’ is?
Advies: Jeugdbelang Veenendaal en Wmo-forum vinden dat “wat op orde moet zijn” niet bij voorbaat/op voorhand ingevuld dient te worden zonder de cliënt daarbij te betrekken. De volgorde kan niet zo strikt zijn als hier staat geschreven. Bij de intake zal er eerst contextueel gekeken moeten worden wat werkelijk aan de hand is en gecheckt moeten worden of de basis op orde is. Dat neemt niet weg dat ook direct gewerkt kan worden aan die basis, zoals bijvoorbeeld inkomen, et cetera. Deze zaken dienen in de nadere uitvoeringsstukken uitgewerkt te worden, zodat alle noodzakelijke hulp wordt geboden. Tekstvoorstel bij dit onderwerp: Wij kijken met de cliënt wat de situatie is en wat nodig is om het dagelijks functioneren te verbeteren. Bij het intakegesprek wordt gekeken wat de behoefte is en of de basis eventueel verstevigd dient te worden. Immers, inzetten van hulp heeft weinig zin als de basis niet op orde is/komt. We voeren regie op de resultaten van ondersteuning Wij adviseren om bij dit onderdeel te definiëren wat onder regie wordt verstaan. Met welk doel wordt regie gevoerd en waar wordt exact regie op gevoerd? Is dat op het monitoren, op de ondersteuning of op de resultaten die je wilt bereiken? Of zorg tijdelijk is hangt af van de zorgbehoefte passend bij de persoonlijke omstandigheden van de cliënt. Termijnen horen wat ons betreft hier niet bij.
De tekst ‘langdurig effect’ heeft het over kwantiteit. Wij adviseren om het hier over het ‘duurzaam effect’ te hebben. Er is immers een verschil tussen ‘kwaliteit’ en ‘kwantiteit’. Duurzaam is meer kwalitatief en heeft daarmee een meer langdurig effect. In veel van de situaties hebben de cliënten ondersteuning voor een langere periode of zelfs levenslang nodig. Het steeds moeten wachten op een besluit van het college op voortzetting van de zorg, omdat de beschikkingen een einddatum kennen terwijl de zorgbehoefte chronisch of zelfs progressief is, kan kwetsend zijn. In hoeverre is dit uitgangspunt dan realistisch? Deze keuze geeft druk en spanning bij de cliënten. Wij adviseren daar rekening mee te houden en dit te benoemen. Tekstvoorstel: We blijven actief monitoren of de ingezette hulp werkt. We gaan daarbij zoveel mogelijk uit van een tijdelijke ondersteuning, gericht op het toegroeien naar - of bevorderen of behouden van de zelfredzaamheid/ de eigen kracht. Wij kiezen voor een vorm van ondersteuning die naar verwachting een langdurig effect heeft. We blijven daarbij sturen op de doelen die gewenst zijn. Wordt het resultaat niet behaald of blijkt halverwege de inzet niet passend, dan kan de inzet van hulp en doelen aangepast worden.
Toegang: de stappen/volgordelijkheid tot passende ondersteuning Met deze tekst wordt de inwoner als ook iemand van de gemeente niet uitgenodigd om eerst elkaar te begrijpen, maar wordt direct gedacht in oplossingen, zonder eerst te horen wat de vraag is. Is er wel een hulpvraag/ondersteuningsvraag? Wie bepaalt dat er een ondersteuning nodig (suggestief) is? Waar is de cliënt in deze? Tekstueel voorstel bij 1e aanhef: “Wanneer een inwoner met een ondersteuningsvraag bij een loket aanklopt, wordt samen gekeken naar wat de ondersteuningsbehoefte is en wordt samen naar een oplossing gezocht.” 1e bullet: wanneer de inwoner bij de gemeente aanklopt is die ervan overtuigd dat die niet op eigen kracht de problemen kan oplossen. Anders was die aanvankelijk niet bij de gemeente aan gaan kloppen. Met deze formulering nodig je uit tot een conflict in percepties. Tekstueel voorstel bij 2e aanhef: “Lukt dat niet dan kunnen inwoners naar een van de vier betreffende toegangsloketten. Deze zijn:”
Hoofdstuk 1 Inleiding bij het paragraaf ‘Algemene Bepalingen, Artikel 1.1.1 Algemene Definities‘ onderdeel: - Cliëntondersteuning: De noemer ‘Onafhankelijke cliëntondersteuning’ past beter bij deze definitie. Cliëntondersteuning is immers breder dan bij dit onderdeel gestelde. - Eigen kracht: Volgens ons bestaat de eigen kracht ook nog als je professionele hulp hebt. Advies is dit erbij te vermelden. - Gebruikelijke hulp: In hoeverre kun je van ‘andere huisgenoten’ gebruikelijke hulp verwachten/eisen, ondanks dat dit in de wet staat? - Gesprek: Hierboven staat ‘overleg’. Voorstel is om één van deze twee aan te passen. - Huishouding: Het gaat hier alleen over een meerpersoonshuishouden. Wat als er sprake is van een éénpersoonshuishouding? - Ondersteuningsvraag: Je kunt ook een ondersteuningsvraag hebben vanuit de participatiewet, te denken valt aan activering en reintegratie. Jeugdbelang Veenendaal en het Wmo-forum achten van belang dat de cliënt en de persoonlijke omstandigheden altijd leidend moeten zijn. In dit hoofdstuk komt dat niet goed uit de verf en de focus lijkt te liggen in oplossingen en keuzes die niet altijd hoeven te passen bij de cliënt. De adviezen van beide adviesraden zijn verwerkt in het aan het college en OSD voorgelegd advies ter overname in het integrale advies aan het college.
Hierin heeft het Jeugdbelang Veenendaal en het Wmo-forum alle medewerking gekregen van de beleidsambtenaren. Beide adviesraden verwachten dat de adviezen verwerkt worden in de Integrale verordening Sociaal Domein. Graag ontvangen beide adviesraden antwoorden op de gestelde vragen en toelichting op die delen uit het advies die niet of gedeeltelijk worden overgenomen. Wij zien uit naar uw reactie. Namens het Wmo-forum Veenendaal,
Namens Jeugdbelang Veenendaal,
B. Van Leeuwen, voorzitter
F. van Odijk, voorzitter