50-04 Brief gemeenteraden en besturen waterschappen m.b.t Transitie Landelijk Gebied incl bijlagen
Tekst van het document
Aan:
Secretariaat: Hendrik Westerstraat 24 9791 CT Ten Boer 050 - 303 97 97 secretariaat@groningergemeenten.nl
Raadsleden van de Groninger Gemeenten, Leden AB waterschap Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s
Datum: 12 december 2023
Geachte heer/mevrouw, Op 30 november jl. heeft er vanuit de Vereniging van Groninger Gemeenten (VGG) een bestuurlijk overleg Ruimte/Wonen/Landelijk Gebied plaatsgevonden, samen met bestuurders van de provincie Groningen en beide waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s. Vanaf 2022 hebben we vanuit de VGG met de provincie en waterschappen afgesproken om in VGG-verband de ontwikkelingen rondom de Transitie Landelijk Gebied gezamenlijk nauwlettend te volgen en met elkaar te delen. De komende jaren zal het Rijk, samen met provincie, gemeenten, waterschappen, bewoners, ondernemers en andere partners werken aan de transitie van het landelijk gebied. Het Kabinet heeft aan de provincies gevraagd om met plannen te komen hoe de transitie van het landelijk gebied vorm gegeven kan worden en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Daarbij gaat het om een samenhangend pakket op het gebied van onder andere emissiedaling van stikstof en methaan, de uitwerking van de Kaderrichtlijn Water (waarin water en bodem sturend zijn voor toekomstige ontwikkelingen op onder andere woningbouwprogrammering, aanleg van wegen en bedrijventerreinen etc.), de transitie van landbouw- en veehouderijen, de aanleg en uitbreiding van natuurgebieden met leefbaarheid en brede welvaart van onze inwoners als belangrijk gegeven bij al deze plannen.
Dat in de plannen tegenstrijdige belangen in zitten, mag duidelijk zijn. In het Groningse willen we winst behalen door met de verschillende deelgebieden toe te werken naar een gedragen gebiedsschets met oplossingsrichtingen, ideeën met betrokkenen op te halen en kijken wat het best passend is voor onze provincie. De opgaven integraal benaderen is daarbij een belangrijk uitgangspunt. De deelgebiedsplannen vormen de basis voor het Provinciaal Gebiedsplan Groningen dat eind september 2024 in concept gereed moet zijn. Dit plan is meer dan alleen de som der delen. Daarom worden er naast de processen in de deelgebieden twee overlegtafels opgezet die op provinciale schaal adviseren en meedenken: een landbouw- en natuurtafel en een overhedentafel. De overhedentafel kijkt daarnaast naar de doorvertaling binnen gemeentegrenzen en waterbeheergebieden. Het VGG overleg wordt als overhedentafel benut. Inmiddels zijn in alle deelgebieden verschillende kennissessies georganiseerd om een gedeeld beeld met elkaar te krijgen over de opgaven. Momenteel worden er inloopbijeenkomsten
georganiseerd om hetgeen dat in de kennissessies is opgehaald ook breed in de gebieden terug te leggen en daar reactie op te vragen. Vanaf begin februari 2024 gaat de blik op de toekomst en worden er in alle deelgebieden toekomstsessies georganiseerd. Dit zal naar verwachting tot en met mei 2024 duren. Besluitvorming door de provincie over het Provinciaal Gebiedsplan zal dan na het zomerreces plaatsvinden. Om vervolgens uitvoering te kunnen geven aan het Provinciaal Gebiedsplan wordt nadrukkelijk naar het Rijk gekeken. Zowel voor het bieden van perspectief voor de landbouw als voor het beschikbaar stellen van financiële middelen. Helaas is hier van Rijkszijde nog geen duidelijkheid over. In het Groningse werken we goed samen en willen we de transitie van ons landelijk gebied met de betrokken partijen vormgeven. Vandaar dat in het VGG-overleg op 30 november jl. instemmend werd gereageerd om, los van nog uit te werken Rijksbeleid en financiën, al wel stappen te zetten op dit vlak. Dit is ook belangrijk om goed het gesprek met het Rijk te kunnen voeren. Er wordt uitgegaan van eigen kracht en wat goed is voor Groningen. Daarover wordt u door uw college, provincie en vanuit de VGG op de hoogte gesteld.
Dit alles is de achtergrond om de twee bijgevoegde brieven van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de reactie daarop van Gedeputeerde Staten van Groningen te duiden.
Met vriendelijke groet, Ton Sprenger secretaris VGG
Bijlagen: 2023-10-25 Brief ministerie van LNV - Terugkoppeling bevindingen gebiedsprogramma 2023-11-28 Reactie GS provincie Groningen op beoordelingsbrief LNV
2 5 CKT. 2023 Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
College van Gedeputeerde Staten van Groningen Postbus 610 9700 AP Groningen
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres
Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001858272854000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6011 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/lnv
Datum Betreft
24 oktober 2023 Terugkoppeling tussentijds beeld met bevindingen uit de integrale beoordeling van uw gebiedsprogramma en eerste maatregelpakketten
Geacht college van Gedeputeerde Staten,
Ons kenmerk DGRTLG / 37801315 Uw kenmerk Bijlage(n) 2
Graag bedank ik u voor uw document Transitie Landeiijk Gebied Groningen: 'Stand-van-zaken' {h\erna PPLG) en de vijf ingediende maatregelpakketten.^ Het is duidelijk dat er hard is gewerkt. Wij waarderen de vele inspanningen van alle betrokken collega's bij zowel provincie als regio (zoals gemeenten en waterschappen), die hebben geleid tot deze eerste versie van uw PPLG. De integrale beoordeling van uw gebiedsprogramma en de ingediende maatregelpakketten heeft Inmiddels plaatsgevonden, en met deze brief willen we onze bevindingen met u delen. Een tussentijds beeld dus, waarvan we u graag deelgenoot maken. Het betreft daarmee geen toezegging voor gevraagde middelen, uitsluitsel hierover zal later plaatsvinden (zie hiervoor het onderdeel 'Vervolgproces: hoe verder?', verderop in deze brief). Komende jaren zullen we als provincie en Rijk met bewoners, ondernemers en andere partners samen blijven werken aan de transitie van het landelijk gebied in Groningen. Het in ontwikkeling zijnde NPLG, uw PPLG en de eerste maatregelpakketten vormen daarvoor de basis.
Gezien de urgentie van de uitdagingen waar we voor staan - de Kaderrichtlijn Water dient in 2027 te zijn uitgevoerd en het bereiken van het klimaatdoel in 2030, het herstel van de natuur is dringend en ook de toestemmingsverlening voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen dient door te gaan - is het van belang voortgang te houden in de uitvoering van de transitie. Om die reden ontwikkelen we het PPLG en NPLG stapsgewijs en starten we waar mogelijk met wat nu al kan, op basis van wat we nu weten en overzien. Dit is, met andere woorden, het begin van een meerjarig voortrollend programma. Hierbij zullen we nieuwe inzichten en ontwikkelingen in uw provincie en bij het Rijk betrekken en zo nodig integreren in ieders aanpak (waaronder het Nationaal Programma Groningen); provinciale en rijksmaatregelen zorgen immers gezamenlijk voor doelbereik op het gebied van natuur, stikstof, water en klimaat.
* Op 30 juni 2023 heeft u uw 'Stand-van-zaken' document en eerste maatregelpakketten aangeleverd. Op 12 juli 2023 resp. 8 augustus 2023 heeft de warme overdracht en interviewronde piaatsgevonden. Pagina 1 van 9
Directoraat-generaal Regleorganisatie Transitie Landeiijke Gebied
Tussentijds beeld met bevindingen uit de integrale beoordeling Het proces Het Rijk heeft in een samenwerking tussen de ministeries van BZK, lenW en LNV een tussentijds beeld gevormd van uw PPLG en de eerste maatregelpakketten. Dit tussentijdse beeld is gebaseerd op de integrale beoordeling van het PPLG en de maatregelpakketten, aan de hand van de 'Handreiking voor gebiedsprogramma's NPLG' resp. de 'Spelregels Meerjarenprogramma Transitie Landelijk Gebied’.
Ons kenmerk DGRTLG/ 37801315
Onafhankelijke kennisinstellingen zijn gevraagd een ex ante evaluatie uit te voeren op de PPLG's (PBL, WUR, RIVM en Deltares) en de eerste maatregelpakketten (WEcR en Deltares).^ Op grond van de uitkomsten hiervan en ons tussentijdse beeld, maar ook de verkregen inzichten uit de door u gestarte gebiedsprocessen, de verdere uitwerking van uw PPLG, en onze reactie op uw vragen aan het Rijk, vraag ik u uw PPLG en eerste maatregelpakketten verder in concreetheid uit te werken. Het uiteindelijke oordeel volgt op de nieuwe versie van uw PPLG en de maatregelpakketten, die wij u verzoeken volgend jaar aan te leveren. Vooralsnog vragen wij u een verbeterde versie van uw PPLG in te dienen in de periode 15 augustus t/m 30 september 2024; op een later moment ontvangt u hierover nadere informatie. Voor die maatregelpakketten waar u in 2024 mee wenst te starten wordt u verzocht de nieuwe, aangepaste versie in te dienen in de periode vanaf 15 januari t/m 1 maart 2024. Tussentijds beeld Het tussentijdse beeld zoals geschetst in deze brief bevat zowel positieve punten als punten die nadere keuzes, verdere uitwerking of concretisering behoeven. Dit beeld is gebaseerd op de bijgevoegde bevindingen en gaat in op voorwaarden en aanbevelingen, die er het meest uitspringen voor deze versie van het provinciale programma, inclusief eerste maatregelpakketten.
Dat laat onverlet dat een volgende versie van het provinciale programma niet alleen aan deze, maar aan alle voorwaarden tegemoet zal moeten komen, zoals deze in de dan geldende Handreiking geformuleerd staan. Wat volgt is een beknopte samenvatting uit onze bevindingen over uw PPLG: Uit het PPLG wordt duidelijk dat de provincie Groningen secuur te werk gaat.' Zoals de titel van het PPLG aangeeft, schetst het document een uitgebreide stand van zaken van de vele facetten van het landelijk gebied, en bevat het indicatieve kaarten met mogelijke oplossingsrichtingen voor
^ Wanneer deze ex ante evaluatie beschikbaar is, zal ik u die direct doen toekomen. Onlangs heeft de Ecologische Autoriteit echter kenbaar gemaakt dat er sprake is van gebrek aan personele capaciteit van zowel ecologisch deskundigen als werkgroepsecretarissen. Dit betekent dat zij eerst onverkort doorwerkt aan de toetsing van de natuurdoelanalyses, en aansluitend aan de slag gaat met gebiedsprogramma's. Wanneer de Ecologische Autoriteit kan starten met toetsing van gebiedsprogramma's is nog piet bekend, dit zal naar verwachting op zijn vroegst in het tweede kwartaal van 2024 zijn. Pagina 2 van 9
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied
de NPLG-doelen (water, natuur, klimaat, bodem) per deelgebied. Er heeft nog geen doorvertaling plaatsgevonden naar concrete doelen per ons kenmerk deelgebied, en ook zijn er nog geen structurerende keuzes gemaakt. De dgrtlg / 37801315 provincie wil eerst de gebiedsprocessen doorlopen en aan de hand van de uitkomsten hiervan verdere invulling geven aan de NPLG-opgaven. Dat Groningen zorgvuldigheid betracht, behoedzaam omgaat met het vertrouwen van de inwoners in het gebied en inzet op het creëren van draagvlak - onder meer door goed bezochte inloopavonden te organiseren -, begrijpen we ten volle. We realiseren ons dat deze benadering niet los kan worden gezien van de andere opgaven en dossiers waar uw provincie mee te maken heeft, in het bijzonder de aardbevingsproblematiek. In uw PPLG zijn gebiedsprocessen leidend. Voor deze processen zijn heldere en werkbare kaders cruciaal - niet.alleen om doelen te realiseren maar bijvoorbeeld ook voor participatie van gebiedspartijen. Daarmee zijn de uitkomsten van een gebiedsproces niet geheel open. Teneinde beter grip te krijgen op hoe de gebiedsprocessen uiteindelijk vorm geven aan de dóórontwikkeling van het gebiedsprogramma, vragen we aandacht voor het inzichtelijk maken van deze kaders.
Met uw PPLG hebben wij een duidelijk beeld gekregen van de grote inspanning die de provincie doet om invulling te geven aan de diversiteit van de verschillende deelgebieden. De aandacht die de provincie heeft voor ruimtelijke kwaliteit viel ons daarbij in positieve zin op. Ook benadrukt u dat de provincie een laridbouwprovincie wil blijven. Hoe dit alles samenhangt met, en wat dit betekent voor, het realiseren van de NPLG-doelen (natuur, water, bodem en klimaat) vraagt echter nog nadere uitwerking. Daarbij valt op dat de opgaven rondom water goed in beeld lijken te zijn maar dat er in het PPLG geen concreet maatregelpakket hiervoor is beschreven. In ambtelijke vervolggesprekken Is aangegeven dat de waterkwaliteit en -kwantiteit als opgaven bekend zijn. In deze gesprekken is ook aangegeven dat de opgave Water onderwerp van gesprek zal worden in de gebiedsprocessen. Voorts heeft het PPLG nadrukkelijk oog voor de andere ruimtelijke opgaven die in de provincie spelen en die buiten de scope van het NPLG vallen. Zo legt het 'Stand-van-zaken' document de link met de grote opgaven voor woningbouw, mobiliteit, energietransitie en de wensen rondom ruimtelijke kwaliteit. Ook wordt een duidelijke koppeling gelegd met het Nationaal Programma Groningen.
De koppeling met NOVÉX en koppelkansen zoals waterpeilverhoging in combinatie met natuurontwikkeling, agrotoerisme, korte ketens en ecosysteemdiensten worden benoemd, maar dienen nog nader uitgewerkt te worden. Het PPLG beschrijft evenwel niet in welke mate de NPLG-opgaven bijdragen aan de meekoppelopgaven. Ook de meekoppelopgaven die sterk verbonden zijn met 'Groningen als landbouwprovincie', zoals biobased materialen, eiwitten, en biologische landbouw, verdienen verdere uitwerking.
Pagina 3 van 9
/
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landeiijke Gebied
Het PPLG geeft nadrukkelijk aan dat er nog geen definitieve of structurerende keuzes zijn gemaakt. Hierdoor is het doelbereik van het gebiedsprogramma nog niet te toetsen. Zo zijn de maatregelpakketten, op die van Lieftinghsbroek na, niet volledig uitgewerkt waardoor toetsing op doelbereik nog niet mogelijk is.
Ons kenmerk DGRTLG / 37801315
Tot slot: na 1 juli 2023 heeft de provincie op ambtelijk niveau aanvullende informatie aangeleverd aan het Rijk, onder meer over doelbereik en de systematiek van de maatregelpakketten. Deze gegevens zijn waar mogelijk verwerkt, en we waarderen het nazenden ervan. Het maakt dat er inmiddels een goede basis ligt voor de ontwikkeling van de volgende versie van het gebiedsprogramma en de maatregelpakketten. Bovenstaande opsomming van onze bevindingen is slechts een samenvatting op hoofdlijnen. Verdere details en uitwerkingen ervan zijn te vinden in de bijgevoegde'bevindingen voor tussentijds beeld van integrale beoordeling van PPLG en eerste maatregelpakketten'. Hierin zijn de voorwaarden beschreven waaraan moet worden voldaan, en staan de punten benoemd die verder moeten worden uitgewerkt of aangepast opdat uw PPLG een (gedeeltelijk) positief integraal oordeel kan ontvangen bij de uiteindelijke en definitieve beoordeling van de in 2024 in te dienen versie van uw gebiedsprogramma. Uit de natuurdoelanalyses blijkt dat in veel Natura 2000-gebieden daadwerkelijk verslechtering heeft plaatsgevonden. Dat is in strijd met het verbod uit de Habitatrichtlijn. Ook kon verslechtering dikwijls niet worden uitgesloten wegens gebrek aan informatie of verwachte verslechtering in de toekomst. De verslechtering is vaak het gevolg van verschillende drukfactoren zoals stikstof en verdroging.
Het is van belang dat de provincies, waar dit mogelijk is, direct stappen ondernemen om die verslechtering terug te dringen. Groningen kent met Liefthinghsbroek één stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. Dit is voor de provincie een bekend gebied waar al stappen zijn gezet om de achteruitgang van de kwaliteit van de aangewezen doelen tegen te gaan. We beschouwen het als positief dat de provincie een maatregelpakket heeft ingediend om de opgaven in dit Natura 2000-gebied verder mee aan te pakken. Maa tregelpakketten Ook het tussentijds beeld met bevindingen uit de integrale beoordeling van uw maatregelpakketten bevat zowel positieve punten als punten die nadere uitwerking en concretisering behoeven. Voordat we hieronder kort ingaan op de vijf ingediende maatregelpakketten, eerst nog twee algemene opmerkingen vooraf. Allereerst is de aanvullende informatie die ons later is toegekomen, ook hier van toegevoegde waarde gebleken. Mede dankzij deze aanvullende informatie is er een goede basis gelegd voor verdere ontwikkeling van de maatregelpakketten. Ten tweede spreken we onze waardering uit over de diversiteit aan maatregelpakketten, waarbij de kanttekening moet worden gemaakt dat het merendeel van deze pakketten niet toetsbaar is in termen van doelbereik. Voor alle maatregelpakketten is het daarom essentieel om de bijdrage aan NPLG-doelen 1
Pagina 4 van 9
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied
verder in detail uit te werken. De vereiste mate van detail verschilt hierbij per maatregelpakket. Met name het eerder genoemde maatregelpakket Lieftinghsbroek bevat een heldere beschrijving van de opgave, aanpak en benodigde maatregelen.
ons kenmerk dgrtlg / 37801315
De vijf maatregelpakketten: Het maatregelpakket Fysieke Investering Emissiereductie is perspectiefvol en biedt voldoende aanknopingspunten voor verdere gesprekken tussen provincie en Rijk. Het pakket is echter nog onvoldoende onderbouwd en uitgewerkt. Aangezien het pakket een verlenging is van de bestaande 'Noordelijke investeringsregeling Reductie Stikstofemissie', is het de vraag hoe wordt voortgebouwd op huidige ervaringen en hoe in de komende jaren monitoring, evaluatie en bijsturing gaan plaatsvinden. Het maatregelpakket Innovatie Technische maatregelen heeft perspectief maar roept ook vragen op. Het maatregelpakket centreert zich rond de realisatie van monovergisters. De keuze voor een technisch maatregelpakket is mede ingegeven door de wens van Groningen om een snelle start te maken - en dat waarderen we. Maar tegelijkertijd zijn er nog een aantal (technische) onzekerheden rondom deze innovatie die dit mogelijk belemmeren. Denk aan de risico's op lock-ins, afhankelijkheid van toelating van renure als kunstmestvervanging, voldoende schaal voor effectieve werking van monovergisters en de ruimtelijke claim die ze leggen op het gebied. Tot slot heeft het Rijk begrip voor de meekoppelkans die dit maatregelpakket legt met beschadigde mestkelders als gevolg van aardbevingsproblematiek.
Het maatregelpakket Lieftinghsbroek bestaat uit een aantal concrete maatregelen voor natuurherstel van het Natura2000-gebied Lieftinghsbroek. De aanleiding, probleem, opgave, aanpak en benodigde maatregelen zijn helder beschreven. De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van de Ecologische Autoriteit waardoor de kans op lock-in effecten gering is. De voorgestelde inrichting van de gronden met bosaanleg en de realisatie van de NNN-opgave, tezamen met het nemen van hydrologische maatregelen, kan bijdragen aan meerdere NPLG-doelen waaronder stikstofreductie, VHR-opgave en waterkwaliteit. Hierbij adviseren we om de versnipperde N2000-gebieden en de NNN op langere termijn te verbinden en hierop de inrichting van dit maatregelenpakket op af te stemmen. Over de maatregelpakketten Strategische Grondposities en Versnellingsopgave ANLb hebben aanvullende gesprekken plaatsgevonden en/of ze zijn behandeld in het bestuurlijk overleg van 13 september 2023. Het Rijk ziet het belang in van het maatregelpakket Strategische Grondposities, en het is haar duidelijk dat de provincie dit pakket als randvoorwaardelijk beschouwt voor de gebiedsprocessen van
Pagina 5 van 9
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied
het PPLG. Iets vergelijkbaars geldt voor het maatregelpakket Versnellingsopgave ANLb, ook hier ziet het Rijk de inhoudelijke Ons kenmerk DGRTLG/ 37801315 meerwaarde van in. Dit pakket draagt bij aan de natuurdoelen. Op dit moment is niet duidelijk hoe na 2035 het extra beheer wordt gefinancierd. Daardoor is het ook niet mogelijk om dit mee te nemen in de huidige voorstellen voorfinanciering ANLb. Bovendien is het onduidelijk of er bij de betrokken ANLb-collectieven voldoende personele capaciteit is voor aanvullende activiteiten zoals voorgesteld in hét maatregelpakket. Onder de kop 'Vraag en voorwaarden vanuit provincie aan het Rijk' wordt nader ingegaan op het voorstel tot gezamenlijk verkenning van de provincie omtrent deze maatregelpakketten. Om te zorgen dat uw maatregelpakket(ten) na verdere uitwerking en aanpassihg een goedkeuring of gedeeltelijke goedkeuring kunnen ontvangen, zullen deze op een aantal punten verder moeten worden uitgewerkt of worden aangepast. In het bijgevoegde'bevindingen voor tussentijds beeld van integrale beoordeling van PPLG en eerste maatregelpakketten' zijn de ontwikkel- en verbeterpunten voor de maatregelpakketten opgenomen. Voor een gedetailleerde samenvatting van de bevindingen van de maatregelpakketten, zie de fiches 5.1 t/m 5.5 uit het bevindingen in de bijlage.
In 2024 voortzetten van de uitvoering Het is belangrijk dat we ondanks de demissionaire status van het kabinet vaart houden in de gebiedsprocessen. De urgentie om nu door te pakken, wordt ondersteund door de Tweede Kamer, medeoverheden en maatschappelijke partners. Ook de dagvaarding van Greenpeace^ is een extra reden om niet stil te gaan zitten, maar krachtdadig te handelen. Daarom Is het kabinet voornemens om In 2024, nadat de kennisinstellingen een positief advies hebben uitgebracht, middels een Nota van Wijziging middelen op de LNV-begroting te reserveren voor eerste maatregelpakketten, zodat daar al in 2024 mee gestart kan worden. Op voorwaarde dat de Kamer deze begrotingswijziging vaststelt, is het mogelijk in 2024 de uitvoering op te pakken dan wel voort te zetten. Zoals eerder aangegeven zal het hier gaan om no-regret maatregelen: maatregelen waarvan duidelijk is dat ze bijdragen aan het doelbereik van de NPLG doelen en die geen risico op lock-in effecten hebben. Voor de toekenning van middelen voor 2024 vragen wij u commitment te geven op een verbeterslag van uw gebiedsprogramma. Daarom vraagt het Rijk dat uw provincie in de volgende versie van uw gebiedsprogramma: Zich committeert aan alle geregionaliseerde NPLG-doelen voor natuur, stikstof, water en klimaat welke het kabinet voornemens is om op te nemen in het ontwerp-NPLG.
Uitwerking geeft aan de structurerende keuzes rond overgangsgebieden NaturaZOOO en voor zover van toepassing in uw provincie beekdalen en peilopzet veenweidegebieden.
4
^ Zie voor meer informatie over de dagvaarding: 2023-07-1 l-DaQvaardiriQ~Greenpeace-.5tikstof-def.pdf (rechtspraak.nl) Pagina 6 van 9
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied
Globale keuzes maakt over de ontwlkkelrichting van de landbouw in verschillende gebieden, mede op basis van een beter uitgewerkte analyse van het water/bodemsysteem voor het gehele landelijk gebied in de provincie. De noodzakelijke ruimtelijke afwegingen maakt en het ruimtebeslag inzichtelijk maakt dat samenhangt met de realisatie van de VHR-doelen 2030, het NNN en de bossenstrategie. Verdere acties concretiseert en opneemt die op grond van de natuurdoelanalyses nodig zijn om verslechtering tegen te gaan.
ons kenmerk dgrtlg/ 37801315
Ervan uitgaande dat uw provincie dit commitment geeft, wenst de Minister voor Natuur en Stikstof in 2024 eerste maatregelpakketten te honoreren. U wordt op korte termijn geïnformeerd hoe dit commitment vorm te geven. Het maken van een ruimtelijke doorvertaling van de structurerende keuzes en maatregelen in samenhang met de gebiedsprocessen: u wordt gevraagd om in het gebiedsprogramma duidelijker aan te geven wat waar gaat gebeuren.en wanneer. Daarbij heeft het Rijk er begrip voor dat, ook vanwege de gewenste interactie met gebiedspartijen, niet alles In één keer duidelijk kan zijn. Wel wordt u gevraagd om bij de start van de uitvoering van uw gebiedsprogramma de sturende uitgangspunten helder te hebben gemaakt. Daarbij kunt u beschrijven hoe u gefaseerd en dus meerjarig inzicht wil geven in hoe de ruimtelijke doorvertaling gemaakt kan worden. Bij het in kaart brengen van de verdere uitwerkingen voor de natuur-, water- en klimaatopgaven moet in beeld gebracht worden wat nodig is, zodat partijen daar in de verdere samenwerking volgende stappen op kunnen zetten. De (structurerende) keuzes die binnen het PPLG nodig zijn, moeten ook passen binnen het Ruimtelijk Voorstel dat u in het kader van NOVEX aan het afronden bent.
Conform het provinciaal startpakket fysieke leefomgeving worden structurerende keuzes opgenomen in het ruimtelijk arrangement met de afspraak om deze te verwerken in de nieuwe Nota Ruimte en in de provinciale Omgevingsvisie. NOVEX is een cyclisch proces, (structurerende) keuzes die nu of de komende periode nog niet duidelijk zijn, worden in een volgende NOVEX cyclus meegenomen. Vraag en voorwaarden vanuit provincie aan het Rijk De transitie van het landelijk gebied vraagt richting en randvoorwaarden vanuit het Rijk. Vanuit meerdere provincies is aangegeven welke randvoorwaarden zij nodig hebben voor de verdere dóórontwikkeling van hun PPLG. Waar mogelijk werken wij aan deze randvoorwaarden en bekijken wij samen met u hoe wij omgaan met de situatie waarin dit (nog) niet mogelijk is. Wegens de demissionaire status van het kabinet is het helaas niet mogelijk om op dit moment in de tijd op alle punten uitwerking te geven en voldoende concreet te worden. In de bijlage van deze brief is een overzicht gegeven van de meest voorkomende vragen en randvoorwaarden die provincies aan het Rijk hebben gesteld in het kader van de dóórontwikkeling van hun PPLG. Hierin wordt ook ingegaan op de door u in uw PPLG en de aanbiedingsbrief genoemd vragen en voorwaarden, met name wat betreft het vervolg na het vervallen van het landbouwakkoord, PASmelders, de VHR-doelen, en innovaties en Rav-factoren.
Pagina 7 van 9
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landeiijke Gebied
Vervolgproces: hoe verder? Samen starten, samen bijsturen. Zoals aangegeven staan we aan het begin van een proces waarbij we gezamenlijk de grote opgaven in het landelijk gebied aanpakken en samen nader uitwerken waar nodig. Dit vraagt een nieuwe manier van samenwerken, die we ons eigen aan het maken zijn. Daarom is het waardevol dit proces lerend aan te pakken en elkaar de komende tijd te blijven ontmoeten om dit samen te doen. Het Rijk hecht aan het samen oppakken van vraagstukken en wil hulp bieden waar dat mogelijk is, zonder eikaars verantwoordelijkheden over te nemen of in eikaars rol te kruipen.
Ons kenmerk DGRTLG/ 37801315
De komende tijd werken we met u graag samen verder aan onder meer de volgende onderwerpen, die bijdragen aan de ontwikkeling van het NPLG, de verdere uitwerking van uw PPLG en de uitvoering van maatregelen. Onderstaande overzicht is het resultaat van ambtelijk afstemming. • Dê provincie heeft in haar 'Stand-van-zaken' document toegelicht op welke manier de uitbreiding van het ANLb kan bijdragen aan de doelen van het NPLG. Bovendien is het een bestaand systeem waar de provincie en collectieven gedurende een lange periode ervaring mee hebben. Maar, zoals aangegeven, financiering van beheermaatregelen uit het Transitiefonds is nu niet mogelijk, omdat volgens de voorwaarden van dit fonds duidelijkheid moet zijn over de structurele financiering van het ANLb na 2025. Het verzoek van de provincie om te overleggen of een eenmalige pilot voor het ANLb wel denkbaar is, teneinde op die manier toch ^ financiële middelen beschikbaar te krijgen, is begrijpelijk gezien de opgave die er liggen. Hier geldt echter dat het nog onduidelijk is hoe de bijdrage aan de doelen na de pilot worden geborgd. Wij staan dan ook open voor een gesprek over de mogelijkheden en onmogelijkheden. Daarnaast gaan we graag in op uw verzoek van 18 september jl. om een gesprek te hebben over grondmobiliteit en de problematiek ten aanzien van de opstallen.
Toekenning van middelen Onderdeel van de nadere uitwerking is ook om met elkaar te bespreken hoe het gevraagde bedrag voor maatregelpakketten en de dekking daarvan met elkaar in balans kunnen worden gebracht. Daarbij kijken we ook naar andere bronnen die daarvoor beschikbaar zijn. Deze brief is geen toezegging op de gevraagde middelen. Toekenning van middelen vindt plaats op grond van een aanvraag rijksbijdrage voor de (gedeeltelijk) goedgekeurde maatregelpakketten, via een regeling die naar verwachting begin 2024 wordt opengesteld. Voor de maatregelpakketten waar u in 2024 mee wenst te starten wordt u verzocht de nieuwe versie in te dienen in de periode vanaf 15 januari tot en' met 1 maart 2024. Ontwerpversie NPLG De ontwerpversie van het NPLG wordt de komende maanden verder uitgewerkt waarna deze ter inzage zal worden gelegd. Vaststelling van het NPLG volgt naar verwachting in 2024. Bij de uitwerking worden alle bij het NPLG betrokken partijen meegenomen. De ontwikkeling en uiteindelijke vaststelling van het NPLG in 2024 betekent dat u tot in de loop van 2024 toe kunt werken naar een
Pagina 8 van 9
Directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijke Gebied
volgende versie van uw PPLG. Hiermee is er tijd en ruimte om de gebiedsparticipatie in uw provincies voort te zetten en uit te bouwen, onderdelen ons kenmerk van uw PPLG verder uit te werken en te concretiseren, rekening te houden met de dgrtlg / 37801315 inzichten die dit najaar uit de ex ante evaluatie van de kennisinstellingen gaan komen en de voorliggende terugkoppeling van het tussentijds beeld met eerste bevindingen van de integrale beoordeling van het Rijk te verwerken. In januari 2024 komt naar verwachting een actualisatie van de 'Handreiking voor gebiedsprogramma's A/P/.6'beschikbaar. Hierin zijn lessen verwerkt uit de tussentijdse beoordeling van afgelopen zomer, de feedback van betrokkenen van provincies, IPO, UvW, VNG en het Rijk en de dóórontwikkeling van onderdelen van het rijksbeleid. Bij de actualisatie van de Handreiking wordt ook aangegeven wat in de actualisatie van PPLG's in 2024 mee genomen moet worden en wat kan wachten voor latere dóórontwikkeling van daarop volgende actualisaties van uw PPLG's. Ik wil u nogmaals bedanken voor het vele werk dat reeds verzet is en ik kijk uit naar de verdere samenwerking om de stappen te zetten die nu hard nodig zijn. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Ambtelijk wordt de terugkoppeling van ons tussentijds beeld met eerste bevindingen in gesprekken verder toegelicht. Met vriendelijke groety^^
Johan Os^^i Directeut^^nefaal R^gf^STganisatie Transitie Landelijk gebied Minist^fie^ä^Lä^tiöuw, Natuur én VoedselkwaNteit Mediamens Guido Landheer (wnd. Directeur-generaal Agro, ministerie van LNV,j, Donné Slangen (Directeur-generaal Natuur en Visserij, ministerie van LNV), Jan-Kees Goet (voor de Directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof, ministerie van-LNV), Jaap Slootmaker (Directeur-generaal Water en Bodem, ministerie van lenW), Marjolein Jansen (Directeur-generaal Ruimtelijke Ordening, ministerie van BZK)
Pagina 9 van 9
Aan de minister voor Natuur en Stikstof Mevr. C. van der Wal Ministerie van LNV Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG
Datum Documentnr. Dossiernummer Behandeld door Telefoonnr. Antwoord op Bijlage
: 28 november 2023 : 2023-126003 : K42167 : J. Lingbeek : (050) 316 4605 : De brief van 24 oktober 2023 met kenmerk DGRTLG / 37801315 : 0
Onderwerp
: Reactie op de brief van de heer Osinga over de beoordeling van ons stand-van-zaken document voor de transitie van het landelijk gebied en onze ingediende maatregelpakketten
Geachte mevrouw Van der Wal, Dank voor de brief die wij op 24 oktober 2023 van de heer Osinga hebben ontvangen met daarin de beoordeling van ons stand-van-zaken document voor de transitie van het landelijk gebied en onze ingediende maatregelpakketten. In deze brief geven wij hier een reactie op. Allereerst willen wij u bedanken voor de prettige toon van het schrijven, de erkenning voor het vele werk dat wij samen met onze partners in het landelijk gebied hebben verzet en de waardering daarvoor. Ook schrijft de heer Osinga dat we als provincie en Rijk de komende jaren met bewoners, ondernemers en andere partners blijven samenwerken aan de transitie van het landelijk gebied in Groningen. Die samenwerking vinden wij belangrijk. Op een aantal punten zijn wij echter kritisch over de inhoud van de brief. Wij gaan daar hieronder op in. Daarbij is het niet zo dat wij puntsgewijs reageren op alle bevindingen, maar alleen op de voor ons meest relevante zaken. 1. Gronings verhaal en wederkerigheid in afspraken tussen Rijk en provincie In Groningen willen we groeien naar een toekomstbestendig, gezond en duurzaam ingericht landelijk gebied met een langjarig perspectief voor de aanwezige bedrijvigheid. We doen wat goed is voor Groningen en werken aan een Gronings verhaal. Dat gaat niet van de ene op de andere dag.
Wij pakken de opgaven integraal aan, waarbij wij onze provinciale doelen verbinden aan de doelen vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Wij werken mét de gebieden toe naar een gebiedsplan voor Groningen; de gebiedsprocessen staan bij ons centraal. Dat staat op gespannen voet met het onrealistische tempo en de toetsende rol van het Rijk. Ook staat het haaks op de werkelijkheid in de gebieden. Wij krijgen de indruk dat de verwachtingen van het Rijk over het detailniveau van het gebiedsplan niet overeenkomen met hoe wij in de gebieden proberen toe te werken naar een gedragen gebiedsschets met oplossingsrichtingen. De brief van de heer Osinga beschrijft vooral wat wij als provincie moeten doen (en wanneer) en waar wij op 'afgerekend' worden, maar de inzet die van het Rijk mag worden verwacht ontbreekt hierin. In onze eerdere brieven aan u hebben wij al aangegeven dat een aantal zaken voor ons randvoorwaardelijk zijn, waaronder het oplossen van de PAS-problematiek, perspectief en verdienvermogen voor de landbouw, duidelijkheid over de doelen en het beschikbaar stellen van financiële middelen. Wij vinden het belangrijk dat er sprake is van wederkerigheid in de afspraken tussen Rijk en provincie en dat die wederkerigheid ook herkenbaar is als uiting van de door het Rijk beoogde samenwerking. Martinikerkhof 12 9712 JG Groningen
Sint Jansstraat 4 9712 JN Groningen
Postbus 610 9700 AP Groningen
Telefoon 050 316 4911
www.provinciegroningen.nl info@provinciegroningen.nl
De provincie Groningen werkt volgens normen die zijn vastgelegd in een handvest voor dienstverlening. Dit handvest vindt u op onze website of kunt u opvragen bij de afdeling Bestuur, Juridische Zaken & Communicatie: 050 3164160. BTW: NL0019.32.822.B01 / KvK: 01182023 / IBAN: NL84 ABNA 0446 0456 91 / BIC: ABNANL2A
2. Maatregelpakketten In het vorige punt gaven wij al aan dat wij het tempo dat door het Rijk wordt gehanteerd onrealistisch vinden. Tegelijkertijd ligt het tempo waarin wij in Groningen met de gebieden naar het gebiedsplan toewerken wel degelijk hoog. Wij vinden het ook belangrijk om de vaart erin te houden, want er zijn veel boeren die al lang in onzekerheid leven en duidelijkheid willen. Daarom hebben wij integraal een aantal maatregelpakketten ingediend waar wij snel mee aan de slag willen en kunnen om de eerste stappen voorwaarts te zetten. Ook hier geldt voor ons de wederkerigheid in afspraken. Helaas constateren wij dat de toetsende rol van het Rijk niet leidt tot de zo gewenste versnelling. Een voorbeeld is het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb). Wij hadden al afspraken met de agrarische collectieven gemaakt om hier uitvoering aan te geven. Het is goed om te lezen dat het Rijk inhoudelijk ook de meerwaarde ziet van dit maatregelpakket. Het verbaast ons dat onduidelijkheid over de financiering van structureel beheer als reden wordt opgegeven om hier vanuit het Rijk geen invulling aan te kunnen geven. Dat is namelijk iets waarvoor wij nadrukkelijk naar het Rijk kijken (zie ook punt 4 hieronder).
Een ander voorbeeld is dat wij kansen zien voor vrijwillige uitkoop en daar als provincie - ter overbrugging van de Rijksbijdragen - extra middelen voor beschikbaar hebben gesteld. De financiële risico's bij grondaankoop zitten vooral in de opstallen en daarvoor hebben wij een maatregelpakket ingediend. Wij begrijpen uit uw brief dat u het belang inziet van ons maatregelpakket om strategische grondposities te kunnen verwerven, maar dat ons verzoek op dit moment nog niet kan worden ingewilligd. Om deze transitie in gang te zetten is het belangrijk dat wij over zaken als ANLb en strategische grondposities nader afstemmen en dat hiervoor financiële middelen beschikbaar worden gesteld. De ingediende maatregelpakketten in totaliteit zijn goed afgewogen en dragen bij aan het versnellende karakter waarvoor de regeling is bedoeld. Het vraagt flexibiliteit en vertrouwen van het Rijk. Niet alles kan aan de voorkant worden vastgelegd of worden geconcretiseerd in gegarandeerd doelbereik. 3. Generiek beleid Een ander concreet voorbeeld van een wederkerige aanpak is dat het Rijk ook maatregelen neemt; maatregelen die de provincies niet kunnen nemen. Het gaat hier om generieke maatregelen die noodzakelijk zijn om bijvoorbeeld emissiedaling van stikstof en methaan mogelijk te maken.
Dit vraagt visie, maatwerk en een integrale benadering voor Groningen, ingegeven vanwege de mooie balans tussen de akkerbouw en veehouderij, maar vooral met het oog op een duurzame en toekomstbestendige landbouw. Daarbij constateren wij dat het Rijk nog onvoldoende duidelijkheid biedt over hoe de inzet op landbouw breed wordt ingevuld. Voor ons als landbouwprovincie is het randvoorwaardelijk dat het Rijk duidelijkheid biedt waar het gaat om een visie op en perspectief en verdienvermogen voor de landbouw. Die duidelijkheid gaat helpen bij de gesprekken die wij momenteel voeren in de gebieden. Voor een succesvolle transitie van het landelijk gebied zou de inzet volgens ons een combinatie van generieke en gebiedsgerichte maatregelen moeten zijn. 4. Uitvoerbaarheid en financierbaarheid Zoals beschreven, hechten wij aan een integrale benadering van de doelen in het NPLG. Tegelijkertijd is ons niet duidelijk in hoeverre ambities op doelbereik in overeenstemming zijn met de beschikbaarheid van middelen en andere voorwaarden voor de uitvoering. Bij een meerjarige ontwikkeling voor het NPLGdoelbereik hoort ook zekerheid over lange termijn financiering. Daarbij gaat het zowel om middelen die nodig zijn om over meerdere kabinets- en collegeperioden ontwikkelingen in gang te zetten, als om middelen voor structurele kosten, zoals beheer.
Ook ervaren wij als provincie te veel schotten tussen verschillende regelingen, fondsen en daaraan gekoppelde doelen. Dit wordt ook zo ervaren door onze partners, waaronder de waterschappen. Een integrale opgave vraagt om integrale financiering. Nu ontbreekt het zicht op hoe de financiering in samenhang wordt uitgewerkt. Het Rijk dient daar vanuit het NPLG samen met provincies richting te bepalen. Afspraken over programmering en daarmee fasering en prioriteitstelling zijn noodzakelijk om duidelijkheid te bieden in gebiedsprocessen. Het feit dat er nog geen enkel zicht is op financiële middelen leidt ook bij de Groningers tot aarzelingen om mee te doen in gebiedsprocessen. Tegelijkertijd blijven wij het, ook in deze context, belangrijk vinden de opgaven integraal aan te vliegen. Wij willen hier nader met u over afstemmen. 5. Natuur, water, leefbaarheid en klimaat Natuur
Over de opgave voor natuurherstel die volgt uit de Vogel- en Habitatrichtlijn bestaat nog (steeds) onduidelijkheid. In het ontwerp-NPLG dat is opgesteld zijn hierover teksten en tabellen opgenomen die nog in ontwikkeling zijn en waarover Rijk en provincies nog met elkaar in gesprek zijn. De indruk wordt echter gewekt dat de opgenomen getallen in de tabellen al hard en afrekenbaar zijn. De teksten en tabellen kunnen niet meer zijn dan indicatief, omdat aangegeven fouten nog steeds niet zijn hersteld. Deze moeten nog worden aangepast en ze zijn op dit moment niet goed bruikbaar bij de gebiedsprocessen. Wij roepen u op hiervoor een transparant proces af te spreken met provincies, waarin gezamenlijk naar afstemming over de doelen wordt toegewerkt, voordat deze zaken enkel nog via de formele routes van zienswijzen en mogelijk zelfs beroep kunnen worden gewijzigd. Water Wij constateren dat thema’s als klimaatadaptatie en waterbeschikbaarheid steeds nadrukkelijker aan de orde komen in de gebieden. Echter, gedurende de ontwikkeling van het NPLG zijn daar de structurerende keuzes uit de beleidsbrief water en bodem sturend aan toegevoegd. In onze ogen zijn dit onontkoombare opgaven. Voor ons als provincie liggen daar forse uitdagingen. Water is in al onze deelgebieden van cruciaal belang; ook in het vinden van integrale oplossingen.
Of het nu gaat over waterbeschikbaarheid, de relatie met de veenweideproblematiek, waterkwaliteit of het verziltingsvraagstuk in onze kustgebieden. Het is voor ons onduidelijk hoe de financiering van de structurerende keuzes op het gebied van water en bodem wordt geregeld. Op het gebied van waterkwaliteit verwachten wij daarnaast dat, bij het zoeken naar integrale oplossingen, de beoordelingssystematiek van de Kaderrichtlijn Water met het "one out all out-principe" niet gaat helpen. Wij zien daarin graag een genuanceerdere benadering en daarover gaan we graag in IPO verband met minister Harbers in gesprek. Om de benodigde transitie in gang te zetten en een robuuster water en bodemsysteem te krijgen, is het belangrijk om niet in de hokjes te denken die nu vanuit het Rijk gevraagd worden. De integrale aanpak, zoals wij die voorstaan, gaat niet altijd vooraf kwantificeerbaar doelbereik opleveren. Leefbaarheid Als provincie hebben wij de verplichting om in het gebiedsplan de sociaaleconomische impact inzichtelijk te maken. Wij vinden het samen met onze gebiedspartners belangrijk dat de leefbaarheid voldoende wordt gewaarborgd. Wij zien leefbaarheid, in termen van brede welvaart, dan ook als een belangrijk algemeen principe bij de transitie van het landelijk gebied. Wij zien graag dat het Rijk leefbaarheid omarmt als een algemeen principe voor de transitie van het landelijk gebied.
Klimaat Voor de klimaatopgave willen wij nogmaals benadrukken dat wij voor de reductie van methaan en lachgas door de landbouw uitgaan van 0,19 megaton CO2 equivalenten. Dit in plaats van de door het Rijk gestelde reductieopgave van 0,3 megaton CO2 equivalenten voor onze provincie, waarbij is uitgegaan van een gemiddelde tussen het aantal 'staarten' en de integrale opgave. Dit leidt volgens ons namelijk tot een te forse Groningse opgave, omdat voor onze integrale opgave geldt dat een groot deel van Groningen relatief weinig landbouwkundige beperkingen kent (vanwege veen, zandbodem en natuur) en de eerdergenoemde balans tussen akkerbouw en veehouderij. Verder geldt voor de klimaatopgave dat het niet enkel gaat over reductie van methaan en lachgas, maar dat een belangrijk onderdeel van de transitie van het landelijk gebied ook inhoudt dat wij ons voorbereiden op klimaatverandering in de ruimte, waarbij water en bodem sturend zijn. 6. Gevraagd commitment Voor de toekenning van middelen wordt in de brief van de heer Osinga van ons gevraagd om nu commitment te geven op een verbeterslag van het gebiedsprogramma. Echter, nu commitment geven op de gevraagde verbeterslag van ons gebiedsprogramma, zonder dat daar iets tegenover staat, dat gaat niet.
Wij hechten aan wederkerigheid in afspraken en hebben in deze brief aangegeven dat een aantal zaken - waar het Rijk verantwoordelijk voor is - voor ons randvoorwaardelijk is. Daarbij merken wij op dat het tempo voor het tijdspad, zoals u dat voor ogen heeft, wederom onrealistisch lijkt. Tegelijkertijd erkennen wij de opgaven voor het landelijk gebied en verbinden wij die aan onze provinciale doelen. Daarom gaan wij door met de gebiedsprocessen. Wij pakken onze verantwoordelijkheid als gebiedsregisseur, houden ons aan de wet en de gemaakte afspraken voor de doelen van het NPLG. In Groningen werken we toe naar een gebiedsplan - ons Gronings verhaal. Voor zover dat mogelijk is, want om een gebiedsplan te kunnen maken dat een duurzame oplossing biedt voor de integrale opgaven in het landelijk gebied moet het Rijk meer duidelijkheid geven op de in deze
brief genoemde zaken. Ook over de financiële middelen. Wij gaan ervan uit dat er wat dat betreft nog een aantal harde noten gekraakt moeten worden aan Rijkszijde en wij zien besluitvorming daarover graag op korte termijn tegemoet. Tot slot dagen wij u uit om met creatieve oplossingen te komen voor de maatregelpakketten om de gewenste versnelling in gang te zetten. Wij vinden het belangrijk dat we als provincie en Rijk goed blijven samenwerken, als één overheid. Wij hechten daarbij sterk aan wederkerigheid in afspraken. Provinciale en Rijksmaatregelen zorgen immers gezamenlijk voor doelbereik op het gebied van natuurherstel (stikstof), water en klimaat.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Groningen:
, voorzitter.
, secretaris.