0. Leeswijzer Programmabegroting 2022-2025
Tekst van het document
LEESWIJZER RAAD Vergadering Raad
Donderdag 4 november 2021
Agendapunt
Programmabegroting 2022-2025
Behandelend raadsadviseur
Bertha Achterberg, Renate Breevaart en Sara Hendriks
(Inhoudelijke) opmerkingen
Inleiding Jaarlijks biedt het college een ontwerp van de begroting met toelichting aan alsmede een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren aan de raad aan. De raad is vanuit zijn kaderstellende en budgetterende rol het bevoegde orgaan om de begroting vast te stellen in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. De planning- & control documenten van gemeente Veenendaal worden online gepubliceerd op de website https://veenendaal.begrotingsapp.nl/. Proces - De op 5 en 6 juli 2021 behandelde Kadernota 2022-2025 bevatte een basisscenario 1 naar de toen geldende financiële situatie en een scenario 2 op basis van (toen nog onzekere) extra beschikbare middelen van het Rijk. In scenario 2 in de kadernota is een bedrag aan extra baten van € 2,1 mln. euro opgenomen. - De politieke algemene beschouwingen zijn in het voorjaar gehouden in de vorm van een video-opname per raadsfractie, terug te zien via YouTube. - Bij de behandeling van de kadernota zijn 3 amendementen en 43 moties ingediend. De raad heeft daarvan 19 moties aangenomen. - De Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 is de uitwerking van de Kadernota 2022-2025 volgens scenario 2. Financiële ontwikkelingen vanuit rijksbijdragen voor jeugdzorg maken dit mogelijk. Een samenvatting van scenario 2 is opgenomen op pag. 9.10 van de programmabegroting.
Een uitgebreide toelichting op de voorstellen van scenario 2 is vindbaar in de Kadernota 2022-2025 (par. 2.3). Financieel perspectief De begroting is structureel sluitend voor de jaren 2022 en 2023 en voldoet daarmee aan de criteria voor begrotingstoezicht van de provincie Utrecht voor repressief toezicht. Concreet dient de begroting in 2022 sluitend te zijn. Als dit niet het geval is, dan dient de begroting 2025 sluitend te zijn. In 2024 en 2025 is sprake van een begrotingstekort. Uitgangspositie Programmabegroting 2022-2025: - Kadernota 2022-2025, inclusief scenario 2, pm-posten kadernota en aangenomen moties met financieel effect - Meicirculaire 2021 - Autonome ontwikkelingen die zich na het vaststellen van de kadernota hebben voorgedaan - Tweede Bestuursrapportage 2021 (structurele effecten) - Extra compensatiegelden Jeugd van het Rijk, incl. meerjarige bijstelling van de lasten (in 2022 afgerond € 6 miljoen voor de jaren 2023 t/m 2025 geldt als uitgangspunt een raming op 75%) - Ontwikkelingen Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) - Wetsvoorstel harmonisering individuele studietoeslag
De voorliggende programmabegroting resulteert in: Jaar Saldo 2022 € 1.191.000 2023 28.000 2024 -/- - 496.000 2025 -/- - 1.409.000 Septemberciculaire gemeentefonds 2021 Het college verwacht positieve effecten van de septembercirculaire 2021 De effecten worden nog berekend. Het college verstrekt de informatie tijdig voor de behandeling van de programmabegroting. Aangepast verdeelvoorstel Gemeentefonds De nieuwe verdeling moet in 2023 ingaan en wordt stapsgewijs ingevoerd met een max. nadeel van € 15,- per inwoner per jaar. De herverdeling laat op dit moment een nadelig effect zien van ca. € 10 per inwoner. In de meerjarenraming is vanaf 2023 rekening gehouden met een nadelig effect van structureel € 500.000. De Raad voor het Openbaar bestuur (ROB) heeft op 19 oktober 2021 een (kritisch) advies uitgebracht over de effecten van de herverdeling van het gemeentefonds.
Moties Kadernota 2022-2025 verwerkt in de programmabegroting Veenendaal Schoon (M2021.34) Overleg vrijwilligersorganisaties (M202150) Stimuleren werkgevers om mensen met arbeidsbeperking kansen te bieden (M2021.52) Reanimatiecursus op VO (M2021.54) NK raadsleden tijdens Veenendaal-Veenendaal (M2021.55) organisatiekosten € 10.000 Sociale coöperaties in de bijstand (M2021.57) Wij doorbreken de cirkel van geweld (M2021.63) € 4.000, waarvan € 2.000 incidenteel Openbare bekendmakingen (2021.65) Financiële ontwikkelingen Coronacrisis De uitgaven die in 2020 en 2021 zijn gemaakt in het kader van de crisis, zijn voldoende gecompenseerd door de rijksoverheid. In Veenendaal is het invorderingsbeleid van de gemeentelijke heffingen aangepast en er is, via onze contacten bij de uitvoering van het programma Sociale samenleving, actieve aandacht voor de eventuele maatschappelijk schrijnende situaties. Daarnaast is er het Coronaherstelfonds, voor de activiteiten en initiatieven uit de samenleving die bijdragen aan een snelle herstart en herstel van de Veenendaalse samenleving Begrotingsprogramma’s In deze leeswijzer zijn uit enkele begrotingsprogramma’s één of enkele onderdelen uitgelicht. Dit betekent niet dat andere onderdelen minder of onbelangrijk zijn.
Programma 1 Fysieke leefomgeving Ontwikkelingen Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) Vooruitlopend op de OPOR die in de novembercyclus op de agenda staat, bevat de programmabegroting onderstaande onvermijdelijke ontwikkelingen: - Ten aanzien van groot asfaltonderhoud (grotendeels wegen op bedrijventerreinen) wordt voor de jaren 2022-2025 de reserve onderhoud wegen plus een eenmalige storting van ruim € 1,7 miljoen in 2022 ingezet. Deze eenmalige storting is
2
-
opgenomen in deze Programmabegroting. In de novembercyclus behandelt de raad het raadsvoorstel OPOR waarbij wordt voorgesteld met ingang van 2026 een voorziening in te stellen voor het groot onderhoud wegen en de benodigde jaarlijkse dotatie van afgerond € 1.370.000,- te betrekken bij de Kadernota 2023-2026. Tijdens de beeldvormende avond op 28 september is de benodigde financiering voor onderhoud wegen voor de komende jaren in beeld gebracht en nader toegelicht. Voor de ontwikkeling van digitale systemen en uitvoeringscapaciteit ten behoeve van de Data top 15 mobiliteit (wettelijk verplicht pakket aan maatregelen vanuit het rijk) zijn de structurele kosten vanaf 2022 ad € 221.634 opgenomen in deze programmabegroting.
Programma 3 Sociale leefomgeving Ontwikkeling sociaal domein In deze programmabegroting zijn de financiële effecten van de bestaande en voorgenomen maatregelen binnen het sociaal domein verwerkt. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat de maatregelen in de eerste twee jaren niet volledig gerealiseerd zullen worden. Het college vermeldt dat het onzeker blijft in hoeverre het financiële effect uiteindelijk volledig gerealiseerd zal worden. Een nieuwe doorrekening is gemaakt op basis van de ontwikkelingen in 2021. De extra financiële middelen van het rijk zijn in de programmabegroting 2022 verwerkt en volgens de richtlijn van de provincie voor 75% voor de jaren 2023-2025. BUIG-budget Bij de gebundelde doeluitkering Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ geldt dat deze door het Rijk toereikend wordt geacht om de bijstandsuitkeringen te kunnen betalen. Als gevolg van het voordeling resultaat van meer dan 10% zijn de beschikbare middelen in de meerjarenbegroting sinds enkele jaren structureel naar beneden vastgesteld. De effecten van het per 1 oktober 2021 stoppen van de landelijke inkomensondersteunende maatregelen vormt een onzekere factor voor de ontwikkeling van de bijstand. Het voorlopig BUIG-budget 2022 was t.t.v. de opmaak van de voorliggende programmabegroting niet bekend en wordt regulier verwerkt in de derde bestuursrapportage.
Wet Inburgering Per 1 januari 2022 is de Wet Inburgering van kracht, waarmee de gemeente de regie krijgt over het inburgeringsproces. Een belangrijk onderdeel is het aanbieden van één van de drie leerroutes, afhankelijk van de individuele leervermogens. Over de aanbesteding van de leerroutes heeft het college u laatstelijk geïnformeerd via RIB2021.120 Schulddienstverlening en – preventie De verwachte toename van het aantal inwoners dat ondersteuning nodig heeft bij financiële problematiek en schulden zet het binnen de begroting beschikbare budget voor uitvoering van de taak schuldhulpverlening en -preventie onder druk. Het college verwacht in de derde bestuursrapportage 2021 een voorstel te doen om resterende incidenteel beschikbare middelen over te hevelen naar 2022, waarmee dan voor 2022 naar verwachting voldoende middelen beschikbaar zijn. In het voorjaar van 2022 worden op basis van o.a. actuele ontwikkelingen en een eerste evaluatie inzake vroegsignalering de benodigde meerjarige middelen geanalyseerd. Op basis van deze analyse wordt bezien of een verzoek voor extra middelen wordt opgenomen in de Kadernota 2023.
3
Onderwijsondersteuning bij aanpak van studievertragingen De gemeente ontvangt voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 uit het Nationaal Programma Onderwijs budget een specifieke uitkering van het rijk om onderwijsvertragingen in te halen die kinderen opliepen tijdens de coronapandemie. De maatregelen die nodig zijn, worden in samenwerking met de scholen, kinderopvang, buitenschoolse opvang en lokale partijen zoals (jeugdgezondheids)zorg, sport ed. genomen. In een regeling heeft het rijk de bestedingsdoelen vastgelegd. Scholen ontvangen zelf eveneens middelen van het rijk om de achterstanden aan te pakken. Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen / weerstandsvermogen Algemene Reserve Onderdeel van het begrotingsprogramma Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien is de Algemene reserve. De geprognosticeerde stand van de algemene reserve bedraagt per 31-12-2025 afgerond € 19,8 miljoen. In een eerder stadium heeft de raad het minimumbedrag van de algemene reserve bepaald op € 16,5 miljoen. Een overzicht van de ontwikkeling van de algemene reserve is opgenomen op pagina 19 van de programmabegroting. De risico's zijn voor deze programmabegroting opnieuw geïnventariseerd en uit deze inventarisatie blijkt dat minimaal € 12,5 miljoen aan weerstandcapaciteit nodig is om de risico's verantwoord af te kunnen dekken.
Het college ziet de komende jaren meerdere ontwikkelingen die een solide algemene reserve noodzakelijk maken. Genoemd wordt onder andere aan de verwachte kostenstijging van het onderhoud in de openbare ruimte, de herijking van het gemeentefonds en de bouw van het IKC in Veenendaal-Oost. Mogelijk dat deze ontwikkelingen leiden tot een incidenteel beslag op de algemene reserve. Programma 6 Bedrijfsvoering Nieuwe werkplekconcept Het werkconcept ‘Het Veens Werken’ gaat uit van plaats- en tijdonafhankelijk werken, waarbij er binnen het gemeentehuis faciliteiten zijn om elkaar te ontmoeten en te overleggen. Met beschikbaar te stellen devices kan de medewerker overal werken, onafhankelijk van tijd en plaats, mits er een internetvoorziening voorhanden is. Het beheer van de devices vindt zoveel mogelijk centraal en op afstand plaats. Opgaven en opgavegericht werken De grote opgaven uit de samenleving die op de gemeente af komen, worden opgavegericht opgepakt. De laatste jaren is in gezet op de doorontwikkeling van de organisatie. We gaan steeds meer over op het opgavegericht werken, waarbij de traditionele afdelingen zijn opgeheven en de teams rechtstreeks onder de directie komen te vallen. Het betreft de volgende opgaven: Groei en Bloei, Sociaal domein, Informatiesamenleving en Duurzaam Veenendaal.
Deze opgaven worden niet op diverse onderdelen in deze begroting verantwoord, maar zijn afzonderlijk opgenomen (pag.25-28) Security en informatiebeveiliging De inspanningen op het gebied van informatiebeveiliging worden aanzienlijk verscherpt. De formatie hiervoor is aangepast. Om op alle punten te voldoen aan de eisen die gesteld worden op het gebied van de informatievoorziening zullen hoge kosten gemaakt moeten worden. Een globale becijfering laat zien dat het jaarlijks om € 0,5 miljoen gaat. Het meerjarenplan - dat eind 2021 wordt opgesteld - houdt hier rekening mee en zal de prioritering bepalen.
4
Rechtmatigheidsverklaring (In Control Statement) Vanaf 2022 is het College van B&W naar verwachting zelf verantwoordelijk voor het afleggen van de rechtmatigheidsverklaring, die in de jaarstukken wordt opgenomen. De accountant legt alleen nog een controleverklaring af, waarin de getrouwheid van de rechtmatigheidsverklaring wordt getoetst. Het doel van de verandering is om meer transparantie te geven in de totstandkoming van de gemeentelijke financiën, en om een beter gesprek tussen de gemeenteraad en het college mogelijk te maken. Vastgesteld moet nog worden in hoeverre de gemeente Veenendaal wil doorgroeien naar een in control statement en wat het ambitieniveau hierin is. Stukken in de set
Overige relevante stukken
-
Raadsvoorstel en -besluit Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Infographic Programmabegroting 2022-2025 Kadernota 2022-2025 Jaarstukken 2020 Provincie Utrecht – financieel toezicht LIS2021.44 Raadsprogramma “Iedereen doet mee”, mei 2018
BIJLAGE In deze bijlage is een aantal zaken opgenomen die vooral financieel van aard zijn. Weerstandsvermogen en risicobeheersing De omvang van de risico’s bedraagt € 52 miljoen (€ 47 miljoen 2021). De belangrijkste risico’s hoger dan € 0,5 miljoen zijn: - Parkeerexploitatie - BUIG-uitkering - Jeugdzorg - Covid-19 - Daling gemeentefonds (aangepast verdeelvoorstel) - Financiële tegenvallers gemeenschappelijke regelingen - Invoering Omgevingswet - Vennootschapsbelasting Het risicoprofiel van DEVO is gekwalificeerd als hoog (pag.141) Specifiek benoemt het college de ontwikkelingen Theater Lampegiet (nieuwbouw danwel onderhoud). De verschillende keuzes hebben derhalve ieder significante (financiële) gevolgen. De benodigde weerstandscapaciteit om de risico’s verantwoord af te dekken is € 12,5 miljoen. Schuldpositie Door het meerjaren Investerings Plan (MIP) loopt de gemeentelijke schuld op. Per 1 januari 2022 wordt een netto schuld verwacht van € 136,4 miljoen. Zoals het er nu naar uit ziet zal de schuld de komende jaren oplopen naar € 168,1 miljoen einde 2025. Lokale heffingen De gemeentelijke heffingen zijn in deze programmabegroting trendmatig met 1,5% verhoogd. De waardeontwikkelingen van de woningen in onze gemeente is tussen de peildatum 1 januari 2020 en 1 januari 2021 ingeschat op een stijging van 10,0%.
De inschatting van de waardestijging van de niet woningen in dezelfde periode is 1,0%. De waardestijging/-daling wordt geneutraliseerd in de tarieven, zodat de totaalopbrengst conform de trendmatige stijging uitkomt. Voor de WOZ
5
waardebepaling geldt vanaf 2022 de verplichting om deze te baseren op vierkante meters. De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolrechten, leges en kosten van lijkbezorging zijn daarvan uitgezonderd. Deze tarieven zijn in afzonderlijke beleidsdocumenten vastgesteld. Hiervoor geldt als uitgangspunt een maximale kostendekkendheid van 100%. Het vaste tarief voor de afvalstoffenheffing 2022 komt op € 245 (2021: € 222). De kosten voor ledigingen en stortingen worden alleen geïndexeerd. Veenendaal komt daarmee in 2022 uit op gemiddeld € 299 voor een huishouden inclusief het variabele deel. Het landelijk gemiddelde tarief afvalstoffenheffing voor een meerpersoons- huishouden in 2021 bedraagt € 305. In de tabel voor de laagste gemeentelijke woonlasten staat Veenendaal in 2021 € 646 op de negende plaats (2020: zevende). Het landelijk gemiddelde bedroeg in 2021 € 811 De afgelopen jaren is een stijging van de aantallen kwijtscheldingen zichtbaar. Deze toename vertaalt zich direct naar hogere lasten. Kwijtschelding wordt verleend voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. De toegenomen lasten werken door in de tariefstijging van deze heffingen. Meerjarenraming 2022-2025 Het meerjareninvesteringsplan 2023-2025 is opgenomen in bijlage 1 van de programmabegroting 2022-2025.
6